- Home
- Black Math
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Y Tu Mamá También (2001)
Alternatieve titel: And Your Mama Too
Ik ben het in grote mate eens met het bovenstaande bericht. Deze film heeft iets teveel last van teveel hormonen. Of misschien heb ik momenteel wel last van te weinig hormonen, wie zal het zeggen. In ieder geval had de focus wat mij betreft wel wat meer op de persoonlijkheden mogen liggen in plaats van op seks, wat wel overvloedig in de film voorkomt. Maar goed, veel tieners hebben wellicht meer hormonen dan persoonlijkheid en dan is zo'n plot misschien wel logisch. Maar aan mij is het helaas niet besteed. De kunstgreep aan het einde om een diepere laag te suggereren kon het ook niet meer redden.
Verder een roadmovie, maar visueel wordt daar helaas maar bar weinig mee gedaan. Sommige locaties zijn gewoon minder mooi dan de andere. Misschien daar dan ook niet filmen, maar dan nog had er veel meer mee gedaan kunnen worden dan er nu is gedaan. En dat geldt ook voor de mooiere locaties.
1,5*.
Yabu no Naka no Kuroneko (1968)
Alternatieve titel: Black Cat from the Grove
Ik geloof dat ik beavis mag bedanken voor het expliciet wijzen op Shindo als regisseur die mogelijk interessant voor me is. Na Onibaba de tweede film die ik zie, en inderdaad wederom visueel erg mooi. Ook hier weer veel sterke contrasten, waarbij de lichtval zo gekozen wordt dat er iemand sterk uitgelicht wordt. Maar ook prachtig spel tussen enerzijds de wind en anderzijds sluiers, gewaden en of rook. En altijd gepaard met die prachtige lichtval. Ik geloof dat ik als enige kritiek kan uiten dat het niet altijd helemaal haarscherp is waar het moet zijn, ook bij bepaalde close-ups van bijvoorbeeld de kat.
Ook een fijne soundtrack. Behoorlijk sfeervol, zowel op de momenten van rust als tijdens de spannende momenten. Opvallend: op een bepaald moment deed de muziek me een beetje denken aan die van Tenshi no Tamago, te weten tijdens de liefdescène.
Het verhaal vond ik niet al te diepgravend, gewoon een aardig kaidan verhaal, dat weet te vermaken, al sleept het op een gegeven moment een beetje. De belangrijkste kracht van de film ligt uiteindelijk vooral in de sfeer en het visuele aspect, en weet daarmee meer dan genoeg te bekoren. Als geheel uiteindelijk een tikkeltje minder dan Onibaba, daarom een halfje minder. 3,5*.
Yangguang Puzhao (2019)
Alternatieve titel: A Sun
Leuk dat zoiets op Netflix staat. Wel voelt het wat commerciëler aan dan vorige films van de regisseurs. Wat meer plotgericht, wat minder dromerig. De beelden lijken ook wat zakelijker te zijn, wat minder ruimte voor echt mooie beelden. Muzikaal in orde, al vond ik de muziek tijdens enkele dramatische scenes iets teveel aanwezig. Niet aanwezig in een overdramatische manier, maar die scènes hadden net wat sterker kunnen zijn als men muzikaal wat meer gas terug had genomen. Ja en de tijdsduur, die had van mij toch iets korter gemogen. Al met al kom ik op 3,5* uit.
Yao A Yao, Yao Dao Wai Po Qiao (1995)
Alternatieve titel: Shanghai Triad
Na Raise the Red Lantern mijn tweede Zhang en deze viel zeker niet tegen. Audiovisueel ook weer erg mooi, maar verliest het wat mij betreft wel van eerstgenoemde film.
In tegenstelling tot Wibro vond ik de scènes in Shanghai juist minder dan de tweede helft op het eiland. De beelden leken me enigszins wazig, maar dat komt misschien doordat ik niet echt een versie van hoge kwaliteit heb gezien. Fijn om het bericht van starbright boy te lezen, de DVD zal dan ook binnenkort besteld worden. Ook werd er meer met de camera bewogen in vergelijking met Raise the Red Lantern, en daar moest ik duidelijk aan wennen. Het maakt het geheel wat minder rustig.
Het gedeelte op het eiland beviel me beter, vooral de blauwe shots in het donker vond ik erg mooi, maar vooral het shot van de twee boten, waarvan één in de weerspiegeling van het zonlicht, vond ik schitterend. Wellicht het mooiste shot van de film.
Wat was dat meisje A Jiao trouwens prachtig.
De soundtrack was sterk, maar ook wat minder dan die van Raise the Red Lantern, die traditioneler klonk, wat ik ook bijzonderder vond.
Uiteindelijk hebben de puntjes die ik aanstipte weinig kunnen ergeren. Ik heb dan ook behoorlijk kunnen genieten en de film verveelde dan ook geen moment. 4,5*..
Die Uncle Six klonk overigens wel erg als die City Wok chinees uit South Park.
Yasaeng Dongmul Bohoguyeog (1996)
Alternatieve titel: Wild Animals
Een wat gepolijstere film vergeleken met Kims vorige, maar bevat desondanks naar mijn smaak wat minder memorabele shots. Ik vond het einde wel mooi met al het bloed wat wegspoelt en ook de shots in de peepshow waren aardig, de reflectie op het glas werkt als een soort overlay wat een mooi shot geeft met de aanwezige belichting. Voor de rest was het grotendeels niveau tv-film wat mij betreft.
