- Home
- Black Math
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kurenai no Buta (1992)
Alternatieve titel: Porco Rosso
Een herziening die niet kon uitblijven na het zien van The Wind Rises.
De eerste keer dat ik deze film zag is al flink wat jaren geleden, nog voor de tijd dat ik al mijn stemmen hier verwijderde om met een schone lei te beginnen. Op een andere site zie ik echter een waardering die met 3,5* overeenkomt, en ik kan nog wel herinneren waarom. Deze film bevat namelijk wat minder magie en fantasie elementen dan menig andere film van Miyazaki, en dat vond ik destijds een beetje tegenvallen.
Vliegen is een belangrijk thema in films van Miyazaki, en tot nu toe sprongen er twee films voor mij bovenuit. Ten eerste Laputa, één van de films waarin de magie en fantasie een hoogtepunt bereikt. De ander is de eerder genoemde film The Wind Rises, waarin de belangrijkste thema's vooral realistisch zijn, zonder naïviteit over hoe de werkelijkheid in elkaar steekt, en die met name volwassenen zal aanspreken. Porco Rosso valt wat dat betreft een beetje tussen beide films in, er is sprake van enige fantasie, de luchtpiraten lijken zo uit Laputa te komen, maar de setting is realistisch, fascisme wordt aangestipt, en een personage met een verleden als dat van het hoofdpersonage loopt nou niet rond in de mainstream tekenfilm.
Met name de setting van het Italië tijdens het interbellum spreekt me nu meer aan, de sfeer is fijn en nostalgisch, met een mooie soundtrack die past bij de tijdgeest. En er is af en toe de nodige humor, met name met dank aan de luchtpiraten. Samen met Fio zijn zij toch wel personages die ook in de fantasierijkere films van Miyazaki hadden kunnen rondlopen. Qua gedachtewereld neigen het hoofdpersonage en Gina dan weer meer naar realistische personages uit de echte wereld. Het blijft allemaal goed in balans, dat moet gezegd worden.
Verder een aantal mooie detailvolle scènes, met name tijdens de vluchten. Het hoogtepunt is de scène met de wolk van vliegtuigen. Een ontroerende scène waarin op de een of andere manier zowel magie en realisme elkaar letterlijk en figuurlijk tot een hoogtepunt opstuwen. Realisme in de zin van zonder naïviteit.
In alle opzichten een pracht van een film, en ditmaal kan ik wel zeggen dat Porco Rosso tot de betere films van Miyazaki hoort. 4,5*.
Kurôn wa Kokyô wo Mezasu (2008)
Alternatieve titel: The Clone Returns to the Homeland
Aparte film, die me pas gaandeweg weet te grijpen.
De film is bijzonder traag, wat in de eerste helft enigszins problematisch is. Wat er allemaal gebeurt is nou niet echt al te boeiend, wat niet erg hoeft te zijn, maar visueel gezien is het nou ook niet echt geweldig. De achtergronden, zowel in het wetenschappelijk centrum als bij het ouderlijk huis, zijn niet zo mooi en verder zijn de shots vaak nogal ver uitgezoomd, hetgeen de personages voor mij nogal afstandelijk maakt. De film wint dan wel weer meteen aan intensiteit als er wel op een gezicht wordt ingezoomd. Mooi minimalistisch acteerwerk dan ook. Het geluid is overigens erg sterk gedurende de hele film, dus ook deze eerste helft.
De tweede helft, zeg maar vanaf het punt waar de kloon zichzelf bij de rivier terugvindt treddt de visuele magie die de poster ook heeft de film binnen en wordt alles meditatiever, hetgeen me erg beviel. Het einde is prachtig sereen en tilt de film uiteindelijk toch naar 4*.
Kurôzu Explode (2014)
Alternatieve titel: Crows Explode
Fijne film hoor, hoewel ik er net een tikkeltje meer van verwacht had.
Zoals verwacht minder commercieel dan de Miike-films, maar toch wat meer dan ik had gehoopt. Dat zit hem met name in de muziekkeuze, want ook hier wat nummertjes die naar J-pop neigen. Maar over de hele linie is de muziek rauwer, en ook desbetreffende nummertjes zijn wat minder gelikt dan de J-pop nummertjes in de Miike-films. Lekker, de punkgitaren die Toyoda's eerdere films ook kenmerken en hier zo ontzettend op hun plaats zijn.
