• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.946 gebruikers
  • 9.369.636 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Nabbeun Namja (2001)

Alternatieve titel: Bad Guy

Waar mijn waardering voor Seom gegroeid na de tweede kijkbeurt, doet herziening Bad Guy juist minder goed. Het grootste manco, en dat vond ik zo te zien in mijn vorige bericht ook al de eerste kijkbeurt, is dat deze film veel minder poëtisch is. Ik vond één scène echt schitterend, en dat is de scène waarbij de vrouwelijke hoofdpersoon huilend tegen de spiegel aanleunt, terwijl ze niet doorheeft dat aan de andere kant de mannelijke hoofdpersoon haar door de spiegel zoent. Voor de rest is het karig en dat doet de film de das om, want op andere vlakken scoort de film ook niet. De beelden zijn degelijk maar niet geweldig en de soundtrack is toch wel erg matig met diverse gezongen liedjes. Heb overigens wel bij meer films van Kim Ki-duk twijfels bij de soundtrack.

De mannelijke hoofdpersoon vond ik de eerste keer wel interessant, maar dat vond ik deze keer wel meevallen. Heeft toch ook te maken met gebrek aan poëzie in zijn handelen, maar ook omdat er niet echt veel ontwikkeling in zijn personage lijkt te zitten. Pas tegen het einde is er sprake van verandering, voor de rest kabbelt hij maar door in dezelfde spiraal van geweld en voyeurisme,

Eindoordeel: een sterretje eraf. 2,5* dus.

Nain Souruzu (2003)

Alternatieve titel: 9 Souls

Maar weer de volgende Toyoda, en het voelt alsof ik bij deze regisseur op een kleine goudader ben gestuit. Wederom een prachtige film met mooie muziek. Toyoda weet als geen ander harde dramatische momenten op zeer poëtische wijze uit te beelden, daar kunnen velen een voorbeeld aan nemen.

Zeker in het begin de nodige humor, vooral de monoloog van Yamamoto over de haar in zijn eten was hilarisch. Ook weer een mooie rol voor Yamada, om de dwerg nu eens bij naam te noemen. De man doet het in elke film van Toyoda prima, dus erg fijn om hem hier ook weer terug te zien. Zijn karakter is de enige die enigszins het geluk weet te vinden na de ontsnapping, en weet wederom voor de nodige ontroering te zorgen.

Uiteindelijk toch wat minder dan Blue Spring en The Blood of Rebirth, wat denk ik vooral komt door het aantal personages, dat denk ik een tikkeltje aan de hoge kant lag. Nu was het zo dat niet ieders lot even poëtisch en/of surrealistisch was, waardoor ik me afvraag of het niet beter was geweest om het aantal personages terug te brengen. De film was er denk ik ook wat compacter door geworden, en je hoeft niet altijd veel tijd nodig te hebben om dezelfde impact te creëren, dat heeft Toyoda al laten zien in de eerder genoemde films.

4*.

Nan Bei Shao Lin (1986)

Alternatieve titel: Martial Arts of Shaolin

Wat je tegenwoordig allemaal op Netflix aantreft. Aardig om te zien, maar er moet wel gezegd worden dat de tijd duidelijk vat heeft gehad op deze film. Zoals bij meer wushu films uit deze tijdsperiode lijkt het erop dat de film achteraf gedubd is. Omdat de focus hier vol op de actie ligt, valt het mee met hoeveel last je ervan hebt, maar het valt wel op. Verder wordt er veel met een fisheye lens gefilmd, wat er soms erg raar uitziet. Tenslotte een nogal melig gevoel voor humor.

Maar genoeg wat er tegenover staat. Veel actie dus, en die ziet er goed uit. Maar met name de dansscène op het plein was een spektakel om te zien. Niet nodig voor het verhaal om dat zo lang uit te spinnen, maar wat mij betreft had het nog langer mogen duren. En vanwege de luchtige sfeer kijkt het allemaal best prettig weg. 2,5*.

Naniwa Yuukyôden (1995)

Alternatieve titel: Osaka Tough Guys

Inderdaad leuk, al had ik er iets meer van verwacht gezien de hoge waardering van Onderhond. Veel van de humor is afkomstig van de stupiditeit van de personages, en dat is niet helemaal mijn humor. Nog steeds vermakelijk, maar het gebrek aan stijlvolle beelden maken het wel wat lastiger. Over het algemeen goed voor 2*. En dan komt ineens zo'n karaokescène met het personage Daimon (sowieso mijn favoriete personage want het meest over the top) waar Onderhond ook al naar refereerde, en dat tilt het geheel meteen flink op. Echt fantastisch zo'n scène!! Ook leuk is ineens een geel kleurenfilter waarna een van de personages opmerkt dat de zon wel erg geel is. Dit soort dingen maakt toch dat ik graag 3* uitdeel.

