• 15.747 nieuwsartikelen
  • 178.047 films
  • 12.206 series
  • 33.975 seizoenen
  • 647.065 acteurs
  • 198.999 gebruikers
  • 9.371.710 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Licence to Kill (1989)

Alternatieve titel: License to Kill

Nog wat donkerder dan de vorige Bond. Niet door iedereen geapprecieerd, zo herinner ik me als kind de woorden van een kennis van mijn ouders die Dalton maar verwijfd aangezien hij mensen "met tasjes slaat zoals een vrouw," oftewel de geldkoffer. Bond hoorde volgens hem ook vrouwen te slaan, iets wat hij zelf helaas ook af en toe in de praktijk bracht met zijn eigen vrouw. Ik heb niet zoveel met dit soort macho gedrag en vond ook hier Dalton een prima Bond.

Qua Bondgirls één typische damsel in distress en één met haar op de tanden. Toch altijd meer een voorkeur voor het tweede type. Niet zo'n fan van kort haar, maar desondanks ziet Carey Lowell er erg stijlvol uit. Verder leuk dat een piepjonge Benicio del Toro een rol heeft en om Q in een wat grotere rol te zien. Veel Q dus, maar helaas geen Barry als filmcomponist meer. Niet mijn favoriete filmcomponist, maar wel een verdienstelijke en zijn afwezigheid valt hier in negatieve zin op.

Het plot draait hier vooral om wraak en dat is wel eens leuk voor de afwisseling. Af en toe wel een beetje ongeloofwaardig, maar goed dat hoort ook wel een beetje bij dit soort films. De gadgets zijn wat meer basic in deze film, wat enigszins logisch is omdat Bond hier rogue gaat. Actie is aardig om te zien, vooral de olietruck die op de wielen aan één kant rijdt maakte gek genoeg veel indruk op me.

Onder de Bondfilms misschien wat atypisch, maar wel een van de betere. Als actiefilm daarentegen ontstijgt het uiteindelijk niet de middelmaat gezien de moderne standaard. 2,5*.

Lída Baarová (2016)

Alternatieve titel: The Devil's Mistress

Een Duitse vriend van mij had een tante die de secretaresse van Goebbels was. "Ein sehr netter Mann" omschreef ze hem tot afgrijzen van mijn vriend. Dus een film over de aantrekkingskracht van Goebbels is zeker potentieel interessant.

Helaas is deze film met afstand de slechtste film die ik in tijden gezien heb. Voor nazi's die Tsjechisch spreken (terwijl er wel af en toe Duits doorheen komt) kan ik nog wel een oogje dichtknijpen. Helaas hebben ze totaal geen uitstraling. Hitler komt verlegen over en mist al het charisma van de echte Hitler. Datzelfde geldt voor een nog sterkere mate voor de Goebbels in deze film. Wat een ontzettende lelijke creep is dat. Tot overmaat van ramp is het acteerwerk behoorlijk slecht van alle acteurs, met name van de mannelijke tegenspelers.

Tenslotte is de film zo over de top melodramatisch dat het grappig wordt. Hoogtepunt/dieptepunt zijn de klaarkomende gezichten in het vuur met Wagners muziek op de achtergrond tijdens de seksscene van de hoofdpersone met Goebbels. Maar de zelfmoord van de zus[/spoiler mag er ook wel wezen. De Rose-ziet-Jack-in-haar-droom Titanic-achtige scène op het einde waarin de hoofdpersone sterft en op het laatste moment Goebbels voor zich ziet, maakt het melodrama compleet. Maar wel hilarisch. Dat maakt helaas geen goede film. 0,5*.

Life as We Know It (2010)

Een romcom met wat drama erin, wat nogal ongewoon is voor het genre, maar verfrissend is het wel en erg zwaar werkt het drama ook niet door. Het probleem dat ik met deze film heb is dat het voor mij ongeloofwaardig aanvoelt dat de hoofdpersonen met elkaar eindigen. Het hele uitgangspunt is juist dat ze totaal niet bij elkaar passen als romantische partners. Als dan de vrouwelijke hoofdpersoon ook nog eens haar perfecte dokter voor de mannelijke hoofdpersoon aan de kant schuift, snap ik helemaal niets meer van haar. De film weet dit dus niet goed te verkopen. En dan zit er ook nog een haasten-naar-het-vliegveld-voordat-de-ander-vertrekt scène in, zo'n ontzettend vervelend cliché, waardoor ik helemaal afgeknapt raak. 1*.

Life during Wartime (2009)

Ik had aanvankelijk niet helemaal door dat het een vervolg op Happiness betreft, maar al snel begon het te dagen. Andere acteurs, maar dat is na Palindromes eigenlijk ook niet vreemd meer. Uiteindelijk blijkt het vooral als een herhaling van Happiness aan te voelen. Nog steeds behoorlijk pijnlijk, maar helaas wel met een minder scherp gevoel voor humor.

Leukste personage was systeemanalist Mark, die met een hele monoloog de opmerking dat z'n werk interessant klinkt pareert om vervolgens uit te komen op complettheorieën met chinezen. Ontroerendste scène (vergelijkbaar met Happiness!) is de ontmoeting tussen vader en oudste zoon. Daar wordt precies het enige gezegd wat gezegd kan worden. Erg sterk.

Visueel duidelijk een stuk sterker, maar meer dan goed verzorgd zijn de beelden ook weer niet. Uiteindelijk draait het toch om de humor, en die schiet toch wat tekort. 3*.

Life of Pi (2012)

In Duitsland gekeken. Mijn eerste 3D-in-de-huiskamer ervaring en met name daarom interessant.

