Dat het verhaal wordt verteld vanuit het oogpunt van de kinderen van Atticus geeft de film een echte meerwaarde. Het begint allemaal erg kinderlijk met wat spelletjes met het buurjongetje en het verhaal rond de enge buurman. We krijgen ook maar mondjesmaat meer info over de rechtszaak die gaande is en naargelang de film vordert, wordt de toon steeds serieuzer en grimmiger.
De scène waar Atticus Tom verdedigt tegen de menigte en zijn kinderen erbij komen, is één van de hoogtepunten van de film, maar het echte hoogtepunt moet toch wel de rechtbankscène zijn. Eindelijk eens een rechtbankscène die niet voortdurend onderbroken wordt door een vervelende advocaat die 'objection' staat te roepen. Gregory Peck levert hier net zoals in de rest van de film sterk acteerwerk af en het moment wanneer hij de rechtbank verlaat met de toekijkende zwarte gemeenschap is ook een sterk beeld.
Kinderen in films durven nogal eens slecht uit de hoek te komen, maar Jem en Scout zijn daar een uitzondering op. Oké, ze durven soms wel eens vervelend te zijn, maar ze brengen wel een heerlijk kinderlijk gevoel in de film. De film is in dat opzicht ook erg simplistisch met vader Atticus die voor hun de grote held is en de andere zijn de slechten.
Leuk om deze klassieker na lange tijd nog eens gezien te hebben en die status is zeker meer dan verdiend. De 4* blijven dan ook staan.
Alternatieve titel: Deep Red, afgelopen zondag om 16:05 uur
Het is nog maar de tweede van Argento die ik gezien heb na Suspiria en hij levert hier een goed gemaakte thriller af. Het is een film die vooral een erg sterke sfeer uitstraalt. Vooral het eerste halfuur en het laatste deel blinken hier erg in uit. De scène waar Marc met Carlo voor café staat nadat de eerste moord gepleegd is, deed me sterk denken aan het schilderij Nighthawks. Een erg mooi beeld was dat.
Qua verhaal is het een vrij rechttoe rechtaan who-dunnit. David Hemmings zit hier in een gelijkaardige rol als in Blow-up om de moord(en) te ontrafelen. Een aantal dingen zijn wel leuk gedaan, zoals die pop die binnengewandeld komt voordat de moordenaar toeslaat en het einde waarbij de moordenares in de spiegel verschijnt. Argento is er in geslaagd om me toch een aantal keren op het puntje van mijn stoel te laten zitten.
Alleen jammer van de muziekkeuze die soms nogal misplaatst was, maar over het algemeen is dit gewoon een goede thriller.
Alternatieve titel: Wings of Desire, afgelopen zaterdag om 22:41 uur
Der Himmel über Berlin is in de eerste plaats een erg mooi gemaakte film. De zweverige beelden boven Berlijn die we in de openingsscène te zien krijgen, zetten meteen de toon van de film. Wim Wenders brengt heel de film lang Berlijn erg knap in beeld.
We zien de 2 engelen Damiel en Cassiel observaties maken van de inwoners van Berlijn. De ene zit al met grotere bekommernissen dan de andere. Zo maakt de scène waar een man zelfmoord pleegt erg veel indruk. De engelen zijn er alleen maar om observaties te maken en hebben geen invloed op de acties van de mensen. Het geeft toch een speciaal gevoel waarbij de engelen langs de ene kant dicht bij de mensen staan, maar anderzijds is er toch die onoverbrugbare kloof. Enkel de kinderen kunnen de engelen waarnemen en heel de film zit vol van die kleine momenten waar de kinderlijke verwondering van alledaagse momenten naar boven komen.
Er zijn nog wel enkele scènes die opvallen zoals de oude man die al mijmerend over de Potsdamer Platz loopt, maar de mooiste scène moet toch wel de ontmoeting tussen de als mens getransformeerde Damiel en Marion zijn op het concert van Nick Cave. Alles komt hier mooi samen, alsook Cassiel die als engel op het podium achter Nick Cave zit, is een knap beeld.
Misschien is het soms te poëtisch en te filosofisch om alles goed te begrijpen, maar het is zeker genietbaar. Voorlopig houd ik het op een 3.5*, maar het is zeker eentje die nog hoger kan komen bij een herziening.
Hier heeft Orson Welles me toch op mijn honger laten zitten. In de weliswaar korte zit van 88 minuten heb ik weinig bijzonders kunnen ontdekken. Uiteindelijk is het een vrij saai gebracht rise and fall liefdesverhaaltje dat zich afspeelt in een upper class omgeving.
Ik lees dat er zou geknipt zijn in deze film en dat is achteraf niet echt een verrassing. Vooral tussen Eugene en Isabel voelde ik maar weinig liefde. Al doet Tim Holt het best wel goed als de vervelende zoon die zijn moeder de relatie niet gunt met Eugene.
Vrij snel vergeten dan maar deze The Magnificent Ambersons.
Als tussendoortje is dit nog een redelijk vermakelijk filmpje, maar meer dan dat is het ook niet geworden. De combinatie tussen een haaienfilm en een slasher is leuk gevonden, want worden er nog wel goede films gemaakt met alleen maar haaien in de hoofdrol?
Alleen wordt het na verloop van tijd ietwat te voorspelbaar ( jongen probeert meisje te komen redden maar sterft, de stoere griet weet de psychopaat en de haaien miraculeus te overleven en de psychopaat wordt zelf gedood door de haaien). Sean Byrne had toch een beetje inventiever kunnen zijn, want dan had mijn score zeker hoger gelegen. Door de voorspelbaarheid miste ik toch de nodige spanning om echt op het puntje van mijn stoel te zitten.
Een pluim wil ik zeker nog geven aan Jai Courtney die de rol van psychopaat heerlijk neerzet. Ook de tegenspeelster/slachtoffer wordt zeker niet verkeerd gespeeld door Hassie Harrison die als Zephyr de stoere griet speelt.
Hier had ik toch meer van verwacht, want Scorsese weet meestal wel erg goed te scoren bij mij , maar dit moet de minste zijn die ik van hem al ben tegengekomen.
Toegegeven, de film ziet er wel erg mooi uit. De hele aankleding, de decors en alle details die tot in de puntjes verzorgd zijn, zorgen voor een mooi sfeerbeeld van de New Yorkse high society. Al had ik vrij snel genoeg van de bekakte en arrogante houding van de upper class en is heel het verhaaltje rond Archer die gevangen zit in zijn huwelijk en zijn toevlucht zoekt bij een vrouw die op haar beurt in een scheiding zit, vrij saai en te lang uitgesponnen.
De voice-over was ook meer een minpunt dan een toegevoegde waarde, vooral omdat het overdreven aanwezig was in het begin van de film. De verhoudingen tussen de protagonisten moesten duidelijk gemaakt worden door de voice-over, maar het maakte de kijkbeurt er alleen maar vervelender op.
Neen, dit was geen goede Scorsese. Vrij saai verhaaltje dat zich afspeelt in een erg vervelend milieu. Gelukkig ziet het er allemaal erg mooi en verzorgd uit of de score was nog lager uitgevallen.
Alternatieve titel: Dekalog III, afgelopen donderdag om 23:13 uur
Apart filmpje, dit derde deel uit de Dekalog reeks. De sfeer die Kieslowski weet neer te zetten, is erg sterk. De hele film speelt zich af tijdens de Kerstnacht en de combinatie tussen de kerstverlichting en de verlaten, grauwe, donkere straten zorgt voor een erg melancholisch sfeertje.
Het verhaaltje rond de vrouw die niet alleen wil zijn op Kerstnacht en daarom haar ex-vriend door een vreemd spelletje de hele nacht bij haar houdt, kon me wat minder boeien. Al maken ze wel wat absurde dingen mee, zoals de dode man die ze gaan identificeren en de mannen in de cel die worden natgespoten.
Ik zou het op het niveau van het eerste deel zetten en beter dan het tweede deel, maar echt overtuigd ben ik nog niet door deze reeks.
Alternatieve titel: The Wild Reeds, 15 april, 21:36 uur
Best wel een aangename coming-of-age, deze Les Roseaux Sauvages. Het zwoele, Franse zomersfeertje is altijd een pluspunt en zeker in films met dergelijke thema's past het ontzettend goed. We volgen een viertal jongeren die zichzelf leren ontdekken en dan vooral op seksueel vlak. Dat resulteert in een soort van vierhoeksrelatie, die best boeiend is om te volgen en de eindscène aan de rivier is een sterke climax.
Alleen voelen de dialogen vaak nogal onnatuurlijk aan. Vooral de acteurs die de personages van François en Henri neerzetten, leveren vaak nogal geforceerd acteerwerk af. De actrice die Maité vertolkt, brengt het een stuk beter en natuurlijker vanaf. Het helpt ook niet echt dat de jongeren vaak een taalgebruik hanteren die je jongeren niet vaak zal zien gebruiken.
Zeker en vast geen verkeerde coming-of-age, maar het mocht van mij wat natureller gebracht worden.
Ik was toch verbaasd toen ik na afloop van de film ontdekte dat Lynne Ramsay ook de regisseuse is van You Were Never Really Here, want dit is toch van een heel ander niveau.
De vergelijking met het werk van Ken Loach is natuurlijk makkelijk gemaakt met het beeld van het rauwe en harde Britse arbeidersmilieu, maar Ratcatcher is misschien nog iets intenser dan het werk dat ik van Ken Loach tot nu toe gezien heb. De situatie waarin de gezinnen moeten leven met de gigantische hoop vuilniszakken en bijhorende ratten is afschuwelijk om te zien. De hele omgeving is verstikkend voor het hoofdpersonage James, dat mooi wordt uitgebeeld in de openingsscène waar hij verwikkeld zit in het gordijn.
James heeft het dus allerminst getroffen, maar aanvankelijk had ik weinig sympathie voor hem. Hij lijkt ook maar een typisch pestkopje te zijn en is ook verantwoordelijk voor de verdrinking van zijn buurjongetje. Gaandeweg verandert dat beeld van James wel wanneer hij gebukt gaat onder het schuldgevoel voor zijn dood. Erg sterk geacteerd ook trouwens van William Eadie.
Toch is het niet alleen kommer en kwel voor James, want hij bouwt een vriendschap op met Margaret, een meisje uit de buurt, waarvoor hij ook gevoelens ontwikkelt. De scène in het bad is eentje van pure schoonheid, maar er zijn nog meer fraaie scènes te bewonderen zoals de ballontocht van het muisje en de busrit van James naar het platteland waar hij dan een verlaten pand binnengaat.
Maar het mooiste moment heeft Lynne Ramsay voor het einde bewaard. De droomsequentie van James die na zijn zelfmoord zijn gezin ziet intrekken in het pand dat hij bezocht heeft, is van een grote schoonheid. Het is een soort van wensdroom van James die samen met zijn gezin een nieuwe start wilde maken in een nieuw huis.
Erg fraaie film van Lynne Ramsay dat zeker de evenknie is van het werk van Ken Loach. Het voelt bovendien toch ook een beetje anders aan, iets fantasievoller en poëtischer zelfs bij momenten.
