- Home
- Black Math
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kaguyahime no Monogatari (2013)
Alternatieve titel: The Tale of Princess Kaguya
Met een aantal berichten hierboven van mensen die weliswaar een redelijk hoog cijfer uitdelen, maar desondanks lichtelijk teleurgesteld waren, ging ik toch met enigszins getemperde verwachtingen naar de bioscoop. Ik kan na afloop niets anders zeggen dan dat het alleszins meevalt, want ik vond het werkelijk een prachtige film.
Het eerste dat opvalt is de stijl, die net als bij My Neighbors the Yamadas schetsmatig is, hetgeen volgens mij behoorlijk uniek in anime-land is. Ik ken althans slechts twee andere regisseurs wier stijl ook schetsmatig genoemd kan worden, te weten Yamamura en Kurosaka (de eerste maakt kortfilms, de laatste heeft slechts één film geregisseerd, Midori-ko die ik ooit op een festival heb gezien). Verder een paar mooie karakterontwerpen, met name van het oude mannetje dat Kaguya haar naam geeft, en het kleine vrouwtje dat haar bediende is.
De animatie is erg sterk en bij vlagen zelfs overweldigend, met name bij de meer dynamische scènes, zoals wanneer Kaguya uit het huis wegvlucht, of wanneer de hoge heren zich met grote haast naar haar toe spoeden. Muzikaal valt er ook van te genieten. Met een instrument als de koto wordt natuurlijk de sfeer van het oude Japan makkelijk gevoed, en het is ook eigenlijk een erg mooi instrument, mooier zelfs dan de shamisen, die ook nog wel eens voorkomt in dit soort oude verhalen. Met meer snaren kan je meer kanten op, en dat potentieel wordt dan ook ruimschoots benut door Hisaishi.
Het verhaal is natuurlijk een vrij typisch sprookjesverhaal, waarbij de logica van van het einde mij een beetje ontgaat. Echter, ik zie ook de link met het boeddhisme, en ondanks dat ik geen boeddhist ben, heb ik er wel veel affiniteit mee, waardoor ik het einde toch kan waarderen. En zeker als het zo weelderig wordt uitgebeeld als in deze film. Ik heb overigens niet zo last gehad van het repeterende karakter van de vijf mannen die om haar hand vroegen, al hoort het zowel qua plot als wat animatie betreft tot de meer statische gedeelten van de film.
Erg mooi dus, en ik kan niet minder dan 4,5* geven, met weliicht zelfs kans op meer. En ik heb veel meer zin om ook weer eens My Neighbors the Yamadas te herzien.
Kaijû no Kodomo (2019)
Alternatieve titel: Children of the Sea
Overweldigend. Ik denk dat Onderhond hierboven het allemaal goed samenvat met een kleine kanttekening bij "eco-Akira". Het woord "eco" doet mij altijd vrezen voor moraallesjes over dat we goed met de natuur om moeten gaan. Die blijven hier gelukkig afwezig, het woord "eco" slaat meer op de setting: de oceaan in plaats van de stad.
In ieder geval een film die qua plot rechttoe rechtaan begint, maar vervolgens volledig ontspoort in een overvloed aan overweldigende caleidoscoopachtige beelden met als thema het universum is de oceaan ofzo. Inderdaad vergelijkbaar met Akira, maar misschien nog meer met Neon Genesis Evangelion: The End of Evangelion, maar dan oneindig veel beter geanimeerd. Werkelijk verbluffend.
Gisteren een andere anime uit 2019 gezien, Promare, die in zekere zin hetzelfde doet, een stortvloed aan ongekende animatie over de kijker uitstorten, en waar het ook meer om style dan om substance gaat, maar toch werkte het daar voor mij niet waar het hier een voltreffer is. Het is moeilijk aan te geven waarom, maar voor mijn gevoel was Children of the Sea veel diverser en vooral veel mooier, waardoor ik geen moment verveeld raakte.
De soundtrack is op momenten sterk, maar op andere momenten slechts "niet storend", en daar had wellicht toch winst gemaakt kunnen worden. Akira heb ik de volle mep gegeven omdat de soundtrack net zo overweldigend was als de beelden. Dat is hier niet het geval, dus 4,5*.
Kaiwang Chuntian De Ditie (2002)
Alternatieve titel: Spring Subway
Echt een schitterend opgenomen film met ontzettend veel aandacht voor visuele details. Heerlijk, en smaakt zeker naar meer. Ik zat behoorlijk aan de buis gekluisterd. Twee zaken die ervoor zorgden dat ik niet helemaal ondergedompeld raakte, en dat was het praten tegen de camera (ik had er ook last van) en de muziek, die weliswaar behoorlijk goed was, maar toch iets achterbleef bij de pracht van de beelden. Hierdoor net niet de volle mep, al zit de film er dicht bij.
Het plot bevat wel zaken waarbij je "jongen toch!" tegen de tv gaat roepen als personages wel erg onhandig zijn. Gelukkig krijgt het drama niet de overhand en gloort er op elk moment licht achter de duisternis. Dat ik dit soort dingen ga roepen, is in ieder geval een duidelijk teken dat de film erin slaagde me flink mee te slepen. Na afloop kan ik alleen maar verbaasd zijn over het lage stemmenaantal hier. 4,5*.
Kakushi-Toride no San-Akunin (1958)
Alternatieve titel: The Hidden Fortress
Erg matige Kurosawa weer. Ik was hier best benieuwd naar omdat het de belangrijkste inspiratiebron voor Star Wars geweest schijnt te zijn. De overeenkomsten zijn merkbaar, maar het voelt vooral aan als een typische samuraifilm uit die tijd.
Het verhaal is vrij rechtlijnig. Een tocht door vijandelijk gebied, vol ontsnappingen, waarbij met name de laatste ontsnapping bijzonder goedkoop aanvoelt. Verder twee boertjes die voor een komische noot zorgen. Ik moet zeggen dat het totaal mijn humor niet is.
Hun acteerwerk voelt ook echt belabberd aan, zo overdreven. Dat valt ook voor de prinses te zeggen, die lijkt alleen maar te kunnen schreeuwen. Fijn dat ze gedurende een gedeelte van de film haar kop moet houden. Enge wenkbrauwen heeft ze overigens! Mifune vond ik in eerdere Kurosawa's ook behoorlijk overacteren, maar dat viel hier juist mee. Ergens ook niet onverwacht, in de veel latere film Samurai Rebellion van Kobayashi vond ik hem helemaal goed te pruimen, dus logisch dat hij onderweg progressie laat zien.
