• 16.433 nieuwsartikelen
  • 180.218 films
  • 12.398 series
  • 34.341 seizoenen
  • 651.691 acteurs
  • 199.722 gebruikers
  • 9.421.711 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Shazam! (2019)

Een establishing feature die er èrg lang over doet om de held te introduceren, en die daarna te snel overgaat in eindeloze slotgevechten vol CGI. Zachary Levi is een innemende persoonlijkheid die uitstekend raad weet met de nerdy one-liners, en Jack Dylan Grazer is een prima sidekick die grappig èn aandoenlijk kan zijn, maar verder heeft de film niet veel te bieden, en zelfs de geweldige Mark Strong krijgt praktisch niets interessants te doen. Met alle humor die personages als Tony Stark, Loki, Dr Strange en Scott Lang al in hun (Marvel-) rollen brachten is er misschien ook niet zo heel behoefte aan een parodie als deze, maar naar ik heb begrepen was het commerciële succes van deze film toch groot genoeg om een vervolg te rechtvaardigen.

Shazam! Fury of the Gods (2023)

Van de eerste film uit 2019 ben ik niet zo'n liefhebber, maar dit vervolg is eigenlijk een verrassend leuke film. Zachary Levi lijkt nu nóg beter in zijn rol te zitten, en in Helen Mirren heeft hij een uitstekende tegenstander (ik kan me maar weinig serieuze actrices voorstellen die dit geloofwaardig kunnen brengen), maar wat me vooral trof was het sterke ensemblespel van de zes helden met de snelle dialogen en de vele humor. De eenhoorns zijn er teveel aan, en het gaat allemaal weer te lang door inclusief de gebruikelijke CGI-climax waarbij de held opeens vrij willekeurig wint, maar als geheel heb ik me toch prima vermaakt met deze held die de wijsheid van Solomon verwart met de "Wisdom of Saruman!"

Sherlock Holmes and the Secret Weapon (1942)

Alternatieve titel: Secret Weapon

Prima Holmes-mysterie met een uitstekende Lionel Atwill (wiens arm drie jaar na Son of Frankenstein kennelijk weer is aangegroeid) als Moriarty, en een paar leuke details (zoals de toch niet gangbare vrouwelijke piloot van het vliegtuig dat Holmes en Tobel van Zwitserland naar Engeland brengt, net zoals Holmes in Sherlock Holmes and the voice of terror een vrouwelijke chauffeur had – tja, dat krijg je ervan wanneer de mannen aan het front zijn). Merkwaardig hoe de vlakte waarop het proefbombardement plaatsvindt minder aan het Engelse platteland dan aan de woestijn van Nevada doet denken. En het idee van die dansende mannetjes blijft prachtig.

Sherlock Holmes and the Voice of Terror (1942)

Mooi hoe de actualiteit van 1942 in het verhaal verwerkt is: de uitzendingen van het titelpersonage zijn een echo van die van de Amerikaanse Nazi William Joyce die als radiopresentator propaganda voor de Duitsers maakte onder het alias Lord Haw-Haw. Af en toe ook fraaie opnames, zoals de chiaroscuro-close-ups van de Duitsers die de Engelsen halverwege de film onder schot houden en de ruïnes van de slotscènes. Aardig mysterie, alleen dat kapsel van Rathbone…

Sherlock Holmes Faces Death (1943)

Watson over Musgrave Manor: “It’s a grim old pile. Very spooky.” Holmes: “Don’t tell me that you’ve met a ghost?” Watson: “No, not so spooky as that. Ghosts don’t stab people in the neck, do they? Or do they?” Holmes: “Not well-bred ghosts, Watson.” Een heerlijke aflevering van de Holmes-serie, precies zoals ik ze graag zie, met alle verdachten in één huis en daarbuiten storm, donder, bliksem en regen, alles à la The old dark house (de huilende wind lijkt zelfs rechtstreeks van de geluidsband daarvan afkomstig te zijn), The cat and the canary en And then there were three (en natuurlijk Sherlock Holmes and the house of fear van twee jaar later). Passend ook dat de set van het stadje eerder in The bride of Frankenstein (1935) en die van de crypte in Dracula (1931) gebruikt werd. Jammer dat de schurk zo kleurloos is, maar de prachtige rol van Halliwell Hobbes als dorstige butler maakt veel goed.