Alternatieve titel: Where Is the Friend's Home?, 13 april, 20:07 uur
Soms denk ik dat ik me meer moet verdiepen in niet-Westerse films, want er zitten meer dan genoeg mooie films tussen zoals deze Where Is the Friend's Home?
Het is een klein en charmant filmpje waarbij een jongetje er alles aan doet om het schriftje aan zijn klasgenoot terug te geven. Zo niet, dreigt zijn klasgenootje van school gestuurd te worden. Het jongetje dat Ahmed speelt, doet het ontzettend goed. Zijn volharding tegenover zijn moeder om toch maar het schriftje te mogen brengen en tegenover de mensen die hij tegenkomt om het juiste adres te krijgen, is erg mooi om te zien. Die ernstige blik in zijn ogen om toch maar het schriftje bij zijn vriend te krijgen, was zelfs ontroerend.
Daarnaast krijgen we ook een mooi beeld te zien van het eenvoudige Iraanse platteland. Die oudere mannen die zitten te palaveren over de opvoeding van de kinderen, etc. geeft toch iets authentieks mee aan de film.
Het is einde mag dan misschien weinig verrassend zijn met Ahmed die het schriftje inclusief het gemaakte huiswerk voor zijn vriendje net op tijd inlevert, maar het past gewoon erg goed bij de rest van de film.
Mooi, klein filmpje die ik voorlopig op een 3.5* houd, maar zeker eentje die ik ooit ga terugzien.
Alternatieve titel: All Night Long, 12 april, 22:38 uur
Jeanne Dielman staat al een tijdje op mijn to-see lijst, maar het leek mij geen slecht idee om Akerman’s oeuvre te leren ontdekken met een iets ‘gemakkelijkere’ film. Te beginnen met deze Toute une Nuit.
Het is uiteindelijk een makkelijke film geworden, maar tegelijkertijd ook een vreemde filmervaring. Van enig verhaal of binding met één van de personages is geen sprake, maar dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Het concept rond een dag of een nacht in een bepaalde stad kan nog interessante scènes opleveren, maar ook op dat vlak blijft het erg pover.
Iedere scène is zo kort en vluchtig dat er nergens indruk wordt gemaakt. Zo zien we bijvoorbeeld een man en een vrouw naast elkaar op café zitten, schijnbaar vreemden voor elkaar, maar uiteindelijk vallen ze elkaar wel in de armen. In een andere scène zien we een ouder koppel voor de televisie zitten, waarna de vrouw de slapende man wakker maakt om naar buiten te gaan en nadien zegt ze dat ze naar de stad wil om te dansen. We zien ook een man kwaad op een deur kloppen, een andere man die zijn boekhouding doet en twee vrouwen die schijnbaar ruzie met elkaar hebben waarna de ene vrouw het appartement verlaat.
Het zijn allemaal zo’n korte, nietszeggende fragmenten van personages waarvan de meeste ook nooit terugkomen. Het is een soort cinema waar ik weinig voeling mee heb. Het mag best onsamenhangend en zonder echt verhaal zijn, maar de afzonderlijke scènes moeten dan wel ergens indruk maken, maar ook dat is hier niet het geval.
Was het allemaal dan kommer en kwel? Dat nu ook niet, want Akerman weet wel de juiste sfeer te scheppen doorheen heel de film. De zwoele nacht begint best levendig en hoe dieper we de nacht ingaan, hoe somberder de gevoelens worden. Soms op het depressieve af en ‘s ochtends slaat de sfeer ook weer helemaal om met het drukke stadsverkeer dat te horen valt.
Conclusie is dat dit niet echt mijn ding is. Jeanne Dielman zal ik nog wel eens een kans geven, maar ik ben alvast gewaarschuwd.
Typische Bresson toch weer dat lange tijd naar een hogere score aan het neigen was dan de uiteindelijke 3*.
Meestal kunnen de personages me niet echt raken in de films van Bresson, maar Mouchette is hier wel een uitzondering op. Het zware leven dat ze thuis lijdt met haar zieke moeder en haar vader als alcoholist maken het natuurlijk makkelijker om mee te leven met haar, maar daarbovenop moet ze nog allerlei vernederingen ondergaan op school. Het ritje met de botsauto’s op de kermis is dan ook het enige moment dat er een lach bij haar te zien was. Nadine Nortier doet het bovendien ook gewoon goed en weet van Mouchette een breekbaar personage te maken.
Alleen slaagt Bresson er niet in om de goede lijn van het eerste deel van de film door te trekken tot het einde. De scène waar Mouchette bij Arsène in de hut terecht komt, is erg intens waar Mouchette uiteindelijk verkracht wordt door de man, maar ik heb niet het gevoel dat de film nadien naar een climax toewerkt. De boswachter blijkt ongedeerd te zijn en geeft haar nog een veeg uit de pan voor haar aanwezigheid in de hut van Arsène. Ook de vreemde ontmoeting met de vrouw in de winkel die haar een croissant aanbiedt en de vrouw die haar een jurk geeft, geven de film niet meteen een sterk einde.
Een slechte Bresson is het zeker niet en de film heeft zeker zijn sterke punten, maar is ook wat te wisselvallig om er een topper in te zien.
Voor een tussendoortje is deze Point Break zeker een aanrader. De invalshoek rond de surf community geeft de film een leuk sfeertje, al moet je sommige zaken wel door de vingers zien. Zo gaat het voor Keanu Reeves wel erg vlot om het surfen onder de knie te krijgen en de manier waarop ze erachter komen dat de bankovervallers surfers moeten zijn, is ook net iets te makkelijk. Maar goed, zulke zaken neem je er makkelijk bij in dergelijke films.
Een aantal scènes zijn wel goed gemaakt, zoals wanneer ze uit het vliegtuig springen, maar ook de achtervolging van Reeves op één van de bankovervallers is erg knap in beeld gebracht.
Alternatieve titel: Ballad of a Soldier, 11 april, 20:16 uur
Ballada o Soldate is best een mooie film waar je heel makkelijk kan meeleven met het hoofdpersonage Alyosha. Al vind ik het bij momenten net iets te braafjes om echt grote indruk op mij te kunnen maken.
Het romantisch verhaaltje met Shura is mooi uitgewerkt. Zeker de scène waar hij haar moet achterlaten op het perron en zijn adres nog snel toeschreeuwt, is erg mooi. Dat zij met al het lawaai de naam van het dorp moeilijk heeft kunnen verstaan, laat natuurlijk twijfel ontstaan of de twee elkaar ooit nog terugzien.
Ook het einde kon mij zeker raken waarbij Alyosha uiteindelijk maar erg vluchtig zijn moeder heeft kunnen omhelzen i.p.v. de geplande 2 dagen.
Misschien had het geen kwaad gekund om met een iets langere speelduur een aantal zaken beter uit te werken. Zo waren de ontmoetingen met de gewonde soldaat die niet naar zijn vrouw wil terugkeren en de overspelige vrouw waar Alyosha een cadeau van een soldaat moet afleveren nogal erg vluchtig die weinig impact hadden op de film.
In ieder geval is het een mooi gemaakte film waar het romantisch gedeelte tussen Alyosha en Shura me zeker kon bekoren, maar het mist toch dat tikkeltje extra om echt indrukwekkend te worden.
Alternatieve titel: Nights of Cabiria, 11 april, 15:05 uur
Na drie tegenvallende films van Fellini gezien te hebben, is dit de eerste die me echt kon bekoren. Het verhaal van Cabiria is ontroerend en pijnlijk om te volgen en Fellini weet er een meeslepende film van te maken.
Giulietta Masina weet ook echt indruk te maken hier. In La Strada vond ik haar nogal vervelend met haar gezichtsuitdrukkingen, maar hier weet ze een erg sterk personage neer te zetten. De openingsscène waar ze de mensen afsnauwt die haar van de verdrinkingsdood hebben gered, zet meteen de toon voor haar karakter. Ze is nogal explosief van karakter en is niet op haar mond gevallen, maar gaandeweg leren we ook haar zachte kant kennen in haar zoektocht naar de liefde.
Cabiria moet heel wat tegenslagen verwerken waarbij verschillende mannen haar ontgoochelen in de liefde, maar op één of andere manier probeert ze steeds positief te blijven. Vooral het einde hakt er stevig in waarbij Oscar ervandoor gaat met de opbrengst van de verkoop van haar huis, maar de groep muzikanten die ze dan tegenkomt, schenken haar op één of andere manier toch weer licht in de duisternis.
Voor mij is het geen meesterwerk van Fellini, maar wel de beste die ik tot nu toe van hem ben tegengekomen en dat is vooral de verdienste van Giulietta Masina.
Ik had wel een licht voorgevoel dat deze I Swear me wel eens kon gaan bekoren. Ik heb wel een zwak voor films die je een lach en een traan bezorgen en deze is daar een erg mooi voorbeeld van.
De aandoening van Tourette is natuurlijk een ideaal onderwerp om een dergelijke film rond te maken, maar het persoonlijk verhaal van John waarbij hij uitgroeit tot een voorbeeld voor iedereen die met deze aandoening te kampen heeft, maakt het nog eens extra mooi.
We zien John op jonge leeftijd ontzettend pijnlijke momenten doormaken op school en thuis wanneer de eerste tics zichtbaar worden. Denk maar aan de straf die hij moet ondergaan bij de schooldirecteur of wanneer hij thuis niet aan tafel mag eten, maar aan de open haard moet gaan zitten. Erg pijnlijke momenten, maar evengoed heb ik vaak moeten lachen wanneer hij ongecontroleerd begint te schelden of Tommy bij zijn kruis grijpt.
Tommy en Dottie zijn ook belangrijke personen in het leven van John. Ze bieden hem warmte, waardigheid en het gevoel dat hij niet minder is dan iemand anders. De rechtbankscène waar Tommy het voor hem opneemt, is dan ook één van de mooiste momenten van de film.
Zeer geslaagde film dus die balanceert tussen drama en humor, maar vooral eentje die veel warmte uitstraalt.
Alternatieve titel: The Mysterious Yearning Secretive Sad Lonely Troubled Confused Loving Musical Gifted Intelligent Beautiful Tender Sensitive Haunted Passionate Talented Mr. Ripley, 10 april, 20:14 uur
Ik kende Ripley wel van naam, maar het verhaal was me helemaal onbekend. Wat dat betreft is het wel een voordeel om de film blanco in te gaan, want het is zo’n typisch verhaal dat minder straf zou uitpakken met enige voorkennis, vermoed ik.
Na een tijdje vroeg ik me wel af welke richting de film zou uitgaan. We krijgen een lange, rustige intro te zien waarbij Tom Ripley close begint te worden met Dickie in het sfeervolle en kleurrijke Italië. De chemie tussen Matt Damon en Jude Law werkt uitstekend waarbij ze elkaars tegenpolen zijn. Jude Law als de bon vivant Dickie Greenleaf en Matt Damon als de serieuzere Tom Ripley.
