• 16.433 nieuwsartikelen
  • 180.218 films
  • 12.398 series
  • 34.341 seizoenen
  • 651.691 acteurs
  • 199.722 gebruikers
  • 9.421.711 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Sommarnattens Leende (1955)

Alternatieve titel: Glimlach van een Zomernacht

Een soort klassieke 19de-eeuwse zedenkomedie waarin minnaars, ex-minnaars en aspirant-minnaars de liefde van alle kanten bekijken en analyseren zonder eigenlijk tot de kern te geraken totdat ze zich er aan overgeven onder de invloed van de wijn die wordt geschonken door de oude mevrouw Armfeldt – en als ze dat eenmaal doen lijken ze bijna te zijn vergeten wat ze ook al weer aan het onderzoeken waren. Onder alle komische verwikkelingen, cynische monologen en wanhopige verzuchtingen liggen kleine inzichtjes die je al dan niet kunt oppikken en/of zelfs navolgen, maar Bergman laat je geheel vrij. Zoals bij hem gebruikelijk subliem geacteerd en prachtig gefotografeerd. Hoogtepunt is voor mij het moment waarop temidden van alle (al dan niet gespeelde) luchthartigheid opeens een masker valt wanneer Anne en Charlotte elkaar de loef proberen af te steken met ontboezemingen over de ontrouw van elkaars echtgenoot – en dan ontsteekt de laatste opeens in een uiterst serieuze en door de intensiteit tamelijk onrustbarende tirade over de walgelijkheid van het andere geslacht.

Son of Frankenstein (1939)

Natuurlijk, de brille en de zwarte humor van James Whale ontbreken, het tempo ligt af en toe aan de lage kant, en Boris Karloff krijgt veel te weinig te doen. Maar de film heeft toch ook een aantal enorme kwaliteiten: Lionel Atwill gaat als inspecteur Krogh heerlijk over the top ("One doesn't easily forget, Herr Baron, an arm torn out by the roots!") zonder daarbij gezichtsverlies te lijden; Basil Rathbone is opmerkelijk perfect als Wolf von Frankenstein, met precies de juiste combinatie van integriteit en arrogantie, bedachtzaamheid en opvliegendheid, intelligentie en hubris, zelfbeheersing en nervositeit; en de volgens mij sterk door het Duitse filmexpressionisme beïnvloede set vormt bijna een personage op zichzelf. Aardige climax ook, hoewel de impact daarvan bijna teniet wordt gedaan door de stompzinnige coda. Al met al een waardige afsluiting van een klassieke trilogie voordat met het Karloff-loze Ghost of Frankenstein het verval begon.

 

Son of No One, The (2011)

Goed dat ik de berichten hier niet had gelezen voordat ik deze film ging bekijken, want er komen wel wat spoilers voorbij. Zelf vind ik dit een behoorlijk deprimerende film vanwege de thematiek van hoe het verleden Milk niet met rust laat, maar ook vanwege de beroerde leefomstandigheden van Milk en Vinny. Velen hier klagen over het slechte acteerwerk van Tatum, maar ik vond hem juist heel overtuigend als gesloten rookie bij wie de problemen en de frustraties zich opstapelen zonder dat hij zich kan uiten. Ray Liotta heeft voor mijn gevoel de belofte van Goodfellas nooit waargemaakt en is altijd in de misdaadfilms blijven hangen, maar hij speelt hier toch wel erg sterk, en Pacino is betrouwbaar als altijd, met name in zijn gesprekken met de jonge Milk. Al met al vond ik dit een boeiende en spannende film, maar de climax lost één en ander wat te gemakzuchtig op, en de identiteit van de schrijfster van de brieven komt een beetje uit het niets, hetgeen toch wel afbreuk doet aan de impact van het geheel. Desalniettemin bewondering voor de sfeertekening.