        Aardig weetje van de commentaartrack: de acteur die hier Captain Vickery speelt was de kortste man op de set, dus zie je hem nergens "ten voeten uit" – overal staat er nèt een tafeltje of een schouder voor zijn voeten, zodat je niet ziet dat hij op een verhoging staat of loopt. Hij is zelfs korter dan Hillary Brooke (zijn "love interest" Sally Musgrave), dus wanneer hij naast haar op de bank heeft plaatsgenomen zit hij op allemaal kussens. Gelukkig verhinderde dat Milburn Stone niet om later Doc in Gunsmoke te kunnen spelen.

Sherlock Holmes in Washington (1943)

Aardig Holmes-mysterie, met een sterk begin (op de trein) en einde (in de antiekwinkel, met de geweldige George Zucco) en een redelijk tussenstuk (met het grappige "doorgeven" van het luciferboekje). Er zit zelfs nog een dialoogje in dat getuigt van een absurdistisch gevoel voor humor dat je niet direct met Holmes zou associëren, wanneer hij over de vermiste papieren vraagt: “What form was this document in?” – “It was typed, on two sheets of legal paper.” – Watson: “Two sheets! That’s too bulky to swallow.” Holmes: “And dry, Watson – fearfully dry. Especially legal papers.” Al met al een leuke doorsnee-aflevering uit de serie. (Overigens bedoelt Zinema hierboven niet een micro-chip [deze film speelt in 1942] maar een stukje microfilm.)

Sherlock Holmes: A Game of Shadows (2011)

Kwaliteit heeft deze film in overvloed: de inventiveit, de energie, de CGI, en bovenal de geweldige chemie tussen Downey en Law, die inmiddels perfect op elkaar ingespeeld zijn en die elkaar steeds op bijzonder vermakelijke wijze van repliek dienen. Daarvoor alle applaus... maar ik moet bekennen dat ik het onderhand wel een beetje heb gehad met Downey's onderkoeld-ironische toontje dat elke film waarin hij meespeelt op een aflevering van één enorme franchise laat lijken (of misschien moet ik The judge) maar eens gaan bekijken?), en als Holmes-liefhebber vind ik dit allemaal wel héél ver van de oorspronkelijke verhalen afstaan. Persoonlijk is dit niet mijn kopje thee. (Geweldige rol van Stephen Fry trouwens.)

Sherlock Jr. (1924)

Metalfist schreef:
Bij de scène in het begin van de film waar hij een hele hoop water over zich heen krijgt heeft hij het niet veel gescheeld of hij had zelfs zijn nek gebroken maar hij laat gewoon niets merken. Ongelooflijk.

Volgens Tom Dardis in zijn Keaton – the man who wouldn't lie down was dat zelfs echt zo: "he had actually broken his neck, as a physical examination a decade later confirmed."

Ik moet toch even opmerken dat ik ook het eerste kwartier absoluut niet saai of minder vond: de scène met de dollars tussen het samengeveegde vuil vond ik erg grappig ("Describe it!"), en het aanbieden van de ring is voor mij nog steeds aandoenlijk (het steentje dat zó klein is dat ze er zijn speurdersvergrootglas voor nodig heeft...). Daarnaast vond ik ook de hier nergens genoemde scène waarin Buster zijn prooi op straat schaduwt tamelijk briljant, bijna ballet zo nauwkeurig.

In één van mijn lievelingsfilmboeken, The best of Buster, wordt door Richard J. Anobile een aantal van de beste scènes uit Keatons films "samengevat" door karakteristieke "stills" met de complete bijbehorende dialogen achter elkaar te tonen en zo de sfeer van die scène op te roepen. Klinkt niet erg filmisch, maar toch werkt het best aardig, er zijn zelfs uitgaves van complete films (o.a. Ninotchka, The General, Frankenstein, Psycho, Stagecoach, Casablanca, Dr Jekyll & Mr Hyde (1931) en zelfs twee Marx Brothers-compilaties). En in dat boek staat ook de geweldige slotscène uit Sherlock Jr., waarin Keaton de aanwijzingen van de minnaar op het bioscoopscherm opvolgt om zijn meisje te zoenen – tot het ontnuchterende slotbeeld. Op de printed page genoot ik al van Keatons studerende gelaatsuitdrukking, en ik ben blij dat ik de scène nu eindelijk in het echt heb kunnen zien – met dank aan YouTube, waarop de laatste jaren steeds meer filmklassiekers zijn verschenen.
 

