- Home
- Roger Thornhill
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Cabaret (1972)
Na het herlezen van Isherwoods Mr Norris changes trains en Goodbye to Berlin heb ik deze film weer eens herzien, en het blijft voor mij toch de enige musical van na 1970 die mag wedijveren met de klassieke Hollywood-musicals. Sally Bowles is een onuitstaanbaar gemaniëreerd maar nergens karikaturaal typetje dat in Liza Minnelli's vertolking briljant tot leven komt, Joel Grey is geweldig als de MC, de liedjes zijn ijzersterk ("Money makes ze world go round") en de sfeer is (of liever gezegd lijkt mij) perfect getroffen: "Tomorrow belongs to me!" Prachtig hoe in de driehoeksrelatie met de aalgladde Helmut Griem steeds meer twijfel kruipt (“Screw Maximilian!” “I do.” “So do I.”). En dan dat slot, Sally die het niet over haar hart kan krijgen om op het moment van afscheid van Brian nog éven de diepte in te gaan... Een film die perfect is zoals hij is, en laten we toch in 's hemelsnaam hopen dat Baz Luhrman hier nooit z'n begerige oog op laat vallen. (Overigens ben ik ook bepaald geen fan van Liza Minnelli, en na Cabaret zou ik alleen nog New York New York en Arthur als enigszins respectabele titels uit haar filmografie kunnen noemen, maar Sally's oppervlakkigheid, de verblindheid door showbiz-bling-bling, het ergerlijke egocentrisme en het onvermogen om te zien dat de Kit Kat Klub nooit het opstapje naar de UFA zal vormen zet ze hier toch perfect neer.)
Cabin in the Woods, The (2011)
Tjonge jonge wat een verschillen in waardering hier, sommige mensen "vatten" de grap, andere mensen gooien hun DVD het raam uit, en er zijn zelfs mensen die klagen dat de film misschien nog wel wat zou zijn geworden als ze die mannen in de witte jassen hadden weggelaten en je gewoon wat lekkere zombie-kill-afslacht-standaard-Evil dead-meets-Cabin fever-rip-off-afgezaagde-cliché's had overgehouden. Voor mij persoonlijk geldt dat een film als deze verklaart waarom ik zo van films houd: grappig, intens, kleurrijk, doordacht, en vooral eindeloos inventief, hetgeen ik al hoopte met Joss Whedon (die bij mij sinds Firefly en Serenity op een klein voetstukje staat) aan het stuur. Sowieso scoort deze film bij mij al vier sterren, en vanwege de briljante rol van Richard Jenkins (Lin: "Do we pipe it in or do you wanna do it orally?" Sitterson: [closes eyes] "Ask me that again - only slower. . .") komt er nog een half sterretje bij, en als ik dan zie wie er op het einde van de film met haar zwarte handschoentjes ook nog haar opwachting maakt is het genot compleet. Wát een leuke film. "Yes, you had Zombies. But this is Zombie Redneck Torture Family. Entirely separate thing. It's like the difference between an elephant and an elephant seal."
Trouwens, de Blu-ray is uitgebracht door DFW, en die specialiseren zich normaliter in bare-bones-uitgaves, maar op déze release staat naast een commentaartrack van Joss Whedon en Drew Goddard nog meer dan twee uur aan interessant bonusmateriaal – gaat dat zien.