Wat ik overigens opmerkelijk vond was het gebruik van het woord itadakimasu, dat normaal voorafgaand aan een maaltijd wordt gezegd. Hier werd het voorafgaand aan seks gezegd. Ik heb dat nog maar één keer eerder gezien, namelijk in Dead Leaves. Ik ben wel benieuwd of dat standaard gebruik is, of gewoon een grap.

Nanny Diaries, The (2007)

Aardig. De film is behoorlijk luchtig, en de hele setting van een au pair bij een rijke familie in New York is ook best interessant, wat ruimschoots compenseert voor de voorspelbaarheid. Johansson is niet mijn favoriete actrice, ik ben redelijk onverschillig wat haar betreft, en zet hier ook niet de rol van haar leven neer, maar haar prestaties zijn verder wel te pruimen en zijn een beetje representatief voor de hele film: aardig, maar niet geweldig. 3*.

Natural Born Killers (1994)

Hamburgers op het menu vandaag, en daar paste wel een lompe film bij dacht ik zo. Ik verkeerde in de veronderstelling dat dit een oorlogsfilm zou zijn. Dat bleek toch iets anders te liggen, maar ik kan zeggen dat ik meer dan voldoende aan m'n trekken ben gekomen.

De openingsscène deed erg aan Tarantino denken, en bij de openingscredits bleek ook dat het scenario van zijn hand is. Toch kan geen één van zijn eigen films tippen aan de extremiteit van deze film. Niet zozeer qua grafisch geweld, maar vooral wat betreft de beeldtaal en de intensiteit loopt deze film toch echt mijlenver voor op Tarantino's werk.

Visueel dus een behoorlijke trip. Behoorlijk experimenteel: kleur, zwart-wit, animatie, filtertjes, alles komt voorbij na eerst flink verhakt te zijn op de montagetafel. Het verhaal kan me uiteindelijk niet heel veel schelen, genoeg te zien: het is dynamisch, surreëel en intens. Misschien dat het op maat gesneden soundtrack het geheel nog wat meer had kunnen versterken. Nochtans een sterke collectie nummers, van Leonard Cohen naar Een nacht op de kale berg van Moessorgski tot Rage Against The Machine.

Van te voren gehoopt op fijn vermaak, maar het blijkt dus the way beyond te zijn. 4,5*.

Neko Râmen Taishô (2008)

Alternatieve titel: Pussy Soup

Ik heb een beetje ambivalente gevoelens omtrent ramen. Dit jaar moest ik naar Japan voor mijn werk, wat een mooie gelegenheid was om er meteen twee weken vakantie extra aan vast te knopen. Reisgenoot was een collega, en die wilde constant ramen eten, wat mij op een gegeven moment wel de keel ging uithangen. Maar ik kan hem deze film aanraden!

Het uitgangspunt is natuurlijk bizar. Een kat die ramen maakt, maar het werkt allemaal, met name vanwege het contrast tussen bizar uitgangspunt en hoe serieus het allemaal gebracht wordt. OH noemde het al, het is eigenlijk allemaal behoorlijk dramatisch, maar je kunt het gewoon niet serieus nemen, waardoor het grappig wordt. Echt schaterlachen moest ik niet, maar wel constant met een glimlach op mijn mond gezeten. Het is misschien ook wel goed dat de film een korte speelduur heeft, echt momenten waarop het doodviel waren er ook niet, en dat soort momenten kunnen een dergelijke film de nek om doen.

Niet hoogstaand, wel lekker maf. 3*.

Nekomonogatari (Kuro) (2012)

Alternatieve titel: Nekomonogatari (Black): Tsubasa Family

Qua chronologie zit dit tussen Kizumonogatari en Bakemonogatari. De eerste (film)serie moet ik nog zien, omdat ik de hele xxx-monogatari reeks kijk in de volgorde van uitzending. Die begon met Bakemonogatari, gevolgd door Nisemonogatari, waarna deze miniserie Nekomonogatari volgt. Dan komen er nog enkele reeksen en dan pas komt Kizumonogatari. En dan zijn ze geloof ik nog niet klaar.

Dit is in ieder geval weer een typisch product uit de reeks en gaat in het karakter Hanekawa die in een katachtig wezen verandert. Dit is al eens kort samengevat in Bakemonogatari met het verschil dat Hanekawa in deze miniserie louter in haar ondergoed rondloopt. Maar wel met kattenoren, waarvan ik allang begrepen heb dat het een enorme fetisj voor veel Japanners is. Een hoop fanservice dus, zoals ook in de andere delen.

Verder afgezien van een dialoog met de jongste zuster van de hoofdpersoon in de eerste aflevering, bevat deze miniserie veel minder scherpe dialogen, omdat het personage Senjougahara hier nog niet haar entree heeft gemaakt (al zien we twee glimpen van haar), en omdat de vrouwelijke lead hier, Hanekawa, niet het personage is dat scherpe dialogen aangaat, al heeft de kat er wel wat meer een handje van.