Shichinin no Samurai (1954)

Alternatieve titel: Seven Samurai

Bij een film van 207 minuten durf ik het nauwelijks te zeggen c.q. aan te raden, maar elke keer dat ik deze film zie wordt ie (nog altijd) een stukje beter. Van mijn voornaamste pijnpunt (het overdreven acteren van Toshiro Mifune) had ik de tweede keer al geen last meer, en elke keer dat ik deze film zie komt zijn personage nog meer tot leven – niet alleen bij zijn uitbundigheid, zijn haantjesgedrag en zijn tarten van de vijand, maar ook in de momenten waarop hij serieus is, rouwt, intens vecht (de manier waarop hij naast die bandiet met dat geweer komt zitten en vervolgens even liefdevol als dreigend zijn zwaard inspecteert!) of wanneer hij losbarst tegenover de andere samoerai over hoe lafhartig de boeren inderdaad zijn – en wie heeft hen zo gemaakt? Prachtig en ontroerend.
        Voor de rest een epische film waarvan elke seconde van elke minuut boeiend is, een sfeer neerzet, een personage uitdiept, een prachtig beeld oplevert of een indrukwekkend portret van actie biedt. Roger Ebert suggereert dat dit de eerste film was waarin er een team wordt samengesteld om een missie uit te voeren, en aangezien Kurosawa daarnaast nog de spaghetti-western inspireerde (de remake van Yojimbo als A fistful of dollars) en omdat zijn The hidden fortress een inspiratie was voor George Lucas' Star wars-saga, zou je kunnen stellen dat Kurosawa niet alleen diverse grote serieuze films maakte maar ook nog eens Amerikaanse actiehelden voor de komende halve eeuw van werk voorzag. Dat is misschien wat te veel eer, maar feit is dat Seven samurai de ultieme blauwdruk vormt voor de actiefilm zonder daarbij psychologische en esthetische aspecten uit het oog te verliezen.
        Eén van de beste films ooit gemaakt. Een lange zit, maar de tijd vliegt voorbij, en ik kan haast niet wachten om hem nogmaals te zien. Momenteel verkrijgbaar in een prachtige transfer op een BFI-Blu-ray – grijp die kans en spendeer er nogmaals 207 minuten van je leven aan.

Shine (1996)

Prachtige film, mede vanwege het uitstekende spel van de drie belangrijkste acteurs: Geoffrey Rush heeft niet voor niets sindsdien een imposante carrière in serieuze èn blockbuster-films opgebouwd, Noah Taylor is nauwelijks minder indrukwekkend als de jonge David, en na het zien van deze film zou je toch amper geloven dat Armin Mueller-Stahl in het echt best een aardig iemand zou kunnen zijn (net als bij Eastern promises trouwens). Dat de plot het met de waarheid niet zou nauw zo nemen interesseert me niet zo veel, de dramatische spanning wèl, en die is hier dik in orde. Mooi ook om de bijna 80-jarige Googie Withers hier in haar laatste filmrol te zien, na haar vroege rollen in klassiekers als The lady vanishes (Alfred Hitchcock, 1937) en Dead of night (1945) – een waardig slot van een mooie carrière. (Trouwens eveneens een fraaie rol van John Gielgud, aan wie je niet af kunt zien dat hij hier al 92 is!)

Shooter (2007)

Ik kan me met de beste wil van de wereld niet meer herinneren (of voorstellen) waarom ik deze film indertijd zó goed vond dat ik hem nú nog eens zou hebben willen herzien. Standaard-paranoia-actiefilm met Jason Bourne in de hoofdrol, na het eerste half uur geen verrassingen meer en een totaal belachelijke scène waarin Wahlberg en Peña bij een boerderij tientallen Amerikaanse commando's van zich af schudden zonder zelf ook maar een schrammetje op te lopen. Half sterretje extra voor de aanwezigheid van Levon Helm, zanger en drummer van de door mij mateloos bewonderde The Band.

