- Home
- Roger Thornhill
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Vacances de Monsieur Hulot, Les (1953)
Alternatieve titel: Monsieur Hulot's Holiday
Of dit "de beste" of zelfs maar mijn eigen favoriete Tati is weet ik niet, maar het is wel zijn meest perfecte film, met z'n kleine universum vol scherp geobserveerde personages, maximaal uitgebuite komische mogelijkheden, prachtige fotografie en talloze kleine grapjes. Daaronder stroomt een vriendelijke melancholie, "the hope that underlies all vacations and the sadness that ends them" zoals Roger Ebert het formuleert, afgezet tegen de romantiek van de zon, de zee en de warmte – dit is een film die geen kleur nodig heeft om zonneschijn te suggereren. Sommige grappen heb ik al een dozijn keer gezien (de onverstaanbare stem van de stationsomroeper, de koffer die op een extra traptrede lijkt, de kaartspeler die dankzij Hulot zijn kaart op een andere speeltafel opgooit met alle woordenwisselingen van dien, het geluid van de deurveer, de mevrouw met de parasol die mooie schelpen vindt en haar man die ze voor haar –eh– bewaart, het effect van de krik onder de auto, en –mijn persoonlijke favoriet– Hulot die door de strakgetrokken sleepkabel wordt gelanceerd), maar nog steeds schiet ik ervan in de lach.
Het enige nadeel: na het herzien van deze film ging ik een rondje hardlopen, en de laatste acht kilometer liep ik in de stromende regen, niet aangenaam wanneer je hoofd nog vol Hulot zit. Ik heb me maar ingebeeld dat ik over het strand van St-Marc-sur-Mer liep.
Vacancy (2007)
Ja, eigenlijk had Luke Wilson gewoon dood moet blijven.
De DVD bevat als bonus een 10 minuten lang filmpje waarin alle snuff-fragmenten aan elkaar zijn geplakt. Eigenlijk een beetje bizar dat de makers er van uitgaan dat je daar als "gewoon" DVD-kijker voor je lol naar zou gaan zitten kijken.
Overigens kan ik me voorstellen dat een èchte snuff-movie nog een stuk gedetailleerder zou zijn, met veel meer close-ups van gezichten in paniek, wonden die ter plekke worden toegebracht enz. In Less than zero (het boek) komt een scène voor waarin een hoop verveelde tieners er op een feestje naar zitten te kijken, erg naargeestig.
En steelt in deze film Frank Whaley niet de show? Zijn bijna oprechte verontwaardiging wanneer hij David en Amy ervan beschuldigt dat zij het mes net zo goed zèlf in de rug van de dode agent hadden kunnen steken...
Valerian and the City of a Thousand Planets (2017)
Alternatieve titel: Valerian
Petje af voor Besson dat hij het heeft aangedurfd om de wereld van Ravian op deze visueel overdonderende wijze in (film)beeld te brengen. Als liefhebber van die strip veerde ik meteen op bij het zien van het kopieën poepende diertje en de drie geslurfde ritselaars, en ook verder weet Besson de wereld van Mézières vrij aardig te benaderen, hoewel ik de briljante tekenstijl van de laatste prefereer boven de visuele creaties van Besson. Het grote bezwaar van deze film is voor mij dat ik Dane DeHaan te jong en en daardoor ongeschikt vind voor de rol van Valerian/Ravian; dat ik hem ook een uiterst onaangenaam gezicht vind hebben kan ik hem natuurlijk niet aanrekenen, maar het zorgt er helaas wel voor dat zijn aanwezigheid mijn plezier in deze film enigszins vergalt, hoewel ik tegelijkertijd moet bekennen dat hij het best goed doet. Cara Delevingne daarentegen is een perfecte Laureline, de scènes met Rihanna zijn hilarisch, en het algehele plot houdt goed de vaart erin, dus ondanks een essentiële misser in het hart van de film heb ik me hier toch best goed mee vermaakt, zodanig zelfs dat de herinnering aan de stukgelezen stripboeken na verloop van tijd naar de achtergrond verdween.
Valhalla Rising (2009)
Films waarbij ik een WTF?-ervaring heb... Na afloop eigenlijk geen flauw idee wat ik gezien heb, wat het mysterieuze einde moest betekenen en wat de bedoeling van de filmmaker was. De waardering voor zo'n film kan twee kanten op: soms vind ik het helemaal niets en ergert de film me alleen maar (zoals bij Richard Kelly's Southland tales), soms zit er toch iets in de film dat mij er toe aanzet om er dieper in te duiken en er een bepaalde mate van betekenis of relevantie uit te halen, zoals bij Donnie Darko van dezelfde regisseur, Nostalghia, Sauna en 2001.