Vond ik in Ag-o al dat de mensen relatief veel praten voor een film van Kim Ki-duk, dat is hier niet veel veranderd. Zal ook wel aan de ongewone locatie Parijs liggen. Best wel interessant de verwikkelingen, maar ik heb het idee dat het een stuk compacter had gemogen. Op een gegeven moment waren de karakters en hun motieven wel duidelijk, en dan voelen extra scènes om de karakters verder uit te diepen aan als overbodig en saai. Ik moet trouwens zeggen dat het me verbaasd hoe mooi een witgeschilderde dame kan zijn. Vooral als ze er gewone kleding bij draagt, dat geeft nog meer het gevoel van een standbeeld dat tot leven is gekomen.
Een pijnpuntje is de soundtrack. Was die in Ag-o nog gewoon nietszeggend, hier was het af en toe melig en af en toe overdreven dramatisch.
Kan nog zeker niet tippen aan het latere werk van Kim, maar zeker interessant om eens gezien te hebben. 2,5*.
Yau Doh Lung Fu Bong (2004)
Alternatieve titel: Throw Down
Een beetje dezelfde problemen als Insignificance. Het ziet er allemaal verzorgd uit, het sfeertje is wel aangenaam, maar het weet zelden te imponeren, en het verhaaltje is te warrig en de personages komen te weinig tot leven om echt te boeien. Ik kon m'n aandacht er maar matig bij houden.
De ballonscène wordt hier vaker genoemd, dat was wat mij betreft het hoogtepunt van de film, voor de rest zijn de beroving in de speelhal, enkele gevechten, en het geld dat over straat dwarrelt wel aardig, maar ik had er iets meer van verwacht. Evengoed nog altijd stijlvoller dan het gros van de films. 3*.
Ye Yan (2006)
Alternatieve titel: The Banquet
De vergelijkingen met Hero deden mij besluiten deze film te zien, met hoop op de overtreffende trap. Die komt er niet, sterker nog, ik vind hem minder. Hero speelde wat mij betreft meer met kleuren van decors en kostuums. Hier waren de decors binnen het paleis wel kleurrijker, maar wel veel zwarte kostuums gezien. Verder heel mooi opgenomen, maar ook hier heb ik het idee dat Hero net was subtieler is. Wel wint deze film het met de soundtrack, die ik bij Hero matig vond.
Ondanks de kritiek erg kunnen genieten. Hero kreeg 4,5*, deze krijgt 4*.
Yedinci Kogustaki Mucize (2019)
Alternatieve titel: Miracle in Cell No. 7
Een film met ontroerende momenten, maar het einde met de wisseltruc is te mooi om waar te zijn, het komt allemaal net te goed uit met zo'n celmaat die dood wil. Je gunt de hoofdpersoon natuurlijk het leven, maar na afloop voelt het voor mij een beetje aan alsof hij had moeten sterven omwille van het drama. Of zoals mijn vriendin zei: "Waarom hebben ze er nou ineens een sprookje van gemaakt? Nu heb ik voor niets zitten huilen."
Maar goed, afgezien van het einde dus redelijk ontroerend, al gaat de dramatiek van de muziek vaak richting maximum tijdens de dramatische scènes en daar heb ik altijd een hekel aan. Verder goed geacteerd, met name de acteurs die vader en dochter spelen, er is zeker sprake van chemie, wat de film natuurlijk ten goede komt.
Kennelijk een remake van een Zuid-Koreaanse film, die wat meer komische elementen heeft. Om die reden ga ik het origineel niet uit te weg, wellicht dat die film net een wat betere toon treft, waardoor het einde beter past. Wel is de vraag of die film net zo hoog scoort wat betreft de schitterende omgeving. Duidelijk één van de sterkste pluspunten van deze film is, al had er wellicht nog wel wat meer mee gedaan kunnen worden. 2,5*.
Yes Day (2021)
Erg slecht, vanwege de erg matige dialogen en vooral de enorm flauwe grappen. Bepaalde gebeurtenissen zie je mijlenver van te voren aankomen zoals dat dochter zich slecht op haar gemak op het festival zal voelen en dat moeder haar zal redden. Wat eindigt met een slijmerig optreden. Verder duikt degene die het idee "yes day" introduceert om de haverklap op, en bazelt wat. Geen idee wat zijn rol precies is of moet voorstellen, maar hij voelt erg misplaatst aan. Al geldt dat eigenlijk voor alles in deze film. 0,5*.
Yes, God, Yes (2019)
Interessant, maar niet geweldig. Zoals gezegd is dit a coming of age film waarbij seksualiteit ontdekt wordt in een nogal zwaar katholieke omgeving waarin seks alleen toegestaan is binnen het huwelijk en ook alleen maar met voortplanting als doel. En waar natuurlijk de grootste deugmensen de grootste hypocrieten blijken te zijn. De hoofdpersone is uiteindelijk vrij onschuldig. Het enige wat ze doet is masturberen, terwijl de film natuurlijk uitnodigt tot grotere 'uitspattingen'. Wel aardig is hoe ze uiteindelijk de pastoor op z'n plek zet. Maar uiteindelijk voelt het allemaal iets te gemakkelijk aan, het 'schuurt' te weinig. 2*.
Yi Dai Zong Shi (2013)
Alternatieve titel: The Grandmaster
Na het herzien van Hero en het ophogen naar het maximum, kon een herziening van deze film, die ik destijds minstens zo fraai vond als Hero niet uitblijven.
Ergens was het verrassend dat Wong, die ik toch vooral associeer met films over tragische liefdes, besloten heeft om een wushufilm te maken, aan de andere kant had hij ook al Ashes of Time op zijn naam staan, dus zo apart is het ook weer niet. In ieder geval is dit best of both worlds. De actie is schitterend, terwijl de atmosfeer nog steeds de typische Wong mix van nostalgie en tragiek is.
