- Home
- Roger Thornhill
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
D.O.A. (1950)
Frank Bigelow: "I want to report a murder."
Homicide Captain: "Who was murdered?"
Bigelow: "I was."
Kijk, dát is nog eens een begin. Ik heb deze een tijdje links laten liggen omdat ik aan de remake uit 1988 zulke matige herinneringen had, maar dit is toch wel een uitstekende noir waarvan de hectiek en de gebruikelijke onbetrouwbaarheid van zo ongeveer alle personages een mooie pendant vinden in de paniek van de steeds verder aftakelende Bigelow. En zoals Poisonthewell in het allereerste bericht bij deze film al stelt is het goed dat er geen geforceerd happy end aan is geplakt. Uitstekende hoofdrol van Edmond O'Brien.
D.O.A. (1988)
Ik herinnerde me dit als een matige remake van het uitstekende origineel uit 1949, maar bij herziening valt hij toch alleszins mee. Aardig gespeeld (ik heb altijd wel een zwak voor Dennis Quaid gehad), mooie onduidelijkheid over de identiteit en de motivatie van de dader, een behoorlijk tempo, aardige visuals, een sterke scène bij de teerput, en een einde dat gelukkig geen "cop-out" (miraculeus antivirus o.i.d.) is, want hoewel we Quaid niet zien sterven (zoals Edmond O'Brien 40 jaar eerder wèl) mogen we er aan de hand van de manier waarop hij in zwart-wit de focus uitwandelt wel van uitgaan dat zijn uren geteld zijn en blijven). Mooi gebruik van Don't bang the drum van de Waterboys. De regisseurs zijn een echtpaar, en de vrouwelijke helft daarvan liet de muziek verzorgen door haar broer die vooral bekend werd als één van Ian Dury's Blockheads.
Dagen zonder Lief (2007)
Tijdje laten bezinken... maar ook een weekje later draagt mijn gezicht nog altijd een glimlach bij de herinnering aan deze film. De centrale thematiek van een vriendengroep die uit elkaar groeit en waarvan de leden al dan niet zoeken naar wat ze nog gemeenschappelijk hebben is niet nieuw (I vitelloni, The big chill, Return of the Secaucus 7, Peter's friends, About Alex, Beautiful girls, ...), maar wanneer het fris wordt gedaan, met pakkende hoofdrolspelers en de juiste mix van gravitas en onderkoelde humor (zoals hier) blijft het toch een emotionele ervaring. En dat zegt iemand die niet als twintiger in zo'n jeugdige vriendengroep zit, en die ook niet als dertiger met bitterzoete gevoelens op zulke vriendschappen terugkijkt – maar het zoeken naar je eigen plaats en het bepalen van je verhouding ten opzichte van andere mensen is nu eenmaal iets van alle tijden.
Dallas Buyers Club (2013)
Ik begon hier toch wel met enig wantrouwen aan : zodra de eerste foto's van een extreem vermagerde McConaughey naar buiten kwamen "wist" ik al dat dit hem bij de Oscars op z'n minst een nominatie zou gaan opleveren, en in combinatie met zijn pogingen om een imago-switch te maken kon ik het niet nalaten om hem van effectbejag te verdenken. Al na een paar minuten was ik echter helemaal om en vergat ik zelfs bijna dat ik naar McConaughey zat te kijken, zodanig was hij verdwenen in zijn rol (hioewel dat eeuwige Texaanse accent van hem me nog altijd soms op de zenuwen werkt, maar ja, dat kun je hem bij déze rol moeilijk verwijten). Het verhaal lijkt voorspelbaar volgens het de-eenling-versus-het-systeem-principe, maar speelt zich toch onder dergelijke levensbedreigende omstandigheden en met zulke maatschappelijke urgentie af dat de hele film tot de laatste snik boeiend blijft, mede vanwege de prachtige rol van Jared Leto (die nog extra diepte krijgt door het schrijnende bezoek dat hij aan zijn vader brengt). Twee terechte Oscars, hoewel ik me bij die van Leto onwillekeurig afvroeg waarom de Academy indertijd geen aandacht had geschonken aan een andere rol waar déze me steeds aan deed denken, die van Philip Seymour Hoffman in Flawless (1999). Al met al een prachtige film. Humor: toen Adruitha Lee en Robin Mathews hiervoor de Oscars voor de Best Achievement in Makeup and Hairstyling ontvingen kostten die beeldjes vermoedelijk (veel) meer dan hun budget voor de film: dat was namelijk maar liefst 250 dollar...