Cabinet des Dr. Caligari, Das (1920)
Alternatieve titel: The Cabinet of Dr. Caligari
Aansluitend bij de berichten van Halcyon (20 oktober 2010) en Donkerwoud (1 juli 2012), waarin zij de multi-interpretabele slotscène aanstippen : ooit las ik een artikel dat stelde dat de vervorming van alle architectuur (om het zo maar even te noemen) in feite "verklaard" kan worden doordat alle gebeurtenissen van de film zich in Franzis' gestoorde geest afspelen. Maar waarom ligt hij dan aan het einde van de film (wanneer hij zijn verhaal beëindigd heeft en weer in de werkelijkheid is teruggekeerd) in een nog steeds "vervormde" verpleegkamer? Mogelijke antwoorden:
a. omdat dat gewoon de stijl van de film is, zowel in Franzis' fantasieën als tijdens de werkelijkheid (met andere woorden de vervorming weerspiegelt helemaal niet per se Franzis' gestoorde geest, en de schrijver van het artikel is abuis);
b. omdat dat nou eenmaal de manier is waarop Franzis alles (zowel in zijn fantasieën als tijdens de werkelijkheid) waarneemt;
c. omdat Franzis' nachtmerrie nog niet voorbij is: ook in werkelijkheid is de directeur van de inrichting een gewetenloze Caligari-imitator die nu misschien wel Franzis tot zijn werktuig wil maken (een twist ín een twist, met andere woorden).
Allemaal te vergezocht, met andere woorden toch gewoon antwoord a ?
Cadillac Records (2008)
Veel te veel historische informatie voor een veel te korte speelduur, maar de briljante muziek maakt veel goed, en het blijft altijd leuk om al die legendes tot leven te zien komen. De mooiste momenten waren die met mijn idool Howlin' Wolf, zeer sterk gespeeld door Eamonn Walker, die hier een grote waardigheid met een ijzingwekkende latente dreiging weet te combineren. Kortom, ik heb deze film met veel plezier bekeken, en misschien worden er nog wel een paar jongere muziekliefhbbers toe aangezet om eens de originele opnames op te gaan snorren...
Call Northside 777 (1948)
Strakke procedure-film die optimaal gebruik maakt van de echte lokaties van Chicago. Sterke documentaire-achtige stijl met minimaal gebruik van muziek (alleen bij begin- en eindcredits denk ik?), en gelukkig wordt de voice-over van bij het begin daarna gelukkig bijna geheel achterwege gelaten. James Stewart is wat agressiever en cynischer dan gewoonlijk, Lee J. Cobb is nog niet getypecast als sigaarkauwende bullebak, en Richard Conte is ontwapenend. Mooi jaren-veertig-voorbeeld van het nieuwe Hollywood van de jaren vijftig.
Call, The (2013)
Och, dat laatste kwartier, het is misschien wat (ik bedoel natuurlijk: zéker enórm) clichématig dat Berry in d'r eentje zonder back-up die trap afdaalt (hoewel niet onbegrijpelijk omdat ze wel snapt dat de tijd dringt), maar tót die tijd zat ik toch naar een behoorlijk spannende thriller met een vrij aparte achtervolging te kijken, en ook ná die afdaling zitten er nog genoeg onaangename momenten in. Bovendien vond ik het slot best geslaagd, en dat leverde als geheel toch tot en met de laatste seconde een aardige en goed gespeelde thriller op.
Campaign, The (2012)
Lekker vette humor – ik had even de hoop dat deze film een echte satire op een verkiezingscampagne zou worden, maar uiteindelijk is de insteek vooral absurd, smakeloos, over de rand en héél vaak erg grappig, met de twee kandidaten in topvorm en Jason Sudeikis in een opmerkelijk ingetogen maar wel effectieve rol als Ferrells rechterhand (en af en toe de stem van het gezond verstand). Hilarisch moment wanneer de Amerikaans-Aziatische huishoudster van Brian Cox uitlegt waarom haar werkgever haar $50 per week extra betaalt. (Wie de trailer bekijkt ziet daarin toch een hoop momenten en one-liners die niet in de film terecht zijn gekomen, dat moet soms toch wel een teleurstelling zijn.)