Song Remains the Same, The (1976)

Alternatieve titel: Led Zeppelin: The Song Remains the Same

Superbe en vaak haarscherpe beeldkwaliteit op mijn Blu-ray uit 2007, niet alleen van het concert (Jimmy Page als jonge god) maar ook van de fantasiestukjes, hoe stupide die soms ook mogen zijn. Op de muziek is wat mij betreft weinig af te dingen, afgezien dan van de lengte van de improvisaties op Dazed and confused en Moby Dick, maar ach, dat is de tijdgeest. (Audio op de BR: Dolby TrueHD: English 5.1, Dolby Digital: English 5.1, en English 2.0.)

Soof (2013)

Wanneer ik me weer eens tot het lezen van één van Wittemans columns zet ergert die me bijna altijd, dus of ik tot de doelgroep behoor betwijfel ik, maar deze "verfilming" ervan heeft me toch wel vermaakt. Erg herkenbaar kan ik het niet noemen, ik woon althans (helaas) niet in zo'n kast van een huis op zo'n prachtige lokatie en heb (gelukkig) ook niet twee van die ongeleide projectielen als kinderen, maar het prima spel van de beide echtelieden, de kleine en grote grappen van de bijrolspelers en de algemene onbezorgde uitstraling (zelfs wanneer ze gescheiden leven wéét je dat Soof en Kasper toch wel... enz.) gaven me toch een plezierig gevoel. Jammer dat sommige cliché's niet konden worden vermeden, zoals bijvoorbeeld die collage-met-feestbeelden-en-muziek om het verstrijken van de tijd en het ontstaan van Soofs verliefdheid (als het dat is) weer te geven, en ook dat dansje van haar gezin op het einde vond ik bijzonder flauw, en dan heb ik het nog niet eens gehad over het feit dat Soof zo af en toe wel èrg in de Bridget Jones-modus zit, maar als totaalscore stond deze film voor mij toch garant voor anderhalf uur prima vermaak.
        O, trouwens, dat (lelijke) woord Kooksoof, zou dat een woordspeling op/verwijzing naar/variant op "filosoof" zijn? Of (ook heel goed mogelijk) mis ik hier iets? Zelf hoor ik in "soof" toch eerder de echo's van woorden als "sloof" en "sof", dus wat mij betreft is "Kooksoof" sowieso niet zo'n gelukkige naam...

Sophie's Choice (1982)

Alternatieve titel: Sophie's Keuze

Het drama is eerlijk, het dilemma natuurlijk afschuwelijk en Meryl Streeps vertolking superbe, maar wat me overkwam toen ik deze film voor het eerst zag (ergens in de jaren 80) gebeurde me bij herziening opnieuw: eigenlijk vind ik de rol van Kevin Kline veel interessanter. Als ik zijn intimiderende manie niet meer zo indrukwekkend vind als vroeger komt dat alleen maar omdat ik hem sindsdien in zo veel andere intense rollen heb gezien, van de hilarische Otto in A fish called Wanda via de ontwapenende Dave tot de vrolijke senior in Last Vegas, en hoewel hij in geen van al die rollen op vergelijkbare wijze onheilspellend was is zijn werk toch altijd van een betrouwbare kwaliteit geweest. Sophie's choice was de eerste film waarin ik hem zag, en hoewel dit voor de meeste mensen vooral Meryl Streeps film is begrijp ik zelf niet waarom Kline hier niet op z'n minst een nominátie voor een Oscar aan heeft overgehouden. Peter MacNicol is sindsdien helaas enigszins onder de radar verdwenen.

Sound of Music, The (1965)

In mijn naslagwerk over musicals lees ik dat ene Myra Franklin uit Wales in 1988 het Guinness Book Of Records haalde omdat ze toen The sound of music, hou je vast, 940 keer had gezien. (Er wordt expliciet bij vermeld dat ze een huisvrouw was, en wellicht kinderloos, dus zo zal ze misschien aan de beschikbare vrije middagen zijn gekomen, en ik neem aan dat ze met de komst van de videocassette en daarna de DVD en de Blu-ray de 1000 kijkbeurten ruimschoots zal zijn gepasseerd.) Ongelooflijk. Ook onwaarschijnlijk? Toch niet: toen ik opgroeide in Den Haag was daar een bioscoop (de Euro Cinema) die The sound of music elk jaar wel gedurende een paar maanden op het programma had staan, en dat járenlang.