Shooting, The (1966)

Een moeilijke film om echt "in" te komen, want door de evidente afwezigheid van "production values" (de film kostte $75.000, maar er hoefde dan ook geen geld te worden uitgegeven aan dure sets of een uitgebreide cast) bleef ik me te zeer bewust van het feit dat ik naar een (goedkope) film zat te kijken en werd ik te weinig meegesleept. Bij latere kijkbeurten viel het me makkelijker om me op het verhaal te concentreren en kon ik de film meer waarderen, met als belangrijkste pluspunten de goede rol van Warren Oates, de fraaie cinematografie en de keuze van de filmmakers om niet alle antwoorden direct te geven (zo wordt de motivatie van Gashade nergens helemaal duidelijk: waarom creëert hij in het begin zelf een spoor? waarom blijft hij de vrouw volgen? weet hij echt niet naar wie ze op zoek is?). Misschien meer een film om met de intuïtie dan met het hoofd te volgen, en qua western niet echt een succes, maar wel een interessant experiment.

Shopping (1994)

Ik ben het eigenlijk van A tot Z met mijn voorganger eens. Grappig om deze debuutfilm nu eens te zien nadat ik alle andere films van deze regisseur al had bekeken : Event horizon, Resident evil, The three musketeers en Pompeii waren niet bepaald mijlpijlen van sociaal commentaar, dus dan is het wel curieus om hier opeens geconfronteerd te worden met iets als een poging tot het duiden van een nihilistisch leven. Maar het is allemaal niet slecht, Jude Law heeft een prima intensiteit, de mooie Sadie Frost is ook niet slecht (hoewel ik bij haar af en toe aan Bananarama moet denken), het slot is het enig mogelijke, en de soundtrack is ijzersterk. Hè, zit ik toch weer Onderhond na te praten.

Showdown at Boot Hill (1958)

Alternatieve titel: Shadow of Boot Hill

Toen ik als kleine manneke in de bioscoop weggeblazen werd door Once upon a time in the West, kon ik na afloop niet geloven dat Charles Bronson nog geen wereldster was. Achteraf zijn filmografie doornemend zag ik dat hij op dat moment al redelijk grote rollen in zeer grote films als The magnificent seven, The great escape en The dirty dozen had gehad (èn twee seizoenen de hoofdrol in de tv-serie Man with a camera), maar het zou toch nog een paar jaar duren voordat hij een echte ster in actiefilms zou zijn. Showdown at Boot Hill zat zelfs nog vóór The magnificent seven maar kreeg het dus ook niet voor elkaar, en dat terwijl Charlie hier toch onder regie zat van de man die ook verantwoordelijk was voor onsterfelijke titels als I married a teenage werewolf en I married a monster from outer space.

        Toch is dit een heel aardige Western die geen tijd verspilt aan introducties of set-ups en meteen midden in de actie duikt met een marshal die blijft rondhangen in een stadje waar hij duidelijk niet welkom is. De spanning wordt aardig opgebouwd, de sfeer in zo'n ranzig stadje wordt goed getroffen en de voor mij grotendeels onbekende cast doet het naar behoren, maar het liefdesverhaaltje voelt vooral aan als opvulling van de korte film, en als ze serieus de indruk hadden willen wekken dat de hoofdpersoon kleiner dan gebruikelijk is hadden ze beter Alan Ladd of Audie Murphy kunnen vragen (maar die waren misschien te duur). Kleine smetjes op een western die verder redelijk van de gebaande paden afwijkt, met weliswaar echo's van High noon, maar eigenlijk ook al vooruitlopend op het magnifieke Last train from Gun Hill. En de precieze dictie en scherpe one-liners van John Carradine zijn altijd welkom, zeker als hij zo'n lekker ambiguë rol als hier heeft.

Sicario (2015)

Indrukwekkende film die een blik werpt op een schemergebied die wel wat weg heeft van een loopgravenoorlog : dán wint de ene partij een slag en dán de andere partij weer zonder dat er uitzicht op is dat de oorlog echt gewonnen kan worden, met dit verschil dat de kartelbazen altijd winnen. Knappe rol van Emily Blunt als "ingang" voor de kijker, hoewel de personages van Josh Brolin en vooral Benicio del Toro veel intrigerender zijn. Geen vrolijkstemmende film, en de lange en extreem beklemmende scène in de file bij de grens levert bijna hartkloppingen op van de spanning, zeer knap geregisseerd en gemonteerd en met een geweldige score.

