• 15.747 nieuwsartikelen
  • 178.079 films
  • 12.212 series
  • 33.983 seizoenen
  • 647.093 acteurs
  • 199.014 gebruikers
  • 9.372.347 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Kiraware Matsuko no Isshô (2006)

Alternatieve titel: Memories of Matsuko

Ik had wat andere verwachtingen bij deze film. Kamikaze Girls en Paco and the Magical Picture Book waren kleurrijke, fantasievolle films, en zeker de laatstgenoemde kwam nogal sprookjesachtig over. Vanwege de poster had ik een soortgelijke film verwacht, het bleek eerder om een anti-sprookje te gaan, gezien het leven vol dromen van de hoofdpersone, waarvan in de praktijk maar bitter weinig terechtkwam.

Duidelijk een opstapje naar Confessions dus, maar wel bijzonder kleurrijk en hypergestileerd. De film bestaat bijna louter uit oogstrelende beelden; waren maar meer films visueel zo mooi. Ook leuk zijn de getekende vogeltjes, die aan Disney doen denken, en waarmee het contrast tussen sprookje en de werkelijkheid in de film benadrukt wordt. Muzikaal haalt Nakashima weer het een en ander uit de kast. Niet alles werkt even goed, soms voelt het te vrolijk voor de sfeer van het moment, maar soms ook behoorlijk spetterend, zoals tijdens de bordeelsequence.

Narratief is het aanvankelijk een beetje warrig, later wordt de structuur wat duidelijker met verschillende mensen die over een bepaalde episode in het leven van de hoofdpersone spreken. Het drama spreekt me wel aan; iemand die haar plek in het leven niet weet te vinden, en keer op keer teleurgesteld raakt. Pas op het einde wordt het wat te melodramatisch, met name met dat laatste liedje, maar voor de rest een boeiend en onstuimig portret.

Zeker geen perfecte film, maar wel behoorlijk interessant, en visueel bijzonder mooi. Met name daarom kom ik toch op een kleine 4,5* uit.

Kizumonogatari II: Nekketsu-hen (2016)

Het meeste heb ik al bij de eerste film geschreven, maar toch ook bij deze film wat woorden. Allereerst heb ik de drie films in één ruk gekeken, waardoor het allemaal meer als één geheel aanvoelde. Ik vind het ook daarom moeilijk om een echt onderscheid tussen de delen te vinden, vandaar dat alle delen dezelfde waardering krijgen.

In ieder geval is dit ook weer een spectaculaire film met name gedurende vechtscènes die om te smullen zijn, die op momenten erg sfeervol is, en op andere momenten ook de nodige humor heeft (Kiss Shot die haar eigen been verorberd bijvoorbeeld). Ook voor dit deel een dikke 4,5* dus!

Kizumonogatari III: Reiketsu-Hen (2017)

Alternatieve titel: Kizumonogatari Part 3: Reiketsu

Ook dit laatste deel is weer van een hoog niveau en wellicht het meest interessante van de trilogie, omdat het allemaal wat gruwelijker is dan in de andere delen van de filmreeks. Een aantal erg gruwelijke scènes dus, die echter briljant uitgewerkt worden, zoals wanneer Araragi ontdekt dat Kiss-Shot een mens aan het verorberen is. En de laatste vechtscène is natuurlijk ook erg de moeite waard; in het algemeen is de animatie gedurende de actiescènes het meest spectaculair in deze filmreeks.

Verder een paar mooie of bijzondere andere momenten: zoals de flashback naar de eerste man die door Kiss-Shot tot vampier gemaakt werd, of de plotselinge sneeuw tijdens het intieme gesprek tussen de hoofdpersonen.

Wat terug te komen op de discussie hierboven met Onderhond: de manier waarop met clichés omgegaan wordt is hier toch echt wel anders dan in bijvoorbeeld Bakemonogatari, maar men ze echt bewust plaatst en vervolgens de vierde wand breekt door ernaar te refereren. Daar is hier geen sprake van. Maar ik kan me helemaal vinden in hoe Onderhond het verwoordt. Om het in mijn eigen woorden te zeggen: er komen in deze filmreeks de nodige clichés voorbij, maar er is zoveel meer dat er tegenop weegt. Voor mij in ieder geval dusdanig veel dat ik ook voor dit deel op 4,5* uitkomt.

Kizumonogatari: I Tekketsu-hen (2016)

Alternatieve titel: Kizumonogatari Part 1: Tekketsu

Ook eindelijk gekeken, meteen alle drie de films in één ruk. Ik was al bekend met Bakemonogatari, het eerste deel in de Monogatari reeks dat werd uitgezonden, maar qua chronologie na Kizumonogatari komt (al zit Nekomonogatari (kuro) er nog tussen). Op diverse fansites werd aangeraden om vooral alles in volgorde van uitzenden te kijken, waardoor Kizumonogatari, hoewel qua chronologie het eerste deel, als één van de laatste delen aan de beurt komt.

Ik had besloten om dit advies op te volgen, te beginnen met een herziening van Bakemonogatari, die ik in ieder geval nog steeds erg vermakelijk en verfrissend vond vanwege de scherpe dialogen, het spelen met animeclichés waarbij de vierde wand nog wel eens gebroken wordt, de vreemde achtergronden, en de vaak sfeervolle muziek. Kizumonogatari wordt overigens aan het begin van de eerste aflevering van Bakemonogatari in enkele onnavolgbare flashbacks van in totaal nog geen minuut samengevat.

De rest van de series (mijn meningen zijn verspreid over moviemeter en tvmeter te lezen afhankelijk of het een serie of een miniserie betreft) zijn meer van hetzelfde, maar dan ook wat minder scherp uitgevoerd, waardoor het frisse van Bakemonogatari er een beetje vanaf raakte. Om dat laatste twijfelde ik er dan ook wel aan of ik er goed aan had gedaan eerst de hele resterende Monogatari meuk te bekijken als opstapje naar deze films, die wellicht nu ook minder fris zouden overkomen dan wanneer ik al die series overgeslagen had.

Welnu, af vanaf de briljante beginscène blijkt dat laatste 100% mee te vallen. Er zijn overeenkomsten met de andere delen uit de Monogatari reeks, zoals de perversiteiten van de hoofdpersoon, de mix tussen live action beelden en animatie, en de gedeformeerde personages, maar desondanks is het duidelijk dat Kizumonogatari van alle delen het meest afwijkend is. De toon is anders: een stuk minder nadruk op dialogen, het is allemaal een stuk minder statisch, er wordt niet met de vierde wand gespeeld, en er is meer actie.

