- Home
- Roger Thornhill
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Falcon and the Snowman, The (1985)
Alternatieve titel: The Falcon & the Snowman
Bij de release ben ik hier nog speciaal voor naar de bioscoop getogen omdat ik een redelijke fan van de regisseur was, maar na afloop was ik enigszins teleurgesteld, en dat ben ik bij deze herziening van bijna 40 jaar later opnieuw. De film zit goed in elkaar, het spel is prima en de onbeholpenheid van beide titelpersonages wanneer zij zich begeven in een wereld waar ze totaal geen kaas van hebben gegeten en waar ze dan ook totaal niet thuishoren wordt aardig in beeld gebracht, maar de film blijft op afstand doordat ik me eigenlijk met geen van beiden kan identificeren: waarom Timothy Hutton van walging over de buitenlandse militaire en spionage-operaties van de Verenigde Staten ineens moet overgaan op landverraad wordt mij nergens duidelijk, en Sean Penn (sowieso al niet mijn favoriete acteur) speelt hier zó'n vervelend mannetje dat ik haast geneigd ben om te denken dat hij alles verdient wat hem overkomt – het is eigenlijk een wonder dat zijn onnozele personage het er levend vanaf brengt. Een sterke maar afstandelijke film.
Fall Guy, The (2024)
Mooi voorbeeld van een film waar ik met veel plezier op TV naar heb gekeken maar waarbij ik toch ook wel blij ben dat ik er niet speciaal voor naar de bioscoop ben geweest. Leuk verhaal, geweldige stunts en een perfecte hoofdrol (zowel qua actie als qua humor) van Ryan Gosling, uitstekend popcorn-vermaak.
Fallen (1998)
Een onzinplot op logische en spannende wijze uitgewerkt, enigszins traag gedurende het laatste halfuur maar met dan weer een aardige clou. Prima acteurs, fijne dialogen, sfeervol camerawerk en een helaas korte maar zeer indrukwekkende vertolking van Elias Koteas. De regisseur heeft een onwaarschijnlijke negen Emmy Awards gewonnen voor televisieseries als Hill Street Blues (vier Primetime Emmy's op een rij!), L.A. law en NYPD Blue, maar op zijn palmares als filmregisseur staan toch ook zulke interessante titels als Primal fear, Frequency en Fracture – hij is misschien niet een auteur met een eigen signatuur wiens stijl je van film tot film herkent, maar de kwaliteit van zijn films en het feit dat ik sommige daarvan kan blíjven zien (en herzien) maakt hem voor mij toch tot een uiterst interessante regisseur.
Family, The (2013)
Alternatieve titel: Malavita
Melige komedie die wordt gered doordat Besson precies de juiste acteurs voor de juiste rollen heeft kunnen strikken. Behoorlijk stevige climax, maar ook ontroerende scènes van De Niro met Pfeiffer en met Agron. Leuk om te zien hoe de verschillende acteerstijlen van De Niro en Jones tegelijk botsen en goed samengaan. Nog nèt aan de goede kant van vermakelijk.
Fanfare (1958)
Eigenlijk net een Ealing-comedy. Grappig dat de DVD-hoes vermeldt dat Haanstra en Blokker bij het schrijven van het scenario hulp hebben gehad van Alexander Mackendrick, die zelf een paar grote Ealing-comedies heeft geregisseerd.
Los van de waardering van de film zelf moet me trouwens van het hart dat de DVD-release werkelijk perfect is, zowel qua beeldkwaliteit als qua extra's (Over glas gesproken en Glas als bonusfilms). Jammer dat Jan Blokker geen commentaartrack heeft ingesproken.