Niettemin een fijne sfeer; de animatie is van hoog niveau, zeker voor een serie. Af en toe flink deformed, bijvoorbeeld wanneer het karakter Shinobu tegen de muur aan geslagen wordt, en op het moment van impact eruit ziet als een Powerpuff Girl. En ondanks dat het concept na twee eerdere series minder fris aanvoelt, kijkt deze serie een stuk prettiger weg dan Nisemonogatari, waarschijnlijk ook door de geringe lengte van slechts vier episoden. 3,5*.

Neon Demon, The (2016)

Ja aparte film. Prachtig gestileerd met een fraaie neonbelichting in de meeste scènes en mooi gekadreerd. Muziek is ook bijzonder, veel elektronische klanken (wat geloof ik niet vaak voorkomt in film) die voor een vreemde futuristische sfeer zorgen, wat op zich past bij de beelden die op hun manier ook nogal futuristisch ogen.

In combinatie met het langzame tempo levert dit een wat afstandelijk portret van de modewereld op. Thematische zijn er raakvlakken zijn er met Helter Skelter, maar ik moest ook een klein beetje aan Perfect Blue denken. Echter, The Neon Demon voelt wat minder to the point aan, ook door het wat bizarre einde dat op zich ook wel weer interessant is omdat ik het totaal niet zag aankomen. Ik hou er gewoon van om verrast te worden.

Het acteerwerk is overigens matig. Wellicht door de algehele traagheid, want ook de dialogen zijn soms nogal slepend. Wat de hoofdrolspeelster betreft, Fanning is zeker geen lelijke dame, maar ik kan me bij de bovenstaande berichten voegen dat ik de x-factor niet zie. Dit ondanks dat het haar zo vaak in film toegeschreven wordt dat je het haast gaat geloven door indoctrinatie. Ik moet wel zeggen mijn beoordelingsvermogen wat modellen betreft niet bepaald groots is: op de middelbare school had ik een klasgenote had die ineens een Europese modellenwedstrijd had gewonnen. Ik stond ervan te kijken, want zo mooi vond ik haar niet, maar kennelijk hanteert de modeindustrie andere normen.

In ieder geval een aardige ervaring. Inhoudelijk gezien zijn er interessantere films wat het thema betreft, maar de film is een lust voor het oog, heeft een interessante, want nogal afwijkende soundtrack, dus zeker aan te raden als je net als ik veel waarde aan die aspecten hecht. 4*.

Nerve (2016)

De poster trok mijn aandacht, fijn dat de film niet achter bleef.

Het concept is aardig; een dergelijk spel had best in de werkelijkheid ontwikkeld kunnen worden, al geloof ik nooit dat de autoriteiten er zo los mee zouden omspringen als in deze film. Het concept levert in ieder geval een aantal spannende situaties op; alleen op het einde wordt het een beetje overdreven, maar daar til ik niet te zwaar aan, het is immers film.

Aardig koppetje dat de hoofdrollen speelt. Roberts is een tikkeltje saai, maar dat past ook bij haar personage. Franco vind ik wel erg op zijn broer lijken, in ieder geval eenzelfde charmante lach.

Sterkste punt van de film zijn de beelden. Hoewel het niet hetzelfde niveau haalt, doet het camerawerk me een beetje denken aan dat van Debie in bijvoorbeeld Enter the Void of Spring Breakers. In ieder geval veel felle kleuren, oog voor details en leuke camerahoeken. Dat laatste heeft misschien ook te maken met het concept waarbij gesuggereerd wordt dat veel gefilmd wordt door middel van mobiele telefoontjes.

Helaas blijft de soundtrack die wat mij betreft een te groot bubblegumgehalte heeft bij de beelden achter. Daarom blijft de film uiteindelijk toch op 4* steken.

Never Said Goodbye (2016)

Alternatieve titel: 谎言西西里

Erg matig. Het uitgangspunt is nogal onlogisch: De hoofdpersoon wordt ongeneeslijk ziek, en besluit zijn vriendin te verlaten omdat hij haar geen pijn wilt doen met zijn dood. Dit pakt ze natuurlijk niet goed op, waarna hij zijn dood gaat faken zodat ze over hem heen kan komen. Volgt u het nog? Ik niet in ieder geval. Voor mijn gevoel is het allemaal volstrekt ongeloofwaardig, wat helemaal verkeerd valt omdat het ook allemaal gepaard gaat met een overdramatische sfeer. Ongeloofwaardigheid gaat er bij mij alleen in als een film zichzelf niet te serieus neemt en daar is in dit geval geen sprake van.

