• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.946 gebruikers
  • 9.369.636 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Sabotage (2014)

"Is that a dick on your back?" Een sterk uitgangspunt : stoere mannen die lang niet allemaal sympathiek en zeker niet allemaal "goed" zijn komen in een lastig parket en belanden zo in een spiraal van onderling wantrouwen waarin alles mis gaat. Veel tegendraadse elementen zoals de extreem bloederige details (de teamleden in de camper en aan het plafond) en de onschuldige voorbijgangers op straat die duidelijk op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn zonder dat iemand daar excuus voor aanbiedt, zelfs niet de meest rechtschapene der hoofdpersonen, Detective Brentwood (de uitstekende Olivia Williams). Helaas ook veel melige pseudo-humoristische macho-dialogen plus een laatste scène die afbreuk doet aan het schimmige mysterie van de voorgaande plot (en merk op dat er in die kroeg vrouwen het vuur op Arnie openen, maar wanneer hij er zelf eentje neerschiet valt ze om zonder dat we bloed zien!), en samen roomt dat de score toch wel een beetje af. Al met al toch best vermakelijk, maar niet zo intens als ik in het begin hoopte en dacht. (Wat ik lees over het oorspronkelijke einde zou hier overigens wellicht een halve ster aan hebben toegevoegd.)

Sabrina (1954)

Metalfist schreef:

In de film is [Bogart] echter een last-minute vervanging voor Cary Grant, jammer eigenlijk dat dat niet is doorgegaan want die bewees een jaar eerder met Roman Holiday al dat hij een uitstekende combinatie vormt met Hepburn.

Kleine correctie: in Roman holiday speelde niet Grant maar Gregory Peck tegenover Hepburn. (Grant zou tien jaar later tegenover Hepburn in Charade spelen.)

Aardige film die nergens echt los van de grond komt, en dat ben ik van deze regisseur toch niet helemaal gewend. William Holden kan dit soort rollen (de luchtige charmeur met ironische ondertoon) onderhand wel in z'n slááp spelen, en Bogart ziet er toch echt wat te oud uit om Holdens broer te kunnen zijn, hoewel ik zijn spel in de loop van de film wel steeds beter begon te waarderen. Alle off-screen-problemen zijn niet aan de film af te zien, waarvoor hulde. Misschien is dit wel zo'n film die in de herinnering beter wordt dan tijdens het kijken (hoewel dat de vorige keer dat ik hem zag –20 jaar geleden?– helaas niet gebeurde).

 

Safe (2012)

Een standaard-actiethriller die net wat grimmiger, complexer en gewelddadiger is dan z'n soortgenoten, helaas ook praktisch zonder humor en met een hoeveelheid slachtoffers die nogal over-the-top is (de IMDb-trivia-pagina heeft het over een "body count" van 79, waarvan 30 op het conto van Jason Statham's personage, maar ik kan me zelf niet voorstellen dat het aantal lijken dat ik heb gezien minder dan drie cijfers zou bedragen). Tot het einde toe intrigerend omdat ik me steeds afvroeg hoe die enorme massa dreigingen ooit ontward zou kunnen worden, maar dat gebeurt uiteindelijk op precies dezelfde manier als in de rest van de film, namelijk door Statham iedereen die bij hem in de buurt komt uit de weg te laten ruimen. Wat dat betreft zou de film wel een Oscar verdienen voor het geluidsontwerp met al die inslaande kogels, vlezige elleboogstoten in zachte lichaamsdelen en op de grond of het plaveisel landende lichamen – kosten noch moeite noch stuntmannen werden gespaard. Niet om vrolijk van te worden voor wie durft te veronderstellen dat het bendegeweld in deze film min of meer een afspiegeling zou kunnen zijn van de realiteit, en dát zonder Jason Statham of andere superhelden in de buurt.

Safe House (2012)

Nu vele malen gezien, en nooit begrepen waarom deze film niet hoger scoort dan nu het geval is. Een goed script, sterke acteerprestaties (uiteraard Washington, maar Reynolds doet absoluut niet voor hem onder), lokaties die je niet zo vaak ziet (de straten van Kaapstad, een voetbalstadion, een shantytown), een indrukwekkende schurk (Fares Fares), en een slotgevecht waarin je echt de pijn van de twee tegenstanders vóélt (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het eindeloze vuistgevecht op het einde van Mission impossible 2). Wat mij betreft in alle opzichten een uitstekende actiethriller.

