• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.873 films
  • 12.196 series
  • 33.962 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.941 gebruikers
  • 9.369.485 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

A-Team, The (2010)

Alternatieve titel: The A Team

Voor alle duidelijkheid, ik ben nooit een bijzonder grote fan van de gelijknamige televisieserie geweest, en in mijn ogen zijn die overzettingen van jaren-70- en 80-televisieseries naar het grote doek vrijwel altijd teleurstellend (I spy, Charlie's angels, The avengers), maar tot mijn verrassing (en genoegen) moet ik voor The A-team een uitzondering maken. Een onderhoudende plotlijn, twee goede schurken (Patrick Wilson: "I'm sweating like a whore in church!", en Brian Bloom), prima humor (met name Sharlto Copley: "You can't park there! That's a handicap zone!"), mooie actiescènes, en vier acteurs die er stuk voor stuk geen enkel probleem mee hebben om mij de vier originele acteurs te doen vergeten (natuurlijk wel geholpen door het feit dat dat oorspronkelijke kwartet ook niet echt op mijn netvlies gebrand staat, maar zoals gezegd had ik dan ook niet zo veel met de serie). Ik weet het, alleen met het verstand op nul etc., maar ja, kennelijk is me dat beter afgegaan dan verwacht – ik heb de film nu al meerdere malen gezien en hij is me nog steeds niet gaan vervelen. Uitstekend van-dik-hout-vermaak.

Aanmodderfakker (2014)

Prachtige film met een mooie balans tussen humor en zwartgalligheid. Het succes staat of valt ook wel met de geschiktheid van de hoofdrolspeler, en wat dat betreft was Gijs Naber een gouden greep, want hij geeft zijn rol perfect gestalte, hij "is" Thijs als het ware. Mooi hoe Naber na De Heineken ontvoering en Loft nu een derde en heel verschillende rol in wederom een prestigieuze maar verder eveneens verschillende andere produktie neerzet (hij heeft natuurlijk nog wel meer gedaan, maar dit zijn de rollen waarin hij mij pas is opgevallen). Genoten van deze film.

Aanslag, De (1986)

Alternatieve titel: The Assault

Toen ik deze film indertijd in de bioscoop zag kon ik er niet onverdeeld enthousiast over zijn, vanwege de houterige manier waarop sommige dialogen worden gebracht (misschien ook wel te wijten aan het feit dat Nederlandse filmacteurs vaak netjes wachten tot de tegenspeler uitgesproken is, in plaats van aan het einde van andermans zin al zelf beginnen met spreken zoals acteurs in buitenlandse films of echte mensen in een gesprek vaak doen), het gebruik van een uiterst toneelmatige voice-over die je van een ervaren en capabele scenarist als Gerard Soeteman niet zou verwachten, en het spel van Johnny Kraaijkamp waarvan ik maar niet kan beslissen of ik hem hier nou goed of gekunsteld vind acteren. Het eerste bezwaar was indertijd eigen aan de Nederlandse film en heb ik pas de laatste jaren ondervangen zien worden door een natureller manier van acteren, maar de film als geheel heeft nu toch meer indruk gemaakt, dankzij het spel van Derek de Lint die zoals wel vaker een zekere passiviteit aan de dag legt waardoor de andere personages het plot voort kunnen stuwen, de epische tijdsspanne, en het besef van de impact van de lange tentakels van de oorlog. Geen perfecte film, wel een indrukwekkende. (Grappig om bij de studenten de jonge Kees Hulst en Pierre Bokma te zien, en wat was Monique van de Ven toch mooi voordat ze volkomen onnodig haar gezicht liet verbouwen. En heeft iemand nog Akkemay's vriendje met dat punky haar op het einde herkend? Erik van 't Hoff aka Roberto Jacketti!)

Abenteuer des Prinzen Achmed, Die (1926)

Alternatieve titel: The Adventures of Prince Achmed

Meesterlijke techniek : de scènes in de harem, bij het bosmeer en tussen de bergen komen – nee, springen allemaal tot leven door het gebruik van pasteltinten van verschillende intensiteit om diepte te suggereren. Wonderbaarlijk hoe je door een enkel gaatje in een zwart hoofd al een oog "ziet" en zo het hele gezicht uitdrukking krijgt. Hoogtepunt is het gevecht tussen tovenaar en heks in al hun verschijningsvormen, maar ook de afdaling van Aladdin is magnifiek. Prachtig hoe een tweetal dimensies er opeens drie lijken te worden.