Echter, dit is geen film waar ik erg te spreken ben over het 3D aspect. Toch regelmatig dat achtergronden niet scherp zijn. In 2D is dat niet erg, het voelt natuurlijk aan om op de voorgrond te focussen. In 3D voel ik de diepte, en krijg ik veel meer de neiging om me op die achtergrond te richten en dan is het raar als die niet scherp is. Af en toe mooie effecten, met name met het water, maar ik heb een aantal keer een oog dichtgeknepen om 2D beelden te krijgen, en het zag er op die manier nou niet heel veel minder mooi uit. Met andere woorden, 3D voegt hier naar mijn smaak weinig toe en stoort op bepaalde momenten juist.

Het plot kon redelijk vermaken, maar werd wel een beetje lang uitgerekt; op een gegeven moment is de uitzichtloosheid van de situatie wel duidelijk. Maar dan wordt je op het einde getrakteerd op een moraal waar een beetje mijn broek van afzakte. Wat een slappe zooi, die voor diepzinnigheid moet doorgaan, ik kan er werkelijk niets mee en het vormt een smet op een film die ik toch al niet zo geweldig vond. Een lage waardering is dan ook onvermijdelijk. 1,5*.

Lincoln (2012)

Een beetje House of Cards in de negentiende eeuw, deze film. Nochtans een stuk saaier want het draait hier echt bijna alleen om dialogen - en dat tweeënhalf uur lang! - terwijl het aantal locaties erg beperkt is. Ook wordt er in House of Cards een stuk meer geneukt, al weet ik niet zeker of ik Honest Abe op die manier in actie had willen zien Ik denk het niet.

Uiteindelijk is dit een echte acteursfilm, het acteerwerk mag ook zeker geprezen worden, maar dat is niet waar ik film voor kijk. Visueel ook onopvallend. Er wordt wat met licht gespeeld en dat is het. De soundtrack blijft over het algemeen erg op de achtergrond, iets waar je je gelukkig mee moet prijzen bij Spielberg, want normaal zwelt de muziek in zijn films flink om het maar zo dramatisch mogelijk te maken.

Het onderwerp van de film is wel interessant: het doorvoeren van het 13e amendement van de Amerikaanse grondwet, waarin slavernij officieel afgeschaft wordt. Ik begrijp de juridische noodzaak en het is ook aardig om het politieke spel eromheen te zien, waarbij Honest Abe flink liegt en politici omkoopt om maar genoeg stemmen te krijgen. Kortom, een echte pragmaticus; en ondanks dat zijn handelen reden voor een impeachment is, kan je je afvragen of in dit specifieke geval het doel niet inderdaad heiliger dan de middelen zijn. Overigens leert de huidige situatie rondom Trump dat de vraag of een president een impeachment verdient geen juridische vraag is, maar een politieke. Ik denk dat het inderdaad zo is dat zolang een president populair genoeg is, hij letterlijk iemand op klaarlichte dag op Fifth Avenue kan doodschieten en ermee wegkomen, om Trump te parafraseren.

Ondanks zijn "pragmatisme" vind ik Lincoln zeker meer dan een bewonderenswaardige president, al zie ik hem liever vampieren jagen dan amendementen aan de grondwet toevoegen. 2*.

Lion in Winter, The (1968)

Gekeken omdat er een hoop bekende acteurs in spelen waaronder Hopkins en Dalton die kennelijk in hun eerste speelfilm speelden. Interessant. De film stamt uit een tijdperk waarbij het acteerwerk in mijn ogen teveel een toneelstijl heeft en ook iemand als Hopkins ontrekt zich daar kennelijk niet aan. Sowieso voelt de hele film aan als een toneelstuk dat op locatie gefilmd wordt en dat is gèèn pluspunt. Veel lange trage dialogen in de lijn van "Ik weet dat hij het weet dat ik het weet dat hij het weet" en dan gaat de speelduur wel lang aanvoelen. Het enige positieve aan de film is de soundtrack van Barry die erg fraai is. 1*.

Lion King, The (1994)

Alternatieve titel: De Leeuwenkoning

Deze keer voor het eerst in het Engels gezien. Er wordt hier toch wel een relatief groot blik aan sterren opengetrokken voor de stemmen. Rowan Atkinsons personage Zazu lijkt zelfs een beetje op hem, Jeremy Irons als Scar, Whoopi Goldberg als hyena en Darth Vader als Mufasa. Het leidt soms best wel af, zeker bij de laatstgenoemde verwacht je toch elk moment een zin als "Simba, I am your father."

Samen met The Little Mermaid, Beauty and the Beast en Aladdin wordt deze film beschouwd als één van de vier sterkste films uit het Disney renaissancetijdperk en ik geloof dat velen deze film als de beste Disney ooit beschouwen. Op het moment van schrijven is het in ieder geval de enige Disneyfilm in de top 250 en staat boven Pixarfilms Toy Story 3 en Coco.

Ik ben in ieder geval minder enthousiast. Bij Aladdin werd het thema "zoeken naar je eigen identiteit" al ingezet, dat wordt hier nog verder doorgevoerd. De gebeurtenis die voor de identiteitscrisis bij de hoofdpersoon gezorgd heeft is niet door hem gecreëerd en toch krijgt hij en geeft hij zichzelf de schuld ervan. Het voelt daardoor geforceerd aan, waar het bij Aladdin veel natuurlijker en logischer aanvoelt.

Verder een aantal bijpersonen die meer irritant dan grappig zijn, met name Pumba en Timon, maar toch ook Zazu. Met name aan het einde zijn er slapstickmomenten rondom deze personages bijvoorbeeld als de eerstgenoemden op hyena's afstormen die de algemene sfeer van de scène breken. De kungfu aap is overigens een ander voorbeeld.

Kortom, ik ben niet onverdeeld positief over zowel het plot als de personages. De animatie ziet er wel nog steeds degelijk uit, maar muzikaal zit het dan weer scheef met een wisselende soundtrack. Liedjes als Can You Feel the Love Tonight en Circle of Life zijn redelijk fraai, maar Hakuna Matata neigt naar het irritante, terwijl I Just Can't Wait to Be King en Be Prepared gewoon verschrikkelijk zijn.