Safety Last! (1923)

Alternatieve titel: Hooger Op

Zo omstreeks 1981 voor het eerst gezien toen de ARD op (naar ik meen) maandag- en/of dinsdagochtend om 10:05 een serie Harold Lloyd-films uitzond. (Duitse tussentitels zijn toch wat acceptabeler dan Duitse nasynchronisatie...) Nu deze film eindelijk weer kunnen herzien, en het blijft genieten. Prachtig detail : als Harold eindelijk op het dak staat en dan in de verte The Pal (nog stééds achtervolgd door The Law) ziet weghollen, roept die vriend dat hij de politeagent nog éven moet afschudden -- en vanwege de afstand wordt die titel dan met een kleiner lettertype weergegeven.

Van de "grote drie" heeft Chaplin de grootste reputatie en is Keaton het modernst, zodat Lloyd eigenlijk altijd een beetje ondergewaardeerd wordt. Zo hij recht heeft op een zekere rehabilitatie, dan kunnen we daar met déze film toch uitstekend mee beginnen.

 

Safety Not Guaranteed (2012)

Daar hoop ik toch altijd op: een kleine onbekende film waarbij mij langzaam maar zeker de overtuiging bekruipt dat ik te maken heb met een groeibriljantje dat steeds briljanter gaat worden, met een film die precies in mijn straatje past, die steeds leuker wordt en nergens inkakt, een grote en heerlijke verrassing. The cabin in the woods was voor mij zo'n film, net als jaren eerder Shaun of the dead; helaas haalt Safety not guaranteed dat niveau nèt niet, vooral omdat de gebeurtenissen wel steeds spannender worden (wie zijn die twee mannen die opeens de achtervolging op Kenneth inzetten?) maar tegelijk nergens zó spannend dat ik echt benieuwd naar het einde werd, daarvoor bleef de film teveel op dezelfde noot voortkabbelen. Jammer, want de twee leads spelen leuk, en Jake Johnsons Jeff is een heerlijk personage dat steeds op het randje van ongelooflijk irritant zit zonder daar ooit overheen te schuiven. Al met al een zeer onderhoudende en innemende film die toch net de echte touch of greatness mist.

Sagebrush Trail (1933)

Alternatieve titel: An Innocent Man

Metalfist schreef:
Nu vraag ik me af of er eventueel ook een versie met muziek zou bestaan, want ik vond de film op dat gebied nogal erg kaal eigenlijk. Vooral tijdens de vechtscènes hoor je continu stilte dat dan hier en daar eens wordt onderbroken door het geluid van een vuistslag.
Helaas, dat is voor mij ook vaak een doorn in het oog bij films die relatief kort na de intrede van het geluid zijn gemaakt: daarbij hebben de makers helaas nog niet ontdekt dat muziek tijdens de film een soort smerende werking kan hebben waardoor de hele montage wat soepeler lijkt te lopen. (Toen ze dat wèl hadden ontdekt werden sommige films prompt helemaal volgesmeerd met muziek, maar dat is weer een ander verhaal.)
        Verder is dit voor mij een standaard B-film, één van de circa honderdduizend die Wayne in de dertiger jaren maakte, aardig om een uurtje mee zoet te brengen en voorzien van een paar fraaie stunts. Eén daarvan is tegelijkertijd spectaculair, hilarisch en existentieel-gecompliceerd : de manier waarop Wayne een postkoets overvalt (ondervalt zou misschien een betere term zijn). Geweldig hoe hij zich onder struikgewas verbergt en dan op precies het juiste moment overeind komt en op de koets klimt – maar stel je nou toch eens voor dat die koets een paar centimeter naar links of naar rechts was afgeweken, dan zouden eerst de paardehoeven en vervolgens de koetswielen recht over Wayne's lichaam zijn gereden, en dan hadden we geen John Wayne èn geen Smith meer gehad – o nee, dat was de schuilnaam van John Brant, het personage dat werd gespeeld door Wayne, maar die werd in deze scène dan weer vervangen door zijn stuntman Yakima Canutt, die in deze film ook Jones speelde, die eigenlijk de moordenaar van George Conlon was... Zo kan een simpele film toch opeens uitermate complex blijken. (Mooie titel ook trouwens, dat klinkt toch veel beter dan Alsemspoor.)

Salvation, The (2014)

Superbe om naar te kijken, met prachtige settings, mooie kostuums en geweldige koppen, maar zó propvol cliché's en verwijzingen naar eerdere westerns (de lange jassen van Once upon a time in the West, uit die film ook het opkopen van land dat nog waardevol moet gaan worden, de zwijgzame held die moet afzien van A fistful of dollars, de stad die zucht onder het juk van een bende uit talloze films, de wraakzuchtige held van High plains drifter) en dat dan allemaal zó pompeus-ernstig gebracht dat dit uiteindelijk meer een visuele Aha-erlebnis dan een emotionele ervaring wordt. Mikkelsen is (natuurlijk) wel perfect.