Abominable Snowman, The (1957)

Alternatieve titel: The Abominable Snowman of the Himalayas

Intelligent script, indrukwekkende opnames, uitstekende spanningsopbouw, meer een psychologische thriller dan een monster- of actiefilm. Een grote verrassing. Momenteel in z'n geheel op YouTube te bekijken (The abominable Snowman) in helaas matige kwaliteit.

About Time (2013)

In het begin vroeg ik me wel af wat Curtis precies met z'n gimmick zou gaan doen, want zoals zovelen hier had ik het allemaal al eens eerder (en effectiever uitgevoerd) in Groundhog Day gezien, maar ook wanneer de nieuwigheid ervan af is en de plot het meer moet hebben van de persoonlijke problemen en verwikkelingen houden de innemende acteurs (inclusief de weer grootse Bill Nighy – zijn tafeltennistafelcommentaar!) de film uiteindelijk toch wel drijvende, zonder dat het ook maar ergens echt briljant wordt. Ook gaat er wel een lampje branden wanneer Mary een zinnetje als "I absolutely love Kate Moss! In fact, I almost wore one of her dresses here tonight. You?" uitspreekt, want wie de humor van Richard Curtis kent kan Tims antwoord al aanvullen: "No, no. Her clothes look terrible on me." Maar gelukkig stoorde dat nergens, en zoals gebruikelijk heeft Curtis ook weer een mooie soundtrack samengesteld, met onder andere de Cure, de Killers, Nick Cave, Paul Buchanan (van The Blue Nile) en natuurlijk de buskers in de metro die een fraaie versie van How long will I love you? van de Waterboys ten beste geven. Geen hoogvlieger, wel een sympathieke film waarover verder niet te lang mag worden nagedacht.

Abraham Lincoln: Vampire Hunter (2012)

Met een zo uitzinnige titel verwachtte ik een totaal idiote film, maar merkwaardig genoeg lijkt er juist veel aandacht te zijn geschonken aan cameravoering, aankleding en setting, zodat ik uiteindelijk uitkom op een film die in historisch opzicht ongetwijfeld talloze fouten vertoont maar in dramatisch opzicht eigenlijk best boeiend is – totdat ze gaan knokken, want daarbij kunnen zelfs de vele bloedspetters, rondvliegende lichaamsdelen, inventieve kills en slo-mo's mijn regelmatige gapen niet verhinderen, hetgeen natuurlijk dodelijk is voor een fantasy-actie-CGI-spektakel als dit. Grappig, bizar en beter dan verwacht, dat wel, maar zelfs met pulphonger is dit uiteindelijk een vrij mager maal.

Accidental Husband, The (2008)

Knap hoor, wat deze film voor elkaar krijgt. Eerst heb ik een hekel aan het personage van Uma Thurman omdat zij zo aan andere mensen vertelt hoe ze moeten leven, maar wanneer het personage van Jeffrey Dean Morgan dan niet in staat is om zijn vriendin vast te houden en hij vervolgens Thurmans leven begint te ruïneren verspringt mijn antipathie meteen naar hèm. En zie ik het nou goed, word ik nou geacht om hèm de voorkeur te geven boven het personage van Colin Firth omdat Morgan spontaan, sexy en ongeschoren is en bovendien boven het restaurant van een onwaarschijnlijk vrolijk Indiaas gezin woont, terwijl Firth een stijve hark met stresshonger moet voorstellen? Kom óp zeg. Ja, ik weet wel dat dit "maar" een komedie is, maar ik heb me alleen maar geërgerd aan al die vervelende mensen, en bovendien echt nèrgens om gelachen. Half sterretje extra voor de aanwezigheid van Keir Dullea, Dave Bowman in 2001.

Accountant, The (2016)

Het personage van Ben Affleck is een accountant, een martial-arts-expert, een autist, een scherpschutter, een engel der wrake, en hij werkt voor topcriminelen. Is dat misschien een beetje veel voor één film? Goed spel van alle betrokkenen en een algemeen gevoel van zenuwachtige spanning houden de film lang interessant, maar de enigszins ridicule (en absurd onderbelichte) actieclimax en de slechte geluidsband met moeilijk verstaanbare dialogen gooien roet in het eten. Toch blijft de film in mijn hoofd doorzeuren...