        Er valt over deze film verder weinig te zeggen dat niet al vele malen eerder is gezegd. Wie ervoor openstaat kan z'n hart ophalen aan de romantiek, de ijzersterke liedjes en de perfecte centrale rol van Julie Andrews, en wie overgevoelig is voor suiker kan het misschien proberen met de prachtige beelden en de secundaire thematiek van de Duitse dreiging. Er valt genoeg op aan te merken, en dat is ook al wijd en zijd gedaan, dus ik ga daar verder maar niet op in, en ik laaf mij aan de prachtige Eleanor Parker (die me hier af en toe aan Ava Gardner doet denken) en de leuke rol van Richard Haydn. Maar de 940 ga ik niet meer halen.

Sound of Thunder, A (2005)

Tja, over die CGI en de failliete produktiemaatschappij is hier al genoeg geschreven. Okee, dan zien die auto's er maar uit alsof ze uit een verrassingsei komen, dat maakt mij eigenlijk weinig uit. Wat ik me herinner is een energieke film met een fascinerend uitgangspunt, met veel fantasie verfilmd en de hele speelduur lang onderhoudend, net zoals je een spannend jongensboek z'n naïviteit vergeeft. En wat een heerlijke bijrol van Ben Kingsley, bijvoorbeeld wanneer hij het tegenover Edward Burns over de klanten van TimeSafari heeft : "They pay - you study - I get rich - is this a great country or what ?"

Southcliffe (2013)

Een geweldige eerste helft met een indringend beeld van iemand die door het lint gaat (een vreselijk modieuze uitdrukking die hier nu eens hélemaal van toepassing is) en wat dat voor impact heeft op de gemeenschap waar hij altijd al een buitenstaander was. Helaas verlegt de tweede helft de focus naar een journalist die in het stadje uit de titel is opgegroeid en die nu daarheen terugkeert, met alle gevolgen van dien voor zijn eigen persoon èn voor de inwoners die hem niet graag zien terugkeren. Wat de journalist hier uiteindelijk van leert blijft onduidelijk, en de aandacht voor het al dan niet valse spoor dat de moordenaar nog zou leven verdwijnt geruisloos in het luchtledige, waardoor het geheel van de verhaallijn een nogal onevenwichtige indruk maakt. Rory Kinnear als de journalist is betrouwbaar als altijd, maar bij het casten van Sean Harris zet ik m'n vraagtekens : hij is een geweldige acteur, maar achter zijn enigszins ongunstige en creepy uiterlijk (dat hem zo goed van pas kwam in Prometheus, Mission impossible : rogue nation en als Ian Curtis in 24 hour party people) vermoed ik al zó snel een labiele geest dat ik me afvraag hoe de mensen uit zijn omgeving de latente gekte in zijn ogen over het hoofd hebben kunnen zien, hetgeen de geloofwaardigheid niet ten goede komt. (Neemt overigens niet weg dat Harris hier een BAFTA voor beste mannelijke hoofdrol voor won, met nominaties voor de bijrollen van Kinnear en Shirley Henderson als Claire, de verwarde moeder van de vermoorde hardloopster.)

Southern Comfort (1981)

De eerste keer dat ik deze film zag was ik eigenlijk een beetje teleurgesteld vanwege de voorspelbaarheid, maar in de loop der jaren ben ik hem steeds meer gaan waarderen vanwege de setting, de vertolkingen en de onderlinge spanningen. Keith Carradine en wijlen Powers Boothe zijn sindsdien wel redelijk favoriete acteurs geworden, en de rest van de cast vult de enigszins stereotiepe rollen naar behoren in. Enige minpuntje vind ik het feit dat de dialogen allemaal nèt wat te opgefokt zijn en daardoor soms wat te theatraal overkomen – zelfs Spencer en Hardin, die elkaar toch herkennen als de twee meest evenwichtige karakters, vliegen elkaar regelmatig in de haren.