Sight, The (2000)

Geïnspireerd door het succes van The sixth sense? Dat zou je wel denken, zeker wanneer je een geest hier hoort verklaren dat "People don't like people who see dead people" (hetgeen een mens al gauw doet denken aan Haley Joel Osments "I see dead people…"). Maar die overeenkomst was mij eigenlijk niet zo één-twee-drie opgevallen (je zou namelijk ook al aan Ghost kunnen denken), en bovendien vind ik dit los van mogelijke inspiratiebronnen of overeenkomsten op zichzelf een bijzonder onderhoudende film. Een leuke combinatie van moordmysterie en spookverhaal, een sympathieke hoofdpersoon (ik keek ook al graag naar hem in St Elmo's fire, Less than zero en Night of the running man), twee mooie vrouwen, ook verder fraaie en zeer sfeervolle visuals, en met een paar ijzersterke scènes (de speeltuin, de metro, en natuurlijk de hilarische scène in de lunchroom wanneer Kevin McCarthy een mens voor een geest aanziet). Kortom, de ideale B-film, zoals ik van deze regisseur gewend ben.

"Okay… I've been in London two days now. Killed someone, fataled a $70.000 car, and twenty-one people who I've never met here hate me. Things are going well."

 

Sign of Four, The (1983)

Nergens groots of meeslepend en met een niet erg indrukwekkende Tonga (en daardoor ook nergens echt eng of spannend), maar met een perfecte Ian Richardson (mijn favoriete Holmes), een sterk en goed uitgewerkt plot en fraaie visuals. Wat spijtig toch dat Richardson slechts tweemaal als Holmes te zien is geweest (naast The hound of the Baskervilles uit hetzelfde jaar).

Signal, The (2014)

Ik was zelf al blij dat dit weer eens een film is die me tot de laatste seconden geïnteresseerd en vooral geïntrigeerd hield – vaak eindigt een tot dan toe boeiende film toch met een achtervolging en/of knokpartij tussen held en schurk (Elysium) gevolgd door een ondubbelzinnig happy end. Dat deze film die valkuil wist te omzeilen is al heel wat, en de sfeer, de visuals en de FX doen de rest. Geen briljante hoogvlieger, wel een verrassend goede en ambitieuze subtopper.

Signs (2002)

Tja... De pluspunten van Signs (en de kracht ervan mogen we niet onderschatten) zijn de uitgesproken creepy sfeer, de zorgvuldige opbouw en de uitstekende rol van Mel Gibson. Maar dan de minpunten – de beroerd ogende aliens, het nachtkaarseinde dat bij mij het gevoel van een storm in een glas water oproept, en Mel Gibson die op het einde weer z'n priesterboord omdoet – tja, al die dingen wegen toch ook wel behoorlijk zwaar. En als ik dan op de IMDb-trivia-pagina lees dat M. Night Shyamalan denkt dat "the scariest thing in the film is that a good man could lose his connection with God" heb ik al weer gegeten en gedronken. Goed gemaakt, maar na afloop heb ik toch een sterk gevoel van "was dit nou alles?"

Silent Witness (1932)

Alternatieve titel: The Silent Witness

Begint als een melodrama met een zoon die zijn maîtresse vermoordt en een vader die grootmoedig de schuld op zich neemt in de hoop dat hij wel zal worden vrijgesproken, maar het sterke laatste bedrijf heeft nog een paar aardige twists en turns in petto, zodat deze redelijk vroege talkie ondanks z'n ouderdom toch best genietbaar blijft. Grappige bijrollen van Herbert Mundin als precieze taxichauffeur en Billy Bevan als het titelpersonage; hoewel het hier verder een redelijk serieuze film betreft, lijken die humor en het tempo toch al vooruit te wijzen naar de verdere carrière van co-regisseur Marcel Varnel, die een paar jaar later in Engeland de meest succesvolle komedies van Will Hay, George Formby en de Crazy Gang zou gaan regisseren.

Silver Linings Playbook (2012)