Ad Astra (2019)

Ik vraag me altijd af in hoeverre mensen door Hitchcocks thrillers over persoonsverwisselingen niet alleen maar vermaakt worden maar er ook nog eens toe aangezet worden om over hun eigen identiteit na te denken. Met andere woorden, critici kunnen in Hitchcocks films wel de (al dan niet vermeende) diepere lagen ontwaren en duiden en daarmee Hitchcocks psychologische inzicht en subtiliteit toejuichen, maar in hoeverre zal een "gewone" toeschouwer àchter de thrillerelementen van de plot kijken en er door die diepere laag toe aangezet worden om over zijn eigen identiteit na te denken? Als ik naar Michelangelo Antonioni's L'avventura kijk ga ik me door mijn "spiegeling" aan de mannelijke hoofdpersoon vanzelf afvragen of ik misschien zelf niet net zo vluchtig in relaties ben als hij, maar zou ik me door North by Northwest net zo vanzelfsprekend gaan afvragen of ik eigenlijk wel ben wie ik ben?
        Op de commentaartrack bij de Blu-ray van Ad astra stelt regisseur en co-scenarist James Gray dat "the real meaning of the film was that the true terra incognita was the human soul." Zijn film legt er de nadruk op dat we alléén zijn in het universum, dat we bij onszelf te rade moeten gaan, dat we er zèlf het beste van moeten maken, en daarmee is deze film voor hem het perfecte vehikel om het verhaal van "a man's emotional awakening" te vertellen. Feitelijk eet Gray daarmee van twee walletjes, want hij maakt tegelijkertijd een psychologische film over een in zichzelf gekeerde eenzaat die tegen zijn eigen grenzen aanloopt en die daardoor beseft dat hij zijn leven radicaal opnieuw moet inrichten, èn een spectaculaire avonturenfilm waarbij zijn hoofdpersoon verder dan ooit tevoren in de uitgestrektheid van het heelal doordringt. Waarbij ikzelf aanloop tegen het probleem dat ik in de eerste alinea schetste: in hoeverre word ik als kijker geraakt door die psychologische problematiek wanneer die tot uiting komt in een ruimtereis waarvan de reële mogelijkheid vèr in de toekomst ligt en die vooralsnog tot het domein der fantasie behoort? (Het makkelijkste antwoord op deze vraag is natuurlijk: wie de schoen past trekke hem aan.)
        Los van deze "vrijblijvende" kwestie is dit een film die mij van a tot y heeft meegesleept, technisch perfect, uitstekend geacteerd door een al vrij oude cast (Pitt was ten tijde van deze release 56, Jones 73 en Sutherland 84, alleen Tyler was een fruitige 42), en mede dankzij een geweldige geluidsband voorzien van een soort magische gloed die past bij zowel het enorme gevoel van avontuur als de verstikkende atmosfeer van eenzaamheid. En als ik in bovenstaande zin niet tot z kom ligt dat er toch aan dat de climax van de plot een beetje onbevredigend is: Roy vindt uiteindelijk zijn vader, maar die is niet wezenlijk anders dan we hadden kunnen verwachten, hun ontmoeting verloopt niet heel veel anders dan ik me had voorgesteld, en de beslissing van de vader om zelfmoord te verkiezen boven een terugkeer naar een aarde die hij niet meer terug zal kennen had op mij niet de emotionele impact die je zou kunnen verwachten, vermoedelijk ook doordat die uiteindelijke ontmoeting eigenlijk zo weinig drama met zich meebrengt. Jammer, deze verder zo indrukwekkende film had misschien een grootser einde verdiend.

Adieu l'Ami (1968)

Alternatieve titel: Farewell, Friend

Merkwaardige film waarbij de personages enigszins in het luchtledige lijken te leven, zo weinig gewicht krijgt hun achtergrond en zo onduidelijk zijn hun karakters. Dan komen ze elkaar tegen bij de kluis, en vanaf dat moment draait het niet meer om realisme maar om charisma en ontstaat er een uiterst onderhoudend kat-en-muis-spel dat tot het einde toe vermakelijk blijft. De confrontaties in de afgesloten gangen zijn half serieus en half absurd en misschien daarom wel zo memorabel. Ik weet niet goed wat ik van deze film moet vinden, maar apart was hij zeker, en intrigerend ook.

Adventures of Priscilla, Queen of the Desert, The (1994)

