• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.885 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.943 gebruikers
  • 9.369.537 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

N. A Pris les Dés... (1971)

Alternatieve titel: N. Took the Dice

Hoe kun je een nieuwe (of moet ik zeggen: ándere) film creëren door met drie dobbelstenen verhaalelementen uit een andere film in een nieuwe volgorde te plaatsen? Een grappig idee, aardig uitgevoerd, maar als er uit die intrigerende theorie een betekenisloos geheel voortvloeit haal ik mijn schouders op. Robbe-Grillet waarschuwt ons dat de werkelijkheid betekenisloos is tenzij wij er zelf een betekenis aan toekennen door hem te interpreteren, en wanneer een policier elk detail een plaats in het logische geheel geeft komt dat dus niet overeen met de vormeloze realiteit. Maar scheppen wij niet zinrijke verhalen om patronen te suggereren die ons kunnen helpen onze weg te vinden in de omringende woestijn? Een film die de absurditeit van het leven en de onkenbaarheid van de werkelijkheid suggereert is één ding, een zelf absurde en onkenbare film is een ander.

        Ik kan me nog herinneren dat ik vroeger leerde hoe ik zelf een tekening kon maken van drie uiterst verschillende poppetjes naast elkaar op één vel papier, en door ofwel de zijvlakken met de hoofden, ofwel de zijvlakken met de rompen en armen, ofwel de zijvlakken met de benen links- of rechtsom te slaan kon je nieuwe poppetjes met niet bij elkaar passende lichaamsdelen tevoorschijn toveren, maar bij N. a pris les dés... heeft Robbe-Grillet als het ware een tekening gemaakt met één poppetje gewoon rechtop, één poppetje ondersteboven en één poppetje met de benen op het middenpaneel en het hoofd achterstevoren.

Naked City, The (1948)

Het is volgens mij moeilijk voor te stellen wat een impact de semidocumentaire stijl van deze film (beïnvloed door het Italiaanse neorealisme?) indertijd moet hebben gehad, zo gewoon is het idee van de politieprocedures en de "eight million stories in the naked city" in honderden (zo niet duizenden) afleveringen van televisieseries inmiddels geworden. Gelukkig blijft deze film ook los daarvan nog fris, mede vanwege het redelijk hoge tempo en de boeiende visuals. Minpuntje is voor mij de constante Irish brogue van Barry Fitzgerald, die na verloop van tijd net zo irritant gaat worden als de lolly van Kojak en de regenjas van Columbo twee decennia later. De geheel ondertitelloze Arrow Films-DVD uit 2009 heeft bovendien een slechte geluidsband waardoor de dialoog dikwijls overstemd wordt door de filmmuziek en/of het achtergrondgeluid, hetgeen het beoogde realisme van deze film juist tegenwerkt.

Narc (2002)

Over de films van Martin Scorsese schreef een criticus ooit: "Scorsese makes films about people you'd cross the street to avoid." Eigenlijk geldt datzelfde voor Narc : zeer goed gemaakt, visueel indrukwekkend qua grittiness, twee uitstekende vertolkingen en spannend tot op het (helaas wel èrg lang uitgespronnen) eind, maar tjonge jonge wat ben ik blij dat ik in de bevoorrechte positie verkeer dat ik zulke verwikkelingen, buurten en personages links mag laten liggen. Waarom kijk ik zulke films eigenlijk voor mijn plezier? Wat de regisseur overigens betreft, dit is na Smokin' aces, The A-team en The grey de vierde film die ik van hem heb gezien, en alle vier hebben ze wel wat – Joe Carnahan is wel iemand om in de gaten te houden, vind ik zelf.

National Lampoon's Animal House (1978)

Alternatieve titel: Animal House

Tjonge, wat had ik hier een goede herinneringen aan, en wat heb ik nu een spijt dat ik deze film na al die jaren nogmaals heb bekeken, want zelfs de momenten waar ik me het meest op verheugde (Belushi's bierblikje, de latex handschoenen in de auto, het engeltje en het duiveltje) konden nog geen flauwe glimlach op mijn gezicht toveren. Nee, dit uithoekje van mijn filmgeheugen had ik met rust moeten laten.

National Treasure (2004)

Aardige schatzoekfilm waaraan nèt de sjeu van de Moeder Aller Schatzoekfilms van Steven Spielberg ontbreekt – de opwinding en het zaterdagmiddaggevoel daarvan wordt hier toch wel node gemist, en de manier waarop de ene na de andere onbegrijpelijke clou tot een logische aanwijzing wordt gereduceerd doet de algemene geloofwaardigheid geen goed, hoe laag de eisen ook zijn bij dit soort verhalen. De acteurs doen hun best, en de humor die wordt gegenereerd door Justin Bartha's sidekick slaat bij mij regelmatig goed aan, maar als geheel duurt de film te lang, en de climax voelt enigszins afgeraffeld aan.