Candyman (1992)
Goed spel van Virginia Madsen, door wiens persoonlijkheid ik heel efficiënt het verhaal in word getrokken, en natuurlijk van Tony Todd, die ikzelf nog veel creepier vind in een paar Final destination-films als de begrafenisondernemer die wel het één en ander over de werkwijze van IJzeren Hein kan uitleggen. Daarnaast toch ook nuttig werk van Xander Berkeley (altijd een goede dubbelzinnige verschijning) als Madsens echtgenoot, en er zaten ook een paar effectieve schrikmomenten in (Berkeley die opeens bovenop Madsen springt terwijl je eigenlijk Candyman verwacht, de hond achter het raam, de haak die opeens dwars door het medicijnkastje heen komt zetten), maar verder kon de film me eigenlijk niet zo pakken. Ik denk dat ik de titelfiguur gewoon niet zo'n ikonisch personage vind, en dat hij wel fysiek verschijnt maar tegelijkertijd toch ook weer niet door anderen gezien wordt vind ik een wel héél makkelijke oplossing: zo wordt hij feitelijk een onoverwinnelijke vijand, en die is niet zo interessant, dan zijn de kaarten eigenlijk gewoon gestoken en sta je als heldin totaal machteloos (bijvoorbeeld wanneer hij Madsens boeien doorsnijdt en haar zo verantwoordelijk maakt voor de dood van de raadsman). Mogelijke diepere lagen komen daardoor bij mij niet aan.
Canyons, The (2013)
Van Less than zero was ik zeer onder de indruk, en ook American psycho kon me wel boeien, maar na zijn vijfde boek legde ik Bret Easton Ellis definitief opzij, want noch zijn thematiek noch zijn personages noch hun levenswijze vertoonde ook maar enige ontwikkeling of vooruitgang. 28 jaar na dat beroemde debuut blijkt Ellis nog altijd over dezelfde thema's, personages en levenswijze te schrijven, en dat heeft een werkelijk stomvervelende film opgeleverd. Ik geef er toch niet een halve maar een hele ster aan vanwege de aardig spelende James Deen, die me af en toe aan Paul Reiser in Aliens deed denken (ik moet bekennen dat ik vóór deze film niet van zijn eigenlijke beroep op de hoogte was), maar veel goeds kan ik er verder niet over verzinnen.
Omdat hij ooit het script voor Taxi driver heeft geschreven blijf ik Paul Schrader volgen, en recentere films als Affliction en The walker waren ook zeker de moeite waard, maar man man wat moet het moeilijk zijn om je waren in Hollywood te slijten als je je daarvoor tot pulp als dit moet verlagen. Het artikel waar blurp194 hierboven naar verwijst is hilarisch.
Capricorn One (1977)
Nog altijd een best aardige want sober uitgewerkte thriller met een typisch jaren-70-paranoia-plot, degelijke dialogen en nog steeds redelijke actiescènes (natuurlijk minder spectaculair dan in de CGI-crazy 21ste eeuw, maar dat maakt niet uit). De eerste helft is het sterkst, met de intrigerende set-up en een prima Hal Holbrook, maar de tweede helft verzandt helaas een beetje in meer standaard actie met de drie astronauten in de woestijn, met Telly Savalas in een grappig bedoelde rol die al gauw op de zenuwen gaat werken en een slotscène in achterlijke slow-motion met de rennende astronaut en journalist plus triomfantelijke muziek. Prachtige rol van David Huddleston als de zuigende Congressman Hollis Peaker, bijna een blauwdruk voor Philip Seymour Hoffman, en dat rood-zwart-geblokte overhemd dat Elliott Gould onder zijn jasje denkt te mogen dragen is wel bijzónder seventies. Ach, prima vermaak.
Captain America: Civil War (2016)
Alternatieve titel: Captain America 3
Wat enorm, enorm veel en vooral láng allemaal. Iedereen is er weer, er wordt weer flink onderling gevochten, Ant-Man en de nieuwe Spider-Boy mogen nu ook hun opwachting maken (hetgeen meteen ook weer eisen stelt aan de afmetingen van het slagveld), het oude cliché dat de helden eigenlijk een gevaar voor de samenleving zijn is maar weer eens afgestoft, en komen meer bekende acteurs voorbij dan ik kan onthouden. Het is allemaal niet slecht, en de one-liners zijn nog altijd grappig, maar het is voor mij gewoon veel te veel van het goede – en dan zijn Hulk en Thor nog niet eens langsgeweest.