Sammy Davis, Jr.: I've Gotta Be Me (2017)

Alternatieve titel: Sammy Davis, Jr. - I've Gotta Be Me

Movsin vat het hierboven al goed samen : bij elk facet dat van Davis' veelzijdige artisticiteit wordt belicht ligt de nadruk op het politieke (raciale) aspect, en dan mis ik bijvoorbeeld meer aandacht voor de talloze singles die hij tijdens zijn leven heeft uitgebracht, of voor de 68 titels die IMDb bij zijn filmcarrière noemt (ook al zitten daar dan veel televisieshows en gastrolletjes bij). Ik wist vooraf niet zo gek veel over Davis' carrière, en daar heeft deze documentaire wel verandering in gebracht, waarvoor dank, maar ik weet niet of ik met de invalshoek erg blij moet zijn.

San Andreas (2015)

Yup, deze film heeft het allemaal: een paar stevige aardbevingen met daar achteraan (en overheen) een lekkere tsunami, een romantische parachutesprong voor twee met triomfantelijke muziek, een spierbundel, een oogverblindende babe in een strak topje, een serieuze acteur in een bijrol om het geheel enig cachet te geven, en superbe moderne VFX om te verhullen dat dit feitelijk een enorm ouderwetse film is. Helaas zat ik er halverwege al doorheen, want wat de film óók had was een murwmakende voorspelbaarheid, een rampendichtheid die bij mij tot onbedoelde hilariteit leidde, en een overdaad aan evidente special-effects die mij alleen maar terug deed verlangen naar The towering inferno.

Sarah Bernhardt, la Divine (2024)

Alternatieve titel: The Divine Sarah Bernhardt

Een plaatje, en een zeer overtuigend plaatje ook – de prachtige kostuums, de luxueuze decors en de algemene sfeer geven mij de indruk dat ik echt in die wereld verkeer of althans naar die echte wereld kijk, met de vermelding dat ik er toen natuurlijk niet bij aanwezig was en ik dus nu alleen maar (op basis van contemporaine of moderne reconstructies) kan dènken dat het zo wel geweest had kunnen zijn. Het oog komt dus niets tekort, maar bij de opzet van de film als geheel heb ik zo mijn bedenkingen, want we leren redelijk wat facetten van Sarah Bernhardts (publieke èn privé-) persoonlijkheid kennen (ambitieuze theater-producent, jaloerse minnares, tirannieke werkgeefster, middelpunt van een salon-achtige côterie, maatschappelijk geëngageerde bij de Dreyfus-affaire), en we zien hoe beroemde tijdgenoten (Zola, Freud, Rostand) naar haar gunsten dongen, maar uiteindelijk heeft ze haar grote roem toch vooral te danken aan haar acteertalent en haar talloze toneelrollen, en daarvan zien we helaas niets. Franse kijkers zullen misschien wat meer van haar podiumcarrière op de hoogte zijn door haar zwijgende films en door de vele al dan niet op waarheid berustende verhalen die er over haar carrière de ronde doen, maar ik blijf zelf toch met een enigszins onvoldaan gevoel achter. Alle lof overigens voor hoofdrolspeelster Sandrine Kiberlain die Bernhardt zo dicht als mogelijk bij de kijker brengt.

Såsom i en Spegel (1961)

Alternatieve titel: Als in een Donkere Spiegel

Domineeszoon Bergman worstelt –en laat zijn personages worstelen met– God. Aan Karin verschijnt hij slechts als een afzichtelijk koortsbeeld, voor Martin bestaat God niet, Minus beschouwt God niet eens als een mogelijkheid totdat hij hem nodig denkt te hebben wanneer Karin in haar crisis zit, en de afstandelijke en observerende David vindt God juist in en door zijn eenzaamheid. Wat zien de drie mannen in Karins instorting, wat weerspiegelt zich voor elk van hen in haar? Voor Martin het verlies van de rede, voor David het échec van zijn schrijverschap, voor Minus het mysterie van haar vrouwelijkheid? Tegelijkertijd zijn deze personages niet alleen maar dragers van deze en andere denkbeelden, maar ook en vooral herkenbare mensen van vlees en bloed die in een crisis terechtkomen. Knap hoe Bergman zijn kamermuziek tegelijkertijd zo formeel en bijna toneelmatig èn zo geïmpassioneerd kan maken – wanneer Martin Karin in bed probeert te overtuigen dat haar ziekte niet per se ongeneeslijk is streelt hij haar neus even met de zijne, prachtig detail.

        Zeven jaar na deze film speelden Björnstrand en Anderson professor Higgins en Eliza Doolittle in een bewerking van Pygmalion voor de Zweedse televisie. Helaas nooit gezien, maar lijkt me geweldig. (Wel even het andere uiterste natuurlijk.)

        Loochenaar, wat heb jij op 5-7-2016 een geweldig stuk geschreven. Jaloers.