Nattvardsgästerna (1963)

Alternatieve titel: De Avondmaalsgasten

Prachtige film over existentiële twijfel van mensen die even geïsoleerd staan als de gebouwen in hun landschap, en waar een poging tot een handreiking al gauw verkeerd afloopt. Ingrid Thulin maakt veel indruk als Märta, uiterlijk een grijze muis (waar de eigenlijk wonderschone actrice nog een hoop moeite voor moet doen) maar met een turbulent innerlijk leven, en Max von Sydow (die al bijna dood lijkt te zijn wanneer hij de dominee komt opzoeken) is brozer en breekbaarder dan ooit, maar voor mij is dit verder helemaal Gunnar Björnstrands film (hoewel hij op het einde nog even in de schaduw komt te staan van dat kleine maar indrukwekkende rolletje van Allan Edwall als de bescheiden koster). Dominee Ericsson is een beklagenswaardige figuur, en hoewel we er getuige van zijn hoe een nieuwgevonden luciditeit zich aan hem openbaart krijgt de kijker daardoor nog niet automatisch meer sympathie voor hem – daarvoor blijft hij (nog) teveel gepantserd in zijn eenzaamheid en zijn egocentrisme (maar wie weet wat de toekomst brengt?).
        Goed verwoord door IMDb : hoewel Björnstrand minder bekend was dan andere vaste Bergman-acteurs als Von Sydow en Liv Ullmann was hij misschien wel de meest kameleontische van allemaal – bijna niet voor te stellen dat dit dezelfde man is als de potige schildknaap met wie je geen ruzie wilt zoeken in Het zevende zegel.
        Af en toe leer je ook nog eens wat nieuws. Bij het googlen van reviews van deze film kwam ik een site tegen waarop te lezen valt: "Het thema van de kerkelijke vader, maar ook de hypocrisie van het geestelijk leven speelt waarschijnlijk [vanwege Bergmans tirannieke vader] als een rode draad door Bergmans leven. In de film De avondmaalsgasten bijvoorbeeld speelt een aan pornografie verslaafde dominee." Zó, denk ik dan, díé was er al vroeg bij!

Navigator, The (1924)

Alleen al dat begin: "I think a long walk would do me good." Zoals gebruikelijk bij Keaton een hoge grapdichtheid, maar toch voel ik hier net als bij The General een diepere laag: wereldvreemd in zijn onpersoonlijk-luxe huis waar hij in de watten wordt gelegd, komt Rollo pas tot leven op het schip dat eerst vijandig is (blijkens zijn onvermogen om er zelfs een eenvoudige maaltijd op tafel te krijgen) en zelfs spookachtig (de open- en dichtklappende deuren, en natuurlijk de bijna surrealistische scène met het voor de patrijspoort heen en weer bungelende schilderij van de norse kapitein – overigens een portret van co-regisseur Donald Crisp), maar later warm (de regen heeft weer plaatsgemaakt voor de zon) en herbergzaam (getuige de prachtige lopende-band-arrangementen om een smakelijk ontbijt te bereiden). Een waarlijk magische film, waarvan ik het einde overigens nooit als abrupt heb ervaren.

 

Nebraska (2013)

Mooie film met Coen-achtige humor die zo droog is dat hij bijna in poedervorm komt, vooral erg grappig tijdens de familie-reünie ("Hoe lang deed je erover?"), en met een geweldige rol voor June Squibb als de moeder die (zoals de actrice tijdens het making of-filmpje vermeldt) geen filter tussen haar hersens en haar mond heeft zitten. Verder is het wel een beetje vertrouwd terrein, de verlopen stadjes, de oude mannen die bier zitten te drinken, de vader en de zoon die toch een beetje gaan bonden, de herkenbare "onderkant" van de Amerikaanse droom. Eigenlijk had ik stiekem verwacht dat pa op het einde tóch z'n miljoen zou ontvangen, zó vaak wordt er benadrukt dat hij helemaal niets zal blijken te hebben gewonnen – maar nee, hoewel Payne er dan wel weer een sympathiek slot aan breit. Ik moest af en toe wel even denken aan The Straight story, ook zo'n film waarin een klassieke bijrolacteur één keer in zijn leven de gelegenheid krijgt om te schitteren in een hoofdrol en die kans met beide handen aangrijpt (met als extra overeenkomst dat beide personages een schrijnend maar onnadrukkelijk verteld oorlogsverleden blijken te hebben). Het zwart-wit is mooi, maar de aparte keuze daarvoor voegt in mijn optiek weinig toe.

Needle (2010)

Altijd een risico, wanneer je een film oppikt waarvan geen enkel lid van cast of crew je bekend voorkomt, hoewel ik achteraf heb begrepen dat Travis Fimmel een beroemd Calvin Klein-model was en ook een rolletje in The Vikings had, en Ben Mendelsohn blijkt in The dark knight rises èn Star wars : Rogue One te hebben gespeeld... die was me kennelijk niet genoeg opgevallen. Hoe dan ook, ik hoop toch altijd dat zo'n film dat ene onbekende pareltje blijkt te zijn dat al die tijd in onterechte obscuriteit heeft vertoefd, maar Needle is dat in elk geval niet, want hoewel de film zeker niet slecht is en fraai oogt, is hij verder vooral absoluut totaal niet boeiend of spannend. Over dat doosje had wel iets meer mogen worden uitgelegd, de kills gaan spoedig vervelen, de uiteindelijke onthulling is underwhelming (en waarom gaat de moordenaar de hoofdpersoon helemaal naar buiten slepen om hem daar te vermoorden? toch hopelijk niet alleen maar zodat we haar in volle glorie kunnen zien creperen?), en broer Marcus is ongelooflijk irritant met z'n James Dean-maniertjes (rebel with a pose) – als die doos nou hèm eens als eerste om zeep had geholpen...