Captain Marvel (2019)
Ik ben Captain Marvel in de loop der tijd (het afgelopen jaar 4x bekeken) eigenlijk steeds leuker gaan vinden. Als prequel staat dit grotendeels los van de plotlijnen van het MCU (afgezien van de introductie van een aantal personages: Fury, Coulson, Ronan, de Captain zelf), maar de film heeft vaart, hij is lekker ongecompliceerd (geen morele grijstinten) en af en toe bijzonder grappig, Samuel L. Jackson speelt alsof dit zijn allereerste film is, er is serieuze ontroering bij de ontmoeting met Maria Rambeau, de derde akte zakt niet in en wordt ook niet eindeloos gerekt, er is een lekkere schurk (Jude Law stelt eigenlijk nooit teleur), er zitten een paar leuke twists in, en de twee belangrijkste pluspunten: de film straalt een enorm plezier uit, en Brie Larson is perfect als het onverstoorbare en vaak mooi ironisch kijkende titelpersonage. Een ontzettend kleurrijk totaalpakketje.
Captain Nova (2021)
In het begin was ik wel even bang dat dit een beetje een hobbyfilmpje zou worden, met voorspelbare dialogen ("De verbinding met de basis kan elk moment –"), de infantiele stem van ADD en zijn clichématige onvermogen om humor en ironie te herkennen, maar al vrij spoedig ontwikkelt dit zich tot een vlotte jeugdfilm met een aardige variant op de tijdreis-paradox, fraaie fotografie en FX (de "freeze mode"!) en een paar uitstekende vertolkingen, met name van Hannah van Lunteren als no-nonsense-rechercheur Claire Luchtmeijer en Robert Bleij als de wezelige Simon Valk junior (anno 2025). Een film met zelfvertrouwen.
Captain Phillips (2013)
Een enorme meevaller : de spanning en het goede spel had ik wel verwacht, maar gelukkig was ook de regie van Paul Greengrass ditmaal gepast, bij met name The Bourne ultimatum werd ik echt doodziek van zijn drukke stijl. Het is misschien zijn bedoeling om de kijker door die cameravoering "midden in de actie" te plaatsen, maar ik denk zelf in zo'n geval alleen maar: o kijk, weer zo'n drukke camera, de regisseur wil mij kennelijk weer eens zogezegd midden in de actie hebben, en als ik me zo bewust ben van cameravoering en montage is dat dodelijk voor het ongedwongen genieten van en opgaan in een film. Gelukkig paste die techniek zoals gezegd voor mij prima bij deze film.
Captive Heart, The (1946)
Ik sluit me geheel aan bij mijn enige voorganger, met een speciale vermelding voor de ingetogen vertolking van Michael Redgrave – klassiek Brits understatement-acteren dat hier wonderwel werkt. Met Rachel Kempson (de vrouw aan wie hij vanuit het kamp zijn brieven schrijft) was Redgrave gedurende (op vier maanden na) vijftig jaar getrouwd, van 1935 tot aan zijn dood in 1985, waarbij zij de ouders werden van Vanessa, Corin en Lynn Redgrave, en de grootouders van Natasha en Joely Richardson en Jemma Redgrave – een sprookjeshuwelijk, mag je wel zeggen.
Career Girl (1944)
Bijzonder doorsnee musicalletje over het nog veel doorsnedelijker thema van een meisje dat het op Broadway probeert te maken. Francis Langford doet het acceptabel maar ook niet veel meer dan dat – wie deze film bekijkt zal zich er niet over verbazen dat ze nooit een echte ster is geworden. De presentatie is verder goedkoop maar adekwaat en het tempo ligt hoog, maar de liedjes (toch een belangrijke troef van een musical) zijn vrij medioker en worden uiterst statisch gebracht door Langford die staat te zingen op een podium terwijl achter haar een troep danseressen hun ding doen. Er komt ook een verdwaalde tapdansact voorbij, maar de twee dieptepunten van de film bevinden zich in de laatste vijf minuten: eerst doet er een meisje een zelfmoordpoging waar 30 seconden later al niet meer op wordt teruggekomen, daarna zien we een rijtje danseressen in lichtgekleurde panty's met een soort esdoornblad op hun onderbuik gestikt waardoor het net lijkt of ze met enorme bossen schaamhaar staan te swingen – het is bijna niet voor te stellen dat er in 1944 niemand aan de bel heeft getrokken, maar het resultaat is potsierlijk. Het genadeloze optimisme dat deze film probeert uit te stralen levert uiteindelijk een redelijk onderhoudend uurtje vermaak op voor wie houdt van de oude doos en daarbij geen al te hoge eisen stelt.