Vanaf het moment dat de stoppen doorslaan bij Tom en hij Dickie vermoordt, verandert de film naar een echte thriller. Tom probeert verder te leven als Dickie en liegt alles bij elkaar, een beetje in het genre van Catch me if You Can, maar met meer thrillergehalte. Het levert enkele sterke scènes op, zoals wanneer zijn ware identiteit bijna blootgelegd wordt in de opera en de scène waar hij Freddie moet vermoorden om niet ontmaskerd te worden.
Je voelt natuurlijk wel aankomen dat Tom op een bepaald moment ontmaskerd zal worden en ook hier kan het einde me wel bekoren. Tom lijkt met zien nieuwe liefde Peter verder te kunnen gaan, maar dan verschijnt Meredith plots terug ten tonele (misschien kwam zij gedurende de hele film een paar keer te veel toevallig terug in beeld). De enige oplossing voor Tom is om Peter te vermoorden, zodat Tom uiteindelijk toch nog verliest.
Goede thriller deze Mr. Ripley. Ik heb wel een zwak voor dit soort films waar iemand zijn hele leventje bij elkaar liegt en de uitwerking hier is feilloos.
Alternatieve titel: House of Pleasure, 9 april, 21:04 uur
Tof en charmant filmpje van Max Ophüls. Het camerawerk is zeker en vast een pluspunt in deze film. Het dansfeest wordt mooi en dynamisch in beeld gebracht, maar vooral de scènes die zich situeren in en rond het bordeel geven de film dat tikkeltje extra. Ophüls laat de kijker op een heerlijke wijze binnenkijken in het huis, maar ook de eindscène van het derde verhaal is erg knap gedaan met de sprong van de vrouw door het raam.
Alleen vond ik het een beetje onevenwichtig overkomen. Het tweede verhaal over de Madam en haar meisjes neemt duidelijk het meeste tijd in beslag en vooral het derde verhaal rond de schilder en zijn model vond ik te beperkt uitgewerkt. De dramatische wending had naar mijn gevoel een groter effect kunnen hebben als er wat meer tijd werd genomen om de personages te zetten.
In ieder geval heb ik mij er nog mee kunnen amuseren. De mannelijke inwoners van het dorp die teleurgesteld zijn wanneer het bordeel gesloten is en euforisch zijn wanneer de meisjes terug aanwezig zijn, is erg leuk om te zien.
Alternatieve titel: The Collector, 8 april, 23:30 uur
Het is mijn derde van van Rohmer na een erg goede Le Rayon Vert en een tegenvallende Ma Nuit chez Maud en deze is niet zoveel beter geworden dan Ma Nuit chez Maud.
Het zomerse vakantiegevoel van Le Rayon Vert is ook in deze film aanwezig en dat maakt het kijken voor mij altijd een stuk aangenamer. Ik kan het van tijd tot tijd wel smaken, dat zomerse sfeertje. Alleen weet Rohmer er verder te weinig mee te doen. De personages en hun opvattingen zijn extreem nihilistisch wat resulteert in het doorbrengen van hun vakantie met het lezen van boeken en te zonnen op het strand. Regelmatig was er wel een erotische spanning te voelen tussen het drietal, maar het zakte regelmatig in door het veelvuldig gebruik van de voice-over van Adrien.
Ik had hier toch wat meer van verwacht. Alle ingrediënten zijn in principe aanwezig om er iets interessants van te maken, maar de nihilistische benadering weet me niet echt te bekoren.
Alternatieve titel: Farewell My Lovely, 8 april, 21:18 uur
Alle typische elementen van een film noir zijn aanwezig bij deze Murder, My Sweet, maar het moet toch één van de meest plotgedreven film noir zijn die ik al gezien heb. Het begint vrij basic met Marlowe die een vrouw moet opsporen, maar al snel krijgt hij een tweede opdracht waarbij hij een man moet assisteren bij een juwelenoverdracht. De ene wending volgt de andere in sneltempo op en tussendoor worden we op verschillende dwaalsporen gezet. Op zich is dat geen probleem, maar over een week herinner ik me hier nog weinig van.
Gelukkig valt er veel te genieten op vlak van sfeer en acteerprestaties. Dick Powell is voor mij nog een onbekende acteur, maar hij weet deze film wel op een erg sterke manier te dragen met zijn vlijmscherpe opmerkingen. Iemand als Humphrey Bogart had het niet perse beter gedaan. Ook de overige rollen worden prima ingevuld met Mike Mazurki met misschien wel de meeste opvallende bijrol als de sterke dommekracht Moose Malloy.
Degelijke film noir en tof om deze eens gezien te hebben, maar ik vermoed niet dat deze veel indruk ga nalaten op langere termijn.
De films Ils, Martyrs, Frontière(s) en deze À l'Intérieur noem ik meestal op in dezelfde adem. In de periode 2006-2008 hebben de Fransen hiermee toch een aantal goede horrors gemaakt en deze À l'Intérieur stond ook nog op mijn herzieningslijst.
À l'Intérieur is nog steeds een horror die mag gezien worden. De inleiding wordt tot een minimum beperkt en van zodra de onbekende vrouw in beeld komt, stijgt de spanning zienderogen. Veel scènes zijn erg donker gefilmd en is de vrouw maar een zwarte schim, waardoor ze als een soort ongrijpbaar wezen door het scherm beweegt.
Erg sterk gedaan wat dat betreft, alleen is het jammer dat het motief van de vrouw al meteen duidelijk is vanaf het begin van de film. Dat de vrouw wraak komt nemen op Sarah door haar kind te willen wegnemen omwille van het ongeluk is al vrij snel duidelijk. Misschien had daar nog wat extra mysterie in verwerkt kunnen worden.
Verder is het allemaal lekker bloederig zoals je van een echte horror mag verwachten. Een aantal scènes zijn voor de hand liggend zoals de moeder en de vriend die langskomen, maar het loodje leggen, maar bij de ‘bevalling’ heb ik toch even moeten wegkijken.
Blijft een prima horror en de score van 3.5* blijft ook na de herziening makkelijk overeind.
Hetgeen erg opvalt bij deze A Single Man zijn de visuele trucjes die Tom Ford voortdurend bovenhaalt en eerlijk gezegd, het werkt wel. Wanneer George zich beter in zijn vel voelt, worden de scènes kleurvoller en wanneer hij zich depressief voelt, wordt het allemaal wat grauwer. Ook het zwart-wit voor flashbacks en slow-motions worden een aantal keren ingezet. Vooral het spelen met de kleuren werkt wel wat mij betreft om de gemoedstoestand van George extra te benadrukken.
Verder is het een film die klein wordt gehouden en draait rond de rauw van George voor zijn overleden partner. Sommige stukjes zijn wat aan de saaie kant (de scène in de bank), maar de dialogen tussen George en Kenny zijn erg sterk, net zoals die tussen George en de Spaanse man. Er hangt telkens een erotische spanning in de lucht waarbij ik toch regelmatig op het puntje van mijn stoel zat.
Toch kan ik er niet meer dan 3* aan geven. Op één of andere manier wist het mij te weinig te raken. Het einde waar George sterft aan een hartaanval liet me toch wat onverschillig.
Interview with the Vampire: The Vampire Chronicles (1994) 3,0
Alternatieve titel: Interview with the Vampire, 6 april, 12:51 uur
De vampierenfilms is zo’n subgenre waar ik nog maar weinig goeds in ontdekt heb, maar deze leek me wel eens interessant te kunnen worden door de grote namen die de cast bevolken.
Uiteindelijk is het een film geworden met twee gezichten. Het eerste deel kon me zeker bekoren waarin Louis zijn nieuw bestaan als vampier gewoon moet raken en hierbij vergezeld wordt door Lestat. Pitt en Cruise acteren best goed en hun chemie werkt bij momenten zelfs aanstekelijk. Ze zijn elkaars uiterste qua karakter en opvattingen over het vampierenbestaan, waardoor het regelmatig met elkaar botst en dat levert wel enkele goede scènes op. De scène waar Lestat staat te dansen met het lijk van de moeder van Claudia is zelfs hilarisch. Kirsten Dunst doet het overigens ook erg goed op haar jonge leeftijd.
In het tweede deel van de film waar Louis en Claudia Amerika verlaten voor Parijs zakt het naar mijn gevoel een beetje in. Antonio Banderas is op zich wel een goede acteur, maar zijn personage van de wijze, oude vampier voegt weinig toe aan de film. Al zijn de scènes waar Claudia in de put wordt gestoken door de de andere vampiers en sterft door het zonlicht en het gevecht tussen Louis en de andere vampiers nog behoorlijk goed.
Ik kan hier nog wel een voldoende aan kwijt. Pitt, Cruise en Dunst acteren sterk en het eerste deel is erg beloftevol. Jammer genoeg wordt het in het tweede deel een wat saaiere vertelling.
Ik heb toch al wat films gezien van Woody Allen, maar ik vermoed dat deze zijn meest serieuze en meest cynische film is die ik tot nu toe gezien heb. Op bepaalde momenten miste ik wel de grappige tussenkomsten en oneliners van Allen, maar anderzijds waren er ook weer momenten die humoristisch op mij overkwamen. Het etentje waar Jack zijn nieuwe jonge vriendin bij de haren meesleept, is best kwetsend, maar tegelijkertijd is de hele scène ook best grappig.
Misschien is de film over de hele speelduur een tikkeltje te saai. Allen’s cynische blik op relaties en het huwelijk heeft wel zijn goede momenten, maar ik had regelmatig het gevoel dat hij toch wat in herhaling viel. Al vind ik de documentaire achtige stijl wel een meerwaarde voor de film, waar ik meteen in mee was. Het geeft toch een eigen identiteit aan de film en het camerawerk was nergens storend.
Al heeft het jammer genoeg niet genoeg indruk gemaakt over de hele lijn om er een hoge score aan te geven. Ook leuk om Liam Neeson in zo’n rol eens te zien en Sydney Pollack en Juliette Lewis zijn voor mij ook altijd meerwaarden.
Ondanks het vrij leuk en origineel uitgangspunt rond de crimineel zijn laconieke houding tegenover de huurmoordenaars is de verdere uitvoering nogal standaard. De twee huurmoordenaars die Willie Parker moeten omleggen vanwege zijn verraad van andere maffialeden, zijn uiteindelijk typische kerels die we in dit soort misdaadkomedies vaker te zien krijgen. De ene is een jonge, opvliegende kerel die voor het eerst op pad gaat met de meer ervaren en stoïcijnse leider, maar beiden zijn uiteindelijk maar amateuristische jongens.
Willie Parker en de twee huurmoordenaars komen in verschillende humoristische situaties terecht, zoals wanneer het appartement onverwachts bezet blijkt te zijn door Harry en zijn Spaanse vriendinnetje. Verder is het een leuk, aangenaam roadtripje, maar echt memorabel wordt het niet meteen. Daarvoor zijn er te weinig scènes die er echt bovenuit steken, maar al bij al is het een film die over de hele speelduur amusant blijft.
Een echte typische musicalfilm zoals Singin' in the Rain is dit niet geworden, maar eerder een luchtigere Requiem for a Dream met veel muziek doorheen.