Het bezwaar van "weinig verhaal" was niet bij me opgekomen, wèl de bedenking dat de drie hoofdpersonen wel èrg licht denken over een bezoekje aan provinciale vermaakscentra: dat slechts één van hen slechts één maal met zulke non-verbale agressie in aanraking komt (althans voor zover we zien) is tamelijk ongeloofwaardig, maar wanneer ik zie hoe Bernadette er in slaagt om een militante vrouw met een vrij matige one-liner ("light your tampon") het zwijgen op te leggen en het naderende onheil weet af te wenden (en even later zelfs met haar in een drinking contest verwikkeld is), begrijp ik dat het niet per se de bedoeling van de regisseur was om hier een totaal realistisch portret van de ups & downs van Mitzi, Felicia en Bernadette van te maken, en dat accepteer ik. Daarna heb ik me hier over het geheel genomen meer dan uitstekend mee vermaakt, met een speciale vermelding voor Terence Stamp: ik heb hem al in twintig films gezien, maar daarin heeft hij zó weinig indruk op me gemaakt dat ik hem op basis daarvan altijd heb beschouwd als iemand die dan wel tegelijkertijd met kanonnen als Peter O'Toole, Albert Finney, Richard Harris en Tom Courtenay is opgekomen maar feitelijk nooit hun niveau heeft gehaald. Als Bernadette is hij echter werkelijk fantastisch: kwetsbaar zonder melig te worden, sterk zonder in machismo te vervallen, grappig en ontroerend tegelijk, een openbaring om deze acteur eens in volle glorie te zien, en dat op z'n 55ste. In z'n eentje is hij goed voor de helft van mijn waardering voor deze film.

Adventures of Sherlock Holmes, The (1939)

Prima Holmes-mysterie waarin de twee losse plotlijnen misschien wat chaotisch aandoen maar uiteindelijk toch naar een aardige climax leiden. Het fluitmuziekje is gepast onheilspellend ("There's death in every note of it!"), Watsons dialoog liggend op straat met de verbaasde voorbijganger is leuk absurdistisch, en George Zucco is een perfecte Moriarty (ook al heeft de kindacteur die Billy speelt een hogere "billing"). Volgens de commentaartrack is dat overigens Basil Rathbone zèlf als de zanger van I do like to be beside the seaside !

Adventures of Tintin, The (2011)

Alternatieve titel: De Avonturen van Kuifje: Het Geheim van de Eenhoorn

Als groot liefhebber van Kuifje, en als even groot hater van het procédé waarmee Robert Zemeckis van The Polar Express en A Christmas carol (de versie met Jim Carrey dus) zulke lelijke films maakte, heb ik het zien van The adventures of TinTin: the treasure of the Unicorn zo lang mogelijk uitgesteld. Vandaag was hij dan voor het eerst op TV, en ik heb me er dan maar eens aan gewaagd.

        Eerlijk is eerlijk, het viel me nog redelijk mee, maar dat kwam vermoedelijk meer door mijn lage verwachtingen dan door het niveau van de film zelf. Bovendien had de plot weinig te maken met de oorspronkelijke albums, dus hoefde ik gelukkig ook niet de hele tijd aan Het geheim van de Eenhoorn en De schat van Scharlaken Rackham (o ja, en De krab met de gulden scharen) te denken – en dat is gelúkkig, omdat de film bij die bronnen absoluut niet in de buurt komt. Veel drukte, veel chaos, veel achtervolgingen, weinig sfeer, en o die tronies… Nou ja. En ik moet bekennen dat ik de stemmen niet heb herkend, ik wist van tevoren dat Daniel Craig Scharlaken Rackham zou "spelen" en Simon Pegg en Nick Frost Jansen en Janssen, maar ze bleven voor mij totaal anonieme stemmen, heel bizar.

        Niet aan mij besteed – de (qua formaat) tweedimensionale stripboeken komen voor mij honderd maal meer tot leven.

 

Affair to Remember, An (1957)

Oubollig voor de moderne kijker, heerlijk voor wie houdt van two bright stars doing their thing. De scène met de grootmoeder is tegelijkertijd uiterst voorspelbaar en zeer ontroerend. En wat is Cary Grant ontzettend ongeloofwaardig als kunstschilder (ongeveer net zo erg als toen hij een jaar later in Indiscreet een financieel expert moest spelen), zonder dat dat ook maar iets afdoet aan mijn kijkplezier. Een ultieme three handkerchief movie.

 

After Earth (2013)

Minder erg dan gevreesd: een niet onaardige mix van SF, avontuur en coming-of-age, met de zoon die niet zo irritant is als bijvoorbeeld in The day the earth stood still, maar de vader die dan wel weer èrg vaak de kaart van het zuinige mondje speelt, en met een behoorlijk sentimenteel einde (hoewel ik blij ben dat er op drie-kwart van de film niet opeens mensen verschenen om duidelijk te maken dat het menselijke ras taai is en de aarde nooit vergaat). Geen hoogvlieger, en dat er zo duidelijk de stempel van de Smiths op stond (pa schreef en produceerde ook nog [en regisseerde schijnbaar ook nog zijn zoon] en moe produceerde mee) zal misschien niet hebben geholpen bij de publiciteit, maar dit is toch ook weer niet zó'n wanprodukt als ik had gehoord.