Herzieningen van Valhalla rising hebben mij wel definitief over de streep getrokken, dankzij de cinematografie, de soundtrack, de compromisloosheid, de spaarzaamheid van een wereld zonder enige vorm van houvast (of het nou beschaving, cultuur of huiselijke warmte is), het algemene gevoel van verlatenheid en eenzaamheid dat door weinig films zó indringend is overgebracht, en bovenal de charismatische rol van Mads Mikkelsen, een acteur die ik na elke film weer met andere ogen (en nóg meer bewondering) bekijk.
Het WTF-element is echter nooit helemaal verdwenen. Bij de vele voorgaande berichten wordt vaak gewag gemaakt van de overeenkomst tussen One Eye en Odin, maar blijkens de commentaartrack bij de Blu-ray had Refn een heel andere insteek. Hij wilde eigenlijk "science fiction without science" maken, met als centraal personage een monoliet (ja, Refn erkent ook expliciet dat zijn film schatplichtig is aan 2001), een wezen zonder verleden dat alle vier de stadia van het menselijk bestaan doormaakt, achtereenvolgens van slaaf via "warrior" (dankzij het gebruik van werktuigen) en god (zoals door de mens in zijn evenbeeld geschapen, nu met de Vikings naar hun "destiny" meegereisd; tenslotte gaat hij zich voor de jongen opofferen en aldus wordt hij) tot mens. (Wanneer One Eye water vindt dat niet meer zout maar zoet is, is het alsof hij de Vikingen uit de dood terugroept en dus een verlosser is, een god die hen naar de Nieuwe Wereld heeft gebracht.) “The film was very much conceived like an acid drug”, maar ook noemt Refn het een "space journey". Maar als je de film rustig over je heen laat komen ervaar je hem het beste; je kunt daardoor ook je eigen interpretatie van de film hebben, want “like any drug, it’s a very indivdual own experience.” En wat die SF betreft, Refn legt uit dat Amerika voor de Vikingen net zoiets was als de maan voor óns, dus er zat altijd een SF-element in het verhaal, maar dan zonder “science”, want hij wilde voorbij de logica gaan en een film over “faith” maken.
Zo'n commentaartrack is altijd een geluidsband zonder visuele component, dus ik kon niet zien in hoeverre Refns tong in zijn wang zat.
Maar ik dacht, ik vertel het maar even, wie de Blu-ray heeft kan het zelf allemaal nog eens op z'n gemak naluisteren. Ik weet zelf nooit precies wat ik met zulke existentialistische / filosofische / spiritualistische / verzin-zelf-maar-wat beeldspraak aan moet – als je mensen heb die in iets ondefinieerbaars of onverklaarbaars geloven en dus ietsisten zijn, dan ben ik eerder een nietsist. Dus ik beschouw deze film maar als een zeer indrukwekkende mood piece die zijn gelijke nauwelijks kent, en ik neem de betekeniscomponent maar gewoon niet mee in mijn waardering, hoe raar dat eigenlijk ook klinkt.
Vampire Bat, The (1933)
Aardige horrorfilm uit het gouden tijdperk van tussen 1930 en 1935; déze film haalt nooit het niveau van Universal-klassiekers als Frankenstein, The mummy of The old dark house, maar met het lenen van een paar sets van collega's met ruimere budgets, plus een kwartet acteurs daaruit waarnaar het altijd goed kijken is, komt The vampire bat toch een heel eind. De Engelse filmcriticus Leslie Halliwell omschrijft deze film als "primitive but vigorous", dat dekt de lading wel.
Vampyr (1932)
Alternatieve titel: Vampyr - Der Traum des Allan Grey
Indrukwekkende film vol plotseling opduikende vreemdelingen, achterstevoren-shots, deuren die vanzelf open en dicht gaan, schijnbaar levende schedels en natuurlijk die schaduwen en weerspiegelingen die aan niets of niemand vastzitten en een eigen leven leiden, alles ondergaan door een hoofdpersoon met een permanent verwonderde blik op zijn gezicht. Het werkt allemaal nog steeds uitstekend, en dat ik af en toe niet precies wist wat er gebeurde en hoe ik bepaalde personages moest plaatsen versterkte het (positieve) gevoel van vervreemding alleen maar. De ouderdom van de film werkt ook in zijn voordeel, want daardoor wordt de sfeer van onwerkelijkheid alleen nog maar versterkt, en de loodzware en sombere muziek die als een donkere wolk boven de film hangt doet de rest. Veel aandacht hier voor het shot waarin de jonge vrouw in bed eerst wanhopig en daarna langzaam maar zeker hongerig begint te kijken, maar wat mij ook trof was de bijna onverdraaglijke close-up van het gezicht van de stervende vader. Een bijzonder memorabele film.