Het eerste deel voor de hartaanval van Gideon is toch wel het beste deel van de film. De routines die Gideon doorloopt om aan de dag te beginnen zijn op een heerlijke wijze in beeld gebracht, die doen denken aan Requiem for a Dream. De film straalt een heerlijke 70’ sfeer uit en er zitten best wat sterke scènes tussen met als hoogtepunt de meer erotische repetitie (Airotica).
Roy Scheider doet het ook de hele film fantastisch. Ik heb hem maar op weinige momenten kunnen betrappen dat hij geen sigaret in de mond had (zelf tijdens het douchen en het dansen zit hij met een sigaret in zijn mond), maar niet alleen dat kenmerkt zijn personage. Hij geeft een enorme doorleefde indruk van een extreme workaholic die aan 100 per uur door het leven raast. Wat dat betreft zet hij zijn personage op een geweldige manier neer. Een leuk moment was wanneer Gideon al rokend bij de dokter zat die zelf stevig stond te paffen.
In het tweede deel na de hartaanval zakt de film naar mijn gevoel een paar keer een beetje in. Het contrast met het drukke bestaan valt erg op met Gideon die het nu rustig aan moet doen vanop het ziekenhuisbed. Al is de eindscène met het musicaloptreden en de dood van Gideon wel een erg geslaagd einde.
Australische films staan vaak garant voor een heerlijke sfeerschepping door de broeierige hitte en dat is in deze Wake in Fright niet anders. De openingsscène met het kleine treinperron in de outback zet al meteen de toon en de hitte druipt als het ware van het scherm af.
De neerwaartse spiraal waar John in terecht is gekomen, is op een erg sterke manier uitgewerkt. Hij lijkt een normale, brave schoolleraar die niet thuishoort tussen de dronkenlappen die hun dagen vullen met gokken en jagen. Zowel fysiek als mentaal lijkt hij zich volledig verloren te hebben met de kangoeroe jacht als hoogtepunt. Het is weerzinwekkend wat ze de kangoeroes allemaal aandoen en je zou niet verwachten dat iemand als John daaraan zou meedoen, maar hij lijkt niet meer te beseffen wat goed en fout is.
Het einde kon me ook zeker bekoren waarbij John al liftend toevallig terugkomt in Yabba en zichzelf door het hoofd probeert te schieten. Uiteindelijk keert hij gewoon terug naar het dorpje waar hij lesgeeft en iemand tegen hem zegt: Did you have a good holliday? Heerlijk einde.
Pfoe, het was een stevige martelgang om deze film uit te zitten. Het label horror is maar op weinige momenten echt te bespeuren (vb. wanneer het jongetje behekst wordt), maar op zich hoeft dat geen enkel probleem te zijn. Een film kan best spannend zijn zonder te typische horrorelementen, maar het was het gebrek aan spanning dat de film echt de das omdoet.
Na een kwartiertje had ik het wel gezien met het godvrezend gezin dat 90% van de tijd gebeden aan het opzeggen zijn. Je kan alleen maar hopen dat ze zo snel mogelijk ten prooi vallen van de heks.
Enkel de setting met het bosrijke gebied kon me nog een beetje bekoren, maar verder was dit erg slecht.
Het is mijn eerste film van Hal Hartley, wiens naam me niet meteen een belletje deed rinkelen, maar het is wel een aangename kennismaking geworden. Het is een film waarvan je denkt dat je dit soort films al vaker gezien hebt, maar Hartley heeft er wel een leuke, eigen stijl aan gegeven. De hele film straalt een apart, lichtvoetig sfeertje uit door de lichte kleuren die de film kenmerken. Het zijn vooral de lichtblauwe tinten die overal in terugkomen en het zorgt wel voor een aangename, rustige sfeer.
Trust is geen schaterlach komedie, maar wel eentje die regelmatig de glimlach op mijn gezicht toverde door de maffe personages en situaties. Het begint al meteen met de vader die dood neervalt wanneer hij verneemt dat zijn tienerdochter Maria zwanger is. Ook Matthew die een moeilijke relatie heeft met zijn vader en tot driemaal toe de badkamer moet poetsen en de vrouw die haar baby alleen achterlaat aan de winkel en hem/haar kwijt is wanneer ze terug buitenkomt, zijn van die maffe situaties waar ik me wel mee kan vermaken. De leukste scène is misschien wel de drinkwedstrijd tussen Matthew en Maria’s moeder, die Matthew liever ziet aanpappen met haar andere dochter en hem in haar bed legt, nadat ze door vals te spelen het spelletje heeft gewonnen.
Martin Donovan en vooral Adrienne Shelly zijn voor mij onbekende namen, maar ze dragen deze film wel op een sterke manier. Donovan zet met Matthew een heerlijke, droge rol neer van een radio- en televisiehersteller die een cynische blik heeft op de samenleving. Adrienne Shelly zet hier ook een goede rol neer als de wat dom overkomende Maria, maar ze weet haar personage iets treurigs mee te geven, waardoor je makkelijk met haar gaat meeleven. Hun liefdesverhaal is best apart, omdat ze toevallig bij elkaar komen door thuis weg te lopen of door buiten gezet te zijn. Ze lijken op het eerste zicht niet voor elkaar gemaakt en Maria is zwanger van iemand anders, maar toch krijgt hun romance iets moois doordat Matthew met haar wil trouwen en haar een betere toekomst wil geven door haar weg te krijgen bij haar moeder. Het is niet meteen iets wat je van zijn personage zou verwachten, wat de ontwikkeling van zijn personage extra interessant maakt.
Leuke kennismaking met Hal Hartley alvast. Langs de ene kant denk je dat je dit soort films al vaker gezien hebt, maar door de stijl van Hartley is het toch iets aparts geworden.
Het was nog eens tijd om de debuutfilm van de Coens aan een kijkbeurt te onderwerpen, want veel was er niet van blijven hangen.
De filmtitel is alvast niet gelogen, want het verhaal rond de wraak en overspel is erg eenvoudig, maar het is wel sterk uitgewerkt. Het is toch vooral de sfeer die het hem doet in deze film. Blood Simple heeft een erg duister sfeertje en de vele nachtelijke scènes zijn erg mooi gefilmd. Ook de soundtrack met het vaak weerkerend pianomelodietje is erg sterk.
Zoals gezegd steekt het plot erg eenvoudig in elkaar. De privédetective speelt dubbel spel door het geld op te strijken voor de moorden die hij niet gepleegd heeft en vermoord zijn opdrachtgever Marty. Ray en Abby verdenken elkaar van de moord op Marty en de privédetective probeert zijn sporen uit te wissen door Ray en Abby uit te schakelen. Het lijkt allemaal doorsnee, maar de Coens geven er toch iets extra aan. Op een gegeven moment lijkt het alsof Marty uit de doden is opgestaan door een telefoontje te plegen naar Meurice om te zeggen dat de kluis beroofd is. Ook Abby lijkt een telefoontje van Marty te hebben ontvangen, maar het blijft stil langs zijn kant. In ieder geval leek het erop alsof de Coens Marty als een spook in de film wilde houden.
De eindscène is er ook eentje die mag ingekaderd worden. Het is de meest suspensevolle scène uit de film en de privédetective wiens hand wordt vastgepind met een mes in de vensterbank is ook een sterk moment. Dat de film zo abrupt eindigt met de detective die in de badkamer op de grond ligt en Abby toeschreeuwt dat hij Marty de groeten zal doen, heeft ook wel iets speciaals.
Stevige debuutfilm van de Coens waar ze lieten zien dat ze veel talent hadden. Ik heb toch even getwijfeld voor een verhoging naar 4*, maar laat het toch op 3.5*, maar wel een stevige 3.5*.
Het is mijn derde film van Jacques Becker na de erg geslaagde La Grande Illusion en Le Trou, maar dit is toch een tegenvaller.
Ik heb het sowieso niet echt voor film noirs waar de regisseur behoorlijk wat aandacht besteedt aan het plot. Meestal stelt het toch weinig voor en ben je het meeste al vergeten na een paar dagen. Het is in dit soort films dat de sfeer en de acteerprestaties allesbepalend zijn en die zijn ook niet echt memorabel te noemen.
Van mij had Becker wat meer aandacht mogen geven aan het hele clubgebeuren van het groepje criminelen en de knappe dames. In de weinige scènes die we daarvan te zien kregen, kreeg de film een aangename film noir sfeertje met zich mee, maar van zodra Becker zich terug meer op het plot ging concentreren, verdween die sfeer terug.
Jean Gabin maakte ook niet echt veel indruk op mij. Hij had maar 1 gezichtsuitdrukking en beweegt zich doorheen de hele film alsof het hem weinig interesseert. Gelukkig was er nog wel een degelijke shoot-out waarbij Max uiteindelijk moet toezien hoe de auto uitbrandt waar de goudstaven zitten.
Matige film noir van Jacques Becker die nogal weinig om het lijf heeft.
Op zich is dit wel een geslaagde film van Sam Raimi. Het eerste deel van de film heeft veel weg van Triangle of Sadness waar de rollen van baas-ondergeschikte worden omgedraaid op een verlaten eiland.
Een lange tijd leek dit niet echt op een horror uit te draaien, maar naar het einde toe weet Raimi wel meer zijn stempel te drukken met wat horror en humoristische momenten (het kotsen van Linda over Bradley en de fake castratie). Misschien dat de film wat te lang draaide rond het survival gedeelte en Linda die de macht heeft overgenomen van haar baas, maar de finale maakt wel veel goed.
Rachel McAdams doet het best goed hier als de uiterst irritante Linda Liddle. Haar personage is natuurlijk erg aangedikt, maar het werkt wel met al haar overdreven optimisme.
Het is nu niet meteen een hoogvlieger, maar als tussendoortje is dit wel eens tof om te zien.
The Killer vond ik nog een goede actiefilm, maar deze Hard Boiled is me een stuk minder bevallen. Het is weer erg over the top zoals we John Woo kennen, maar de actiescènes zijn behoorlijk saai. Het enige dat we te zien krijgen zijn een hoop mannen die met hun uzi’s elkaar afknallen. Er is nauwelijks variatie op te merken en van enige spanning is ook weinig te merken.
De scène in het ziekenhuis dat bijna de helft van de film is beslag neemt, is erg groots opgezet, maar net zoals de rest van de film is het allemaal te veel. Ik had het na een tijdje wel gezien met de zoveelste schietpartij.
Gelukkig zien de meeste scènes er wel goed uit. John Woo heeft een lekkere stijl. De slow-motionbeelden bevallen me wel, alleen is het wat te veel en te lang. Een nipte voldoende dus.
Dat Kim Ki-duk mooie en rustige films kan maken, wist ik al en deze Hwal mag aan dat rijtje toegevoegd worden.
Hwal straalt enorm veel rust uit. De setting van de boot dat eenzaam op zee ligt, doet daar uiteraard veel aan, maar ook de soundtrack voegt daar erg veel aan toe. Ik denk niet dat ik ooit al een film heb gezien met zo weinig tekst. Het is vooral de muziek die het verhaal van de oude schipper en het jonge meisje ondersteunt.