Fantasma dell'Opera, Il (1998)
Alternatieve titel: The Phantom of the Opera
Zij: "Where do you come from?" Hij: "I was abandoned at birth on the river of time and space..." Och ja, de regie is van Argento en de muziek van Morricone, Asia Argento is een prachtige verschijning en de kleuren zijn weer fraai... maar verder is dit toch een draak van een film? Het verhaal is al zó vaak verteld, de reden waarom het "fantoom" niet van buiten maar van binnen beschadigd is heeft nergens een serieuze dramatische functie, Julian Sands heeft niets om mee te werken behalve een abominabele pruik en een onverklaarde telepathische gave, en al die blote borsten (waarom verschijnt Asia Argento in haar eerste scène op dat toneel zónder beha?), pedoseksuele directeuren, bordeelscènes en zogenaamd schokkende beelden van wormen, afgebeten tongen en ratten (maakt het fantoom daar nou z'n broek open om een rat erbij te laten?) doen alleen maar heel goedkoop en daardoor lichtelijk hilarisch aan. En dan te bedenken dat aan deze noch qua drama noch qua horror noch qua psychologie serieus te nemen film werd meegeschreven werd door Gérard Brach, scenarist van onder andere Repulsion, Cul-de-sac, Le locataire, Identificazione di una donna en Bitter moon... Halve sterretjes voor de prachtige Asia Argento, de grappige rattenvangers en het camerawerk.
Fantastic Beasts and Where to Find Them (2016)
Leuk, vlot, grappig en fantasierijk, hoewel de herhaalde verschijning van wéér een wonderbaarlijk dier op een gegeven moment bij mij voor hetzelfde afstompende effect zorgt als zo'n MCU-vechtpartij waarbij een Marvel-superheld en een idem schurk elkaar om beurten tegen een muur vijftien meter verderop slaan. Maar goed, het is allemaal kleurrijk, vrolijk en goedgemutst, en Dan Fogler is een mooie "No-mag" waarbij het uiterst bevredigend aanvoelt dat hij op het einde met een dubbele "schadeloosstelling" beloond wordt nadat zijn geheugen gewist is.
Fantastic Four (2005)
Alternatieve titel: Fantastic 4
“Ladies, I need to borrow your car.” “The transmission sticks!” “Not gonna be a problem.” Ongeveer zoals een superheldenfilm moet zijn: larger than life maar met een knipoog die zo mogelijk nòg larger groter is, niet te veel psychologisch gelul, acteurs die begrijpen dat het plezier in dit soort films voorop moet staan, niet te lang qua speelduur, scherp getekende personages, en vooral heel veel humor in de vorm van kleine grapjes (en niet noodzakelijk door het belachelijk maken van personages die toch al niet helemaal serieus te nemen zijn). Ioan Gruffuds oprecht geïnteresseerde gezicht is adequaat, Jessica Alba blijft ondanks al haar prachtige pakjes met soms oogverblindende décolleté's toch gewoon het onschuldige nichtje van Scarlett Johansson, en de botsingen tussen Johnny en Ben (“I cannot take orders from the underwear model!") blijven amusant.
Voornaamste minpunten zijn dat Victor von Doom ondanks de dappere pogingen van Julian McMahon niet zo'n interessante schurk is en dat het climactische gevecht enigszins underwhelming is, maar dat wordt voor mij allemaal ruimschoots goedgemaakt door bijvoorbeeld de manier waarop de film elke vorm van sentimentaliteit ondergraaft: vlak na de trieste scène waarin Ben met zijn worstevingers niet in staat is gebleken om zijn verlovingsring van de grond op te rapen en Reed hem te hulp is geschoten, zien we hoe Johnny Ben observeert en vervolgens heel meelevend vraagt: "Where are your ears?" Een zeer grappige en smakelijke superheldenfilm uit de tijd dat zulke Marvel-produkties nog niet onder hun eigen gewicht bezweken, met FX die het belangrijker vinden om plezier uit te stralen dan om realistisch of imposant te zijn, en toch alleszins voldoen.
Wie heeft er niet ooit meegemaakt dat (of kan zich niet op z'n minst vóórstellen hoe het moet zijn wanneer) het wc-papier op is en er geen nieuwe rol klaar staat – zelfs bij het bevechten van een aartsvijand die het universum bedreigt komt je uitrekbare arm niet beter tot z'n recht dan bij het verhelpen van zo'n ongemak. Toen ik die grap voor het eerst zag begon ik in m'n eentje voor m'n televisiescherm hardop te lachen, en dat overkomt me toch niet vaak. (Maar ook geweldig is hoe Reeds gezicht eruitziet wanneer hij op z'n toetsenbord in slaap is gevallen.)