Visueel ook deze keer weer overweldigend. De scènes zonder actie zijn typisch voor Wong met veel beelden via spiegels of door glas waardoor het beeld gebroken wordt en je alles dubbel ziet. De gevechtsscènes zijn ook schitterend, net ballet met veel slow motion en close up beelden, met als hoogtepunten het gevecht op het station - sowieso heb ik een zwak voor stoomlocomotieven - en het gevecht tussen Zhang en Leung, met name het moment in slow motion waarbij hun gezichten langs elkaar bewegen en waarbij zonder iets te zeggen zoveel gezegd wordt. Het ultieme moment waarin actie en liefde samenkomen, heel erg fraai.
Het enige nadeel aan de film is dat het plot wat minder coherent is. De titel is The Grandmaster in enkelvoud en slaat op Ip Man, maar het is het karakter Gong Er gespeeld door Zhang dat de meeste screentime lijkt te hebben. Er worden dus meerdere kung fu meesters gevolgd, en de oorspronkelijke titel was dan ook The Grandmasters, in meervoud dus, maar helaas komt in de huidige versie niet iedereen even prominent naar voren, en dat maakt het niet altijd even makkelijk om het verhaal te volgen.
Wong schijnt overigens in totaal voor vier uur aan filmmateriaal te hebben. Wellicht dat er ooit nog een director's cut komt waarin meer aandacht is voor bijvoorbeeld The Razor, die nu wel erg onderbelicht is, maar Wong heeft zelf in interviews verklaart dat hij met de huidige versie eigenlijk alles wel gezegd heeft wat hij wilde zeggen, en tevreden is met de huidige titel omdat uiteindelijk alleen Ip Man zijn vaardigheden doorgeeft en dus de enige Grandmaster is.
Tenslotte een vergelijk met andere films. Allereerst de Ip Man films met Donnie Yen, waarvan The Grandmaster helemaal los staat. Ik ben geen kung fu expert, maar ik heb het idee dat de films met Yen die Wing Chun stijl van Ip Man wat meer prominent in beeld brengt, maar visueel minder sterk is en wat plot betreft naar melodrama neigt, terwijl het drama in The Grandmaster perfect in balans is.
Voordat ik The Grandmaster zag, was Hero mijn absolute favoriet onder de martial arts films. De herziening en ophoging naar het maximum van die film was ook de reden voor de herziening van deze film. Ik kan niet echt zeggen welke film ik nu mooier vind. Hero is duidelijk kleurrijker, de gevechten maken veel meer gebruik van het touw- en zweefwerk, wat logisch is, want die film is veel minder in de realiteit geworteld dan The Grandmaster, die minstens net zo fraai is, maar anders, minder recht in je gezicht, meer op subtiele wijze.
Oorspronkelijk had ik gepland deze film pas te herzien na het uitbrengen van een director's cut, waarvan de komst dus onzeker is, maar die mijn grootste bezwaar bij deze film, namelijk dat sommige personages onderbelicht zijn, zou wegnemen. Niettemin heb ik meerdere films met een wat minder coherent plot het maximum uitgedeeld, en bovendien blijft dit een unieke film met behalve prachtig gestileerde gevechten ook de nodige inhoud heeft, en die combinatie is bijzonder zeldzaam. Het absolute hoogtepunt uit Wongs oeuvre, en dus een ophoging naar het maximum. 5*.
Yi Ge Ren De Wu Lin (2014)
Alternatieve titel: Kung Fu Jungle
Ik heb vaak een voorkeur voor een historische setting wat betreft martial arts films, maar dit was duidelijk ook aardig. Het begint een beetje als een soort martial arts versie van Se7en, maar gelukkig ligt hier de focus meer op de gevechten en die zijn zeker de moeite waard.
Het verhaal is natuurlijk een beetje vergezocht en er is ook wat geforceerd drama rondom de vrouw van de hoofdpersoon, maar erg storen doet het niet. Grootste minpuntje is de muziek die niet veel bijdraagt en soms iets te dramatisch klinkt. Maar verder vooral aardig vermaak. 3,5*.
Yi Lu Shun Feng (2016)
Alternatieve titel: Godspeed
Inderdaad wat minder dan de vorige films, maar evengoed leuk. Het is zeker geen komedie, maar de vleugjes droge humor werken erg goed (waar er genoeg drama's met wat humor zijn, waar de humor juist misplaatst voelt).
Het duurt even voordat het verhaal op de rails ligt, maar dan loopt het ook gladjes. De relatie tussen drugsdealer en taxichauffeur vormt de hoofdmoot van de film. Met name de chauffeur is een interessant personage, vrij apart, maar wel het personage dat uiteindelijk het meest van zijn ziel blootlegt. Naast de humor, en de soms harde momenten, dus ook zeker de nodige emotie, de film biedt van alles wel zonder op één van die vlakken in te zakken.
Visueel bij vlagen weer erg mooi, al staat me bij dat de voorgangers visueel net wat meer te bieden hadden. Ook muzikaal mooi, af en toe ouderwetse Chinese muziek (en ook een dito Japans nummertje), en met ouderwets bedoel ik dat het klinkt als van halverwege de vorige eeuw. Dat kan erg oubollig zijn, maar hier viel dat wel mee.
Uiteindelijk 4* net als voorganger Soul, maar in tegenstelling tot Soul een magere.
Yi Sa Bui Lai (2006)
Alternatieve titel: Isabella
Isabella stond al erg lang op mijn kijklijstje. Het goede komt soms laat, want het blijkt een prachtige film te zijn. Erg mooi en kleurrijk opgenomen, en ook ik vond de soundtrack heel erg bijzonder. Prachtig subtiele muziek, hoofdzakelijk met gitaar en strijkers, maar soms moest ik ook wel een beetje aan Amélie denken als de accordeon en de vibrafoon voorbijkwamen. De soundtrack nodigt echt uit om ook los van de film beluisterd te worden, en ik weet echt zeker dat ik dan deze film nog mooier ga vinden bij een herziening omdat de muziek dan nog veel vertrouwder aanvoelt.