Dam Busters, The (1955)
Alternatieve titel: The Dambusters
Dit blijft een indrukwekkende en spannende film die enkel wat te lijden heeft van de matige FX (de overgeschilderde bommen op het water in het begin, het Duitse afweergeschut, de exploderende dammen, de locomotief die in de loop van het water terecht komt). De opbouw is rustig maar nergens saai, waarbij het heen en weer springen tussen de voorbereidingen van Wallis en Gibson voor effectieve afwisseling zorgt, en de kalme thuiskomst van de overlevenden en de stille afwezigheid van de vermisten en gesneuvelden is aangrijpend: "Aren't you going to turn in, Gibby?" "No, I... I have to write some letters first." Uitstekende onderkoelde acteerprestaties in de beste Engelse traditie, met de afwezigheid van liefdesperikelen als extra pluspunt; vooral Redgrave is sterk als twijfelende maar gelukkig nèt niet clichématig-verstrooide professor. Klein rolletje voor Robert Shaw, zéér klein rolletje voor Patrick McGoohan.
Dames 4 (2015)
Alternatieve titel: No Babies on the Field
"Zowel regisseur Trouwborst als actrice van Lunteren zijn om in de gaten houden", schrijft IcU hierboven, maar grappig genoeg heb ik Trouwborst niet via deze film ontdekt maar ben ik Dames 4 juist gaan kijken omdat ik zijn latere Captain Nova zo'n leuke film vond. Even grappig is dat IcU ook Aanmodderfakker noemt, want aan het personage van de onvolprezen Gijs Nber moest ik ook al denken, zij het dat Wyne wat uitgesprokener is en regelmatig ook wel wat directer (arme Frans Fris!). Beide films spelen in op de herkenbaarheid van het niet precies weten wat je met je leven aanmoet, en daar heb ik wel affiniteit mee, zij het niet zozeer met die besluiteloosheid alswel met het non-conformisme van het gekozen pad. Maar ook los van die herkenbaarheid vind ik dit een heerlijke film, met een prima "gewone" hoofdrol van Hannah van Lunteren (ook al sterk in het al genoemde Captain Nova), een hilarische bijrol van Raven van Dorst die moeiteloos elke scène steelt waarin ze verschijnt, een levendige en warme algemene sfeer, en erg grappige dialogen en (zoals gezegd) een mooie moraal uit de pen van Lotte Tabbers. Enige minpuntje: zodra een bekend gezicht als dat van Henry van Loon verschijnt wéét je als ervaren filmkijker al dat dát degene is die Wyne uit haar vertwijfeling zal verlossen – en dan komt hun bedscène… geweldig.
Damned United, The (2009)
Wat een leuke film, met een geweldige Sheen en ook verder een prima cast. Ook één van de weinige sportfilms (als het dat al is) die niet met een positieve climax (winnen of kampioenschap) eindigen, hoewel je nog wel een goed gevoel kan overhouden aan wat er na de laatste beelden over Cloughs latere (enorme) successen met Nottingham Forest wordt verteld.
Dances with Wolves (1990)
Al die jaren aan me voorbij laten gaan vanwege de enorme lengte, en nu ik hem dan eindelijk gezien heb was dat nota bene via de Director's Cut van 224 minuten, maar ik heb me eigenlijk geen seconde verveeld. Ja, de film duurde lang, maar er is eigenlijk geen enkele scène waarvan ik vond dat hij er eigenlijk wel uit had gekund. Uitstekend spel van vooral Graham Greene, veel cliché's vermeden (geen wreedheden, geen initiatie-rituelen, genuanceerde echtelijke relaties, humor binnen de stam, kinderen die het gewone kindergekibbel hebben), prachtige opnames (maar dat is niet eens zo moeilijk met zulke prachtige ongerepte natuur), en geen opgelegd happy-end. Enige minpunt vind ik de muziek, vaak overdadig en erg sturend, maar gezien de populariteit van John Barry's score ben ik daarin geloof ik de enige. Al met al toch een indrukwekkende ervaring.
Daredevil (2003)
Indertijd vond ik dit best een leuke film, maar nu ik hem herzie vraag ik me af waaróm : het titelpersonage is vrij kleurloos, zijn handicap / superkracht hangt er maar zo'n beetje bij (als je ziet wat hij mèt zijn blindheid allemaal voor elkaar krijgt, kan ik me niet voorstellen dat hij daarzónder een nóg betere vechter zou zijn, en hoe hangt zijn Spiderman-achtige gezweef door het luchtruim daar eigenlijk mee samen?), Jennifer Garner is niet half zo mooi als Jon Favreau schijnt te denken, de plot is niet erg dwingend, en twee climactische eindgevechten op rij is er ééntje te veel. Affleck doet z'n best en stelt niet teleur wat mij betreft, de scène in de speeltuin is erg leuk, en visueel is de film zeker in orde, maar daar houdt het wel mee op.
Dark Knight Rises, The (2012)
Alternatieve titel: T.D.K.R.
