• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.946 gebruikers
  • 9.369.636 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

M (1951)

Och, misschien is dit best een aardige film voor wie het origineel van Fritz Lang met de briljante Peter Lorre niet heeft gezien. Volgens de IMDb-trivia zei de producer dat "the Production Code Administration (PCA) had agreed to allow him to make the film only if the original story and script were kept. The PCA had approved M as a remake of an acknowledged classic, but if the story were changed, their approval would be withdrawn." Dat verklaart waarom het origineel zo slaafs wordt nagevolgd, inclusief details als de wegvliegende ballonnen van de blinde verkoper. David Wayne is een prima Elckerlyc, en de film wijkt toch enigszins af van het origineel dankzij de voorzichtige psychoanalytische invalshoek, maar verder is het een vrij middelmatige remake die in feite de angel grotendeels uit de presentatie haalt door de droomachtige Duitse pseudo-expressionistische sets te vervangen door een realistische Amerikaanse lokatie. De bedoeling was vermoedelijk goed, maar de uitwerking krijgt nergens vleugels.

M - Eine Stadt Sucht einen Mörder (1931)

Alternatieve titel: M

Dit blijft een sombere en pakkende film die me in al die jaren en tijdens al die keren dat ik hem gezien heb nog nooit heeft teleurgesteld. Er zitten een paar kleine oneffenheidjes in, met name de afwezige of niet-realistische ambiėnt- en achtergrondgeluid (voetstappen, gewone straatgeluiden, geruis van bewegende kleren enz.) en het trage, té trage acteren van Otto Wernicke als inspecteur Lohmann (net als in Das Testament des Dr Mabuse twee jaar later), maar Lang geeft mij geen tijd om me aan die hobbels te storen door de film zo plotmatig dwingend en zo filmtechnisch perfèct te presenteren : de lekker schreeuwerige groepsscènes, de door de vertrekken dwalende camera, de enorm gedetailleerde sets, de complexiteit van de zoektochten van zowel de politie als de bendes, het hoge tempo van de strakke montage, en last but not least de zwarte humor (de verstandhouding tussen politie en criminelen, de parallelle vergaderingen in rook doortrokken vertrekken, de achtergelaten inbreker, de bedelaars die de inventaris opmaken van wat ze die dag bij elkaar hebben gescharreld, "Even afkloppen" op het eigen houten been). Centraal staat natuurlijk de prachtige rol van Peter Lorre, nooit beter dan hier met zijn bolle oogjes, zijn In de hal van de bergkoning-gefluit en zijn diepe wanhoop (Roger Ebert: "The film doesn't ask for sympathy for the killer Franz Becker, but it asks for understanding"), een mooi contrast met Schränker, de baas van de onderwereld gespeeld door Gustaf Gründgens met karakteristieke spottende blik, bolhoed en leren jas. Een absoluut meesterwerk wat mij betreft, waarvan de huiveringen van het onderwerp alleen maar geëvenaard worden door de vervoering over hoe briljant deze film is.

Mackenna's Gold (1969)

Totaal krankzinnige film. De abominabele achtergrondprojecties zijn hierboven al genoemd, maar zelf weet ik niet precies wat ik nou het beroerdst vind: de chaotische montage van de scène met het vlot, of het onvoorstelbare goedkope miniatuurwerk bij de aardverschuiving op het einde.

Nee, ik denk dat ik toch maar stem op het werkelijk alle begrip te boven gaande feit dat Peck die spichtige blondine verkiest boven de rondborstige vurige "Indiaanse" Julie Newmar (Catwoman op TV, voor wie zich dat nog herinnert, uit de tijd dat mede-acteur in deze film Burgess Meredith een zeer acceptabele Pinguin was).

Citaat van de trivia-pagina van deze film op IMDb: "During the swimming scene at the pool Julie Newmar's character was supposed to be topless with a loincloth. In an interview Ms. Newmar stated that at the last minute she decided to do the scene nude and no-one, especially the male actors and crew, argued with her about the decision." Wat raar van die male actors and crew .

Overigens heb ik me natuurlijk toch wel dik mee vermaakt met deze film. Hoeveel moeten ze Lee J. Cobb en Anthony Quayle wel niet hebben betaald om zó kort hun kop te laten zien?

Mad Max: Fury Road (2015)

Alternatieve titel: Mad Max: Fury Road: Black and Chrome

Een krankzinnige achtbaanrit die evenveel (zo niet meer) dank aan de stuntmensen als aan de FX-crew verschuldigd is. In medias res beginnen met knallen en tussendoor een paar seconden vrijmaken om wat achtergrondinformatie over de personages te geven, en verdomd het werkt ook nog, en dan is het de kwaliteit van Hardy, Theron en de verrassende en bijna onherkenbare Nicholas Hoult dat ze hun personages daarbij nog iets van reliëf weten te geven, zodat bijvoorbeeld de dood van Nux zelfs iets van ontroering oproept. De post-apocalyptische "samen"leving heeft mij nooit erg getrokken, zeker niet wanneer alles er zo grimmig en zelfs angstaanjagend uitziet als hier, en de onophoudelijke en alomtegenwoordige gewelddadigheid bezorgt mij af en toe een licht gevoel van misselijkheid, maar voor de ambachtelijke kwaliteit van het gebodene neem ik mijn petje af.