Van Helsing (2004)
Na de mummie gaat Stephen Sommers verder met het recyclen van de monsters uit de Universal-archieven, en ditmaal propt hij Dracula, de weerwolf, Dr Jekyll, Mr Hyde, Viktor Frankenstein en zijn monster in een chaotisch script dat hij in leven probeert te houden middels een overdaad aan CGI. Helaas, geen der personages interesseert of intrigeert me (misschien met uitzondering van David Wenham als comic relief), de twee sterren krijgen nauwelijks ruimte om iets anders te doen dan fight or flight, Richard Roxburgh is een totaal charismaloze Dracula, en het constante opduiken van kunstmatig gegenereerde vliegende monsters resulteert alleen maar in een film die net zo zielloos is als z'n hoofdschurk. Qua insteek vergelijkbaar met The league of extraordinary gentlemen, en net zo vervelend, en dat dan ook nog eens 125 minuten lang.
Van Oude Mensen, de Dingen Die Voorbij Gaan (1975)
Een extreem toneelmatige verfilming voor televisie van een praktisch plotloze of liever gezegd handelingsloze roman, door de regisseur die een jaar eerder ook al De stille kracht voor televisie had bewerkt. En net als die eerdere serie ademt alles hier studio: in de kamers zijn nauwelijks achtergrondgeluiden te horen (afgezien van een enkele pendule), als Lot en Elly in een koets zitten hoor je alleen kaal hoefgeklepper, en zelfs bij de enkele scène buitenshuis (op het terras van een uitspanning) zie je nog duidelijk dat dat in een studio gefilmd is – volgens mij zie je in de hele serie geen enkel stukje echte blauwe hemel, en dat geeft het geheel toch een zekere bedompte sfeer die misschien wel past bij de benauwing en de beklemming van het milieu, maar die ook ten koste van praktisch elke vorm van realisme gaat.
Dat alles voor de geïnteresseerde kijker toch blijft boeien komt doordat het bronmateriaal zo sterk is, doordat decors en kostuumontwerp netjes verzorgd zijn, en doordat de fine fleur van twee acteursgeneraties geleden hier haar opwachting maakt, met effectieve vertolkingen van Lex van Delden als de vroeg oude Lot, Han Bentz van den Berg als Harold die in zijn jeugd getuige van de centrale gebeurtenis is geweest, Piet Kamerman als Lots sympathieke stiefvader Steyn, Joan Remmelts die dokter Roelofsz bijna is, en bovenal als de 97-jarige Ottilie Dercksz de hier 60-jarige Caro van Eyck die op wonderbaarlijke wijze bijna de belichaming van haar geheim is. (Zelfs Josine van Dalsum kan ik hier vrij goed hebben.) Het is kortom een serie die niet meer van deze tijd is, net zoals de roman uit 1906 niet meer van deze tijd is, behalve voor wie beseft hoe het verleden het heden kan vormen en zelfs inhalen totdat het als een loden last kan drukken op wie zich niet meer kan verweren tegen de schimmen van vroeger.
Kortgeleden opnieuw vertoond door NPO1 Extra; ik weet niet of ik ze nou moet bedanken dat ze dit oude hoogtepunt van de vaderlandse televisie nog eens hebben willen uitzenden, of vervloeken omdat ze delen 7 en 2 in omgewisselde volgorde hebben uitgezonden. Gelukkig was ik bekend met het boek, maar voor wie dat níét is moet het toch een koude douche zijn geweest om reeds in de als tweede deel uitgezonden aflevering te zien hoe... enfin.
Vanishing Point (1971)
Een vrij sterke hoofdrok, een grappige bijrol van Dean Jagger (een halve held van mij sinds zijn rollen in Twelve o'clock high en Bad day at Black Rock) als de "snake charmer" en een uitstekende soundtrack, maar het verhaal stelt uiteindelijk toch te weinig voor, en hoewel Kowalski in feite een heel gewoon iemand is (zoals ook duidelijk wordt als de ene agent aan de andere Kowalski's levensloop uit de doeken doet) krijg ik toch de hele tijd het idee dat hij voor iets groters (Jezus?) staat, vooral doordat die DJ zich zijn lot aantrekt en de hippies met Kowalski en zijn anti-autoritaire houding mee gaan leven. Zo doet het me ook sterk denken aan Easy rider, maar ja, die had dan weer geen naakte chick op een motor. Te geforceerd-betekenisvol voor mij. Leuk om weer eens gezien te hebben (via een overigens werkelijk schitterende Blu-ray-transfer), maar ik weet nu weer waarom ik me er van de eerste keer vrijwel niets meer van herinner (behalve dan dat ik er niet de indruk van "een echte klassieker" aan had overgehouden). (Jammer dat ik niet de iets langere versie met Charlotte Rampling heb kunnen zien.)
Velvet Buzzsaw (2019)
Hoe is dit anders dan bijvoorbeeld The mummy ? Wie het graf van Imhotep opent en zijn rust verstoort gaat voor de bijl, en in Velvet buzzsaw is het niet anders, alleen zijn het nu de kunstwerken die wraak nemen. En dat op tenenkrommende wijze : als je doorhebt waar het verhaal naar toe gaat wéét je al wat er gaat gebeuren met die Sphere, en daar wordt dan zo'n grote actrice als Toni Collette aan opgeofferd... Mooie vormgeving met leuk over-the-top-satirisch spel van alle betrokkenen (waarbij met name Gyllenhaal weer goed op dreef is), maar vanaf halverwege stelt de film inhoudelijk nog maar weinig voor.