Ik had zelf niet zoveel moeite met de omslag van drama naar romcom, ten eerste omdat ik wel van romcom hou en ten tweede omdat het allemaal prima gedaan is. Maar een derde punt is dat, hoewel ik wel van een happy-end hou, Nikki hier wel héél vlot wordt afgeserveerd, en het schuurt toch wel een beetje dat bij zulke psychische problemen een zoen als einde wordt gebruikt. Hoe dan ook, wat me vooral zal bijblijven is het grootse spel van Lawrence en vooral Cooper, die een geweldige energie geeft aan Pats hyperactieve buien – vermoedelijk zal ik me dus meer het acteerwerk dan de thematiek herinneren, en ik weet niet of dat de bedoeling was.
        Mooi hoe Roger Ebert de eerste ontmoeting tussen Pat en Tiffany beschrijft: "Tiffany thinks she and Pat should have sex. Pat objects. He doesn't want to be unfaithful to his ex-wife. Tiffany's eyes narrow. We realize Pat doesn't have a chance."
        Wat Robert de Niro betreft, hij speelt dit adekwaat, maar uit zijn register tovert hij nergens een noot tevoorschijn die ik niet al eens eerder bij hem heb gehoord (gezien). Na alle ongeïnspireerd aanvoelende vertolkingen van de afgelopen jaren is het al heel wat dat hij hier weer een zeer acceptabele rol speelt, maar echt superbe kan ik hem toch niet vinden.

Simple Favor, A (2018)

Ik heb eigenlijk geen moment aan Gone girl gedacht, vermoedelijk vanwege het totaal andere uitgangspunt en de veel geestiger insteek. Een geweldige eerste helft, dan een stukje dat me deed duizelen (wat is Stephanie nou precies aan het doen? hoe weet ze wie ze moet bellen? waar is ze naar op zoek? wat betekent de informatie die ze heeft ingewonnen? waarom zet ze nou déze volgende stap?), misschien omdat ik zelf niet slim genoeg ben om het allemaal te volgen (ik zou een beroerde privédetective zijn) maar misschien ook wel om de scriptschrijfster (te) snel van a naar c wilde komen, en op het einde een afwikkeling die voor mij teveel van het ene perspectief naar de andere mogelijkheid sprong. Dat deed een beetje afbreuk maar de impact van het geheel, maar de rollen van Anna Kendrick en vooral Blake Lively bleven de hele film lang zó heerlijk dat ik uiteindelijk toch met een grote glimlach op mijn gezicht de bioscoop uitwandelde.

Simple Plan, A (1998)

"Onafwendbaar" is het woord dat steeds maar in mij opkomt wanneer ik probeer te beschrijven hoe de gebeurtenissen in dit verhaal zich ontwikkelen. Zelden een film gezien waarin elk stapje apart begrijpelijk is maar uiteindelijk toch gezet blijkt te zijn op de weg naar de hel. Noodlot of hebzucht? Het tenenkrommende hoogtepunt (of dieptepunt) vind ik de scène bij Lou thuis met alle gevolgen van dien. Billy Bob Thornton (toch al niet mijn favoriete acteur) ziet er bijna té lullig uit met dat mutsje, die dwaze haren en die opgelapte eighties-bril (lijkt me typisch een attribuut waar een acteur zèlf mee aan komt zetten omdat hij dat bij z'n personage vindt passen), maar in de loop van de film krijgt Jacob zóveel diepte en achtergrond dat Thornton er uiteindelijk toch het emotioneel rijkste personage van kan maken, petje af dus. (Overigens altijd fascinerend om op de IMDb-trivia-pagina te lezen wie er oorspronkelijk misschien wel mee zouden gaan doen: Nicolas Cage, Brad Pitt, Emma Thompson, Juliette Lewis, en –heel interessant– John Dahl als regisseur...)

Sin City: A Dame to Kill For (2014)

Alternatieve titel: Frank Miller's Sin City: A Dame to Kill For

Deel 1 heb ik twee maal geprobeerd, maar beide malen liet hij me koud. Nu dan deel 2, meer van hetzelfde: visuele virtuositeit in dienst van bordkartonnen personages die niet-puntige one-liners bezigen in verhalen die maar niet interessant willen worden. Ik weet het wel, het is de verfilming van een stripverhaal, pardon, graphic novel en moet als zodanig in de juiste ironische frame of mind worden bekeken, maar aan mij is dit totaal niet besteed. Flauwe hap.