Nerve (2016)

Een aardig uitgangspunt en fraaie nachtelijke fotografie, maar Emma Roberts is een nogal nietszeggende actrice, dus ik leef niet met haar mee omdat zijzelf of haar personage me aanspreekt maar enkel en alleen omdat het bedoeling is dat je meeleeft met je hoofdpersoon waneer die in de problemen komt, en dat levert bij mij wel énig krediet op, maar niet veel. Gelukkig blijft het lang gissen naar de drijfveren van Dave Franco die daarvoor kan leunen op zijn even innemende als dubieuze grijns, en dat houdt de film tot het einde toe drijvend, waarbij ik me maar niet stoor aan die onwezenlijke en ook nog eens bliksemsnel geëntameerde hack waarmee het hele spel wordt platgelegd en elke Watcher een persoonlijke boodschap op z'n telefoon ontvangt. Ach, het is in ieder geval een film met lef.

Neutral Port (1940)

Aardige film die begint in de allereerste uren van de Engelse deelname aan de Tweede Wereldoorlog. Regisseur en acteurs doen hun best om het dialoogrijke script tot leven te brengen zonder de patriottische insteek uit het oog te verliezen, maar worden daarbij tegengewerkt door Yvonne Arnaud wiens praatzieke waardin (met een oogje op kapitein Will Fyffe om hem als haar vijfde echtgenoot in te lijven) af en toe ongelooflijk op de zenuwen werkt. Al met al een erg drukke en ouderwetse maar vermakelijke en zeer Britse oorlogsfilm met humor, opoffering en op het einde toch ook redelijk wat actie; eventuele onvolkomenheden worden gecompenseerd door het hoge tempo dat eigen is aan deze regisseur (die ook aan het roer stond bij de beste komedies van Will Hay, George Formby en de Crazy Gang – hij was ook de reden dat ik aan deze film begon).

        Grappige parallellen met het twee jaar later verschenen Casablanca : het verhaal speelt zich af in een neutrale zone waar beide partijen naar hartelust hun politieke voorkeuren mogen rondbazuinen, en op een gegeven moment proberen een groep Nazi's en een aantal Fransen hun respectieve strijdliederen zo hard mogelijk tegen elkaar in te zingen, met alle gevolgen van dien. En een piepklein bijrolletje voor de debuterende Hugh Griffith, die negentien jaar later een Oscar voor beste bijrol zou winnen voor zijn magnifieke rol als de gewiekste Sheik Ilderim in Ben Hur.

Never Let Me Go (2010)

Prachtige film die van de drie belangrijkste acteurs vereist dat hun personages rustig blijven terwijl langzaam maar zeker de organen uit hun lichamen worden gestolen – of kun je niet spreken van stélen wanneer het gaat om een maatschappelijk geaccepteerd en zelfs geëntameerd fenomeen? Hoe dan ook, los van waar dat verschijnsel voor staat of wat het impliceert of symboliseert, zien we hier drie fantastische vertolkingen die me elke keer weer ontroeren. Ook drie geweldige rollen voor castleden die voor mij pas later bekende gezichten zijn geworden (Sally Hawkins als juffrouw Lucy, en Domhnall Gleeson en Andrea Riseborough als het jonge stel uit The Cottage dat hoop koestert). Een film die hard aankomt.

Never Talk to Strangers (1995)

Heel matige erotische thriller voor wie geïnteresseerd is in Becca's borsten en Banderas' billen. Pino Donaggio levert afschuwelijke en veel te nadrukkelijke muziek, Banderas is een karikatuur van de fascinerende en/maar/want onvoorspelbare Latin lover (maar dat is minder de schuld van zijn spel dan het script – èn van zijn lelijke paardenstaart), en alleen de aardige twist met de identiteit van de stalker alsmede de dood van Banderas die ik niet aan zag komen redt de zaak nog een beetje. Voor de rest: zand erover wat mij betreft. (Maar hoe zou het met Harry Deans personage zijn afgelopen?)

Neverwas (2005)

Aardige film met een onvoorstelbare cast. Het gegeven is boeiend, en de manier waarop de film op het einde de raadsels oplost is redelijk elegant – ik was even bang dat de sprookjesachtige muziek van Philip Glass een voorbode zou zijn van het verschijnen van een soort Narnia-achtige wereld die Zachs vader op magische wijze zou hebben gecreëerd, maar gelukkig houdt de schrijver-regisseur het verhaal binnen realistische grenzen. Toch heeft de film me ook nergens zó gepakt als de bedoeling zou moeten zijn, misschien wel omdat ik verhaalelementen als zelfmoord, depressie en een psychiatrische instelling niet helemaal vind passen bij een zoektocht naar het waarheidsgehalte van een sprookje. Ian McKellen is perfect, de opdringerige muziek was behoorlijk storend, en Jessica Lange herkende ik eerst niet eens – net als Faye Dunaway heeft zij niet zozeer haar eigen gezicht laten liften alswel feitelijk een geheel nieuw gezicht aangemeten gekregen, waarbij mèt de aanduidingen van haar "gevorderde" leeftijd (56!) meteen ook alle karakter uit haar gelaat is verdwenen.

New Year's Eve (2011)

Met een film als deze is het net als met een pakje Tuc-naturel: je consumeert gedachteloos door, het is allemaal niet bijzonder maar het gaat je ook niet echt tegenstaan, en na afloop vraag je je af wat voor nietszeggends je nou toch eigenlijk tot je hebt genomen. Alleen het verhaallijntje van Josh Duhamel in de camper van die bizarre maar uiteindelijk natuurlijk toch oergezellige, wijze en warme familie kon me wel vermaken – maar dan eindigt hij nota bene in de armen van die verschrikkelijke Sarah Jessica Parker!
        (Eerlijk is eerlijk, ik ging deze film alleen maar bekijken om mijn Robert de Niro-"verzameling" bij te houden – en hij deed het gelukkig niet slecht, in de paar minuutjes en scènes die hij had.)
        Roger Ebert: "a dreary plod through the sands of time until finally the last grain has trickled through the hourglass of cinematic sludge." Even onvertaalbaar als onbetaalbaar.