Made in America (1993)

Van Ted Danson wéét ik dat hij in Cheers zat, maar dat heb ik nooit gezien; wel vond ik hem leuk als brompot in Loch Ness en Becker, en ook hier doet hij het prima. Hij heeft een geweldige komische timing, brengt alles heel losjes en kan zijn personage op zeer aanstekelijke wijze belachelijk maken zonder als acteur zijn gezicht te verliezen, en hij is voor mij de belangrijkste reden waarom het enigszins melige uitgangspunt toch zo'n vermakelijke en soms zelfs hartverwarmende film oplevert met de juiste mix van slapstick en romantiek. Voor Whoopi Goldberg is dit allemaal gefundenes Fressen, Nia Long ziet er aanbiddelijk uit en Will Smith moet nog veel leren (maar heeft dan ook een uiterst ondankbare rol). Tja, films waarvan je de laagste verwachtingen had kunnen soms het leukst blijken te zijn. Iemand nog de decoratieve cowboylaarzen op Dansons televisie opgevallen?

Mademoiselle Fifi (1944)

Alternatieve titel: Guy de Maupassant's Mademoiselle Fifi

Een dappere poging van producer Val Lewton om na zijn successsen in de suggestieve horror (Cat people, I walked with a zombie, The leopard man) meer de artistieke kant op te gaan, maar helaas werd deze film geen succes. Goedkoop gemaakt en met een cast waarin alleen de naam van Simone Simon echt opvalt, maar de evidente zorg waarmee alles gefilmd is en de serieuze insteek als propagandistische parabel maken hier toch een film van die tachtig jaar later misschien beter overkomt dan toen (waarbij opgemerkt moet worden dat het beroep van de hoofdpersoon in het oorspronkelijke verhaal van Guy de Maupassant van aanzienlijk minder allooi was). Kleinschalig maar interessant; de enige medewerker aan deze produktie die een serieuze carrière in Hollywood zou krijgen is de regisseur, maar dat was dan ook wel een héél succesvolle loopbaan inclusief Oscars voor West Side story en The sound of music. (Momenteel is deze film op YouTube te vinden.)

        Overigens nog een grappig detail: de titel is niet de naam van het personage van Simone Simon zoals je misschien zou verwachten, maar de bijnaam van de Pruisische officier (gespeeld door de Zwitserse acteur Kurt Kreuger) die hij heeft gekregen van zijn mede-officieren omdat hij steeds "Fi fi, donc!" zegt.

Maestro (2023)

Twee uur lang geboeid zitten kijken, maar na afloop bleef ik toch zitten met de vraag: waarom vond iemand dit levensverhaal interessant genoeg om te verfilmen? In Amerika was Bernstein kennelijk niet alleen een beroemde dirigent maar ook een grote publieke persoonlijkheid vanwege zijn televisiewerk en zijn onderwijs, maar van geen van die dingen zie je heel veel, we krijgen ook niet te zien waar zijn muzikaliteit en zijn compositorische gaven vandaan komen, zijn eigen muziek komt maar weinig aan bod, en pas op het einde krijgen we iets mee van zijn flamboyante dirigeerstijl. Zo ligt de focus voor mij vooral op zijn homo- of biseksualiteit en zijn moeizame huwelijk, maar het eerste is nou ook weer niet zó opzienbarend in het artistieke milieu waar hij in New York in verkeert, en het laatste is boeiend maar niet genoeg voor een biografische film van twee uur. Ik mis gewoon een dramatisch conflict dat duidelijk maakt waarom deze man het waard is om een biopic aan te wijden. Misschien is het ook wel voldoende dat ik geboeid heb zitten kijken, en de twee hoofdrolspelers verdienen naar mijn mening beiden hun Oscarnominaties (en misschien ook wel hun Oscars) ten volle, maar ik mis toch een bepaalde urgantie. En misschien is het ook wel zo dat ik na twee uur eigenlijk nog geen dieper inzicht in Bernsteins diepste drijfveren heb gekregen.

        Stel dat Leonard Bernstein nooit bestaan had, en iemand had dit script over een fictieve dirigent geschreven, zou het dan ook opgepikt en verfilmd zijn?

Magnificent Seven Ride!, The (1972)

Voor 50 cent op de Haagse Koniginnemagt van afgelopen maandag gekocht -- voor dat bedrag kun je wel een gokje wagen. Niet slecht, ongeveer zoals ik me hem herinnerde toen ik hem een jaar of tien geleden op de BBC zag. Jammer dat de schurk zo'n enorme build-up krijgt maar uiteindelijk pas na 80 minuten in beeld komt en dan totaal geen karakterontwikkeling krijgt -- het enige dat hij zegt is "Vamos! Vamos!" Dan deden ze dat met Eli Wallach toch beter.