Saul Fia (2015)

Alternatieve titel: Son of Saul

Indrukwekkend, een film die onder m'n huid kruipt, en dat niet alleen door het camerawerk maar ook en vooral door de claustrofobische omgeving (die het natuurlijk nog niet eens haalt bij de werkelijkheid). Prachtige rol van Géza Röhrig, die precies het juiste gezicht hiervoor heeft (deed me soms aan Jim Caviezel denken).

Sauna (2008)

Alternatieve titel: Filth

Twee maal in één week gezien, met veel vragen blijven zitten, alle message boards van IMDb doorgespit, en daarna waren niet alleen mijn oude vragen lang niet allemaal beantwoord maar waren er ook nog eens nieuwe onduidelijkheden gerezen. En toch doet dat niets af aan mijn waardering van deze film: plot, camerawerk, spel (met die bijzonder intense en enge Ville Virtanen voorop), algemene sfeer en de manier waarop de film steeds meer doordesemd raakt met een gevoel van ongedelgde schuld en bijbehorend onheil op til geeft er toch een urgentie aan waar de hermetische vorm in het geheel niets aan afdoet. Ik zou best graag een aantal vragen beantwoord zien, maar op de een of andere manier kan ik toch ook heel goed leven met de film zoals die er nu is.

Savage Salvation (2022)

Alternatieve titel: Wash Me in the River

Een pakkend verslavingsdrama dat halverwege ontspoort in een gewelddadige wraakfilm waarin de held zijn tegenstanders probleemloos overhoop schiet, met onderweg ook nog wat thema's – nou, laat ik het eerder overdènkingen noemen over het verval van toch al armoedige industriële regio's van Amerika, de persoonlijke crisis van een politieman, en de rol van het geloof bij dit alles. De film valt regelmatig uit elkaar, ondanks de prijzenswaardige pogingen van Jack Huston en Robert de Niro om de boel bij elkaar te houden; de bedoelingen van de filmmakers zijn ongetwijfeld goed, maar het eindresultaat is op z'n zachtst gezegd een rommeltje, en dat het bij mij nog wel enige sympathie wekt leidt helaas niet tot een voldoende. (Ik zeg filmmakers-meervoud, want buiten 2 scriptschrijvers en 1 regisseur vermelden de credits bij IMDb maar liefst 42 producers, executive producers, co-producers, line producers en assistant producers, en dat lijkt me nooit een goed teken.)

Saving Mr. Banks (2013)

De achteloze manier waarop zij haar stekelige meningen van haar tong laat rollen verklaart weer eens waarom Emma Thompson mijn favoriete actrice is, en de rol van Disney past Tom Hanks als een oude jas, maar over hoe de (op zich wel ontroerende) scènes in Australië passen bij de rest van de film heb ik zo m'n twijfels, en Disney's Freudiaanse verklaring van Travers' weerzin om haar personages voor de verfilming aan hem af te staan doet mij aan als wel èrg goedkope Freudiaanse psychologie van de kouwe grond. De twee hoofdrolspelers houden de film echter drijvend, Colin Farrell en Ruth Wilson zijn eveneens erg sterk, en Paul Giamatti geeft een kleine masterclass in het opwaarderen van een bijrol zonder de hoofdrol te overvleugelen. Al met al toch een mooie ervaring, met een brok in mijn keel (en, laat ik het maar zeggen, een traan uit mijn oog) bij Thompson tijdens de première.

Scandal (1989)

Onbegrijpelijk lage waardering hier voor een bijzonder onderhoudende, smaakvolle en perfect geacteerde film waarin alle personages de ruimte krijgen. Het grappige van deze film is dat er nergens sprake van is of zelfs maar wordt gesuggereerd dat Profumo iets van staatsgeheimen zou hebben losgelaten of Keeler iets zou hebben overgebriefd of Ivanov ergens naar zou hebben geïnformeerd – ze hebben allemaal eigenlijk volstrekt "te goeder trouw" gehandeld, ook die arme Stephen Ward, en dan kun je je afvragen: nou, dat is wel héél erg mooi afgeschilderd, is er hier niet ergens iets overgecompenseerd? Arme Profumo, arme Keeler… In de leuke documentaire wordt verteld dat bijna iedereen die bij de zaak betrokken was er een boek over heeft geschreven, maar geen enkele van die verslagen stemt overeen met enige andere versie, dus dat geeft de scriptschrijver meteen alle mogelijkheid om een eigen variant te "verzinnen". Hoe dan ook, een fraaie film met twee meer dan uitstekende centrale rollen van Whalley en Hurt.
 

