• 16.433 nieuwsartikelen
  • 180.220 films
  • 12.398 series
  • 34.342 seizoenen
  • 651.713 acteurs
  • 199.727 gebruikers
  • 9.421.864 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Cat on a Hot Tin Roof (1958)

Alternatieve titel: Kat op een Heet Zinken Dak

Naar aanleiding van Elia Kazans verfilming van A streetcar named Desire (beste mannelijke èn vrouwelijke hoofdrollen ooit, vond ik tóén althans) ben ik ooit een groot bewonderaar van Tennessee Williams geworden. Ik heb nog steeds zo'n beetje alles van hem in de kast staan, maar ik lees het eigenlijk nooit meer, want al die sexuele repressie, ghosts in the cupboard en Zuidelijke accenten heb ik onderhand wel een beetje gehad (ook al doordat zoveel moderne horrorfilms daar ook vrijelijk uit putten voor hun gothic horror cast : moordzuchtige kannibalistische redneck hillbillies enz.). Vandaar dat ik het bekijken van deze film lange tijd voor me uit heb geschoven.

        Nu dan toch maar gedaan, en dan zie je opeens wat er gebeurt wanneer de rollen worden ingevuld door goede acteurs zodat toneelpersonages worden vervangen door mensen van vlees en bloed – tja, dat doet me toch wel wat. Indrukwekkend, vooral van Newman en Taylor natuurlijk, maar ook Burl Ives als Big Daddy. Toevallig heb ik een half jaar geleden The big country ontdekt, de film uit hetzelfde jaar waarvoor hij een Oscar voor de beste bijrol kreeg, en dat deed me denken aan Kevin Spacey: toen die in 1995 de Oscar voor The usual suspects kreeg hebben de mensen die op hem stemden misschien ook wel gedacht aan zijn rol als John Doe in Seven uit hetzelfde jaar, hetgeen hem misschien nèt een beetje extra goodwill (en stemmen) voor die Oscar opleverde. Zo ook deze rol van Burl Ives: voor The big country had hij zijn Oscar al meer dan genoeg verdiend, maar deze geweldige rol in Cat on a hot tin roof zal zijn kansen zéker geen kwaad hebben gedaan. En om op de film zelf terug te komen: ijzersterk, met de scènes tussen Brick en Big Daddy in de kelder als hoogtepunten.

Catch Me If You Can (2002)

Heerlijk lichte en luchtige film over onwaarschijnlijke bravourestukjes die met veel liefde en humor tot leven worden gewekt. DiCaprio is geknipt voor zijn rol en brengt naast de charme ook de incidentele melancholie knap over het voetlicht, Hanks is perfect als de onopvallende man in pak die zich in de achtervolging vastbijt, en Walken vormt het emotionele hart van de film. Leuk ook om al die jonge actrices te zien voordat ze doorbraken: Amy Adams, Elizabeth Banks, Jennifer Garner... Wel een minpuntje is dat de film erg lang duurt, gevoelsmatig is dit eerder een verhaal voor 6 of 7 kwartier dan voor 9, maar aan de andere kant heb ik me ook nergens verveeld, dus ik kan daar eigenlijk toch geen sterretje minder voor geven. Leuke titelsekwens ook, en de muziek daarbij zet op sublieme wijze de toon voor de film zelf. Spielberg zal nooit een favoriete regisseur worden, maar voor de manier waarop hij een film als deze aflevert heb ik toch wel veel respect.

Catfish (2010)

Begint zeer sterk, en wanneer halverwege de confrontatie met de familie begint zit ik zelfs even op het puntje van mijn stoel, ook al omdat ik zonder voorkennis aan deze film begon en dus niet wist of dit echt of nep was en of er dus een horrorscenario zou kunen volgen, maar de ontknoping is dan wel warm-menselijk ("Angela is niet slecht maar zielig!") met een wijze les ("oordeel niet te snel!") maar ook enigszins een afknapper ("maar dat is toch eigenlijk niets meer dan wat al een tijdje wordt aangekondigd?"). Misschien hangt het van de kijker af of hij de wijze les meer waardeert dan de dramatische nachtkaars. (Grappig detail: volgens een interview met de drie filmmakers werd de titel gesuggereerd door hun vriend Ben Younger, regisseur van Boiler room en Prime.)
 