Visueel wederom weer niet al te interessant. Ik blijf erbij dat ik wat ik van Kobayashi gezien heb veel sterker vind, een veel beter gevoel voor kadrering en belichting. Hier stoort dan ook nog eens de "Star Wars editting" (ja, ik weet het, juist afgekeken van Kurosawa aldaar). Niet heel veel gevechten, maar het lansgevecht is wel behoorlijk prominent. Ook behoorlijk slecht, zeker met het lansgevecht in Hero in het achterhoofd. Mifunes karakter zou één van de sterkste krijgers zijn, nou daar geloof ik geen snars van bij het zien van dit gevecht.
Ik kan er uiteindelijk weinig positiefs uithalen. 1*.
Kamisama no Iu Tôri (2014)
Alternatieve titel: As the Gods Will
Ja leuk! Miike is er in de loop der jaren visueel flink op vooruit gegaan, en ook dit ziet er netjes gestileerd uit. Af en toe beelden die wel heel duidelijk uit de computer komen, met name de "tegenstanders", maar over het algemeen weet dat weinig te storen.
Verder een verhaaltje waarvan het me niet zou verbazen als het op een manga gebaseerd is. Het wordt hierboven al genoemd, een soort Battle Royale met kinderspelletjes, al zijn de kinderen zelf niet elkaars grootste vijand. Bij elk nieuw spel is het weer de vraag wat er nu gaat komen, en hoe er aan de minder fortuinlijke scholieren een eind wordt gemaakt is ook best creatief, maar ook voor mij geldt dat de diverse spelletjes elk iets te lang uitgemolken worden.
Niettemin vermakelijk, en weer eens wat anders, wat ook voor het enigszins verrassende einde geldt. 4*.
Kamome Shokudô (2006)
Alternatieve titel: Kamome Diner
Aardig, al had ik er iets meer van verwacht. Dit met name omdat het visueel wat karig is, de film ziet er ouder uit dan ze is. Voor de rest is het wat anderen al beschrijven een film waarin niet veel gebeurt, maar waar het meer draait om de genegenvolle interactie tussen de personages en waarin de hoofdrolspeelster alles met haar charmante glimlach bij elkaar houdt. 3*.
Kampen om Narvik - Hitlers Første Nederlag (2022)
Alternatieve titel: Narvik: Hitler's First Defeat
Een degelijke film. Genoeg WO2 films gezien, met name vanuit soldatenperspectief of vanuit het gezichtspunt van het Nederlandse verzet. Interessant om nu juist Noorwegen als setting te krijgen. De film is verder alles behalve zwart/wit, gezien de beslissingen die de hoofdpersone moet nemen. Het einde voelt een beetje te kort door de bocht, dat had iets meer uitgewerkt mogen worden. Ondertussen aardig om oorlogsbeelden in zo'n mooie omgeving te zien. 3*.
Kantoku · Banzai! (2007)
Alternatieve titel: Glory to the Filmmaker!
Oef! Waar Takeshis' onverwacht fantastisch was, was dit weer het tegenovergestelde.
Het begon op zich wel aardig, met allemaal mogelijke films die langsgelopen worden, al was het jaren 50 stukje iets te lang, maar waar we uiteindelijk in terechtkomen kon me gewoon niet boeien. Niet grappig, allemaal bijzonder flauw, vooral die pop, die kale uit Kikujiro ging me op mijn zenuwen werken met z'n gekakel. Enkel de Zidane grap vond ik geslaagd, helemaal niet verwacht in een Japanse film, maar dat is te weinig voor een film. Want er was ook niet bepaald een speciale sfeer die de film weer genietbaar maakt. Jammer.
Karas (2005)
Alternatieve titel: The Karas
Fantastische animatie, maar daar is ook wel alles mee gezegd. Op een gegeven moment wordt het toch wel erg langdradig. Op zo'n moment helpt een goede soundtrack, maar de muziek vond ik gewoon zwaar kut en dan houdt het erg snel op.
Karate Kid, The (1984)
Voor mij was de grootste motivatie om dit op te zetten de referenties in How I Met Your Mother waar het personage Barney Stinson meent dat de echte karate kid de blonde pestkop was. Er valt het een en ander voor te zeggen, want de hoofdpersoon in deze film heeft toch ook wat mindere karaktertrekjes zoals een hang naar wraak.
Miyagi is een beetje een cliché van de wijze Aziatische vechtmeester, die zijn gevechtstechnieken pas wil inzetten als hij geen andere opties heeft. Het feit dat hij Engrish spreekt, draagt alleen maar bij aan dat cliché. Ergens vreemd dat hij niet gewoon Engels kan, blijkbaar is hij op jonge leeftijd naar de VS gekomen, want hij heeft in het Amerikaanse leger gediend, wat overigens ook weer vreemd is, want in de WOII werden alle Japans-Amerikanen in kampen geïnterneerd.
Desalniettemin maakt Miyagi de film nog een beetje vermakelijk met zijn onorthodoxe methoden en uitspraken, want de rest van de film is zo voorspelbaar als het maar kan zijn. Ik meen dat ik dit ooit als een kind gezien heb, maar ik heb er totaal geen herinnering meer aan. Dus geen nostalgische gevoelens die nog voor een enigszins mild oordeel zorgen. 1*.
Kárhozat (1988)
Alternatieve titel: Damnation
De eerste scène is meteen raak. Mooie zwart/wit beelden van een kabelbaan begeleid door hypnotiserende bromgeluiden, waarna de camera naar achteren wegdraait, er blijkt dat er door een ruit gefilmd wordt, waarna vervolgens een man in beeld komt. Prachtig gedaan, en iets soortgelijks wordt herhaald, dit keer niet met een raam, maar met een rooster. Tarr heeft soms visueel een aantal prachtige ideeën wat betreft camerapans en kadrering. Nog zo'n moment is als de camera rustig achter een pilaar vandaan wegdraait en er twee vrouwen in beeld komen.
