Alternatieve titel: Sanjuro, afgelopen zondag om 21:12 uur
Officieel een vervolg op Yojimbo, maar in de praktijk lichter en luchtiger, met de titelfiguur die ditmaal vrij ondubbelzinnig "goed" is, een mooie bijrol voor de gevangene annex overloper, en een even grappige als betekenisvolle botsing over normen en waarden tussen Sanjuro en de vrouw van de kamerheer. Die bloedgeyser op het einde had voor mij niet gehoeven; bij het achtergrondmateriaal op de BFI-Blu-ray wordt er de nadruk op gelegd dat die extreme hoeveelheid een ongelukje was, maar aangezien Kurosawa besloot om die scène niet opnieuw te draaien moet dat uiteindelijk toch als een artistieke keuze worden gezien (of was er geen geld meer voor, of tijd, of kunstbloed, of schone kleren?), maar vooruit, we zullen maar zeggen dat dat compensatie is voor alle krijgers die met een houw in hun rug worden afgeslacht zonder dat je een druppel bloed te zien krijgt. (Yojimbo was in dat opzicht wel wat scheutiger, inclusief afgehakte armen en een hond die met een hand in zijn bek voorbij de hoofdpersoon komt drentelen.)
En ik maar denken dat Antonioni uniek was omdat hij voor Deserto rosso het gras en de blaadjes liet overschilderen, terwijl Kurosawa twee jaar eerder al rode camelia's zo goed mogelijk op zwart-wit-film liet uitkomen door ze zwárt te schilderen…
Was dit een poging van de studio om het succes van Patton te herhalen? De "rebelse generaal" was misschien wel even eigenzinnig, maar het sensationele van Pattons enorme opvliegendheid ontbreekt hier, en MacArthurs ijdelheid en "drama-queen"-eigenschappen worden hem hier door anderen toegedicht maar krijgen we als gebeurtenissen maar heel weinig te zien (of het moest zijn dat hij na het douchen zorgvuldig z'n haar kamt?). Bovendien ben ik niet goed genoeg op de hoogte van de geografische situatie en de bijbehorende strategische mogelijkheden van Japan, de Filippijnen en Australië, zelfs niet met de landkaarten die MacArthur regelmatig zelf tevoorschijn haalt om zijn voorgestelde manoeuvres te illustreren – misschien dat Amerikaanse kijkers beter in de materie ingevoerd waren en dus beter over MacArthurs militaire genie konden oordelen, zéker in 1977 toen de gebeurtenissen van deze film bij velen nog redelijk vers in het geheugen zullen hebben gelegen. Wat overblijft is een prima rol van Gregory Peck in een film die helaas een beetje de uitstraling heeft van een veredelde televisiefilm, maar dat komt misschien ook door de transfer van mijn DVD waardoor de film een zekere gloed heeft die ik normaliter met een slechte TV-film associeer. Op de één of andere manier wordt het titelpersonage nergens zo interessant als (naar ik vermoed) de historische MacArthur, zodat zelfs zijn humanisme en zijn liberale instelling wel gesuggereerd worden maar temidden van het politieke gekonkel niet helemaal uit de verf komen,
Alternatieve titel: Yojimbo, afgelopen zondag om 11:52 uur
Ik heb altijd meer met Westerns en met de Westerse cinema gehad dan met samoeraifilms en/of Oosterse vechtfilms en met de Oosterse cinema, dus toen ik deze film in mijn studententijd voor het eerst zag maakte hij weinig indruk, en van Toshiro Mifune zag ik ook niet precies de charme, maar nu ik de afgelopen jaren Kurosawa opnieuw heb ontdekt (en trouwens ook een aantal van zijn films voor het éérst heb gezien) is Yojimbo toch aanzienlijk beter ingedaald. Ik kan nu veel meer genieten van cinematografie en kadrering, ik stoor me niet langer aan het enigszins theatrale acteren van sommige bijfiguren, en bovenal zie ik hoe Mifune de film domineert zonder daar eigenlijk (zichtbare) moeite voor te doen. Het zal allemaal ook wel komen doordat ik de film nu zie via een BFI-Blu-ray met een perfecte transfer (en daarnaast heel veel achtergrondmateriaal) in plaats van via een gekraste 16mm-kopie in een rokerig filmhuis, maar wát is dit een heerlijke film met een lekker loom tempo, schilderachtige maar toch ook realistische sets en decors, en een sjofele (want door vlooien geplaagde) maar geslepen held. Sergio Leone heeft hier een fraaie remake van gemaakt en daar hélemaal zijn eigen draai aan gegeven, maar wat mij betreft wint het origineel het toch op alle punten.