Venom (2018)
Een extreem voorspelbare eerste helft zonder charismatische schurk of enge beul doet het ergste vermoeden, maar zodra de titel"held" verschijnt wordt de film aanzienlijk vermakelijker. Tom Hardy is duidelijk in z'n element; ik ben nooit een fan van hem geweest, maar zijn energie en de humor die hij hier aan de dag legt zijn voor mij de voornaamste redenen om hier nog 3* aan te geven. Verder allemaal iets te flauw, iets te pseudo-grappig, iets te PG-13. En ben ik de enige die vindt dat de grimeur hier een uiterst rare mond op Michelle Williams heeft gelippenstift? Sterker nog, met die pruik erbij herkende ik haar niet eens.
Venom: Let There Be Carnage (2021)
Redelijk vervolg met weinig plot en het gebruikelijke grote CGI-eindgevecht. Dat het geheel überhaupt overeind blijft ligt aan de lekker vette rol van Woody Harrelson en vooral aan Tom Hardy, die niet alleen mooi de weerzin van Eddie tegen zijn ongenode gast uitbeeldt maar die ook nog eens van Venoms stem een even stekelig als geestig wapen maakt. Aardige film die me niet meteen reikhalzend naar een eventueel volgend deel doet uitkijken, maar niet slecht of saai.
Rare scène wanneer Cletus de medewerker van een nachtwinkel niet alleen neerslaat maar ook nog eens extra aftuigt (zij het buiten beeld want achter de toonbank). Zulk gemeen geweld past eigenlijk niet bij de comic-book-toon van deze verder zeer comic-achtige comic-verfilming.
Ventoux (2015)
Van de indertijd vrij snel na verschijnen gelezen roman van Bert Wagendorp herinner ik me alleen nog dat ik hem maar zo-zo vond, dus ik ging deze film redelijk blanco in, en merkte tot mijn tevredenheid dat ik eigenlijk steeds meer de film werd ingetrokken. Dat had minder te maken met de niet erg revolutionaire thematiek (een geheim uit het verleden, vrienden van vroeger ontmoeten elkaar weer in het heden) dan met de uitstekende vertolkingen van zowel de jonge als de volwassen acteurs. Ik ben geneigd daarbij Kasper van Kooten als eerste te noemen, maar dat is wellicht alleen omdat hij voor mij de voornaamste "ingang" was, en eigenlijk waren de drie andere volwassenen even sterk. Vooral door hen werd ik tot en met de laatste seconde meegesleept.
Gedeeltelijk al tijdens het kijken en gedeeltelijk ook achteraf ontstond er bij mij echter toch wat wrevel omtrent een aantal niet naar tevredenheid afgehandelde plotpunten. Redlop was hier op 17-5-2015 de eerste (maar zeker niet de laatste) die zich stoorde aan het feit dat het grote geheim bestond uit niet meer dan het gegeven dat Peter een driehoeksverhouding met Laura en Bart wilde ensceneren, maar wat ik zelf nog ergerniswekkender vond was hoe snel die onthulling wordt uitgelegd èn geaccepteerd èn terzijde geschoven. Daarnaast wil het er bij mij niet in dat Bart en Joost, na hun nachtelijke aanvaring over Barts vroegere avontuur met Laura, de volgende dag zonder dat er iets uitgepraat is weer gewoon doen alsof er niets gebeurd is, en vind ik het evenmin erg waarschijnlijk dat Joost aan André's mantra "Fuck you all!" zo één-twee-drie voldoende kracht en weerbaarheid ontleent om de beschuldiging van fraude even van zich af te zetten en de titelberg op te fietsen – allemaal oplossingen die plottechnisch nogal kunstmatig overkomen, alsof Van Kilsdonk en Wagendorp wel intrigerende verhaallijnen hadden verzonnen maar ze die niet op bevredigende wijze binnen de geplande speelduur konden afronden.
Enfin, het deed allemaal niet veel af aan het plezier dat ik dankzij de leuke personages en zoals gezegd de uitstekende vertolkingen (en toch ook wel dankzij mijn eigen herinneringen aan mijn beklimming van de Ventoux, láng geleden) in deze film had. Het boek ligt klaar om herlezen te worden; mevrouw Thornhill is mij daar in voorgegaan en weet te melden dat het nogal verschilt van de film, dus ik ben benieuwd.