Fantastic Four (2015)
Alternatieve titel: Fant4stic
Ik vond de twee films uit 2005 (4½*) en 2007 (3½*) zó vermakelijk dat ik niet weet wat de reboot van deze franchise daar nou echt aan kan toevoegen, en de personages zijn opeens ielige studenten geworden in plaats van de serieus te nemen volwassenen van de twee eerdere verfilmingen, maar los daarvan is dit eigenlijk best een aardige film met diverse pluspunten: er zit redelijk wat vaart in, het acteerwerk is niet slecht, Tim Blake Nelson is een geweldige luizige naarling, naar Kate Mara kijk ik ondanks haar incidentele zuinige mondje bijna net zo graag als naar Jessica Alba, waar The Thing er in de eerdere verfimingen nog uitzag als een vleesgeworden stripfiguur (in lijn met de komische inslag van die films) is hij hier tamelijk ontzagwekkend, en de FX zijn uitstekend. Helaas zijn er ongeveer evenveel minpunten: hoewel Michael B. Jordan zijn best doet verbleekt hij bij de flamboyante en narcistische Chris Evans, Victor had wel wat demonischer en charismatischer mogen zijn (hetgeen hij overigens in de vroegere films ook niet echt was), Planet Zero ziet er niet erg indrukwekkend of intrigerend uit, en het climactische gevecht is nogal underwhelming en statisch en vol clichématige dialoog (“There is no Victor – there is only Doom!”, “Maybe it’s who we’re meant to be!”, “Let’s get the hell out of here!”). Dat levert uiteindelijk dus toch niet echt een goede film op, en het kan me dan ook niet verbazen dat hier geen vervolg op is gekomen. Misschien dat ze het in 2025 maar weer eens opnieuw moeten gaan proberen...
Fantastic Voyage (1966)
Alternatieve titel: Strange Journey
Jeugdsentiment. Eens in de zoveel jaar herzie ik deze film, niet vanwege de plot (die kan ik inmiddels wel drómen) of de FX (anno 2025 uiteraard niet meer up-to-date, maar elke keer verbaas ik me erover dat alles er toch nog best aardig uitziet), maar vanwege het gevoel dat deze film oproept van "we gaan eens iets heel nieuws proberen", net zoals er om bijvoorbeeld de oorspronkelijke Westworld en The matrix en Inception voor mij nog altijd de sfeer van een stap vooruit qua verbeeldingsvermogen hangt. Los daarvan zie ik hier een sterk en unheimisch begin zonder dialogen, een prima cast (ook in en boven de operatiezaal), overtuigend spel van allen, en twee mooie leads. (Wat dat laatste betreft, uit de IMDb-trivia: "Raquel Welch said in her 2013 book that she was infatuated with Stephen Boyd in making this movie, although he declined her advances.") Alleen jammer dat Arthur Kennedy en Donald Pleasence hun discussie over Intelligent Design versus evolutie niet konden afmaken, maar dat zal in een publieksfilm in 1966 wel een brug te ver zijn geweest.
Fantasy Island (2020)
Alternatieve titel: Blumhouse's Fantasy Island
Het begint allemaal nog wel aardig met een intrigerende opzet, mooie lokaties en een veelbelovende rol van Michael Peña, maar de personages zijn stuk voor stuk zó eendimensionaal dat ze gewoon irritant worden, hun wederwaardigheden laten me daardoor volstrekt koud, en door de chaotische in-wiens-fantasie-zitten-we-nou-eigenlijk-complicaties vervliegt mijn interesse definitief. Interessantere personages en een minder gelikte cast hadden hier misschien nog wat van kunnen maken, maar zelfs Mr Roarke blijft uiteindelijk een fletse verschijning.