Wanneer wordt vermaak kunst? Als alle ambachtelijke elementen op uitzonderlijk hoog niveau uitgewerkt en verfijnd zijn: meerdere personages die allemaal een eigen identiteit krijgen, plotstrengen die allemaal op een logische manier afgewikkeld worden en die tegen het einde steeds strakker in elkaar gevlochten worden (Batman vs Bane, Blake organiseert vlucht, Gordon zoekt truck, Selina forceert opening bij tunnel, de agenten vechten tegen de huurlingen, en wat doet Miranda?), motieven en verhaalgegevens die in de loop van het (complexe) verhaal op de juiste manier en in een ander perspectief nogmaals aangestipt worden, en het gevoel van een meesterhand die alle onderdelen op de juiste manier gerangschikt heeft en vervolgens geheel en al uit zijn eigen produktie is verdwenen zodat de film als een onafwendbare rollercoaster op het uiterst bevredigende slot afdendert, de kijker (mij) in ademloze bewondering achterlatend. Wanneer dat allemaal klopt, wanneer ik in een kleine jubelstemming achterblijf omdat ik eindelijk weer eens een film heb gezien die in de loop van het verhaal steeds hogere verwachtingen wekt en die al die verwachtingen ook nog eens op haast achteloze wijze inlost, ja, dan waag ik het te spreken van een actiefilm die zó goed gemaakt is dat hij zijn genre overstijgt en zo –mag ik het woord gebruiken?– kunst wordt.
Daarnaast een opmerkelijke film omdat hij een verstikkende en noch bij actiefilms noch bij superheldenfilms gangbare neerslachtigheid in de hand werkt, vanwege de onverzettelijkheid en meedogenloosheid van de bijzonder lugubere Bane en diens afzichtelijke plannen, die in feite de chaos waar de Joker in de vorige film naar streefde in de praktijk brengen. Daartegenover ook mooie emotionele pay-offs voor Gordon, Blake, Bruce, Selina (met parelketting) en vooral Alfred.
Tenslotte zijn er nog twee meesterlijke rollen het vermelden waard. Tom Hardy loopt vrijwel de hele film met zijn belangrijkste “asset” als acteur –zijn gezicht– verborgen achter een gruwelijk masker, maar compenseert dat moeiteloos met zijn kolossale lichaam, zijn ogen en de briljante minzame intonatie van zijn stem (hij noemt zelf Richard Burton en bare knuckle fighter Bartley Gorman als inspiraties). Bijna net zo indrukwekkend (maar dan op een andere manier) is Anne Hathaway als Selina Kyle – mooi, elegant vechtend, uitstekend met de one-liners, ontroerend wanneer ze tegen Blake zegt niet te weten of Bruce is vermoord, hilarisch wanneer ze “spontaan” hysterisch begint te krijsen in de bar, en uiterst sexy (kostuumontwerpster Lindy Hemming meent dat “Catwoman hasn’t got a sexual cat-suit, but she’s got a practical cat-suit”, maar zelf zie ik dat toch enigszins anders).
Een titanisch einde van een overdonderende trilogie.
Dark Knight, The (2008)
(Dit bericht is één grote spoiler, dus als je de film nog niet hebt gezien, laat dan je kijkplezier niet door dit bericht bederven en sla het over!) Een indrukwekkende, overdonderende, alles omver blazende gigant van een film, met een centrale rol voor een personage dat in alles Batmans tegenvoeter en tegelijk zijn spiegel is: "You complete me!" Heath Ledger brengt een ongrijpbare Joker tot leven en glorieert in magnifieke scènes met Batman (tijdens zijn ondervraging in de gevangenis) en Harvey Dent (in het ziekenhuis): "Do I really look like a guy with a plan? Do you know what I am? I am a dog chasing cars – I wouldn't know what to do with one if I caught it! You know? I just do things.” Minstens even imponerend is Nolans gave om enerzijds fysiek spectaculaire en anderzijds emotioneel dramatische situaties op het scherm te toveren : de bankoverval, de Joker die bij de vergadering van bendeleiders binnenvalt, het spektakelstuk van de aanval op het transport van Harvey Dent, de gevangene die in de cel wordt opgeblazen, de “omgedraaide” keuze tussen het redden van Harvey of Rachel, het opblazen van het ziekenhuis, het morele dilemma op de veerboten, Harvey die Gordon een “Sophie’s choice” biedt, en de gevangenen die als clowns / schurken zijn verkleed. Vaak creëert de Joker daarbij een soort omgedraaide wereld : bij de bankoverval legt hij niet de gijzelaars maar zijn eigen bendeleden om, op het adres waar Rachel zich zou moeten bevinden is Harvey en omgekeerd, Batman wordt gedwongen om de man die zijn identiteit wil onthullen te beschermen, de passagiers op de veerboten moeten overwegen om andermans leven te nemen om dat van henzelf te redden zonder te weten of dat wel nodig is, de "Sophie's choice", en in het Prewitt-building zijn de gijzelaars als clowns/schurken verkleed en omgekeerd. Al die extreme situaties verweeft Nolan tot verschillende verhaalstrengen die als in een DNA-helix om elkaar heen draaien met een minimum aan saaie momenten en een maximum aan betrokkenheid van de kijker die nog versterkt wordt door de realistische settings en de "bestaanbare" personages. Ik kan niet uitdrukken hoezeer ik van deze film onder de indruk ben, en dan moet het nóg duisterder slotdeel van dit drieluik nog komen.