Waar ik normaal gesproken een bericht redelijk snel na het zien van een film schrijf om de indruk(ken) nog vers te laten zijn, heb ik er bij Project Hail Mary enige tijd overheen laten gaan om mijn oorspronkelijke enthousiasme enigszins te laten bekoelen, maar ook anderhalve week later heb ik er alleen maar goede herinneringen aan, en het herzien van de trailer bevestigt mijn positieve oordeel: een bijzonder slim gemaakte publieksfilm, spannend (hoewel je natuurlijk wel voorvoelt dat de dood van de hoofpersoon en/of het uitdoven van het universum niet bij de toon van deze film zouden passen), bijzonder grappig ("Personal space is at a premium!") en qua plot zo meeslepend dat ik pas na afloop besefte hoe lang deze film had geduurd. Misschien is de laatste plotontwikkeling (Grace die Rocky gaat redden, en zijn daaropvolgende nieuwe woonplaats) er enigszins te veel aan, maar het is aan de andere kant ook wel een mooie afronding, en zonder dat er nou meteen een sequel nodig is geeft dit een mooi open einde aan het geheel. Alle lof voor Gosling – ik ben benieuwd of de dames en heren van de AMPAS zich zijn rol in januari nog herinneren voor zijn vierde Oscarnominatie (en voor wie weet)…
Okee, misschien niet zo heel veel nieuws, maar wat mij betreft toch wel indrukwekkend: sowieso een luguber en gewelddadig begin inclusief close-ups van bloed dat uit vlees stroomt, daarna rustiger vaarwater dat me aan The Bourne identity doet denken, en vervolgens een steeds benauwender sociale situatie met de Comorra die het kleine stadje in z'n greep houdt en de lokale politieman op misselijkmakende wijze onder druk zet, gelardeerd met flarden van een nervositeit opwekkende muziekband, en daartussendoor laverend Robert McCall als bijna bovenmenselijke vigilante annex wreker. Tegelijkertijd gaat de "held" daarbij zó drastisch te werk dat de scheidslijn tussrn goed en slecht enigszins komt te vervagen, hoewel ik niet het idee heb dat de film daar een serieus thema van maakt. Wat wèl serieus wordt genomen is hoe dichtbij het geweld komt bij de visboer, de politieman en het gezin met de opa in de rolstoel, en hoewel dat natuurlijk allang bekend is uit de vele films en televisieseries die aan de verschillende Italiaanse misdaadsyndicaten zijn gewijd komt het in deze film toch allemaal hard binnen wat mij betreft. Denzel kan deze rol inmiddels natuurlijk in z'n slaap spelen, maar hij doet het dan ook wel weer erg goed, zeker wanneer je beseft dat hij zo langzamerhand al tegen de 70 loopt.
Nou, ik ben bepaald geen fan van Wesley Snipes, maar dit vond ik toch een heel behoorlijke paranoia-thriller met een paar aardige actiescènes (inclusief de sterke achtervolging na de aanslag op de Chinese ambassadeur en het eindgevecht met Michael Biehn), een lekker gecompliceerd plot, een prima Snipes en een eveneens prima Maury Chaykin als FBI-agent bij wie de ogen langzaam maar zeker opengaan. Spijtig dat Marie Matiko geen dialoogregel overtuigend uit haar mond kan krijgen, maar Anne Archer en zelfs Donald Sutherland vergaat het eigenlijk niet veel beter omdat ze amper interessante of pregnant geformuleerde dingen te zeggen krijgen, en dat doet toch wel afbreuk aan de impact (en aan mijn waardering). Al met al een lekkere actiefilm die geen herziening verdient maar waarbij ik me toch ook geen seconde heb verveeld (hetgeen met deze hoofdrolspeler en deze regisseur al meer is dan ik vooraf had durven hopen).