Maar vooral de stijl is op punten afwijkend: een stuk meer details, en met name de personages zien er een stuk minder steriel uit en komen dus meer tot leven. Wordt er in de andere delen uit de reeks met verschillende stijlen gespeeld, wordt dat hier in een overtreffende trap gedaan. De animatie is over het algemeen van een hoog niveau, een stuk hoger dan in de series, en is af en toe echt uitzinnig. Alleen al in deze eerste film zijn er een aantal briljante scènes zoals de al eerder genoemde openingsscène, maar ook de metroscène en de confrontatie met de vampierenjagers.

Muziek is ook wat beter. Die is in de vervolgseries soms erg sfeerverhogend, maar daar soms ook wat melodramatisch. Hier ook een zeer sfeervolle soundtrack, maar dan zonder melodrama. En op de wat lichtere momenten raakt de muziek ook de juiste snaar, met name tijdens de wat ongemakkelijke momenten tussen de hoofdpersoon en het personage Hanekawa.

Wat plot betreft is de toon ook wat anders. Zoals gezegd minder de focus op de dialogen (die in Bakemonogatari geniaal zijn, maar in de vervolgseries steeds minder scherp worden), waardoor het allemaal wat serieuzer overkomt en het tempo veel vloeiender aanvoelt. Het plot gaat over hoe Araragi en Shinobu met elkaar in aanraking gekomen zijn en hoe hun relatie tot stand is gekomen. Het loont denk ik zeker om eerst (enkele) van de series te zien alvorens aan Kizumonogatari te beginnen, om wat vertrouwder te zijn met de personages, maar dit valt ook prima zonder de andere series te kijken.

In ieder geval is Kizumonogatari met afstand het beste uit het Monogatari universum. Voor dit deel, en ook voor de andere delen 4,5*.

Kizzu Ritân (1996)

Alternatieve titel: Kids Return

Na vijf jaar weer eens gezien. Opvallend dat er sindsdien maar drie berichten geplaatst zijn. Misschien ook enigszins terecht, want om eerlijk te zijn was ik volslagen vergeten waar deze film over ging, wat ik zelden heb bij films. Alleen de twee hoofdrolspelers op de fiets kon ik nog herinneren.

Recent ook Dolls gezien, en ook al zie je in Kids Return aanzetten tot soortgelijke esthetiek, en is deze film poëtischer dan menig andere film, het haalt het niet bij Dolls. In mijn vorige bericht was ik behoorlijk vol lof over de montage, maar ook daar had ik het idee dat het niet zo to the point was. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de soundtrack. Meer dan prettig, maar niet van het hoogste niveau.

Het verhaal kabbelt rustig door, heeft niet veel lijn, is ook niet chaotisch en is uiteindelijk best onderhoudend. Met name de boksscènes vond ik eigenlijk best interessant; de moves zagen er ook behoorlijk strak uit, in ieder geval bij het hoofdpersonage.

Misschien is het meest interessante aspect aan de film nog wel dat het mogelijk een alternatieve levensloop van Kitano zelf laat zien, die groot geworden is als helft van een komedieduo, maar ook verklaard schijnt te hebben dat hij bij de yakuza terecht was gekomen als dat duo was mislukt.

Noch Kitano's beste, noch z'n slechtste film. Het zit er tussen in, en is zeker onderhoudend, maar meer niet. De 3* blijven dan ook staan.

Koara Kachô (2005)

Alternatieve titel: Executive Koala

Toch minder dan Neko Ramen Taisho.

Het openingsliedje is erg leuk, met ineens regels als "hij gaat nooit vreemd, en doet niet aan scheidingen", zeker als de eerste dialoog in de film gaat over dat hij gescheiden is. Voor de rest is het eerste gedeelte nogal gezapig. Het tweede gedeelte barst de gekkigheid los, met als hoogtepunt het liedje. Echter veel randomness, en daar ben ik niet zo'n fan van. Gekkigheden werken voor mij toch het beste als er toch ergens een lijn is, als er maar een soort interne logica is, ook al heeft die niets met de gebruikelijke logica te maken. En dat miste ik hier, waar dat bij Neko Ramen Taisho wel aanwezig was.

Niettemin toch een aantal aparte momenten gezien, en daar gaan de punten, ook al zijn het er niet heel veel naar toe. 2*.

Koe no Katachi (2016)

Alternatieve titel: A Silent Voice

De naam Shinkai valt hier regelmatig, maar ik vind het maar weinig vergelijkbaar. De films van Shinkai ogen visueel een stuk mooier, vertonen veel meer spel met licht en kleur, terwijl deze film psychologisch een stuk dieper gaat.

Een zeer solide drama dat allereerst een interessante blik op pesten biedt met meelopers en schijnheiligen die zelfs nog jaren na het voorval weigeren hun eigen rol te herkennen. Maar ook interessant om te zien is hoe rollen in een klas ogenblikkelijk omgedraaid kunnen worden, waarbij klasgenoten genadeloos afrekenen met iemand die ineens volledig onderaan de pikorde terechtgekomen is. Iets soortgelijks zie je ook in Confessions, waardoor ik het idee krijg dat een dergelijke wraak uitgeoefend door de klas erg typisch Japans is, al zal het ongetwijfeld ook in Nederland gebeuren.

In ieder geval draait het in deze film om het in het reine komen van de hoofdpersoon met zijn slachtoffer en met zichzelf. De valkuil in een film is dat dit te gemakkelijk gaat en dat iedereen daarna weer vrolijk en blij is. Hier gelukkig toch wat meer psychologische obstakels, zoals oud klasgenoten die in oude patronen vervallen. Genoeg diepgang dus.

Visueel haalt het dus niet bij Shinkai. De stijl, met name van de karakterontwerpen, is zelfs behoorlijk generiek te noemen, wat toch een beetje jammer is. Niettemin kan de animatie nog steeds hoogstaand zijn zonder het niveau van Shinkai of Ghibli aan te tikken. De vuurwerkscene was zelfs erg indrukwekkend met name wanneer de hoofdpersoon valt.

Lengte had misschien iets korter gemogen, want aan het einde sleept het toch een beetje, maar over het algemeen hou ik er een behoorlijk positief nasmaak aan over. Een kleine 4*.

Kôfuku no Kane (2002)

Alternatieve titel: Blessing Bell

Die Terajima, dan zie ik hem in een film met stront op zijn kop, en nu in een schitterende hoofdrol. Een hoop interessante ontmoetingen, maar Terajima blijft door zijn zwijgzaamheid redelijk ondoorgrondelijk. Pas op het einde tijdens de dialoog met zijn vrouw worden dingen in perspectief gezet en drong pas echt tot me door wat er voor ongelooflijke dingen allemaal gebeurd zijn. Voor sommigen misschien jammer dat door te praten iets van de magie verloren gaat, maar op mij kwam die opsomming van wat hij heeft beleefd best wel komisch over. Ik zie trouwens niet hoe het anders had gekund. Als je een tijd van huis bent geweest, en je komt weer terug, dan is het logisch dat vrouwlief vragen gaat stellen. En om de gebeurtenissen een plaats te geven lijkt het me ook vrij logisch dat hij naar huis terugkeert.