Qua plot had ik even nodig om in de film te komen, maar dan wordt ons ook een mooi drama voorgeschoteld, dat goed overkomt mede dankzij de chemie tussen de acteurs. Met name Isabella Leong steelt wat mij de show, en niet alleen omdat het zo'n mooi meisje is. De scène waarin ze gaat meezingen met het liedje kwam bijvoorbeeld heel erg sterk op me over, maar ook het geniepige lachje nadat ze de boel heeft ondergekotst was prachtig. Verdere scènes die me aanspraken waren de vuurtorenscène en de scène waarin ze oefenen met het kapotslaan van flessen. Die laatste was erg aanstekelijk, kreeg haast zin om ook flessen kapot te slaan.
Het enige dat een beetje irriteert is de taal. Ik vind Kantonees gewoon een ontzettende zeurtaal. Maar goed, de taal ligt vast met de keuze van de locatie, en zoveel last heb ik er ook niet van gehad.
Al met al een erg fijne ervaring. Zit een beetje tussen 4* en 4,5* in, maar met mijn eerdere opmerking over de muziek in het achterhoofd ga ik toch voor het laatste.
Ying (2018)
Alternatieve titel: Shadow
Heel erg gaaf. De keuze van Zhang om een monochromatische film te maken vind ik eigenlijk helemaal niet zo verrassend. Hero is in een bepaald opzicht ook monochromatisch, alleen de kleur die domineert varieert per hoofdstuk. Hier zijn dus zwart en wit dominant.
De naam Hero is al gevallen en is de film waarmee Shadow het beste vergeleken kan worden. Beide films hebben het één en ander met elkaar gemeen: schitterende scènes met slowmotion beelden in de regen, vechtscènes die eerder op ballet lijken dan op gevechten, een sfeervolle soundtrack met traditionele instrumenten, en dus een prachtige monocromatische stilering, al varieert hier dus de kleur niet per hoofdstuk, en tenslotte een soortgelijk plot met plannen achter plannen.
Net als bij Hero ligt de focus wel meer op de stilering dan op het plot; het is visueel dan ook een waar genot. Toch spreekt een dergelijk plot me ook bij deze film best aan, dit soort intriges zijn kennelijk wel aan mij besteed. Ik denk dat Zhang bij mij net de sweet spot weet te raken in de verhouding tussen style en substance in deze film en in Hero.
Een kanttekening aan deze film is iets wat ik eerder deze week ook met Climax van Noé had ervaren: het gevoel dat de regisseur eigenlijk in herhalingen valt en de blauwdruk van een eerdere geweldige film volgt. Het resultaat is wel een geweldige film die enorm in mijn straatje valt, dus ik wil er niet teveel over klagen. 4,5*.
Ying Xiong (2002)
Alternatieve titel: Hero
Herzien.
Vijftien jaar na het uitbrengen van de film blijft Hero visueel nog steeds één van de mooiste films die ik heb gezien. Zet de film stil op welk willekeurig moment dan ook, en het resultaat is een prachtige foto. Voor de scènes in de open lucht zijn schitterende natuurlocaties gekozen. De scènes binnen zijn zeer fraai gestileerd met veel aandacht voor kleur en symmetrie. Sowieso is de kadrering zeer sterk. Verder vallen de close ups in slow motion van bijvoorbeeld druppelend water op.
Zoals gezegd is het spel met kleuren erg bijzonder. In vrijwel elk hoofdstuk zijn zowel de omgeving als de kostuums in dezelfde kleur, met als enige uitzondering de prachtige gevechtsscène tussen de dwarrelende bladeren, die geel zijn, terwijl de kostuums rood zijn, maar waarvan de kleuren ook in rood veranderen zodra één van de vechtende het loodje heeft gelegd. Heel fraai, ook qua symboliek.
De actie is ook subliem. Hoogtepunt qua kunsten is het gevecht tussen mijn favoriete martial arts acteurs Jet Li en Donnie Yen, dit is de scène met het druppelende water. De overige gevechten zijn qua stilering minstens zo fraai. De bladerscène is al genoemd, maar ook de scène op het meer is prachtig. Wire-fu, dus veel gezweef, maar sowieso voelt de film meer aan als een vertelling van een legende dan van echte geschiedenis.
Het plot is nog steeds best interessant met de nodige twists zoals in Rashômon. De conclusie van de film is vrij dubieus. Laten we het erop houden dat het politbureau duidelijk z'n stempel van goedkeuring op deze film heeft gezet. Zoals in mijn eerdere bericht gezegd, het speelt zich niet af in het China van Mao, waardoor het voor mij er niet dusdanig dik bovenop ligt dat het me ergert, maar ik kan me voorstellen dat een hoop mensen meer moeite hebben met de boodschap van de film.
De vorige kijkbeurt hield de muziek me van het uitdelen van de volle mep. Ook deze keer vond ik de muziek niet briljant, soms iets wat nadrukkelijk aanwezig, maar het ergerde met een stuk minder. Tijdens de gevechtsscène tussen Li en Yen was het zelfs erg fraai. Daarom toch de ophoging naar het maximum. 5*.
Yip Man (2008)
Alternatieve titel: Ip Man
Stoere film. Ik kijk niet heel vaak actie, en ik ben deze vooral gaan kijken met in gedachte dat de nieuwste film van Wong Kar-wai ook over Ip Man zal gaan, maar ik ben er zeker niet vies van. Zeker Chinese actiefilms doen het goed bij mij met als absolute uitschieter Hero, dus het kan geen kwaad om ze eens wat vaker op te zoeken.