Visueel ziet het er retestrak uit, ook in dit deel fijne gevechten die niet al te technisch zijn, maar ontzettend energiek zijn, en waar een lekker ritme in zit. In vergelijking met de eerste Miike-film veel minder gekheid. Geen gekegel met levende mensen dus, wel een ontsnapping uit het badhuis die een glimlach bij me opwekte, maar dat is het. Niet heel erg, de film heeft genoeg sfeer en energie ter compensatie.
Qua verhaal lijkt het alsof de mal voor de vorige films wederom is gebruikt. Een hoop kleine schermutselingen waarna op een gegeven moment de kaarten op tafel liggen, er een groot gevecht tussen voor- en tegenstanders van de hoofdpersoon uitbreekt, waar de laatstgenoemde het dak van de school dient te bereiken voor het treffen met de belangrijkste antagonist. En na afloop een gevecht met Rindaman waarna de credits verschijnen. Niet echt bijster origineel dus. Het zijplotje rondom het personage Ken Katagiri had wat mij betreft ook achterwege gelaten mogen worden, het voelde toch aan alsof er niet echt plek voor dat personage was, maar hij koste wat kost mee moest doen.
In vergelijking met andere films van Toyoda wellicht wat meer gericht op het narratief, het voelt toch enigszin aan alsof het concept Toyoda een beetje belemmert. Niettemin wat mij betreft de meest geslaagde Crows Zero-film. Wat dat betreft voldoet de film zeker aan de verwachtingen, maar toch had ik net wat meer Toyoda en wat minder van de formule Crows Zero willen zien. 4*.
Kurôzu Zero (2007)
Alternatieve titel: Crows Zero
Aardige Miike, al had ik er van te voren iets meer van verwacht. Het thema is kort door de bocht de middelbare school als apenrots, en doet dan ook enigszins denken aan een andere film Aoi Haru met een soortgelijk thema. Ik moet zeggen dat ik behoorlijk fan ben van de regisseur van die film, Toyoda, en het nieuws dat zijn volgende film een vervolg op onder andere deze film zou worden, was een reden om deze film wat hoger op de lijst van de te kijken Miikes te plaatsen. Want ondanks dat ik zeker ook fan van laatstgenoemde ben, heeft de man zoveel films gemaakt dat daar moeilijk tegenop te kijken valt en er keuzes gemaakt moeten worden.
In ieder geval wel interessant om deze film met Aoi Haru te vergelijken. Beide films zijn voor zover ik heb begrepen verfilmingen van mangaverhalen, maar aangezien ik nooit manga lees zou ik niets kunnen zeggen over hoe goed die gevolgd worden in de films. In ieder geval doet Crows Zero meer cartoonesk en ook komischer aan, terwijl Aoi Haru realistischer en rauwer overkomt. Dat laatste is ook te merken aan de soundtrack, snoeiharde punkmuziek, hetgeen erg op z'n plaats was, en wat ik hier een beetje mis. Het J-pop gehalte is toch iets te hoog, het zangeresje had wat mij betreft achterwege gelaten kunnen worden, maar ook de wat ruigere nummers voelen toch te gepolijst aan.
Dat Crows Zero wat minder serieus overkomt, hoeft helemaal geen zwakte te zijn en leidt hier tot een aantal leuke scènes. Allereerst die met de brommer, maar vooral de medeleerlingstrikescène was geniaal ook al zag het er qua special effects niet al te best uit. Verder zagen de gevechtsscènes er er lekker expliciet uit, maar met name in de eerste helft ook enigszins cartoonesk, wat ik zeer vermakelijk vond. Ook leuk om de GTO-gevechtsmove te zien waarbij je tegenstander vastpakt en vervolgens achterover buigt om hem over je heen met z'n kop op de stenen te gooien. Great Teacher Onizuka is ook zeker een serie die nog meer raakvlakken met deze film heeft. Het maakt het allemaal behoorlijk vermakelijk.
Toch niet onverdeeld positief. Ik noemde al de muziek, met name de nummertjes van het zangeresje, maar zijzelf was ook behoorlijk overbodig. Ze zat er duidelijk in voor de eye-candy, maar haar rol voegde maar bar weinig toe. Hetzelfde geldt voor het gedoe rond de operatie. Voelt overbodig aan, haalt de gang uit de film, en had integraal verwijderd mogen worden. Het grootste pijnpunt blijft evenwel in de muziek zitten, dat verpest veel.