Mooie ontroerende film die enorm profiteert van het charisma van de hoofdpersoon zonder dat die hier glamoureus of "interessant" overkomt. Ook goed werk van de drie anderen, maar het is toch voornamelijk Adams reis die we meemaken en Adams ogen waardoorheen we de ontmoetingen beleven. Qua interpretatie sluit ik me aan bij De filosoof hierboven op 9 juli 2025, maar van even groot belang is zijn opmerking dat het "de kracht van de film is dat je je eigen interpretatie kunt vormen". Hoe dan ook een intense filmervaring die effectief gebruik maakt van een paar karakteristieke hits uit de jaren 80.
Jaren geleden voor het laatst gezien, en nu ik hem opnieuw bekijk (voor de negende keer) valt me op hoe fris hij nog altijd (of: weer) is. Een perfecte mix van film-noir, mystery, humor en romantiek, met een plot waarbij ik al sinds jaar en dag geen moeite meer doe om het te volgen, maar dat wel een ideale kapstok vormt voor een enorme reeks grappige, scherpe, sfeervolle en explosieve scènes. Bogart (nooit beter) houdt de touwtjes moeiteloos in handen, Charles Waldron is een perfecte generaal Sternwood (jammer dat we hem na de openingsscène niet meer tegenkomen), de muziek is melodieus en zwaar indien vereist (zoals wanneer Joe Brody is neergeschoten) maar kan ook zwijgen wanneer nodig, de dialogen zijn geweldig, en eigenlijk valt alleen het té flauwe telefoongesprek van Bogart en Bacall met het politiebureau uit de toon. Absoluut mijn favoriete Raymond Chandler-verfilming, en Humphrey Bogart is wat mij betreft de ideale Marlowe (maar dat is misschien moeilijk te zeggen omdat hij zich dit personage zó eigen maakt dat daardoor elke andere acteur niet de echte Marlowe is en dus ook nooit zo goed als Bogart kan zijn).
Alternatieve titel: A Private Life, 16 mei, 23:28 uur
Intrigerende film, met elementen van een moordmysterie waarvan ik al snel het idee kreeg dat dat ondergeschikt was aan het psychologische portret van het personage van Jodie Foster – mag je hier spreken van psychische desintegratie? De spanning blijft in ieder geval de hele film door gehandhaafd, met een wat mij betreft nagelbijtscène wanneer Lilian inbreekt in het vakantiehuisje van Simon terwijl Gabriel de aandacht probeert af te leiden, plus een mooie climax wanneer de ware dader van de inbraak aan het licht komt. De moraal ("ik ga voortaan luisteren in plaats van opnemen") is er wel een beetje met de haren bijgesleept, alsof Lilians vermeende onvermogen om te "luisteren" (empathie te voelen?) de oorzaak van haar hele problematiek is, maar dat doet verder geen afbreuk aan de totaalindruk van de film. Minirolletje voor Irène Jacob, bizar om Frederick Wiseman opeens als acteur te zien (hier 94/95 jaar oud, in februari j.l. overleden), en ik hoop dat de credits in de bioscoop enigszins te ontcijferen waren want toen ik de bij mijn telecom-provider gehuurde film op de televisie bekeek waren die rode letters tegen de zwarte achtergrond totaal onleesbaar.