Er zijn best wat overeenkomsten met Seom, die andere film die zich op het water afspeelt. Er komen verschillende vissersmannen voorbij, vishaakjes verdwijnen in de mond en de hoofdrol wordt gespeeld door een zwijgzame, jonge vrouw. Het blijft toch wel straf dat je zonder maar 1 woord gesproken te hebben zoveel impact kan hebben op een film. Ze komt best aandoenlijk over zoals ze op de schommel naast de boot zit en ze wordt volledig van de wereld afgesloten door haar toekomstige man/ontvoerder.
Qua symboliek is dit ook een film die kan tellen. Veel zal er mij ook ontgaan zijn, maar vanaf de trouwceremonie neemt de symboliek toch iets te veel de bovenhand. Niettemin is dit een mooie, rustige film van Kim Ki-duk.
Ik zou het nu niet meteen een hoogvlieger in het oeuvre van Hitchcock noemen, maar het is zeker nog een degelijke film geworden. De vergelijking met films zoals North by Northwest, The Man Who Knew Too Much en The 39 Steps zijn al eerder gemaakt. Ik ben wel een fan van dit type Hitchcock films waarbij het hoofdpersonage op de vlucht slaat vanwege iets waar hijzelf nog moet achterkomen en op verschillende locaties terecht komt.
Het eerste deel is wat mij betreft het beste deel waarbij Kane onterecht wordt achternagezeten door de politie, de blinde man ontmoet en daarna het vertrouwen van het nichtje van de blinde man moet zien te winnen. De ontsnappingsscène op de brug en de ontmoeting met de circusbende zijn ook nog leuke momenten, maar nadien zakt de film toch een beetje in wanneer Kane en de fascistische bende samenkomen om dan tegen het einde helemaal te herpakken met de scènes in de cinema en op het Vrijheidsbeeld.
Ik moet toch ook opmerken dat er een paar vreemde momenten op het einde zitten. Kane zit opgesloten in de kelder en plots kan hij ontsnappen door het brandalarm te laten afgaan? We krijgen vrij uitgebreid te zien hoe Pat probeert te ontsnappen uit het gebouw door een papier met een tekst uit het raam te gooien, maar de uiteindelijke bevrijding krijgen we niet te zien. Het kwam toch wat vreemd over om haar dan plots weer buiten te zien en achter Fry aan te gaan.
Het was wat mij betreft soms wat rommelig naar het einde toe, maar Saboteur heeft voldoende goede momenten om makkelijk een voldoende aan te geven.
Ik had deze Revolutionary Road in de eerste plaats opgezet vanwege de aanwezigheid van Kate Winslet. Een actrice die ik toch wel vrij hoog heb zitten en ze doet het hier ook gewoon erg goed. De opwinding en levensvreugde die ze in het begin uitstraalde door de grote dromen om naar Parijs te verhuizen, maakt als snel plaats voor ontgoocheling en depressie en ze weet haar personage geloofwaardig neer te zetten.
Ook DiCaprio doet het erg goed hier. Normaal zie ik hem liever in niet al te serieuze films spelen, maar hier valt niets op aan te merken. De ontbijtscène waar hij blijkbaar voor het eerst over zijn werk en gewone dingen kan praten met zijn vrouw, deed hem zichtbaar deugd. Erg sterk geacteerd en misschien wel de beste scène waar het duidelijk wordt hoe kleine dingen des levens erg waardevol kunnen zijn.
Verder is het gewoon een meer dan degelijk drama. Echt groots wordt het niet echt, maar ik heb ook niet het gevoel gehad dat dat nodig was in deze film. De film voelt in zekere zin herkenbaar aan waar een koppel keuzes moet maken in hun leven. Gaan ze het avontuur van hun leven aan of kiezen ze toch voor de veilige zekerheid?
Ook zeker het vermelden waard: De heerlijke rol van Michael Shannon die zonder enige filter commentaar geeft op het leven van Frank en April.
Van de vier films die ik van Winding Refn gezien heb, is The Neon Demon de enige die een voldoende scoorde. De herinneringen die ik aan deze film had, leken toch beter te zijn dan de 3.5* die ik eraan had gegeven, dus een herziening leek me wel nodig.
Winding Refn heeft er een echte sfeerbom en een visueel pareltje van gemaakt. Iedere scène heeft zijn eigen prachtige kleurgebruik, maar er zit wel een constante in iedere scène, namelijk dat er telkens een onheilspellend gevoel aanwezig is. Ook de perfect passende soundtrack heeft daar een grote bijdrage in.
Elle Fanning is perfect gecast voor de rol van Jesse als jong meisje die droomt van een grote toekomst als model. Ze komt erg onschuldig en timide over en lijkt niet echt thuis te horen in het harde wereldje waar afgunst en jaloezie de norm zijn. Na de heerlijke scène op de catwalk lijkt ze plots wel een stuk zelfverzekerder te zijn, maar wordt dan om het leven gebracht door haar concurrentes en de make-up artist Ruby wiens seksuele avances werden afgewezen door Jesse.
Naar het einde toe gaat NWR echt all-in en wordt het wat abstracter en symbolischer en daar had hij zich misschien wat mogen inhouden. Ruby die tijdens haar tweede job in het mortuarium haar necrofiele gevoelens laat botvieren of één van de modellen die een oogbal (van Jesse) uitkotst,… er passeerden toch wat opmerkelijke dingen die me wat minder bevielen.
Het is in ieder geval opnieuw een intrigerende en hypnotiserende zit geworden. Er mag een halfje bij.
KNOCK IT OFF! This isn't a damn football game, remember that!
De vergelijking met Dr. Strangelove is natuurlijk treffend, al is dit een echte thriller. Vooral bij de telefoongesprekken met de Russische premier had ik echt een Dr. Strangelove gevoel.
Hoewel het nerveuze gedoe achter de schermen best leuk is om te volgen, wordt de spanning pas later echt opgedreven vanaf het moment dat de president met de Russische premier in contact komt. Vanaf dan worden de mogelijk gevolgen pas echt tastbaar. Ook het sterke camerawerk met de vele close-ups drijft de spanning op bepaalde momenten stevig op.
Het einde waar we een aantal beelden te zien krijgen van het bruisende New York komt erg kil binnen, wetende wat er gaat gebeuren.
Alternatieve titel: Cries and Whispers, 21 maart, 13:02 uur
Na een goede Det Sjunde Inseglet die ik vorige week zag, is dit weer een serieuze stap achteruit. Het speelt zich ook weer helemaal af binnen de vier muren, wat op zich geen probleem hoeft te zijn, maar behalve de opvallende rode kleur met de af en toe de contrasterende witte jurken en het mooie shot van de zonnestralen die binnen schijnen op het ziektebed van Agnes, is er visueel weinig opvallends op te merken.
Inhoudelijk is het een film geworden waar ik niets voor voel. We krijgen een aantal vreemde scènes voorgeschoteld, zoals de man van Maria die plots een mes in zijn buik steekt of Karin die zichzelf genitaal verminkt. Vanwaar kwam dit plots allemaal? We krijgen bijzonder weinig context bij alles wat er gebeurt. Wat is de reden dat de zusters zo’n moeilijke relatie met elkaar hebben? We krijgen maar een kort fragment van hun jeugd te zien waar ze op een familiefeest zijn, maar daar valt weinig van af te leiden. Het zorgde ervoor dat ik nooit in de film kwam en dat het een vreemde zit werd.
Ook weer typisch Bergman krijgen we een hoop dialogen/monologen te zien die enorm zwaar, ongeloofwaardig en onnatuurlijk aanvoelen die geen mens zou uitspreken. Het enige goede acteerwerk dat opvalt is die van Harriet Andersson die de zieke Agnes speelt. Haar lijdensweg en haar geschreeuw dat door merg en been gaat, is wel erg sterk geacteerd.
Neen, dit is veruit de minste film van Bergman die ik gezien heb. Geen enkel personage dat interessant wordt en een familiedrama dat op geen enkel moment iets geloofwaardigs uitstraalt (behalve het geschreeuw van de pijn van Agnes).
Ik heb maar weinig bijzonders kunnen ontdekken in deze The Piano. Inhoudelijk is het een vrij simpel verhaal rond een driehoeksrelatie geworden dat nergens echt bijzonder wordt. Dat er een romance zou ontstaan tussen Ada en George was al meteen duidelijk toen de deal gesloten werd rond de piano en pas naar het einde toe wordt het ietwat interessanter met Alisdair die Ada’s vinger afhakt en de piano die op het einde overboord in de zee wordt gegooid.
Ada’s personage kon me ook maar weinig bekoren. Ze komt al snel onsympathiek over en dat beterde niet gedurende de film. Hetzelfde kan ook over haar dochter gezegd worden.
Positief puntje is wel de setting. De personages die voortdurend zitten te ploeteren in de Nieuw-Zeelandse modder gaf een nogal primitief en deprimerend gevoel aan de film. Het past wel bij het hele verhaaltje rond de driehoeksverhouding, maar verder is het een vrij matige bedoening.
Local Hero is een aardig filmpje. Misschien iets te gezapig bij momenten en ik denk niet dat dit echt gaat blijven hangen op lange termijn.
Al valt er wel voldoende te genieten van de sfeer die de film uitstraalt. Er hangt een enorme rustige sfeer over de film, ondanks dat er toch veel op het spel staat in het dorpje. De setting van het dorpje aan de kust is natuurlijk ideaal om dit soort films te maken en we krijgen enkele mooie scènes te zien aan het strand, zeker die met de rode telefooncel zijn erg mooi.
De film is nu niet meteen een volbloed komedie, maar het heeft wel een leuke komische ondertoon. De hoteluitbater die ook de plaatselijke accountant blijkt te zijn of wanneer hij het konijn klaarmaakt die Oldsen had aangereden. Burt Lancaster zorgt ook voor een leuke komische toevoeging als de grote baas van het oliebedrijf. Wanneer hij in slaap valt tijdens een vergadering weet je dat we met een vreemde vogel te maken hebben. Zeker wanneer hij over zijn fascinatie voor de astronomie begint, maar ook de conversaties met de zijn therapeut zijn amusant om te zien.
Ik twijfel tussen een 3* of een 3.5*. Het heeft zeker zijn sterke punten, maar echt indruk maken, deed het niet.
Notorious was de volgende Hitchcock die op mijn herzieningslijstje stond en de score van 3.5* die ik er ooit aan gegeven had, bleek zeker terecht.
Het plot rond Ingrid Bergman die gaat spioneren bij een nazi en Cary Grant die als agent zijn jaloezie moet bedwingen, is vrij standaard te noemen, maar Hitchcock weet het gewoon erg goed uit te werken. Vanaf het moment dat Bergman aan haar opdracht begint, zien we een aantal leuke dingen uit de trukendoos van de Master of suspense. De fles wijn die op het kennismakingsetentje per vergissing wordt gepresenteerd, zorgt voor de nodige mysterie. De scène waar Bergman de sleutel van de wijnkelder probeert te ontfutselen, alsook de scène waar Bergman en Grant op onderzoek gaan in de wijnkelder zijn gewoon erg goede en spannende Hitchcock-scènes. Uiteindelijk komen we te weten dat er uraniumerts in de wijnflessen verborgen zat, maar meer komen we er ook niet echt over te weten, wat ook weer typisch Hitchcock is.