Scanners (1981)

Deze film heb ik kort na The brood herzien, en dan valt het op dat dit allemaal nèt een tikje beter is : de cast is over de gehele linie beter, Michael Ironside is met zijn ongunstige uiterlijk perfect gecast, de "production values" zijn hoger (de kunstwerken van Robert Silverman's personage –de kunstenaar Benjamin Pierce– zien er bijvoorbeeld indrukwekkend uit), en de FX zijn subliem, met als enige minpuntje de irritante en gedateerde synthesizermuziek van Howard Shore. Toch is dit nog niet de perfecte Cronenberg-film, want de strakke thrillervorm is een beetje in de plaats gekomen van de naargeestigheid en de excentriciteit van zijn eerdere films – die ene beroemde scène is nog altijd indrukwekkend, maar het gegeven van de telepatische vermogens en wat je er mee kunt doen kruipt niet zo onder mijn huid als bijvoorbeeld de Psycho-Plasmics uit The brood.

Scared to Death (1947)

Een film die veel lijkt te ontlenen aan The cat and the canary, met een huis met geheime gangen als enige lokatie en meerdere personages die allemaal zo hun eigen agenda hebben (en met George Zucco als gemeenschappelijke acteur in de cast). Het begint allemaal vrij flauw, mede dankzij de aanwezigheid van Nat Pendleton als extreem domme detective en Joyce Compton als "dizzy blonde" die voor de comic relief moeten zorgen, maar vanaf halverwege wordt de plot steeds leuker, met verdwijnende en dan plotseling weer opduikende lichamen, geheimen uit het verleden en een groen dodenmasker dat helaas iets té frequent voor het raam verschijnt om de impact van de eerste keer te behouden. George Zucco is zoals gebruikelijk weer suggestief-dreigend, Bela Lugosi heeft een iets kleinere rol dan gewoonlijk (hetgeen de film ten goede komt), er zit een behoorlijk tempo in, en de redelijk mooie kleuren dragen zeker bij aan de sfeer – volgens de credits zelf werd de film "photographed in natural color", volgens IMDb in Cinecolor. Absoluut niet van het niveau van voornoemde klassieker uit 1939 met Bob Hope en Paulette Goddard, maar op zichzelf toch een heel vermakelijke comedy-thriller.

Scarlet and the Black, The (1983)

Een spannende en intrigerende episode uit de Tweede Wereldoorlog die geheel en al aan mijn aandacht ontsnapt was. Voor de twee hoofdrollen van de kleurrijke Ierse priester en de vastberaden Duitse kolonel in dit kat-en-muisspel zijn nauwelijks betere acteurs dan Gregory Peck en Christopher Plummer te verzinnen, hun laatste ontmoeting is krachtig, de bijrollen zijn uitstekend ingevuld (inclusief een uncredited rolletje voor Gabriele Ferzetti), en John Gielgud geeft een sterke vertolking als Paus Pius XII die de neutraliteit van het Vaticaan probeert te bewaren maar toch ook oog heeft voor de humanitaire waarde van de acties van zijn ondergeschikte. O'Flaherty's vermommingen (als straatveger, non, souvenirverkoper, postbode, zelfs als SS-majoor) komen vrij absurd en ridicuul over maar schijnen authentiek te zijn, en Plummers laatste close-up is een feest voor de ogen. Een onbekende en onverwacht indrukwekkende televisiefilm.

Scarlet Claw, The (1944)

Alternatieve titel: Sherlock Holmes and the Scarlet Claw

Prachtige donkere Holmes-aflevering: een somber wraakplot met echo's van The hound of the Baskervilles, nauwelijks een scène in daglicht, veel duister camerawerk, en Holmes die ditmaal niet in staat is om een aantal moorden te voorkomen (inclusief die op een totaal onschuldig jong meisje). Glansrol voor Gerald Hamer, die ook al indruk maakte in Sherlock Holmes in Washington (als de ten dode opgeschreven geheim agent op de trein) en Sherlock Holmes faces death (als één der patiënten in het militaire rusthuis); overigens de vader van Robert Hamer, regisseur van onder andere Dead of night en Kind hearts and coronets.
        Het sluwe van de plot is bovendien dat, hoewel de manier van de moorden en de moordenaar zelf bekend is, Holmes ook tegen het einde nog steeds niet weet welk filmpersonage de moordenaar is omdat die zich steeds vermomt. Eén van de beste afleveringen uit de Holmes-serie.
        De aardige commentaartrack geeft nog een indruk van de snelheid waarmee films als deze gemaakt werden: het shooting schedule voor The scarlet claw was 16 dagen (hoewel producer / regisseur / scriptschrijver Roy William Neill deze film zó graag goed wilde krijgen dat hij daar drie dagen overheen ging, niet veel naar huidige begrippen maar procentueel gezien natuurlijk toch een heleboel).