Dark Passage (1947)
Een verhaal dat eigenlijk van de onwaarschijnlijkheden, toevalligheden en ongeloofwaardigheden aan elkaar hangt wordt gered door goed acteerwerk van de beide leads, geweldige bijrollen die stuk voor stuk tegen het bizarre aanleunen zonder ooit echt over-the-top te gaan, prachtig camerawerk, een sfeervolle setting, en als hoogtepunt een onverwacht erotische scène tussen Bogart en Agnes Moorehead, die toch niet de meest sensuele actrice van Hollywood was maar hier door betekenisvolle blikken en suggestieve gebaren (de manier waarop ze eerst voor Bogart knielt en daarna opeens zijn horloge streelt!) een opmerkelijke zwoelheid aan het toch al beladen moment toevoegt. Een vrij unieke kijkervaring, op de Classic Cinema Collection-DVD van Living Colour fraai gepresenteerd in een meer dan voortreffelijke transfer en een korte (11 minuten) maar informatieve en niet onkritische documentaire.
Dark Shadows (2012)
Tja, wat moet ik hier nou weer over zeggen? Vintage Burton, met een prachtige verzorgde set design, een goed afgewikkeld verhaal, een achterlijke hoeveelheid sterren in rolletjes die soms maar één of twee minuten duren, Johnny Depp in een gebruikelijke bizarre Johnny Depp-rol, vriendelijke humor die zich concentreert op Barnabas die niets van de moderne tijd begrijpt, diverse appetijtelijke dames (hoe kan Barnabas in godsnaam níét voor Eva Green kiezen?!), en natuurlijk weer de volle romantische klanken van Danny Elfman op de geluidsband. Maar wie Burton volgt heeft alle bizarreriën al eens in zijn eerdere films gezien en kijkt er nu niet meer van op (neem ik aan), en wat er dan overblijft is een aardig maar niet bijzonder dwingend plot culminerend in een climactisch gevecht dat in al z'n spectaculaire FX-glorie veel te lang duurt en totaal nergens over gaat. Eva Green is geweldig, Bonham Carter heeft het leukste personage, en de cameo van Alice Cooper met twee van zijn nummers uit de jaren 70 is een klein feestje (waarom zien we Carolyns reactie daarop niet?), maar daar is dan ook wel alles mee gezegd. Geweldige Burton-horror-camp-sfeer-pastiche, maar ik wil inmiddels wel weer eens wat fris en bijtends van hem.
Dark Tower, The (2017)
Alternatieve titel: De Donkere Toren
Zoals ik wel vaker merk bij fantasy-, SF- of superheldenfilms is de eerste helft het leukste, dankzij het introduceren van de held, het schetsen van de gefantaseerde situatie en het onthullen wat het probleem (en/of wie de vijand) is. En wanneer daarna bij het uitrollen van de plot blijkt dat de meeste intrigerende elementen al zijn gebruikt (en dus ópgebruikt) blijft er nog maar weinig over waar je je tanden in kan zetten. Elba en McConaughey zijn altijd leuk om naar te kijken, maar daarmee is alles dan ook wel zo'n beetje gezegd, en de scène waarin Elba tientallen aanvallers overhoop schiet zonder zelf serieus geraakt te worden is werkelijk te flauw voor woorden. En dan geloof ik dat ik ook nog blij moet zijn dat ik de uitgebreide romancyclus van Stephen King nooit heb gelezen, want ik kan me goed voorstellen dat ik in dat geval deze extreem simpele verfilming echt totaal belabberd zou hebben gevonden.
Dark Waters (2019)
Een tien voor de intentie, maar helaas ook een tien voor de voorspelbaarheid: het onbenaderbare grootconcern, de eigen bazen die op de hoofdpersoon gaan leunen, het thuisfront dat moeilijk doet, de sjofele huizen die getuigen van armoede (en het contrast met het kristallen servies bij de advocaat thuis), de norse en achterdochtige plattelands- en dorpsbewoners – het is er allemaal, en het is allemaal zó weinig verrassend en het laat allemaal zó weinig aan de fantasie van de kijker over dat de goede bedoelingen helaas niet opwegen tegen de verveling. (Ik moest trouwens regelmatig aan A civil action denken, ook zo'n film over een idealistische en dus sympathieke eenling die het tegen het systeem opneemt, en eveneens niet erg geslaagd in mijn ogen. En het is natuurlijk een beetje tegenstrijdig om enerzijds te klagen over de voorspelbaarheid en anderzijds toch spoiler-tags bij die voorspelbare verhaalelementen te zetten, maar ik wil andermans voorpret niet al bij voorbaat verpesten.)