        De muziek van Ry Cooder voor deze film wordt vaak geprezen. Hoewel ik niet aan Cooders integriteit twijfel vind ik zijn score enigszins overgewaardeerd: het klinkt meer als een middagje fröbelen dan als een serieuze ondersteuning van de beelden, alsof hij meende dat het improviseren van wat lekkere loopjes op slidegitaar met veel echo en reverb om ambiance te suggereren al voldoende zou zijn om een paranoïde sfeer te op te roepen. En voor sommige kijkers ís dat misschien ook wel zo, maar ík hoor er alleen maar veredelde huisvlijt in.

Space Truckers (1996)

Een film waarin ik vanwege de B-credits van regisseur, cast en algemene uitstraling nooit zin heb gehad, maar ik kwam hem zó vaak tegen bij kingloopwinkels en op televisie dat ik hem dan uiteindelijk toch maar heb bekeken, gewoon zodat ik er daarna geen last meer van zou hebben, "just to get it out of the way". En ach, het valt eigenlijk best mee : Dennis Hopper houdt het gewoon serieus, Debi Mazar heeft mooi groen ondergoed, Charles Dance is een prima schurk, de film maakt geen geheim van z'n Pigs in space!-achtige CGI, en de robotsoldaten zijn een aardige combinatie van RoboCop en de Alien-xenomorf. Dat gezegd hebbende... nou ja.

Spare Parts (2015)

Ik deel de mening van vele gebruikers hier: voorspelbaar maar toch boeiend. Het David-versus-Goliath-verhaal is al vaker verteld, en de uitkomst zal ook niet echt verrassen (hoewel ikzelf eerder gedacht had aan een eervolle vermelding bij de einduitslag dan aan een zege: het idee dat zo'n thuis in elkaar geknutseld en met nota bene tampons droog gehouden bouwsel het kan opnemen tegen goed gesubsidieerde MIT-ontwerpen is bijna te absurd om waar te zijn), maar de subtext van illegale immigranten geeft de film een mooie emotionele meerwaarde, overigens zonder dat de bijsmaak van (zoals brabusRUS het zo treffend verwoordt) "typisch rustige RTL4 zondagmiddag film" ooit ver weg is.

Species (1995)

Ultieme pulp, heerlijk. Grappig: de jonge Sil wordt gespeeld door Michelle Williams, die toen ze groter werd zou gaan spelen in Dawson's Creek, Brokeback Mountain, Blue Valentine en My week with Marilyn. Toch vond ik haar mooier zoals ze in déze film opgroeide...

 

Species II (1998)

Na de pulp van deel 1 nu de bagger van deel 2. Ik kan eigenlijk geen enkele reden verzinnen waarom ik deze film zou moeten kunnen waarderen -- en toch heb ik me nergens verveeld. Geweldige slagzin trouwens : "Her loyalty is to man -- but her instinct is to mate!"

 

Species III (2004)

Alternatieve titel: Species 3

Lekkere (en lekker onsmakelijke) B-film. Maar vanuit mijn weerzin tegen pogingen om de kijker met seksistiese naaktscènes op te vrijen heb ik nogal wat bezwaar tegen die twee totaal niet functioneel-blote bovenlijven.

Gelukkig zijn die torso's van die twee college kids niet zo héél lang in beeld en kunnen we daarna weer verder met de echte art shots.

 

Species: The Awakening (2007)

Alternatieve titel: Species 4: The Awakening

94 minuten meer van hetzelfde, dus onderhoudende pulp, niets meer, niets minder, je mist er niets aan als je de serie voor gezien zou houden maar ik kan me er nog altijd wel mee vermaken. En waarom noemt iedereen hier Helena Mattsson (Miranda) maar niemand Marlene Favela (Azura)? Een sexy alien die zich verkleedt als non, dat hadden we nog niet gezien. Hilarisch: Ben Cross die de hele tijd maar "Uncle Tom" wordt genoemd, daar stel ik me toch een andere huidskleur bij voor.
 