Ip Man stelt in ieder geval niet teleur. Wing Chun schijnt niet echt een mooie vechtstijl te zijn, maar vooral effectief. Dat is voor een gedeelte terug te zien in de film, want veel tegenstand heeft Ip Man niet. Gaat gewoon even lekker gaat knokken met 10 Japanners met slechts beurse vuisten na afloop en ook de eindbaas is redelijk snel geveld.. Ergens is dat een beetje jammer, want echt spannend wordt het zo niet. De effectiviteit gaat desondanks niet heel erg ten koste van de schoonheid van de gevechten. Toegegeven, niet zo mooi gechoreografeerd als in Hero, maar de gevechten zien er erg vloeiend uit en worden ook nog eens erg fraai in beeld gebracht.
Verhaaltje was niet echt vervelend, maar voelde toch een beetje overtrokken aan. De oorlog wordt vrij serieus uitgebeeld, maar hoe Ip Man er onverslaanbaar tussen loopt is dan weer verre van realistisch. Ik krijg er haast zo'n Inglourious Basterds gevoel bij. Niet heel erg sophisticated dus, maar who cares, het lijkt vooral een kapstok te zijn voor vette actie. Gevaar bij dit soort films is dat het verhaal in de weg gaat zitten, en af en toe neigt het naar melodrama, maar niet zo erg als in bijvoorbeeld Fearless. Veel storen doet het verhaal dus niet.
Ik heb begrepen dat de tweede Ip Man vooral meer van hetzelfde is en daarom niet zo heel erg boeiend als je deze net hebt gezien, maar ik ben er dusdanig enthousiast over dat het zomaar kan zijn dat ik het vervolg toch op vrij korte termijn ga kijken. Ook zat ik na afloop meteen veel op internet te lezen over Wing Chun, dat doet zo'n film dan toch maar. 4*.
Yip Man 2 (2010)
Alternatieve titel: Ip Man 2: Legend of the Grandmaster
Deel twee dus.
Ik had meer van hetzelfde verwacht, en in een zeker opzicht is dat het ook, maar de ervaring was totaal anders. Je hebt soms dat er een grens wordt opgezocht, maar zodra die grens wordt overschreden is er gelijk niets meer aan. Bijvoorbeeld met bepaalde zoetigheden, als je daar teveel van achter elkaar eet, is het gelijk helemaal niet meer lekker. Zo is het ook bij deze film. In het eerste deel werd al de grens van wat ik aan clichés kan verdragen opgezocht, maar hier gaat men er flink overheen. Met name de muziek tijdens de gevechten met de Engelse boxer was werkelijk tenenkrommend, en dan helpt het niet dat het er visueel misschien mooier uitziet dan in het eerste deel, ik erger me gewoon kapot. En dan heb ik het nog niet eens over het acteerwerk van de Engelsen, die alleen maar kunnen schreeuwen.
Sommigen noemen hier Rocky IV, die film heb ik niet gezien, maar de tweede helft van de film voelt inderdaad meer aan als een westerse boksfilm dan een Chinese martial artsfilm en dat vind ik jammer. Toch een ander sfeertje. De eerste helft van de film was overigens wel behoorlijk vermakelijk, met name de gevechten op de tafel zagen er gaaf uit.
Ik vraag me af of ik derde film nog ga kijken en niet meteen doorga naar die van Wong Kar-wai zodra die uitgekomen is. De derde wordt geloof ik toch als de minste van de drie beschouwd. Voor deze in ieder geval 2,5*.
Yip Man 3 (2015)
Alternatieve titel: Ip Man 3
Het Ip Man-universum begint wat doorgrondelijker te worden. De Yau-films, die ik (nog) niet heb gezien, blijken dus geen vervolg op de eerste twee films van Yen en Wilson te zijn; dat is deze. Dat die van Wong van deze serie lost staat was me al duidelijk. De Ip Man van Wong blijft wat mij betreft buitencategorie; een film die het martial arts genre overstijgt. Deze Ip Man 3 past meer in hetzelfde straatje als z'n voorgangers: wat directer, en voor zover ik het kan overzien, meer in overeenstemming met hoe de Wing Chun stijl er werkelijk uit ziet.
Het recept is weer hetzelfde. Een stel slechteriken aangevoerd door niet-Chinezen vermengt met familieperikelen en tragedie, waarbij het wel toevallig goed uitkomt dat het ene probleem opgelost is voordat het volgende zich aandient. Leuk dat Tyson meedoet, al is het maar omdat het interessant is hoe echte vechters het er in een film vanaf brengen. Ik vraag me af hoe Wing Chun zich in werkelijkheid met boksen verhoudt. Het gebrek aan traptechnieken bij boksen zou nog wel eens flink nadelig kunnen zijn.
Visueel leek het een upgrade te worden van de eerdere films. Een aantal fraaie slowmotionbeelden tijdens het begin, met name het water was fraai, maar daarna werd het toe weer net zo recht toe recht aan als in de eerdere films. Toch een beetje jammer. De gevechten zien er wel "aangenaam" uit, waarbij het ruitenmoment tijdens gevecht met Tyson toch weer erg fraai was. De muziek gaat ook verder wat ze gestopt was tijdens de eerdere delen: overdreven heroïsch. Jammer, maar het viel deze keer mee met hoe storend het was.
Uiteindelijk toch niet het beste deel uit deze Yen/Wilson reeks, maar ongeveer gelijkwaardig met het eerste. 4*.
Yoake Tsugeru Rû no Uta (2017)
Alternatieve titel: Lu over the Wall
Meer Ponyo dan typisch Yuasa.
Het personage Lu doet in ieder geval erg aan Ponyo denken, al ziet haar grijns (en die van haar vader!) er eerder uit als die van Totoro. Veel leentjebuur bij Miyazaki dus, al is de omgeving niet echt landelijk; eerder aan zee (hoewel dat ook bij Ponyo het geval is).