Samenvattend is dit dus duidelijk niet mijn ultieme Disneyfilm. 2*.

Lion King, The (2019)

Technisch sterk, maar los daarvan is de meerwaarde van deze live action versie ten opzichte van de animatie nihil. Het plot van de animatie wordt erg nauwgezet gevolgd, inclusief details de gnoe die nog even voorbijkomt als Mufasa dood blijkt te zijn. De verschillen zijn klein en zitten hem met name in de dialogen die soms net iets anders zijn, of net iets uitgebreider zijn. En wat mij betreft komt dit niet ten goede van de film. Met name de manier waarop Scar Simba met omgekeerde psychologie naar het olifantenkerkhof weet te lokken kwam er in de animatie veel beter uit. Maar hier wordt er ook meer ingegaan op de rol van de hyena's. Waar ze in de animatie als fascisten werden neergezet, is het in deze film meer dat ze de balans van de natuur verstoren. Dat was ook wel duidelijk in de animatie, maar met extra dialogen wordt daar hier meer nadruk opgelegd en dat was wat mij betreft niet nodig.

Het moet gezegd worden dat het toch wat vreemd aanvoelt om levensechte beesten te zien praten. De stemacteurs zijn op Darth Vader als Mufasa na grotendeels vervangen. Het is met name een zege dat Rowan Atkinson niet meer te horen is, hoe grote fan ik ook van hem ben, zijn stem is te herkenbaar en dat leidde af bij de animatie. Tot mijn verrassing kwamen bepaalde liedjes die ik in de animatie bijzonder matig vond er in deze versie een stuk beter uit. Dat is dan weer een pluspunt voor deze versie.

De live action remake van Jungle Book was door dezelfde regisseur gemaakt en die heb ik met 3* beloond, waar ik nu in retroperspectief niet veel meer bij kan voorstellen, zeker als ik mijn mening erbij terug lees. Wellicht dat dat bij herziening van die film veranderd. In ieder geval is deze Lion King ongeveer net zo sterk of zwak als de originele, waar ik 2* voor heb gegeven. Maar omdat de film wat mij betreft overbodig is, trek ik er een halfje van af: 1,5*.

Little Chaos, A (2014)

Alternatieve titel: The King's Gardens

Een saai uitgangspunt, maar toch weet deze film redelijk de aandacht vast te houden. Dat komt natuurlijk ook door een aantal uitstekende acteurs, zoals Winslet, Rickman en Tucci, waarbij de laatste helaas maar een kleine rol heeft. En toch zou ik al die acteurs liever willen inruilen voor Franse acteurs, want deze film had natuurlijk gewoon in het Frans gemoeten. De hoogtepunten van de film zijn de dialogen tussen hoofdpersone en de koning, en het gesprek van de hoofdpersone met de hofvrouwen, wat onverwacht rijk aan emoties was. Visueel niet meer dan redelijk helaas. 2*.

Little Mermaid, The (1989)

Alternatieve titel: De Kleine Zeemeermin

Als kind vond ik de scène waarin Triton alle mensenspullen in woede vernietigd behoorlijk angstaanjagend, waardoor ik deze film slechts enkele keren heb gezien (in tegenstelling tot andere Disneyfilms die ik wel tientallen keren gezien moet hebben).

Nu dan eindelijk de herziening en die is lang niet zo eng als ik me herinnerde. Eigenlijk is die Triton helemaal geen boze vader, hij is alleen bezorgd om zijn puberdochter en is zelfs bereid zichzelf voor haar op te offeren. Verder is het plot aardig, dit moet één van de laatste Disneyfilms zijn waar het meer om het sprookje gaat in plaats van een zwaar opgelegde moraal. Of het moet gaan om de moraal dat liefhebben loslaten is, zoals Triton doet. In ieder geval geen slijmerige moraal.

Technisch is de leeftijd wel aan de film af te lezen, met name door de ontwerpen die er wat minder gedetailleerd uitzien. Verder de nodige liedjes, die weinig memorabel zijn (op Under the sea na), maar gelukkig niet al te irritant zijn. Dat is ook wel eens anders bij latere Disneyfilms. Uiteindelijk is dit een degelijk Disney film, maar het mist toch een beetje de charme die de betere Disneyfilms hebben. 2,5*.

Little Miss Sunshine (2006)

Deze wilde ik al geruime tijd zien, maar in een vlucht kwam het er eindelijk van. Solondz ben ik al een tijd uit het oog verloren, maar inderdaad doet deze film een beetje denken aan zijn werk, met name Happiness. Die film was wat ongemakkelijker en fouter, maar deze film mag er verder ook wel zijn. In roadfilms is de sfeer toch altijd wel wat losjes en dat is vaak prettig.

Het hele idee van beauty contests voor kinderen vind ik zwaar werpelijk; hoe de film hier verder mee omgaat is sterk. Happiness, die bij mij op 3,5* staat, is wel de leukere film, maar die heb ik denk ik een beetje ondergewaardeerd, wat bij een herziening ongetwijfeld zal veranderen, waardoor ik bij deze film ook op 3,5* uitkom.

Little Princess, A (1995)

Alternatieve titel: De Kleine Prinses

Degelijke kinderfilm, maar toch stoort de toon me af en toe. Ten eerste het hele prinsessen gedoe. Ik krijg toch het idee dat dit soort boodschappen (die in Disneyfilms natuurlijk in de overtreffende trap voorbijkomen) flink heeft bijgedragen aan het narcisme van menig selfieschietende generatiegenoot. Verder is de film ook wat overdreven op sommige momenten, zoals het gehele gedoe rondom haar vader, maar ook het politiebusje met een heel peloton aan agenten om een klein meisje op te pakken.