Spectre (2015)

In de bioscoop vond ik dit indertijd maar een matig geheel met veel geschreeuw en weinig wol, maar op m'n gemak voor het televisiescherm gezeten en met meer aandacht voor vertolkingen, tempo en sfeer kan ik de film toch aanzienlijk beter genieten. Daniel Craig heb ik altijd een humorloze kleerkast gevonden, maar na de drie meest recente 007-films te hebben herzien ben ik toch wel op die mening teruggekomen, en hij krijgt hier prima tegenspel van de gladde Christoph Waltz en de uiterst onaangename Dave Bautista – de vechtpartij tussen Bond en Hinx op de trein is hard en grof, en ik kan de klappen bijna lijfelijk navoelen. Erg grappige rol van Ben Whishaw (een ideale Q), en Léa Seydoux ziet er in de restaurantwagen wonderschoon uit in haar crèmekleurige jurk. Minpuntje blijft toch dat Bond zomaar bij Blofeld binnen komt lopen: dat had hij (of beter gezegd : dat hadden de scriptschrijvers) toch wel wat verfijnder mogen aanpakken, en wat hij daarna aldaar moet ondergaan is bijna zijn verdiende loon voor zoveel naïviteit.

Speed (1994)

Ik heb de indruk dat er in de loop der jaren een consensus is ontstaan over wat de ultieme actiefilm is: bij zowel critici als kijkers lees ik steeds vaker dat Die hard wordt gezien als de moeder aller blockbusters. Ook bij mij is die film al jaren favoriet, want qua plot, qua personages en qua dialogen is hij volmaakt, en als ik op een onbewoond eiland zou aankomen en er zou maar één film aanspoelen, dan zou ik er geen moeite mee hebben als daar inderdaad John McClane en Hans Gruber de hoofdrollen in spelen.

        En toch... vind ik Speed nog nèt even iets beter. Het is een nek-aan-nek-race met een neuslengte verschil aan de meet, maar toch kijk ik hier nog nèt iets liever naar. De reden is moeilijk aan te geven. Misschien vind ik het wel leuk dat déze film alles zich brutaalweg in het volle zonlicht laat afspelen terwijl Die hard juist veel gebruik maakte van de nachtelijke setting om de sfeer te verhogen. Misschien kijk ik wel liever naar Keanu Reeves (hier nog fris, en perfect voor deze rol) dan Bruce Willis (die in Die hard óók nog wel fris was maar wiens maniertjes mij in de loop der jaren steeds meer zijn gaan tegenstaan). En misschien ligt het ook wel aan de geestige dialogen. Een paar van mijn persoonlijke favorieten:

        Jack: “Tell me again, Harry: why did I take this job?” Harry: “Oh, come on, thirty more years of this and you get a tiny pension and a cheap gold watch.” Jack: “Cool.”

        Payne: “Pop quiz, hot shot! Terrorist holding a police hostage, got enough dynamite strapped to his chest to blow a building in half – now what do you do?”

        Payne: “Are you ready to die, friend?” Harry: “Fuck you!” Payne: “Oh... in two hundred years we’ve come from ‘I regret that I have but one life to give for my country’ to ‘Fuck you’ ? “

        Payne (tegen Jack in de telefooncel): “What do you think, Jack? You think if you pick up all the bus driver’s teeth, they’ll give you another medal?”

        Als McMahon hoort dat er een gat in de snelweg zit kijkt hij op zijn kaart: “But it’s on the map! It’s finished on the god-damn map!” Norwood: “I guess they fell behind...” McMahon, machteloos van woede: “Fuck... You’re fired! Everybody’s fucking fired!”

        En natuurlijk Annie's opmerking over hoe het afloopt met "relationships that start under intense circumstances" en de manier waarop dat helemaal op het einde nog terugkomt...