De beelden zijn prima in orde, het kleurgebruik is goed en sommige shots zijn echt schitterend, met name de beelden van enkele straatlantaarns. Het vrijwel ontbreken van muziek is opvallend, maar niet storend. Sterker nog, als de gitaar er eenmaal in komt, blijft die algauw hangen op een enkel akkoord, wat nogal vervelend is.

Sterk is de manier waarop dingen uitgebeeld worden. Enkele gebeurtenissen en ontmoetingen blijken in direct verband met zijn situatie te staan. In een westerse film zou er meteen een voice-over bijgehaald zijn om dingen uit te leggen. Dat dit hier niet gebeurt, pleit ontzettend voor deze film.

Een bijzondere film, waarbij ik me ondanks de stiltes geen moment heb verveeld. Ik sluit zeker niet uit dat een herziening een hogere score oplevert.

Koi no Tsumi (2011)

Alternatieve titel: Guilty of Romance

Toen ik recentelijk The World of Kanako van Nakashima zag, moest ik enigszins aan Sono denken. Ergens onvergelijkbaar, want bij Nakashima lijkt meer te focussen op het drama en de stilering, terwijl de Sono zich meer richt op het absurdisme en in de soundtrack een grote voorkeur voor klassieke muziek lijkt te hebben. Maar bij beiden draait het uit op zeer intense scènes vol waanzin. De animo om deze film te herzien werd in ieder geval behoorlijk groot.

Deze keer de uitgebreide versie gezien, en de extra scènes zijn zeker van toegevoegde waarde. Het verhaal rondom de detective bevat ook de nodige spanning, en maakt dat het thema van geheime dubbellevens alleen maar sterker uitkomt. Het nieuwe einde, dat een filosofisch tintje heeft, mag er overigens ook zijn. Wat filosofie betreft is het regelmatig aanhalen van "Het Slot" van Kafka bijzonder. In mijn ogen wordt er nogal een vreemde draai aan dat boek gegeven, maar vermakelijk is het wel als zo'n boek op dergelijke manier misbruikt wordt.

Datzelfde geldt voor de muziek. Ik schreef het al in mijn eerste bericht: het adagietto uit Mahlers vijfde symfonie is nogal een clichéstuk, en dan is het des te grappiger als het klinkt terwijl er allerlei perversiteiten zoals een urinerende mevrouw over het scherm rollen. Niet clichématig is de barokmuziek, "Tombeau pour Monsieur de Lully" van Marais om precies te zijn, maar ook hier is het contrast tussen dergelijke muziek en de vertoonde beelden best wel komisch.

Echt veel directe humor heeft de film niet, maar dit soort elementen maken het behoorlijk vermakelijk. Dat geldt ook voor de personages, met name de universitair docente is behoorlijk bizar en heerlijk lomp, en de mime-speler/pooier mag er ook zijn zoals hij met z'n blije bakkes de hele tijd de ramptoerist uithangt. De love hotel scène is leuk, maar de leukste scène blijft met de moeder. Als er geen ondertiteling bij had gezeten, zou je denken dat ze alleen maar vriendelijke woorden spreekt.

Opmerkelijk hoe die scène snel kan omslaan in complete waanzin. Een voorbode voor de sterkste scène: de confrontatie met de echtgenoot. Hier is Sono op z'n sterkst, complete waanzin, de muziek van Marais klinkt, terwijl ondertussen ritmisch een trommel slaat, wat voor een bijzonder nerveuze sfeer zorgt. De verfballonnen zorgen ervoor dat visueel de waanzin ook perfect tot uiting komt.

Over de hele lengte een fijne broeierige sfeer, met een opbouw naar een geweldige climax in de laatstgenoemde scène. Een ophoging is onvermijdelijk. 4,5*.

Koi Suru Nichiyobi (2006)

Alternatieve titel: Love on Sunday

Aardige film, die voor het grootste gedeelte rustig voortkabbelt. Ik vond het camerawerk niet bepaald erg interessant, hoewel het toch bovengemiddeld is. Toch ook een redelijk J-Pop gehalte, dus de grootste lol uit het verhaal moeten halen. Dat is zoals bij meer Japanse drama's behoorlijk oprecht, maar toch niet zo meeslepend als ik het wel eerder heb meegemaakt. Wel interessant om te zien, zo'n vierkantsrelatie in plaats van de gebruikelijke driehoek.

Vanwege de momenten van oprechtheid, met name de laatste scènes op het dak, toch nog een krappe voldoende. 3*. Ijkpunt is hier een beetje Il y a longtemps que je t'aime, een film die hier niet echt op lijkt, maar ook erg oprecht overkwam. Die heb ik 2,5* gegeven, terwijl het camerawerk daar toch echt bedroevend was. Dus deze een halfje extra ten opzichte van die

Kôkaku Kidôtai (1995)

Alternatieve titel: Ghost in the Shell

Met alle berichten die ik over de remake lees, en die ik ongetwijfeld ook eens zal zien binnenkort, was de aandrang om deze film te herzien gigantisch groot geworden.

Ghost in the Shell is één van de eerste anime films die ik heb gezien en heeft mij altijd aangesproken, met name vanwege de filosofische mijmeringen omtrent de overeenkomsten tussen mens en computer. Het idee dat ons DNA eigenlijk ook een programma is met als doel zichzelf in stand te houden. Ik had daar destijds helemaal niet bij stilgestaan, en het sloeg ook behoorlijk op mij in, net zoals science fiction voorganger Blade Runner en navolger The Matrix erg op mij insloegen. De eerste omdat het waarschijnlijk mijn eerste Do Androids Dream of Electronic Sheep film was; de tweede vanwege de visualisatie van Plato's Grot, een ander idee dat destijds nieuw voor me was.

Maar Ghost in the Shell heeft meer te bieden dan een idee, want ondanks de leeftijd zijn de beelden nog steeds prachtig en gedetailleerd; de fluorescerend turquoise en paarse kleuren zijn schitterend. En ook al is de opvolger Innocence visueel nog mooier, komt de stijl van deze film zonder mix van 2D en 3D coherenter over, waardoor ik uiteindelijk toch deze film nipt verkies boven de opvolger. Verder sterke karakterontwerpen; met name van de hoofdpersone die er met haar grote ogen bijzonder popachtig uitzien en daarmee het vraagstuk of de mens ook niet gewoon een geprogrammeerde pop is, extra accentueert.