Nibelungen: Kriemhilds Rache, Die (1924)

Alternatieve titel: De Nibelungen II: De Wraak van Kriemhilde

Na de intriges aan het luxueuze hof in deel 1 komen we nu terecht in de primitieve leemhutten en de nietsontziende slachtpartijen waarbij beide partijen op het einde zo goed als uitgemoord zijn. Het belangrijkste nieuwe element is daarnaast dat Kriemhild nu tot leven is gekomen, of moet ik zeggen tot een levende dood? Haar hart is in ieder geval inmiddels net zo versteend als de dwergen die in deel 1 de schaal met de schat droegen, en hoeveel lijken zij ook aan zich voorbij ziet komen (inclusief haar eigen –overigens buiten beeld– vermoorde kind, zij zal niet rusten totdat haar wraak is volbracht (en daarna mag ze dankzij Hildebrandt ook meteen héél lang rusten). Ook leuk om Rudolf Klein-Rogge (twee jaar eerder Dr Mabuse himself, drie jaar later de uitvinder in Metropolis) als de onsmakelijke koning Etzel (Attila) te zien, en de climax is nog altijd onwaarschijnlijk spectaculair. Lang leve Eureka's Masters of Cinema!

Nibelungen: Siegfried, Die (1924)

Alternatieve titel: Die Nibelungen: Siegfrieds Tod

Zeer indrukwekkend. Uiteraard moet het dramatische acteren voor lief worden genomen, maar net als bij Langs eerdere Dr Mabuse der Spieler valt dat eigenlijk reuze mee in vergelijking met andere stomme films. De film duurt lang, maar vanwege de fantastische sets, de uitbundige kostuums en de enorme massascènes en omdat er ook een hoop gebeurt heb ik me nergens verveeld, en na afloop liep ik nog lang met mijn hoofd in de middeleeuwse Germaanse wolken. We zien diverse acteurs die ook al in Mabuse opdoken, en van hen beviel mij het beste Hans Adalbert Schlettow, die een afschrikwekkende Hagen neerzet.
        Minpuntjes? Sommige FX zien er ook na 96 jaar nog uitstekend uit, zoals de verstening van de dwergen onder de schaal met de schat en Siegfrieds onzichtbare hulp wanneer Gunther de wedkamp met Brünhilde aangaat, maar zelfs met al mijn begrip voor de beperkte technische mogelijkheden van 1924 vind ik de draak er echt beroerd uitzien en bewegen (en dan te bedenken dat hij er in een eerdere incarnatie nóg slechter uitzag: volgens Lang kroop hij daarin rond "als een afgetakelde oude man"). En ik moest in het begin echt moeite doen om bij dat achterwaarts geföhnde haar van Siegfried niet steeds aan het Nefertiti-kapsel met die witte bliksemschichten van Elsa Lanchester in The bride of Frankenstein te denken.
        Overigens, alweer enige tijd geleden (3-10-2013) schreef Mochizuki Rokuro : "ik krijg de indruk dat Lang meer Wagner volgt dan de oorspronkelijke manuscripten." Vooraf heb ik het Nibelungenlied in de Engelse vertaling van A.T. Hatto gelezen, en na het zien van Siegfried kan ik zeggen dat de film het gedicht vrij nauwkeurig volgt. Er zijn een paar kleine afwijkingen: in het gedicht vertelt Hagen bij het zien van Siegfried aan zijn koning Gunther over Siegfrieds mythe (zijn verwerving van de schat en de onzichtbaarheids-mantel, zijn gevecht met de draak en zijn [helaas nèt niet volledige] onkwetsbaarheid na het baden in het drakenbloed), terwijl dat in de film niet naverteld wordt maar expliciet getoond alvorens Siegfried aan het Boergondische hof verschijnt. Bovendien verdwijnt Brünhilde na de dood van Siegfried praktisch uit het gedicht, terwijl we in de film zien hoe ze bij Siegfrieds doodsbaar zelfmoord heeft gepleegd. Met Wagners Ring ben ik totaal onbekend, maar de verhaallijn daarvan volgt schijnbaar vooral de Scandinavische helden-epossen zoals de Völsunga-saga, de Edda en de Thidreksaga.
        Gezien via de (zoals altijd) superbe DVD-transfer van Eureka's Masters of Cinema, inclusief een geweldige geluidsband met de opnieuw opgenomen originele muziekscore van Gottfried Huppertz (vooral een verademing ten opzichte van de geluidsband met alleen maar een kale piano of een ouderwets zeurend orgeltje die je vaak bij Hollywood-silents krijgt) en een aardige documentaire over het filmen en later restaureren van Die Nibelungen. Helaas geen audiocommentaar van bijvoorbeeld David Kalat (die wel uitstekende audiocommentaren bij andere releases van zwijgende films van Lang en Murnau verzorgde).