Aftermath (2017)

Ik moet bekennen dat ik het eerste kwartier voornamelijk heb zitten kijken of Arnold dit zou aankunnen en hoe hij het zou aanpakken. Daarna werd ik meegezogen door het deprimerende verhaal, de sterke vertolkingen van de twee hoofdpersonen en de sfeervolle en extreem effectieve muziek van de mij verder onbekende Mark D. Todd. Grauw en grimmig, met een onverwacht gruwelijk moment wanneer Melnyk Jake neersteekt waar ik eigenlijk een traditionele Hollywood-feel-goed-verzoening had verwacht, en een einde dat niet gemaakt-happy maar juist eveneens begrijpelijk aanvoelt. Zeer sterk drama.

Al di là delle Nuvole (1995)

Alternatieve titel: Beyond the Clouds

Er zijn weinig regisseurs die mij zo na aan het hart liggen als Antonioni, dus zou ik graag iets positiefs bij deze film schrijven, maar ik vind hier echt niets aan. Vier saaie verhaaltjes, waarvan slechts één (het eerste) visueel enigszins aantrekkelijk. Vele prachtige acteurs en actrices, maar zelfs de blote Sophie Marceau (en wat is die mooi, zonder èn met kleren) kan hier geen voldoende voor uit het vuur slepen.

Alexandre le Bienheureux (1968)

Alternatieve titel: Very Happy Alexander

Begint aardig, lijkt dan een beetje weg te zakken, maar vanaf het moment dat mevrouw Gartempe de hoek om rijdt neemt de film een erg leuke wending en bleef ik tot en met het einde gecharmeerd kijken. Marlène Jobert blijk ik al vaker te hebben gezien, maar pas hier heeft ze echte indruk gemaakt met haar presque yeux verts. En dat ik me wel kon identificeren met onze Alexandre (overigens zoals gebruikelijk prachtig gespeeld door de geweldige Philippe Noiret) hielp natuurlijk ook .

Alf's Button Afloat (1938)

The Crazy Gang bestond uit drie comedy-duo's die elk apart al zeer succesvol waren op de planken van de Engelse music-halls, maar wanneer ze hun krachten bundelden waren ze zo mogelijk nog populairder. Samen maakten Bud Flanagan & Chesney Allen, Jimmy Nervo & Teddy Knox en Charlie Naughton & Jimmy Gold tussen 1937 en 1940 vier films, en eind jaren 50 nog een vijfde en laatste, maar hoewel de plot van Alf's button afloat veelbelovend is en Alistair Sim een mooie Genie of the button is komt de humor 80 jaar later toch minder goed over. Wellicht was deze film memorabeler voor het vooroorlogse publiek dat de individuele komieken en hun personae al kende en waardeerde, maar voor een noviet als ik is het moeilijk om onderscheid te maken tussen de verschillende karakters, mede omdat ze vaak door elkaar heen praten en niet allemaal even duidelijk afgebakende functies binnen het team hebben. Als Alf Higgins springt Bud Flanagan er wel bovenuit, al was het maar omdat hij degene is die steeds zijn knoop moet opwrijven om de geest van Aladdins wonderlamp op te roepen (en daar in het begin ook regelmatig van schrikt), maar de overige vijf komen voor mij minder goed uit de verf. Regisseur Marcel Varnel (hoewel in Parijs geboren toch "the only pure comedy director we've ever had in this country" volgens regisseur-producent Basil Wright) houdt de touwtjes strak en het tempo hoog zodat de film nergens saai wordt, en in de bijrollen zien we diverse bekende gezichten uit andere Gainsborough-komedies uit deze tijd (inclusief de prachtige Glennis Lorimer die model stond voor het Gainsborough-schilderij waar elke film van die studio als logo mee begon), dus verveeld heb ik me niet, maar als liefhebber van de Engelse cinema uit die tijd in het algemeen en het werk van Varnel in het bijzonder (onder andere vele geslaagde films van Will Hay en George Formby) ben ik toch een klein beetje op mijn honger blijven zitten.