Het liefdesverhaaltje dat verweven zit in de film mag dan wel vrij cliché zijn, maar als de acteurs het goed weten te brengen, heb ik daar weinig probleem mee en dat is hier zeker het geval. Cary Grant zie ik altijd wel graag spelen in dit soort rollen van charmeur en Ingrid Bergman is een gedroomde tegenspeelster. Ook Claude Rains is een prima aanvulling als de nazi Alexander Sebastian.
Er valt weinig op aan te merken aan deze Hitchcock. Het verhaal op zich mag dan wel vrij standaard zijn, de uitwerking is vlekkeloos. De 3.5* mogen blijven staan.
Na de tegenvallende Nomadland was het tijd om een andere recente Oscarwinnaar de kans te geven en Coda bleek wel een schot in de roos te zijn.
Coda is een feelgood pur sang geworden en achteraf gezien geen verrassing dat het de Oscar voor beste film heeft gewonnen. We maken op een humoristische wijze kennis met de dove familie en de horende dochter tijdens een doktersbezoek, maar evengoed krijgen we momenten te zien waarin het pijnlijk duidelijk wordt hoe moeilijk het leven kan zijn als dove. Het is een vaak beproeft concept in films om humor af te wisselen met drama, maar Sian Heder weet de balans hier perfect in evenwicht te houden. Dat we naar een happy end gingen waarbij Ruby wordt toegelaten aan het conservatorium is natuurlijk geen verrassing, maar ja, anders zou het geen feelgood zijn.
Emilia Jones kende ik enkel van Brimstone, maar ze doet het echt geweldige als de enige horende van het gezin. Op een erg frisse en naturelle manier zet ze haar rol neer waar ze telkens de keuze moet maken tussen het helpen van haar familie en haar eigen zangdromen. De andere leden van het gezin, die door echte doven worden gespeeld, doen het ook erg goed. Vooral de seksuele toespelingen van de ouders waren erg leuk om te zien, maar evengoed had ik het met hen te doen, zoals wanneer hun visvergunning werd afgenomen.
Een meer dan geslaagde feelgood deze Coda. Voor sommigen zal het te sentimenteel, te mierzoet en te voorspelbaar zijn, maar zolang het goed gedaan is, ben ik wel een fan van dit soort feelgood.
Alternatieve titel: The Devil, Probably, 15 maart, 23:36 uur
Lastige film van Bresson. Voor zover ik zijn oeuvre ken, is dit een typische Bresson met het emotieloze acteren dat opvalt en close-ups van allerlei handelingen en lichaamsdelen. De man heeft toch wel een zeer herkenbare stijl en als je zin hebt in een feelgood is een Bresson film niet de beste keuze.
In L’Argent bijvoorbeeld vond ik het allemaal nog goed werken, maar in deze film is dat minder het geval. Hoewel Bresson er in geslaagd is om een trieste en donkere sfeer neer te zetten (de beelden van het milieu dat naar de vaantjes gaat, het doodknuppelen van het zeehondje,...) en de weg naar de zelfmoord van Charles nog net boeiend genoeg is (in het begin zien we 2 tegenstrijdige krantenartikels waarin de ene over zelfmoord heeft en de andere over moord), is het toch lastig om mee te gaan in al zijn gedachtegangen over de zelfmoord die hij wil plegen.
Het einde is er nochtans één die wel indruk maakt wanneer Charles even aan het raam van een huis blijft stilstaan waar de televisie speelt. Even kreeg ik het gevoel dat hij twijfelde om door te gaan, maar zijn besluit stond toch vast. Best een akelig momentje, net zoals wanneer hij effectief wordt neergeschoten door zijn vriend, maar op dat moment nog iets wilde zeggen.
Ik snap de waardering wel voor deze film, maar bij mij werkt het niet echt als het bijna onmogelijk is om de gedachtegangen te doorgronden van het hoofdpersonage.
Met deze Phantom Thread mag er nog eentje toegevoegd worden aan de geslaagde films van Paul Thomas Anderson, al is het wel grotendeels de verdienste van het duo Daniel Day-Lewis - Vicky Krieps.
Daniel Day-Lewis zet zijn personage van de kleermaker op een geweldige manier neer. Op een bijna autistische manier moet zijn leven volgens een bepaalde routine gevolgd worden en iedere afwijking daarvan kan stevige gevolgen hebben op zijn gemoedstoestand. Zijn gezichtsuitdrukkingen wanneer Alma bijvoorbeeld te luid water uitschenkt, zijn geweldig om te zien, maar dat zijn eigenlijk al zijn maniertjes. Vicky Krieps was voor mij een wat onbekende factor, maar zij weet Alma toch ook op een erg sterke manier neer te zetten. In het begin komt ze nog wat ingetogen over, een beetje klungelig zelfs zoals ze staat op te dienen in het restaurant, maar gaandeweg wordt ze een erg sterke vrouw.
Alleen kan het einde mij niet echt bekoren. Reynolds is iemand die de controle over alles behoudt, maar blijkbaar kan zijn relatie en huwelijk met Alma alleen maar voortbestaan als hij in een onderdanige rol van zieke (vergiftigde) patiënt komt te staan. Langs de kant van Alma was het wel te begrijpen, want zij voelde aan dat Reynolds haar ging dumpen omwille van alle veranderingen die hij niet aankon. Op die manier wordt zij weer belangrijk in de relatie als verzorgster, maar dat Reynolds met plezier de rol opneemt als zieke patiënt vond ik minder geloofwaardig overkomen. Of heeft hij dan echt zo’n enorme hunkering naar het verleden met zijn moeder en ziet hij in Alma een moederfiguur?
In ieder geval heb ik me zeker kunnen vermaken met deze Phantom Thread. Het duo Day-Lewis - Kriep acteren op een erg hoog niveau en leveren enkele geweldige scènes af (het ‘verrassingsdiner’ levert vonken af) en het verhaal is erg meeslepend. Mocht het einde me meer kunnen bekoord hebben, zat er zeker een hoge score in.
Alternatieve titel: Red Desert, 14 maart, 20:46 uur
Toch weer een iets moeilijkere film van Antonioni. Niet dat het verhaal moeilijk te volgen is, maar wel het personage Giuliana. Monica Vitti doet het verre van verkeerd hier en ze is een klassevolle vrouw die de film een extra niveau geeft, maar het is vrij lastig om de volle speelduur in haar hoofd te kruipen. Dat ze met mentale problemen, angstaanvallen en het gevoel van isolement kampt, is vrij duidelijk, maar haar gedragingen en de ontwikkelingen in haar relatie met Corrado zijn niet altijd even makkelijk te volgen.
Visueel weet Antonioni wel knappe dingen op het scherm te toveren. De opening op het grauwe fabrieksterrein met Monica Vitti in haar contrasterende groene jas is er eentje die meteen mag ingekaderd worden en de dichte mist zorgt ook voor een aantal fraaie momenten.
De scène die er voor mij bovenuit steekt, is het verhaal dat Giuliana aan haar zoon vertelt over het meisje op het strand. Het komt compleet vanuit het niets en het is me ook niet duidelijk wat dit met de rest van de film te maken heeft, maar het is wel iets dat een lange tijd bij mij zal blijven hangen. Het strandje is erg mooi in beeld gebracht, het plotselinge gezang is erg mysterieus en het steekt af tegen het depressieve gevoel dat de rest van de film uitstraalt. Misschien was dat wel gewoon de bedoeling van Antonioni om plotseling een scène in te steken dat een compleet ander gevoel geeft.
Anyway, moeilijke film om te beoordelen. Visueel spreekt het mij wel aan en we krijgen een aantal knappe scènes te zien (ook die met de groep in het huisje is zeker het vermelden waard), maar de ontwikkelingen in de relatie tussen Giuliana en Corrado zijn nogal matig uitgewerkt.
Alternatieve titel: The Seventh Seal, 14 maart, 15:32 uur
Het is ondertussen mijn vierde van Bergman en dit is toch wel de betere die ik tot nu toe van hem gezien heb. Niet dat ik er een meesterwerk in gezien heb, maar naar Bergmans normen heb ik bij momenten zelfs ‘plezier’ gehad.
Ik had me opnieuw opgemaakt aan een vrij moeilijk te doorgronden film, maar eigenlijk viel het best mee. Natuurlijk kan je er zoveel uit halen als je wilt en meerdere lagen in ontdekken, maar de thema’s en de basis van de film zijn niet al te moeilijk te doorgronden. Niet dat de thema’s rond de dood, zin van het leven, geloof, e.d. me echt interesseren, maar het is in ieder geval beter dan naar een film zitten staren waar je weinig van begrijpt.
Het zijn vooral de personages en de acteurs die me voor het eerst aanspreken in een Bergman. Het voelde aan als een roadtrip waarbij verschillende personages samenkomen in hun tocht om aan de pest te ontsnappen. Max von Sydow die als ridder oog in oog komt te staan met de dood doet het erg goed. De andere ridder Jöns die met zijn cynische houding een sterke toevoeging is aan de film. Het acteurskoppel met de energieke Jof die luchtigheid en humor eraan toevoegt en de dood die een interessant personage is die gedurende de hele film om de hoek loert. De scène waarin hij de boom omzaagt en zo Raval ombrengt, is een erg sterke scène, maar evengoed met de biechtscène en de schaakspelletjes weet hij indruk te maken.
Ook visueel vind ik het beter dan de andere films die ik van Bergman gezien heb. Het is allemaal minder statisch en een aantal shots maken indruk, zoals het eindshot waarin de personages al dansend de dood tegemoet gaan, maar ook de processie met de geselaars is er eentje die indruk maakt.
Eindelijk een Bergman waar ik iets mee kan. Een aantal scènes steken er bovenuit en de personages en acteurs kunnen me bekoren.
Met de Oscars in aantocht was het nog eens tijd om een recente winnaar te bekijken die in nog niet gezien had. Niet dat ik daar zoveel waarde hecht, maar er is altijd een kans dat je iets interessants tegenkomt.
Echt interessant kan ik deze Nomadland niet noemen. Het is een erg intiem en ingetogen drama waarbij we Fern als een nomade zien rondtrekken in haar busje. Het pluspunt van de film is sowieso het sterke acteerwerk van Frances McDormand. Ze komt heel erg moedig over in de moeilijke omstandigheden waarin ze leeft. Ieder werk dat ze kan krijgen, neemt ze dan ook met beide handen aan, zoals bij Amazon waar ze terecht komt in een gigantische hal.
Alleen wist het mij na een tijdje niet echt meer te pakken. Chloé Zhao heeft ervoor gekozen om het vooral zo klein en intiem mogelijk te houden, waarbij de menselijke contacten en dialogen centraal staan, maar het mocht echt wel ietsje meer zijn. Er viel niets bijzonders of noemenswaardig op te merken, hoewel de landschapsbeelden soms wel erg mooi waren zoals de Badlands.
Veel meer valt er over Nomadland niet te zeggen. Een filmpje dat vrij snel uit het geheugen gewist zal zijn, vermoed ik.