Catman of Paris, The (1946)

Een duidelijke poging om een graantje van het succes van The wolf man en Cat people mee te pikken, maar zonder de sterke rolverdeling van de eerste film en de subtiliteit van de tweede. Wie vertrouwd is met de namen in de cast zal bovendien al spoedig een idee krijgen van hoe de vork in de steel zit. Gelukkig zijn sets, kostuums, setting en tempo allemaal redelijk in orde, en de voor een B-film gebruikelijke korte speelduur houdt alles dragelijk.

Catwoman (2004)

Voor een film als deze wil ik altijd wel tot het verstand-op-nul-kamp behoren. En ziedaar, best vermakelijk met een mooie sexy Catwoman. Sharon Stone daarentegen heb ik nooit zien zitten, en die R&B vind ik persoonlijk rampzalig, maar ja, dat is mijn eigen muzikale smaak, en ik zal ook wel niet helemaal tot de doelgroep behoren...

Cell, The (2000)

Zowel het thrillerelement (met een bijzonder benauwende Vincent d'Onofrio en een verrassend ingetogen en uitstekend acterende Vince Vaughn) als het SF-element vind ik nog altijd de moeite waard. Maar wat ik al vond toen ik hem voor het eerst zag, en wat ik nu nog steeds vind, is dat de toch behoorlijk fantasierijk ontworpen droomwereld eigenlijk nog niet eens grillig genoeg is: hij is wel suggestief, soms sprookjesachtig en soms angstaanjagend, maar de bizarre onvoorspelbaarheid die ik er echt mee associeer mis ik toch een beetje, het is niet onrustbarend genoeg. Misschien denk ik daarbij meer aan Un chien andalou, Eraserhead, het Duitse expressionisme? Moeilijk te zeggen. Hoe dan ook, wat mij betreft dus net niet perfect, maar toch een zeer hoge score vanwege het feit dat er in ieder geval geprobeerd is om iets nieuws te doen, iets gewaagds, een grens te verleggen, het on(der)bewuste in te duiken op een manier die niets dan lof verdient.

Cemetery Junction (2010)

"1964. That's the last time your father said 'Thank you' for a cup of tea." Mooie, soms grappige soms ontroerende film. Ik moest zelf denken aan klassieke voorbeelden als I vitelloni en American graffiti, maar volgens de IMDb-trivia-pagina zijn Saturday night and Sunday morning en Bruce Springsteens Thunder Road grotere invloeden. De twee belangrijkste personages (dus Freddie en Bruce) hebben mooie en karakteristieke koppen, de rest van de rollen zijn uitstekend ingevuld, en hoewel het allemaal misschien al eens vaker vertoond is zijn er toch ook genoeg verschillen (de soms licht absurdistische toon van bijvoorbeeld Snorks tatoeage en van de dialogen tussen Freddie's vader en grootmoeder, maar ook het feit dat het hier eigenlijk vaak mooi en zonnig weer is, in tegenstelling tot het cliché-zwart/wit-regenachtige beeld van de Noord-Engelse jaren-60-kitchen sink drama's) om dit fris en boeiend te houden. Sterk.

Centurion (2010)

"Her soul is an empty vessel – only Roman blood can fill it." Zo, dan weten we waar we staan. Prachtige landschappen (hoewel ik af en toe wel genoeg kreeg van die koude kleurbewerking), full-blooded acting, een acceptabel bijna-romantisch intermezzo (Fassbender en Poots hebben samen best chemie) en een redelijke verhouding tussen achtervolgingen en knokpartijen. Stelt allemaal geen zak voor, maar ik kan er geen hekel aan hebben – zoals Roger Ebert zegt, "that red is gore-geous."