Alibi, The (2006)

Alternatieve titel: Lies & Alibis

Weer zo'n film... Een mix van Ritchie, Tarantino en Soderbergh, met talloze bekende gezichten, constante ironische muziek, cameravoering die "aandacht voor zichzelf vraagt", kinetische montage en een wise-cracking voice-over. Zoals Donkerwoud hierboven al zegt, "De film wil dat wij het grappiger vinden dan het daadwerkelijk is." Dat is het risico met zo'n film: hij is al gauw "too clever for its own good", want als je twee minuten niet oplet mis je een handvol complicaties, maar het hoort er nou eenmaal bij om zo'n film zo snel mogelijk voort te stuwen. (En dan heb ik de hele film goed opgelet en nóg kwam de ontknoping als een volslagen verrassing.) Mooi gefilmd, de bekende gezichten doen prima hun ding, naar Steve Coogan kijk ik altijd graag, en het script zit ontegenzeggelijk goed en slim in elkaar, maar na afloop had ik net als bij (de remake van) Ocean's 11 het idee dat ik meer naar vorm dan naar inhoud heb zitten kijken. En soms is dat niet erg (zoals bij Joe Carnahans Smokin' aces of recenter Ritchie's The gentlemen), maar bij The alibi bleef ik vooral murw achter. Kwestie van iets te veel en te overdreven plotwendingen naar mijn smaak.

Alice in Wonderland (1951)

Mooi dat Disney niet de structuur van de boeken heeft aangepast en het plotloze verhaal niet heeft vervangen door begin, midden, einde en moraal. Dat heeft helaas wel tot gevolg dat de kijker die niet gecharmeerd is van absurdistische en richtingloze scènes hier wellicht niet zo veel mee kan, en dat is jammer, want in versimpelde vorm is dit best een leuke versie van Lewis Carrolls beroemde origineel, ook al is de tekenstijl niet zo pregnant als die van John Tenniel, de beroemdste illustrator van de boeken. De ontmoeting met de Cheshire Cat en de Mad Hatter's Tea Party zijn ook in deze film geweldige hoogtepunten, en het spelletje croquet bij de koningin vormt een mooie chaotische climax van Alice's lange reis. Zeker niet Disney's beste, maar toch wel erg vermakelijk.

        Op mijn DVD is het beeld voorbeeldig gerestaureerd en komen bijvoorbeeld de prachtige kleuren van de Cheshire Cat volledig tot hun recht; kennelijk zijn daarbij kosten noch moeite gespaard, maar het is voor mij onbegrijpelijk waarom de Nederlandse distributeur er dan niet ook wat geld tegenaan heeft gegooid en niet heeft gezorgd voor een nieuwe nasynchronisatie die (a) wat minder toneelmatig is, (b) moderner taalgebruik heeft, (c) jongere acteurs inzet en (d) er voor zorgt dat de dialogen niet verzuipen in de achtergrondmuziek (maar volgens mij is het Nederlandse geluidsspoor bij wel meer oude Disney's bijna onverstaanbaar).

Alien (1979)

Ridley Scott mag dan wel over deze film gezegd hebben : "It has absolutely no message. It works on a very visceral [instinctief, onbewust] level and its only point is terrror and more terrror", maar wat die zuiver ambachtelijke aanpak in de praktijk blijkt te hebben opgeleverd is een qua sfeer en ritme perfecte film, met zó veel aandacht voor de gedetailleerde karaktertekening in gedrag en dialoog dat de personages stuk voor stuk tot leven komen, met fraaie en zeer herkenbare muziek (vooral het "fluit-themaatje", heel simpel maar effectief op–neer–op–neer, net als John Williams' thema voor Jaws), minstens één onnavolgbare rol (van Ian Holm) en met een briljante scène die qua impact naast de douchescène van Psycho kan staan. Een absoluut meesterwerk dat ook na meerdere malen kijken niet verveelt omdat de film zoveel meer behelst dan alleen maar het verhaaltje van Ten little niggers in space.

 

Alien: Covenant (2017)

Helaas, ik beschouw mezelf als een groot liefhebber van de Alien-franchise, zelfs aan de twee gewraakte AvP-films heb ik veel plezier beleefd, en Prometheus vond ik echt geweldig, maar Alien : Covenant is de eerste van de acht Alien-films waarover ik echt teleurgesteld ben. De kern van de plot is uiterst interessant (de psychologie van David, zijn mogelijke "vermenselijking", zijn megalomane plannen en zijn conflict met Walter) en krijgt de briljante vertolking die het verdient met de onvolprezen Michael Fassbender (“Every mission needs a good synthetic!”), maar daaromheen zit een verhaal dat weinig nieuws biedt en niet veel anders dan de klassieke Alien-plotstructuur van And then there were none behelst, ingevuld met vrij kleurloze personages en weinig aansprekende acteurs (in tegenstelling tot Prometheus met interessante blikvangers als Noomi Rapace en Charlize Theron). Prachtige visuals, sfeervolle muziek met themaatjes uit Alien 1 en Prometheus, een fraaie vormgeving (zoals altijd bij Scott) en zeer professioneel gemaakt, maar daar blijft het bij voor mij. Ridley Scott bedoelde deze film als antwoord op de de vraag “Who would make such a hideous biomechanoid thing and for what reason?” We weten het nu, maar het antwoord wordt gegeven binnen een lui plot, en de subtext van de film dat de evolutie van een kunstmatige intelligentie uiteindelijk superieur aan het menselijke intellect zal blijken te zijn met alle ellende vandien (ook weer Scotts woorden) is na bijvoorbeeld 2001, The terminator en The matrix (en zelfs WarGames !) nauwelijks nog nieuw of opzienbarend te noemen, zij het relevanter dan ooit. En waarom wordt er zo’n punt van gemaakt dat Oram gelovig is wanneer dat eigenlijk nauwelijks een rol speelt in de film? Nee, ik zeg het met pijn in mijn hart : ik kan hier niet warm voor lopen.