Verhaal is ook eerder Ghibli dan Yuasa, want allemaal erg onschuldig en lief, en nergens echt surreëel. Qua stijl afwijkend van de doorsnee anime, maar voor een film van Yuasa redelijk normaal ogend. De typische Yuasa elementen komen maar spaarzaam bovendrijven, namelijk bij het dansen, wat ik toch echt typisch iets voor hem vind, en in de flashbacks waarin de kleuren ineens van het scherm spatten.
Het eindresultaat is aardig, maar niet opzienbarend, waarbij de niet al te bijzonder gezongen liedjes niet meewerken. Deze film van Yuasa blijft daarom op 3,5* hangen, want van hem verwacht ik toch meer dan degelijkheid. Grote fans van Ponyo zullen zich er echter geen buil aan vallen!
Yokohama Kaidashi Kikou (1998)
Alternatieve titel: Yokohama Shopping Diary
Ik ben dol op dit soort anime. Er gebeurt niet veel, maar het heeft zo'n serene sfeer, dat het kijken een beetje als meditatie aanvoelt.
Het mag er soms een beetje ouderwets uitzien, en de animatie mag niet al te spetterend zijn, er valt nog steeds genoeg te genieten. Met name de kleurrijke luchten zijn, schitterend. En soms zelfs wat interessante details, zoals reflecties in zonnebrillen of lantaarnpalen van onderaf bekeken.
Misschien visueel net iets minder dan soortgelijke series (waar er wat mij betreft te weinig van zijn), maar wel ontdaan van alles wat onnodig is, waardoor het geheel wat meditatiever aanvoelt ten opzichte van die andere series. De laatste scene met de lichtjes van de verdronken stad (daar kijk je nu toch iets anders na nu Japan kampt met de gevolgen van de tsunami) was dusdanig wonderlijk dat ik graag 4* uitdeel.
Yomigaeri no Chi (2009)
Alternatieve titel: The Blood of Rebirth
Na Blue Spring maar snel ander werk van de regisseur gaan opzoeken. Dat deze als eerste aan bod kwam, komt vooral door de korte speelduur, want ik heb het niet zo erg op lange films.
En deze film laat zien waarom, want in nog geen anderhalf uur wordt je helemaal ondergedompeld in een trip die ik zelden heb meegemaakt. Het enige waaraan ik kan denken is August in the Water van Ishii, maar dit is toch anders.
De muziek is werkelijk fenomenaal. Sommige scènes hebben een heel zacht ambientachtig geluid, wat op zich al prachtig is, maar de hoofdmoot is toch de jamsessie-achtige rockmuziek die voor een surrealistische sfeer zorgen. De beelden blijven niet ver achter, met voor mij als hoogtepunt de scène waarin Terute vermoord wordt. Zelden een moord gezien die zo poëtisch was.
Ook de wederopstanding was geweldig, al was daar het enige plekje waar de muziek een beetje ging storen omdat twee verschillende akkoorden gedurende acht minuten me net iets te weinig was.
Het enige dat me van een hogere score afhoudt was dat sommige beelden toch iets te zwak belicht waren. Ik kijk wel uit naar het volgende project van Toyoda, want als hij zo verder gaat, liggen de 5* binnen handbereik.
Leuk btw om de dwerg, nu als priester, weer terug te zien.
4,5*.
Yoru no Shanghai (2007)
Alternatieve titel: The Longest Night in Shanghai
Ook bij deze film van Zhang Yibai weer weinig stemmen. Een aardige film, maar wel de minste van hem die ik tot nu heb gezien en dit komt vooral door het gebrek aan focus. Hier zijn met name de personages voor verantwoordelijk, want er zitten een aantal bij dat of niet bijster interessant is of gewoon irritant. Het is wat dat betreft terecht dat er vooral aandacht aan de taxichauffeuse en de cosmetica expert wordt besteed, toch de meest ronde karakters, waarbij er zeker sprake is van een mooie wisselwerking. Toch wel jammer van de andere personages, want Zhang bewees zelf al eerder in Spring Subway dat je best een film kan maken rondom een meerdere karakters zonder dat één of meer van hen inboet qua interessantheid.
Wat wel erg mooi was, waren de beelden, wat dat betreft stelt Zhang niet teleur. Hoogtepunt was wat mij betreft de scènes met de lippenstift op de autoruiten en de weg. Werkelijk prachtig, net als de shots waarin de lippenstift weer uitgewist wordt. Jammer is alleen dat de soundtrack een beetje achterloopt, iets te poppy naar mijn zin.
Lichtelijk teleurstellend dus vergeleken met ander werk van Zhang, maar toch zeker aangenaam bij tijd en wijle. 3,5*.
Yoru wa Mijikashi Arukeyo Otome (2017)
Alternatieve titel: The Night Is Short, Walk on Girl
Ik ben wel echt een fan van Yuasa, al is het maar omdat hij een zeer eigenzinnige stijl heeft en zijn werk vaak erg surrealistisch is, wat mij altijd erg goed smaakt. Mind Game vond ik geweldig en het is eigenlijk jammer dat hij zich met name op series toelegt, maar daar zitten dan ook een aantal pareltjes tussen zoals Kaiba en The Tatami Galaxy.
Deze laatste serie is net als The Night is Short, Walk on Girl gebaseerd op een boek van Morimi Tomihiko en niet geheel ontoevallig lijken de hoofdpersonen uit beide anime erg op elkaar, zowel qua uiterlijk als qua rol die ze in de respectievelijke verhalen spelen. Beide anime spelen in Kyoto, met name op de campus van de Universiteit van Kyoto. Ik heb zelf Kyoto bezocht, inclusief de campus, en kan niet anders concluderen dat beide anime onmiskenbaar Kyoto uitbeelden. Ik herken echter weinig specifieks, wat ook door de stijl komt die behoorlijk vervreemdend en surreëel is (wat ik dus alleen maar als een pluspunt zie).