Carefree (1938)
Net nu ik weer eens de drie Astaire-Rogers-DVD's in mijn collectie heb bekeken, is de BBC mij tegemoet gekomen door de enige film van dit duo die ik nog niet had gezien uit te zenden. De standaard-premisse is niet wezenlijk anders (Fred wordt verliefd op Ginger, maar zij ziet zijn luchthartigheid voor oppervlakkigheid aan, zodat hij alle muzikale zeilen moet bijzetten om haar los te weken van een verloofde wiens enige zondes de door het script voorgeschreven kortzichtigheid en nietszeggendheid zijn), maar het grote verschil is dat Rogers hier veel meer gelegenheid krijgt om te laten zien wat ze als actrice in haar mars heeft, zowel wat betreft haar komische talenten als wanneer ze haar ware gevoelens moet proberen te verbergen, en ik moet zeggen dat ik haar nog nooit zo goed heb gevonden (net zoals mrklm hierboven de loftrompet over haar steekt). Ook op andere gebieden verschilt Carefree toch wel van hun eerdere films: minder dans en muziek, meer surrealisme (inclusief een droomsekwens met enigszins unheimische slow-motion), een thematiek (het onderbewuste) die volgens mij in die jaren steeds meer in de mode kwam, en dus een grotere focus op Rogers. Ook wel een iets tragere en wat kortere fim dan gebruikelijk, met twee hoogtepunten (Astaire die met golfballen in de weer gaat, en de dans bij The yam in en dwars door het restaurant), maar als geheel toch net wat minder spetterend dan bijvoorbeeld Top hat en Shall we dance.
Carmen Jones (1954)
Het blijft toch wel iets van een gimmick houden, om een gemoderniseerd (noir-) verhaal met nieuwe lyrics te schrijven bij oude en in de dubbele betekenis van het woord klassieke muziek, en dat geheel dan te laten uitvoeren door een geheel Afro-Amerikaanse cast. De aanwezigheid van de drie hoofdrolspelers (de elektrificerende Dorothy Dandridge, de aantrekkelijke Harry Belafonte en de uitbundige Pearl Bailey), de prachtige kleurenfotografie en het vlotte tempo maken hier echter toch een vrij onderhoudende produktie van, en ik heb me in ieder geval nergens verveeld. Jammer van dat dubben van die stemmen, het had toch iets aan het realiteitsgehalte bijgedragen als Dandrige en Belafonte hun eigen nummers hadden mogen inzingen (ook al hadden die partijen daartoe wel wat moeten worden gesimplificeerd).
Carnal Knowledge (1971)
Dat doodbloeden had ik niet zo'n last van. Uitstekend spel van alle vier de acteurs, met de meeste aandacht toch voor Nicholson en Ann-Margret. In de jaren 70 ongetwijfeld zeer schokkend vanwege taalgebruik, bloot (minimaal van Ann-Margret) en onderwerpkeuze, maar op het gebied van sexuele ontboezengen zijn we sindsdien wel wat gewend geraakt (Knocked up, I love you man...). De psychologische portretten kunnen echter ook veertig jaar later nog schrijnend zijn voor wie zichzelf en/of zijn buurman daarin herkent. Verfrissend gebruik van lange takes en gecompliceerde dialogen zonder dat het gekunsteld gaat voelen. Triest einde wanneer Nicholson zich zijn ultieme machtsfantasie door een prostituee laat voorspelen.