Verlangen, Het (2017)
Eigenlijk is er met deze film niet zoveel mis, want met het script kun je veel kanten op, de vertolkingen zijn goed en de twist (de inbreng van de moeder) is heel aardig. Toch wordt het nooit ergens echt goed of spetterend, en de voice-over slaat de film vaak dood: het lijkt wel alsof de eerste versie 120 minuten duurde, en in een poging om het daaropvolgende wegknippen van scènes te maskeren werd er dan maar een voice-over toegevoegd om de onderbroken plotlijntjes weer aan elkaar te naaien. Als er dan ook nog een happy-end met de haren wordt bijgesleept blijf ik uiteindelijk toch met een lichte teleurstelling zitten, en dat is jammer, want op zich vond ik dit best een sympathieke film, en van Gijs Naber ben ik sinds De Heineken ontvoering en vooral Aanmodderfakker eigenlijk wel een fan.
Vertigo (1958)
Alternatieve titel: De Vrouw Die Tweemaal Leefde
Grappig, bij mij is het juist omgekeerd, ik beschouw Stewart al jarenlang samen met Spencer Tracy en Marlon Brando als het beste dat de Amerikaanse cinema aan acteurs heeft voortgebracht, en Hitchcock is ook al jarenlang één van mijn favoriete regisseurs (alles uit zijn geluidsperiode gezien, meerdere films ook meerdere malen), maar juist Vertigo kon ik altijd maar moeilijk zetten.
Deze week heb ik me (opnieuw) ondergedompeld in de dubbel-DVD uit 2011, met een fraai gerestaureerde versie, twee audiocommentaren (waaronder één van William Friedkin, die het ene moment heel overbodig herhaalt wat we al zien maar het andere moment juist prachtig het droomachtige aspect van de film benadrukt en interpreteert), twee interessante documentaires en een hoop ander aardigs, en het dubbeltje is nu wel gevallen. Het gevolg van die overdaad aan informatie is helaas dat ik nu zóveel over de film te berde wil brengen dat ik niet zou weten waar te beginnen, om nog maar te zwijgen van het feit dat zóveel mensen hier al zóveel behartenswaardige dingen over hebben gezegd... (Ook een geweldige review van Roger Ebert op Great movie reviews.)
Laat ik in ieder geval melden dat ook ík niet vind dat Stewart hier niet op z'n plaats zou zijn. Hitchcock verklaarde achteraf het (relatieve) falen van Vertigo door te zeggen dat Stewart eigenlijk te oud voor de rol was, maar ten eerste had Hitchcock dat vooraf zelf ook wel kunnen bedenken (maar dat vond hij tóén dus níét), ten tweede mag je dat interpreteren als een poging om de schuld af te schuiven (zoals Hitchcock zelf zei, "als een film flopt probeer je altijd andere mensen verantwoordelijk te houden – meestal zeg je dan dat de publicitaire afdeling de film niet goed heeft verkocht"), en ten derde kan een man van vijftig toch nog wel degelijk zo halsoverkop verliefd worden? Of misschien bedoelde hij dat het publiek liever een jonge en aantrekkelijke filmster (Tony Curtis, Jeffrey Hunter, Robert Wagner) had willen zien, maar dan heb je het dus alleen maar over commerciële (in tegenstelling tot artistieke) redenen waarom een film geen succes wordt. (Vier jaar later speelde Stewart in The man who shot Liberty Valance een rol waarvoor hij ongeveer twintig jaar te oud was – maar ook dáárin was hij voortreffelijk.)
Op de andere elementen (Kim Novak, het camerawerk van Robert Burks, de briljante muziek van Bernard Herrmann) valt wat mij betreft evenmin iets aan te merken. Ja, wie teveel aandacht schenkt aan het verhaaltje kan teleurgesteld worden, maar wie meer let op de droomsfeer en de psychologie van de obsessie vindt hier een prachtige, intrigerende en zeer bevredigende film. "Boy meets girl – boy loses girl – boy meets girl again – boy loses girl again", zoals scriptschrijver Samuel Taylor het treffend verwoordde, en dan vandaaruit de diepte in, met als extra kwaliteit dat we vanaf Judy's flashback opeens gaan meeleven met twéé personages, allebei afwisselend dader en slachtoffer.
En o, die muziek... The day the earth stood still, The trouble with Harry, Vertigo, North by Northwest, Psycho, Taxi driver – de man was een genie.
Very English Scandal, A (2018)
Superbe acteerwerk, niet alleen van de twee hoofdrolspelers maar ook van de bijrollen zoals Alex Jennings als Thorpe's rechterhand Peter Bessell en Adrian Scarborough als Thorpe's nietsontziende advocaat met onvermoede dieptes. Het script houdt de zaken tot het einde spannend, de regie geeft alle acteurs de ruimte, en het eindresultaat is een klein zwartkomisch meesterwerk. Whishaws bijrol won een Golden Globe, een Emmy en een BAFTA (terwijl hij eigenlijk wel een hoofdrol had), voor Grants hoofdrol bleef het bij al die prijzen slechts bij een nominatie – wel een beetje bizar, en misschien ook wel een beetje een schandaal.