Cercle Rouge, Le (1970)

Alternatieve titel: De Rode Cirkel

Na het zien van een film lees ik vaak ook de stukken van een select groepje recensenten op internet (met name Roger Ebert, James Berardinelli, de recensent van dienst op dvdverdict.com, en sommige gebruikers hier op MovieMeter), niet omdat zij mij vertellen wat ik van de film moet vinden, maar om te zien of ik bepaalde elementen gemist heb en om te kijken of andermans ogen (en de goede en slechte dingen die ze in een film hebben gezien) mijn eigen perspectief nog veranderen: ik slijp mijn mening als het ware aan die van bovengenoemde kijkers.

        Bij Le cercle rouge was met name de lange review van de Criterion Collection door Bill Gibron op dvdverdict.com bijzonder nuttig om precies onder woorden te brengen hoe je deze film kunt bekijken, en mijn respect ervoor is alleen maar toegenomen. Technisch subliem en met ook nog een onvoorstelbare cast die zich volledig dienstbaar maakt aan het verhaal en de stijl.

        Toch is het een film die ik meer bewonder dan liefheb, en dat heeft vermoedelijk te maken met de manier van filmen. Zoals Roger Ebert over Melville opmerkt: "Zijn film gaat over een ontsnapte gevangene, een juwelendiefstal, een politieklopjacht en bendewraak, maar het gaat met deze elementen om zoals een goochelaar met zijn kaarten omgaat: de kaarten zijn onbelangrijk, behalve als het medium waarmee hij zijn bekwaamheid demonstreert." Mooi geformuleerd, maar de afstandelijkheid die Melville in zijn manier van werken aan de dag legt houdt ook mij als kijker op afstand. Uiteindelijk zit ik eerder "buiten" de film naar het verhaal te kijken dan dat ik me betrokken voel bij alle morele nuances die door Gibron worden aangestipt.

        Jammer, na vijf Melvilles begin ik toch te geloven dat hij niet mijn man is: alle goede berichten over zijn films kan ik wel beamen maar niet navoelen, met Un flic als enige uitzondering.

Certain Prey (2011)

Ik ben hieraan begonnen omdat de regisseur ook verantwoordelijk was voor het briljante Citizen X. Dat niveau haalt deze dertien-in-een-dozijn-opdrachtfilm nergens, maar de plot is toch wel leuk om te volgen, Mark Harmon speelt aardig als altijd en temidden van wel meer vrouwelijk schoon is Lola Glaudini sterk als een meedogenloze en heerlijk vuilbekkende advocate. Vermakelijke TV-film.

Chain Reaction (1996)

Veel slechte recensies hier, maar ik vind dit toch wel een onderhoudende film, met een aardig plot en fraai gebruik van de winterse lokaties, en als grote pluspunten prima rollen van Brian Cox zoals wel vaker als gewetenloze schurk ("If someone is going down for this, it is not going to be I !") en de altijd sterke Morgan Freeman waarvan het lange tijd in het midden blijft of hij nou goed of slecht of een beetje van allebei is (altijd leuk, zo'n dubieus personage) en die op het einde de FBI-dans ontspringt. Geen meesterwerk, maar best vermakelijk.

Chambre des Morts, La (2007)

Alternatieve titel: Room of Death

Prachtige, sfeervolle en uitstekend geacteerde film. De gelijkenis met (c.q. inspiratie door) The silence of the lambs wordt niet weggemoffeld: in de zitkamer van Lucie zien we Stephane de roman even uit de kast trekken. Melanie Laurent is geweldig.