Alien: Resurrection (1997)

Alternatieve titel: Alien 4

Wat een verademing na het doodse derde deel. Een dominante Ripley, interessant set-design, een nieuw monster dat afzichtelijk is maar warempel toch ook sympathie oproept, veel humor, en (zoals bijna altijd het belangrijkste) boeiende personages die zich niet al vanaf minuut 1 manifesteren als kanonnenvlees annex xenomorph-snack, alles keurig bijeengehouden door een regisseur die zijn eigenzinnigheid hier kan botvieren zonder de spanning van de gebruikelijke Alien-formule daarmee tekort te doen. Wat mij betreft na het onovertrefbare origineel het leukste deel van de eerste reeks.

Alien: Romulus (2024)

Technisch is de film in mijn ogen dik in orde: het set-design is prachtig, het camerawerk en de belichting zijn fraai, de montage is goed agressief maar niet hectisch, en het extra monster (met zijn echo van de Engineers) en de confrontatie daarmee zijn de moeite van het wachten waard. Daarnaast zijn de knipogen naar eerdere afleveringen uit de franchise (de muziek, de vogel in het bekertje, de Ian Holm-lookalike, het bitch-citaat, de slotmonoloog) vermakelijk en levert David Jonsson een uitstekende vertolking af, maar afgezien daarvan... wat is deze film anders dan Alien 1 met een YA-cast? Ik heb alle Alien-films inclusief de twee AvP's trouw bekeken en meerdere malen herzien, maar wat mij betreft is het onderhand wel mooi geweest -- ik haak af.
        Al dat tijdens de gewichtloosheid ronddwarrelende xenomorph-bloed-zuur – hoe groot is de kans wel niet dat op z'n minst een páár vlokken daarvan tegen de wand van het schip aanzweven en alsnog onderdruk en een vacuüm creëren? Nou ja, maar niet over nadenken.

Alien³ (1992)

Alternatieve titel: Alien 3

Naar mijn smaak met afstand de minste van het oorspronkelijke kwartet. Geen spanning, lelijke visuals, onduidelijk rondgeren, een knullig geanimeerd monster, nauwelijks onderscheid tussen de individuele gevangenen, en de enige interessante acteur halverwege al afgeslacht. De getroebleerde ontstaansgeschiedenis mag zeker als verzachtende omstandigheid gelden, maar het uiteindelijke resultaat kan ik toch niet anders dan als ruimschoots onvoldoende beoordelen.

Aliens (1986)

Eigenlijk doet James Cameron hier iets heel merkwaardigs en misschien zelfs wel gewaagds. Hij weet dat het publiek komt met de verwachting van een film waarin een monster (of meerdere monsters, getuige de titel) weer onder een heleboel mensen een slachting gaat aanrichten, en vervolgens laat hij het eerste monster pas na 69 van de 145 minuten (dus pas bijna halverwege) op de proppen komen – en wat nog veel bizarder is is dat hij zijn opbouw zó goed en zó gedetailleerd heeft verzorgd dat de naar het monster smachtende kijker niet eens ongeduldig is geworden.

Dat is eigenlijk temeer een prestatie omdat Cameron zo schaamteloos gebruik maakt van tweedimensionale clichéfiguren, zoals de macho-militair die een miniem hartje blijkt te hebben (de onvoorstelbaar –maar heerlijk– overacterende Bill Paxton als Private Hudson), de sigaren kauwende sergeant, de glibberige schurk (een perfecte Paul Reiser als Carter Burke) en de korporaal met de ruwe bolster en de blanke pit (Michael Biehn als Dwayne Hicks). Of de "ruige chick" die met haar wapens weet om te gaan hiervóór al een cliché was weet ik niet, maar Jenette Goldstein zet haar Private Vasquez zó overtuigend neer dat ze meteen de ultieme "badass" is geworden.