Al met al vermakelijk, ik kijk zeker uit naar het vervolg, en al helemaal naar het vervolg daarop van Toyoda, die ik een veel betere muzieksmaak toedicht. Deze film krijgt in ieder geval 3,5*.
Kurôzu Zero II (2009)
Alternatieve titel: Crows Zero II
Wat minder dan de voorganger, toch genoeg om te genieten.
Net als Crows Zero ziet het er visueel netjes uit, haast iets te gelikt. De soundtrack bevat hier ook een tweetal popnummertjes (zij het dat één daarvan wel door een rockband gespeeld werd, maar toch een vrij soft nummer) die ik niet vind passen bij de sfeer.
Toch een aantal verschillen, waar ééntje er voor mij erg negatief uitpakt: de humor is hier meer afwezig of werkt niet. De kale mannetjes zagen er grappig uit, maar waar zijn nou scènes als bowlen met mensen als kegels? Dat mis ik toch wel een beetje. Ook had de film voor mij een wat meer dramatische toon, met mensen die aan zichzelf twijfelen, familieomstandigheden etcetera.
Daar staat het eindgevecht tegenover, waar voor mijn gevoel veel meer uitgepakt wordt dan in de eerste film. Dertig minuten lang knokken met je blote knuisten. Het ziet er niet echt Jet Li-mooi uit, maar het is wel behoorlijk energiek en soms zitten er toch nog een aantal gave moves in, zoals hoe het personage Serizawa de eindfase van het gevecht met de Michael Jackson-kloon inzet.
Vermakelijk, maar net als het eerste deel voelt het aan alsof er meer mee gedaan had kunnen worden. Wat dat betreft ben ik benieuwd wat Toyoda met Crows Explode gaat doen, want hoe gaaf ik Miike ook vind, ik heb het idee dat dit Toyoda meer ligt. Voor Crows Zero II in ieder geval 3*.
Kuru (2018)
Alternatieve titel: It Comes
Een sterke film, maar in vergelijk met de laatste twee films van dezelfde regisseur, die ik allebei de maximale score heb gegeven, toch een beetje een tegenvaller. Het voelt allemaal wat tammer aan, minder en vooral kortere scènes waarbij alle registers open gaan. Waar bij de twee voorgangers elk beeld een kunstwerk leek te zijn, leek dat hier wat minder het geval te zijn. Nog steeds audiovisueel interessanter dan het gros van wat er tegenwoordig uitgebracht wordt, maar toch net niet zo overweldigend.
Het helpt verder ook geloof ik niet dat ik niet zo'n fan van het horror genre ben. Vaak wat saaiere momenten waarin men langzaam opbouwt naar een climax, die ofwel uit een goedkoop schrikeffect bestaat, ofwel echt eng is, en hoewel het laatste natuurlijk veel beter is, ben ik er gewoon niet echt zo dol op.
Ook in deze film de nodige saaie momenten, die ook audiovisueel wat minder boeiend waren, waarbij het ook niet echt helpt dat we niet echt binding met een hoofdpersoon krijgen, omdat het perspectief in deze film nogal eens veranderd, wat an sich wel degelijk interessant is. De climaxen hier zijn niet goedkoop, maar wel degelijk eng. Kort na het moment waarop Kana door "It" omgebracht wordt in de vorm van haar moeder die het toilethokje waarin Kana zich verbergt langzaam opentrekt waarbij ze eerst de vingers om de deur laat krullen en dan haar hoofd laat zien, kwam mijn vriendin op bijna identieke wijze thuis van haar werk, wat natuurlijk ook niet echt positief werkte op mijn gemoedsrust
Goed, maar in mijn ogen dus niet Nakashima's topniveau. 4*.
Kuruizaki Sanda Rodo (1980)
Alternatieve titel: Crazy Thunder Road
De laatste Ishii die ik nog moest zien. Heeft een tijdje geduurd, enerzijds omdat de film lastig te vinden was, anderzijds omdat ik na het tegenvallende Burst City wat minder zin had in een vroege Ishii.
In deze film zitten in ieder geval een aantal mooie shots in, vooral 's nachts en binnen met de neonlampjes, maar de scènes buiten overdag zijn een stuk minder en domineren het middengedeelte. Muziek is niet helemaal mijn ding, (punk is leuk, J-punk is echter wat minder), maar soms zijn er al aanzetjes tot de spooky geluiden die de latere films van Ishii domineren te horen.