Niettemin is de film kundig gemaakt en is het duidelijk dat dit menig kind zal aanspreken. Visueel ook degelijk, al zijn de CG beelden in het verhaal rondom Rama wel flink gedateerd. Maar helaas is het de toon die de muziek maakt en dat kost de film flink. 2*.

Little Women (2019)

Ik ben niet echt bekend met het werk van Jane Austen, maar ben wel eens in dezelfde ruimte geweest als vrouwelijke familieleden verfilmingen van haar boeken aan het kijken waren. Kennelijk is Louisa May Alcotts Little Women meerdere verfilmd, dit is slechts de laatste in de reeks. Mijn indruk is dat het de Amerikaanse evenknie van Austens werk is. Veel drama om romances waarbij de dames hopen dat er een huwelijk uit voortvloeit; het boeit me eerlijk gezegd maar weinig.

Wat wel aardig is, is dat deze verfilming een extra laag aan het verhaal toevoegt, namelijk we beginnen en eindigen met schrijfster Alcott zelf, die model stond voor haar eigen hoofdpersone, maar in tegenstelling tot haar hoofdpersone nooit getrouwd is. De keuze van de hoofdpersone voor het huwelijk voelt geforceerd aan; het gaat tegen haar persoonlijkheid in en we krijgen zo weinig van het karakter van de bruidegom te zien dat het ongeloofwaardig aanvoelt. De eindscène waarin wordt uitgelegd dat de uitgever dit einde van het verhaal eiste, maakt dit beter te verteren.

Maar goed, zelfs dit maakt de film niet bepaald boeiend. Het ziet er verder wel verzorgd uit en het acteerwerk is in orde, maar ik verwacht veel meer. 1,5*.

Live and Let Die (1973)

Alternatieve titel: Ian Fleming's Live and Let Die

Ik ben nu een tijdje bezig met een soort projectje om alle Bond films op chronologische volgorde te zien, en gisteren was de eerste Moore film aan de buurt. Daar heb ik best wel naar uitgekeken, want vroeger was Moore mijn favoriete Bond, omdat hij hem wat laconieker en ironischer invult. Ik kan me overigens goed voorstellen dat andere mensen daar juist minder van geporteerd zijn, en daarom Connery prefereren. Ik moet zeggen dat ook deze kijkbeurt Moore me erg bevalt, en neig dus naar mijn oorspronkelijke standpunt.

Verder kijkt de film aardig weg, voor een groot deel ook vanwege Seymour, die ik één van de mooiste Bondgirls vind, misschien zelfs de mooiste. Verder een aantal onzinnigheden, zoals met de krokodillen, het Dukes of Hazard-achtige ventje, en hoe de antagonist tot zijn einde komt. Het laatste is wel vermakelijk, maar de rest had van mij niet gehoeven. Ook enigszins jammer is dat Q ontbreekt. Het aantal gadgets is dan ook vrij beperkt, terwijl daar ook altijd veel charme in zit. De titelsong is uitstekend, de bewerking in de film wat minder, want op hetzelfde tempo, waar tijdens de actiescènes me een hoger tempo beter lijkt.

Conclusie is dat ik blij ben met Moore, en dat Seymour ook erg prettig is om naar te kijken, maar het script kan beter afgestemd worden, en Q mag eigenlijk ook niet ontbreken. 2*.

Living Daylights, The (1987)

Nieuwe Bond, nieuwe kansen. Ik kan niet echt meer zeggen dat ik een favoriete Bondacteur heb. Ik had altijd wel een zwak voor Moore, maar hij was over de houdbaarheidsdatum heen in zijn laatste films en op een gegeven moment gaat zijn enigszins clowneske Bond (in Octopussy letterlijk) irriteren. Wat dat betreft is het prettig om Daltons serieuzere Bond te zien. Een ander voordeel: Dalton deed zijn eigen stunts, waardoor het aantal blauwe schermen waar ik me altijd flink aan kan ergeren flink is teruggeschroefd.

Verder volgt de film redelijk de formule: technische snufjes (van Philips!), een Aston Martin vol trucs (haast nog meer dan in de meeste andere Bond films) en natuurlijk een Bondgirl. Zeker geen topactrice, en ook niet de mooiste Bondgirl, maar ik heb altijd wel een zwak voor haar personage gehad omdat ze cello speelt. En de romance komt wel redelijk overtuigend over.

Wat muziek betreft, één van de betere soundtracks, al is de titelsong niet mijn favoriet. De beelden van Afghanistan zijn af en toe zelfs mooi om te zien. Het plot is redelijk, maar kampt een beetje met het probleem dat er geen echte hoofdschurk is. Is het nu Koskov of toch Whitaker? Jammer voor Jeroen Krabbé, maar geen van beiden komt ook echt charismatisch over.

Niet geweldig, maar in ieder geval een stuk beter dan de voorganger met Moore. 2,5*.

Lobster, The (2015)

Absurdistisch en normaal valt dat bij mij goed in de smaak, maar hier valt het toch een beetje tegen. Misschien omdat het verder doorgedreven had kunnen worden. De humor is gortdroog, met name de vervreemdende dialogen. Het hoogtepunt wordt gevormd door de toneelspelletjes in het hotel die duidelijk moeten maken dat men zich moet binden. Maar over de duur van de film verdeeld, voelt de humor toch wat mager aan. Wat betreft de boodschap van de film ga ik mee met dat liefde zich niet laat dwingen. Noch in de zin van dwang tot verbintenis noch in de zin van dwang tot celibaat.

Visueel degelijk maar niets meer. Veel klassiek in de soundtrack wat ik in de regel prettig vind, maar strijkkwartet Op. 18 Nr. 1 van Beethoven en met name strijkkwartet Nr. 8 van Sjostakovitsj worden tot vervelens toe gebruikt. Het klinkt echt te pas en te onpas.