Verder kabbelt de film door, leven de personages hun dramatische leventjes wat niet al te boeiend is. Het enige opzienbarende is dat er af en toe ineens ruimte voor een dans ingeruimd wordt. Niet geweldig, maar wel even iets anders en om die reden niet het totale minimum. 1*.

Never Say Never Again (1983)

Alternatieve titel: Zeg Nooit, Nooit Meer

Ik dacht dat ik alle Bond films van voor het Daniel Craig tijdperk had gezien, maar deze onofficiële Bond is toch nieuw voor me. Nou ja, nieuw ... het blijkt gewoon een remake van Thunderball te zijn.

Een tegenvaller, en er is meer dat tegenvalt. Allereerst de muziek, die erg goedkoop klinkt in vergelijking met de redelijk stijlvolle soundtracks van de officiële Bondfilms. Ook de Bondgirls vallen tegen: Carrera is verschrikkelijk aan het overacteren, en aan Bassinger vind ik eerlijk gezegd kraak noch smaak zitten. Ook de actie valt tegen: de auto is nu een motor geworden, maar de gadgets zijn niet echt bijzonder. Verder de nodige blauwschermen, en de schurk lijkt op Ivo Niehe.

Kortom, een onnodige remake. 1*.

New Kids Nitro (2011)

Toch wat minder dan Turbo. De verrassing is er wel een beetje vanaf, vandaar dat het wat minder werkt. Veel lompheid, gespeel met de vierde want, en grappen die bewust zo slecht zijn dat ze niet werken, en daarom toch grappig zouden moeten zijn. Dat laatste werkt ook niet zo bij mij. Voor de rest is het aardig popcornactie. Ook aardig, je zit er de tijd goed mee uit, maar veel om het lijf heeft het niet. 2*.

New Kids Turbo (2010)

Beetje raar, aan de ene kant had ik er meer van verwacht, aan de andere kant is het een meevaller.

Het is in ieder geval een aardig lompe film, waarin zowat alle filmclichés op een rijtje worden gezet en ontzettend dik aangezet worden. Fantastisch hoe de muziek wordt gebruikt. Ik heb een schijthekel aan dit soort pompeuze muziek die aangeeft wanneer iets dramatisch is en wanneer spannend etc., maar de knipoog is hier zo duidelijk zichtbaar dat het hilarisch wordt. De slomo-effecten zijn wat dat betreft ook erg effectief. Verder slaat alles wat er gebeurd natuurlijk nergens op, maar dat heeft zeker wat.

Wat wel jammer is, is het tempo. Dat had wat mij betreft een stuk sneller gemogen. Ideaalbeeld is Dead Leaves waarin net zoveel onzin en smerigheid op je afgevuurd wordt, maar vanwege de korte lengte voelt het aan alsof je in de achtbaan zit. Dat miste ik hier, waardoor de film een stuk minder werkt.

Uiteindelijk was het vermakelijk, maar niet heel erg grappig. Ik kan er 2,5* aan kwijt.

Next Generation Patoreibâ: Shuto Kessen, The (2015)

Alternatieve titel: The Next Generation Patlabor: Tokyo War

Ik was eigenlijk van plan om net als destijds met de animatie eerst de serie te kijken. De beschikbaarheid van Engelse ondertiteling, of beter gezegd, het gebrek eraan, heeft me toch doen besluiten deze film eerst te kijken, ook omdat de herziening van Patlabor 2 een aantal maanden terug nog relatief vers in het geheugen ligt. Ook voor mij de versie van anderhalf uur.

Om mijn eigen vraag te beantwoorden: nee, je hoeft de serie niet eerst te zien, omdat de film zoals Onderhond al opmerkt inderdaad qua verhaal op de tweede Patlabor animatiefilm aansluit. Echter, aangezien er in deze Patlabor incarnatie een hele reeks nieuwe personages kent, die niet echt geïntroduceerd worden in deze film, zou het me niets verbazen als het geen kwaad kan om de serie toch eerst te zien. Net zoals Patlabor 2 ook prima te kijken is zonder de animatieserie (die ik wel gezien heb), maar dit wel wat ten koste gaat van de vertrouwdheid met de personages.

De personages mogen wel anders zijn op de technicus Shiba na, maar toch een beetje dezelfde soort karakters. Eén van de patlaborpiloten is een opvliegende vent, de andere een tomboy. En natuurlijk Gotoda, die in alles net zijn voorganger Goto is. Verder nog een tough chick, die half Russisch lijkt te zijn net als haar actrice gezien dat ze af en toe Russisch spreekt. Zou ze op Clancy, de Hawaiiaanse in de animatie gebaseerd zijn? In ieder geval zijn de (vuur)gevechten met haar een lust voor het oog. Het valt me overigens tegen dat Tsuge niet lijfelijk in deze film voorkomt en dan gespeeld door Miyazaki. Dat was een goeie bak geweest!