Far from Heaven (2002)
Eerder werd er in deze postings gesproken over een perfecte pastiche, maar ik geloof niet dat het dat is, want elke vorm van ironie ontbreekt, hetgeen weer een andere gebruiker hier een beetje een gebrek vindt. Maar ik zie het als een film die zich afspeelt in de jaren 50, en die ook geheel in de stijl van de jaren 50 is gemaakt (inclusief jaren-50-cameralenzen), maar die problemen aansnijdt die in de jaren 50 ongetwijfeld speelden maar toentertijd absoluut niet behandeld konden worden (onwil bij studiobazen, sterren, publiek, censuur…...).
En het is maar goed ook dat er geen ironie in de film voorkomt, want als één der personages zich op een "verlicht" 21ste-eeuws standpunt zou stellen ("Wat is er mis met homoseksualiteit? Het komt in de hele natuur voor!", "Waarom zouden negroes of coloreds minder zijn dan whites, en waarom zou je daar geen vriendschap of relatie mee mogen hebben?"), dan zou de film z'n "hyper-realisme" (een term van Haynes zelf) kwijtraken en zou je vermoedelijk uitkomen op een onrealistisch politiek (en politiek correct) pamflet.
Dus als iemand vraagt: "Als je een film wil zien zoals ze die in de jaren '50 maakten, dan ga je toch gewoon kijken naar een film die echt in de jaren '50 gemaakt is?", dan moet het antwoord daarop helaas luiden: omdat zo'n film die echt in de jaren '50 gemaakt is helaas niet over deze problemen had kunnen gaan.
Farewell to Arms, A (1932)
Aangrijpend boek, voor die tijd ongetwijfeld indrukwekkende verfilming met een tamelijk vrijzinnige behandeling van seks (pre-Hays Code: Cooper in een bordeel, Hayes over wie we horen dat ze nog maagd was voordat ze Cooper leerde kennen), nu misschien vooral interessant vanwege de historische waarde, maar voor wie wel van oude films houdt (zoals ik) en de gedateerdheid voor lief neemt is dit nog altijd een aanrader.
Fargo (1996)
Oh daddy... Mocht iemand mij ooit vragen wat de ideale instapfilm voor de Coens is, dan zou ik zonder aarzelen déze noemen: ijzersterk plot, onderkoeld grappig, onverwacht hard, unieke dialogen, en elke scène àf. Misschien gaat de meeste aandacht uit naar McDormands hoofdrol vanwege haar eerste van tot nog toe drie Oscars (en met dat aantal gingen slechts drie actrices haar voor), maar wat mij elke keer opnieuw weer fascineert is de bijrol van William H. Macy: met deze vertolking komt hij in één klap terecht in het selecte groepje acteurs die ik sinds een eerdere rol niet meer ánders dan als dát personage kan zien, en bij wie ik bij elke nieuwe rol dus altijd een glimp van die eerdere ikonische rol zie doorschemeren (Malcom McDowell in A clockwork orange, Christopher Walken in The deer hunter...). Maar feitelijk is álles aan deze film perfect. Roger Ebert: "Films like Fargo are why I love the movies."
Fast Five (2011)
Alternatieve titel: The Fast and the Furious 5
Blijft toch erg grappig, zeker op de prachtige Blu-ray-transfer. Magnifiek moment voor Dwayne Johnson wanneer één van zijn ondergeschikten met goed èn slecht nieuws komt: "You know I like my dessert first!" En dan, na dat goede nieuws: "Gimme the damn veggies!"
Faust: Eine Deutsche Volkssage (1926)
Alternatieve titel: Faust
Onbeschrijflijke sets en FX, en een prachtige rol van Emil Jannings die er erg veel plezier in lijkt te hebben. Wat mij betreft één van de absolute hoogtepunten van de zwijgende film. Overigens wordt Gretchens broer Valentin gespeeld door de latere Hollywood-filmregisseur William Dieterle.
Favourite, The (2018)
Hilarisch kostuumdrama met lekker volvette vertolkingen zonder dat de personages karikaturen worden. Een soort kruising tussen All about Eve en Dangerous liaisons. Knap werk, toneelmatig maar toch ook meeslepend.