In zekere zin is dit dus een beetje een filmversie van The Tatami Galaxy, maar alleen in zeer grote lijnen, want ondanks dat in beide anime de gebeurtenissen vervreemdend zijn, zijn ze verder wel echt verschillend. Het wijkt voldoende van elkaar af om toch beide fris aan te voelen. En behalve dat de stijl gaaf is, is de animatie in deze film ook spetterend om te zien. Wat me dan uiteindelijk weerhoudt om toch hoger dan 4* uit te delen zijn de liedjes in de film. Okee, ze hebben een functie in het verhaal, maar echt goed zijn ze niet. Niettemin is deze film over de hele linie een kleurrijk en maf feestje en dat is wat vooral blijft hangen.
You Hua Hao Hao Shuo (1997)
Alternatieve titel: Keep Cool
Toch wel erg leuk. Ik moet zeggen dat ik een beetje schrok van de visuele stijl van dit filmpje. Ik ben zoveel mooier gewend van Zhang, ik heb niet zoveel met dat chaotische als wat er gebeurt binnen de film zelf niet net zo hyperactief als de montage is. Ik zie hierboven in Onderhonds bericht de vergelijking met de vroege Wong Kar-Wai, waarvan ik alleen Chungking Express heb gezien, maar ik snap de vergelijking, en daar beviel de stijl me ook al niet om soortgelijke redenen. Toch spaarzaam wel aardige beelden, zoals in de disco, of als er met tafels gesmeten wordt. Daarentegen ging de lensflare in het restaurant op den duur wel irriteren, zo vaak als het te zien is.
Het plot weet ook het een en ander te redden, want ik moest wel lachen om die stotterende chinees die niet van zijn plannen af te houden is. Ik snap de genre-omschrijving drama niet zo, wat mij betreft is het gewoon pure komedie. Het heeft mij in ieder geval weten te vermaken. 3*.
You Only Live Twice (1967)
Alternatieve titel: Ian Fleming's You Only Live Twice
Een film die veel meer dan z'n voorgangers ingehaald lijkt te zijn door de tijd. Dat komt in de eerste plaats omdat er nogal wat special effects in zitten die er nu behoorlijk slecht uitzien. Veel blauwe schermen weer, maar met name de raketscènes en de ontploffende vulkaan zien er te nep voor woorden uit.
De setting is Japan, en we krijgen ook een kijkje in de cultuur: sumo, ninja's en een bruiloft, maar het voelt allemaal behoorlijk geforceerd aan. Hoezo is dat allemaal nodig voor een missie? En de Jappoplasty van Bond deed herinneringen aan de negro- en dolphinoplasty uit een South Park aflevering. Haast te belachelijk voor woorden.
Verder mogen we deze film een keer Blofeld van voren zien. Het gaat toch wel ten koste van de suspense, net als bij de ontmaskering van Darth Vader in Star Wars. Alleen die hand die de kat aait heeft wel wat, maar als je de man zelf ziet is het toch allemaal wat minder indrukwekkend.
Toch ook wel aardige dingen, met name de Little Nelly scène. Geen auto met fancy gadgets deze keer, maar een mini-helicopter. Leuk! Verder mogen de dames er ook wezen, en was de muziek ook beter dan in Thunderball. Het titellied vind ik best mooi, maar er moet wel gezegd worden dat het nummer zich minder leent als basis voor actiemuziek dan het nummer bij Goldfinger.
Uiteindelijk niet veel beter of slechter dan Thunderball, maar om andere redenen. 2*.
Young Adult (2011)
Je hoeft geen Nostradamus te zijn om de hoofdlijnen van deze film te kunnen voorspellen. Natuurlijk valt het plan van de hoofdpersone in duigen en natuurlijk zet ze zichzelf ermee volledig voor gek. Natuurlijk belandt ze in bed met de gehandicapte oud-schoolgenoot. Het helpt dan als de uitvoering tenminste de moeite waard is, maar dat valt ook tegen. De hoofdpersone is gewoon weinig sympathiek en is dat ook na afloop van de film, dus het weet weinig te ontroeren. Audiovisueel is er ook weinig dat de boel "opleukt", waardoor dit soort mij toch vooral tijdverspilling is. 0,5*.
Young and Prodigious T.S. Spivet, The (2013)
Alternatieve titel: L'Extravagant Voyage du Jeune et Prodigieux T.S. Spivet
Gezien enkele minder positieve reacties waren de verwachtingen niet al te hoog, maar toch kon deze film me behoorlijk goed smaken.
Zelf ben ik van jongs af aan al geïnteresseerd, en dan spreekt de hoofdpersoon erg aan. Een innemende rol, en ook aardig goed gespeeld. Verder is het aardig dat zijn uitvinden dus geen perpetuum mobile is. Van mij hoeven films helemaal niet natuurwetenschappelijk correct te zijn, en dat is deze ook niet helemaal, maar als zoals hier fantasievolle uitvindingen toch nog enigszins in de wetenschappelijke werkelijkheid staan, kan ik dat toch waarderen.
Ik ben geen groot reiziger, maar de romantiek van een lange reis, niet noodzakelijk om een doel, trekt me toch behoorlijk. Misschien ook een reden waarom ik een serie als Kino no Tabi geweldig vind, of een boek als Zen en de Kunst van het Motoronderhoud. Treinen hebben natuurlijk ook een bepaalde romantiek, zeker als daarmee een heel land als de VS doorkruist worden. De beelden die ermee gepaard gaan zijn prachtig. Van de natuur, van de luchten, zelfs een industrieterrein krijgt nog iets moois in deze film.