 

Magnificent Seven, The (2016)

Omdat zowel het Japanse als het Amerikaanse origineel bij mij zo hoog genoteerd staat heb ik deze nieuwe versie zo lang mogelijk links laten liggen, maar nu hij mij door een vriend onder de neus werd gedrukt ben ik er dan toch maar aan begonnen, en tot mijn niet geringe verbazing is hij mij bepaald niet tegengevallen. Sterker nog, ik heb er met groeiend plezier naar gekeken, vanwege de hoofdrol met autoriteit (hoewel Washington zich daarvoor niet bovenmatig heeft hoeven in te spannen), de sterke bijrollen van met name Ethan Hawke en Vincent d'Onofrio, de fraaie beelden en de redelijk strak in beeld gebrachte actie, hoewel dat laatste mij meteen ook brengt bij een punt van kritiek : tijdens het eerste vuurgevecht dat de zeven voeren gaan er wel èrg veel schurken èrg snel dood – ik geloof dat Bogue ergens zegt dat dat er 22 waren, maar op het moment zelf leken er in een kort tijdsbestek wel dubbel zoveel boeven neergemaaid te worden. Maar goed, wat de film als geheel betreft, kennelijk is de oorspronkelijke formule toch zó sterk dat hij na verloop van tijd gewoon weer opgepoetst en gerecycled kan worden, ondanks de talloze navolgers die hetzelfde recept hanteerden (van The guns of Navarone via de vele sequels van de oorspronkelijke TM7, The professionals, The dirty dozen etc. etc. tot en met The expendables).
        Maar ja, misschien heeft het er ook wel mee te maken dat ik een sucker ben voor verhalen die zó goed zijn dat ze remake na remake kunnen verdragen, zodanig zelfs dat op een gegeven moment de lol niet meer is gelegen in het volgen van de plot (want dat kan ik dromen) maar in het kijken welke variaties en nuances de scriptschrijver, de regisseur en de acteurs hebben doorgevoerd, zodat ik elke keer weer benieuwd ben wat ze nou weer van de zoveelste remake van Pride and prejudice, The hound of the Baskervilles of And then there were none hebben gemaakt. En wat dat betreft was het toch ook wel een verrassing dat Chris Pratt (hier overigens prima op dreef) in tegenstelling tot wat ik verwachtte bij iemand in de "Steve McQueen-rol" (hij mag zelfs diens "so far, so good!"-anekdote debiteren!) op het einde het loodje legt. In dat opzicht volgt de film keurig zijn twee grote voorgangers, waarin ook steeds vier van de zeven helden sneuvelden, alleen zou ik bij déze film hebben durven zweren dat Pratt één van de overlevenden zou zijn.

Maiden Heist, The (2009)

Alternatieve titel: The Heist

Ik las ergens dat de regisseur een film in de traditie van de klassieke Ealing-komedies uit de jaren 50 wilde maken, maar het niveau daarvan heeft hij dan toch helaas niet gehaald, ondanks de schitterende cast en een warempel ontroerende slotscène (wanneer Christopher Walken zijn vrouw op het strand van Miami in de pose van zijn geliefde schilderij ziet staan en opeens overspoeld wordt door een golf van liefde). Slechts twee dingen aan deze verder niet onvermakelijke film zijn niet voorspelbaar, namelijk dat Michael Caine niet eens meedoet (maar die had in 2007 al zijn eigen "heist"-film Flawless) en dat William H. Macy nergens toegeeft dat hij die hele militaire expertise van hem uit zijn duim heeft gezogen – geef toe, hoe erg lag dát voor de hand?

Maîtresse (1975)

Alternatieve titel: Mistress

De opzet is duidelijk: wanneer stevige alpha male Depardieu ontdekt dat frêle Ogier in haar ondergrondse wereldje de touwtjes juist stevig in handen heeft, merkt hij daarna dat zij ook in hun eigen relatie niet noodzakelijk de onderliggende partij is, hetgeen hem er toe aanzet om in haar geheimen te gaan grasduinen... Een niet oninteressant uitgangspunt wordt onvermijdelijk overschaduwd door het sensationele arbeidsmilieu, maar Schroeder houdt het allemaal redelijk koel (veel medium-shots) en maakt er in ieder geval geen freakshow van (voor zover mogelijk). Indertijd ongetwijfeld enorm schokkend, nu op sommige momenten nog steeds tamelijk ongemakkelijk want regelmatig zeer realistisch en (letterlijk) pijnlijk expliciet. En dat ik na al die jaren pas de tweede persoon ben die iets schrijft bij een film met een vrij bekende regisseur en zo'n beroemde hoofdrolspeler (met niet meer dan 11 stemmen!) is toch wel opmerkelijk : mainstream is deze film nog duidelijk niet.

Major Barbara (1941)

Ja, compacter had het zéker gekund, maar het was ongetwijfeld ook een hele opgave voor Shaw om een toneelstuk van eigen hand in het keurslijf van een bioscoopfilm te persen als hij zoveel te zeggen had – in mijn Penguin-uitgave telt de tekst van het stuk zelf 103 pagina's, maar om zijn bedoelingen te verhelderen heeft Shaw daar voor de boekuitgave nog eens 41 pagina's doorwrocht proza aan vooraf laten gaan. Enfin, ook in de filmversie vliegen de puntige dialogen, aforismen, paradoxale stellingen en tegengestelde meningen je om de oren, en daar moet je van houden (en vooral niet te moe van worden, want dan wordt dit een nog veel langere zit). Gelukkig houdt de superbe cast er de vaart goed in en brengen de hoofdrolspelers allemaal hun spelplezier mee, waardoor de toneelmatige aard van het geheel weliswaar niet geheel en al gecamoufleerd wordt maar de sprankeling toch wel overkomt. De cast bevat een absurde hoeveelheid bekende namen en gezichten (filmdebuut van Deborah Kerr!), en onder de crew bevinden zich naast de regisseur nog vier andere mannen die niet veel later zelf zouden gaan regisseren: Harold French, Charles Frend, Ronald Neame en (natuurlijk de bekendste) David Lean.