De sfeer van de film blijft overweldigend, met name door de soundtrack; één van de meest bijzondere die ik heb gehoord. Mysterieus vanwege de vreemde maar mooie koorzang; en op bepaalde momenten (met name de tijdens de actiescènes) erg subtiel. Zelfs in de tijd dat ik nog niet zoveel op zaken als sfeer lette, had ik altijd meer met deze film dan met de serie, die weliswaar qua science fiction veel dieper ging, maar qua filosofie en met name qua sfeer toch een stuk minder is.

Grootste zwakte van de film blijft het plot, dat ook na tig kijkbeurten nog steeds een beetje warrig aanvoelt. Nochtans is de grote lijn duidelijk en bijzonder intrigerend, en wat mij betreft blijft is de zwakte dusdanig klein en de sfeer dusdanig sterk om van grote invloed op mijn beoordeling te zijn.

Het moge duidelijk zijn, deze film heeft voor mij weinig aan kracht ingeboet en staat nog steeds rotsvast in mijn top 10. De remake moet van goede huize komen om hierbij in de buurt te komen.

Kôkaku Kidôtai 2.0 (2008)

Alternatieve titel: Ghost in the Shell 2.0

Ik ben het niet helemaal meer eens met wat ik hier direct boven heb geschreven.

Naar aanleiding van het hierzien van GitS ook maar weer eens deze doorgespoeld.

De scenes die erop vooruitgegaan zijn bevatten vaak computerschermen en die zien er nu een stuk moderner uit. Halve ster erbij.

Sommige scenes zijn er niet mooier op geworden, de scenes waarin Kusanagi in 3D wordt weergegeven blijf ik wel jammer vinden, want het tast de consistentie aan. Innocence is daarentegen wel consistent: achtergrond consequent 3D, personages consequent 2D, waardoor ik me bij Innocence er niet meer zo aan stoorde. Hier dus wel, daarom toch maar niet de maximale score.

Koko Dai Panikku (1978)

Alternatieve titel: Panic in High School

Aardig. Visueel heeft de film niet echt veel te bieden, het verhaaltje is wel aardig. Redelijk standaard, dat wel. Kan me voorstellen dat het in die tijd in Japan nogal schokkend was, maar naar hedendaagse maatstaven valt het allemaal wel mee. Ik dacht soms wel eens: wat een cultuur. Iedereen (docenten, directie, ouders van de jongen) lijkt zich vooral druk te maken om de eigen reputatie. Nou ja, op zich ook niet veel nieuws onder de Japanse zon.

Enigszins pijnlijk voor mij dat de kwade leraar natuurlijk weer een wiskundeleraar blijkt te zijn. Wel grappig was het busje met anti-communistische nationalisten.

Kokuhaku (2010)

Alternatieve titel: Confessions

Wederom herzien. Dit blijft één van de meest overweldigende films die ik ken. Een wraakfilm, maar ik ken weinig films waar zo gruwelijk hard wraak (niet zozeer fysiek, maar psychologisch) genomen wordt. Dat dit enigszins ten koste gaat van de geloofwaardigheid, het aantal psychisch gestoorde kinderen in die klas was bijvoorbeeld iets te hoog, neem ik dan graag voor lief. Film draait uiteindelijk om de ervaring en daar heb ik uiteindelijk liever intensiteit dan geloofwaardigheid.

Audiovisueel is deze film een meesterwerk. Veel slow motion beelden vol detail, de composities (in de zin van wie of wat staat waar, hoe is de lichtval, en hoe wordt het gekadreerd) zijn prachtig. En toch is dit geen style over substance, de hele stijl staat in dienst van de beleving. Dat geldt ook voor de soundtrack, het Radiohead nummer is uitstekend gekozen, maar dat geldt ook voor de andere muziek inclusief de popnummertjes. Het past gewoon perfect bij het moment. Net als mijn tweede kijkbeurt (maar in tegenstelling tot de eerste keer) geen enkel probleem gehad met de muziek bij de openingsmonoloog van de lerares.

De montage maakt alles af en kan als subliem omschreven worden;, er wordt voor mijn gevoel precies op de juiste momenten geknipt of voor een scèneovergang gekozen, waardoor de film het perfecte tempo voor een optimaal effect heeft.

De 5* blijven rotsvast staan. Over de top 10 positie ben ik wat minder zeker. Niet omdat er ook maar iets is dat me niet bevalt, maar omdat ik ook van plan ben de opvolger The World of Kanako te herzien, waarvan me bij staat dat die net iets verder ging wat betreft de beleving. Het wordt een interessant vergelijk.

Kokuriko-zaka Kara (2011)

Alternatieve titel: From up on Poppy Hill

Een lieve film, die qua sfeer enigszins doet denken aan Whisper of the Heart en Only Yesterday. Het begin was een beetje vreemd, want ik had hem aanvankelijk op de Engelse dub staan. Toen ik dat eenmaal veranderd had, bleef de Engelse ondertiteling voor doven doorgaan. Kennelijk is er in de Engelse versie een hele monoloog extra aan toegevoegd omdat de kijker het anders niet zou begrijpen ofzo? Na de ondertiteling voor doven omgeswitched te hebben naar ondertiteling voor de Japanse geluidsband kon dan eindelijk het feest echt beginnen.

Allereerst is de animatie werkelijk schitterend. Het ziet er echt handgetekend uit, maar ondertussen behoorlijk vloeiend en gedetailleerd. Hoogtepunten zijn de scenes in de haven, maar eigenlijk is de eerste blik in het clubhuis ook erg fraai. Wat een detail. Verder behoorlijk kleurrijk, waardoor de jaren 60 waarin het speelt, en waarvan ik vooral zwart-wit foto's ken, behoorlijk tot leven komen. De muziek is aardig, past redelijk bij de sfeer van de jaren 60 die de film wilt uitstralen, maar was ook niet zo bijzonder als bij bijvoorbeeld Only Yesterday.

Het verhaaltje lijkt op het eerste gezicht heel erg Ghibli te zijn, met typische Ghibli hoofdpersonen: een jongen en een meisje die allebei daadkrachtige zijn, maar ook een goede inborst hebben. En dan word ik ineens verrast met een Luke Skywalker/Princess Leia plotwending! Wat een interessante ontwikkeling! Het einde voelt dan ook enigszins goedkoop aan als ze toch geen broer en zus blijken te zijn. Jammer, het geeft toch een beetje een kiezelsteen in de schoen-gevoel bij een film die verder wel indruk maakt.

De afloop stelt dus een beetje teleur, en kost de film een extra half sterretje, maar de 4* die overblijven zijn welverdiend, en doen ook uitzien naar verder werk van de zoon van.