Dit was geen al te beste film van Gus Van Sant. Nochtans iemand die ik hoog inschat met geweldige films als Elephant en Good Will Hunting (beide staan op een 4.5* bij mij), maar hier raakte ik nooit echt in de film.
Bij momenten is er wel een dromerig sfeertje aanwezig door de landschappen dat ik best kan waarderen, maar verder vond ik het een weinig sfeervolle film.
Een ander probleem was het verloop van de roadtrip dat weinig boeiends te bieden had. Het eerste deel in het hotel met de jeugdbende sleepte maar aan en de zoektocht naar Mike’s moeder brengt ook geen verbetering, zoals het hele uitstapje naar Italië dat maar weinig toevoegde. Enkel de begrafenisscène waar zowel de vader van Scott als Bob worden begraven, is een leuk moment in de film. Beide worden op hetzelfde moment en op dezelfde plaats begraven, maar de ene in de rijke kring en de andere bij de zwervers.
Bovendien stoorde ik me na verloop van tijd aan de aandoening van Mike die om de haverklap in slaap valt. Ik had nergens het gevoel dat dit enige toegevoegde waarde had, waardoor het na een tijd een stoorzender werd. Het acteerwerk van River Phoenix en Keanu Reeves is behoorlijk goed, maar ik vermoed niet dat het echt gaat bijblijven op lange termijn.
Erg matige film van Van Sant. De hele roadtrip voelt doelloos aan en nergens zat er een opflakkering in.
Voor een snel tussendoortje is dit meer dan een prima film. Het eerste deel focust zich voornamelijk op het drama rond de steeds kleiner wordende Scott Carey. Hoe gaat hij mentaal hiermee om en kan hij nog normaal leven met zijn vrouw. Er wordt hem nog een beetje hoop gegeven wanneer het krimpen tijdelijk gestopt is, maar het is maar van korte duur.
Vanaf het moment dat Scott oog in oog komt te staan met de kat, krijgen we een echte avonturenfilm voorgeschoteld die wel een aantal erg sterke en spannende momenten kent. Van zodra de spin telkens in beeld kwam, kreeg ik toch ook wel kippenvel. De sets en de effecten zien er bovendien erg knap uit, waardoor de overlevingsstrijd van Scott nog wat epischer wordt.
Het einde mag er ook best wezen. Er wordt niet gekozen voor een eenvoudige happy end waarbij Scott en zijn vrouw herenigd worden, maar gewoon een einde waar de toekomst van Scott onduidelijk is en zijn overlevingsstrijd doorgaat.
Peter Bogdanovich kon me enorm bekoren met The Last Picture show en Paper Moon ging ook vlot binnen, maar dit is een beet je een wisselvallige film geworden.
Ondanks de korte speelduur van de film duurt het toch vrij lang voordat het echt interessant wordt rond de sniper. De verhaallijn rond de oude filmster Byron Orlok is maar erg matig en ook erg voorspelbaar waar het uiteindelijk allemaal naartoe gaat. Dat hij alsnog zou toezeggen om zijn opwachting te maken in de drive-in cinema en daar de confrontatie wacht met de schutter zie je van mijlenver aankomen.
De verhaallijn rond de schutter is nochtans wel de moeite om te zien. Het is op een erg kille manier dat we zijn acties te zien krijgen en wat de motivatie of aanleiding is geweest om aan het moorden te slaan, is niet gekend. Het zorgt voor een nog killer en gruwelijker effect van de daden van de schutter. Het neerschieten van zijn vrouw en moeder kan haast niet killer in beeld gebracht worden.
De scène op de snelweg waar hij verschillende auto’s onder vuur neemt, is ontzettend knap in beeld gebracht. De finale scène in de drive-in begint ook nog sterk, maar wordt wat te lang uitgesponnen en eindigt met een erg ongeloofwaardig einde waar Orlok met zijn oude knoken eventjes de schutter overmeestert.
Vreemde film eigenlijk met heel wat pluspunten, maar ook stevige minpunten. Normaal zou ik er maar net een 2.5* voor geven, maar bepaalde scènes zijn wel memorabel genoeg om er nog een 3* aan te geven.
Die zogenaamde badhuis in de rijke buurt van Londen zoals in de plotomschrijving staat, moet ik gemist hebben, want het zag er erg aftands uit. In ieder geval levert het wel een speciaal sfeertje op en dat ik combinatie met het opvallend kleurgebruik krijgt het iets surrealistisch.
Het verhaal rond de ontluikende seksualiteit van Mike is ook best boeiend om te volgen en dan vooral dankzij de vrouw waar hij een obsessie voor heeft. Het levert enkele amusante scènes op waarbij Susan Mike aan het lijntje houdt zoals in de cinema. Mike krijgt ook genoeg kansen bij andere vrouwen zoals een vroegere schoolvriendin en een prostituee, maar door zijn obsessie voor Susan weigert hij telkens wat resulteert in een sterk einde in het zwembad.
Na Heavenly Creatures is dit opnieuw een goede Peter Jackson die ik te zien krijg. Het is toch de sfeer die hij hier weet neer te zetten dat de film speciaal maakt. De zweverigheid die ook al aanwezig was in Heavenly Creatures zorgt toch voor een bijzonder sfeertje rond de gruwelijke gebeurtenissen van Susie Salmon. Vooral de opening weet daar erg sterk in te scoren en van zodra Susie in de ‘in between’ terecht komt, krijgen we nog eens visueel erg mooie scènes voorgeschoteld.
The Lovely Bones weet bovendien ook nog eens erg spannend uit de hoek te komen en dat is vooral de verdienste van Stanley Tucci, die een erg sterke rol neerzet als de creepy buurman. Misschien is het wel iets te makkelijk dat eerst de vader en nadien de zus blijkbaar perfect aanvoelen dat hij iets te maken had met de verdwijning van Susie, maar dat nemen we er dan maar even bij.
Ook een pluim voor Saoirse Ronan. Na Atonement is dit opnieuw een sterke rol die ik haar weet neer te zetten op haar jonge leeftijd en dat talent heeft ze duidelijk nog steeds. Misschien had ze wat meer aandacht mogen krijgen tijdens de scènes in de ‘in between’, want vaak waren ze toch wat beperkt.
Alternatieve titel: Dekalog II, 8 maart, 22:57 uur
Toch een klein stapje achteruit in vergelijking met het eerste deel. Het dramatisch effect komt minder binnen dan in het eerste deel en nochtans vind ik het uitgangspunt rond de dokter die moet kiezen of hij voor God mag spelen interessanter dan het thema in het eerste deel. De hele uitwerking was toch wat te droog en kwam traag op gang.
Kieslowski trakteert ons wel op een aantal mooie beelden met o.a. de wesp die uit het glas probeert te klimmen en de vallende waterdruppels. Hopelijk wordt het derde deel wat beter om de interesse in de reeks te behouden.
Ik heb Luis Buñuel vrij hoog zitten. Dit is de 8e film die ik van hem gezien heb en enkel Belle de Jour was tot hiertoe de enige die me wat minder beviel (toevallig ook met Catherine Deneuve, maar haar trof weinig schuld). Jammer genoeg is deze Tristana de minste Buñuel geworden.
Er valt altijd wel iets leuks of interessants te ontdekken in een film van Buñuel, maar dat heb ik in deze Tristana niet ontdekt. Normaal slaagt hij er wel in om tegen de schenen te schoppen van de hogere klasse, maar daar heb ik in deze film weinig van gemerkt. De machtsspelletjes tussen Don Lope en Tristana zijn gewoon bijzonder saai om te volgen. Nergens vond ik er een momentje bovenuit steken, op uitzondering van de nachtmerrie van Tristana met het hoofd van Don Lope misschien.
Catherine Deneuve en Fernando Rey vind ik op zich niet slecht spelen, maar ze hebben te weinig om handen om er echt iets van te maken. Best wel jammer, want Rey vind ik altijd wel een aparte acteur die ik graag bezig zie in dit soort rollen als een upperclass man.
Niet dat ik door deze tegenvaller Buñuel lager ga inschatten, maar er mogen toch niet te veel van dit soort tegenvallers volgen.
Martyrs was nog zo’n film die ik nog eens dringend opnieuw wilde zien, want in mijn herinneringen was dit een film die een hogere score dan 3.5* verdiende en de herziening heeft dat ook bevestigd.
De opening is al meteen een schot in de roos. We zien een alledaags gezin ontbijten op een normale zondagochtend tot plots een meisje komt aanbellen en het hele gezin neerschiet. Het wordt niet alleen gruwelijk in beeld gebracht, maar gewoon het idee dat dit bij een normaal ogend gezin gebeurt, maakt al meteen veel los. Zeker wanneer we later in de film zien met welke gruwelijkheden de vader en moeder zich bezig houden.
Normaal ben ik bij horrorfilms meer van het type dat liever zo min mogelijk te zien krijgt en meer tot de eigen verbeelding over laat. Vaak vind ik al het gore in horrorfilms nogal makkelijk gedaan om te scoren bij het publiek, maar Martyrs is toch een uitzondering op die regel.
Het eerste uur weet Martyrs een mysterieus randje te creëren. We weten dat Lucie gruwelijke dingen heeft meegemaakt als kind, maar wie of wat hierachter zit, is nog onduidelijk. Ook op het vlak van de ontknoping en het uitleggerig gedeelte weet Martyrs zich te onderscheiden van andere horrorfilms. De sekte die hierachter zit en dan vooral de oude vrouw geven een bijzonder sinistere rand aan de film. De foto’s die getoond worden van de martelaars die Anna zijn voorgegaan, dragen daar aan bij, maar ook het hele gegeven rond de sekte die wil weten wat er zich afspeelt na de dood is op een erg sterke manier uitgewerkt. Dat de oude vrouw zelfmoord pleegt nadat Anna haar iets heeft toegefluisterd nadat ze gevild werd, geeft wel aan dat Anna iets magisch is overkomen.
Een herziening die toch wel indruk heeft gemaakt en een verdiende halfje erbij.
Marty Supreme is een film waar je de afgelopen tijd niet omheen kon. Het stond hoog op mijn to see lijst en twijfelde om deze in de cinema te gaan zien, maar uiteindelijk voor de gezellige woonkamer gegaan.
Achteraf gezien vind ik het jammer dat er eigenlijk weinig echte pingpong wedstrijden in de film zitten, want Safdie weet ze wel telkens op een bijna epische manier te brengen. Behalve het toernooi in het begin van de film, de hustle in de bowling halverwege de film en de exhibitiewedstrijd in Japan op het einde zou je niet vermoeden dat het centrale thema van de film pingpong is.
Ik had op voorhand gelezen dat Marty Supreme vooral een adrenalinerush is, maar dat viel eigenlijk nog best mee. Het is vooral een erg drukke film waarin veel dingetjes geprobeerd worden, maar niet alles even geslaagd is. Ik had het gevoel dat er geprobeerd werd om zoveel mogelijk in de film te proppen in de hoop dat er bij de kijkers dan een aantal dingen zouden aanslaan.