Major Dundee (1965)

De informatieve commentaartrack maakt goed duidelijk hoeveel losse (en nooit meer vastgeknoopte) verhaallijntjes deze film bevat en hoe al die onvolkomenheden een echt puntgave film in de weg staan, maar dankzij het uitstekende spel van alle betrokkenen, de serieuze portretten van de twee belangrijkste personages, de prachtige bijrollen van Peckinpahs "regulars" die in zijn volgende film helemaal tot volle glorie zouden komen, en last but not least een algemeen gevoel van intensiteit en betrokkenheid, is dit toch een boeiende film. En wie zin heeft in zinloze feitjes moet even 1:16:28 van de gerestaureerde versie opzoeken: daar zie je tijdens de close-up van Senta Berger in de verte rechts naast haar hoofd twee historisch zeer onverantwoorde automobielen rijden.

Maleficent (2014)

Visueel overdonderend met een geweldige Angelina Jolie en Sharlto Copley die inmiddels toch een aardige carrière in niet helemaal binnen de lijntjes kleurende personages aan het opbouwen is. De overdaad aan FX halen me op een gegeven moment wel een beetje uit het verhaal, met die waakzame Ents, de draak, de vliegende elfjes (met op zich eigenlijk best creepy waterhoofden) en de moddergooiende trollen, maar uiteindelijk bleef de film toch steeds boeiend en onderhoudend. Een aparte ervaring.

Malpertuis (1971)

Malpertuis zag ik voor het eerst op zeventienjarige leeftijd in een filmzaal zonder dat ik wist welke film er zou gaan komen of welk genre ik überhaupt kon gaan verwachten, en ik werd behoorlijk weggeblazen door de geweldige sfeer, het spel, de kleuren en bovenal het briljante uitgangspunt van de als huisdieren gehouden Griekse goden. Ik weet niet meer welke versie ik toen zag (het was een 16mm-print, vermoedelijk dan Kümels versie?), wel dat ik de magnifieke muizenvalscène bij mij flink effect sorteerde. Later heb ik Malpertuis nog via een televisie-uitzending op een VHS-band kunnen vastleggen, maar tussen de laatste keer dat ik de film heb bekeken en de recente aanschaf van de Cinematek-dubbel-DVD lagen vele, vele jaren, waarin ik overigens de bronroman van Jean Ray wel enige malen heb gelezen.
        De film heeft inmiddels nog niet veel van zijn fascinatie voor mij verloren. Van Orson Welles ben ik niet meer zo onder de indruk (ook los van zijn beroerde gedrag op de set zoals gedocumenteerd op de uitzonderlijk rijke DVD), van Susan Hampshire in al haar drie rollen (maar vooral als Euryale) des te meer, en ook Michael Bouquet als de geslepen Dideloo is ijzersterk. Als de naïeve Jan is Mathieu Carrière onwaarschijnlijk mooi en dromerig; hij beweegt zich bijna als een ballerina, en hij moet ook zo'n beetje het lijdend voorwerp zijn, de wassen tablet waarop het huis als het ware zijn indrukken nalaat. Dat zijn enigszins wezenloze spel andere mensen ergert of tegenstaat kan ik begrijpen, maar ik vind het wel passen bij de droomachtige sfeer van de film, net zoals de af en toe wat onbeholpen nasynchronisatie mij deswege niet stoort (en ook omdat ik het onrealistische effect daarvan al gewend ben bij bijvoorbeeld de films van Fellini). Gelukkig is de gecompliceerde vertelstructuur van de roman door Jean Ferry en Harry Kümel al in de scenariofase vereenvoudigd, en in combinatie met de fantastische set-design en de superbe fotografie levert dat nog altijd een intrigerende en bijna obsederende film uit die wat mij betreft onbeperkte te herzien is, ondanks alle tekortkomingen waar Kümel in zijn audiocommentaren ongegêneerd op wijst. In één van de extra-features vertelt hij dat hij het vaak meemaakt dat mensen na het zien van de film rare dromen hebben gehad, en ja, dat is ook mij overkomen bij het doorspitten van alles wat er op deze DVD te zien en te beluisteren valt (maar vraag me niet om de droom na te vertellen : toen ik wakker werd wist ik alleen nog maar dat ik heel wat gangen belopen had).
        Overigens, ik weet het wel : sfeer is belangrijker dan plot, aan de herziening van een echt goede film kun je ook wanneer je de oplossing van het mysterie al weet nog net zo veel plezier beleven, en misschien weten de meeste mensen die aan deze film beginnen sowieso al wel wat de clou is, maar toch maakt zowel de Nederlandse wikipedia-pagina ("Een zeeman erft het huis van zijn oom. In het huis blijken de vroegere goden van de mythische berg Olympos te wonen") als de allereerste zin van de tekst achterop de DVD ("Groots opgezette visualisering van Jean Ray's roman over het spookhuis Malpertuis waar oom Cassavius de oude Griekse goden gevangen houdt" het qua spoilers wel tamelijk bont.
        Iets anders is dat Hubert Lampo, auteur van de Vlaamse vertaling van Malpertuis, blijkens zijn nawoord daarbij nog met een vraag is blijven zitten : wie heeft Mathias Krook vermoord? In de verfilming maakt Kümel wel duidelijk wie (volgens hem) de dader is, maar wat is diens motivatie? Elders oppert Lampo wel een mogelijkheid daarvoor, maar heeft iemand hier een idee?
        En tenslotte nog een paar aardige anekdotes en details voor wie ze nog niet kent : Eisengott wordt gespeeld door Walter Rilla, de vader van Wolf Rilla, de regisseur van de oorspronkelijke Village of the damned uit 1960, en Lampernisse (de man onder de trap) door Jean-Pierre Cassel, de vader van Vincent Cassel. En voor die laatstgenoemde rol hadden ze oorspronkelijk Jacques Brel benaderd, dat was ook wel een mooie keuze geweest...