Daar staan ook momenten tegenover waarbij er weinig lijkt te gebeuren. Bijvoorbeeld als de zangeres loom aan het zingen is. De beeldtaal is niet altijd even constant van kwaliteit helaas. De muziek was wel constant goed, maar moet het wel afleggen tegen de strijkersklanken van Werckmeister Harmóniák. De geluid van de band was helaas niet altijd synchroon met de beelden. Ik zag de drummer soms andere dingen doen, en soms klonk een klarinet terwijl de klarinettist de klarinet niet in de mond had. Ook hoorde ik een bas, die ik echter niet heb gezien op beeld. Het zijn details, maar ik vind het toch altijd een meerwaarde als er geen fouten in gemaakt worden.
Het plot deed me dan eigenlijk vrij weinig. De dialogen wisten matig te boeien en gingen zelfs voor een gedeelte langs me voorbij. Dat hoeft niet erg te zijn mits er audiovisueel genoeg gebeurt om te boeien. Daar slaagt Tarr voor het grootste gedeelte in, want meestal was er genoeg te zien tijdens een dergelijke dialoog.
Tarr blijft dan ook een interessante filmmaker. Drie films heb ik tot nu toe gezien, die stuk voor stuk erg sterke momenten hadden. Werckmeister Harmóniák is van het trio de beste, maar ook de meest recente. Ik ben benieuwd of het werk van Tarr na die film nog beter is. Voor Kárhozat in ieder geval 3,5*.
Kari-gurashi no Arietti (2010)
Alternatieve titel: The Secret World of Arrietty
Lief en leuk. Nu geldt dat voor het overgrote deel van de Ghibli films, maar deze is wel bijzonder geslaagd.
Ja, wat kan ik erover zeggen? Veel van de film voelt als typisch Ghibli aan. Een lieve jongen en een avontuurlijk meisje als hoofdpersonen, de liefde voor groen (en gelukkig zonder moralisme dit keer), de tekenstijl. Met dat laatste heb ik eigenlijk niet zoveel problemen, want de stijl ligt me an sich best aardig, al zou het aardig zijn als ze wat meer zouden durven te experimenten. Ook qua animatie heb ik niet echt het idee dat men grote sprongen maakt, al voelen de camerabewegingen wel wat vrijer aan dan in de meeste andere Ghibli-films. Wat de natuurkundige in mij een heel erg leuk vond was hoe in de film het water zich gedraagt op kleine schaal. Daaruit spreekt toch veel liefde van de makers voor detail.
Ook typisch is het verhaal, wat me echter niet belet om mezelf er volledig in te verliezen. Heerlijk fantasievol uitgangspunt, mooi uitgewerkt, en ook weer op de nodige momenten ontroerend zonder melodramatisch te worden. Dat de soundtrack niet teveel op de voorgrond treedt helpt daar ook bij. De gezongen liedjes hadden voor mij niet gehoeven, maar stoorden ook weer niet, en verder was de soundtrack behoorlijk aangenaam.
Wellicht kun je Ghibli verwijten dat ze isomorfe films maken, ik kan er niet mee zitten, want ik heb het ook nu weer als meeslepend, prachtig detailrijk, sfeervol en ontroerend ervaren. 4,5*.
Katakuri-ke no Kôfuku (2001)
Alternatieve titel: The Happiness of The Katakuris
Aparte film weer van Miike. Werkelijk een bizarre mix van clay-motion, musical en weirdness. Met name de liedjes zijn zo overdreven slecht dat het weer grappig wordt, en het heeft er veel van weg dat dat met opzet is. De humor is wisselend, soms slaat het helemaal niet aan, maar is ook regelmatig onverwacht gortdroog.
Wel had ik grote moeite de film door te komen, want het tempo stokt regelmatig, en het bevat de voor Miike kenmerkende saaie stukken tussen de gekte. Desalniettemin ben ik blij dat dit soort films ook gemaakt worden, want je beleeft zeker een aantal mooie wtf-momenten. 2,5*.
Kawaki (2014)
Alternatieve titel: The World of Kanako
Niet minder dan geniaal. Allereerst hypergestileerd, alles lijkt uit de kast gehaald te worden: slow motion, hyper montage en zelfs kleine stukjes anime. De muziekkeuze is eigenzinnig, is ook heel sterk gemonteerd, dat er ook vaak daadwerkelijk gezongen wordt hoeft van mij eigenlijk niet, maar stoort hier toch nauwelijks. Opvallend zijn de J-pop liedjes. Eigenlijk afschuwelijk, zo druk als ze zijn, maar hier zo sterk gebruikt, met dank aan de spetterende montage.
Al deze middelen worden ingezet om een intrigerende zoektocht neer te zetten naar een meisje, en misschien nog veel meer: naar haar wezen. De flashback structuur maakt het niet altijd even makkelijk om te volgen, maar is wel op z'n plaats bij een verhaal dat gaat om de ontrafeling van een persoon. Zo extreem als de film visueel oogt, zo extreem lijkt ook het plot te zijn, gezien alle gekte die voorbijkomt. Het is allemaal zwaar over de top, na driekwart van de film ben je haast uitgeput, en toch krijg ik er geen genoeg van. Het meisje intrigeert in beide betekenissen van het woord, weet mensen om haar vinger te winden, en datzelfde geldt voor de film.
Waar valt het mee te vergelijken? Qua intensiteit en gekte misschien nog het beste met films als Cold Fish en Guilty of Romance van Sono, maar dan mooier gestileerd. De 5* kunnen dan ook niet uitblijven.
Kaze Tachinu (2013)
Alternatieve titel: The Wind Rises
Naar deze film heb ik zeker uitgekeken. Aanvankelijk wilde ik er met een vriendin naar toe, maar we hadden helaas allebei geen tijd. Ik had me er al mee verzoend dat ik hem dan maar thuis op tv zou gaan kijken, toen mijn moeder me vertelde dat hij zou gaan draaien in mijn geboorteplaats. Dus toch nog in de bios kunnen kijken!
De verwachtingen waren hoog, want ik had al begrepen dat deze film Miyazaki's meest duistere film zou zijn. Ik denk inderdaad dat het niet echt geschikt is voor kinderen. Niet zozeer vanwege gebeurtenissen die een kinderziel kan schaden, maar eerder omdat ze er weinig van zullen begrijpen. Wat dat betreft is de film te vergelijken met een film als Omohide Poro Poro, waar ook volwassen thema's behandeld worden. Ik heb begrepen dat Miyazaki aanvankelijk Ponyo 2 had willen maken, ik kan alleen maar blij zijn dat hij dat niet heeft gedaan. Genoeg tekenfilms voor kinderen, maar echt mooie tekenfilms over gewone mensen zijn er voor mijn gevoel maar weinig.