Fear (1996)
Nare thriller over zo ongeveer het ergste doemscenario van elke ouder. Capabel gespeeld door twee jonge acteurs op weg naar een aanzienlijk grotere carrière, in een soort mix van Fatal attraction, Bad influence, Single white female en alle andere films waarin een personage zich langzaam (of snel) maar zeker ontpopt tot een nachtmerrie; wie daarbij op zoek is naar (psychologisch) realisme kan de film twintig minuten voor tijd afzetten omdat we dan op Straw dogs-terrein komen, overigens ook niet onaardig gedaan, maar enigszins ongeloofwaardig tijdens de allerlaatste scène. Zelf ben ik na het zien van deze film vooral blij dat mijn dochters onderdak zijn bij een goede man.
Fellini - Satyricon (1969)
Alternatieve titel: Satyricon
Altijd moeilijk om bij een droomachtige film als deze aan te geven wat er precies zo boeiend aan is en waar de raakvlakken met mijn eigen associaties, obsessies en fascinaties precies zitten, net zoals ik het moeilijk vind om iets te schrijven over Nosferatu, The mummy en Eraserhead zonder uit te komen op een complete autopsychografie van vijftig kantjes. Voor een mogelijke "objectieve" interpretatie van hoe je de film kan zien, wat Fellini's bedoeling zou kunnen zijn en hoe je de film via een nog min of meer orthodoxe verhaalstructuur zou kunnen verklaren zou ik willen verwijzen naar de twee recensies van Roger Ebert (uit 1970 en 2001) die via de external reviews-pagina van IMDb te vinden zijn; voor mezelf denk ik dat Fellini in het raamwerk van Petronius' vertelling een mooie aanleiding heeft gezien om al zijn eigen associaties, obsessies en fascinaties op definitieve wijze vorm te geven zoals nog nooit iemand vóór (of ná) hem heeft gedaan. Een meesterwerk van een uniek regisseur, één van de allergrootsten.
Femme d'à Côté, La (1981)
Alternatieve titel: The Woman Next Door
Mooie studie van een vernietigende passie, misschien niet eens qua intensiteit destructief maar wel wanneer hij plaatsvindt tussen twee mensen met zo'n gemeenschappelijk verleden als Mathilde en Bernard. Het verhaal is misschien wat gewoontjes, maar door het superbe naturelle acteren van Ardant en Depardieu wordt het moeiteloos op niveau gebracht, en ook nu ik deze film voor de derde keer (met steeds lange tussenpozen) heb gezien komt hij nog (en weer) hard binnen. Goed spel ook van Michele Baumgartner en Henri Garcin in ogenschijnlijk ondankbare rollen als de "kleurloze" want tegenover de zwarte romantiek van het overspelige paar wegvallende echtgenoten, maar op zich houden ook zij zich toch goed staande, ook al omdat ze verder niet als saaie trutjes worden weggezet, laat dat maar aan Truffaut over. Knappe film. (Henri Garcin maakt overigens ook regelmatig zijn opwachting in Nederlandse films, o.a. Tonio, Boven is het stil, en Abel en andere films van Alex van Warmerdam.)
Fever Pitch (1997)
Voor de man die de hoop al had opgegeven dat hij ooit een romantische komedie leuk zou vinden.
Mooiste moment: Paul en Steve (de geweldige Mark Strong) zitten naar de beslissingswedstrijd te kijken, en omdat Paul eigenlijk helemaal niet wil kijken (hoewel natuurlijk toch ook weer wèl) dringt hij er bij Steve op aan om naar de kroeg te gaan, hetgeen Steve gedecideerd afwijst. En dan weet Paul niets beters dan als een klein kind naar zijn laatste machtsmiddel te grijpen: "It's my flat" – kinderlijker kan bijna niet. Steve: "Yeah well you try gettin' me out of it." Einde discussie.
In Nederland overigens niet uitgebracht, wel in Engeland als Channel 4-DVD (met Engelse ondertitels en als extra's 1 trailer en een fotogalerij met maar liefst 16 foto's).
Few Best Men, A (2011)
Onvoorstelbaar flauwe pubervariant op The hangover. De bruidegom deed me denken aan een jonge Heath Ledger, het is leuk om Elizabeth Debicki in haar eerste filmrolletje te zien, en Olivia Newton-John is hilarisch, verder kan ik hier echt niets positiefs over zeggen.