Maltese Falcon, The (1941)

Alternatieve titel: Maltezer Valk

In zijn boek The great movies kiest William Bayer voor elk van twaalf genres vijf films die in zijn optiek de hoogtepunten van dat specifieke genre vormen. (Het boek stamt uit 1973, dus de laatste halve eeuw van de wereldcinema is er niet in vertegenwoordigd, maar toch sla ik het boek nog regelmatig open omdat de essays bij die zestig titels vaak prikkelend en altijd interessant zijn.) Voor het genre Intrigue & suspense koos hij M – eine Stadt sucht einen Mörder, Rear window, The third man en Touch of evil, en als vijfde wilde hij een film met een privé-detective als hoofdpersoon, maar nu raakte hij in een spagaat. De film waar je dan meestal bij uitkomt, schreef hij, is The Maltese falcon, "an undeniably taut, tough, first-rate picture about greed and immorality and murder", maar, zegt hij, de nadelen van die film zijn dat hij zichzelf een beetje te serieus neemt èn dat hij probeert te logisch te zijn: "There are too many scenes in which characters sit around and explain things so we can follow the complex plot." En dus kiest Bayer als de vijfde film in dat genre The big sleep omdat het een film is die alleen maar wil vermaken, met als gevolg dat het script zó propvol complicaties zit dat van één van de moorden in die film dan ook nooit duidelijk is geworden wie hem had gepleegd (zelfs Raymond Chandler, de auteur van de bronroman, moest het antwoord schuldig blijven toen regisseur Howard Hawks en schriptschrijver William Faulkner hem die vraag voorlegden).

        Jarenlang was ik het hélemaal met Bayer eens, want The big sleep is een geweldige film (en Chandler is één van mijn lievelingsschrijvers), maar onderhand vind ik The Maltese falcon toch eigenlijk wel minstens zo sterk: strak en zonder een grammetje vet, met geweldige one-liners en een droomcast waarvan Bogart slechts het speerpunt is, en het voornaamste en al eerder genoemde minpunt (het gebrek aan sex-appeal van Mary Astor waardoor de verliefdheid van Sam Spade gewoon uit de lucht komt vallen en mij totaal niet overtuigt) neem ik gewoon maar voor lief. De film volgt de oorspronkelijke roman vrij nauwkeurig (minus een rare fout van Hammett wanneer Spade iemand ter sprake brengt van wie hij nog niet kan hebben gehoord), en omdat iedereen zo goed speelt zijn die uitleggerige passages wat mij betreft absoluut niet storend. Jarenlang één van de drie Bogarts in mijn film-top-10-aller-tijden (samen met Casablanca en, jawel, The big sleep), en nog altijd een film om van te smullen. "Don't be too sure I'm as crooked as I'm supposed to be!"

Man for All Seasons, A (1966)

Eén van de laatste grote Oscarwinnende films die ik nog moest zien. En heeft hij mij teleurgesteld? Ik had eigenlijk een veel taaiere (en langere) film verwacht, en de vlotte dialogen, de kleurrijke personages en de spitsvondige one-liners van de hoofdpersoon hebben mij in ieder geval aangenaam verrast. Toch heb ik me niet helemaal door de film kunnen laten meeslepen, want de toneelmatigheid van zowel de enscenering als de ál te spitse dialogen (en dus More's one-liners) vielen me af en toe toch zwaar, en de laatste scène lijkt wel afgeraffeld. Ironisch genoeg kaapte deze film dus de belangrijkste Oscars weg voor de neus van die andere beroemde toneelverfilming uit 1966, Who's afraid of Virginia Woolf, maar op de één of andere manier heeft de toneelmatigheid dáárvan me nooit gestoord.

        Maar goed, los daarvan is dit toch een boeiende film met een sterke rol van Paul Scofield en ook lekkere vertolkingen van de enorme verzameling grote acteurs en actrices in de bijrollen, Leo McKern (als verre voorvader van Oliver Cromwell) voorop.

        Overigens kun je in ieder geval niet stellen dat More zich onttrok aan het lot dat hij anderen zo gul toebedeelde. Van de IMDb-trivia-pagina: "While he was Chancellor of England, More had multiple persons with whom he disagreed on religion declared heretics, and burned at the stake." Hetgeen toch een iets ander licht op de man werpt, maar vijf eeuwen geleden was men wat minder kleinzerig (zéker waar het anderen betrof), dus we zullen het hem maar vergeven (evenals het feit dat het mij altijd nog aangenamer lijkt om door de bijl van de beul in één seconde te sterven dan gedurende vele minuten levend te verbranden).