Als kijker moet ik er maar niet teveel over piekeren dat het verhaal over Oosterse jongens wordt verteld vanuit het perspectief van Westerse reddingsduikers (en naar het schijnt kón dat ook niet anders omdat de rechten van de Thaise kant van het verhaal al waren verkocht), maar als ik dat eenmaal accepteer zie ik een sterke en ondanks voorkennis soms nagelbijtend spannende film met uitstekend werk van steracteurs die alle glamour thuis hebben gelaten. Wat mij betreft duurde de film wel iets te lang, maar dat ik af en toe op de klok zat te kijken was eigenlijk meer omdat ik me afvroeg hoeveel huiveringwekkende zwemscènes door nauwe gangetjes en tussen rotsen en stalactieten door ik nog kon hebben. Nee, ik ben niet claustrofobisch, maar van een film als déze zou ik dat wel kunnen worden, net zoals wanneer iemand me vlak voordat ik in een MRI-scanner zou worden geschoven zou vragen of ik claustrofobisch ben. Indrukwekkend camerawerk.
Nou, ik heb me toch geen seconde verveeld. Traag of saai, geen last van gehad, met een uitstekende centrale rol die de hele tijd de aandacht vasthoudt terwijl hij vecht tegen de elementen die hij zelf heeft ingebracht. Qua vergelijkingsmateriaal moest ik zelf vooral denken aan Ad astra, ook een portret van een reiziger in wezenlijke (zij het andersoortige) isolatie, maar die kwam pas drie jaar later uit. De bezetenheid om door te gaan terwijl er zonder water nauwelijks een toekomstperspectief is op Mars vond ik goed getroffen, en dat open einde, tja, de reis is hier misschien belangrijker dan het doel.
Dit zou een spannende commando's-op-een-onmogelijke-missie-oorlogsfilm hebben kunnen zijn, maar omdat er geen mysterie of raadsel of wezenlijk verzet is is er ook geen spanning, de personages zijn eerder clichématig dan kleurrijk, de humor komt bij mij niet binnen, en wanneer de film gedurende het laatste half uur een beetje tot leven komt is het eigenlijk al te laat. De Duitsers worden nóg sneller en nóg talrijker uitgeschakeld dan in Where eagles dare, en de manier waarop ze na een half uur in dat fort worden omgelegd terwijl het team zo onderkoeld-cool mogelijk doet is zó flauw dat er eigenlijk geen woorden voor zijn. Het camerawerk is te duister, de muziek is af en toe effectief maar op andere momenten tezeer nep-Morricone, en Eisa González overtuigt noch qua acteertalent noch qua uiterlijk ook maar één moment als femme fatale. Wat mij betreft is het geen wonder dat dit een enorme flop werd (kosten $60 miljoen, opbrengst $29.8 miljoen volgens de Engelse wikipedia), en Ritchie blijft voor mij toch een hit-and-miss-regisseur met minder hits dan misses.
Bijna een magisch-realistische film, niet alleen vanwege de betoverende sfeer en de manier waarop de oude monnik een paar keer zonder roeiboot toch op het vasteland kan verschijnen, maar ook hoe met het "rondbreien" van de cirkel op het einde bijna wordt gesuggereerd dat de monnik nu een jongere versie van zichzelf mag gaan opleiden. Misschien leg ik dat er zelf in, maar het is er ook wel de film naar om zo'n veronderstelling uit te lokken. Knap hoe zo'n sober vormgegeven film toch mensen van vlees en bloed tevoorschijn kan roepen. Ook kleine humor, zoals de reactie van de oude monnik wanneer de twee politiemannen op een blikje in het water schieten. Maar of ik de film zo hoog acht dat hij een plaats in míjn top-250 verdient… (Tegenwoordig staat die notering niet meer op de pagina van de film zelf, maar op de top-250-pagina van MovieMeter vind ik deze film op de 84ste plaats terug, en Bin-jip overigens op de 142ste.)
Alternatieve titel: Escape Plan 3: The Extractors, 8 mei, 10:00 uur
Ik ben het met de meeste gebruikers eens dat dit derde deel net iets beter is dan het tweede, en dat is ook wel logisch, want volgens IMDb waren er bij deel 2 slechts 34 producers betrokken terwijl ze bij deel 3 konden beschikken over 48 producers (producer, co-producer, executive, co-executive, associate, line en supervising). Grootste probleem is dat ik niets geef om de gekidnapte vrouw, en niet veel méér om de bevrijders, en in de algemene sfeer van apathie haal ik zelfs mijn schouders op wanneer Stallone en Bautista in actie mogen komen. Alleen Devon Sawa (leuk als de hoofdrolspeler van de eerste Final destination uit 2000) straalt hier nog iets van intensiteit uit.