Interessant, maar het allemaal beter uitgewerkt en afgewerkt kunnen worden. 2,5*.

Lock, Stock and Two Smoking Barrels (1998)

Alternatieve titel: Lock, Stock & Two Smoking Barrels

Na lange tijd eens herzien. Destijds vond ik het een grote tegenvaller na eerder Snatch gezien te hebben; die film viel een stuk beter en heb ik sindsdien meerdere malen herzien. Maar ik geloof dat ik ook mijn mening over deze film mag herzien.

Deze keer vond ik het in ieder geval hoogst vermakelijk. Fijn sfeertje, veel grappige personages, domme acties, toevallige samenloop van omstandigheden die tot hilarische situaties leiden en gave muziek. Wat dat laatste betreft is James Brown altijd erg fijn, maar ik herkende ook "Liar, Liar" van The Castaways, waaruit gesampled is voor het nummer "Dom, Lomp & Famous". Ook fijn die sirtaki, die erg gepast is bij het personage Nick the Greek, maar ook bij de climax in het plot waar naartoe gewerkt wordt. Visueel ook zeer de moeite waard. Het ziet er allemaal flitsend uit, sterke montage, splitscreens, alles is aanwezig om het er (ook nu nog) hip uit te laten zien.

In vergelijking met Snatch, die ook binnenkort maar weer eens herzien moet worden, heb ik dit keer het idee dat het verhaal zelfs nog wat beter is, en ook de muziek lijkt me wat sterker. Wel zijn de personages hier misschien wat minder lomp. Uiteindelijk ontloopt het elkaar weinig. In ieder geval een zeer geslaagde herziening. 4*.

Locked Down (2021)

Ik geloof dat ik wat positiever over deze film ben dan de meeste mensen hier. Niet dat het geweldig was, maar ik vond het wel vermakelijk. Allereerst de lockdowntaferelen, die voor een feest van herkenning zorgden. Om eerlijk te zijn was ik al weer veel vergeten van de lockdown, zoals de rijen voor de supermarkt waar iedereen afstand houdt. Wellicht een soort verdringing, maar interessant om weer aan herinnerd te worden. Maar goed, een film moet meer doen dan herinneringen ophalen, waardoor de heist, die me niet eens vergezocht leek, een erg aangename verrassing was. Uiteindelijk kom ik op 3* uit.

Lolita (1962)

Na het zien van Jagten eerder vandaag leek het me wel passend om deze film, die ook al tijden klaar lag, te gaan kijken. Ik moet zeggen dat ik het boek nooit heb gelezen, dus ik heb geen vergelijkingsmateriaal.

Nu misschien minder opzienbarend, al snap ik de toenmalige commotie om de film wel, aangezien de hoofdrolspeelster nog maar 14 was toen deze film opgenomen werd. Ik moet zeggen dat ik haar ouder had geschat, maar ik lees net ook op wikipedia dat ze om die reden gecast is.

Helaas werkt de film voor mij niet echt. Allereerst zie ik de aantrekkingskracht niet echt. Mooi meisje hoor, maar toch zo duidelijk nog een enorme bakvis. Ik snap niet echt dat een oudere intellectueel daarvoor valt. Daar bovenop is de mannelijke hoofdpersoon ook nog eens behoorlijk irritant. Allereerst zo ongeveer de stijfst mogelijke Brit die je kan krijgen, zonder ook meer een greintje gevoel voor humor dat stijve Britten bijzonder charmant kan maken. Het huwelijk met de moeder van Lolita maakt hem natuurlijk er niet sympathieker op, en vervolgens neemt het claimgedrag omtrent Lolita dusdanig groteske vormen aan dat ik begon te hopen dat ze hem echt bedriegt. Gelukkig blijkt dat inderdaad het geval te zijn. Dat ze hem van meet af aan bedrogen heeft, is wel een verrassing, ik had eerder verwacht dat z'n wantrouwen haar in de armen van een ander zou drijven, maar gezien z'n gehele karakter kan ik toch geen medelijden met hem hebben.

Miss Moneypenny (de originele dan) en Peter Sellers komen ook nog voorbij. Het rolletje als psychiater van de laatstgenoemde was wel aardig, deed denken aan Dr. Strangelove, maar in de andere rollen kwam hij nogal nerveus over, want ook irritant was. Gelukkig duurden die momenten maar kort.

De beelden zijn dus zwart/wit. Het ziet er degelijk uit, maar meer niet. Wil ik uiteindelijk een betere film zien over dit onderwerp, dan kies ik eerder voor Watashi no Otoko, die zowel qua interactie tussen de personages beter werkt, als er stukken beter uitziet (maar wat wil je, gezien een tijdsverschil van 52 jaar). Voor Lolita geef ik 1*.

Londoni Férfi, A (2007)

Alternatieve titel: The Man from London

Een film volgens Tarrs gebruikelijke recept, maar die desalniettemin goed smaakt. De openingsscène mag geniaal genoemd worden. Prachtig, het schip en de trein, en hoe de camera beweegt vanachter de ruiten van het wachthuis. De mooiste scène is als Swinton richting de balkondeuren loopt waar al veel zonlicht doorheen schijnt, en vervolgens baadt in het licht als ze ze opent, waarna ze de luiken sluit. Werkelijk prachtig. Audiovisueel zijn er dus sterke momenten, maar net als in de andere films is Tarr daar niet altijd even constant in. Toch ook een aantal beelden die minder in het oog springen.

De muziek is ook typisch, want weer gecomponeerd door Mihály Vig, waarvan ik vermoed dat ik hem ook accordeon spelend in beeld heb gezien. Onheilspellend, een tikkeltje mooier dan in Sátántangó, maar wel wat minder dan in Werckmeister Harmóniák. En verder veel omgevings- en bromgeluiden, wat erg sfeerverhogend werkt.