Nice Guys, The (2016)

Ik was even bang dat dit een one joke movie over twee stuntelende Mr Beans in pseudo-hilarisch gedateerde fluorescerende kleding zou worden, maar gelukkig heeft de film ook nog een soort private eye-plot dat onze helden de gelegenheid geeft om hun onverwachte komische talenten ten toon te spreiden. De schurk is al vanaf halverwege het verhaal bekend, maar uiteindelijk zijn alleen de magnifieke mimiek, de perfecte timing en de duidelijke chemie van de twee hoofdrolspelers belangrijk. Lang maar steeds onderhoudend, met een verrassend ontroerend moment tussen Crowe en Goslings (uitstekend spelende) dochtertje in het maanlicht, en een ontwikkeling (de dood van Amelia) die ik niet zag aankomen. Veel gelachen, uitstekend vermaakt, jammer dat de film geen echt groot succes werd.

Night of the Demon (1957)

Alternatieve titel: Curse of the Demon

Leslie Halliwell (1929-1989) was een Engelse filmcriticus die mij dankzij zijn speelfilmgidsen (Halliwell's Filmgoer's Companion en Halliwell's Film Guide) en zijn enthousiaste boeken over twee filmgenres (The dead that walk en Double take and fade away) heeft geleerd hoe ik "oude" films moet kijken en vooral hoe die te waarderen. Achterin één van zijn boeken heeft hij een lijstje van zijn 100 favoriete films opgenomen, en uiteraard is het een erezaak voor mij om die honderd films allemaal te zien. Eén van die honderd (en overigens ook de op twee na recentste, hetgeen al iets zegt over zijn smaak) is Night of the demon.

Eind jaren 80 zag ik deze film voor het eerst. Het kan niet later zijn geweest, want in 1989 verhuisde ik uit het huis waarin ik deze film zag, en het kan ook niet eerder zijn geweest, want ik herinner me nog dat ik rechtop ging zitten toen ik de kreet van het medium Mr Meek (Reginald Beckwith) "It's in the trees! It's coming!" uit het titelnummer van Kate Bush's album Hounds of love uit 1985 herkende.

Maar wat was dat een teleurstelling: ik ging er toch een beetje van uit dat dit een ècht enge film zou zijn, met schrikeffecten en spookachtige verschijningen die me nog ècht angst zouden aanjagen – hetgeen helaas niet echt meer haalbaar is voor films van een dergelijke ouderdom, zoals me later duidelijk is geworden. (Nóg later werd me duidelijk dat er op die regel toch wel degelijk een paar uitzonderingen zijn, zoals bijvoorbeeld The haunting van Robert Wise uit 1963, maar dit terzijde.)

Ruim twintig jaar later was deze opnieuw op televisie, en omdat mijn smaak sindsdien toch wel behoorlijk veranderd is (en de invloed van Halliwell eigenlijk alleen maar groter is geworden) besloot ik de film een tweede kans te geven. Nu echter begreep ik dat dit het soort film was waarbij ik de plot (en de schrikmomenten) als ondergeschikt aan de sfeer, de setting, de "mood" moet beschouwen.

Essentieel voor het creëren van die sfeer zijn de fraaie zwart-wit-opnames. Let alleen al op dat begin, met de nog altijd imponerende mysterieuze Stonehenge-rotsblokken tegen die door de zwart-wit-fotografie zo onbegrijpelijk witte lucht, gevolgd door het sfeervolle middernachtelijke bos met de door de koplampen van de auto spookachtig-wit verlichte takken en stammen, contrasterend met de weelderig en warm ingerichte woonkamer waar Dr Karswell en zijn moeder zitten te kaarten… Zo brengt elk decor zijn eigen sfeer in: Holdens hotelkamer is eenvoudig maar ook warm en uitnodigend (zeker in contrast met de nachtelijke stad die we door de ramen zien), het British Museum is statig en uitnodigend, het Engelse platteland is warm en koesterend, en de romantische dinerzaal van Joanna wordt na verloop van tijd spookachtig of misschien door dat flakkerende haardvuur wel romantisch èn spookachtig tegelijkertijd. (Overigens vraag ik me af hoe Joanna zich haar stulpje kan veroorloven op het salaris van een “kindergarten teacher”. Of zat haar oom er warmpjes bij en heeft hij haar af en toe wat geld toegestopt?)

Dan weer het platteland, nu niet dat van het weelderige Lufford Hall maar een woestenij met de ongastvrije boerderij van de Hobarts, en daarna de sobere huiskamer van de rijtjeswoning waar de séance wordt gehouden… En dan de fraaie tocht van Holden door het bos – op de heenweg naar Lufford Hall nog gewoon een nachtelijke verzameling bomen, op de terugweg naar de auto een ontoegankelijke massa kreupelhout, struikgewas en laaghangende takken. Na het koude politiebureau vol ongeloof weer de vriendelijke hotelkamer met een lekker ontbijt in de ochtendzon… de schokkende zelfmoord van Rand Hobart in het klinische vergaderzaaltje… en tenslotte het briljante kat-en-muis-spel in de trein, met Karswell die begint als kat maar eindigt als muis, culminerend in het inzoomen op zijn gezicht wanneer hij zich realiseert dat Holden er in geslaagd is om het stuk perkament met de vloek aan hem terug te geven. Fantastische rol van Niall MacGinnis, met zijn uiterlijk (baardje, hoog voorhoofd, verveelde minzaamheid, prachtige stem) waar je al bijna de horentjes uit ziet groeien – hij slaagt erin om zelfs met een rode neus en een clownsgezicht nog eng te zijn, zelfs nog enger doordat hij dus kennelijk zelfs zonder enig uiterlijk vertoon nog indruk kan maken.