Kon'ya, Romansu Gekijô De (2018)

Alternatieve titel: Color Me True

Een aparte mix tussen een ode aan de oude Japanse film en een liefdesverhaal. Het uitgangspunt is natuurlijk origineel, maar dat levert natuurlijk niet automatisch een goede film op. Menig romcom heeft een belachelijk uitgangspunt, wat in principe fysisch mogelijk zou zijn, maar psychologisch onwaarschijnlijk, hetgeen vaak leidt tot een draak van een film. Dan kan je beter een uitgangspunt hebben dat niet fysisch is zoals in deze film en dat uitwerken.

De uitwerking in deze film is helaas een beetje wat eraan schort. Ik heb het gevoel dat er zoveel meer met het gegeven gedaan had kunnen worden, maar het verzandt in een hoop zoetsappigheid. Wat wel interessant is, is het einde, omdat het de culturele verschillen tussen Japan en het Westen blootlegt. Dit einde waar ze elkaar niet blijken te kunnen aanraken en dus maar hun hele leven uitleven zonder fysiek contact is zo ontzettend Japans, terwijl in een Westerse film de scriptschrijver nooit tot deze conclusie was gekomen. Of de hoofdpersoon had een andere vrouw gevonden, of er was toch een magische truc geweest waardoor ze elkaar toch kunnen aanraken. Vind ik het einde vanwege dit culturele verschil? Nee, want het voelt nog steeds veel te zoetsappig en clichématig aan, maar dan op een Japanse manier.

Wat ook niet echt helpt is dat ik helemaal niets met de hoofdpersoon heb. In wezen is het niets meer dan een `otaku' die een filmpersonage uit een vooroorlogse film als zijn `waifu' beschouwd. Oftewel iemand die de realiteit probeert te ontsnappen en meent de perfecte liefde te hebben gevonden in de vorm van een personage uit een film. Ik wil niet heel erg veroordelend over komen, maar mensen die zo leven lijken natuurlijk psychologisch niet helemaal lekker te zijn. Eén ding kan je de film nageven, de hoofdrolspeler straalt ook een bepaalde slapheid uit, met name in hoe hij praat, wat in wezen goed bij het personage past. Maar ik heb er dus totaal niets mee.

De ode aan de Japanse filmwereld bestaat natuurlijk uit het gegeven dat een filmset een groot gedeelte van de setting vormt. Voor de fans van de klassieke naoorlogse Japanse film misschien erg leuk, mij doen dat soort films weinig dus ik heb er niet heel veel gevoel bij. Het is op zich wel geinig om een blik op de cultuur op zo'n set te krijgen, geen idee hoe waarheidsgetrouw het is, maar er zal vast wel een kern van waarheid zitten in de dynamiek tussen een filmster, een producent en zijn dochter, en een assistent-regisseur.

Met minder dan twee uur niet eens een erg lange film, maar voor mijn gevoel duurde het wel veel te lang, en dat is de film natuurlijk ook aan te rekenen. Een lage waardering is onvermijdelijk. 1*.

Kono Sekai no Katasumi Ni (2016)

Alternatieve titel: In This Corner of the World

Twee keer ben ik in Japan geweest, alle twee de keren bezocht ik een atoombommuseum.

Op chronologische wijze, blijkbaar, want Hiroshima kwam de eerste reis aan de beurt. Het meest indrukwekkende was daar eigenlijk de ruïne van de Hiroshima Prefectural Industrial Promotion Hall, thans ook wel de Genbaku Dome genoemd. Van dit gebouw maakte de hoofdpersone in deze film een tekening; later zien we ook de ruïne. Het museum zelf viel een beetje tegen. Erg dramatische muziek en in de beschrijvende teksten veel klachten over hoe onrechtvaardig het wel niet was dat dit de Japanse bevolking overkwam. Ik ben enorm fan van Japan, maar dit zelfbeklag terwijl ze zelf heel wat hebben uitgespookt schoot bij mij in het verkeerde keelgat.

Hoe anders was een jaar later het museum in Nagasaki. Niet van die opdringerige muziek en veel neutraler in de beschrijvende teksten. Hier werden gewoon de verschrikkelijke gevolgen van de atoombom getoond, verder niets, en dat kwam zoveel sterker aan. Bijvoorbeeld een aantal blokken die eruit zagen als versteende klei. Het bleken de instantaan gecarboniseerde kinderen van een overlevende die zelf van huis was wegens werk. Bijzonder indrukwekkend.

Ik heb nu een aantal anime gezien over de oorlog, die op mij precies zo'n impact had als deze musea. Aan de ene kant Barefoot Gen, waarin op indrukwekkende wijze de uitwerking van de ontploffing op mensen laat zien, smeltende mensen etcetera, maar waarin zoveel zelfbeklag voorkomt dat het een hoop verpest. Net zoals het museum in Hiroshima dus. Aan de andere kant Grave of the Fireflies, waarin net als het museum in Nagasaki geen oordeel uitgesproken wordt, men toont slechts de verschrikkingen van de oorlog.

Ondanks dat het verhaal zich afspeelt in de buurt van Hiroshima valt de impact van In This Corner of the World op mij ook in de categorie "Nagasaki". Grotendeels puur het schouwspel van de verschrikkingen zonder zelfbeklag, maar ook zonder overdramatisch te worden, en dat laatste lijkt me niet eenvoudig bij een onderwerp als dit. Dus ook in hetzelfde straatje als Grave of the Fireflies, maar de film deed ook mij denken aan andere films van Takahata. Misschien trek ik de vergelijkingen er een beetje bij de haren bij, maar het episodische en de vervormde karakterontwerpen van de film doet een beetje denken aan My Neighbors the Yamadas, de karakterontwikkeling aan Only Yesterday.

De karakterontwerpen zijn dus redelijk atypisch, niet de standaard animestijl en dat is altijd fijn, al is het hier aanvankelijk een beetje lastig te zien wie nou volwassen is en wie een kind. In ieder geval een eigenzinnige stijl. Wat de film ook bijzonder maakt is de verweving met de tekeningen van de hoofdpersone, soms stappen we één van haar tekeningen binnen. Bijvoorbeeld de bommen in de lucht die we als tekening (zij het in het hoofd van de hoofdpersone) terug zien als een soort extreme Sterrennacht van Van Gogh.

Sterkste scène is de scène waarin het nichtje Harumi omkomt. Visueel ziet het er dan even heel experimenteel uit en dat had van mij wat vaker gemogen, want het zag er heel erg gaaf uit en werkte ook emotioneel erg sterk. Maar genoeg andere scènes die indrukwekkend of mooi zijn. Op het einde het weeskind dat hand in hand met haar overleden moeder zit en vooral heel veel scènes waarin de personages hun affectie voor elkaar tonen, inclusief de stiefzus die aanvankelijk erg kortgeraakt overkomt. Dit zijn de scènes die de film de moeite waard maken.