Carousel (1956)
Een paar maanden verder en deze film blijft nog steeds door mijn hoofd zeuren, juist vanwege de minpunten die ik hierboven aanstip. Zo is het juist de kracht van Gordon MacRae dat hij perfect kan uitstralen dat zijn personage wel een goed hart heeft maar niet de slimheid bezit om dat in te zien, terwijl de filmpersoonlijkheid van Sinatra juist te uitgekookt en te wereldwijs is om dat overtuigend over te brengen. De thematiek van de losse handjes wordt hier ook enigszins verzacht, want in tegenstelling tot bijvoorbeeld de non-musical-verfilming van Fritz Lang uit 1934 krijgen we hier niet expliciet te zien hoe Billy Julie een klap verkoopt, maar door de laatste scène (de diploma-uitreiking) krijgt de film wel een bevredigend einde middels een slot dat je sentimenteel kunt vinden, maar ook juist humaan zoals tekstschrijver Oscar Hammerstein II het bedoelde. Kortom, een kleine herwaardering vanwege de psychologische insteek. En bovengenoemde pluspunten blijven natuurlijk gewoon staan.
Wie trouwens de 50th Anniversary Edition-dubbel-DVD van deze film koopt, krijgt daar op de eerste DVD een aardig audiocommentaar van onder andere hoofdrolspeelster Shirley Jones bij, en op de tweede DVD staat zomaar een uitstekende print van bovengenoemde Liliom van Fritz Lang inclusief Nederlandse ondertitels.
Carrie (1976)
Nee, het gaat echt niet meer goedkomen tussen Brian de Palma en mij. Ik heb in mijn leven 24 films van hem gezien, maar ook na herziening van diverse titels is er maar een handvol die ik serieus kan nemen, en Carrie hoort daar absoluut niet bij – misschien had Piper Laurie wel het juiste idee toen ze deze film als zwarte komedie bleef beschouwen, ook al verzekerde De Palma haar dat dit toch echt een horrorfilm was. De hele opbouw ligt er zó dik bovenop en alle pesterijen en vernederingen zijn zó vet aangezet dat ik gewoon buiten het verhaal word gezet in plaats van er door meegesleept te worden en me met het titelpersonage te identificeren, en het jatwerk van de vioolmuziek uit Psycho is misplaatst. Op Spaceks vertolking valt niets aan te merken, en de massaslachting tijdens het schoolbal werkt nog altijd uitstekend, maar de confrontatie met de moeder ontbeert dan weer elke spanning, en voor de voorspelbaarheid van de slotscène gaat er gewoon een volle ster van mijn waardering af. Redelijk stijlvol, maar niet spannend en zéker niet eng.
Carrie (2013)
Degelijke remake waarover ik misschien enthousiaster ben dan veel andere gebruikers omdat ik noch van Brian de Palma's origineel noch van Sissy Spacek ooit een hoge dunk heb gehad. Chloë Grace Moretz is een uitstekende titelheldin, Julianne Moore is lekker obsessief, de rest van de cast doet het naar behoren, en de climaxen (dus op school en in de vluchtauto) zien er goed uit. Niets briljants, maar naar behoren.
Overigens vinden veel gebruikers hier Moretz te mooi voor de rol van Carrie. Daar heb ik helemaal geen last van, want ik vind haar niet echt mooi of klassiek knap; wel heeft ze een heel apart gezicht met een karakteristieke mond, en door dat bijzondere uiterlijk is ze ook heel geschikt voor de bijzondere Carrie. En dat ze te oud zou zijn? Ze was ten tijde van de opnames 15-16 jaar oud, terwijl de veelgeprezen Spacek toen al 26-27 was.
Cartaio, Il (2004)
Alternatieve titel: The Card Player
Doorsnee serial-killer-met-een-aparte-modus-operandi-thriller die zich onderscheidt door wat extra gruwelijkheden (de expliciete beelden van twee autopsies), de verrassing dat de mannelijke hoofdpersoon het einde van de film niet haalt, en de beroemde naam in de regisseursstoel. En van diens reputatie begin ik persoonlijk eigenlijk steeds minder te begrijpen.