Verder is de setting typerend. Het speelt dan niet in Hongarije, maar de omgeving voelt precies hetzelfde aan als het Hongaarse trio films van Tarr dat ik heb gezien: behoorlijk mistroostig, en dat geldt ook voor de mensen. Het plot mag meer richting film noir gaan, maar voor de rest valt er weinig van te merken.

Ik lees hier enkele opmerkingen over de dub. Ik moet zeggen, dat heb ik ook gezien, en nee, het klinkt niet super, maar voor mijn gevoel zijn de dialogen in de eerdere Hongaarse films van Tarr ook verre van geniaal qua vloeiendheid. Uiteindelijk kan ik me er weinig aan storen, er is genoeg ter compensatie.

Uiteindelijk is er op één vlak toch een kleine verbetering ten opzichte van Tarrs oudere werk, namelijk in de montage. In vorige films werd een scène inclusief muziek soms bruut afgekapt, maar daar is hier niet langer sprake van. Soms wel dat er een cut in de beelden zit en dat de muziek zachter klinkt, maar de muziek wordt niet langer ook plotseling uitgedraaid. Maakt dat ik toch op een kleine 4* uit kom in plaats van een halfje lager.

Long Dimanche de Fiançailles, Un (2004)

Alternatieve titel: A Very Long Engagement

Jaren geleden al eens in de bioscoop gezien, maar behoorlijk weggezakt. Na gisteren Delicatessen gezien te hebben, vandaag dan maar deze opgezet.

De grote lijnen van het verhaal herinnerde ik me nog wel redelijk. Al poogt de film geen documentaire te zijn, als onwetende Nederlander wiens land gelukkig nooit betrokken is geraakt in WO1, krijg ik toch wel een aardige indruk van hoe verschrikkelijk die oorlog voor de soldaten is geweest. Wat dat betreft kan ik de film behoorlijk geslaagd noemen, al moet ik zeggen dat ik geen andere films over WO1 gezien heb. Ik kan het overigens niet laten om op te merken dat president Poincaré, over wie in de film wordt gesproken, een neef van de wiskundige Poincaré was.

Visueel doet de film niet onder voor de andere Jeunets, die me uiteindelijk toch beter bevielen. Deze is wat mij betreft de meest atypische film uit zijn oeuvre vanwege de sfeer die bij zijn andere films veel speelser is. Het is niet zozeer hier waar het schoentje gaat wringen, dat is vooral de muziek die soms wel erg dramatisch is. Het leek soms wel of ik naar een Lord of the Rings film aan het kijken was. Ik overdrijf wellicht een beetje, maar het had wel wat subtieler dramatisch gemogen.

3,5*.

Look Both Ways (2022)

Aardig uitgangspunt met twee mogelijke levenslopen van de hoofdpersone die elkaar afwisselen, de uitwerking is alleen weinig verrassend, geen harde conclusies getrokken en echt dramatisch wordt het in geen enkele lijn. Het kijkt wel allemaal prettig weg. Weinig verheffend, wel aardig vermaak. 2*.

Lord of the Rings: The Fellowship of the Ring, The (2001)

Weer eens herzien. Dit zijn zeker geen perfecte films. Op filmisch gebied zijn de special effects duidelijk alweer gedateerd, maar het grootste probleem is de bron. In deze film komt het verhaal maar moeizaam op gang en dat terwijl de film al het nodige uit het eerste boek van de trilogie snijdt, zoals Tom Bombadil. We zijn uiteindelijk halverwege de film wanneer "the fellowship" waarnaar de film en het eerste boek genoemd zijn gevormd wordt. In de introductie had wat mij betreft dus nog wel wat meer gesneden mogen worden. Maar goed: one does not simply ignore the plot of the books when one makes a movie version of the Lord of the Rings. De fans van de boeken zouden dat nooit accepteren, terwijl er al heel wat kritiek was destijds op het weglaten van bijvoorbeeld Tom Bombadil. Niet door mij, ik heb ondanks de gebreken een duidelijke voorkeur voor de films want ik vond die boeken bijna niet doorheen te komen, ik ben duidelijk ook geen fan van de literaire stijl van Tolkien.

De film is wel duidelijk met liefde voor het bronmateriaal gemaakt. Acteerwerk is overigens in orde. De de soundtrack is verder fraai, maar het hoofdthema wordt te vaak herhaald. Iets meer variatie had best gemogen, waardoor ik uiteindelijk op 2,5* uitkom.

Lord of the Rings: The Return of the King, The (2003)

Deze film lijdt een beetje aan hetzelfde probleem als het eerste deel uit de trilogie, maar waar daar de inleiding maar moeizaam op gang komt, is het hier dat nadat de ring eindelijk vernietigd is en de belangrijkste spanningsboog afgehandeld is, het lang duurt voordat het daadwerkelijk aan een einde komt.

De film duurt dus lang, waarbij de uitgesponnen gevechten weinig helpen. Ik blijf het spookleger een zwaktebod vinden. De schrijver mag het geschreven hebben, maar de wijze waarop het in de film uitgebeeld wordt voelt toch een beetje aan alsof Jerommeke uit Suske en Wiske op komt dagen. De tegenstander kan wel inpakken, want hij is toch onoverwinnelijk. Verder een aantal nutteloze momenten met Tyler om de screentime van vrouwen maar te vergroten. Niettemin leefte mijn vriendin, die deze film met veel tegenzin meekeek, heel eventjes op bij de zoenscène van Tyler en Mortensen: "he already approached her with his mouth open!".