Het belangrijkste thema in deze film is de spanning tussen de schoonheid van de techniek en de verschrikkelijke doeleinden waarvoor diezelfde techniek ingezet kan worden. Tijdens mijn wiskundestudie heb ik ook wel eens een ethiekvak gehad waarin dit is aangestipt, en waarin met name de vraag gesteld werd of je zou kunnen werken in de wapenindustrie met als ultieme testcase het atoombomproject. Nu ken ik wiskundigen die bewust werken in takken van de wiskunde met weinig toepassingen. Met name de wiskunde die gebruikt wordt om natuurkunde te beschrijven wordt angstvallig gemeden. Het is dan ook ironisch om te zien dat deze abstractere takken met weinig toepassingen ook steeds meer en meer gebruikt lijken te kunnen worden in de natuurkunde.
Ik heb begrepen dat Miyazaki de nodige kritiek heeft gekregen. Van de ultranationalistische Japanners omdat hij in de film een negatief oordeel velt over de oorlog. Van landen als China en Korea omdat hij te weinig van de Japanse misstanden heeft laten zien in de oorlog. En ook de antirooklobby heeft van zich laten horen. Wat mij betreft zegt hij genoeg over de oorlog. De film is semibiografisch en de historische Jiro Horikoshi schijnt zich in dezelfde bewoordingen over de oorlog uitgelaten te hebben: Japan zal branden. Wellicht had Miyazaki sterker een gewetensconflict van Horikoshi over zijn bijdrage aan de oorlogsindustrie kunnen aanstippen, maar ik vraag me werkelijk af in hoeverre dat realistisch was geweest, zowel binnen het universum van de film als in werkelijkheid. Als het je passie is, en je ook een baan nodig hebt om in leven te blijven (zeker met de gedachte in het achterhoofd dat Japan toen een arm land was), lijkt het me moeilijk om principieel wat betreft pacifisme te zijn. Bovendien was Japan volgens mij toen ook geen vrije democratie. Wat het roken betreft, ik vond het prima dat dat werd getoont, aangezien iedereen toen massaal rookte. Het past bij de sfeer van het tijdvak. Ik rook overigens zelf niet.
Zoals gezegd, de film is semibiografisch. Het romantische gedeelte is dan ook fictie voor zover ik heb begrepen. Niettemin een sterk element in de film, want zoals wel vaker in Ghibli films zijn de hoofdpersonen bewonderingswaardig en innemend, waardoor de romantiek behoorlijk hartverwarmend is. Het gevaar met romantiek is vaak dat het mierzoet wordt, maar daar heb ik bij geen enkele Ghibli film ooit last van gehad. Dat er hier niet bepaald sprake is van rozengeur en maneschijn, maakt al helemaal dat die valkuil vermeden wordt. Sterker nog, het maakt alleen maar meer dat na afloop een gevoel van realisme en oprechtheid overheerst.
Het enige kritiekpuntje dat ik kan uiten over de plotelementen is dat de focus soms een beetje lijkt weg te vallen. De film duurt dan ook vrij lang, en ik vraag me af of een compactere film niet een wat duidelijkere lijn zou hebben. Men blijft vrij lang in Duitsland hangen, en ook het geheime dienst element is wellicht overbodig. Ik schrijf wellicht, omdat het wel benadrukt dat Japan zeker geen vrije democratie was in die tijd.
Wat animatie heb ik weinig te klagen. De openingsscène is spectaculair en heerlijk fantasierijk. In feite vat deze scène de film al samen. De aardbevingsscène is overweldigend. Ziet een aardbeving er werkelijk zo uit? Ik kon me van te voren er weinig bij voorstellen hoe een aardbeving er nu uitziet, maar deze scène komt wel realistisch op me over. Maar los van deze scènes valt er veel meer te genieten, de animatie is werkelijk bijzonder detailrijk. Alleen al de treinscènes waren prachtig om te zien.
Tenslotte een aantal losse opmerkingen. Allereerst was ik verrast dat Anno, die toch ook een grote regisseur is, de stem van het hoofdpersonage heeft ingesproken. Op mijn favoriete anime-forum wordt hij afgekraakt omdat hij te oud zou klinken voor het personage dat hij inspreekt. Ik snap die kritiek, maar heb me er niet aan kunnen storen, en vond het alleen maar leuk om te zien dat hij ook in deze vorm heeft bijgedragen aan de film.Ten tweede is het toch wel opmerkelijk dat alleen de hoofdpersonages grote ogen hebben en de bijpersonages er juist erg Japans uitzien. Ik kan me er weinig aan storen, maar het is wel enigszins apart.
Uiteindelijk is Kaze Tachinu wellicht Miyazaki's sterkste film. Mijn favorieten tot nu toe waren Tonari no Totoro en Laputa, maar deze evenaart die films met gemak. Voor nu dan ook dezelfde waardering, maar ik sluit niet uit dat Kaze Tachinu bij herziening naar het maximum gaat. 4,5*.
Keetje Tippel (1975)
Alternatieve titel: Hot Sweat
Ook een typische Nederlandse Verhoeven film, maar wel een tikkeltje beter dan Turks Fruit (een vergelijk ligt toch voor de hand aangezien de regisseur + hoofdrolspelers dezelfde zijn). Ik begrijp wel de populariteit van de laatste film ten opzichte van deze. Die straalt toch het vrijgevochtene uit van die jaren uit, wat destijds meer zal hebben aangesproken dan de historische setting van deze film. Die setting vind ik dan weer wat interessanter, al is de uitwerking nog steeds vrij oppervlakkig.
Gebaseerd op de autobiografie van een schrijfster die destijds zelfs als kanshebber op de Nobelprijs voor de literatuur werd gezien, voelt dit toch meer als typisch Verhoeven aan. Veel nadruk op seks dus, wat samen met voedsel de hoofdmotivatie van ieders daden in deze film lijkt te zijn. Alleen de hoofdpersone lijkt zich daarvan te onttrekken, maar blijkt naar het einde toe toch ook niet gespeend van opportunisme te zijn om het maar beter te krijgen. Niet al te diepgaand dus, althans in de figuurlijke zin.