Casanova di Federico Fellini, Il (1976)
Alternatieve titel: Casanova
Misschien meer een verzameling tableaux dan een dwingende dramatische lijn, maar sinds ik deze film voor het eerst zag zitten die scènes zódanig op mijn "mind's eye" geëtst dat ik ze wel nooit meer zal kwijtraken: de sex onder het toeziend oog van de voyeuristische ambassadeur, het naaistertje met bloedarmoede ("Wat we moeten doen? Aderlaten!"), Casanova die hulp nodig heeft bij de daad ("Schud ze!"), de neukwedstrijd, de orgie in kamer-op-wielen in Dresden, en de mechanische houten pop – allemaal magnifieke scènes en beelden, afwisselend (en soms tegelijkertijd) bijzonder grappig en zeer triest. En de enige reden waarom ook ik dit niet Fellini's beste vind is omdat hij nou eenmaal een aantal andere nóg betere films heeft gemaakt.
Casino Royale (2006)
Heel begrijpelijk waarom dit de op MovieMeter hoogst gewaardeerde Bondfilm is: een fris begin, een stoere hoofdrolspeler, stevige actie, grimmig, een paar uitstekende twists, mooie lokaties, strak geregisseerd, een superacteur als tegenstander... Dat ik zelf toch niet hoger kom dan 3½* ligt aan mijn persoonlijke voorkeur: fijn dat de film niet meer zo melig is als ten tijde van Roger Moore maar zelf was ik ook heel tevreden met de toon van de Brosnan-films, Daniel Craig doet het prima maar is niet een acteur met wie ik met plezier meeleef, en een pokerpartij als centraal plotelement vind ik persoonlijk niet erg bloedstollend, zeker niet in vergelijking met die fabuleuze achtervolging van aan het begin. Dus met plezier bekeken, maar voor mij niet een topper in de reeks.
Cassandra Crossing, The (1976)
Ik kan me zo voorstellen dat dit begon als een spannende psychologische actiethriller over de gevolgen van een uiterst besmettelijk ziektegeval op een passagierstrein die daardoor nergens meer mag stoppen, maar dat deze film vanaf het moment dat Carlo Ponti aan boord kwam verwerd tot een rampenvehikel voor oude sterren die nog even een flinke cheque kwamen innen en voor jonge sterren die hiermee zéker niet zijn doorgebroken, à la The towering inferno maar dan een treetje lager. Dus zit de film vol met Grand Hotel-achtige portretten van alle personages alvorens ze aan de epidemie gaan worden blootgesteld, met als verschrikkelijk dieptepunt de relatie tussen Harris en Loren waarvan je al vanaf de eerste seconde aanvoelt, nee, wéét dat ze elkaar in de crisis toch weer gaan vinden en waarderen. De rest van de acteurs doet het eigenlijk niet eens zó slecht, en het slot is verrassend naargeestig voor zo'n big-budget-action-spectacular, maar echt spannend of goed wordt het nergens, daarvoor zit ik toch teveel naar bekende gezichten in plaats van echte betrokken mensen te kijken. Desalniettemin warempel toch nog vermakelijker dan ik me herinner, met als kanttekening dat de tamelijk delicate situatie van het personage van Lee Strasberg qua uitwerking misschien wel iets meer finesse en subtiliteit had verdiend.
Cassandra's Dream (2007)
Niet slecht, met een interessante casting van de broers (omdat ik beide acteurs eigenlijk eerder in de rol van de ánder zou verwachten) en een geweldige Tom Wilkinson, maar zonder nou meteen om de cameravoering of de montage van een Paul Greengrass te vragen was een iets intensere stijl van filmen toch wel op z'n plaats geweest, ook al is dat dan ook absoluut niet "des Woody Allens". Desalniettemin redelijk sterk en intrigerend.