Hoewel een vervolg komt de film vooral over als een life action remake van Patlabor 2 met het opblazen van de brug en het boottochtje. Sommige muziekfragmenten zijn ook gelift uit Patlabor 2, maar ook genoeg nieuwe stukken, die echter qua sfeer en instrumentatie precies hetzelfde zijn. Maar toch ontbreekt een beetje de magie van de animatie. Geen sneeuwscène bijvoorbeeld. Geen spel met licht zoals in de animatie, waar het boottochtje ook veel beter uit de verf kwam. Dromeriger, ook omdat de dialoog in de animatie een stuk filosofischer is. Het is daar echt even een moment van beschouwing, terwijl het in deze film zakelijker is. Wel een aardige toevoeging was de scène met het gigantische aquarium als decor, met name vanwege dat fraaie decor.

Uiteindelijk leuk om eens gezien te hebben, maar echt tippen aan de animatie doet dit niet. Animatie is geen minderwaardig genre (voor zover je het een apart genre kan noemen), en heeft soms echt meerwaarde. In dit geval valt perfectie moeilijk te evenaren. Wat dat betreft, als Oshii's eigen live action remake het niet haalt bij het origineel, vrees ik ook voor de remake van Ghost in the Shell, die ik nog steeds niet heb gezien. Voor deze Patlabor film in ieder geval net als de andere stemmers hierboven 3,5*.

Nightcrawler (2014)

Audiovisueel verre van baanbrekend, maar het plot en de hoofdrol zijn zeker interessant. Wat is Gyllenhaal hier ontzettend gluiperig en eng. Alles behalve sympathiek, en gaat over lijken om zijn doel te bereiken. Verdere een fijne duistere sfeer de hele film door, waarbij ik ondanks mijn antipathie voor de hoofdpersoon meegesleept werd door de spanning van het ogenblik.

Boodschap is: nieuws volg je niet, je creëert het. Natuurlijk erg cynisch, en er zal ongetwijfeld een kern van waarheid in zitten, en het uitgangspunt wordt goed uitgewerkt in de film. Inclusief dat de onsympathieke hoofdpersoon alles voor elkaar krijgt.

Degelijk en zeker de moeite waard om eens te zien. 3*.

Nightmare before Christmas, The (1993)

Alternatieve titel: Tim Burton's The Nightmare before Christmas

Deze film lag al een tijd klaar, maar ik wilde wachten met kijken tot de kersttijd aangebroken was. Van te voren wist ik niet precies waar deze film uit zou komen. Van dezelfde regisseur als Coraline die ik echt geweldig vond, maar misschien was de invloed van Burton op deze film nog wel groter en zijn Corpse Bride, hoewel op zich een aardige film, was toch wel een stuk minder dan Coraline.

De uitkomst is dat The Nightmare before Christmas iets minder is dan Coraline, maar zeker beter dan Corpse Bride. De ontwerpen voelen erg Oost-Europeaans aan, wat eerder een opmerking dan een aanmerking is, want er zit verder veel creativiteit in en de visuele details zijn om te smullen. Wel is de animatie duidelijk wat minder vloeiend dan in Coraline wat waarschijnlijk vooral door het leeftijdsverschil komt. Het verhaal voelt dan weer erg typisch Burton aan: er is een griezelige ondertoon, maar uiteindelijk is het vrij onschuldig en bijna nooit echt eng. Behalve dan de Oogie Boogieman, die geweldig vormgegeven was met al die insecten.

Ik ben over het algemeen niet echt fan van musicals, maar de muziek in deze film was best aardig en met vlagen echt goed. De hoeveelheid liedjes stoorden me dan ook nauwelijks. Maar wel moet gezegd worden dat ook qua soundtrack Coraline wint, want daar zaten echt bijzonder stukken in de soundtrack.

Kortom, een erg leuke film en zeker een van de betere kerstfilms. Fijn dat mijn duizendste stem een 4* is.

Nightmare on Elm Street, A (1984)

Tja, horror is over het algemeen niet echt aan mij besteed. Vroeger alleen de Evil Dead trilogie, The Texas Chain Saw Massacre, I Know What You Did Last Summer, Saw, Braindead en Scream 1,2 & 3 gezien. De formule bij de meeste films is duidelijk: de slachtoffers zijn tieners, veel suspense, waarbij je steeds wacht op het schrikmoment en ook elke keer schrikt puur vanwege de montage en de geluidseffecten. Het voelt als makkelijk scoren aan. Uitzonderingen zijn Saw waarbij het vooral om het sadisme draait, en Braindead en Evil Dead 3, waarbij het meer om de humor gaat.