Het laatste halfuur trekt de film nog wel iets aan, met het binnenvallen van Sly, het subtiele wapen van Bautista en (eerlijk is eerlijk, als geweldige verrassing) de gefilmde brute moord van Abby, alles begeleid door sterke duistere muziek van de mij verder onbekende Victor Reyes. Maar al met al lijken me drie films volgens dit concept toch meer dan genoeg, hoewel de scène waarin Stallone en Bautista plannen maken voor een reisje naar Zuid-Amerika in combinate met die "tag"-scène waarin Bao Yung levend en wel uit een riool komt kruipen het ergste voo de toekomst doet vermoeden (of deed vermoeden, want Stallone wordt over twee maanden 80 en er is nog geen vierde ontsnappingsplan aangekondigd, dus ik gok dat het hoofdstuk van déze franchise in de carrière van de hoofdrolspeler inmiddels wel is afgesloten).
Zeer goed geconcipieerde en gefilmde sequel waarin ik duidelijk de hand van Jordan Peele denk te herkennen in de manier waarop er een sociale omgeving met theorieën over racisme en gentrificatie wordt gecreëerd (plus een beetje satire over artiesten, artistieke status en artisticiteit). Lekker suggestief gefilmd met licht afwijkende hoeken, onverwachte objecten in beeld en gekke geluidjes, met prima vertolkingen en een sterke geluidsband met dito muziek. Knap ook hoe de film de Candyman tot een symbool van iets groters maakt zonder dat die maatschappijkritische implicatie geforceerd op mij overkomt. Van het origineel was ik nooit een echte fan, maar dit vervolg is erg sterk. (Maar waarom is Anthony niet wat eerder naar de dokter gegaan?)
Alternatieve titel: Escape Plan 2, 6 mei, 13:40 uur
Kortgeleden het origineel met veel plezier herzien, dus in dit vervolg had ik echt zin, maar tjonge jonge wat is dít een misbaksel. Om te beginnen is dit meer een Xiaoming Huang-film dan een Sly-film, hetgeen sowieso al een afknapper is wanneer je denkt naar een film met Sylvester Stallone in de hoofdrol te gaan, en om het nog wat erger te maken is de rol van Huang eigenlijk niet om aan te zien, of beter gezegd te hóren, want hij spreekt elke zin zó langzaam uit dat hij de verdenking op zich laadt het Engels amper machtig te zijn, hetgeen niet bijdraagt aan een geloofwaardige vertolking. Los daarvan zit de film vol onduidelijk gechoreografeerde en gemonteerde vechtscènes, worden we ook nog eens getrakteerd op een overdaad aan close-ups, en op het moment dat Breslin de gevangenis binnenkomt vliegen we alweer op weg naar het einde. De enige die hierbij nog een beetje overeind blijft is Wes Chatham als Kimbral, en de drie "biljartballen" zijn een mooie naargeestige toevoeging (echo's van The hills have eyes) waar helaas te weinig mee wordt gedaan. Gauw proberen te vergeten.
Zeer, zeer vermakelijke spionage-thriller die enorm profiteert van het gegeven dat de kijker vooraf niet wordt verteld waar de verschillende loyaliteiten van de voornaamste personages liggen (tenzij je net als de criticus van de New York Times indertijd van mening bent dat "it is obvious […] that any spy as beautiful as Margaret Lindsay couldn't possibly be a German agent."). Met zijn ambigue oogopslag en insinuerende grijns is Boris Karloff hier geheel op zijn plaats, maar Margaret Lindsey als de Duitse spionne in het gezin van een hooggeplaatste Britse functionaris is eveneens sterk – jammer toch dat ze ondanks een carrière van 96 films in meer dan 40 jaar nooit is doorgebroken als hoofdrolspeelster annex ster. Kennelijk al de derde verfilming van dit plot, maar wat mij betreft is deze B-film spannender dan menige A-film uit dit decennium.