Maar centraal staat hier toch Dana Andrews. Halliwell signaleert zeer juist dat hij op middelbare leeftijd (hij is hier 48 jaar) enigszins harde en onbeweeglijke gelaatstrekken heeft gekregen, maar als sceptische wetenschapper c.q. ongelovige Thomas is hij hier toch zeer effectief. Naast hem glanst Peggy Cummins als de uiterlijk iet of wat hooghartige Joanna Harrington; of ze kan acteren weet ik niet, maar adembenemend mooi is ze zéker (met een vage echo van Tippi Hedren).

Al deze elementen –de beelden, het aantrekken of juist afstoten van de al dan niet "warme" lokaties, de vertolkingen van de akteurs, het beperkte en effectieve gebruik van muziek (en van het thema van de demon en het bijbehorende "roestig-piepende" geluid)– dragen bij aan de impact van een film die ik meer onderga als een beklemmende sfeerschets dan als een volbloed (maar inmiddels qua gruwel achterhaalde) horrorfilm. En tegenover die kwaliteiten kan ik de evidente minpunten gemakkelijk door de vingers zien: het feit dat de Indiase professor Kumar wordt gespeeld door een zeer Engelse akteur (maar zelfs bijna dertig jaar liet David Lean Alec Guinness nog iets gelijksoortigs doen in A passage to India), het pseudo-schilderachtig-rustieke Engels van de Hobarts (“Sit you.” – “We know what it were!” – “What be it to us what they want?”) en later van het medium ("Bonnie weather we're havin'!"), de slechte achtergrondprojectie als Andrews en Cummins na de afgebroken séance door de nachtelijke straten van Londen rijden (en wat moet die auto slingeren als je ziet hoe Cummins steeds maar aan het stuur zit te draaien!), en natuurlijk de demon bij de dood van Professor Harrington – niet erg overtuigend, zeker niet in close-up (maar ingevoegd op last van de studio, en voor het niet erg verwende bioscooppubliek van 1957 vermoedelijk nog behoorlijk eng).

Lees ik teveel in deze film? Mogelijk. De staat van dienst van de regisseur (onder meer drie klassieke horrorfilms voor Val Lewton [1942-3] en de ultieme film noir Out of the past [1947]) geeft echter aan dat het geen toeval zou zijn als deze film nog altijd indruk maakt.

 

Night of the Living Dead (1968)

Net als de originele Texas chainsaw massacre profiteert deze film van de rauwe beeldkwaliteit die het geheel een documentaire-achtige onsentimentaliteit meegeeft. Eigenlijk doet de film heel veel goed: de dialogen vloeien logisch uit de situatie voort met ter zake doende redeneringen die ergens op slaan, de muziek is effectief (ook al is hij dan public-domain en niet speciaal voor deze film geschreven), het sound-design is effectief, de interviews met wandelende experts en militairen ogen realistisch, er is geen humor of satire om de film een komische ondertoon mee te geven en zo de kijker wat op z'n gemak te stellen, en het zwartgallige sfeertje blijft tot en met het laatste shot onontkoombaar. Last but not least spelen de acteurs sterk, vooral Duane Jones als de welbespraakte (en knap ogende) Ben, Judith O'Dea als Barbra (realistisch in shock) en Karl Hardman als de heetgebakerde Harry Cooper die niet altijd de juiste keuzes maakt (wat zou hij met zijn plas doen daar in de kelder?). Maar ja, uiteindelijk blijft het toch een zombiefilm (en zelfs eentje die direct of indirect verantwoordelijk voor de hausse aan wandelende lijken met minimale motivatie die sindsdien de horrorcinema overspoeld hebben), en dat maakt deze film voor mij toch uiteindelijk eerder belangwekkend uit historisch oogpunt dan meeslepend qua entertainment value.

Night to Remember, A (1958)

Inmiddels staat A night to remember een beetje in de schaduw van die film waarin (zoals een criticus schreef) een vervelende ijsberg de romance tussen Jack en Rose verstoort, maar op zichzelf beschouwd is dit nog altijd een uitstekend en strak verteld epos. Kenneth More's Second Officer Lightoller is voor de kijker het voornaamste perspectief, maar ook met de andere personages kunnen we goed meeleven zonder dat het ergens larmoyant of manipulatief wordt, mede omdat er zeer weinig "sfeer-zettende" of dramatische muziek gebruikt wordt (en volgens mij zelfs dan pas tegen het einde). De incidentele archiefbeelden (de trein die door het landschap raast) en maquettes (de fatale ijsberg, het zinkende schip, de reddingssloepen die wegroeien, het dode kind dat evident een gewone pop is) halen mij helaas wel enigszins uit het verhaal, maar de scènes met paniek en de beelden van het schuivende interieur daarentegen ogen realistisch en werken nog steeds goed. (Gezien op de ITV-Blu-ray met veel extra's, waaronder een interessante documentaire uit 1993 van ongeveer een uur met onder andere de producent van de film en de auteur van het boek waarop deze film is gebaseerd.)