Champagne Charlie (1944)

Een leuke en lieve film over de opkomst van de music-hall, hier nog in de prenatale fase van de "ale-houses" waar entertainers liedjes komen zingen om de dorst van de luisteraars op te wekken. Misschien is de film ook wel té leuk en lief, want na de release was de algemene klacht al spoedig dat het er in die tijd een stuk minder geciviliseerd aan toe ging dan de film doet voorkomen, en dat het eerder ging om drinkgelagen dan om een soort proto-revue, met als gevolg dat we hier meer een Dickensiaanse knusheid en walvarendheid voorgeschoteld krijgen dan de armoede, de ellende en de onsanitaire omstandigheden die in de Victoriaanse tijd (de film begint in 1860) eerder de Londense werkelijkheid waren. Wie dat door de vingers kan zien krijgt een film met twee sympathieke hoofdrollen, talloze aardige maar niet bijzonder catchy of afwisselende revue-liedjes, zorgvuldige en gedetailleerde decors en een enorme waslijst aan Engelse "character actors" die soms maar één of twee scènes krijgen maar die daarin toch hun personages kundig en efficiënt neerzetten. Hoewel dit een film uit de Ealing-studio is haalt hij nog niet het niveau van hun latere klassieke komedies, maar wie in deze periode van de Engelse cinema geïnteresseerd is zal in dit liefdevol geschetste portret veel van zijn gading vinden.

Chandu the Magician (1932)

Och ja, ik voel me normaliter wel aangesproken door dit soort films vol nevel en mist, continu doordreinende Oosterse muziek (of althans wat volgens Hollywood voor mysterieus-Oosters doorging), hypnotiserende ogen in close-up achter spannende luikjes, en natuurlijk die spookachtige muziek (een theremin?) wanneer Chandu zich magisch voelt. Bovendien zijn de fraaie en sfeervolle "Egyptische" sets van het schip, de onderaardse gangen en Roxors laboratorium nog altijd een lust voor het oog; misschien zijn ze de verantwoordelijkheid van "art director" Max Parker, maar ik kan me voorstellen dat hij daarbij een handje werd geholpen door co-regisseur William Cameron Menzies, één van de beroemdste set-ontwerpers die Hollywood ooit gehad heeft.

        Helaas kenmerkt de film zich daarnaast ook door een zeldzaam oncharismatische held met een fatterige snor, een uiterst ongrappige komische sidekick, een zeer theatrale schurk ("Cities of the world shall perish!") die wordt gespeeld door Bela Lugosi als, wel, gewoon als Dracula, en als kers op de taart heb ik toch maar zelden zo'n niet-Oosterse Oosterling gezien als Weldon Heyburn in de rol van Roxors rechterhand Abdulah. Kortom, de exotische en toch al enigszins onnozele plot wordt vakkundig de das omgedaan door de bepaald inferieure cast, en daar kunnen de meestentijds nog steeds redelijke FX weinig aan veranderen.

        Een opmerkelijke scène is overigens die waarin June Lang (June Vlasek bij de credits) als de dochter van de gekidnapte wetenschapper op een slavenmarkt verkocht gaat worden aan de hoogste bieder. Ze wordt daarbij voor de ogen van de likkebaardende kooplui tentoongesteld in een witte jurk die zó licht is dat het eerder een onderjurk lijkt, zonder beha, op een verhoging zodat niet alleen de potentiële kopers maar ook de kijker zich aan haar angstige maar ook uitgesproken wulpse verschijning kan verlustigen – een merkwaardige scène, niet alleen omdat hij een jaar later (vanaf de invoering van de Hays Code, de zelfcensuur van Hollywood) absoluut niet meer door de beugel zou kunnen, maar ook omdat hij zelfs anno 2019 nog enigszins onaangenaam aandoet, alsof de kijker tegen wil en dank tot voyeur wordt gebombardeerd.

        Voor wie door de berichten van mijn voorganger en mijzelf nog niet is afgeschrikt : de versie die momenteel (zonder ondertiteling) op YouTube staat ziet er prachtig uit.