Er leek wat meer verhaal in de film te zitten dan bij Burst City, wat ik wel prettig vond, al was het nu ook weer niet erg hoogstaand. Uiteindelijk vond ik deze film wat boeiender dan Burst City, had het idee dat deze visueel wat mooier was, maar wel wat minder experimenteel qua beelden (alleen van de draaiende camera keek ik echt op). Net als Burst City krijgt deze 2,5*.
Kusa-Meikyû (1979)
Alternatieve titel: Grass Labyrinth
Apart. In sommige opzichten doet het een beetje denken aan Tarkovsky, zo fragmentarisch als het is en met de afwisseling tussen kleur en sepia. Maar toch is dit veel uitbundiger. Af en toe erg surrealistisch, wat mij persoonlijk goed smaakt, en wat de ouderdom van de film redelijk weet te compenseren. Verder ook een sterke soundtrack die soms traditioneel en soms behoorlijk modern klinkt.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik het verhaal ook behoorlijk vaag vond, maar dat heb je wel vaker zodra iets surrealistisch wordt. Verder duurt het ook vrij kort, wat geen kwaad kan bij dit soort vage films. Voor nu 3*, maar ik sluit niet uit dat een eventuele herziening nog voor een verhoging gaat zorgen.
Kyoshin (2005)
Alternatieve titel: Mirrored Mind
Herzien, deze keer in de lange versie. Voor degenen die het verschil tussen beide versies willen weten: je mist verhaaltechnisch niets als je de korte versie bekijkt. Zowat alle dialogen en monologen uit de lange versie zitten ook in de korte. Het verschil is hooguit vijf zinnetjes, die verre van essentieel zijn. Afgezien van een caleidoscopische scène aan het begin zit het verschil in lengte hem vooral in de takes die langer zijn.
Een ander verschil, dat voor mij wel echt essentieel blijkt te zijn, is dat de soundtrack in de lange versie rijker is: de dromerige tonen die te horen zijn bij de natuurscènes duiken nu ook op tijdens de dialogen en de monologen. Dit komt de sfeer ten goede, zeker tijdens de scène thuis waar ik in mijn eerdere bericht nog over klaagde. Wat mij betreft is de lange versie dus alsnog te prefereren boven de korte versie.
Het verhaal laat zich eigenlijk heel makkelijk samenvatten: de hoofdpersone is depressief, maakt kennis met een andere dame, doet zelfmoord poging, heeft een bijna-dood ervaring waarin ze de andere dame tegenkomt die verteld dat zijzelf blijft, maar dat de hoofdpersone terug moet keren, komt weer bij kennis en komt erachter dat de andere dame wel succesvol zelfmoord heeft gepleegd, een ervaring waardoor ze voortaan anders in het leven staat.
De omschrijving hierboven suggereert dat de film veel dieper gaat, ik zie het niet echt en ik betwijfel het eigenlijk ook. Volgens mij is het redelijk rechttoe-rechtaan. Mijn waardering zit hem dan ook vooral erin dat Ishii erin geslaagd is een film met zo weinig plot toch zo zinderend weet te maken. Een prachtig staaltje van gevoelscinema en dat wil ik graag belonen met een ophoging naar het maximum. 5*.
Kyûketsu Shôjo tai Shôjo Furanken (2009)
Alternatieve titel: Vampire Girl vs. Frankenstein Girl
Leuk. Een hoop gekkigheden, veel bloed, overdreven acteerwerk, en slechte special effecten. Het geheel is redelijk vermakelijk, soms wel erg flauw, maar omdat het zo vergezocht is, heeft het toch wel iets komisch. Grootste kracht achter deze film is de soundtrack, op de meest "dramatische" momenten worden de meest cheesy nummers gedraaid.
Het vampiermeisje zorgt voor aangename beeldvulling; de momenten waarop haar mond maximaal open gaat zijn wel behoorlijk creepy. Aardige rol, het personage is behoorlijk laconiek en direct, wat ook voor de nodige humor zorgt.
De topper in dit genre blijft voor mij Tokyo Gore Police, die toch nog gekker is wat vreemde creaties. Daar kan deze film niet aan tippen, maar is desondanks ook best vermakelijk. 3*.