Darkest Hour (2017)
Alle ruimte voor Gary Oldman om Churchill met al z'n karakteristieke stijfhoofdigheid, drankgebruik en welsprekendheid op indrukwekkende wijze neer te zetten, met een supporting cast die naast hem een beetje verbleekt (met uitzondering van Kristin Scott-Thomas en Ben Mendelsohn, die niet toevallig ook personages spelen die niet bang zijn om hem van repliek te dienen). Bovendien over een essentiële periode in de Tweede Wereldoorlog, en hoewel we ook al weten dat Churchill gewoon aan de macht is gebleven is het toch ook spannend om te zien hoe hij de weerstand van tegenstanders èn partijgenoten uiteindelijk overwon... en toch kon de film me niet helemaal bekoren. Misschien omdat Oldman niet een favoriete acteur van mij is, misschien omdat de behandelde periode te kort is en daardoor in het grotere geheel van '40-'45 te weinig gewicht in de schaal legt, misschien omdat de film toch een beetje een hagiografie is, maar ik was hoe dan ook na afloop net iets minder onder de indruk dan ik vooraf had gedacht.
Dave (1993)
De formule lijkt zo simpel: een sterk plot, goed uitgewerkt en met amusante dialogen, subtiel werk van een regisseur on a roll, een paar sterke bijrollen (de uiterst onaangename Langella, de uitdrukkingsloze brombeer Rhames (die laatste close-up!), de prachtig nerveuze Grodin), een paar sterke scènes (Dave die met zijn speech en zijn lichaamstaal de twee adviseurs overtuigt, het presidentiële echtpaar als imitatoren), en een elegante afwikkeling van het dilemma hoe Dave zonder "gezichtsverlies" het Oval Office kan verlaten. Wat deze film echter van degelijk vakwek tot een bovengemiddeld sterke komedie verheft is de meesterlijke vertolking van Kevin Kline, eerst schuchter, later zelfverzekerd en tenslotte met genoeg zelfvertrouwen om de grote verdwijntruc tot in perfectie uit te voeren – eigenlijk is dit hélemaal zijn film. Enige minpuntje is die verschrikkelijke Amerikaanse televisiefilm-feel-good-Kerstmuziek, maar daar kijken (luisteren) we dan maar overheen.
David Bowie: Finding Fame (2019)
Zeker een leuke documentaire, en leuk om oude en nieuwe, bekende en onbekende gezichten te zien, met name leden van bandjes waar "Davey Jones" in de jaren 60 bij speelde, zoals The Lower Third, The Buzz en The Riot Squad. Al die vroege nummers uit zijn Deram-tijd hebben qua muziek niet veel met Ziggy Stardust te maken, maar tekstueel vallen er al sommige van zijn latere invalshoeken in te bespeuren (de buitenstaander, eenzaamheid, schizofrenie, paranoia, zwoele erotiek – Whately gaat hier helaas niet zo diep op in), en dat maakt dit portret des te intrigerender.
David Bowie: Five Years (2013)
Alternatieve titel: David Bowie - Five Years
Sorry, Carlos Alomar!
Fascinerende documentaire met als hoofdmoot een decennium van een artiest dat zowel qua vruchtbaarheid als qua variatie nauwelijks z'n gelijke kent. Jammer dat de keuze enigszins voorspelbaar is en dat het Scary monsters-hoofdstuk niet is ingewisseld voor iets van ná 1983, bijvoorbeeld de Tin Machine-periode of 1. Outside, maar met wat er nu is kan ik ook zeer goed leven. Leuk dat zoveel betrokkenen voor de camera wilden verschijnen, met als hoogtepunt Salomars, sorry, Alomars licks die de bouwstenen voor Fame opleveren. "And I put an F in front of it and that was it, really!"
David Bowie: The Last Five Years (2017)
Veel van de beelden komen me bekend voor, met name die in de oefenruimte met Zachary Alford, Gail Ann Dorsey en de twee gitaristen, alsmede de fragmenten met Maria Schneider en de band van Donny McCaslin, net zoals ook nu weer Tony Visconti en Earl Slick en Carlos Alomar aan het woord komen – vermoedelijk heb ik die beelden en die mensen in eerdere documentaires over Bowie van deze regisseur gezien, want Whately heeft inmiddels een aardige visuele bibliotheek over Bowie gecreëerd. Maakt verder niet uit, want het verhaal is boeiend genoeg en de muziek op de twee albums waar het hier over gaat blijft sterk. Ook na de zorgvuldig geregisseerde geheimhouding rondom zijn aftakeling en dood blijft Bowie ongrijpbaar, maar zijn muziek staat fier overeind, en deze docu werpt op boeiende wijze licht op het scheppingsproces daarvan, althans voor zover Bowie zelf de details daarvan met zijn medewerkers heeft gedeeld – ergens helemáál zeker van zijn kun je bij Bowie nooit.
