Tja, de sentimentaliteit werkt nog steeds, sommige grappen eveneens (bijvoorbeeld hoe eerst Flower, daarna Thumper en tenslotte ook Bambi verstrikt raken in mooie meisjesogen), en de tekenstijl is en blijft fenomenaal, maar als geheel heeft Bambi toch een te dunne verhaallijn om in mijn boekje als één van Disney's meesterwerken te mogen gelden. Nou ja, te dun… om heel eerlijk te zijn krijg ik er niet goed mijn vinger achter waarom ik deze Disney wat minder vind, terwijl ik de 70 minuten toch makkelijk uitzit zonder me te vervelen. Of voel ik me te veel gemanipuleerd omdat hertjes nou eenmaal van die schattige diertjes zijn? Wat als ze van Bambi nou eens een kakkerlak of een strontvlieg of een kruisspin hadden gemaakt… Enfin, ik geef maar een cijfer zonder er al te veel bij na te denken.
Wat die tekenstijl trouwens betreft, zoals wel vaker bij Disney stoor ik me af en toe aan de achtergrond die soms uit te "algemene" grote kleurvlakken bestaat en daardoor wat te weinig gedetailleerd oogt, maar aan de andere kant zou een grotere mate van precisering ongetwijfeld de aandacht afleiden van de tekeningen van de personages die dan minder goed tegen de achtergrond af zouden steken, dus ik laat dat bezwaar maar voor wat het is.
Stevige kost voor de kleinsten trouwens: niet alleen het sterven van de moeder, maar ook het duel met de rivaal, de bosbrand, en vooral het gevecht met de honden doen vrij grimmig aan. De hoes van mijn (overigens keurig verzorgde) Blu-ray vermeldt dat deze film geschikt is bevonden voor 6 jaar en ouder, maar daar kun je wel je vraagtekens bij zetten.
Alternatieve titel: Maltezer Valk, 29 april 2025, 18:30 uur
In zijn boek The great movies kiest William Bayer voor elk van twaalf genres vijf films die in zijn optiek de hoogtepunten van dat specifieke genre vormen. (Het boek stamt uit 1973, dus de laatste halve eeuw van de wereldcinema is er niet in vertegenwoordigd, maar toch sla ik het boek nog regelmatig open omdat de essays bij die zestig titels vaak prikkelend en altijd interessant zijn.) Voor het genre Intrigue & suspense koos hij M – eine Stadt sucht einen Mörder, Rear window, The third man en Touch of evil, en als vijfde wilde hij een film met een privé-detective als hoofdpersoon, maar nu raakte hij in een spagaat. De film waar je dan meestal bij uitkomt, schreef hij, is The Maltese falcon, "an undeniably taut, tough, first-rate picture about greed and immorality and murder", maar, zegt hij, de nadelen van die film zijn dat hij zichzelf een beetje te serieus neemt èn dat hij probeert te logisch te zijn: "There are too many scenes in which characters sit around and explain things so we can follow the complex plot." En dus kiest Bayer als de vijfde film in dat genre The big sleep omdat het een film is die alleen maar wil vermaken, met als gevolg dat het script zó propvol complicaties zit dat van één van de moorden in die film dan ook nooit duidelijk is geworden wie hem had gepleegd (zelfs Raymond Chandler, de auteur van de bronroman, moest het antwoord schuldig blijven toen regisseur Howard Hawks en schriptschrijver William Faulkner hem die vraag voorlegden).
Jarenlang was ik het hélemaal met Bayer eens, want The big sleep is een geweldige film (en Chandler is één van mijn lievelingsschrijvers), maar onderhand vind ik The Maltese falcon toch eigenlijk wel minstens zo sterk: strak en zonder een grammetje vet, met geweldige one-liners en een droomcast waarvan Bogart slechts het speerpunt is, en het voornaamste en al eerder genoemde minpunt (het gebrek aan sex-appeal van Mary Astor waardoor de verliefdheid van Sam Spade gewoon uit de lucht komt vallen en mij totaal niet overtuigt) neem ik gewoon maar voor lief. De film volgt de oorspronkelijke roman vrij nauwkeurig (minus een rare fout van Hammett wanneer Spade iemand ter sprake brengt van wie hij nog niet kan hebben gehoord), en omdat iedereen zo goed speelt zijn die uitleggerige passages wat mij betreft absoluut niet storend. Jarenlang één van de drie Bogarts in mijn film-top-10-aller-tijden (samen met Casablanca en, jawel, The big sleep), en nog altijd een film om van te smullen. "Don't be too sure I'm as crooked as I'm supposed to be!"