Vice (2018)
Ik lees hier dat veel mensen steeds maar weer terugverwijzen naar The big short omdat McKay daarin van dezelfde stijlgrapjes gebruikt maakt "maar dan beter", maar ik heb er eigenlijk totaal geen moeite mee dat hij dat doet, ten eerste omdat die techniek nog steeds fris aanvoelt, en ten tweede omdat ik al die intermezzo's nog steeds erg grappig èn effectief vind (de credits halverwege, de Shakespeareaanse dialoog, de shots van een hengel wanneer Cheney met Bush onderhandelt, een cameo van een bekende acteur [hier Alfred Molina] die even de zaak komt toelichten, de aanrijding van de verteller/donor, Cheney die de vierde muur doorbreekt en de kijker toespreekt). Niet gehinderd door voornoemde bezwaren zie ik hier een tour-de-force van Bale, normaliter niet een acteur waar ik warm voor loop maar hier toch op z'n allerbest in zijn vertolking van dom naar geslepen, terwijl Amy Adams weer doet waar ze het beste in is, namelijk onopvallend uitstekend zijn. Ook los van die twee namen heeft McKay weer een droomcast bij elkaar gekregen, en het resultaat is een film die tegelijk leerzaam en uitermate onderhoudend is.
Vicky Cristina Barcelona (2008)
Mooie mensen, prachtige lokaties, lekker weer, een Spaanse gitaar voor wie er van houdt, en bovenal redelijk interessante liefdesperikelen die van alle kanten worden bekeken, overdacht en becommentarieerd. Maar o o o die voice-over, die slaat de film he-le-maal dood : de onvertaalde ruzies van Bardem en Cruz stuwen de film steeds op naar emotionele pieken die verdwijnen als kersen op een inzakkende taart zodra Christopher Evan Welch zijn mond opendoet. Bovendien verandert die ingreep van de alwetende verteller / scriptschrijver / regisseur aldus mensen in marionetten, zodat ik bij Cristina's besluit om haar ménage à trois met Juan Antonio en Maria Elena te verbreken meteen denk: "o ja, dat Cristina al gauw genoeg krijgt van sleur in een relatie, dat had Allen al eerder aangekondigd opdat het nu niet uit de lucht zou komen vallen." Een luchtig en fraai ogend maar uiterst bedacht werkje.
Vidocq (2001)
Lekker sfeertje, zo een beetje à la From Hell (toevallig uit hetzelfde bouwjaar), met een prima Depardieu (hoewel die niet op Hans G. Kresse's Vidocq uit mijn jeugd lijkt) en mooi bewerkte visuals die het verhaal een heel eigen ambiance geven. Hoger dan 3½* kom ik niet omdat ik nou eenmaal geen liefhebber ben van de hectische montage van bijvoorbeeld de vechtscène om die vuurput, maar apart en boeiend is de film zeker.
Village of the Damned (1960)
Alternatieve titel: Het Dorp der Verdoemden
Mijn moeder, een fanatiek SF-lezeres, zei ooit dat de beste SF niet ging over groene mannetjes maar over een doodgewone situatie met één nieuw of afwijkend element. Ik zou niet durven beweren dat dat voor álle SF geldt, maar voor deze verfilming van The Midwich cuckoos van John Wyndham gaat dat recept in ieder geval wel op.
Een sfeervol en herfstig dorp (goed te zien op de uitstekende DVD-transfer), prachtig zwart-wit-camerawerk, sober spel (gelukkig kan George Sanders ook prima serieus akteren, en wat is Barbara Shelley mooi), een realistische setting, lichte humor (de telefoniste Miss Ogle – what's in a name?), een simpel maar strak gegeven, alles logisch uitgewerkt. Natuurlijk, een "oude" film, niet echt opwindend of spannend meer, en die gloeiende ogen hebben we sindsdien al veel te vaak (op het lachwekkende af) gezien, maar wat een sfeer, wat een ijzersterk verhaal en "wat een boel fijne, gezonde kindertjes" om met FatMike hierboven te spreken.
Steven H. Scheuer : "This film reminds us that sometimes the eeriest thrills and chills are the quiet ones."
Vinti, I (1953)
Tja... Vroege Antonioni met een moraliserend intro, en in ons ironisch en individualistisch tijdsgewricht lachen we er een beetje om, murwgeslagen door geweldsexplosies als we zijn op televisie en in de bioscoop. Zelf heb ik niet zo'n moeite met deze insteek, ik kon in ieder geval wel sympathie opbrengen voor de vrij nuchtere vertelstijl waarmee deze drie verhalen over "zinloze" moorden worden gepresenteerd. Bovendien heeft elke episode een interessante hoofdpersoon met een mooie kop : Jean-Pierre Mocky als het opschepperige slachtoffer dat met vals geld blijkt te strooien, Franco Interlenghi als de smokkelaar (één jaar voordat hij op mij zo'n verpletterende indruk zou maken in Fellini's I vitelloni) en Peter Reynolds als de arrogante dichter die niet van komma's houdt. Daarnaast zijn de lokaties treffend (de stadse achtergronden, de kasteelruïne, de verlaten bouwplaats, het duin of park waar het slachtoffer in de Engelse episode wordt gevonden, de overtuigend-sjofele interieurs) hetgeen nog eens wordt geaccentueerd door de knappe zwart-wit-fotografie, de dialogen zijn intelligent met hun plannen, hun verveling en hun misplaatste ambitie, de regie is strak en het spel is in orde, ook van de minder bekende (amateur?)acteurs.