Change-Up, The (2011)

Een film in twee genres: de zoveelste lichaamsverwisselingskomedie, maar ook een nieuwe deelnemer in de hoe-leg-ik-de-lat-weer-wat-hoger-in-de-meest-grove-gênante-ranzige-gross-out-humor-race (Bateman in Reynolds' lichaam op de filmset, de anekdote over hoe Leslie Mann aan dat éne onbehaarde plekje komt, Bateman die Reynolds' scrotum mag scheren). Maakt niet uit: hoewel ik deze film morgen al zal zijn vergeten heb ik er vanavond diverse malen hard om moeten lachen, met dank aan twee innemende hoofdrolspelers (die ook prima elkáár kunnen spelen), en dat volstaat deze keer. Grappig detail : volgens IMDb wordt de vrouw met wie Alan Arkin op het einde in het huwelijk treedt gespeeld door ene Suzanne Arkin - vast zijn èchte vrouw.

Chaos Walking (2021)

Een aardig uitgangspunt, en iedereen doet z'n best, maar de combinatie van èn de "hardop-gedachten" èn de achtervolgingen èn de verschillende pogingen tot kolonisatie èn het raadsel van de geheel masculiene gemeenschap maakt hier een beetje een topzware film van, alsof de makers niet goed wisten wat nou de kern van deze dystopische fantasie moest zijn. Daar komt nog bij dat ik de motivatie voor de slachtpartij door de mannen niet heel sterk vind (hoe kun je hopen een kolonie in stand te houden zonder vrouwen?) en dat ik op een gegeven moment ook wel genoeg kreeg van dat gedoe met die gedachten en de bijbehorende psychedelische walmpjes, zodat de film eigenlijk reeds láng voor het einde mijn aandacht had verloren.

Charade (1963)

Ik heb deze film met tussenpozen van vele jaren nu drie maal gezien, en het wil maar geen echte klassieker worden. Toptalent ruim aanwezig : Cary Grant (één van mijn favoriete acteurs). Audrey Hepburn (idem van actrices), ook chemie tussen beiden, een paar geweldige bijrolspelers, vaardige regie, muziek van Henry Mancini, een ouwe rot achter de camera, veel slimme twists, ik zat er helemaal klaar voor om dit een geweldige film te gaan vinden, en toch wilde het maar niet lukken. Misschien is dat wel het verschil tussen the best Hitchcock movie Hitchcock never made en a Hitchcock movie.

 

Chariots of Fire (1981)

Alternatieve titel: De Overwinnaars

Interessante personages met boeiende psychologische dilemma's, uitstekende acteurs met een scene-stealing Ian Holm voorop, fraaie fotografie en een klassieke muziekscore – bij herziening is dit nog steeds een sterke en pakkende film waarvan het trage tempo me absoluut niet stoort om de eenvoudige reden dat ik het tempo niet als traag ervaar, maar net als toen ik hem voor het eerst zag vraag ik me af hoe deze film de Oscar voor beste film van 1981 kon wegkapen vóór de neuzen van Raiders of the lost ark, Reds (winnaar van de Oscars voor beste regie, vrouwelijke bijrol en camerawerk), On Golden Pond (winnaar van de Oscars voor beste mannelijke en vrouwelijke hoofdrollen en bewerkt script) en Atlantic City USA. Goed maar niet groots in mijn optiek.

        In zijn autobiografische The Fry chronicles besteedt Stephen Fry ook aandacht aan deze film en aan zijn rol hierin (in hoofdstukjes getiteld Chariots 1 en Chariots 2), maar hoe goed ik ook mijn best deed (en met dank aan de beeldje-voor-beeldje-knop op mijn DVD-speler), ik kon hem nergens herkennen. Dank aan Metalfist die in zijn bericht van 31-5-2015 een link naar een foto geeft waarop we de dan 24-jarige Fry kunnen zien.