        Een heerlijke film die vanwege de briljante opzet van het script en de tot in de kleinste details foutloze uitvoering elke keer weer een glimlach op mijn gezicht tovert: zó moet een actiefilm worden gemaakt, zó mooi kan het zijn wanneer een crew een volmaakt ambachtelijk werkstuk aflevert, en zó vloeiend kan commerciële filmkunst zijn.

Spellbound (1945)

Alternatieve titel: Obsessie

Deze heb ik al vaak geprobeerd, immers van mijn favoriete regisseur, met en van grote namen als Bergman, Peck, Selznick en te weinig Dali, en dan nog toptalenten bij script, muziek en camera. En het resultaat van deze zoveelste herziening? Nou ja, de jonge Gregory Peck is íéts beter en iets minder houterig dan ik me herinner, en de onthulling op het einde is sterk en goed gespeeld, maar verder is dit toch een ongemakkelijke mix van whodunit, romantiek en psychologie van de koude grond, alles natuurlijk extreem stijlvol gebracht (en enorm succesvol aan de kassa, naar ik heb begrepen), maar nèt niet echt de moeite waard. Nou ja, tot de volgende keer proberen dan maar (die misschien wat eerder dan déze keer komt vanwege die heerlijke Rhonda Fleming van bij het begin).

Spencer (2021)

Ideale film voor wie een hekel heeft aan Kerstmis, want geforceerde gezelligheid is wel het laatste wat je in deze Spencer zult aantreffen. Ik weet niet in hoeverre dit is gebaseerd op een verifieerbare werkelijkheid, maar wat ik meekrijg is in ieder geval een uiterst effectief portret van een levendige vrouw wiens hekel aan protocol en dwang in conflict komt met de ijskoude precisie van een koninklijk huis dat geen afwijkingen van Hoe Het Hoort tolereert. Veel staat en valt met de (in mijn ogen sublieme) vertolking van Kristen Stewart, maar wat mij betreft zijn de bijrollen bijna net zo belangrijk, met name die van Timothy Spall als de koninklijke bloedhond die misschien toch meer van Diana begrijpt dan je zou denken, Sean Harris (eindelijk eens in een sympathieke rol) als de vriendelijke baas van het keukenpersoneel, en Sally Hawkins als de hofdame wiens gesprek met Diana op het strand één van de hoogtepunten van de film is. De nachtelijke vergadering van majoor Diana met haar zoons is een andere belangrijke sleutelscène, en hoewel ik niets heb met koningshuizen (en al helemáál niet met het Engelse – nog nooit een aflevering van The jewel in the crown gezien) vond ik dit toch een fascinerende film.

Spider (2002)

Eén van David Cronenbergs strakste films waarvan de soberheid toch niet in de weg staat van een fraaie twist en de daarbijhorende emotionele punch. Als groot liefhebber van Samuel Beckett was mij de overeenkomst van Ralph Fiennes' uiterlijk en kledij in deze film met de gebruikelijke zwervers uit Becketts werk (èn met Becketts eigen "Spartaanse" kop) al eerder opgevallen, maar nu lees ik bij de IMDb-trivia zelfs dat "Samuel Beckett was one of the director's touchstones for the film. Photographs of the playwright were pinned around the sets, and Fiennes' hairstyle is even modeled after Beckett's." Gek genoeg is dat het enige minpuntje van de film, want ik vind Fiennes' vertolking af en toe te theatraal, te bedacht, te toneelmatig met zorgvuldig ingebouwde pauzes en kunstmatig gemompel; misschien dat hij dat allemaal heeft afgekeken van authentieke schizofrene mensen, maar in deze film vind ikzelf het af en toe te gekunsteld overkomen. De rest van de cast speelt echter zeer natural, met speciale vermelding van Miranda Richardson die hier twee totaal tegenovergestelde personages zeer overtuigend neerzet (en zelfs een derde, want volgens mij ziet Dennis op een gegeven moment toch ook de hospita van het "halfway house" even voor de slet aan?). Imponerende film.