Dit geldt als een horrorklassieker, dus ook maar eens opgezet. Blijkbaar speelde Johnny Depp zelfs een rol, al moet ik bekennen dat ik hem niet had herkend. De film is van dezelfde regisseur als de Scream films, en dus in hetzelfde straatje. Met een extra nadeel dat het behoorlijk verouderd is ten opzichte van die Scream films: de soundtrack klinkt oubollig jaren 80, sommige effecten zoals de lange armen van dhr. Krueger zien er niet uit. Het acteerwerk is over het algemeen ook vrij zwak. Het enige wat ik wel wat vond hebben was de openingsscène met het meisje in het witte nachtgewaad, wat wel wat surreëels had. 1*.

Nihon Bundan: Heru Doraibâ (2010)

Alternatieve titel: Helldriver

Aardig.

De eerste drie kwartier slepen eigenlijk behoorlijk. Opmerkelijk daarna pas de openingscredits verschijnen. Het voelt aan alsof dan ook pas echt de film begint. Het muziekgebruik vind ik ook niet al te sterk. Neigt naar teveel dramatiek. Opvallend was dat er een sample van An der schönen blauen Donau van Johann Strauss inzit. Nu vind ik dit een erg mooie wals, maar om steeds een sample van enkele maten te herhalen vind ik echt een stuk minder.

Visueel nogal veel slechte CGI, maar dat moeten we maar voor lief nemen, want ook hier zitten een ondanks die slechte CGI een aantal leuke creaturen. Met name de zombie die haar zombiebaby (hallo Braindead) aan een navelstreng slingert, de zombie met armpjes aan haar hoofd met mes en vork en het zombievliegtuig. Verder vond ik de zwaardvechtster-in-traditionele-kleding zombie op de een of andere manier iets aantrekkelijks hebben. Gek.

Uiteindelijk vond ik Tokyo Gore Police toch wat leuker, ik heb het idee dat die toch het wint qua gekke creaties en ik herinner me niet dat ik me heb gestoord aan de muziek. Evengoed vermakelijk. 3*.

Niñas de Cristal, Las (2022)

Alternatieve titel: Dancing on Glass

Black Swan the high school play version. Aldus mijn vriendin. En ik ben het er ergens wel mee eens, want deze film lijkt in hetzelfde vaatje te willen tappen. Het draait hier ook om obsessies. Voor dansen, maar ook voor de collega ballerina's. Om de haat en nijd die in zo'n gezelschap rond kan waren. Alle druk die bij een solorol komt kijken, hoe daarmee om te gaan.

Maar de uitwerking in deze film is veel minder dan in Black Swan. Het weet mijn aandacht er niet bij te houden, lijkt minder gefocused. De hoofdpersonages spreken ook minder aan. Het ziet er visueel degelijk uit, maar kan ook wat dat betreft niet tippen aan Black Swan, waardoor het alsnog wat bleekjes uitvalt.

Het is niet helemaal saai, maar uiteindelijk voelt dit aan als een overbodige film. 2*.

Nintama Rantarô (2011)

Alternatieve titel: Ninja Kids!!!

Ik had beter moeten weten. Japanse humor ligt me maar half, zeker als het om films voor kinderen gaat. Ik kreeg hier namelijk eenzelfde gevoel bij als bij Paco and the Magical Picture Book, het ziet er wel mooi uit, maar wat er gebeurt is dusdanig random en flauw dat ik er weinig mee kan en me echt dood ga vervelen. Het verschil met Paco is dat het geheel daar wel vorm krijgt en gaat vertederen. Maar ook, ondanks dat het er hier visueel netjes uitziet, daar veel meer the way beyond is.

1,5*, meer kan ik er helaas niet van maken. Jammer op zo'n klein stemmenaantal, maar het is niet anders.

No Country for Old Men (2007)

Toen deze film net in de bioscoop was, wilde ik er graag met een bepaald persoon heen, maar die had geen tijd, met als gevolg dat ik tot vandaag deze film nog nooit had gezien.

Ik weet niet of ik er heel veel aan heb gemist, het was niet slecht, maar ik herinner me nog dat de film in de media als meesterwerk werd onthaald, en dat was het zeker niet. Over het algemeen vond ik de film redelijk sfeervol en de beelden waren niet onaardig. Met name buiten, ondanks dat ik niet zo'n fan ben van dorre landschappen. Maar de Coen broertjes hebben duidelijk hun best gedaan, en vooral bij schemering zag het er mooi, doch niet uitzonderlijk, uit.

Voor het verhaal geldt hetzelfde, het kijkt allemaal aardig weg, maar niet iets dat me nog jaren zal bijblijven, behalve dat ik op het einde zat met een gevoel van: "Is dit het nou?" Ja dat was het. De personages voelen vluchtig aan. Op het personage van Brolin krijg ik nauwelijks vat, en dat Bardem gevaarlijk is, komt vooral doordat hij nogal succesvol is door de film heen. De personages van Tommy Lee Jones en Kelly Macdonald lijken nog de meeste diepgang te hebben, maar de laatste heeft nu ook niet zo'n grote rol, terwijl de eerste, hoe aardig acteerprestaties ook moge zijn, een clichérol heeft. Hoeveel politieagenten aan het einde van hun loopbaan vol twijfels over deze wereld hebben we nu al gezien? De Coens gooien het in deze film blijkbaar volledig op drama, maar voor mij werkt het helaas niet.