De beelden zien er net als in Turks Fruit wat stoffig uit, op een mooie bootscène aan het begin na; de muziek valt wel wat meer op. Het hoofdthema van Van Otterloo is erg mooi, en verder past Offenbach ook wel bij de betreffende parkscène. Hier zit toch vooral het beetje extra in ten opzichte van Turks Fruit. Mede daarom een halfje extra ten opzichte van die film. 2*.
Kidô Keisatsu Patorebâ (1988)
Alternatieve titel: Mobile Police Patlabor
Bekeken als voorbereiding op de Patlabor films (al heb ik begrepen dat het niet noodzakelijk is om dit gezien te hebben). De eerste paar afleveringen waren standaard anime, met de aflevering over het zeemonster als komische uitschieter. Afleveringen 5 en 6 vond ik eigenlijk al best veel sfeer hebben. Ik krijg er in ieder geval zin in om de films te gaan kijken.
Ik heb begrepen dat de laatste aflevering er oorspronkelijk niet bij hoorde en is uitgebracht om de eerste film te promoten. In ieder geval is de aflevering ook niet door Oshii geregisseerd en dat valt te merken, want het is een minder einde voor de serie vergeleken met het oorspronkelijke einde. Maar al met al best aardig.
Kidô Keisatsu Patorebâ: Gekijô-ban (1989)
Alternatieve titel: Patlabor: The Movie
Ontzettend fijne film. Af en toe bijzonder sfeervolle scenes, vooral als die dikke vriend van Gotoh op onderzoek gaat naar the main suspect, waarbij de begeleidende muziek van Kawai een cruciale rol speelt. Sommige beelden zijn prachtig, vooral de lucht en de zon die verstrooid wordt in de zee. Ook erg sfeerverhogend.
De actie is gelukkig gedoseerd en wordt soms ook plotseling onderbroken voor een sfeervolle scene zoals Noa die ineens in een ruimte vol met vogels staat.
Zeker niet het belangrijkste, maar wel mooi meegenomen: het verhaal vond ik ook behoorlijk boeiend.
De miniserie die eraan voorafging bevoel me wel redelijk, en ik had begrepen dat dit meer sfeer zou bevatten, maar dit had ik niet verwacht. In zeer positieve zin ben ik verrast! Ik ben erg benieuwd geworden naar de tweede film, vooral omdat die the way beyond schijnt te zijn.
Kidô Keisatsu Patorebâ: The Movie 2 (1993)
Alternatieve titel: Patlabor 2: The Movie
Onlangs weer eens herzien naar aanleiding van een recente herziening van Ghost in the Shell. Het Opmerkelijk dat ik die laatste film volgens eigen telling zeker zeven keer gezien heb, terwijl ik Patlabor 2, die niet of nauwelijks voor Ghost in the Shell onderdoet, nu pas voor de tweede keer gezien heb. De eerste kijkbeurt was bijna precies zeven jaar geleden, dus het was wel weer eens tijd voor een herziening.
Destijds heb ik eerst de OVA en de eerste film gezien voor me aan deze film te wagen, vandaar dat ik veel vertrouwder was met het universum en de personages dan deze keer. Er is nogal wat weggezakt, maar dat geeft me meer de mogelijkheid om te zien hoezeer deze film op zichzelf staat.
Dat valt niet tegen. Natuurlijk sneeuwen er bepaalde personages een beetje onder en is het niet helemaal duidelijk (meer) wat hun rol in het team is. De focus ligt met name op de personages Goto en Nagumo, en die hebben wel degelijk een interessante rol in het verhaal. Net als bij Ghost in the Shell is het verhaal aanvankelijk een beetje lastig te volgen, maar uiteindelijk wordt de hoofdlijn wel duidelijk. Interessant en grappig is dat de antagonist is gemodelleerd naar Hayao Miyazaki. In dezelfde lijn als de volgende quote van Oshii die ik tegengekomen ben:
De sfeer van de film is geweldig. De beelden zijn erg gedetailleerd, zowel in de karakterontwerpen als qua achtergronden. Er is vaak sprake van interessant lichtspel, bijvoorbeeld tijdens de scène in de auto, en de subtiele soundtrack van Kawai versterkt de sfeer alleen maar nog meer. Sowieso één van de sterkste soundtracks die ik ken, al verkies ik uiteindelijk wel die van Ghost in the Shell boven deze. Net als in de laatstgenoemde film tijd voor scenes waar eigenlijk weinig gebeurt behalve een dialoog of een monoloog, en waar het vooral om de sfeer lijkt te draaien, zoals tijdens de auto scène en nog veel meer tijdens de boot scène.
Uiteindelijk niet veel actie. Ik moet zeggen dat ik over het algemeen niet heel veel op heb met het mecha genre, maar voor het Patlabor universum (okee, en ook voor Full Metal Panic) maak ik een uitzondering. Het komt denk ik vooral omdat het Patlabor universum erg realistisch overkomt. Nochtans vind ik het niet erg dat de Patlabors pas op het einde uit de kast komen, waardoor de film grotendeels in een echt realistische setting speelt.
Wellicht is deze film visueel en qua sfeer nog net wat beter dan Ghost in the Shell, die in mijn top 10 staat. Toch verkies ik die film net wat meer dan Patlabor 2 vanwege de filosofie die me wat meer aanspreekt, de score die ik daar net iets mooier vind, maar misschien nog wel het meest vanwege nostalgische redenen. Nochtans is Patlabor 2 één van de sterkste films die ik ken, zeker als we ons beperken tot animatie. De 5* blijven ruimschoots overeind.
Kikujirô no Natsu (1999)
Alternatieve titel: Kikujiro
Mooie gevoelige film. Het jongetje acteerde goed naar mijn smaak en Kitano is helemaal fantastisch als de nietsnut met de grote praatjes die eerst voor om zichzelf denkt, maar later alles doet om het jongetje van zijn verdriet af te helpen. Het deed ergens erg aan Sonatine denken, al die spelletjes om het jongetje op te beuren deden me denken aan wat de Yakuza in Sonatine op het strand uitspoken, maar hier gelukkig geen enkel pistoolschot, of het moet uit een kermisgeweer komen. Vrij uitzonderlijk voor een Kitano film geloof ik. Na afloop was ik ook helemaal opgebeurd. Kitano lijkt echt elk soort film te kunnen maken.