Man from Laramie, The (1955)

Het is heel goed mogelijk dat de filmkijker die eind jaren 30 Jimmy Stewart vooral kende uit luchtige romantische komedies zich niet kon voorstellen hoe hij ooit zwaarder werk aan zou kunnen, maar anno nu zou ik me niet meer een andere acteur dan James Stewart in de rol van de wraakzuchtige, onvermurwbare en gedreven Will Lockhart kunnen voorstellen. Zijn presence in de scène waarin hij het hotel uitkomt en in één lange take in medium-close-up op de terugwijkende camera afloopt richting kwelgeest Alex Nicol om die eens flink zijn vet te geven is nog altijd intimiderend.

        Andere hoogtepunten zijn voor mij de zoals altijd intense Arthur Kennedy, die zijn zijn rol weer met de van hem bekende getormenteerde ambiguïteit speelt, en de onverwacht ontroerende scène waarbij Aline McMahon aan het bed van Donald Crisp komt zitten. Sommige gebruikers hier noemen het gebrek aan tempo als een belangrijk minpunt van de film, maar dat is voor mij juist een kwaliteit, het zorgt voor een aangenaam meanderend ritme dat ik vaak wel bij westerns vind passen: de ontspannen sfeer kan daardoor de ontlading van de gewelddadige scènes des te heviger laten overkomen. Prima DVD-transfer, maar zoals DieGo op 2-1-2007 al opmerkte moet je niet van tevoren de trailer al gaan bekijken aangezien daar de climactische scène tussen Stewart en de hoofdschurk bovenop de heuvel al pontificaal in beeld komt.

        De jaren vijftig zijn toch wel mijn favoriete decennium wat westerns betreft, en James Stewart is en blijft één van de allergrootsten, binnen en buiten het genre.

Man from U.N.C.L.E., The (2015)

"Apparently you put someone called Count Lippi in the hospital." "He had soft bones." – Een onverwacht vermakelijke film, nota bene gebaseerd op één van die jaren-60-televisieseries die zo dikwijls de aanleiding zijn geweest tot gênante moderne verfilmingen. Een aardig plot dat gelukkig niet ál te veel leunt op de tegenstellingen tussen de Rus en de Amerikaan zodat de film niet de kans krijgt om tot een one joke movie te ontsporen, en een over het algemeen redelijk relaxte montage (niet de Bourne-Greengrass-hectiek, met uitzondering van de matige achtervolging over het eiland) leveren tezamen bijna twee uur prima vermaak op. Wel moet ik opmerken dat het spel van Henry Cavill dat van Armie Hammer volledig in de schaduw zet: Cavill krijgt misschien wat meer grappen en wat meer goede dialoogzinnen, maar die kansen benut hij dan ook ten volle. Merkwaardig dat iemand waar ik in Man of steel helemaal niets aan vond hier zo perfect is: zijn acteren tijdens zijn middernachtelijke snack in de vrachtwagen is een genot om naar te kijken, en zijn rol als geheel (en zijn dictie in het bijzonder) is voor mij het voornaamste pluspunt van de film. Maar waar zijn de cameo's van de nog altijd levende (en actieve!) Robert Vaughn en David McCallum?

Man from Utah, The (1934)

Het gebruikelijke werk, met volgens mij iets minder romantiek en iets meer natuurschoon, en extra actie in de vorm van de rodeo en fraaie stunts, gelukkig gezien in een "kale" filmprint zonder toegevoegde synthesizerscore. Mooi ook om in de aan de rodeo voorafgaande parade Indianen in authentieke klederdracht mee te zien rijden (hoewel, authentiek, een gebruiker van de IMBd-message-boards heeft daarbij een polshorloge in de zon zien schitteren, maar mijn Weton-Wesgram-kopie is niet scherp genoeg om dat te onderscheiden). Halve ster extra voor het lullige knipbeursje waarin Wayne zijn muntgeld blijkt te bewaren. "No-siree-Bob!"

Man in Pak (2012)

Alternatieve titel: Man in Suit

Innemende korte film die een aardige balans vindt tussen grappig en aandoenlijk, met praktisch een one-man-show van Maria Kraakman. Halverwege neemt de plot een "left turn", en door de beperkte lengte van de film kunnen de makers er ook mee wegkomen dat er niet over hoeft te worden nagedacht hoe de huiselijk situatie nou in de praktijk verder moet, maar dat is natuurlijk ook de charme (en de opzet) van een experimentele kortfilm als dit. Leuk.
        Grappige titel trouwens: hij slaat op het feit dat moeder en kinderen er pas achter komen dat vader niet naar het pretpark meegaat wanneer hij niet in vrijetijdskleding maar in pak bij het ontbijt verschijnt, maar ook op vaders remplaçant, het reuzekonijn dat moeder uiteindelijk mee naar huis neemt.

Man in the Iron Mask, The (1998)

Niet heel bijzondere maar wel degelijke en steeds vermakelijke historische avonturenfilm met een effectieve vertolking van DiCaprio en het te verwachte sterke spel van de vier musketiers die de rollen een gravitas geven die je ook mag verwachten bij acteurs van het kaliber Jeremy Irons en Gabriel Byrne. Voornaamste pluspunt wat mij betreft is het feit dat John Malkovich hier niet overacteert maar gewoon serieus en sterk speelt, hetgeen zijn personage een zekere dreiging geeft die de hele film ten goede komt.