Charlie Bubbles (1967)

Jammer dat Albert Finney nooit meer een film heeft willen of kunnen regisseren, want aan het plezier en de vaardigheid waarmee Charlie Bubbles is gemaakt kan ik niet afzien dat dit de debuutfilm van een acteur in de regisseursstoel is. De film begint satirisch, met Colin Blakely (erg overtuigend dronkenschap acterend) en Finney die bijna niet weten wat ze met hun, pardon, Finney's geld moeten doen, en al die CCTV-schermen geven een aardig inkijkje in Finney's benauwende wereld, maar wanneer hij daarna in zijn geboortestadje terug is gekeerd wordt de teneur allengs somberder en in ieder geval minder grappig, en het bezoek met zijn zoontje aan een voetbalwedstrijd en de nasleep daarvan vormen een emotioneel dieptepunt. Alleen dat einde... een beetje een afknapper, een "cop-out" zoals de Engelsen zeggen. Verder prachtige rollen van Finney en Billie Whitelaw, een actrice die ik vooral ken als persoonlijke favoriet van Samuel Beckett, maar die toch ook op het witte doek een indrukwekkende carrière van ruim een halve eeuw heeft opgebouwd (onder andere de nanny from Hell in de oorspronkelijke The omen). En tjongejonge, wat was de jonge Albert Finney toch een knappe duivel (en een geweldige acteur, maar dat is hij z'n hele leven lang gebleven – vijf Oscarnominaties, maar geen enkele verzilverd). Een aanrader, deze film. Momenteel in een uitstekende transfer (maar helaas zonder officiële ondertiteling) op YouTube te zien.

Charlie Chan at the Wax Museum (1940)

Naar mijn smaak één van de leukere Charlie Chan-films, zéker in de Sidney Toler-reeks, met de altijd betrouwbare (of beter gezegd –afgaande op zijn uiterlijk– ónbetrouwbare) Marc Lawrence, een druk plot dat draait om een moord uit het verleden èn nog een ter plekke gepleegde omlegging, en bovenal de geweldige locatie uit de titel. Alle aandacht natuurlijk voor de meesterdetective en zijn gebroken Engels alsmede zijn ambitieuze zoon, maar de show wordt bijna gestolen door Charles Wagenheim als de nachtwaker Willie die hele conversaties met "zijn" wassen beelden heeft. Sidney Toler blijft een enigszins kleurloze acteur die wel raad weet met in Oosterse aforismen maar verder weinig uitstraling heeft, dus het is geen wonder dat zijn zoon hem in het allerlaatste shot (en als slotgrap) voor een wassen beeld aanziet, maar de film zèlf is druk en beweeglijk genoeg om van a tot z te vermaken.

Charlie Wilson's War (2007)

"It seems to me lookin' around, that it's almost all women workin' here, and that they're all very pretty. Is that common?" Charlie's Angel #1: "Well... Congressman Wilson, he has an expression. He says uhh, 'You can teach 'em to type, but you can't teach 'em to grow tits.' " – De goede herinneringen die ik had aan de eerste keer dat ik deze film zag worden deze tweede kijkbeurt bevestigd, met name dankzij een hilarische Philip Seymour Hoffman (vooral in die hier al vaker genoemde scène waarin hij steeds even de kamer moet verlaten) en diens flitsende dialogen met de eveneens uitstekende Tom Hanks. Juist die dialogen (van Aaron Sorkin) maken hier echter tegelijkertijd een zó gelikt drama van dat de humor de boodschap enigszins in de weg zit, en dat stelt toch teleur.

Cheyenne Social Club, The (1970)

Een one joke movie die leuk blijft dankzij two old pros doing their thing. De spannende schietpartij met de Bannisters heeft eigenlijk niet zoveel met de rest van deze klucht te maken, maar ach, de film verveelt nergens en heeft bovendien een paar prima one-liners.

Fonda tot Stewart als die midden onder een dienstverband op zijn paard stapt en wegrijdt: "Ain't you givin' notice you're quittin'?" Stewart: "Did that when I signed on."

Fonda tot Stewart: "You can be rough around folks like an Indian haircut!"

De sheriff: "Trouble rides a fast horse."

Jones: "Did you ever love a woman, Johnny? I mean really love her?" Stewart: "Yeah, I thought I did once. Come to find out it was indigestion." (Deed me denken aan My darling Clementine: Fonda: "Mac, you ever been in love?" Barkeeper: "No, I've been a bartender all my life.")