        Wat de acteurs betreft, Laurence Naismith is net zo geknipt voor de rol van de kapitein als Bernard Hill veertig jaar later, maar ook Ralph Michael als "card shark" Mr Yates (voorheen Rogers) is opmerkelijk effectief, zeker in zijn laatste momenten. Verder herkent natuurlijk iedereen Pussy Galore, maar Brix heeft hierboven ook al gewezen op het feit dat je in twee van de marconisten David McCallum (Ilya Kuryakin in The man from U.N.C.L.E.) en Geoffrey "Catweazle" Bayldon kunt herkennen. Nóg een verrassing : de bootsman die in een flits "Women and children up top!" komt zeggen (na 1:21:10 op mijn Blu-ray) herken ik aan zijn stem en zijn enorme kaaklijn als Mr Baines uit The Onedin line !

        Van de IMDb-trivia-pagina : "Contrary to some reports, Sean Connery did not appear in this film. The character he supposedly played was in fact played by Larry Taylor."

Night Train to Munich (1940)

Alternatieve titel: Night Train

Geschreven door hetzelfde team als The lady vanishes, met dezelfde hoofdrolspeelster en hetzelfde duo Englishmen abroad-bijrolspelers Basil Radford en Naunton Wayne. De hoge verwachtingen die ik had (één van de top-100-films van mijn favoriete filmcriticus Leslie Halliwell, en ook nog uit mijn favoriete filmperiode) worden niet helemaal waargemaakt, maar er valt toch genoeg te genieten, en Margaret Lockwood is niet alleen een goede actrice maar ook een feest voor de ogen. Aardig ook om Paul Henreid, voor de meeste mensen bekend als de 100% integere verzetsleider Viktor Laszlo uit Casablanca, hier te zien als sympathieke helpende hand die echter een perfide Nazi blijkt te zijn.
 

Nightmare Alley (2021)

Alternatieve titel: Nightmare Alley: Vision in Darkness and Light

Ik weet niet wat het is met deze film, maar hoe kleurrijk (zowel letterlijk als figuurlijk) de geschetste wereld ook is en hoe onafwendbaar de plot ook wordt voortgestuwd (en dat het niet goed met Stanton zal aflopen is al vanaf de eerste minuut voelbaar – zijn hoogmoed moet en zal voor de val komen), het blijft toch allemaal een beetje op afstand, alsof ik eerder naar een parabel dan naar een realistische of realistisch bedoelde film zit te kijken. Del Toro heeft een karrevracht aan goede en interessante acteurs voor de camera's gekregen, en het ziet er allemaal weer piekfijn uit, maar het blijft voor mij toch eerder een opvoering dan een verhaal, alsof ik de verteller de hele tijd in de coulissen voel staan. En het vervelende is dat je iets dergelijks ook over de Coens of Tarantino zou kunnen zeggen, maar bij hen kom ik er (meestal) wèl toe om zonder voorbehoud meegesleept te worden.

Nightwatch (1997)

Best aardig, hoewel ik op een gegeven moment wel uitgekeken was op het mortuarium, en de pijlen wijzen zó duidelijk in de richting van de éne verdachte dat ik automatisch met de ándere rekening ging houden (en terecht, naar later bleek – hoeveel origineler was het geweest als één der vriendinnetjes de dader was geweest?). Maar goed, het is allemaal niet verkeerd, Brolin haalt zeer effectief het bloed onder je nagels vandaan, en het is altijd leuk om toekomstige "sterren" in hun jonge jaren te zien. (Wat dat betreft is het trouwens merkwaardig dat John C. Reilly als Nolte's ondergeschikte collega geen vermelding bij de eindcredits krijgt – hij was toentertijd dan misschien nog wel niet zo heel erg bekend, maar zijn rol was toch redelijk groot, zeker als je ziet dat bijvoorbeeld de acteurs van de creeps in de kroeg wèl expliciet genoemd worden.)

No Country for Old Men (2007)

FlorisV schreef:
Beetje vaag vond ik wel waarom Woody Harrelson die koffer liet liggen.
Ik denk dat hij van plan was om die op te halen zodra het donker zou zijn, maar er kwam "iets" tussen.

Puur bij toeval las ik dit boek zodra de Nederlandse vertaling verscheen, en ik was er zódanig van onder de indruk dat ik meteen het Amerikaanse origineel bestelde. Toen ik later hoorde dat het verfilmd zou worden was mijn eerste reactie: o jee, als ze maar niet Tommy Lee Jones als de sheriff casten, dat ligt té zeer voor de hand, het is bijna typecasting. Maar nu ik de film inmiddels een aantal malen heb gezien moet ik bekennen dat Jones het wel héél erg goed doet, en voor Javier Bardem geldt natuurlijk hetzelfde (filmcriticus James Berardinelli noemt hem "probably the most compelling screen villain since Anthony Hopkins brought Hannibal Lecter to life in The silence of the lambs"). Toch is Josh Brolin voor mij de ware openbaring van de film, zowel qua spel als qua carrièrezet, want het momentum van deze hoofdrol heeft hij met beide handen aangegrepen en daarna bijna alleen maar sterke rollen in belangrijke films gespeeld in plaats van daarna weer in de vergeteldheid te verzinken zoals andere veelbelovende hoofdrolspelers helaas is overkomen.
        Maar de cast vormt natuurlijk maar één aspect van de film – misschien kun je de drie hoofdpersonen nog het beste beschouwen als drie pionnen op het speelbord van een spel waarvan niemand precies de regels kent maar waarvan sheriff Ed Tom Bell beseft dat het hem (en de hele maatschappij) boven het hoofd gaat groeien. Prachtig geacteerd, strak gemonteerd, spaarzaam gebruik van muziek waardoor de spanning steeds groter wordt (bijvoorbeeld wanneer Moss met zijn geweer in de aanslag op zijn hotelkamer op Chigurh zit te wachten), en over de hele film een waas van onafwendbaar onheil. Niet een film om vrolijk van te worden, maar compromisloos gemaakt en met een einde dat weigert zich aan welke happy-end-norm dan ook te conformeren.