Fifth Element, The (1997)
Alternatieve titel: Le Cinquième Élément
Toen ik deze film indertijd voor het eerst zag vond ik er niets aan : vermoedelijk hoopte ik teveel op een "gewoon" SF-avontuur met actie, avontuur en een serieuze held. Bijna twee decennia later weet ik beter wat ik moet verwachten en valt er veel te genieten. Prachtige sets, veel humor, aardige muziekkeuze (bijvoorbeeld niet klassieke Hollywood-thriller-muziek maar leuke luchtige elektronische pop tijdens de eerste achtervolging van Jovovich) en drie prima rollen (Bruce Willis goed met de ironie en niet irritant met maniertjes, Milla Jovovich sprookjesachtig grappig en Ian Holm op z'n gebruikelijke niveau = uitstekend – zijn gezicht wanneer Bruce Willis klaar is met onderhandelen met de alien die hem gegijzeld heeft!) houden de film de hele speelduur lang vermakelijk. Daar staat tegenover dat Gary Oldman niet erg grappig of flamboyant is, Chris Tucker al na dertig seconden begint te vervelen als de DJ, en de Aknot me teveel doen denken aan de Spitting Image-poppen van Genesis in hun Land of confusion-videoclip, en al die momenten stemmen mij niet vrolijk. Maar goed, allemaal gewoon niet te serieus nemen en verder genieten wanneer het kan. En ja, toch ook wel een beetje dankbaar zijn dat deze extravagante schrijver-regisseur-producer gewoon zijn vision op het scherm durft te brengen, warts and all. (En nog een gezonde film ook – als ik het goed zie bestaan in de toekomst de sigaretten uit ¾ filter en ¼ tabak!)
Fifth Estate, The (2013)
Ik ben misschien easy to please, of anders ben ik wellicht geneigd om meer in een film te zien (en er uit te halen) dan erin zit of is gestopt, maar ik herken me echt niet in alle kritiek die hier wordt gegeven. Mijn drie voornaamste bezwaren gelden de drukke montage van het begin waardoor het even duurde voordat ik er "in" kwam, het theatrale kapsel van Cumberbatch dat mij aanvankelijk steeds afleidde, en het feit dat er vrij regelmatig een loopje schijnt te worden genomen met de werkelijkheid, welke die dan ook mogen zijn (en Assange is blijkens deze film wel iemand die andermans geheimen met graagte aan het licht brengt, maar die zijn éígen enigma zorgvuldig in stand probeert te houden). Daaraan voorbijgaand is dit voor mij een spannende en zeker niet oppervlakkige film waarin een fascinerend onderwerp (het publiek maken van begraven geheimen met alle consequenties en dilemma's van dien) wordt gebruikt om een intrigerende persoonlijkheid te belichten, met zoals gewoonlijk superbe spel van Benedict Cumberbatch. Nou vooruit, nog een minpuntje : de laatste publieke daad van Assange (zijn vlucht in de ambassade van Ecuador in Londen) miste ik eigenlijk ook wel – Assange's schaduwbestaan daar is volgens mij inmiddels toch een niet onaanzienlijk deel van zijn mythe. Desalniettemin een bijzonder boeiende film over het belang en de waarde van real news èn over een persoonlijkheid die lijkt te gedijen bij intrige.
Fighting with My Family (2019)
Geweldige film die een heel enkele keer de plank misslaat (de drie babes die opeens BFF's worden, de geshockeerde schoonouders) maar die verder veruit het meeste goed doet, met prima rollen van Vaughn en Johnson, een hilarische rol van Frost en een knappe rol van Jack Lowden als Paige's broer voor een brok in de keel. Natuurlijk is het een grotendeels voorspelbare rags-to-riches-story, maar wanneer het zo goed wordt gedaan (en bovendien ook nog eens vanuit zo'n onwaarschijnlijk milieu) word ik willoos meegesleept. En de belangrijkste troef is natuurlijk Florence Pugh, die is qua talent en qua veelzijdigheid toch wel hard op weg naar de A-lijst.