Antonioni schijnt expliciet afstand van deze film te hebben genomen, en de obstakels die een succesvolle realisatie van zijn ideeën in de weg stonden waren ook niet de minste : het Franse verhaal werd veranderd omdat de familie van de tieners in kwestie bezwaren maakte, bij het Italiaanse deel had de censuur een probleem met het oorspronkelijke gegeven van een terrorist die een munitiedepot op wil blazen, en in het Britse verhaal moest de moord wat minder gruwelijk in beeld worden gebracht. En wat betreft de geluidsband waar de laatste drie gebruikers hier moeite mee hebben, het was wel degelijk de bedoeling om in elke episode de nationale taal te spreken, maar naar het schijnt werd de film in Engeland niet uitgebracht en in Frankrijk verboden, waarna hij uiteindelijk geheel in het Italiaans nagesynchroniseerd in Antonioni's thuisland werd uitgebracht (en flopte). De Raro Video-DVD heeft de film echter geheel gerestaureerd en daarbij ook de oorspronkelijke geluidsbanden toegevoegd, zodat je de film alsnog méér in lijn met Antonioni's bedoelingen kunt bekijken, terwijl wij het in Nederland met de gangbare Homescreen-DVD moeten doen (prima beeld, maar geheel Italiaans gesproken en met nul extra's).
Ik geef toe dat ik bevooroordeeld ben : de films van Antonioni begeleiden mij al bijna veertig jaar, en in al die tijd ben ik er nog niet op uitgekeken en over uitgedacht, dus als ik mensen langs verlopen flatgebouwen en door mistroostige straten zie lopen ben ik meteen weer "thuis" (en dan nog een park waar een moord wordt gepleegd, aan welke film doet dát denken?). Elk der drie episodes heeft wel wat, en het Engelse deel vind ik zelfs uitgesproken sterk (hoewel eerder in psychologisch dan in sociaal-realistisch opzicht), dus al met al ben ik toch wel heel blij dat ik I vinti aan mijn Antonioni-verzameling heb kunnen toevoegen.
Virgin Suicides, The (1999)
Nu drie keer gezien, en hoewel ik hem nu meer waardeer dan de eerste twee keer kan ik hier toch niet echt enthousiast over zijn. De pubers acteren allemaal goed, het verhaal is boeiend, de sfeer is raak getroffen en de soundtrack van Air heb ik op MusicMeter met de volle ***** beloond, maar op de één of andere manier pakt het me niet echt. Misschien dat dat komt omdat het psychologisch realisme van de portretten van de zusjes zo botst met de enigszins karikaturale benadering van de ouders: James Woods is normaal één brok zenuwen en alertheid maar speelt nu een man die voor een natuurprogramma gezeten in slaap valt, en Kathleen Turner speelt een moeder die niet begrijpt dat haar aanwezigheid op een feestje van haar dochter niet op prijs wordt gesteld. Of ze wil het natuurlijk niet begrijpen, dat kan ook, maar hoe dan ook vond ik die twee personages te vet aangezet tegenover het emotioneel heftige maar door de voice-over afstandelijk gebrachte drama van de vijf dochters.
Virginian, The (1929)
Merkwaardig, pas drie stemmen en nog geen enkel bericht bij deze toch zo beroemde titel...
Deze derde verfilming van Owen Wisters vermaarde roman was de eerste met geluid, en stamt daarmee uit die moeilijke periode waarin er al met geluid moest worden gewerkt zonder dat daarbij van alle moderne mogelijkheden gebruik kon worden gemaakt, terwijl er aan de andere kant ook niet meer mocht worden vertrouwd op de kracht van het lang aangehouden beeld van de zwijgende cinema. Bovendien ontbreekt hier ook de traditionele ondersteunende filmmuziek om de overgangen vloeiender te maken en een zeker tempo te creëren, en deze afwezigheid geeft de film (zoals zoveel soortgenoten uit die tijd) een zekere onnatuurlijkheid en een ontegenzeggelijke gedateerdheid – het moderne "realistische" tempo van montage lag nog een paar jaar in de toekomst.