David Brent: Life on the Road (2016)
Een aardig vervolg op The office dat verder vrij weinig nieuws biedt : David Brent is nog altijd half zielig en half onuitstaanbaar, en zijn pogingen om een rockster te worden monden uit in het te verwachten succes. Zijn personage blijft sterk en de teksten van de liedjes zijn vaak heerlijk tenenkrommend (over een weeskind dat over de Kerstman droomt : "Although you'll never see him, he's not just in your mind / It's not that he's invisible, it's because you're going blind"), maar wat de film een beetje doodslaat is dat in de tussendoor gemonteerde interviews de bandleden van Foregone Conclusion in hun ongezouten meningen meteen al het (veronderstelde) oordeel van de kijker weergeven, met als tweeërlei ongewenst gevolg dat ik me als kijker niet helemaal serieus genomen voel (want waarom moet eigenlijk nog worden uitgelegd hoe gênant Brents gedrag is?) èn dat elke grap feitelijk twee keer wordt gemaakt, één maal "live" en één maal in het commentaar. Overigens zijn de nummers zelf qua muziek vaak clichématig maar toch best aardig, en het is leuk dat Brent op het einde een eigen "moment" van sympathie en contact krijgt (net als bij het personeelsfeestje van The office). Al met al onderhoudend en grappig, maar door het "herhalingsrecept" en vanwege die dubbelop-interviews toch ook een beetje teleurstellend. De officiële video voor David Brents Lady gypsy op YouTube is feitelijk even geestig in 200 seconden.
Day after Tomorrow, The (2004)
Met afstand mijn favoriete moderne rampenfilm. Alles draait om de visuele effecten, en die zijn niet allemaal goed (het Antarctische ijslandschap met ijsbergen aan het begin oogt gewoon niet ècht, en die CG-wolven zien er uiterst belabberd uit), maar de meeste wel, en áls ze dan goed zijn zijn ze meteen ook bijzonder indrukwekkend: de reporter die door het billboard van straat wordt geveegd, de schoonmaker die ziet hoe de hele zijkant van zijn gebouw blijkt te zijn weggeslagen, de "wall of water", en de Russische tanker die door de straten van New York drijft. De eerste helft hiervan is een uitstekende rampenprent die zich in hoog tempo afspeelt en een aardige ecologische boodschap heeft voor wie zich niet stoort aan het idee van de absurde tijdsverdichting, de tweede helft is enigszins ridicuul met die dwaze tocht van Jack ("I have to do this!") en zijn medewerkers naar New York, maar toont zo wel mooi en op navoelbare wijze de bevroren toekomst, dus ook die plotlijn kan ik wel billijken (en bovendien, als het mijn éígen kind was dat daar zo zat... maar dan zou ik natuurlijk wel ook de beschikking over zulke arctic gear moeten hebben, èn twee vrienden die zomaar samen met en voor mij hun leven op het spel willen zetten). Kersen op de ijstaart zijn de ontroerende rol van Ian Holm (Jack: “Professor, it’s time you got out of there.” Rapson: “I’m afraid that time has come and gone, my friend.”) en de aardige "reversal of fortune" ten opzichte van Mexico, en Dennis Quaid is een acteur die ik wel graag zie en die prima in deze rol past. Kortom, zoals Roger Ebert zijn recensie afsluit, "The day after tomorrow is ridiculous, yes, but sublimely ridiculous – and the special effects are stupendous."
Day of the Jackal, The (1973)
Wat maakt deze film zo apart? Het feit dat we niet alleen twee personages aan verschillende kanten van de wet volgen maar ook met hen beiden meeleven, misschien minder een zeldzaamheid in bijvoorbeeld de Franse cinema (ik denk aan Melville) dan in Hollywood (met Heat als beroemde uitzondering). Het bizarre is dat de Jakhals (perfect onderkoeld gespeeld door Edward Fox zonder storende maniertjes) een amorele huurmoordenaar is, maar dat ik me toch met hem identificeer omdat er zoveel dingen in zijn voordeel spreken : zijn efficiëntie, zijn koelbloedigheid, zijn expertise, zijn charme, zijn inventiviteit, zijn vermogen om te improviseren, en natuurlijk de romantiek van zijn queeste als eenling op een schier onmogelijke missie tegen de gehele Franse politiemacht.