Film Stars Don't Die in Liverpool (2017)
Wie zou Gloria Grahame nog kennen, behalve de ouders en de barman uit deze film en de MovieMeter-gebruiker die in Hollywood-noirs geïnteresseerd is? Deze film mist dus de "kapstok" van de belangstelling voor een ikoon als Monroe waardoor My week with Marilyn een hit(je) werd. Daar staat tegenover dat het gezinsleven van Peter heel goed uit de verf komt en dat zijn relatie met "Glo" ook steeds meer nuances krijgt, waardoor de "twist" (als je dat zo mag noemen: het gegeven dat híj denkt dat zij hem beu is en hem daarom de deur wijst, terwijl we later vanuit háár perspectief ontdekken dat zij hem dat liet denken om hem het verdriet over haar aftakeling te besparen) extra hard aankomt. Uiteindelijk dus eerder een (ontroerend) portret van een relatie die nooit tot echte bloei kan komen, met prachtig spel van beide leads (en van de hele cast trouwens).
Nog niet vermeld in bovenstaande berichten, dus dan doe ík het maar even: bij de IMDb-trivia lees ik dat de echte Peter Turner nog even te zien is als de "stage manager" die op het podium van de lege schouwburg de twee stoelen voor Peter en Gloria neerzet.
Final Countdown, The (1980)
Alternatieve titel: U.S.S. Nimitz: Lost in the Pacific
Eerst een half uur lang een geweldig idee, dan debatteren de personages een half uur lang wat ze zullen gaan doen, en dan – wordt het schip weer naar 1980 teruggezonden zonder dat er iets is gebeurd. Wat een afknapper! En dan komen ze ook nog niet eens in een andere tijd terug (de Nimitz temidden van de Vikingen, yes!), maar net precies weer in hun eigen tijd... De opnames op het vliegdekschip zijn interessant en indrukwekkend, en het is grappig om te bedenken dat deze film een paar jaar vóór klassieke tijdreisfilms als The terminator, Back to the future en Peggy Sue got married uitkwam, maar verder is dit vooral een enorme gemiste kans. (Wel een grappige kleine twist op het einde met de limousine.)
Final Destination (2000)
Een even simpel als briljant idee, uitstekend uitgewerkt, eenvoudige maar sterke personages met stuk voor stuk goede karakteristieke koppen (vooral Kerr Smith als de arrogante Carter), een zeer aantrekkelijke hoofdrolspeelster (Ali Larter), geweldig inventieve manieren om op zeer gecompliceerde wijze om het leven te komen, minstens één briljant schokeffect (de bus) en een spetterende uitsmijter. Geen hoogstaande cinema, maar met vaart en showmanship gemaakt – ik lust er wel pap van, net als van de even vermakelijke vervolgen.
Final Destination 2 (2003)
Min of meer dezelfde film als deel 1, maar met nog duidelijker en krachtiger neergezette personages (Jonathan Cherry als Rory: "You gonna bust me, bitch?", maar ook bijvoorbeeld Keegan Connor Tracy als career woman Kat: "This can't be happening, because my career is at a peak!"), het spectaculairste beginongeluk van de hele serie, diverse fraaie manieren om het hoekje om te gaan, een adembenemende scène bij de tandarts en een nóg spetterender uitsmijter dan in deel 1, en dan zien we ook nog eens de heerlijke Ali Larter terug. What's not to like? De beste film van de reeks.
Final Destination 3 (2006)
De gebruikelijke formule, met helaas twee niet bijzonder aansprekende hoofdrolspelers die daardoor echter wel alle ruimte bieden aan drie bijfiguren die de show mogen stelen: de hilarische bimbo’s Ashlyn en Ashley (“That was so nice of us!”) met hun spreekwoordelijke “gratuitous nudity”, en de intrigerende Kris Lemche als de cynische Ian, een soort James Franco meets Edward Scissorhands. Een mooie beginramp, fraaie scènes in de "tanning salon" en een doe-het-zelf-winkel, en een verrassende climax. Niet geweldig, maar zeker ook niet slecht.