Sceicco Bianco, Lo (1952)

Alternatieve titel: The White Sheik

Groot is de verleiding om hier vanwege thema's als droom/illusie versus werkelijkheid, de onschuldige kind-vrouw en de aanwezigheid van Giulietta Masina als Cabiria niet meer dan een prelude op Fellini's latere en grotere films in te zien, maar ook op z'n eigen merites beoordeeld is dit niet alleen een vriendelijke en afwisselend grappige en licht schrijnende tragikomedie, maar ook gewoon een boeiende en redelijk sterke film die meer aandacht verdient dan hij hier op MovieMeter krijgt (mijn laatste voorganger schreef zijn bericht al bijna zes jaar geleden!).

Schloß Vogeloed (1921)

Alternatieve titel: Schloß Vogeloed - Die Enthüllung eines Geheimnisses

Ogen dicht of open, ik zag die twist niet aankomen, gedeeltelijk omdat ik daar nooit zo op gespitst ben, gedeeltelijk omdat ik meer zat te letten op de prachtige luxueuze sets (vaak met meerdere niveau's), de weelderige aankleding en de strakgelijnde kostuums. Maakt de vorm dan alles goed voor mij? Natuurlijk niet, maar bij een mysterie als dit dwaalt de aandacht nog wel eens af, en bijna alsof het Murnau's bedoeling was blijkt de achtergrond dan een visueel feestje te zijn, als was het een mooie reeks sfeervolle schilderijen (en de maquette van het slot neem ik dan maar voor lief – dat je in de totaalshots ziet hoe de berg in de achtergrond een keurige schaduw heeft doet bijna komisch aan). Aardige droomsekwensen, en de bibliotheek waar de vermoorde echtgenoot in de flashbacks zijn spirituele lectuur zit door te ploegen is indrukwekkend. Eigenlijk best benieuwd hoe de gesproken versie van 15 jaar later zou zijn – ik zie dat die op YouTube integraal beschikbaar is, dus misschien moet ik daar maar eens voor gaan zitten. Déze versie was in ieder geval geen meesterwerk, maar visueel zeker interessant genoeg om te blijven boeien.

School for Scoundrels (1960)

Alternatieve titel: School for Scoundrels or How to Win without Actually Cheating!

Eigenlijk een heel schematische film: eerst een flashback waarin we zien hoe de hoofdpersoon tegenover alles en iedereen het onderspit delft, daarna zijn opleiding bij het College Of Lifemanship, en tenslotte zijn wraakoefeningen waarbij hij eigenlijk een uiterst onaangenaam individu zou zijn gebleken als zijn slachtoffers hun straf niet ten volle hadden verdiend. Alles zonder enige verrassing of twist verteld, met helaas veel te weinig aandacht voor het curriculum en een vrij voorspelbare derde bedrijf, en wanneer Henry op het einde zijn masker van "one-upmanship" aflegt om het meisje van zijn dromen te mogen kussen vertolkt Alastair Sim mijn mening wanneer hij verzucht: "No, not sincerity!" Zo moeten een geïnspireerd idee en een voor deze rollen geknipte cast (inclusief de altijd geweldige Sim) het afleggen tegen een middelmatig script en een veel te brave afwikkeling.

Score: A Film Music Documentary (2016)

Allemaal zeer interessant, en de regisseur heeft veel beroemde componisten voor zijn camera gekregen, maar daardoor gaat het ook wel zó hap-snap dat de meeste portretten vrij oppervlakkig blijven. Aan het werk van mensen als John Williams, Hans Zimmer en Howard Shore (om nog maar te zwijgen van Max Steiner, Bernard Herrmann en Ennio Morricone) zou je ook makkelijk een half uur per "stuk" kunnen besteden, en dan zou je ook wel wat meer de diepte kunnen ingaan en desnoods wat technischer kunnen worden. Nú is het een geval van too much and not enough.

Scoundrel, The (1935)

In de beste traditie van Oscar Wilde en George Bernard Shaw besprenkelen welbespraakte personages elkaar met perfect gesmede beledigingen, alles gebracht door een cast die daar wel weg mee weet, aangevoerd door een voor deze rol geknipte Noel Coward en een mooie en aandoenlijke Julie Haydon (van wie ik nog nooit gehoord had en die verder ook geen carrière van groot belang had). Natuurlijk is het gedeelte waarin de hoofdpersoon nog een immorele schobbejak is veel smakelijker dan het laatste kwartier waarin hij de brave Hendrik moet uithangen, net zoals bijvoorbeeld Bill Murray in Groundhog Day veel leuker is als zwartgallige cynicus dan als empatische wereldverbeteraar, maar het eerste uur vol onsentimentaliteiten is al leuk genoeg.