Alternatieve titel: To the Center of the Earth, 4 mei, 14:06 uur
"Not unknown enough," beweert een criticus in één van mijn filmencyclopedieën, maar ik vind het niveau van deze B-film toch wel meevallen: een intrigerend plot (hoewel ik me niet kan voorstellen dat je in welke onderaardse ruimte dan ook op termijn veilig zou zijn voor nuclaire straling), fraaie opnames van de rotsformaties en in de grotten (ook dankzij de mooie belichting), geen bekende koppen waardoor de identificatie nèt iets makkelijker en effectiever is (net als bijvoorbeeld The thing from another world, toevallig uit hetzelfde jaar), een paar aardige verrassingen (met name dat er al snel twee doden vallen, en later nog een derde), de afwezigheid van een onverdeeld vrolijk of optimistisch einde, en bovenal de aparte insteek die de film de flair van iets nieuws verleent. De minpunten zijn evident: het matige modelwerk waardoor de Cyclotron op de Thunderbird-4 lijkt, het obligate liefdesverhaaltje dat gelukkig weinig schermtijd kost, en het voorspelbare gekibbel tussen alfamannetjes. Natuurlijk is het allemaal houterig en amateuristisch, en wetenschappelijk zal er wel minder dan niets van kloppen, maar ik heb hier zelf toch met veel plezier naar gekeken. Opgeheven of niet, voor de Society To Save Civilization zou ik best wat contributie over hebben.
De gelijknamige roman van A.E.W. Mason werd ook verfilmd in 1915, 1929, 1955 (ook door Zoltan Korda, als Storm over the Nile), 1978 en 2002, maar déze versie uit 1939 geldt als de beste, en daar kan ik weinig tegen inbrengen, afgezien dan van het feit dat ik die uit 2002 als eerste zag waardoor die bij mij een streepje vóór heeft. De vaart zit er hier van a tot z goed in, John Clements kan prima zorgelijk kijken, mede vanwege het knappe lokatiewerk ademt de film een goede realistische sfeer, er is een aanbevelenswaardig beheerst gebruik van muziek, en de kleuren zijn fraai, hoewel ze op mijn Carlton-DVD uit 2003 wat minder indrukwekkend overkomen dan ze indertijd op het witte doek zullen zijn geweest (ook al omdat ze hier en daar lijken te "lekken"). Het enige waar ik af en toe moeite mee heb is het lichte overacteren van Ralph Richardson, eerst wanneer hij in de zon van de berg af strompelt en daarna wanneer hij na de slag half (of helemaal) waanzinnig in het rond rent, maar zijn laatste scène wanneer hij de waarheid beseft maakt heel veel goed. (In zijn verdediging moet bovendien worden gezegd dat die scènes in de woestijn ook lastig zijn om te spelen, en bovendien, zoals Graham Greene over het "hamming it up" [schmieren] zegt, "even the richest of the ham goes smoothly down".) Dus al met al een uiterst bevredigende verfilming van een klassieke avonturenroman.
Alternatieve titel: Count Your Blessings, 1 mei, 22:43 uur
Boeiende situaties die soms komisch, soms bizar en soms dramatisch zijn, alles als in een mozaiek vervlochten zonder dat de verhalen erg veel raakvlakken krijgen, maar helaas word ik regelmatig uit de film gehaald door het matige acteren van Peter Tuinman en het geforceerde Amsterdamse accent om het volkse van de personages van Marijke Vleugelers en Michiel Romeyn te suggereren. Eigenlijk had ik ook wel meer van het verhaal rondom Wouter Kalk en zijn dementerende moeder willen zien, maar ja, zo is er altijd wel iets waar ergens wat van komt. Mooiste rollen toch van Gerard Thoolen en Michael Romeyn, en de muziek bracht bij tijd en wijle ook een mooie trieste noot in het geheel. Misschien dat deze film in de herinnering nog wel beter wordt; ik heb hem indertijd op televisie gezien zonder dat hij veel indruk maakte, en deze herziening is nu toch beter bevallen dan ik had gedacht.