Gaaf dat de Amerikaanse Netflix dit gewoon in het aanbod bleek te hebben. Uiteindelijk iets te episodisch en ook iets te conventioneel om nu meer dan 4* te geven, maar wellicht komt dat nog wel bij de herziening.

Koroshiya 1 (2001)

Alternatieve titel: Ichi the Killer

Herzien. Soms zitten er erg grappige dingen in zoals die vent met die hondenoortjes. Sommige martelscenes waren ook fijn over the top. Kakihara die zijn tong afsnijdt en vervolgens de telefoon opneemt alsof er niets is gebeurd blijft ook memorabel. Helaas ook veel saaie stukken, er had zo een half uur uit gekund. Wat was die actrice die soms Engels sprak belabberd trouwens. Asano daarentegen was echt geweldig en zet een van de bizardere personages neer.

Koto no Ha no Niwa (2013)

Alternatieve titel: The Garden of Words

Typische Shinkai. Zoals verwacht zijn de beelden werkelijk oogstrelend en de muziek is grotendeels ook erg aangenaam, dus behoorlijk goed doorheen te komen. De korte speelduur is ook wel fijn, het wordt niet slepend. Ook een typisch niet al te diepgaand romantisch verhaal, dat me eigenlijk wel kon boeien, omdat er raakvlakken zijn met wat ik zelf heb meegemaakt. Het plot is in ieder geval stukken minder vervelend dan dat van zijn vorige film.

De climax is echter betreurenswaardig, of eigenlijk meer de wijze waarop het wordt uitgewerkt. Een van de personages houdt een monoloog, die niet bijster interessant is, waarbij de muziek aanzwelt om de kijker maar het gevoel te geven dat het wel erg gewichtig is wat er wordt gezegd. Vervolgens gaat de muziek over in het - ook typisch voor Shinkai - verplichte popnummertje, en ik zit als resultaat met een anticlimax in plaats van een climax. De volgende film zal wel weer hetzelfde zijn, ik betwijfel echt of ik Shinkai ooit nog de maximale score mag geven. Deze verdient in ieder geval 4*.

Kotoko (2011)

Gisteren Ishii's laatste film gezien, vandaag was de nieuwste van zijn geestverwant Tsukamoto aan de buurt. Ook hier had ik van te voren mijn bedenkingen, met name door enkele zeer negatieve recensies hierboven, maar in tegenstelling tot die van Ishii zijn mijn verwachtingen hier overtroffen. Sterker nog, wat mij betreft Tsukamoto's sterkste film sinds Vital.

Veel klachten gelezen over slecht camerawerk, maar ik heb er niets van gemerkt. Inderdaad, geen steady camera, maar veel handheld werk. Voor mij voelt het echter aan alsof het gewoon klopt, de zooms, de timing, de achtergronden. En verderop in de film toch ook een aantal perfect gestileerde scenes, zoals de treinscene, of de kamer met al het bewegende speelgoed. Werkelijk schitterend, ik kan de klachten dan ook niet echt volgen.

Het volgens sommigen onsubtiele drama kon mij juist wel erg interesseren, ook door de zeer sterke acteerprestaties van de actrice. Met name de uitgebreide zangscene leek ze echt alles te geven, erg mooi. En het mag dan wel een oud trucje zijn om de verwarring tussen wat nu realiteit is en wat niet te gebruiken voor het opwekken van adrenaline bij de kijken, Tsukamoto werkt het bijzonder sterk uit, en het levert een aantal ouderwets hysterische scenes op, bijvoorbeeld de scene van de eerste ontmoeting van met het karakter van Tsukamoto.

Ik heb dus weinig te klagen. 4,5*.

Kozure Ôkami: Jigoku e Ikuzo! Daigorô (1974)

Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: White Heaven in Hell

Wat mij betreft juist het beste deel in de reeks en dat heeft met name met sfeer te maken. Voor mijn gevoel audiovisueel het meest verzorgde deel uit de reeks, met aardige natuurbeelden, waarbij geluiden van de wind het sfeerplaatje completeren. De intro met de funky muziek mag er ook zijn overigens. Wat muziek is het ook opvallend dat er af en toe een paar maten uit Een nacht op de kale berg van Moessorgski te horen zijn, te weten als Retsudo zijn spinnenzoon op zoekt, en tijdens het eindgevecht.

Het verhaal is natuurlijk onzinnig, en nadat de upgrades van het karretje al opgehouden zijn enkele films eerder, had ik daar ook niet veel hoop op. Maar alles komt weer voorbij, waarbij naar het einde toe gewerkt wordt, want de bloedfonteinen duiken vooral daar op. Het eindgevecht in de sneeuw mag choreografisch gezien niet het mooist zijn, maar was wel erg vermakelijk. Goede climax.

Veel ophef over het einde met Retsudo die ontsnapt, maar eigenlijk vind ik het wel gepast. Ito wenste hem immers voor het begin van het gevecht een eenzaam leven toe. En dat staat hem toch wel te wachten geloof ik.

Fijnste afsluiter dus, die wat mij betreft echt boven de andere delen uitstijgt. 3,5*.

Kozure Ôkami: Ko wo Kashi Ude Kashi Tsukamatsuru (1972)

Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: Sword of Vengeance

Zoals verwacht vrij matig. Ben deze gaan kijken omdat Reinbo in de Aziatische Film Knock-out zo hoog opgaf van de Baby Cart reeks, maar voor die tijd was er al enige interesse, omdat Shogun Assassin een compilatie zou zijn van deze film en z'n opvolger, en ik liever een origineel zie dan een dergelijk nagesynchroniseerd samenraapsel. Plan is in ieder geval om alle Baby Cart films te kijken met Shogun Assassin als laatste er achteraan, en dat is niet veranderd na deze film, die toch genoeg amusementswaarde blijkt te hebben om door te gaan.

Maar echt heel sterk vind ik het niet. Het camerawerk is bijzonder rommelig, waarbij de camera soms heel erg snelle bewegingen van de ene persoon naar de andere maakt, wat ik niet erg aangenaam vind. Eenzelfde verhaal gaat op voor de muziek, voelt ook erg verouderd aan. Hoogtepunt was de seksscene die er ineens wel behoorlijk gestileerd uitzag met alle rook en de belichting. De vechtscènes daarentegen zagen er soms wel vrij knullig uit. De hoeveelheid bloed maakt wel wat goed, hoewel er volgens mij genoeg films zijn waarbij het overdadiger is. Af en toe gelachen om een afgehakt hoofd wat ineens het beeld binnen komt stuiteren, het mag duidelijk zijn dat Tarentino goed naar deze film heeft gekeken alvorens hij Kill Bill heeft gemaakt.