Leuk trouwens dat dat jochie in het begin in een Nederlands elftal shirtje rondliep.
Kill Bill: Vol. 1 (2003)
Ik weet nog wel hoe opgewonden iedereen was toen deze film in de bioscoop uitkwam. Na zoveel jaar eindelijk weer een film van Tarantino! Ik daarentegen had nog nooit van de man gehoord, maar werd toch wel nieuwsgierig toen ik hoorde dat hij dezelfde man was die ook Pulp Fiction had geregisseerd, een film die ik toen net voor het eerst op tv had gezien (jawel!) Ik kwam dus duidelijk onder een steen gekropen, maar ik kwam wel erg enthousiast de bioscoop uit na het zien van dit eerste deel van Kill Bill.
In de eerste jaren hierna nog een aantal keer herzien, maar de laatste jaren heb ik de film totaal niet aangeraakt. Aangezien ik een aantal jaar geleden al mijn stemmen hier heb verwijderd om met een schone lei te beginnen hoog tijd om de film weer eens te herzien.
Toch wel wat reserves, de laatste jaren heb ik een aantal Chinese vechtfilms gezien waar de actie er bijzonder goed uitzag, kan Kill Bill die vergelijking doorstaan? Het antwoord is een duidelijk nee, Thurmans vechtkunsten ogen niet bepaald soepel, veel geknip, maar de wijze waarop dit gebeurd is wel van dien aard dat de vechtscenes nog steeds te genieten valt. Maar ook uit andere zaken blijkt het vakmanschap van Tarantino. Beelden vond ik in het algemeen erg goed, er is duidelijk veel en ook goed over nagedacht. Mooie scène in de Japanse nachtclub in een shot, die doet denken aan een soortgelijke scène in Elephant en de eindscène in de sneeuw had haast een feeërieke sfeer. Verder is het toch altijd leuk wat Tarantino uit zijn platenkast trekt als filmmuziek. Ik weet niet of ik het altijd even passend vind, maar het klinkt wel lekker.
Verder natuurlijk een hoop lol. De Texas Rangers, Hannahs ooglapje met het rode kruis in het ziekenhuis, Buck, the Pussy Wagon, dat soort grote knipogen maken een film toch erg leuk. Ik werd wel een beetje bang van de scène waarin met Vernita Green afgerekend wordt, vond het acteerwerk daar verre van sterk, maar de rest van de film heb me er eigenlijk niet echt aan gestoord. Ook leuke rol van Chiaki Kuriyama, steekt Lucy Liu flink naar de kroon, maar ook tof om de Ugly Guy terug te zien in een scène met Kuriyama. Tenslotte vond ik het leuk om een stukje animatie te zien, ik weet nog dat ik dat heel verrassend vond tijdens mijn eerste kijkbeurt, maar ook nu vond ik het prima werken.
Niet veel van zijn kracht verloren dus! 4* en nu op naar het volgende deel!
Kill Bill: Vol. 2 (2004)
Alternatieve titel: Kill Bill 2
Ook leuk, maar wel wat minder dan het eerste deel. Dat komt voornamelijk doordat deze film veel meer Western ademt, waar ik gewoon minder mee heb. Ik heb ook het idee dat de cinematografie gelijk een stuk conventioneler is. Ik gok zo dat dat een bewuste keus is, omdat deze films voor zover ik begrepen heb bedoeld zijn als hommage aan de cinema waar Tarantino mee opgegroeid is, maar mij spreekt het niet zo aan. Wel vond ik de zwartwit bruiloftrepetitiescene er erg mooi gestileerd uitzien.
Verder een aantal leuke personages, met name Pai Mei en Esteban Vihaio. Allebei heerlijk over the top, de eerste met dat baardje en die zware wenkbrauwen. Grappig, ik kan me herinneren dat er ook in de eerste Lone Wolf and Cub film zo'n gast met zware wenkbrauwen rondloopt, waar ik me kapot aan heb zitten ergeren. De toon maakt denk ik toch de muziek, hier is mij de knipoog veel duidelijker waardoor het veel beter te pruimen valt. Minpunt is ook hier het toch wat soap-achtige acteerwerk van Thurman in de zin van zinnetjes opzeggen in plaats van een karakter neerzetten. Ook af en toe in de eerste film, maar hier viel het me wat meer op. Misschien ook bewust gedaan om een bepaalde B-sfeer neer te zetten, maar dat slaat bij mij niet echt aan.
Eerste film is bij de herziening ruim overeind gebleven, deze wat minder, maar nog steeds goed genoeg voor 3,5*.
Killer inside Me, The (2010)
Oef, dat was een teleurstelling!
Op aanraden van een kennis, die weet dat ik van klassieke muziek en wiskunde houd, hiernaartoe gegaan, want de hoofdpersoon houdt van klassieke muziek en maakt een wiskundesom. Omdat dat de reden van het bioscoopbezoek was, waren de verwachtingen sowieso niet al te hoog, maar het viel desondanks erg tegen.
Hoewel Affleck het best goed doet, en het uitgangspunt best aardig is, heeft de film zwaar te kampen met de vele dialogen die niet bijster interessant zijn. Tel daarbij op dat het cinematografisch totaal niet interessant is, en er blijft weinig voor me over. Soms wel gelachen, met name om het vrolijk in de handen klappen en fluiten na het vermoorden van vriendin en op het einde met het "shame on you" liedje. De special effects bij dat einde waren overigens verschrikkelijk slecht. Voor de rest viel er weinig te lachen, of het moest om de eerste liefdesscène zijn, die wat mij betreft qua belachelijkheid de eerste liefdesscène uit Brokeback Mountain naar de kroon steekt. Er werd overigens belachelijk veel geneukt in deze film. Ben er niet vies van, maar het was hier gewoon overkill op een gegeven moment.