Het gevolg hiervan is dat ik sympathie voor hem opvat en wil dat hij slaagt, en als hij op het einde zijn slachtoffer op de korrel heeft voel ik dat hij in feite ook al is geslaagd en dat alleen stom toeval nog voor een mislukking zou kunnen zorgen. Dat hij nu wordt gedood voordat hij in staat is om De Gaulle te doden is nou precies wat de kijker de unieke gelegenheid geeft om van twee walletjes te eten, of zoals de Engelsen zo mooi zeggen "to have your cake and eat it too", hetgeen natuurlijk emotioneel enorm bevredigend is. Op het einde van de film overwint de rechtvaardigheid immers (want de meedogenloze moordenaar wordt gedood), maar aan de andere kant heeft de eigenlijke held een morele overwinning geboekt (want alleen stom toeval, die bijna goddelijke macht die De Gaulle toevallig laat bukken, is in staat gebleken om zijn briljante plannen te laten mislukken – althans, dat dacht ik vroeger, maar sinds ik het boek heb gelezen weet ik dat de Jakhals mist omdat hij niet op de hoogte is van "the traditional kiss of congratulation that is habitual among the French and certain other nations, but which baffles Anglo-Saxons"). En om mijn bewondering voor de Jakhals nog te vergroten blijkt op het einde dat hij zó goed in staat is gebleken om zijn sporen uit te wissen dat zijn identiteit zelfs ná zijn dood niet kan worden vastgesteld – hetgeen nogmaals aangeeft hoe ongrijpbaar en dus totaal onweerstaanbaar deze held/schurk was.
En zo "we can have our cake and eat it too" : ons gevoel voor rechtvaardigheid heeft geen knauw gekregen, de film heeft toch een spannende climax gekregen hoewel de kijker al vanaf het begin wist hoe de film zou eindigen omdat het een historisch feit is dat De Gaulle niet is vermoord (de geschiedenis werd over het algemeen niet herschreven in de dagen vóór Inglourious basterds), en we wéten natuurlijk dat het goed zal aflopen, maar hoe is het mogelijk om een man te stoppen die steeds zó briljant door de mazen van het net weet te glippen? En als het dan tóch iemand moet lukken, dan maar die sympathieke en bescheiden commissaris Lebel, eveneens geweldig gespeeld door Michael (of Michel) Lonsdale.
Dit alles staat verder los van het feit dat we hier sowieso te maken hebben met een uiterst spannende film, droog en koel verteld, met de voorbereidingen van zowel de Jakhals als Lebel secuur in beeld gebracht, alles langzaam maar zeker toewerkend naar een onvermijdelijke en gelukkig niet nodeloos uitgerekte climax waarvan de uitkomst dus al bekend is zonder dat dat de mate van spanning bij mij beïnvloedt. De reden waarom The day of the Jackal niet als volbloed klassieker geldt is vermoedelijk omdat noch de Jakhals noch de commissaris gespeeld wordt door een ster, en misschien ook wel omdat Fred Zinnemann een sobere mise-en-scène en een strakke montage verkiest boven "flashy" jaren-70-camerawerk en sociaal commentaar via de lokaties en de bijrollen, maar voor mezelf kan ik alleen maar zeggen dat de dwingende plot, de geweldige vertolkingen en juist die sobere mise-en-scène hier voor mij één van de beste thrillers ooit van maken.
Day the Earth Stood Still, The (2008)
Moeilijk om er de vinger op te leggen wat er precies mis is aan deze film -- of misschien ook wel omdat àlles er nèt naast zit. Een paar mooie scènes: de vrouwelijke militair ("Is that a cell phone?... Can I use it?"), Keanu Reeves' "This body will take some getting used to", en de bladluizenzwerm die de vrachtwagen en het routebordje "opeet". Dieptepunten zijn de knullige Gort en het nachtkaarseinde inclusief afgeraffelde climax. Vermakelijk, maar een gemiste kans.
Daylight (1996)
In tegenstelling tot sommigen hier had ik juist wèl redelijk goede herinneringen aan deze film, maar bij een tweede kijkbeurt zie ik hier alleen maar het bewijs dat jaren-tachtig-films niet alleen in de jaren tachtig werden gemaakt. De vuurbom is zeer indrukwekkend en de daaropvolgende instortingen en overstromingen doen daar niet veel voor onder, maar de dialogen zijn af en toe behoorlijk stompzinnig, het acteerwerk houdt niet over, en zoals hier al vaker gememoreerd zijn er maar weinig personages om wie je geeft en van wie je hoopt dat ze het gaan redden (behalve de van zelfvertrouwen blakende Viggo Mortensen en die aardige George met z'n armband). Aardig uitgangspunt met een redelijk vermakelijke eerste helft gevolgd door een tweede helft die tot klokkijken noopt.