De eerste helft van de film is vooral een folksy romantische komedie over de rivaliteit tussen de titelheld en de vriendelijke maar niet al te snuggere Richard Arlen (inclusief een grappige scène waarin ze samen een dozijn baby's vlak voor de doopplechtigheid verwisselen), maar halverwege neemt de film een haarspeldbocht en moet Cooper serieus aan de bak, zodat hij op de dag van zijn huwelijk (en natuurlijk tegen de zin van zijn bruid) terecht komt in een onvermijdelijke confrontatie met een schurk – waar hebben we dat eerder (of liever gezegd láter) gezien?
Dit was Coopers eerste geluidsfilm, en hoewel hij bang was dat zijn stem ongeschikt zou zijn voor dat medium werd dit zijn grote doorbraak. Het klassieke persona van langzaam pratende en denkende maar snel schietende en bepaald onkreukbare revolverheld dat hij in deze film ontwikkelde, vormde met enige variaties en uitzonderingen de ruggegraat van zijn Westerncarrière van ruim dertig jaar, waarin hij qua reputatie en appeal vrijwel geen concurrentie had (met uitzondering misschien van die andere ijzervreter John Wayne). Daarnaast moeten nog Walter Huston in zijn rol van de zwaar besnorde schurk Trampas en de opmerkelijk ingetogen en onsentimentele scène die voornoemde wending in de film inluidt genoemd worden.
Het historische belang van deze film is daarmee onomstreden, maar de kritische moderne kijker zal vanwege de trage verteltechniek wellicht geregeld in de verleiding komen om even zijn mail, Facebook of apps te checken. Jammer, maar de westernliefhebber zal hier met genoegen naar kijken, al was het maar vanwege de beroemde scène in het begin waarin Coop na Hustons "You son of a –" de loop van zijn pistool in Hustons buik duwt en vriendelijk zegt: "If you want to call me that – smile !"
Virtuality (2009)
Ik begon blanco aan deze televisiefilm, en heb me er goed mee vermaakt totdat plots de Stoute Meiden begonnen. Heb ik iets gemist? Heeft RTL7 een deel van de film niet uitgezonden? En pas nu ik op internet ga rondneuzen begrijp ik hoe de vork in de steel zit... Nou, dit is dan wel een pilot waarin wel héél weinig wordt afgerond. Jammer, want wat ik heb gezien is best interessant. Grappige muziekkeuze trouwens (Wendy & Lisa, Chemical Brothers!).
Virtuosity (1995)
"Just because I'm carrying around the joy of having killed your family doesn't mean we can't still be friends!"
Indertijd bekeken vanwege Denzel Washington; dat de bad guy niet veel later een ster zou worden wist ik toen nog niet, dus déze keer heb ik hem vanwege Russell Crowe bekeken. Die doet het best aardig en in ieder geval lekker energiek, maar helaas ook nergens echt briljant. Vanwege de fantasierijke ideeën viel hij me nog mee, maar alles aan de produktie schreeuwt voor mij "B-film!", dus ik blijf wiebelen in mijn waardering. Ook nog wel wat redelijke akteurs gestrikt voor de bijrollen, maar die bleven eigenlijk ook zo plat als een dubbeltje (Nurse Ratched?!).
Denzel met dreadlocks?
Vivement Dimanche! (1983)
Alternatieve titel: Confidentially Yours
Als liefhebber van zowel Hitchcock als film-noir was ik geheel bereid om dit een leuke film te vinden, maar het is allemaal wel héél onbenullig. De knipoog van de regisseur is duidelijk, maar de plot is nergens ook maar énigszins spannend, het gegeven dat Trintignant zich dagenlang in het achterkamertje van zijn eigen kantoor kan schuilhouden is tamelijk ridicuul, en de chemie tussen beide hoofdrolspelers zie ik niet. Schrap de drie grote namen uit de credits en ik betwijfel of deze film nu nog bekeken zou worden.
Vonnis, Het (2013)
Alternatieve titel: The Verdict
Zeer goed gemaakt, met een uitstekende hoofdrolspeler wiens gezicht het hele verhaal al bijna vertelt en een met name bij zijn slotpleidooi bijzonder overtuigende Johan Leysen. Maar helaas is deze film ook uiterst voorspelbaar, met raadslieden die keurig alle kanten van de zaak belichten zodat de kijker alle argumenten te horen krijgt en inziet dat iedereen een beetje gelijk heeft – tot de toch wel onverwachte slotscène... Als Verheyen de uitkomst van Segers' proces in het midden had gelaten zou dat ongetwijfeld hebben geleid tot kijkers die zich bedrogen voelen omdat ze dat een onbevredigend einde vinden en/of tot critici die hem ervan beschuldigen dat hij de morele, politieke en juridische consequenties van zijn "betoog" niet in daden durft om te zetten, maar bij het gekozen einde heb ik zo m'n vraagtekens (hoewel Segers' állerlaatste daad van de film [zijn tranen, want zijn vrouw en dochtertje heeft hij met zijn morele overwinning niet teruggekregen] dan weer wèl klopt).