Acteerwerk van Wakayama was wel aardig, vond hem in ieder geval redelijk charismatisch. Die Retsudo daarentegen was enorm irritant, zo overdreven als hij sprak en eruitzag. Het is dan ook te hopen dat hij in een volgend deel snel het loodje legt. Ik vrees echter dat hij eindbaas in de volgende film gaat worden, aangezien deze film duidelijk nog een verhaallijn met hem open heeft staan.

Bij vlagen aardig dus, maar niet veel meer dan dat. Toch benieuwd naar de vervolgen. 2*.

Kozure Ôkami: Meifumadô (1973)

Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: Baby Cart in the Land of Demons

Wat mij betreft de minste van de reeks. De rol van de reeks zit hem toch vooral in dat het karretje steeds geavanceerder wordt. Nu was het al bij de vorige film zo dat er geen upgrade te bespeuren viel, hier wordt het karretje zelfs nauwelijks betrokken in de gevechten. Verder wel veel bloed, maar de gevechten zijn maar matig, weinig is echt goed te zien omdat iets of iemand tussen camera en de hoofdpersoon staat. Ook een aantal gevechten in het water, waar al helemaal niets te zien valt. Leuk voor het verhaal, maar minder voor de liefhebber van mooi gechoreografeerde gevechten.

Verder een verhaaltje waarbij het jongetje de show moet stelen door halsstarrig zich aan zijn belofte te houden. Deed ergens denken aan de scène in één van de vorige delen waarin zijn vader zelf een geseling op zich neemt om een vrouw te beschermen. Met dat in het achterhoofd voelt dit ergens als een herhalingsoefening.

Waar in andere delen de muziek nog wel eens positief opviel, is dat hier ongeveer alleen bij de openingscredits. Toch is niet alles matig, de scène met de mediterende priester had qua sfeer heel wat, en ook de beelden met tegenlicht van de ondergaande zon waren erg mooi.

Helaas slechts spaarzaam, deze hoogtepuntjes. Dit deel blijft dan ook op 1* steken.

Priester beelden tegen ondergaande zon

Kozure Ôkami: Oya no Kokoro Ko no Kokoro (1972)

Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: Baby Cart in Peril

Toch wat minder. Het positieve is dat er weer wat meer bloed in het rond spuit. Maar verder heb ik het idee dat de film een beetje op twee gedachten hinkt. Het eerste gedeelte leek namelijk wat meer introspectief te zijn, met de welp die alleen op pad was. Ook wat meer aandacht voor muziek, getuige de optocht van mannen met gong-achtige instrumenten, gevolgd door mannen met fluiten. En zelfs een liedje.

Maar dan valt de film toch terug in het oude stramien. De ouwe gek komt weer voorbij, gelukkig nu wel door een andere acteur gespeeld, eentje die wat minder irritant is. Maar dat is slechts één van meerdere plotjes die samen een beetje warrige indruk maken. De eindscène had ergens wat weg van de eindscène in de vorige film, ook niet echt een upgrade van het karretje.

Op het bloed na wat minder dan de vorige. 2*.

Kozure Ôkami: Sanzu no Kawa no Ubaguruma (1972)

Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: Baby Cart at the River Styx

Lichte meevaller. Deze film is wat sfeervoller dan de vorige, niet in de laatste plaats vanwege de percussieve soundtrack. Ook visueel wat interessanter, waarbij men juist bij de gevechtsscènes de experimenten niet uit de weg gaat getuige één scène waarbij de overlays rijkelijk aanwezig zijn. Op andere momenten voelt het nog steeds een beetje amateuristisch aan, al is verouderd misschien een beter woord.

Ook leuk is dat het kind een wat belangrijkere rol krijgt, zeker als hij de wapens van het karretje, waarbij ik overigens een beetje aan James Bond moest denken, bedient.

Een ruime 2,5* in ieder geval voor dit deel. Ben benieuwd of de komende delen weer wat beter zullen zijn.

Kozure Ôkami: Shinikazeni Mukau Ubaguruma (1972)

Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: Baby Cart to Hades

Na ruim twee jaar de Baby Cart serie weer opgepakt met dit deel. Na zo'n tijd is er in mijn geheugen het één en ander over de gebeurtenissen in de eerste twee films verloren gegaan. Dat is niet heel erg, want voorkennis lijkt niet echt nodig te zijn bij deze film. Er wordt gerefereerd aan de Yagyu-clan, en er gaat inderdaad een lichtje branden dat dat de aartsvijanden van de hoofdpersoon zijn. Minder positieve herinneringen komen op over die ouwe knar die de baas van die clan was. Of beter gezegd: ik herinner me weer dat ik het acteerwerk van de acteur die hem speelde bijzonder slecht vond. Gelukkig komt hij helemaal niet in deze film voor.

Als ik mijn berichten bij de andere films teruglees zag het er visueel soms nogal amateuristisch uit, maar was het tweede deel soms zowaar lichtelijk experimenteel wat de beelden betreft. Bij deze film krijg ik zelden het gevoel dat de beelden amateuristisch ogen, wel is het soms wat donker. Maar de beelden zijn verder ook verre van bijzonder. Bij de gevechten gebeurt er een hoop buiten het kader, of je ziet niet precies wat er gebeurd omdat het slachtoffer tussen camera en hoofdpersoon staat. Het is nu eenmaal geen film met Jet Li.

Ik herinner me ook nog wel van de eerste twee films dat het een bloederige boel was, en dat het karretje in de tweede film wat meer mogelijkheden kreeg. Met het bloed valt hier relatief mee (of juist tegen). De opbouw duurt lang, maar de climax mag er dan wel zijn, waarin blijkt dat het karretje in deze film ook weer een upgrade heeft gekregen. Ik verwacht in een volgend deel minstens een ingebouwde bazooka.

Toch is die aanloop naar de climax niet onaangenaam. Het sfeertje is broeierig, de vrouwelijke yakuza oogt mooi, en het hoofdpersonage mag zijn charisma en morele superioriteit laten blijken. Maar wat meer bloed had van mij toch best gemogen.

Visueel wellicht wat gelijkmatiger dan de vorige delen, qua plot wat aan de trage kant. 2,5*.

Kûchû Teien (2005)

Alternatieve titel: Hanging Garden

Wederom erg sterk.

Opvallend is de afwezigheid van Yamada en het ontbreken van de karakteristieke gitaarmuziek, maar voor dat laatste krijgen we onder andere Brahms' derde symfonie voor terug.