En hoe zit het met de klassieke muziek en de wiskunde? Nou dat stelde niet veel voor. Heb een operanummertje gehoord, het Urlicht uit de tweede symfonie van Mahler en een wel erg langzame versie van het lied Im Abendrot uit Vier letzte Lieder van Richard Strauss, maar daar bleef het bij. Laatste twee stukken vind ik overigens wel geweldig, zeker die symfonie van Mahler die samen met de negende van Bruckner mijn favoriete symfonie is. Anyway, de relatie tussen klassieke muziek en psychopaten is wat mij betreft leuker uitgewerkt in A Clockwork Orange. Qua wiskunde was het nog kariger. We zien hem inderdaad werken aan een sommetje, maar daar blijft het bij en het is ook haast onmogelijk om goed te zien waar hij precies mee bezig is.
Vanwege Mahler, Strauss en de drie grappige scènes een sterretje boven het absolute minimum. 1,5*.
Kimi no Na Wa. (2016)
Alternatieve titel: Your Name
Duidelijk de beste film van Shinkai tot nu toe.
Visueel waren al zijn films tot nu toe meer dan bijzonder, met name door de adembenemende achtergronden, maar zelfs daar was nog ruimte voor verbetering getuige deze film, waarin er nog meer aandacht voor details lijkt te zijn, en waar de "camera" een stuk vrijer rond beweegt. De natuur is prachtig weergegeven, maar ook de stad is fraai geanimeerd, met name de shots van de bewegende treinen op het station. Absolute visuele hoogtepunten zijn de beelden van de komeet en de droom in de grot.
Ook op het narratieve vlak z'n beste werk. Beyond the Clouds was behoorlijk incoherent, 5 cm/s en The Garden of Words waren vrij oppervlakkig, terwijl Children Who Chase Lost Voices from Deep Below aanvoelde als een incoherent overdreven episch samenraapsel van andere anime. De verwisseling van lichamen is niet nieuw, maar de draai die Shinkai eraan geeft is dat wel, wat ook voor de nodige spanningsbogen zorgt, met als gunstig bijeffect dat de typische Shinkai romantiek, die zoals gebruikelijk wat naïef aanvoelt en opzwelt tegen het einde, wat naar de achtergrond gedrukt wordt.
Zijn andere films kwamen bij mij nooit boven de 4* uit. Deze film bevat grote gedeelten die het absolute maximum waard zijn. Wat me dan toch tegenhoudt om dat maximum uit te delen, is mijn grootste pijnpunt bij zijn films dat ook deze keer weer opspeelt: de muziek. Zolang er niet gezongen wordt, is het niet storend (wat iets anders is dan mooi), maar het gehalte gezongen J-pop is in deze film helaas erg groot. Waar in de andere films het liedje pas op het einde kwam, en dan alle sfeer kapot maakte, heb ik als ik goed geteld heb in deze film vier (!) liedjes voorbij horen komen. Ik blijf het herhalen: Shinkai doet er goed aan om de J-pop achter zich te laten en eens een fatsoenlijke componist aan te trekken. Ik vrees alleen dat dat nooit zal gebeuren.
Eindscore: voor het eerst een 4,5* voor Shinkai.
Kimitachi wa dô Ikiru Ka (2023)
Alternatieve titel: The Boy and the Heron
Toen ik begon met anime kijken vergeleek ik elke film met Miyazaki's Spirited Away. Het was een soort toetssteen voor alles. Gaandeweg zag ik dat er veel meer was dan die film, alleen al in het oeuvre van Miyazaki zelf. Zijn hoogtepunt voor mij, The Wind Rises, is niet bepaald vergelijkbaar. Die film was aangekondigd als zijn laatste, maar met The Boy and the Heron heeft Miyazaki toch weer een nieuwe film uit zijn hoed getoverd.
Opmerkelijk genoeg is dit een film die ik nu juist wel met Spirited Away wil vergelijken, aangezien in beide films de hoofdpersoon terecht komt in een andere, zeer fantasierijke wereld waarbij mij de logica van waarom de ene gebeurtenis uit de andere voortvloeit soms totaal ontgaat. Maar deze film is vele jaren jonger en dat is te zien aan de animatie die spectaculair is. Ondanks het verwarrende plot, heeft de film wel een erg verrassend, maar passend einde. De film evenaart zeker niet The Wind Rises, maar was zeker het uitstel van Miyazaki's pensioen waard. 4,5*.
Kimyô na Sâkasu (2005)
Alternatieve titel: Strange Circus
Het gebeurt niet vaak dat je een film opzet die je na afloop achterlaat met een gevoel van: "Wat heb ik nu in hemelsnaam allemaal gezien?"
De meest zieke dingen komen langs, maar steeds op bijzonder gestileerde wijze. De decors zijn vaak schitterend, neem bijvoorbeeld de bloedrode muren. Visueel gezien een lust voor het oog. Erg leuk is het spel met de werkelijkheid, dat soort dingen weet me vaak erg te boeien.
De muziek was best okee, maar niet altijd geweldig, met name de pianodeuntjes waren niet echt mijn ding. Verder ging de overacting van Yuji in de eindscenes irriteren. Die duurde wat mij betreft ook aan de lange kant, waardoor de film toch iets verloor aan impact, al is die zeker nog steeds erg groot. Wellicht dat een herziening alsnog een half puntje extra oplevert. Vooralsnog 4*.
Kindergarten Cop (1990)
Nee.
Het begin mocht er wel zijn, lekker lomp in doen en laten, maar vooral met een shotgun. Het begin op de school was ook wel aardig, met Arnie die zich totaal geen raad weet met de chaos veroorzaakt door de kinderen, maar zodra hij meer alles onder controle begint te krijgen, wordt het snel zoetsappiger.
Het middengedeelte voelt dan ook aan als een erg flauwe familiefilm. Tegen het einde weer wat spanning en actie, maar dat valt vies tegen. Verder weinig leuke personages, behalve misschien de collega van Arnie met haar eetlust, hoewel die voedselvergiftiging van haar op bijzonder flauwe wijze uitgewerkt wordt.
Vanwege het begin niet het absolute minimum. 1*.
King Richard (2021)
Na het Oscar incident had ik niet echt veel zin in Will Smith films. Echter, ik was toch ook wel nieuwsgierig naar waar hij nu een Oscar voor gekregen had, en mijn nieuwsgierigheid won het kennelijk uiteindelijk toch van mijn weerzin.