De Dag Dat Mijn Huis Viel (2017)
Leuk bedacht en aardig vormgegeven, maar het probleem met een absurdistische opzet als dit is dat het al gauw erg vrijblijvend aanvoelt : creëer een bizarre en niet-realistische omgeving, zet daarin min of meer realistische personages en laat ze hun relaties "uitleven", en wie weet eindig je zo met een soort laboratoriumopzet waarin essentiële menselijke basispatronen in geconcentreerde vorm zichtbaar worden als de uitgekristalliseerde condition humaine. Vroeger was ik er dol op, Ionesco, Pinter, Beckett, ik heb het allemaal verslonden, maar nu sta ik er wat kritischer tegenover, en voor mijn gevoel werkt het nu alleen maar als het echt goed gedaan wordt en als het echt schrijnt, en dat doet het voor mijn gevoel niet. Desalniettemin valt er hier nog best veel te genieten, inclusief de superbe lokatie en het spel van de broers (hoewel je met Vlaamse broers die de hele dag niets uitvoeren al gauw in de buurt van De helaasheid der dingen komt), en de jeugdigheid van de maakster is aan haar regie niet af te zien. De Americana op de geluidsband met z'n tragikomische contrastwerking is bijna een cliché.
Dead Again in Tombstone (2017)
Alles schreeuwt hier B-film-cliché : slow-motions, close-ups, donkere fotografie, lange Once upon a time in the West-jassen, vervreemdende muziek, bloot, oninteressante en chaotische schietpartijen, een zeldzaam ondreigende Jake Busey (normaliter toch een betrouwbare engerd, maar hier lukt het hem maar niet om betekenisvolle intonatie in zijn monologen te leggen), fancy cameratricks (een shot van onder een voorbijrazende koets, gaap), bordkartonnen personages, en een hoofdrolspeler waarvan ik niet begrijp wat iemand er in kan zien. Maar, toegegeven, visueel zag het er best mooi uit, en daar bedoel ik dan zowel het camerawerk als Elysia Rotaru mee.
Dead of Night (1945)
van horror is pas op het einde écht sprake. Daar komt alles dan samen, maar niet op een logische dan wel verklarende manier. Gewoon alles door elkaar gooien en het cirkeltje rond maken. Op zich niet eens zo veel mis mee, maar om nou te zeggen briljant, nee...
Daar ben ik het eigenlijk helemaal mee eens, maar op de een of andere manier werkt het toch wel voor mij, vooral dat shot met al die mensen samengeperst tegen de deur van de cel waarin de hoofdpersoon ligt vind ik knap benauwend. Ik had hoge verwachtingen, maar die werden toch niet helemaal waargemaakt, ook al omdat ik het laatste verhaal niet eens zó geweldig vind -- misschien ben ik (een variant op) dat gegeven al te vaak tegengekomen. Wellicht ook is dit zo'n film die achteraf beter lijkt te zijn dan op het moment zelf. Ik ben er nog niet uit.
Dead Reckoning (1947)
Het grote probleem met deze film voor mij is de vrouwelijke hoofdrol. Lizabeth Scott kan niet acteren, is niet mooi (ze is niet alleen geen Lauren Bacall maar zelfs ook geen Veronica Lake) en heeft een rare lage zangstem, en ze is dus absoluut geen femme fatale waarvan je je kan voorstellen dat Humphrey Bogart voor haar zou vallen of dat ze hem zou kunnen manipuleren, en dan begin ik deze film dus al met een uphill fight.
Gelukkig is Bogie betrouwbaar als altijd, is de schurk een lekkere gluiperd en zitten er goede dialogen ("A persuader and a couple of things you might call coaxers" = een pistool en een paar brandbommen) en aardige twists & turns in de film (inclusief opmerkelijk weinig pistolen om Bogart mee onder schot te houden), dus de film blijft wel drijven, maar een echte klassieker is het toch niet. Wel een verrassend ontroerend slot bij Mike's sterfbed, en bizarre overeenkomsten met The Maltese Falcon in situatie en dialogen op het einde (The Maltese Falcon: "When a man's partner is killed, he's supposed to do something about it." – Dead reckoning: "When a guy's pal is killed, he ought to do something about it.").
Deadline - U.S.A. (1952)
Bogart in topvorm, zoals wel vaker wanneer hij scherpe brokken dialoog mag uitspuwen terwijl hij gedecideerd heen en weer pendelt tussen de telefoon en de drankfles. Een klassieke drukke en doorrookte krantenredactie waar de vrouwen net zo hard-boiled als de mannen zijn, een plot met diverse balletjes in de lucht (de krant die moet worden verkocht, de ex die moet worden teruggewonnen en de gangsterbaas die achter tralies moet worden gebracht), en een nobele boodschap over de vrije pers, alles in een strak pakketje dat we gerust noirish kunnen noemen (want hoeveel scènes zien we nou die zich afspelen tussen de vroege dageraad en het moment waarop de kroegen opengaan?). Kim Hunter krijgt niet zoveel te doen en Ethel Barrymore nog minder, maar die laatste heeft wel een hoop chemie met Bogart (hij: "Will you marry me?", zij: "You're too old."). Geweldige Nederlandse titel: Bloed op het voorblad!