Het is aardig dat dit verhaal verfilmd is, en over het algemeen is het met veel aandacht gedaan (ook al zijn de special effects redelijk verouderd), maar er zitten gewoon beperkingen aan, wat ook aan het bronmateriaal ligt. Ondanks de haken en ogen aan deze films zitten, geef ik er de voorkeur aan boven de boeken, die ik slecht geschreven vind. Het grote verhaal is weliswaar interessant, maar Tolkiens stijl ligt me gewoon niet. Veel elementen zijn ook uit Wagners opera tetralogie Der Ring des Nibelungen gehaald (een ring van almacht die vernietigd moet worden en wiens drager vervloekt is, een dwergachtig wezen dat hem bemachtigd en kwijtraakt, de raadselspelletjes en het doden van een draak die een schat bewaakt (uit de Hobbit), een broedermoord om de ring te bemachtigen (neven bij Tolkien), een gebroken zwaard dat opnieuw gesmeden dient te worden, onzichtbaarheid (door de ring bij Tolkien en door een hoed bij Wagner), een machtige zwerver met een staf (Gandalf bij Tolkien, Wotan bij Wagner). Tolkien zei: "de enige overeenkomst is dat beide ringen rond zijn", maar daar maakte hij zich wel erg makkelijk mee af.

Wel is de wereld van Tolkien wel veel dieper uitgewerkt dan die van Wagner, die zich natuurlijk daarnaast ook op de muziek richtte. Voor beiden gold dat hun werk een kritiek op industrialisatie en de focus op macht en geld was. Bij Tolkien spelen ook zijn ervaringen in de Eerste Wereldoorlog mee. Aan het einde van de film heb je toch het idee dat de hobbits in een gat vallen na al hun ervaringen, en Frodo lijkt zelfs PTSS te hebben. Het is de vraag in welke mate Tolkiens ervaringen daadwerkelijk invloed op het verhaal hebben gehad. Om eerlijk te zijn, van de negen leden van de het genootschap van de ring gaat er maar één dood, en dat is gelijk de minst sympathieke.

Uiteindelijk blijft het tweede deel (net als bij de originele Star Wars trilogie) het meest boeiend omdat je daar direct in de actie zit en daar ook tot het einde toe in blijft. Wil ik één deel van Lord of de Rings zien, dan kies ik altijd voor het tweede deel. Dit deel krijg dan ook dezelfde waardering als het eerste: 2,5*.

Lord of the Rings: The Two Towers, The (2002)

Voor mij juist het beste deel van de trilogie. Het eerste deel zit met een lange inleiding, het laatste deel juist met een lange epiloog. Het tempo in deze film is daarentegen nonstop hoog en dat is prettig. Verder ook hier een flinke filmslag zonder rare fratsen zoals het spookleger in het laatste deel, wat toch een beetje als een deus ex-machina aanvoelt.. Wel dezelfde kritiek op het audiovisuele aspect: de effecten ogen verouderd en de muziek is erg repetitief. Maar als ik zin heb in Lord of the Rings, maar geen zin in de hele trilogie zal ik altijd deze film opzetten. Toch een beetje het The Empire Strikes Back van deze trilogie. 3*.

Lost Daughter, The (2021)

Meh. De titel is een beetje een raadsel. Gezien de hoofdrolspeelster ook in The Father voorkomt dacht ik eerst ook niet al te serieus aan een mogelijk verband met die film. Dat is er niet en uiteindelijk blijft het een raadsel voor me, want geen dochter is (langdurig) zoek; het lijkt eerder om een moeder te gaan die geestelijk zoek is. Het schept in ieder geval verwachtingen die niet waargemaakt worden.

Ik begrijp dat de hoofdpersone teleurgesteld is over het moederschap, maar toch handelt ze zo irrationeel dat ik nauwelijks een band met haar krijg. Uiteindelijk lijkt de film veel inhoud te suggereren, maar ik kan die inhoud uiteindelijk nauwelijks daadwerkelijk terugvinden. Wellicht wijst dit op een gebrek aan intelligentie van mijn kant, maar ik geloof dat een film zichzelf duidelijk moet kunnen maken zonder het zien van interviews met regisseur of het lezen van achtergronden, recensies of een boek waarop het gebaseerd. En daarin faalt deze film.

Toch nog een ster extra voor de broeierige atmosfeer, maar meer dan 1,5* kan ik hier niet aan kwijt.

Lost in Translation (2003)

Afgelopen jaar ben ik zelf in Japan geweest, en dat zorgt voor gemengde gevoelens bij deze herziening.

De blik op Japan en Tokio in het bijzonder is behoorlijk oppervlakkig, met als resultaat dat veel hotspots in beeld komen, wat natuurlijk een feest van herkenning is. Veel Shinjuku, maar ook het iconische kruispunt in Shibuya. Een kort uitstapje naar Kioto, waar onder andere de Heian schrijn voorbij komt, inclusief tuin waar Johansson over de stenen door de vijver kan loopt. De Fushimi Inari-taisha, de schrijn van tienduizend torii (poorten) komt ook voorbij, al wordt er niet onder de poorten doorgelopen. En ook ik heb een karaoke-ervaring opgedaan, en ben naar een arcadehal geweest die gevuld was met jongeren die duidelijk iets te vaak daar komen omdat ze de games iets te goed kunnen spelen.

Japan heeft zijn eigenaardigheden, maar de mensen die ik er heb leren kennen komen zeker niet uit een compleet andere wereld. Dat is de andere kant van de oppervlakkige blik op Japan in deze film, het wordt allemaal wel erg dik aangezet. Die filmregisseur, de fotosessie, de lip my stockings dame. Het zal allemaal hun wortels in de werkelijkheid hebben, maar het is allemaal teveel in te weinig tijd.

Het helpt ook totaal niet dat de hoofdpersonen vanwege hun existentiële problemen nauwelijks oog voor de andere cultuur lijken te hebben. En dat doet de hoofdpersonages ook niet veel goeds. Immers, het lijkt dat van beiden de huwelijken zwaar weer doormaken vanwege de oppervlakkigheid en desinteresse van de partner, maar zelfs komen ze hierdoor ook vrij oppervlakkig en gedesinteresseerd over. Jammer, want de ontmoeting tussen beiden op zich wel interessant, en komt oprecht over.