De film biedt in ieder geval een interessante blik op de achtergrond van de Williams familie. Ik volg tennis niet echt, maar op grond van mijn beperkte wereldbeeld vond ik die Williams familie maar arrogant. Dat lijkt volkomen misplaatst te zijn en na deze film heb ik juist veel bewondering voor ze, hoe ze zich vanuit hun achtergrond opgewerkt hebben, en hoe de ouders hun best hebben gedaan hun kinderen voor invloeden van de onderwereld te behoeden. Qua plot dus wel interessant, al is de speelduur een beetje lang.
De acteerprestaties, wat de reden was om de film te zien, waren in orde, al heb ik het idee Smith nu ook weer niet echt een opzienbarende prestatie neerzet. Het camerawerk was ook met name registrerend. De muziek daarentegen was wel prettig, waardoor ik uiteindelijk op 2,5* uitkom.
King, The (2019)
Interessante film over de honderdjarige oorlog. Met name interessant, omdat deze film een "Engels" perspectief biedt, terwijl ik eerder louter romans vanuit "Frans" perspectief gelezen had (de Thea Beckman trilogie Geef me de ruimte, Triomf van de verschroeide aarde, en Het rad van fortuin over de oorlogen van Edward en Charles, en Hella Haasses Het Woud der Verwachting over de oorlog van Lancaster. Ik schrijf "Engels" en "Frans" tussen aanhalingstekens, want er was not niet echt sprake van natiestaten in die tijd en in feite was het een burgeroorlog tussen twee Franse geslachten om de Franse troon, waarvan één ook de Engelse troon beheerste. Feitelijk was de hoofdpersoon in deze film, Henry V, de eerste Engelse koning sinds William the Conqueror die ook daadwerkelijk Engels als officiële overheidstaal promootte.
De film is gebaseerd op de toneelstukken van Shakespeare en is daarom ook een beetje gekleurd, want de Bard was zeker niet neutraal in zijn werk. De Franse zijde wordt wel erg slecht afgebeeld, maar dat stoort maar weinig. Eerder storen het matige Franse accent en de overacting van Pattinson. Een stuk beter is de rol van Chalamet. Tot nu toe heb ik hem louter in bijrollen gezien, wat hij verdienstelijk deed. De Henry V die hij neerzet is erg charismatisch en intelligent; erg overtuigend dus.
De beelden zijn verder erg degelijk, het ziet er strak uit, maar vernieuwend is het niet. Niet superveel actie, de veldslag was meer een modderbad, maar voelde daar juist wat authentieker door. Helaas toch ook wat onnodig melodrama met de verplichte speech voor de strijd en het inzoomen op de dood van vriend Falstaff. Wel gaaf was de onthoofding eerder in de film. Niet verwacht.
Niet grensverleggend, maar wel degelijk en zeker interessant. 3*.
Kingdom of Heaven (2005)
Toch wat slechter bij herziening dan ik me herinnerde. Ik ben de vorige keer er halverwege in komen vallen en ik weet nog wel dat ik toen de muziek wel aangenaam vond en dat ik Bloom verrassend niet-slecht vond.
Dat laatste vind ik nu nog steeds, al helpt het wel dat ze hem hier niet zoveel laten praten. Zinnetjes komen hem toch vaak wat minder goed uit de mond. Op de Engelstalige wikipedia lees ik dat sommige mensen de kritiek op hem hadden dat hij zijn karakter niet meer neerzette als een epische held. Ik moet zeggen dat juist dat beetje nederigheid dat hij uitstraalt me wel bevalt.
Wat ook in positieve zin opvalt zijn de beelden. Mooie belichting vaak, de natuur en met name de luchten zien er erg mooi uit, maar ook het laatste gevecht van Bloom en Csokas tussen de gordijnen deed me een beetje aan de schoonheid van Hero denken.
Daar ligt toch een van de pijnpunten, want zo mooi als in die film wordt het nergens, en bovendien is de choreografie van de gevechten in Kingdom of Heaven behoorlijk matig. Zowat bij elke keer als zwaarden elkaar raken wordt er wel geknipt en als dat niet gebeurt, dan zie je nauwelijks iets omdat één van de vechters met z'n rug naar de camera staat.
Het grootste pijnpunt is - dit in tegenstelling tot wat ik me ervan herinnerde - de muziek. Had in mijn herinnering dat het nogal sfeervolle renaissance muziek was, maar het bleek toch op kleine uitzonderingen na vooral nogal dreinerige moderne muziek te zijn die op renaissance muziek moet lijken, maar nergens dat niveau haalt. Juist deze film had heel erg goed de muziek van bijvoorbeeld Palestrina kunnen gebruiken. Werkelijk een gemiste kans. Eén van de kortstondige lichtpuntjes was trouwens een passage uit de Matthaüs Passion van Bach. Had wat mij betreft langer mogen duren.
Laatste pijnpunt is de lengte, en dan heb ik volgens mij gisteren op tv nog niet eens de Director's Cut gezien. Het duurt wel allemaal errug lang en dan heeft de film nog relatief weinig grote gevechten. Helaas moet de film er toch mee eindigen, is haast ook een beetje onvermijdelijk, maar ik ben er niet zo'n grote fan van. Het voegt gewoon niet veel toe, en verlengt de toch al lange film alleen maar nodeloos.
Wat ik tenslotte nog wel als positief wil aanmerken is de positieve boodschap van de film. Het is haast een beetje verrassend te noemen dat een dergelijke epische film aandacht heeft voor beide partijen. Het mag allemaal niet al te historisch accuraat zijn, maar ook in deze tijd zou het allemaal wat meer helpen als we ons wat meer inleven in de positie van een ander. Het mag misschien een beetje hippieachtig klinken, maar de film is wat mij betreft ook niet te drammerig met de boodschap zodat het ook niet heel erg moralistisch op me overkomt en ik me er in ieder geval niet al te erg aan stoor. Integendeel zelfs dus.
Ook aardig vind ik dat het personage van Bloom het geloof, dat hij aan het begin van de film kwijtgeraakt is, niet nadrukkelijk terugvindt aan het einde. Dat soort dingen gebeurt namelijk nogal vaak en wekt spontaan bij mij braakneigingen op. Blijft hier gelukkig achterwege.
Het zal wel niet helemaal mijn genre zijn, maar de positieve punten maken het desondanks nog redelijk genietbaar. 2* vanwege de mooie beelden.