Normaal goed voor 2*, maar omdat de beelden nog wel aardig waren en vanwege de mooie muziek tijdens de aftiteling geef ik toch 2,5*.

No Eres Tú, Soy Yo (2010)

Alternatieve titel: It's Not You, It's Me

Een ontzettende draak van een film. De basis van het plot is bijzonder clichématig: Hoofdpersoon wordt verlaten door zijn partner. Hij ontmoet een nieuwe geliefde. De ex krijgt spijt en wilt hem terug, maar uiteindelijk kiest hij toch voor de nieuwe geliefde. Deze film ik voor mijn gevoel zo ontzettend vaak gezien. Daar komt bovenop dat Derbez, toch één van de grootste Mexicaanse komieken, in de eerste helft van de film alleen maar aan het huilen is. Het genre is komedie/romantiek, maar streep dat eerste gerust door, want van de humor moet ik juist huilen. En verder zag de vrouwelijke hoofdpersone er wat mij betreft iets te jong uit voor Derbez.

Voor mij was het hoogtepunt is wanneer de hoofdpersoon een fragment van de film Sexo, Pudor y Lágrimas op tv kijkt. Onlangs gezien, dus het was even een "hee!" momentje, maar ook die film vond ik behoorlijk slecht, dus als dat het hoogtepunt van deze film is, zegt dat heel veel: 0,5*.

No Manches Frida (2016)

Voor wie de animeserie Great Teacher Onizuka wel eens gezien heeft, zal deze film enigszins herkenbaar aanvoelen. Ook hier een leraar die van de straat komt en dus met lastige leerlingen om kan gaan op vrij rücksichtlose wijze. Het grote verschil is wel dat hij niet pervers is en daardoor is deze film toch wat minder dan GTO.

Omar Chaparro zet een prima hoofdrol neer, Martha Higareda is een schattige tegenspeelster. Het is verder allemaal niet erg diepgaand en zeker niet serieus te nemen, maar het weet verder wel te vermaken. 2,5*.

No Manches Frida 2 (2019)

Na het redelijke eerste deel is dit toch wel een erg teleurstellende film. Het plot is erg clichématig en ik heb het gevoel het eerder gezien te hebben in andere films: Hoofdpersoon verknalt relatie, concurrent duikt op, uiteindelijk redt de hoofdpersoon de situatie, duidelijk wordt dat de concurrent een eikel is, en wint zijn vriendin terug. De humor is ook nog eens van een bedenkelijk allooi als het van overgeven over de priester moet komen. Kortom, iets om over te slaan zelfs al ben je in Mexicaanse cinema geïnteresseerd. 0,5*.

No Reservations (2007)

Redelijk drama over een Chef die met haar perfectionisme worstelt terwijl ze ook onverwacht de voogdij over haar nichtje krijgt. Zeta-Jones zet een aardige rol neer, leuk om te zien hoe haar karakter op kritiek reageert, vol in de tegenaanval. Eckhart doet het ook wel aardig, er is zekere enige chemie, en uiteindelijk is het allemaal best feelgood. Maar diepgaand is het niet, het voelt allemaal iets te standaard aan; de afloop kan je haast uittekenen. Leuk voor een keertje, maar zeker niet de beste film over koken en al helemaal niet een hoogstaand drama 2*.

No Se Aceptan Devoluciones (2013)

Alternatieve titel: Instructions Not Included

Derbez lijkt een beetje de Kitano van Mexico te zijn, want net als laatstgenoemde is hij een komiek, showpresentator, acteur en met deze film dus ook regisseur.

Het resultaat mist de visuele flair van Kitano, maar heeft ook niet veel artistieke pretenties. Gewoon een film die grotendeels vermaakt. Wel zijn er links met andere films, zo moest ik ook mij bij vlagen aan Kramer vs Kramer en La vita è bella denken. Het gaat echter gepaard met een twist die ik niet aan zag komen, maar waar wel op gehint wordt. Het is allemaal nogal wat, maar op het einde na wordt het gelukkig behoorlijk luchtig gebracht, wat natuurlijk ook aan het komische talent van Derbez als acteur te danken is. Het einde is verrassend, maar het voelt toch wat geforceerd aan, als een trucje.

Al met al een debuut dat prettig wegkijkt, zonder echt sterk te zijn. 2,5*.