Cat and the Canary, The (1927)
Als zeer groot liefhebber van de versie van dit verhaal uit 1939 met Bob Hope (toen nog aan het prille begin van zijn carrière) en de prachtige Paulette Goddard heb ik deze versie van Paul Leni ongewild toch bekeken als een voorloper daarvan, terwijl dít natuurlijk het origineel is (en het sjabloon voor de talloze old dark en/of haunted house-films sindsdien). Ik blijf een voorkeur houden voor die latere versie, maar deze is toch ook sterk, met z'n nog altijd behoorlijk hoge tempo, z'n komische rol voor Creighton Hale (inclusief Harold Lloyd-bril), de onderhoudende drukke climax en vooral z'n bijzonder indrukwekkende sets.
Cat and the Canary, The (1939)
Uiteraard niet echt "eng" meer, en wie niet tegen Bob Hope kan moet hier ook vooral niet naar kijken.
Voor wie nu nog leest: een – wat zeg ik? de perfecte "spooky house"-comedy-thriller, waarin rijke erfgename Paulette Goddard (met een voor mij nog altijd adembenemende glimlach) achterna wordt gezeten door spoken… of door een uitgebroken psychopaat… of door andere jaloerse erfgenamen… of door Bob Hope, hier in zijn derde film, nog jong en fris, met dialogen die speciaal voor hem werden geschreven en die zijn specifieke persona van coward who makes good hier op zijn voordeligst deden uitkomen. Bovendien wordt deze film gedragen door de professionaliteit die zelfs een doorsnee-Hollywood-produktie uit het Gouden Tijdperk altijd kenmerkte maar die hier zelfs het geheel nog naar een hoger niveau tilt: uitstekend ingevulde bijrollen, snelle dialogen, een briljante geluidsband met nog altijd "creepy" geluidjes, en bovenal prachtige sets die mij door een extreem sfeervolle belichting totaal doen vergeten dat we hier te maken hebben met studiosets in plaats van een halfvergaan spookhuis in de bayous van Louisiana. Hollywood moonshine op z'n best, voor de fijnproever.
Cat on a Hot Tin Roof (1958)
Alternatieve titel: Kat op een Heet Zinken Dak
Naar aanleiding van Elia Kazans verfilming van A streetcar named Desire (beste mannelijke èn vrouwelijke hoofdrollen ooit, vond ik tóén althans) ben ik ooit een groot bewonderaar van Tennessee Williams geworden. Ik heb nog steeds zo'n beetje alles van hem in de kast staan, maar ik lees het eigenlijk nooit meer, want al die sexuele repressie, ghosts in the cupboard en Zuidelijke accenten heb ik onderhand wel een beetje gehad (ook al doordat zoveel moderne horrorfilms daar ook vrijelijk uit putten voor hun gothic horror cast : moordzuchtige kannibalistische redneck hillbillies enz.). Vandaar dat ik het bekijken van deze film lange tijd voor me uit heb geschoven.
Nu dan toch maar gedaan, en dan zie je opeens wat er gebeurt wanneer de rollen worden ingevuld door goede acteurs zodat toneelpersonages worden vervangen door mensen van vlees en bloed – tja, dat doet me toch wel wat. Indrukwekkend, vooral van Newman en Taylor natuurlijk, maar ook Burl Ives als Big Daddy. Toevallig heb ik een half jaar geleden The big country ontdekt, de film uit hetzelfde jaar waarvoor hij een Oscar voor de beste bijrol kreeg, en dat deed me denken aan Kevin Spacey: toen die in 1995 de Oscar voor The usual suspects kreeg hebben de mensen die op hem stemden misschien ook wel gedacht aan zijn rol als John Doe in Seven uit hetzelfde jaar, hetgeen hem misschien nèt een beetje extra goodwill (en stemmen) voor die Oscar opleverde. Zo ook deze rol van Burl Ives: voor The big country had hij zijn Oscar al meer dan genoeg verdiend, maar deze geweldige rol in Cat on a hot tin roof zal zijn kansen zéker geen kwaad hebben gedaan. En om op de film zelf terug te komen: ijzersterk, met de scènes tussen Brick en Big Daddy in de kelder als hoogtepunten.