Fonda: "He's met in the face by a piano stool, so they say."

Stewart: "What are you lookin' at?" Fonda: "You." Stewart: "Why?" Fonda: "I don't know. You look diff'rent somehow." Stewart: "What do you mean different?" Fonda: "John, eh... kinda hard for me to put my finger on." Stewart: "Well, try, Harley. Use 'em all."

Chicago (2002)

Spetterend bedoelde musical waarvan de plot me niet bijzonder aanspreekt, de nummers tamelijk saai overkomen en de choreografie geweldig zou moeten zijn maar mij ondanks de naam / inspiratie van Bob Fosse niet erg kan boeien. Op het einde gaat het niveau wat omhoog, met Zeta-Jones' magnifieke solo-interpretatie van de duo-dans met wijlen haar zus, John C. Reilly's melancholische Joe Cellophane-nummer, de aardige twist waarin Richard Gere zijn eigen aandeel in het vervalste dagboek opbiecht en het fantastische slotnummer met de synchroondans van Zellweger en Zeta-Jones (dat helaas nog bijna verpest wordt door een verschrikkelijke flitsmontage). Kan allemaal niet in de schaduw staan van de Hollywood-fifties-extravaganza's van Gene Kelly en Vincente Minnelli, maar heeft tenminste enig gevoel voor show en glamour.

Child in Time, The (2017)

Het is niet eenvoudig om Ian McEwans emotioneel complexe boek uit 1987 in een televisiedrama van 90 minuten te persen, maar gelukkig is het al zeker twintig jaar geleden dat ik het voor het laatst las, dus ik kon deze verfilming vrij blanco ingaan. Veel online-recensies hebben problemen met de niet-lineair vertelde plot en missen een duidelijk einde met een heldere "closure", maar zeker dat laatste vind ik juist één van de sterke punten van het verhaal, want een nette afronding is wel het laatste waar ik na de pijn van het voorafgaande vrede mee zou kunnen hebben. De twee hoofdrolspelers zijn uitstekend (zoals te verwachten viel), maar op de een of andere manier komen de gruwelen van de onzekerheid en het gemis niet zo duidelijk over als ik had gehoopt, waardoor de film als geheel wel schrijnend is maar niet zo onontkoombaar als eigenlijk zou moeten – ik vond het boek bijvoorbeeld pijnlijker (terwijl ik toen nog géén vader was) dan de film (terwijl ik nu wèl twee –zij het volwassen– kinderen heb). Een goede film maar geen meesterwerk.

Children Act, The (2017)

Subtiele film met Emma Thompson in topvorm en de rest van de cast die prima tegenwicht biedt. Toch pakte het verhaal me niet zo stevig bij de kladden als ik had gehoopt: Fiona's weigering om serieus op het door haar man aangedragen punt in te gaan maakte het mij niet makkelijk om met haar mee te leven, en het einde bleef een beetje in de lucht hangen, met noch voor Fiona zelf noch voor haar huwelijk enige vorm van "closure" of helderheid, zodat ik bleef zitten met de vraag waar het nu voor haar naar toe moet. (En dan niet met het idee van "ze heeft nu iets geleerd waarmee ze verder kan", maar eerder "dit is onaf".)

Children of the Corn (1984)

Alternatieve titel: De Satanskinderen

Ik proef hier een héleboel invloeden in: slasherfilms, angst voor de rednecks van The Texas chainsaw massacre en The hills have eyes, angst voor religieus fanatisme, The wicker man, en de muziek van Halloween. Vanwege z'n enorme commerciële succes en de talloze vervolgen heeft dit origineel een soort semi-klassieke status bereikt, maar dat is wel wat te veel eer. De ontwikkeling is lekker rustig, met meer aandacht voor sfeer en suspense dan voor bloed en ingewanden, en Peter Horton en Linda Hamilton vormen een leuk koppel, maar verder zijn de voornaamster attracties hier toch John Franklin als Isaac en vooral de geweldige Courtney Gains als Malachai – als die zijn enorme kaken openspert lijkt hij wel klaar om elke vijand te verzwelgen. Die twee acteurs zijn de speerpunten van de film; het cliché van iets engs dat slechts een droom blijkt te zijn kan echt niet meer, en het bovennatuurlijke element met flauwe CGI is feitelijk overbodig, want uiteindelijk kan de omineuze religieuze heerschappij van Isaac en Malachai eigenlijk heel goed op eigen benen staan.