Een sterk begin met echo's van The matrix, maar al redelijk snel (na 45 minuten) verlaten we de "facility" en komen we in de buitenlucht, en daar gaan we over tot de meer gangbare achtervolgingen met bijbehorende explosies en gewelddadige botsingen in de gebruikelijke kinetische stijl van deze regisseur, hetgeen allemaal dankzij de sterke cast toch onderhoudend blijft. De film ontstijgt nergens het popcorn-niveau, en de echo's (en inmiddels cliché's) van eerdere en betere SF-films zijn nooit ver weg (de capsules met mensen in "vruchtwater" van The matrix, de herinneringen die weggepoetst zouden moeten zijn maar toch nog aanwezig zijn van Total recall), maar het kijkt toch allemaal prima weg, en Steve Buscemi "keeps it grounded" (hoe kort zijn rol ook is). Sterke muziek ook van Steve Jablonsky (hoewel die met af en toe deed denken aan Sunshine, bijvoorbeeld bij het ontsnappen), dus al met al één van de leukere SF-actie-spektakels.
En na al die jaren kan ik nog steeds lachen om die hilarische dialoog:
Jones: "Hey! Gandu learned a new word from the censor!"
Lincoln: "What?"
Gandu: "Dude!"
Lincoln: "Dude? What does it mean?"
Gandu: "I don't know – he just called me dude."
Jones, het woord proevend: "Hey dude."
Lincoln: "He said 'Hey dude'?"
Gandu: "Hey dude! D-O-O-D. Dude."
Ja, ik ben altijd wel in voor films waarvan ik geen idee heb waar ze heen gaan en hoe ze gaan eindigen. En dan bedoel ik niet bij thrillers in de zin van "hoe gaat de held er in slagen om zijn vrouw uit het brandende huis te redden terwijl er twaalf gewapende terroristen tussen hem en de voordeur staan?", maar meer hoe min of meer gewone mensen exceptionele omstandigheden het hoofd moeten bieden (inclusief zulke verschillende films als Annihilation, Sauna, Arrival, Valhalla, Personal shopper, Men and chicken, Terug naar morgen en Ginger snaps). Zo ook déze film: een emotionele uitbarsting gevolgd door het verlies van een zintuig, en wat betekent dat voor de mens, voor zijn of haar sociale omgeving, voor de maatschappij, voor de wereld? Dat Perfect senseuiteindelijk toch vrij lineair verloopt en op het einde dus zonder een wezenlijke wending de duisternis in gaat maakt mij eigenlijk niet eens zó veel uit, net zoals het mij eigenlijk niet duidelijk is met welk oogmerk deze film gemaakt werd (een parabel? een waarschuwing? een duistere fantasie?). Sterk spel van beide leads, en de mate waarin ik (kennelijk in tegenstelling tot veel gebruikers hier) met hen mee kon leven vormt wel een antidotum tegen het deprimerende verloop van de film.
Alternatieve titel: Wash Me in the River, 22 april 2025, 12:14 uur
Een pakkend verslavingsdrama dat halverwege ontspoort in een gewelddadige wraakfilm waarin de held zijn tegenstanders probleemloos overhoop schiet, met onderweg ook nog wat thema's – nou, laat ik het eerder overdènkingen noemen over het verval van toch al armoedige industriële regio's van Amerika, de persoonlijke crisis van een politieman, en de rol van het geloof bij dit alles. De film valt regelmatig uit elkaar, ondanks de prijzenswaardige pogingen van Jack Huston en Robert de Niro om de boel bij elkaar te houden; de bedoelingen van de filmmakers zijn ongetwijfeld goed, maar het eindresultaat is op z'n zachtst gezegd een rommeltje, en dat het bij mij nog wel enige sympathie wekt leidt helaas niet tot een voldoende. (Ik zeg filmmakers-meervoud, want buiten 2 scriptschrijvers en 1 regisseur vermelden de credits bij IMDb maar liefst 42 producers, executive producers, co-producers, line producers en assistant producers, en dat lijkt me nooit een goed teken.)