Sea of Love (1989)

Een belangrijke regel voor mystery-thrillers luidt dat de scriptschrijver wel eerlijk moet spelen met betrekking tot de identiteit van een moordenaar: het mag niet iemand zijn die in het hele verhaal niet voorkomt en pas in de laatste minuut verschijnt. Dus weet een enigszins geoefend kijker al snel dat de dader uit de verzameling personages moet komen en gaat hij hen één voor één af om te kijken wie de moordenaar zou kunnen zijn, en dat levert weer het probleem op dat zo'n thriller al gauw een voorspelbare dader kan krijgen (en dus niet meer echt spannend is).
        Wat ik nu zo leuk aan Sea of love vind is hoe dat probleem hier wordt omzeild zonder dat er vals wordt gespeeld. Gedurende het hele verhaal wordt er eigenlijk maar één verdachte aangeleverd (met uitzondering van die medewerker van de supermarkt, maar die wordt al zó snel afgevoerd dat ik hem nergens serieus als de moordenaar heb overwogen). Maar wanneer ik dan op het einde plotseling met de echte dader word geconfronteerd, denk ik twee dingen: (1) natúúrlijk, een jaloerse ex-echtgenoot die haar heeft gestalkt en zo al haar (mogelijke) "dates" heeft opgespoord en afgemaakt, dat is eigenlijk een heel logische villain ; en (2) o kijk, mooi dat dat ook nog eens een personage blijkt te zijn dat we al eerder zijn tegengekomen. Zo blijkt de schurk al de hele tijd aanwezig te zijn geweest (want Helen heeft haar ex-man een paar keer genoemd) en heb ik ook zijn gezicht al een paar keer gezien, maar pas op het einde besef ik dat de dader dus inderdaad tot de verzameling personages van deze film heeft behoord. Kortom, een zeer elegante oplossing waarbij ik niet het gevoel heb gekregen belazerd te zijn.
        Daarbij is het overigens goed dat ik deze film eerder dan Henry: portrait of a serial killer (1987) zag, want anders had ik bij het zien van Michael Rooker (halverwege de film) twee dingen gedacht: (1) hee, wat raar, wat doet zo'n redelijk bekende acteur in zo'n klein rolletje? die zal nog wel terugkomen, daar zal wel wat mee aan de hand zijn, en (2) Michael Rooker, die creep uit Henry? Tien tegen één dat dat de moordenaar is! (Van de IMDb-trivia-pagina voor deze film: "Actor Michael Rooker got cast in this movie based on his title role performance in Henry: portrait of a serial killer.")

        Sea of love is een uitstekende thriller met geweldige rollen van Al Pacino en een prachtig zwoele Ellen Barkin, en bevat bovendien een schat aan fraaie details, zoals de manier waarop Pacino in het begin de vader en de zoontje bij de massa-arrestatie wegstuurt, de spanningen tussen de personages van Pacino en Richard Jenkins, en de schrijnende scène met de vrouw in het restaurant die Pacino na al zijn "afspraakjes" vernietigend aankijkt (zoals blue_blood ook al schreef op 17 maart 2013). De voornaamste waarde van deze film is voor mij echter gelegen in het feit dat ik hem ervaar als één van de weinige films waarin de erotiek en de seks echt navoelbaar worden, in plaats van enkel de verfilmingen te zijn van de gebruikelijke liefdesscènes in het script zoals verstandelijk bedacht door een schrijver achter zijn bureau.

Searchers, The (1956)