Spider Woman, The (1943)

Alternatieve titel: Sherlock Holmes and the Spider Woman

Aardige en sfeervolle film met de dubbelzinnige dialogen tussen Holmes en het titelpersonage als hoogtepunt : Gale Sondergaard is hier net zo onheilspellend als in bijvoorbeeld The cat and the canary (1939). Mooi ook dat Watson eindelijk eens de gelegenheid krijgt om Holmes –ook al is het maar een kléín beetje– op z'n nummer te zetten, wanneer hij hem verbetert bij het zien van een skelet van (naar Holmes denkt) een kind: Holmes: "Watson, if you ever see me getting too cocksure again, fancying myself more clever than Adrea Spedding, just whisper one word to me!" Watson: "What word, Holmes?" Holmes: "Pygmy!" En dat vliegenvangende "neefje" is nog steeds gewoon creepy.

Spider-Man (2002)

Nu voor de vierde keer gezien in de loop der jaren, en ik begrijp nog steeds niet waarom hier een reboot van nodig was. Plot, personages, cast, FX, tempo, Willem Dafoe als onaangename schurk, hilarische bijrol van J.K. Simmons, alles nog steeds tiptop. Hoogstens mis ik de voor Marvel karakteristieke "meta-humor" (bijvoorbeeld wanneer personages door de plot of door zichzelf worden gerelativeerd of belachelijk gemaakt, hetgeen hier nog veel minder gebeurt), maar verder is dit toch een degelijke en sympathieke superheldenfilm, inclusief de krachtige mantra "With great power comes great responsibility" en grappige kleine rolletjes voor Bruce Campbell, Octavia Spencer en een schier onherkenbare Elizabeth Banks.

Spider-Man 2 (2004)

Alternatieve titel: Spider-Man 2.1

Net nog een stukje beter dan deel 1. Prachtig hoe Peter Parker hier even álles verliest: de liefde van MJ, zijn baantje, zijn bovennatuurlijke vermogens, het vertrouwen van zijn tante, de vriendschap met Harry, de steun van zijn docent, en tot overmaat van ramp geeft zijn Spiderman-pak dan ook nog eens af in de was... Wel merkwaardig dat het enige lichtpuntje (de dochter van zijn huisbaas die een oogje op hem lijkt te hebben) verder niet wordt uitgewerkt.) Hoe dan ook, hij zit dus flink aan de grond, en de film kan beginnen. Tobey Maguire blijkt opnieuw een perfecte Peter Parker, en van zijn saaie en vervelende uitstraling heb ik absoluut geen last. Een ontroerende scène bij het eindpunt van de trein, een mooi einde voor de schurk en een prima cliffhanger voor James Franco maken de film àf.

Spider-Man 3 (2007)

Wat mij betreft de leukste en beste van Sam Raimi's trilogie. Veel vaart, bijna "ouderwetse" FX die lekker stevig en fysiek aanvoelen, verschillende plotlijntjes (Flint/Sandman, buitenaardse substantie/Venom, Harry, MJ) die netjes worden afgerond, leuke bijrollen, en bovenal geweldig spel: Maguire en Franco weten door hun acteren opeens andere (meer duistere) persoonlijkheden te creëren, en MJ's verdriet is bijna tastbaar in Dunsts spel op de brug. O ja, en Maguire als would-be-Casanova is hilarisch. Zeven kwartier is lang, maar ik heb me nergens verveeld en ben regelmatig meegesleept.

Spider-Man: Homecoming (2017)

De plot doet me weinig, het titelpersonage niets en zijn vertolker nog minder, maar er zijn verrassend veel compensaties : Washington Monument is een geweldig idee voor een lokatie, wat er met de ferry gebeurt vind ik eveneens aardig gevonden, Laura Harrier is een prachtige verschijning, er valt leuke muziek van de Ramones en The (English) Beat te horen, en de onthulling / twist is echt fantastisch en geeft Michael Keaton (hier sowieso al een mooie driedimensionale schurk) de gelegenheid om daarna nog eens extra eng te worden – zijn tête-à-tête met Holland in zijn auto is werkelijk waar ècht creepy. Al die pluspuntjes tillen de film voor mij dan toch nog naar een krappe voldoende, maar als geheel houdt het allemaal niet over.