De rol voor Murray schijnt speciaal voor hem geschreven te zijn, en dat valt er wel uit af te lezen. Het is niet de eerste keer dat ik hem een cynische personage, maar niet zonder charme, heb zien spelen. Met het personage van Johansson heb ik wat minder moeite, zij lijkt wat minder cynisch te zijn, en Johansson zet het personage ook behoorlijk overtuigend neer.

Visueel wordt er in tegenstelling tot veel andere films die zich duidelijk op het verhaal richten tenminste iets geprobeerd. Met name lijkt er veel gewerkt te worden met reflectie van lichten in de ruiten, en dat is best aardig gedaan. Maar dit zijn helaas slechts momentopnamen, grote gedeelten is het vooral registrerend. Muziek is wel aardig, weliswaar over het algemeen niet mainstream, maar wel overbekend voor de mensen in het alternatieve circuit. Het ligt ook mij wel prettig in de oren.

Duidelijk dus niet de ultieme Japan-experience film, daarvoor moet je toch in Japan zelf zijn. Wat minder gedesinteresseerde personages had zeker de film ten goede kunnen komen, net als wat meer doorlopende aandacht voor de beelden. 2*.

Lou Xia De Fang Ke (2016)

Alternatieve titel: The Tenants Downstairs

Stel je Amélie voor, maar dan een zeer fucked up versie die weliswaar ook de mensen om haar heen fundamenteel beïnvloed, maar dan vooral door hun levens te vergallen.

De meeste woningeigenaars hebben als doel om geld uit hun huurders te slaan. De hoofdpersoon hier is echter meer geïnteresseerd in het manipuleren van zijn bewoners en gaat daarin erg ver. Zo zet hij een perfect stel (de homofielen) tegen elkaar op, en zet hij zijn bewoners aan tot verkrachting, moord, kannibalisme en het ontwikkelen van pedoseksuele gevoelens. Vooral het laatste vond ik erg schokkend, maar goede kunst is soms shockerend en de uitwerking is uitmuntend. Met name hoe hij iedereen in een web weet te spannen waarbij de ene uitgelokte daad gebruikt kan worden ter manipulatie van iemand anders. Met andere worden, de hoofdpersoon is zowel bijzonder intrigerend als een bijzondere intrigant.

Wat jammer dan dat de film tegen het einde als een nachtkaars uitgaat wanneer de verklaring voor zijn gedrag gegeven wordt. Ik ben het volledig eens met de vorige reviews dat het afbraak aan het karakter van de hoofdpersoon doet. Het doet echter geen afbreuk aan de geweldige prestatie van hoofdrolspeler Yam. Yu-Wei Shao, die de dame in het wit speelt, is ook al hierboven genoemd en terecht want alleen al haar creepy glimlach is geweldig. En inderdaad ook leuk om Kang-sheng Lee terug te zien in een rol waarin hij veel meer spreektijd heeft dan in de Tsai films.

Visueel niet grensverleggend, maar wel erg strak met af en toe erg mooie momenten. De soundtrack is minder avontuurlijk met een nadruk op klassiek zoals de Jazz Suite Nr. 2 van Sjostakovitsj en Beethovens negende symfonie, maar omdat ik van klassiek hou, is dat nauwelijks een bezwaar.

Zeer goed op het einde na dus. Niettemin komt het vaker voor dat een film of een boek of soms een muziekstuk geweldig is op het einde na. De verleiding om op grond van dat einde de film een stuk lager te beoordelen dan wat ik halverwege zou inschatten weersta ik, want het grootste gedeelte van de tijd was de kijkervaring geweldig. 4*.

Love (2015)

Een film waar ik al tijden naar uitkeek, en die alleen maar kon tegenvallen. Inderdaad niet helemaal wat ik ervan hoopte, maar het is zeker een bijzondere ervaring. Stel je het einde van Irréversible voor, alleen dan veel langer uitgesponnen, veel explicieter en veel intenser, zonder dat je er als kijker echt zelf van opgewonden raakt. Dat is toch wel bijzonder.

De niet-chronologische uiteenrafeling van de relatie van de hoofdpersonen aan de hand van flashbacks is an sich aardig om te volgen, al voelt het recept erg bekend aan. Het drama werkt alleen niet heel erg goed. Deels omdat de acteurs niet al te best zijn, met name als er tegen elkaar geschreeuwd wordt, maar ook deels omdat de mannelijke hoofdpersoon - uit wiens oogpunt het verhaal gevolgd wordt - eigenlijk best wel een lompe domme eikel is.

Visueel wordt er minder uitgepakt. Wat ook opvalt, is dat Noé op twee gedachten lijkt te hinken wat 2D/3D betreft. Veel onscherpe achtergronden, wat je in 2D vaak graag wilt hebben, maar in 3D juist helemaal niet. Wellicht heeft hij toch vooral een 2D versie in het achterhoofd, veel bijzondere 3D-effecten had de film ook niet, met als uitzonderingen de discoscène en met name de golden shower, die het publiek over zich heen kreeg. Nog nooit in real life ervaren, ook geen behoefte aan, maar zo in de bioscoop was het best een interessante ervaring.

Muzikaal sterk, soms behoorlijk hypnotiserend, en ook behoorlijk variërend. Van rock naar elektronisch tot klassiek. Wel moet ik zeggen dat ik de aria uit Goldbergvariaties van Bach, en met name het gebruik van Gymnopédies en Gnossiennes van Satie enigszins clichématig begin te vinden. Maar passend is het wel.

Bijzonder, maar zeker niet het beste werk van Noé. 3,5*.