Children of the Corn (2009)

Alternatieve titel: Stephen King's Children of the Corn

Aardig idee, sfeervol opgebouwd, maar die herhaalde fantasieloze ruzies tussen man en vrouw zijn zó irritant en gaan zó lang door dat het haast een opluchting is wanneer Kandyse McClure aan het spit geregen wordt (hoewel zij natuurlijk wel héél easy on the eyes is), en bovendien heeft geen van beiden ook maar enig charisma. En wat is die achtervolgingsscène in het maisveld onvoorstelbaar saai.

Children of the Corn II: The Final Sacrifice (1992)

Alternatieve titel: Children of the Corn: Deadly Harvest

Meer van hetzelfde, ditmaal met ook wat seks en romantiek in de mix alsmede een klein ecologisch bijsmaakje van "Koyaanisqatsi", maar helaas ook met alleen maar oninteressante en onaangename personages, een held zonder enig charisma en een suffe actieclimax annex anticlimax. Kleine pluspunten: Ryan Bollman als de creepy Micah, de aardige scène met de bloedneus in de kerk, en de muziek van Daniel Licht die de film meer cachet geeft dan hij verdient, maar verder... Malachai, where are you?

Children of the Corn III: Urban Harvest (1995)

Nou, het ziet er in ieder geval allemaal iets beter uit qua filmmateriaal en helderheid, Daniel Cerny heeft als Eli een mooi onschuldig engelengezichtje om z'n verdorven inborst mee te maskeren, er zit wat smeuiïge "gore" in (althans totdat de climax begint), de film heeft een aardige eerste minuut wanneer bij de begincredits de naam van elke acteur "uitgewist" wordt door een bloedrode zeis om ruimte te maken voor de volgende naam, en natuurlijk is er voor de huidige kijker de gimmick van een paar flitsen Charlize Theron… en dan ben ik wel uitgepraat qua pluspunten. Door de setting van zwarte hoeden en droge maisvelden in te ruilen voor suburban Chicago wordt eigenlijk het aparte van de oorspronkelijke opzet van Stephen King helemaal teniet gedaan, het idee dat al die ruige pubers met hun achterstevoren petjes en hun knipmessen voor Eli's preken zouden vallen wil er bij mij niet in, en de FX van het monster op het einde zijn inderdaad te slecht voor woorden (om nog maar te zwijgen van de momenten waarop we zien dat niet een acteur of actrice maar een speelgoedpoppetje te grazen wordt genomen). Vrij beroerd.

Children of the Damned (1964)

Oei oei oei… toen ik zag dat de zes kinderen allemaal verschillende rassen en nationaliteiten vertegenwoordigden was ik serieus bang voor een moraal à la The day the earth stood still : "De mensheid moet samenwerken om vrede te sluiten – or else…" Maar dat viel gelukkig mee.

Zeker niet slecht, maar overbodig, en het verhaal biedt ook niets nieuws wat de kinderen betreft. Bovendien mis ik toch een "emotioneel centrum" : het duo Ian Hendry-Alan Badel mist de warme band tussen George Sanders en Barbara Shelley die de wat mij betreft onvergelijkbaar veel betere voorganger z'n "hart" gaf. Pluspunten hier zijn het prachtige camerawerk, de leuke rol van Alan Badel als geneticus met cynische one-liners en de mooie vervreemdende scènes van eerst de tocht van de kinderen en daarna Ian Hendry's achtervolging van Barbara Ferris door een schijnbaar verlaten Londen.