Spider-Man: No Way Home (2021)

Alles in overdaad en overdrive, maar met zoveel plezier en inventiveit gemaakt dat de 2½ uur voorbij vlógen. Geweldige cameo's, niet alleen Maguire en Garfield maar ook de acteurs die er kennelijk veel plezier in hadden om hun schurkenrol nog eens te hernemen – een geweldige stunt dat ze al die mensen bij elkaar hebben gekregen. Kortom, heel veel kijkplezier als je hier in de juiste stemming aan begint (en geen probleem hebt met de overvloed aan CGI, die er wat mij betreft overigens weer voortreffelijk uitziet), maar ik heb wel het idee dat ik de film voor een echt weloverwogen oordeel nog wel een tweede of derde keer moet zien. Hetgeen ongetwijfeld gaat gebeuren.

Spiderwick Chronicles, The (2008)

Alternatieve titel: De Spiderwick-Kronieken

Niks nieuws ten opzichte van andere fantasy-kinderfilms à la Narnia, en voor mij als volwassene net wat te weinig rariteiten (bizarre wezens, excentrieke personages, aparte visuals) om het echt grappig of interessant te houden, maar wel met veel plezier gemaakt, gestroomlijnd en met goed acteerwerk, dus prima uit te zitten. Leuk om nog even Andrew McCarthy als de vader te zien, die is na een veelbelovende start in de jaren 80 en 90 (St Elmo's fire, Pretty in pink, Less than zero, Weekend at Bernie's, Night of the running man) een beetje van mijn radar verdwenen, en ook hier heeft hij een niet zo dankbaar rolletje (maar wel effectief, want wat zijn personage doormaakt zag ik persoonlijk niet aankomen). Al met al toch wel vermaakt met deze film.

Spione (1928)

Alternatieve titel: Spies

Visueel weer prachtig, zeker in de hier al vaker genoemde en geroemde Eureka-Masters-of-Cinema-release (door mijzelf via de Blu-ray bekeken). Ook verhaaltechnisch interessant, met Haghi als een soort technologische update van Mabuse (en Rudolf Klein-Rogge die weer een perfecte belichaming van het gewetenloze kwaad is). Wel moet ik zeggen dat ik sommige plotpuntjes niet helemaal snapte, zodat ik bijvoorbeeld niet begreep hoe 326 en zijn baas op het einde plotseling de ware identiteit van het gezochte personage uit de aanwijzing van die serienummers konden afleiden, maar dat kan ook aan mij liggen. Sowieso misschien een goed idee om deze film op korte termijn een tweede maal te bekijken. Zoals elke goede film trouwens verdient. Qua score begin ik voorzichtig. (Overigens lijkt bovenstaande poster meer op een exploïtatiefilm over vastgebonden schoolmeisjes dan op reclame voor een film met een sensuele heldin.)

Split (2016)

Een film die ik enerzijds bewonder maar waarbij ik anderzijds gemengde gevoelens heb. Spannend tot de laatste seconde, met een intrigerende premisse, sterk spel van Anya Taylor-Joy als Casey en een fantastische rol van James McAvoy inclusief superbe dansje, maar tegelijkertijd schuren de ingrediënten van kidnap-gruwelen, cartoon-psychologie en standaardthriller met bovennatuurlijke elementen nogal met het uiterst serieuze motief van kindermisbruik. De hoofdrol is een tour-de-force die je ook zou kunnen zien als een opzichtige poging om met deze flamboyante veelzijdigheid een Oscarnominatie te scoren, maar ik geef McAvoy daarbij het voordeel van de twijfel en geniet gewoon van zijn spel. En het is in ieder geval weer eens een hit voor deze merkwaardige filmmaker (kosten $9 miljoen, opbrengst $276 miljoen).