Grote troef van deze film is voor mij de vertolking van Ezra Miller die in beide rollen een grote veelzijdigheid en een zeer soepele mimiek aan de dag legt. Verder komt deze film op mij echter vooral over als een herhalingsoefening met die Marvel-kunstgreep van alternatieve tijdlijnen en die cameo's van in die parallelle werkelijkheden voorkomende superhelden (hoewel die soms best grappig zijn: George Clooney had ik toch ècht niet verwacht), en het eindigt allemaal weer met een buitensporig CGI-fest waar ik onderhand wel genoeg van heb, zeker wanneer er gevochten wordt tegen een schurk die even uit een heel andere franchise is komen buurten. Barry versus Barry blijft erg grappig, maar de film als geheel is een teleurstelling; aan de Flits-Classics-strips van uit mijn jeugd heb ik eigenlijk meer plezier beleefd.
Van de eerste film uit 2019 ben ik niet zo'n liefhebber, maar dit vervolg is eigenlijk een verrassend leuke film. Zachary Levi lijkt nu nóg beter in zijn rol te zitten, en in Helen Mirren heeft hij een uitstekende tegenstander (ik kan me maar weinig serieuze actrices voorstellen die dit geloofwaardig kunnen brengen), maar wat me vooral trof was het sterke ensemblespel van de zes helden met de snelle dialogen en de vele humor. De eenhoorns zijn er teveel aan, en het gaat allemaal weer te lang door inclusief de gebruikelijke CGI-climax waarbij de held opeens vrij willekeurig wint, maar als geheel heb ik me toch prima vermaakt met deze held die de wijsheid van Solomon verwart met de "Wisdom of Saruman!"
Een establishing feature die er èrg lang over doet om de held te introduceren, en die daarna te snel overgaat in eindeloze slotgevechten vol CGI. Zachary Levi is een innemende persoonlijkheid die uitstekend raad weet met de nerdy one-liners, en Jack Dylan Grazer is een prima sidekick die grappig èn aandoenlijk kan zijn, maar verder heeft de film niet veel te bieden, en zelfs de geweldige Mark Strong krijgt praktisch niets interessants te doen. Met alle humor die personages als Tony Stark, Loki, Dr Strange en Scott Lang al in hun (Marvel-) rollen brachten is er misschien ook niet zo heel behoefte aan een parodie als deze, maar naar ik heb begrepen was het commerciële succes van deze film toch groot genoeg om een vervolg te rechtvaardigen.
Alternatieve titel: Gladiator 2, 6 april 2025, 10:36 uur
Mijn verwachtingen waren al niet hoog, en toch was het eerste deel van de film voor mij vrij teleurstellend. De plotlijn leek steeds meer een kopie van deel 1 (en van Pompeii) te worden, de karakteriseringen van de personages waren vrij vlak, de hoofdrolspeler miste het noodzakelijke charisma (zéker in vergelijking met zijn voorganger), de portretten van de twee keizers waren onvoldoende uitgewerkt (ik hoorde wel dat ze zo verdorven zijn, maar ik kreeg daar maar heel weinig van te zien) en de kleuren waren zodanig "leeggetrokken" dat het beeld gewoon lelijk werd (ik miste bijvoorbeeld realistische rode en blauwe kleuren, alles werd mat en zandkleurig weergegeven). Na verloop van tijd kwam er echter steeds meer aandacht voor de tweede plotlijn (de samenzwering en de gevolgen daarvan voor de verschillende personages), en omdat zowel de rol als de vertolking van Denzel Washington steeds meer reliëf kreeg won de film ook aan diepte, omdat het nu niet alleen maar een heldenverhaal maar ook een politieke vertelling werd. Misschien wordt deze film in mijn herinnering ook wel beter dan hoe ik hem tijdens het kijken ervaarde; een herziening over een paar jaar (en na het herzien van deel 1) doet wellicht wonderen. Dat Paul Mescal te licht is voor de rol van Lucius blijft echter een bezwaar; als acteur (dus in de "dramatische" scènes) voldoet hij wel, maar als "held" maakt hij weinig indruk.