Het moet wel gezegd worden dat Chalamet een sterke rol neerzet. Hij is allesbehalve de Amerikaanse held die hij hoopt te zijn en hij gaat over lijken om toch maar wat geld bijeen te sprokkelen om naar het wereldkampioenschap te kunnen gaan. Ik vond het wel heerlijk om te zien hoe Chalamet door het lint ging toen hij de finale verloor van de Japanner in het begin van de film. Ook de andere wedstrijden die hij speelt (in de bowling en de exhibitiewedstrijd in Japan) weet hij op een erg amusante manier te brengen. Daarnaast zijn er nog een paar leuke bijrollen van Kevin O’Leary als zakenman die Marty op een sadistische wijze naar Japan brengt en Abel Ferrara die er veel voor overheeft om zijn hond te redden.
Helemaal onder de indruk ben ik niet. Daarvoor is het te wisselvallig met geslaagde en minder geslaagde momenten en het is ook een erg drukke bedoening. In Uncut Gems kon ik het beter hebben dan hier.
Soms heb je van die films die erg mooi gemaakt zijn, maar iets te perfect aanvoelen en te veel de film is geworden die je ervan verwacht had. Past Lives is er precies zo eentje geworden.
Toegegeven, de laatste 20 minuten zijn erg knap met de ontmoeting tussen Hae Sung en Nora’s man en het afscheid tussen Hae Sung en Nora. Je ziet dat Nora’s man het wel moeilijk heeft met het feit dat zij nog iets voelt voor haar jeugdliefde, maar gelukkig wordt hij hier niet afgeschilderd als de slechte echtgenoot, maar juist iemand die erg begripvol is. Ook het eindshot waarbij Nora in tranen terugloopt na het afscheid met Hae Sung is eentje die prima past in deze film. Geen groots drama met een tongzoen of dergelijke als afscheid, maar het wordt op een knappe manier klein gehouden.
Jammer genoeg verlopen de 60-70 minuten daarvoor te gezapig en volgens de verwachtingen. Dat we in de openingsscène al meteen het beeld krijgen tussen het drietal in het café doet de film wat mij betreft geen goed. Het zorgt ervoor dat de komende 60 minuten al snel door de kijker zelf kan worden ingevuld (de 2 jeugdliefjes die uit elkaar gehaald worden, jaren later terug in contact met elkaar komen, ondertussen een eigen leven hebben opgebouwd en dus samen geen toekomst meer hebben,…).
Echt onder de indruk ben ik dus niet. We hebben dit soort van romantische drama’s al vaker zien voorbijkomen, alleen is het wel mooi gemaakt met een rustige sfeer en zijn de laatste 20 minuten behoorlijk sterk.
The Getaway is een zeer typische, maar degelijke Peckinpah. De rauwe stijl van de man is best wel fijn om naar te kijken en de vele slowmotions tijdens de actiescènes zijn altijd knap gedaan.
Verder valt er niet zo veel over te zeggen. We krijgen een rechttoe rechtaan Bonnie & Clyde film voorgeschoteld dat weliswaar beter en beter wordt naargelang het duo McQueen/MacGraw opgejaagd wordt. Er zijn een aantal momenten die er bovenuit steken zoals de jacht op de koffer in het station en de trein, maar ook de shoot-out in het hotel mag er best wezen. Tussendoor zijn er nog een aantal leuke momenten zoals wanneer het duo gedumpt wordt op het vuilnisbelt of wanneer ze de politie afschudden door de bus te nemen.
Enkel het zijplot met Rudy die het vervelend vrouwtje en diens man meeneemt in de achtervolging voegt maar weinig toe aan het geheel en haalt vooral het tempo uit de film.
Maar al bij al is dit gewoon weer een zeer degelijke film van Peckinpah.
De vorige film die ik van Agnès Varda had gezien was Le Bonheur en gevoelsmatig kunnen deze niet verder uit elkaar liggen. Vrolijk wordt je allerminst van de situatie waarin Mona zich bevindt, maar het is wel een film geworden die me vanaf het begin heeft kunnen meeslepen. Over de achtergrond van Mona komen we weinig te weten en we worden meteen in de laatste weken van haar leven gedropt.
De kracht van de film zit hem voor mij in twee zaken. Ten eerste wordt de film nooit sentimenteel. Varda heeft Mona nooit als een zwakke vrouw voorgesteld die door pech in de situatie is beland waar ze nu zit. Mona is een vrouw die haar eigen keuzes heeft gemaakt, soms sterk en soms zwak overkomt, maar eigenlijk nooit echt medelijden opwekt. Veel regisseurs zouden haar in de slachtofferrol duwen om zo makkelijk op het sentiment in te werken.
Mona ontmoet verschillende mensen die vooral aanvoelen als echte mensen. Sommigen slagen erin om een band met haar te scheppen zoals de vrouwelijke professor en de Tunesische gastarbeider. Sommigen willen haar wel helpen, maar willen dan zo snel mogelijk van haar verlost zijn. Maar bovenal voelt het allemaal menselijk en geloofwaardig aan. Ze hebben ook allemaal hun mening klaar over Mona die gedeeld worden in kleine interview momentjes. Erg leuk gedaan en ook hier komen typische menselijke trekjes naar boven. Sommigen hebben hun mening al klaar over Mona o.b.v. een vluchtige interactie en sommigen laten ook meer het achterste van hun tong zien in de interviews, zoals de vrouwelijke professor die vindt dat Mona stinkt, maar hier niets over durft te zeggen.
Ik vermoed dat deze film nog eventjes in mijn hoofd gaat blijven rondhangen en hoewel het einde van Mona reeds gekend is in het begin, is de weg daar naartoe erg meeslepend.
Spionagefilms zullen waarschijnlijk nooit echt iets voor mij worden. Meestal wordt er geprobeerd om de kijker de hele speelduur lang bezig te houden met een complex plotje en is het meeste daarvan na een paar dagen al vergeten.
Ook hier steekt het plot complex in elkaar, maar het is alvast boeiend genoeg voor de hele speelduur waarbij Leamas een pion op een schaakbord is die alle richtingen uit kan. Toch zal dit hele verhaaltje binnenkort bij mij voor een groot stuk uit het geheugen zijn. Daarvoor is het allemaal niet memorabel genoeg.
Daarom heb ik me toch vooral bezig gehouden met alles er rond. Richard Burton zet hier een heel erg sterke prestatie neer. Met zijn doorleefde indruk en zijn erg cynische houding geeft hij een stevige impuls aan de film. De film ziet er ook stijlvol uit die prachtige in zwart-wit is geschoten.
Na Zerkalo wist ik dat ook deze Solyaris geen eenvoudige film zou worden om te doorgronden. Hoewel de muur tussen mij en deze film iets minder dik is als bij Zerkalo, heb ik me toch bijna 3 uur lang zitten afvragen waar ik naar aan het kijken was.
Meer dan een man die in een ruimtestation hallucinaties krijgt over zijn overleden vrouw en haar gaandeweg als een echte persoon begint te behandelen, heb ik er niet in gezien. Voor de kijkers die graag filosoferen over levensvragen en allerhande, kunnen hier best aan hun trekken komen. Voor de anderen rest er een lange zit.
De aankomst op het ruimtestation begint best mysterieus en wekte toch wat interesse op. We hadden immers een erg taai begin opzitten op aarde (die hele autoscène komt toch erg vreemd voorbij in deze film). Jammer genoeg zakt de film verder in op het ruimtestation en de vormgeving is bovendien ook nog eens erg saai. Buiten wat filosofische dialogen valt er weinig te zien. Ik vermoed dat Tarkovsky echt niets voor mij is.
Alternatieve titel: Throne of Blood, 1 maart, 20:29 uur
Dat Kurosawa mooie films kan maken, wist ik al en deze Throne of Blood behoort misschien wel tot één van zijn mooiere films die ik tot nu toe gezien heb. De film straalt een enorm donker sfeertje uit en de scènes in spinnenweb bos en de scène op het einde met het bewegend bos zien er ongelofelijk mooi uit. Visueel weet Kurosawa andermaal te imponeren.
Alleen deed het verhaal mij misschien wat te weinig om er een echte hoge score aan te geven. Uiteindelijk is het maar een doorsnee verhaal over verraad tussen 2 bevriende Samurai om de troon van het kasteel. Het wordt wel goed opgesmukt met de geest die de toekomst voorspelt aan de 2 strijders en hiermee de strijd om de troon aanzwengelt. Die scènes met de geest in het bos zien er trouwens erg knap uit.
Een kleine stoorzender voor mij was de vrouw van Mifune die wel erg makkelijk wegkomt met haar manipulatief gedrag. Mifune doet het ook weer op zijn typische wilde en schreeuwerige manier, maar ik kan zijn stijl wel appreciëren. Al bij al dus weer een geslaagde Kurosawa dat vooral op visueel vlak erg de moeite is.
William Wyler is een regisseur die hoog aangeschreven staat bij mij. The Best Years of Our Lives, Ben-Hur, The Roman Holiday zijn allen topfilms, maar hier sloeg hij toch de plank mis.
Het verhaal is te oppervlakkig, te voorspelbaar en te sentimenteel om er van te kunnen genieten. Het verhaaltje rond de onmogelijke liefde vanwege klassenverschillen hebben we ondertussen al vaker gezien en Wyler slaagt er niet om daaraan iets extra’s toe te voegen.
De scènes die zich op de heide afspelen, zien er wel mooi uit en zeker de scènes waar het regent/stormt geven extra sfeer, maar verhaaltechnisch blijft het allemaal te vlak. Cathy is niet meer dan een opportunistische jonge vrouw die liever trouwt met een rijke man dan haar echte liefde te volgen. Pas wanneer Heathcliff plots als een rijke man terugkomt, heeft ze spijt van haar keuze.
Dan zijn er nog de dialogen die zelden naturel aanvoelen. Bij momenten zijn ze zelfs tenenkrommend slecht, zoals wanneer Heathcliff op het sterfbed van Cathy smeekt dat ze hem als een geest zou blijven lastigvallen. Laurence Olivier vind ik nochtans een erg goede acteur, maar hier laat hij zich toch ook stevig vangen aan een potje overacting, maar dat mag van de hele cast gezegd worden.
Geen al te beste film van William Wyler en na 5 goede tot erg goede films is dit dan de eerste tegenvaller van hem.
Als tussendoortje kan ik deze typische Britse komedie best wel smaken. De overval op de goudtransportwagen is leuk gedaan, maar de film komt echt op een hoger niveau wanneer alles fout begint te lopen op de top van de Eiffeltoren.
De scène waar Dutch en Pendlebury de Eiffeltoren naar beneden lopen, is een heerlijke scène. Ik werd er zelf draaierig van. Ook in de hele achtervolging naar de verkochte Eiffeltorentjes zitten erg leuke momenten, zoals wanneer het tweetal wordt opgehouden aan de douanecontrole.
Dat duo Dutch-Pendlebury wordt overigens op een erg amusante manier neergezet door Alec Guinness en Stanley Holloway. Het is er duidelijk aan te zien dat ze er erg veel zin in hadden en de chemie tussen hen is zeker aanwezig. Het zijn twee sympathieke kerels die nog nooit iets verkeerd hebben gedaan in hun leven, wat het extra leuk maakt om de mannen te volgen in hun activiteiten.