Alternatieve titel: De Woestijnhavik

Een portret van een bezetene. John Ford zag Ethan Edwards (vermoedelijk) als een man die met zijn eigen racistische demonen in het reine moet komen, John Wayne beschouwde hem als een man van zijn tijd, en moderne (Native American) kijkers hebben soms nog steeds moeite met het onbedoelde en onbewuste racisme dat in Hollywoodfilms uit die periode gangbaar was en dat hen nu stoort (inclusief bijvoorbeeld het feit dat Ford de Comanches door Navajo's laat spelen en dat de "Comanche Death Song” eigenlijk "a social Navajo Squaw Dance Song” is).
        Afgezien van waar de "waarheid" en/of het morele gelijk liggen is dit een film waarin mij elke keer weer onwillekeurig de zwakke plekken opvallen: er zitten diverse scènes in waarin de "exteriors" evident in de studio zijn nagebouwd (inclusief vaak zeer kunstmatige belichting: de ranch vlak voordat hij wordt aangevallen, de rivier waar Ethan en Clayton ontdekken dat de Indianen zijn vertrokken, de open plek waar Ethan Futterman onderschept), van het taalgebruik merk je soms dat het werd geschreven om het opzettelijk "folksy" te laten overkomen (hetgeen een des te gekunstelder effect sorteert: "Man says he’s going one place, means to go t’other!”, "I didn't say that! Didn't say such!"), sommige gebaren komen al te theatraal en daardoor onecht over (Brad Jorgensen die tweemaal zogenaamd spontaan-geëmotioneerd langs zijn neus strijkt, Wayne's armgezwaai om de richting van "to go t'other" of van Looks pijl van stenen aan te geven), en er zitten een aantal tenenkrommend-kluchtige elementen en scènes in (Mose Harper als half Shakespearean fool half zwakzinnige, Charlie McCorry met z’n nasale Colorado-accent dat Ford naar het schijnt geweldig grappig vond: “So he married a Comanche squaw. Haw, haw, haw!”, en natuurlijk dat "lollige" gevecht tussen Martin en Charlie).
        Kortom, het is eigenlijk een klein wonder dat ik met al deze bezwaren The searchers eigenlijk nog zo goed vind – maar ik vind hem gewèldig. Misschien komt dat door de vele prachtige scènes, zoals die met het gezin Edwards van aan het begin, of het stille moment waarop Sam Clayton opeens begrijpt dat Martha en Ethan van elkaar houden, of de aandoenlijke verliefdheid van Laurie, of de klassieke “Let’s go home, Debbie”-scène; misschien door de sterke rollen van John Wayne als anti-held en Jeffrey Hunter wiens opgroeiende personage (voor één-achtste Indiaan!) steeds meer "the voice of reason" wordt (en die door Wayne ook zeker niet weggespeeld wordt); maar zeker ook door de regie van John Ford die de film een "epic sweep" meegeeft waar ik toch elke keer dat ik hem zie weer door word meegesleept, met dank aan al die fantastische landschappen natuurlijk. Hoe dan ook is deze film één van de absolute hoogtepunten van het genre voor mij. Grappig genoeg noch bij IMDb noch hier op MovieMeter in de top-250 (hoewel hij volgens Goodfella bij IMDb in 2002 nog op nummer 90 stond), maar bij een recente poll van de BBC onder internationale critici geëindigd op de vijfde plaats van de 100 beste Amerikaanse films aller tijden.
        Overigens komen er in de film twee scènes voor waarin Chief Scar zijn manschappen tot de aanval oproept, en ik heb de kreet die hij in beide scènes tot tweemaal toe slaakt vele malen beluisterd, maar ik kan er toch nog steeds niets anders in horen dan "Nazgûl!" Een grapje van Ford, de scriptschrijvers, de Indiaanse tolk of Henry Brandon? Het zou nèt kunnen, want ten tijde van de opnames van The searchers was The Lord of the Rings al een jaar uit...

Season of the Witch (2011)

Een aardig plotgegeven met adekwate personages, ook al worden die dan gespeeld door Nicolas Cage en Ron Perlman, "so you suspect Season of the witch will not be an exercise in understatement" zoals Roger Ebert treffend opmerkt. En inderdaad, stevige actie, veel zwaaiende zwaarden, en acteerwerk dat bestaat uit betekenisvolle blikken bij op vermoeide toon uitgesproken one-liners, maar helaas stort de film in zodra de groep bij het klooster aankomt, en de CGI-troep van de laatste tien minuten zuigt elk beetje leven uit de film (en elk beetje interesse uit deze kijker). En waarom toch al die donkere en van heldere kleuren ontdane opnames – of denken de regisseur en zijn cameraman soms dat dát de betekenis van het begrip the Dark Ages is?

Second Chorus (1940)

Alternatieve titel: Swing It

Moeilijk om aan te geven waarom dit nou niet zo leuk is, ondanks de aanwezig van het danstalent van Fred Astaire, de schoonheid van Paulette Goddard, de muziek van Artie Shaw en een drietal geslaagde musical-nummers (Astaire als kozak!). Misschien komt het wel omdat Astaire en Burgess Meredith twee charmante schavuiten moeten spelen maar eigenlijk alleen maar overkomen als schavuiten pur sang, ook al omdat ze onderling geen chemie lijken te hebben ("Astaire en Meredith zijn geen Bing en Bob", zoals Dk2008 terecht opmerkt), en daardoor maakt het me eigenlijk ook niet uit wie er uiteindelijk met Paulette vandoor zal mogen gaan (hoewel een goed verstaander daar wel geen twijfel over zal hebben gezien het verschil in status van de twee acteurs). Nee, ik heb me niet verveeld, maar ik heb ook wel zitten wachten op het moment dat ik echt plezier in alle verwikkelingen zou gaan krijgen, en dat is helaas nergens gebeurd, hoe druk het op het scherm allemaal ook werd.

        Leuk detail: grappig hoe, wanneer Shaw op het einde met zijn orkest aan het repeteren is, op de achtergrond een werkvrouw de trap dweilt en een man de vloer aanveegt.