No Good Deed (2002)

Alternatieve titel: The House on Turk Street

Een oudgediende regisseur verfilmt een jaren-20-verhaal van een klassiek auteur met diverse traditionele noir-types (het brein van de bende, de psychopaat, de femme fatale) en komt er dankzij de acteurs nog mee weg ook. Jackson speelt koel en degelijk, Skarsgård doet misschien iets te veel z'n best, Hutchison heb ik sinds The green mile nooit meer vertrouwd, en Jovovich is zeer overtuigend als verleidster die het met zo ongeveer iedereen aanlegt – haar scène met Jackson en de cello zou onbedoeld hilarisch kunnen zijn, maar kwam op mij toch bijzonder erotisch over. (Maar Mrs Thornhill speelt dan ook eveneens cello.)

No Name on the Bullet (1959)

Ha, ik was de clou (de identiteit van het beoogde slachtoffer) al weer helemaal vergeten, dus deze film was weer onverminderd spannend en boeiend, met in ieder geval minstens één nagelbijtscène wanneer de dronken Lou Fraden het in de saloon tegen John Gant meent te kunnen opnemen.

        Iets dat niemand hier nog genoemd heeft: de muziek van de mij verder onbekende Herman Stein. Meestal valt filmmuziek mij alleen op ófwel bij extreem pakkende titelmuziek (The magnificent seven) ófwel bij nadrukkelijke "leitmotiven" (The Lord of the Rings) ófwel wanneer de componist een heel eigen vocabulaire lijkt te hebben (zoals Bernard Herrmann). Bij No name on the bullet is van geen van deze gevallen sprake, maar wat Stein wel heel efficiënt doet is met traditionele middelen een enigszins onbehaaglijke sfeer creëren, hetgeen de regisseur enorm helpt bij het schetsen van de paranoia in het stadje èn van het opbouwen van het mysterie rondom John Gant. En bij voornoemde scène in de bar draagt de muziek aan de beklemming bij door – te zwijgen.

        Ik citeer mr rumson maar: van films als deze kan ik alleen maar zeggen: "wat is de western toch een fantastisch genre."

No Time to Die (2021)

Van Daniel Craig ben ik nooit een fan geweest, maar dit is toch een mooie film om zijn carrière als 007 mee af te sluiten. Een goed plot, sterke actiescènes, en uitstekende bijrollen voor Lashana Lynch als kick-ass-sidekick, Christophe Waltz die een uitstekende revanche krijgt voor de (buiten zijn schuld om) niet erg indrukwekkende schurk die hij in Spectre moest neerzetten, en Ana de Armas in een kort maar spectaculair optreden. Zelfs Rami Malek doet het prima, hoewel ik van tevoren bang was dat hij te lichtgewicht zou zijn als schurk. Niet alle Bonds bevallen me even goed als ik er in de bioscoop goed geld voor heb moeten neerleggen, maar No time to die was 2½ uur topamusement.

Noah (2014)

Onwillekeurig drong zich bij mij tijdens het kijken een heilige drie-eenheid van vragen op : wie zag hierin genoeg perspectief om 125 miljoen dollar te investeren, wie betaalden er allemaal geld om dit te zien (uiteindelijk genoeg mensen om 362 miljoen dollar in het laatje te brengen), en had niemand Aronofsky er nou op kunnen wijzen dat zijn gevallen engelen niet alleen op Transformers maar ook nog op de "stone-giants" uit het eerste deel van de Hobbit-trilogie lijken? Visueel ziet het er mooi en apart uit, en Crowe speelt zijn personage overtuigend, maar verder vind ik dit helemaal niks, en dat zeg ik niet als atheïst (hetgeen ik ben) maar als filmliefhebber die dit noch als historisch epos noch als fantasy epic noch als mix van beide genres noch als Bijbelverhaal noch als wat dan ook goed, interessant of boeiend vindt.

Nobody (2021)

En hoe scoort dit op de glijdende Deathwish-schaal, met de flauwekul van John Wick aan het ene uiteinde en het serieuze History of violence aan het andere? Wel, Hutch is een vriendelijke huisvader met een opstandige puberzoon, en zijn familie wordt bedreigd, dus dat is een sympathiek uitgangspunt, en dat hij op de bus ook zelf stevig wordt toegetakeld neemt me voor de filmmakers in, maar daarna gaat de film bergafwaarts en schuift de naald van de Deathwish-o-meter langzaam maar zeker in de richting van het Keavu-actiespektakel, en bij de climax in wat inmiddels Hutch' eigen fabriek is geworden slaat de verveling toe. Leuke acrobatiek en veel inventieve manieren om iemand om zeep te helpen, maar (zoals hier al eerder is gezegd) er staat niets op het spel, het wordt nergens spannend en Hutch is uiteindelijk ongeveer net zo onkwetsbaar als een stripheld. Aardige vertolkingen redden wat er te redden valt, en Connie Nielsen is om óp te eten, maar uiteindelijk is dit toch een doorsnee-wraakfilm waarvan ik vanwege de tegendraadse casting van de hoofdrolspeler toch meer had verwacht. (Maar misschien moet ik ook wel gewoon blij zijn dat de regisseur ditmaal heeft afgezien van zijn Hardcore Henry-excessen.)