        Overigens ook altijd leuk om zo'n oude film na jaaaaaren te herzien en dan opeens in een klein rolletje een acteur te herkennen die later pas bekend is geworden, zoals hier Peter Sarsgaard als Malkovich' zoon Raoul.

Man in the White Suit, The (1951)

Klassieke Ealing-komedie met Guinness als een enigszins wereldvreemde anti-held waarrond de emotionele oprispingen van arbeid en kapitaal zich opstapelen. De vele grote en kleine grappen voorkomen dat ik me te veel in de situatie ga inleven, en dat is maar goed ook, want de manier waarop op het einde iedereen Sidney achterna zit doet me eigenlijk nogal aan een "lynch mob" denken. De laatste minuten, met eerst Bertha en Daphne die als enigen met Sidney meevoelen en daarna het ironische laatste shot waarin hij het licht ziet, breien een mooi rustig einde aan alle opwinding. Hoogtepunt is voor mij de vertolking van Ernest Thesiger, die hier in plaats van de campy aarzelingen en tics van zijn klassieke rollen in The old dark house en The bride of Frankenstein nu eens een totaal Mefistofelisch personage neerzet (althans totdat hij geveld wordt door een hoestbui die veel weg heeft van een hartaanval). Leuk rolletje ook van Michael Gough, 38 jaar later Michael Keatons butler in Tim Burtons Batman.

Man of Steel (2013)

Tja... een oninteressante superheld gespeeld door een niet bijster interessante acteur, maar Snyder houdt de vaart er redelijk in, de zware supporting cast doet het naar behoren (met vooral een uitstekende rol van Russell Crowe, dan zie je dat het ook in een film als deze loont om echt goede acteurs in te zetten) en de visuele stijl is niet briljant maar toch goed genoeg om de aandacht vast te houden. Voornaamste minpunt vind ik het laatste gevecht, dat gaat maar door en door en door totdat het me koud laat als er weer eens een flatgebouw sneuvelt: alles ziet er goedkoop en onecht uit, de gebouwen lijken geen gewicht meer te hebben wanneer ze neerstorten, en als kijker word ik me ervan bewust dat diverse shots geen enkele niet-digitaal opgebouwde pixel bevatten, hetgeen tamelijk dodelijk is voor de lol. Door al deze minpunten wordt deze film voor mij nergens een klassieker in het superheldengenre, waar ik sowieso toch maar mondjesmaat fan van ben.

Man of Tai Chi (2013)

Respectabel regiedebuut, hoewel dat laatste woord een opmaat suggereert, en in de twaalf jaar sedertdien heeft Reeves nog geen tweede film of zelfs maar een episode van een televisieserie afgeleverd volgens IMDb. Maar goed, dit is in ieder geval een vrij boeiende en gelukkig niet overdadige lange mix van martial arts en mystery, mooi vormgegeven en met een hoofdpersoon die weinig charismatisch oogt maar zich zowel in de arena als voor de camera duidelijk op z'n gemak voelt. Over Reeves' acteerkwaliteiten is wel genoeg gezegd (vooral door de mensen die hem maar niks vinden), de plot herbergt weinig verrassingen en bij de gevechten stroomt verbazingwekkend weinig bloed, maar ik neem aan dat de liefhebbers wel aan hun trekken zijn gekomen. Ik reken mezelf absoluut niet tot die laatste categorie, maar met de overige aspecten van deze film heb ik me toch redelijk vermaakt. En persoonlijk vind ik die gladgeschoren kin Reeves toch aanzienlijk beter staan dan die sindsdien permanente baard.

Man of the West (1958)

Jaren geleden gezien, niet erg onder de indruk, herinnerde me alleen maar dat Gary Cooper veel te oud was voor z'n rol, en ook niet erg sterk speelde. Nu goedkoop op DVD gevonden, toch maar gekocht (een mens wil toch z'n western-bibliotheek bijhouden), en als ik niet in een gemakkelijke fauteuil had gezeten was ik van m'n stoel gevallen bij het kijken, want de film biedt toch een hoop meer dan ik dacht. Rauw, soms onaangenaam, onsentimenteel, en met diepere lagen die pas na verloop van tijd hun rijkdom weergeven.

Wat me zelf opviel was het motief van het (voorbijgaan van het) verleden en tradities versus "vooruitgang en vernieuwing". Cooper die het verleden wil vergeten en een nieuw leven wil opbouwen; de bank in Lassoo die al lang niet meer in bedrijf is, behalve in de dus al lang achterhaalde dromen van Lee J. Cobb; de man (ex-bankier? nu goudzoeker) die rouwt om zijn vrouw die zonder enige reden vermoord is; Cooper die al z'n echte dan wel "geadopteerde" familie doodt; Cooper en London die elkaar op het einde niet krijgen omdat Cooper al een gezin heeft... tegenover de trein (die Cooper maar eng vindt, of doet hij maar alsof?) en de schooljuffrouw (die "beschaving" naar het westen komt brengen) als symbolen van de oprukkende vooruitgang.