Al die personages zijn echter zo lekker vet aangezet, worden zo goed gespeeld en krijgen zulke sterke scènes en dialogen te spelen dat ze de film moeiteloos voortstuwen totdat de eerste aliens ten tonele verschijnen, en daarna voert Cameron de spanning gewoon nog een beetje op, en nóg een beetje, totdat je uiteindelijk 2½ uur lang door de film meedogenloos door de mangel bent gehaald. Of misschien is ongenadig een beter woord… Nee, uiteindelijk is er toch geen goede vertaling voor het Engelse relentless.

Een ultieme actiefilm die ook nog eens werkt als "mood piece": Ripley wéét wat er op die planeet aan de hand is, en toch gaat ze mee, en al haar verwachtingen komen ook nog eens uit op een manier die vermoedelijk erger is dan ze ooit heeft kunnen dromen – dan ze ooit heeft meegemaakt in de nachtmerries die ze had in die knusse wooncabine aan het begin van de film. Daarmee krijgt de film voor mij zelf ook de emotionale kwaliteit (en de intensiteit) van een nachtmerrie (overigens net zoals z'n voorganger).

Ik heb deze film inmiddels zó vaak gezien dat sommige dialogen een eigen leven zijn gaan leiden. Een paar van mijn favoriete uitspraken en/of one-liners:

Paul Reiser: "These colonial marines are very tough hombres." (Een mooi voorbeeld van zijn pogingen om zijn beweringen wat overtuigender te maken door ze met wat coole street talk op te pimpen – meestal zeer doorzichtige mislukkingen.)

Bill Paxton: "Hey, Vasquez, have you ever been mistaken for a man?" Jenette Goldstein: "No. Have you?"

Paul Reiser: "This installation has a substantial dollar value attached to it." (Ditmaal geen street talk maar financieel luljargon en al net zo erg.)

Carrie Henn (Newt): "My mommy always said there were no monsters, no real ones, but there are."

Lance Henriksen (Bishop): "I may be synthetic, but I'm not stupid."

En natuurlijk, hij kon niet uitblijven: Sigourney Weaver: "Get away from her, you BITCH!"

O ja… misschien al bekend, maar het blijft grappig: Bill Paxton is de enige persoon die door zowel een terminator (in The terminator, het origineel dus) als een alien (in déze film) als een predator (in Predator 2) is afgeslacht. Staat goed op je CV!

 

All Good Things (2010)

Grillige film, moeilijk te beoordelen met alle "witte plekken", gesuggereerde oplossingen en melodramatische ontwikkelingen vanaf de vermeende moord (Marks' travestie, "stomheid" en inpalmen van zijn onderbuurman), maar wel steeds mijn aandacht vasthoudend. Uitstekend spel van alle betrokkenen, maar wanneer zou Frank Langella nou nog eens een sympathieke rol mogen spelen? Het open einde maakt hiervan meer een somber psychologisch en relatie-drama dan een did-he-or-didn't-he-misdaadthriller voor wie daarnaar op zoek was, maar dat is toch geen verkeerde zaak wat mij betreft.

All Is by My Side (2013)

Alternatieve titel: Jimi: All Is by My Side

Veel gebruikers hier hebben problemen met het feit dat er niets van Hendrix' muziek in de film te horen is, terwijl hij op het moment dat de film eindigt toch al drie singles had uitgebracht en één album klaar had liggen. Maar ja, dat is nu eenmaal de keuze van de film – de makers wilden het begin van zijn Londense periode in beeld brengen, en daar zijn ze wat mij betreft heel aardig in geslaagd, met een mooi tijdsbeeld als achtergrond voor de uitstekende vertolking van André Benjamin, die volgens de IMDb-trivia-pagina zelf toegaf nauwelijks gitaar te kunnen spelen maar wel zeer overtuigend mime't op het spel van oudgediende meestergitarist Waddy Wachtel. Inderdaad horen we niets van de muziek waarmee Hendrix beroemd is geworden, maar wat we hem wèl zien spelen (als begeleider, tijdens repetities met Redding en Mitchell en op het podium met Baker en Bruce) maakt al wel duidelijk wat voor talent hij had. Voor de latere periode (dus vanaf het uitbrengen van Are you experienced tot en met zijn vroege dood) zullen we op een andere film moeten wachten, maar de Hendrix zoals ik die ken uit filmopnames, biografieën en vooral zijn onvergetelijke platen zag ik hier wel terug, met dank nogmaals aan Benjamin die een extreem goed gelijkende (en klinkende) en zeer geloofwaardige Hendrix neerzet.