No Strings Attached (2011)

Kutchers niveau van wat ik verder van hem gezien heb, al doet hij het niet eens zo slecht. Ik heb alleen het idee dat hij alleen maar in dit soort films acteert. Maar wat doet Portman in hemelsnaam in een film als deze? Ik vind het maar een onevenwichtige film: het begint als een slechte komedie, maar uiteindelijk is het redelijk dramatsich. Het onderwerp is uitgemolken en de afloop is voorspelbaar. 0,5*.

No Time to Die (2021)

Nogal a-typische Bond, want hij is verliefd, heeft een kind en sterft. Dat laatste zag ik niet echt aankomen. Verder is dit duidelijk één Bondfilm teveel. Het plot is warrig en onrealistisch, en hoezeer het misschien toepasselijk is vanwege de huidige pandemie, is het hele idee van die nanorobots wel erg vergezocht. Ik vond het idee van de organisatie Spectre geloofwaardig, er zijn immers genoeg syndicaten op de wereld, maar dat iemand zonder zo'n in de haarvaten van de samenleving getrokken achterliggende organisatie zowel Spectre kan elimineren als grote overheden aftroeven vind ik ook erg weinig geloofwaardig. Tel daarbij een weinig charismatische antagonist met een twijfelachtige motivatie, wraak en macht zijn zulke dooddoeners,, en een sidekick van de antagonist die praat als Borat, en je houdt weinig over. De melodramatische muziek aan het einde maakt het helemaal af, in de negatieve zin.

Craig was de zogenaamde realistische Bond. Het werkte een aantal films redelijk, maar aan het einde is de koek toch echt op. De grote antagonist, Blofeld, was al uitgeschakeld, en behalve het etaleren van trauma's vond ik het nou ook weer niet zo diepgaand. Het overtreft Dalton niet in ieder geval. Mijn voorspelling is dat de volgende Bond(acteur) weer een wat lichtere toon zal aanslaan. De verschillende Bondtypes lijken elkaar op te volgen in een golfbeweging vanaf clown Moore (letterlijk in Octopussy), gevolgd door de grimmige Dalton, dan een lichtzinnigere Brosnan, die voorafgaat aan de serieuze Craig.

Opvallend dat de serieuzere Bonds zoveel kritiek krijgen van de alfamannetjes. Ik herinner me nog een kennis van mijn ouders, die Dalton maar niks vond omdat hij "met zijn handtasje slaat" in License to Kill. Hij had meer een voorkeur voor Connery, want "diens Bond sloeg vrouwen". Dat deed deze kennis overigens zelf ook met zijn eigen vrouw. In dit topic wordt de Bond van Craig zelfs voor homo uitgemaakt. Waarom is me niet helemaal duidelijk. Omdat een ander karakter een homo blijkt te zijn? Of omdat Bond een serieuze relatie met een vrouw heeft? Als je pas een "echte man" bent als je aan de lopende band vrouwen neukt en slaat en niet met homo's omgaat, ben ik blij om geen echte man te zijn. De film probeert inderdaad wat inclusiever te zijn, maar voor mij voelde het in ieder geval niet aan alsof het me door de strot geduwd werd (en ik ben daar best wel gevoelig voor).

Maar goed, ik vind dit dus geen goede film. Het enige lichtpuntje is Ana de Armas, die op ontwapende wijze een zenuwachtige en onzekere CIA agente neerzet, die vervolgens wel met zeer vaste hand iedere tegenstander neerknalt. Jammer dat haar rol zo kort duurt in deze veel te lange film. 1*.

Noah (2014)

Epische troep. Het eerste gedeelte doet denken aan Lord of the Rings, met die Watchers die erg op een versteende versie van Enten leken, en met een flinke veldslag. In dit genre zijn al zoveel meer films gemaakt, en deze voegt daar niets aan toe. Tweede helft focust meer op het leven vanaf de zondvloed en vooral op de psyche van Noach. Iets interessanter, al is het acteerwerk verre van geweldig met dieptepunt Connely, waardoor dit ook niet helemaal uit de verf komt.

Qua beelden is het enige fraaie de scène waarin het water in stromen over het land loopt en in wat mindere mate de scène waarin de aarde geschapen wordt. Op die scènes na is deze film niet veel meer dan een CGI gedrocht. Passend bij alle epiek is de muziek, die inwisselbaar is met de muziek van de meeste epische films en die net zo weinig subtiel is als het plot. Jammer, want Aronofsky had altijd een erg eigenzinnige en bijzondere muziekkeuze.

De boodschap is eigenlijk hetzelfde als in Mother, die ik eind vorig jaar zag: de mens maakt er een troep van. Het wordt in Noah alleen veel minder subtiel gebracht, veel minder diepzinnig, waardoor Mother een veel betere film is. Gelukkig dat ik die al voor Noah heb gezien, anders had ik gevreesd dat Aronofsky creatief in een vrije val terecht gekomen was. 1*.