Cooper tot Cobb : "that's what you are, Dock -- a ghost. You've outlived your kind and you've outlived your time."

Zelfs het schandalige overakteren van Cobb krijgt een functie. Ik citeer en vertaal een Amerikaanse recensent : "Net als met James Stewart en Arthur Kennedy in zijn eerdere Bend of the river is Anthony Mann meer bezig met de twee kanten van dezelfde munt die Cooper en Cobb vertegenwoordigen, en de spanningen die dit met zich meebrengt. Zoals de eerste het formuleert, “you either grow up or you rot”. Voor Cooper betekent dit een overgang naar folksiness, beleefdheid en een vriendelijke onhandigheid; voor Cobb zelfhaat, onzekerheid en mogelijke krankzinnigheid."

Prachtige rol van Cooper, en een ontroerende sterfscène van Arthur O'Connell als Sam Beasley wanneer hij een kogel voor Coop opvangt.

Aardige recensies : DVD Times en DVDTalk. En ik ben het met Brix eens dat het stuk van mister blonde van 6 augustus 2010 eveneens uitstekend was.

Man Som Heter Ove, En (2015)

Alternatieve titel: Een Man Die Ove Heet

De brombeer die ontdooit wanneer hij met nieuw / jong / druk leven wordt geconfronteerd, niet echt een kakelvers gegeven (ik moet zelf vaak denken aan Burt Lancasters professor in Visconti's Conversation piece), maar ach, wanneer de hoofdrol wordt vervuld door zo'n acteur die duidelijk zoveel plezier in zijn rol heeft stoor ik me daar niet aan. Waar ik me wèl aan stoor is de hier al vaker genoemde sentimentaliteit, alsmede het feit dat alle buren verder aardig zijn en dat iedereen Ove's gescheld en geschoffeer maar accepteert zonder zich van hem af te keren. De flashbacks houden het verhaal wel op, maar maken ook een hoop duidelijk en zijn bovendien vaak ontroerend (en af en toe schokkend: de trein die Ove's vader overhoop rijdt, het busongeluk...), en zo eindig ik met een waardering waaruit hopelijk blijkt dat ik de hele film lang geboeid heb gekeken zonder er echter helemaal íngezogen te worden. Lassgård trekt de film uiteindelijk over de streep. "De ambulance... mag niet... over het pad rijden..."

Man Up (2015)

Het moet toch al behoorlijk lang geleden zijn dat ik een film zag waarin zóveel gepraat werd, maar dat is geen probleem wanneer de situatie zo intrigerend is en de dialogen zo leuk zijn. Simon Pegg speelt vaak de vriendelijke maar enigszins onhandige goedzak die in eigen films Nick Frost onder zijn hoede neemt maar in de Mission impossible-reeks eerder de sidekick van Tom Cruise is, maar hier is hij toch duidelijk anders, vergelijkbaar druk pratend maar ook assertiever en soms zelfs agressief, en dat doet hij (ook) uitstekend. Lake Bell speelt eveneens prima en kan ook zeer goed serieus uit de hoek komen, en er zitten een paar aardige bijrollen in (waaronder Ken Stott, één van de dwergen uit de Hobbit-trilogie!), maar de show wordt gestolen door Rory Kinnear als ongeremde barman die alsnog zijn kans schoon ziet om zich bij zijn middelbare-school-liefde naar binnen te wurmen. Al met al heb ik me hier ontzettend goed bij vermaakt, en daar kon zelfs The reflex niets aan veranderen (leuk dansje maar weerzinwekkend nummer).

Man Who Changed His Mind, The (1936)

Alternatieve titel: The Man Who Lived Again

Niet onaardige horror waarin de rillingen niet van een monster komen, maar van Karloffs drieste plannen waarvan de konsekwenties niet te overzien zijn. Interessante cast, waarbij de opgeblazen Frank Cellier veel plezier heeft met zijn omgewisselde identiteit en persoonlijkheid; de altijd betrouwbare Karloff en de prachtige Anna Lee (ten tijde van deze film de echtgenote van de regisseur) doen het eveneens naar behoren, maar John Loder is zoals altijd een nietszeggende verschijning, zodat ik op het einde haast hoopte dat Karloffs opzet zou slagen. Grappige titel.

Man Who Knew Infinity, The (2015)

Wat je deze film zou kunnen verwijten is juist wat karakteristiek is voor dit soort Engelse films: uiterst goed verzorgd qua sets, kleding en dialogen, maar daardoor dreigen de klassieke vormgeving en de stiff upper lip de emoties te overvleugelen, althans voor wie zich aan die enigszins koele "toplaag" stoort. Zelf heb ik daar gelukkig maar zelden last van, en zéker niet bij déze film, waar Patel regelmatig uit zijn slof schiet, Irons nauwelijks oogcontact durft te maken en Jones heel vriendelijk probeert te bemiddelen. Het romantische subplot waar sommigen hier over vallen maakt juist duidelijk hoezeer Ramanujan zijn thuis zal missen. Al met al een boeiende film over een man van onbegrijpelijke brille, ook al blijf ik na afloop zitten met dezelfde vraag als Hardy: waar kwamen al die inzichten vandaan? (Wat overigens de rol van Stephen Fry betreft, als die nóg kleiner was geweest had hij niet eens bij de credits genoemd hoeven worden.)