Verder stelt Jeunet niet teleur: veel ideeën die visueel leuk weergegeven worden, een leuke bijrol voor Pinon, een sfeertje dat speels en redelijk onbekommerd aanvoelt, waardoor ook het drama niet al te zwaar valt. Ik moet zeggen dat ik dat drama toch wel wat vond hebben, het zorgt toch voor wat diepgang. Wel ontspoort het einde enigszins - niet zozeer qua drama, dat blijft nog net binnen de lijnen wat mij betreft - maar het voelt toch wat geforceerd aan. Met name daarom blijft de film toch op 4* hangen. Maar een prettige kijkervaring was het zeker.
Your Place or Mine (2023)
Niet echt een romkom; beide lettergrepen zijn niet echt van toepassing. Niet echt romantisch, want het grootste gedeelte van de film bevinden de twee hoofdpersonen zich op verschillende locaties. Ook niet echt een komedie, want de film is echt grappig en probeert dat volgens mij niet eens. Wel is de film redelijk luchtig. Ondanks dat ik me niet kan herinneren eerder een film gezien te hebben met dit uitgangspunt, voelt de film nu ook weer niet heel erg origineel aan, want uit teveel bekende elementen opgebouwd. Niettemin was het ook weer geen straf om de film te zien en acteurs doen het aardig. 2*.
Yuke Yuke Nidome no Shojo (1969)
Alternatieve titel: Go, Go Second Time Virgin
Bijzondere film, met name omdat het rauwe gevoelscinema neigend naar nihilisme is, wat ik vooral tegengekomen ben bij veel latere films. Ik denk bijvoorbeeld aan Irréversible, maar ook aan Aoi Haru. De personages zijn zwaar beschadigd, en lijken bevestiging bij elkaar te zoeken, en deze zoektocht is behoorlijk interessant, ondanks dat alles misschien wel erg zwaar aangezet is.
Visueel sterk, mooie zwart/wit contrasten en aardige belichting. De kleurbeelden op het strand ware ook in orde, maar de andere kleurbeelden waren matig met het tomatenketchupbloed. Het is het enige mislukte visuele experiment, waar het strip lezen weer tegenover gezet kan worden.
Muzikaal enigszins apart. Ik hou best van jazz, maar bij dit soort films vind ik het wat minder gepast. De punkgitaren zoals bij Aoi Haru zijn wat mij betreft meer op hun plaats, maar punkrock bestond nog niet in die dagen. Voor die tijd was dit wellicht de beste keuze, want het werkt zeker niet slecht.
Uiteindelijk zit de film tussen 3,5 en 4* in. Een aantal puntjes waaruit blijkt dat de film wat verouderd is, maar vooral qua sfeer voelt het behoorlijk modern aan. Om die reden toch 4*.
Yume no Ginga (1997)
Alternatieve titel: Labyrinth of Dreams
Na Electric Dragon 80.000V mijn tweede Ishii. Net als bij die film had ik aanvankelijk mijn vraagtekens bij de keuze om er een zwart-wit film van te maken. Maar ook hier zou ik na afloop niet anders meer willen. Kleuren zouden er een totaal andere film van maken, en of dat de fantastische sfeer ten goede zou komen vraag ik me af.
Het tempo is traag, toch werd ik de film ingezogen. Bij de scene waar ze voor het eerst zoenen, leek ik de aanrakingen zelf te voelen, dat heb ik niet zo vaak bij films. Erg passende muziek overigens, dat droeg erg goed bij aan de sfeer. Jammer alleen dat een aso in mijn flatgebouw het nodig vond om keihard The Foo Fighters op te zetten. Ik heb halverwege maar een koptelefoon opgezet, wellicht heeft dat er ook voor gezorgd dat ik diep de film in werd gezogen, maar daarvoor zat ik ook al aan de buis gekluisterd.
De climax was lichtelijk voorspelbaar, maar dat boeit weinig na zo'n geweldige kijkervaring.
Yume to Kyôki no Ohkoku (2013)
Alternatieve titel: The Kingdom of Dreams & Madness
Ik ben niet zo'n fan van documentaires, maar toch maar eens gekeken. Wat zeker aardig om te zien. Je proeft in alles dat Ghibli een bedrijf is dat niet op jacht is naar commercieel succes, maar waar men gewoon een mooi product wil maken, en waar ook hoge eisen gesteld worden om tot resultaten te komen.
Centraal staat natuurlijk Miyazaki terwijl hij werkt aan Kaze Tachinu, wat mij betreft het absolute hoogtepunt in zijn oeuvre. Een interessante en zeer gedreven man, die ook zeker bij mij sympathie heeft gewonnen na het zien van deze docu. Kaze Tachinu zou zijn zwanenzang horen, maar gelukkig is Miyazaki de Heintje Davids van de animatiewereld, want hij schijnt toch weer begonnen te zijn aan een nieuwe speelfilm.
Takahata staat helaas meer op de achtergrond, al komen we wel het een en ander te weten over zijn band met Miyazaki. Verder natuurlijk interviews met medewerkers van Miyazaki, die hun kritiek niet sparen, al is die kritiek over perfectionisme van Miyazaki wellicht bedoeld als lof als je het vanuit een Japans oogpunt beschouwd. Tenslotte nog veel beelden van de huiskat, die de familieachtige sfeer van het bedrijf Ghibli versterkt.
Geen stem, omdat ik niet goed weet hoe documentaires in cijfers te beoordelen. Maar leuk om gezien te hebben, net zoals de documentaire Jiro Dreams of Sushi die ik op dezelfde dag heb gekeken op suggestie van Onderhond, en die inderdaad in hetzelfde straatje past.