Voor de rest is het typisch Toyoda. Humor, negativiteit, en toch dat sprankje hoop. En als vanouds mooi geschoten beelden. Mooi hoe de psychologische doorbraak van moeder is weergegeven. Aanvankelijk doet het erg luguber aan met al het bloed, maar als ze zo hoog begint te gillen, komt het zinnetje "We komen allemaal huilend en onder het bloed ter wereld" weer in de herinnering naar boven drijven en krijgt het allemaal een plaats.

4*.

Kuhio Taisa (2009)

Alternatieve titel: The Wonderful World of Captain Kuhio

Helaas beviel deze film mij een stuk minder. Ik had moeite mijn aandacht erbij te houden. Om de een of andere reden had ik het gevoel dat het spectaculairder zou zijn qua gebeurtenissen, meer zoals Catch Me If You Can. Hier draait het voornamelijk om de gladde praat van de hoofdpersoon, en met die hoofdpersoon staat of valt de film. In mijn geval dus het laatste, want hij sprak me blijkbaar totaal niet aan. En dan duurt zo'n film best wel lang.

Misschien een geval van verkeerde verwachtingen en een verkeerde gemoedstoestand (ik was ook een beetje moe). Wellicht dat ik ooit de film nog eens een tweede kans geef, al vrees ik van niet. 1*. Altijd jammer om relatief obscure Japanse films laag te beoordelen, maar ik heb geen zin om een sympathie bonus te geven.

Kûki Ningyô (2009)

Alternatieve titel: Air Doll

Mijn tweede Koreeda na Wandâfuru Raifu. Daar had ik jaren geleden een beetje moeite mee vanwege audiovisuele soberheid, maar bij de herziening viel alsnog het kwartje. Met als gevolg een veel groter animo om meer werk van Koreeda te zien.

Deze film is anders, maar toch hetzelfde. Anders in audiovisueel opzicht, want het is echt prachtig geschoten, en de soundtrack mag er ook wezen: subtiel en sereen. Enkel op twee momenten zag het er wat fake uit: de vruchtpluizen van de bloem op het einde, en de luchtbellen als ze in het water ligt. Echter, het shot van haar in het water is misschien wel visueel het mooiste van de hele film.

De film is hetzelfde wat betreft de gevoelige snaar die Koreeda weet te raken. Ook hier aandacht voor de kleine dingen die het leven mooi maken, met name in het eerste uur. Maar ook hoe moeilijk het is om je plek in de wereld en tussen de mensen te vinden, het samengaan van de pijn en de schoonheid van het leven als bewust persoon. En ook voor mij is de oude man het absolute hoogtepunt, net als bij Wandâfuru Raifu trouwens.

Er zijn heel wat films met daarin een pop die tot leven komt als hoofdthema. Ik herinner me een film waarin iemand op een etalagepop verliefd wordt. Het is eigenlijk al een oud thema en komt bij de oude Grieken al voor in de mythe van Pygmalion en Galatea. Maar ik heb toch het gevoel dat deze film anders is, de pop in deze film dient meer een spiegel. Het wordt ook al gezegd in de film: het verschil tussen een pop en een mens is dat de laatste uiteindlijk brandbaar afval is. De manier waarop dit wordt geïllustreerd in de film is tegelijkertijd gruwelijk en heel erg poëtisch. En die poëzie maakt het toch zo mooi.

Ik had uiteindelijk een beetje moeite met de speelduur. Dat had ik ook de eerste keer bij Wandâfuru Raifu. Het zou me niet verbazen als ook hier een herziening meer zal opleveren, maar de begininzet is al wel hoger dan destijds bij Wandâfuru Raifu: 4*.

Kumo no Mukô, Yakusoku no Basho (2004)

Alternatieve titel: The Place Promised in Our Early Days

Nog een anime die ik recent heb herzien en waar ik nog geen uitgebreid bericht heb geschreven. Helemaal geen bericht zelfs in dit geval. De eerste kijkbeurt was bijna tien jaar geleden. Volgens de eigen telling zou dit de tweede kijkbeurt moeten zijn, maar iets staat me bij dat ik hem minstens drie keer heb gezien. Het doet er niet veel toe.

Deze film stond mij bij als mijn favoriete Shinkai en dat blijft nog steeds overeind. De karakterontwerpen zijn een beetje simpel, al heeft me dat nauwelijks kunnen storen, want ook hier de schitterende achtergronden en het spel met licht, met name door middel van weerkaatsing. Shinkai lijkt echt elke mogelijkheid hiertoe uit te buiten. Bijvoorbeeld schaatsen tijdens het schaatsrijden die bij elke slag even weerkaatsen, of hoe het licht op de metalen oppervlakken in de rijdende trein weerkaatst wordt.

Het is allemaal een feest om te zien met de kleine kanttekening dat het dusdanig veel en opvallend gedaan wordt dat het niet meer realistisch aanvoelt. Patlabor 2 is wat mij betreft een voorbeeld van een andere anime waar fraai met licht gespeeld wordt, maar waar het veel subtieler gebeurt en daardoor realistischer oogt. Bijvoorbeeld met de spiegeling in de ruiten van een auto die precies verschijnt op het moment dat iemand in het donker uit de auto stapt en de binnenlichten aanspringen. Niettemin hoeft niet alles realistisch te zijn, zeker niet in film en kan ik alleen maar blij zijn met de pracht van Shinkais films.

Het verhaal zit vol sentiment qua interpersoonlijke relaties, en vol mysterie wat betreft de toren. Dat laatste is erg prettig, de vage anime fantasieverhalen vind ik altijd wel intrigerend en het voorkomt ook dat de film in sentimentaliteiten verzuipt zoals ook wel eens gebeurt in latere Shinkai films. Verhalen vertellen is niet het sterkste punt van Shinkai, en ook dit plot is niet denderend, maar in vergelijking met andere films van Shinkai wel één van de betere.

De muziek is voor mij vaak het grootste pijnpunt in films van Shinkai. Gedurende de films, ook hier, is het wel okee; niet storend, maar zeker ook niet echt sfeerverhogend. Echter, de laatste scènes worden altijd vergezeld met een J-pop liedje dat meestal echt afgrijselijk is. Omdat het ook nog eens aan het einde van de film is eindig ik de film dan echt met een kater. De laatste film van Shinkai heb ik nog niet gezien, maar ik hoop dat hij nu echt eens een fatsoenlijke filmcomponist heeft ingehuurd. Ook in deze film een J-pop liedje, maar gelukkig erg ingetogen waardoor het me niet of nauwelijks stoort.

Zeker een fraaie film, met name visueel, maar het is ergens een teken dat ik blij ben dat bepaalde aspecten me niet of nauwelijks storen in plaats van dat de film wat die aspecten betreft uitblinkt. Om die reden blijft de film ook deze kijkbeurt steken op 4*.