Sing As We Go (1934)

Gracie Fields (1898-1979) was een uit Lancastershire (in het Engelse industriële noorden van Engeland) afkomstige music-hall-zangeres en komediënne die in de jaren 30 een filmcarrière begon en daarmee tot de oorlog één van de succesvolste filmsterren zou worden (eindigend als Dame of the British Empire in het jaar van haar dood). Uit haar oeuvre van ongeveer 20 titels wordt Sing as we go meestal genoemd als de film waarmee ze in het collectieve geheugen van het Engelse publiek zit gebeiteld. Hierin speelt ze haar standaard-personage van een vrolijke meid met het hart op de tong die op een kwade dag werkeloos wordt omdat de katoenfabriek waarin ze werkt failliet gaat, en gedurende de rest van het verhaal gaat ze op zoek naar een nieuwe baan. In de praktijk komt dat er op neer dat ze de ronde doet van de typische Engelse vakantiekustplaats Blackpool met z'n pier, boulevard en kermisvermaak, onderwijl een paar liedjes eruit knallend en tevens haar vriendin koppelend aan de man op wie ze eigenlijk zèlf een oogje heeft. Naar het schijnt het beste portret dat de Engelse cinema van "the industrial North" uit die periode heeft overgeleverd, en als zodanig een fraaie mix van escapisme en sociaal bewustzijn. Uiteraard gedateerd, maar voor wie gevoelig is voor Gracie's grenzeloze energie, uitbundige optimisme en aanstekelijke vrolijkheid nog altijd een genot om naar te kijken; het is in ieder geval niet moeilijk om te begrijpen wat haar in de donkere jaren 30 zo populair maakte.

        Mocht het titelnummer van deze film overigens bekend voorkomen, dat kan dat zijn omdat volgens mij de heren van Monty Python de melodie hebben geleend voor Sit on my face ("…and tell me that you love me / I'll sit on your face and tell you I love you too").

Singin' in the Rain (1952)

De lichtvoetigheid van Gene Kelly, de liedjes, de humor, Donald O'Connor die Make 'em laugh zingt, de Hollywoodgeschiedenis met een knipoog, de prachtige felle kleuren zonder dat het zuurstokken worden, en last but not least de lange, lange, zéér lange benen van Cyd Charisse – het is maar goed dat zij alleen maar in de door Don Lockwood gefantaseerde Broadway melody-scène bestaat, want in het echt zou de sexloze Debbie Reynolds toch zeker absoluut geen partij voor deze ultieme vamp zijn? Mocht nog iemand over deze film twijfelen, momenteel voor 5 euro in de schappen van Blokker in een werkelijk perfecte transfer.

 

Sinners in Paradise (1938)

Een clichématige premisse die toch altijd potentie heeft: een groepje niet bij elkaar passende mensen die allemaal zo hun geheimen hebben wordt plotseling samengebracht in een penibele situatie, zodat de kijker kan genieten van de opborrelende conflicten en de gepassioneerde verliefdheden. In dit geval bevinden de passagiers van een neergestort vliegtuig zich op een subtropisch eiland waarvan we bijna niets anders te zien krijgen dan de ongeveer 100 vierkante meter waarop het hutje van de enige twee bewoners staat, en verder worden de fricties en de passies vrij voorspelbaar uitgerold, met de meest explosieve rollen voor Gene Lockhart als de senator met het korte lontje en Marion Martin als de wereldwijze blondine die weet dat mannen vooral op haar sexy uiterlijk vallen (en sexy is ze zéker). Bruce Cabot mag verder de stoere man met gevoel voor humor spelen, en John Boles is de kluizenaar die uiteindelijk valt voor de wijze les van Madge Evans: "Unless we face our responsibilities, we can't respect ourselves." Zet maar op een tegeltje! Het script haalt niet alles uit de mogelijkheden, en de regisseur moet het doen met een niet bijster interessante cast, maar mede dankzij een paar redelijk goed in beeld gebrachte actiescènes (het neerstortende vliegtuig en een gevecht aan boord van een schip – bedenk wel dat dit 1938 is) is dit nog een best aardige film die helaas meer naar de B- dan de A-categorie neigt.

Six Minutes to Midnight (2020)

Interessante opzet met uitstekende vertolkingen van Izzard en Dench, mooie fotografie en een aardige twist (D'Arcy die een Nazi-sympathisant blijkt te zijn), maar halverwege zie ik steeds meer onwaarschijnlijkheden (een rare achtervolging waarbij Izzard zomaar op het strand gaat slapen, de buschauffeur die in leven wordt gelaten) of voorspelbaarheden (de politieman die niet dood blijkt te zijn, de buschauffeur die nog wat te doen gaat krijgen omdat je Jim Broadbent niet voor twee mini-scènes op laat draven), waardoor de spanning uiteindelijk verzandt in melodrama en de film ondanks z'n theatrale climax spijtig genoeg uitgaat als een nachtkaars.

Sixth Sense, The (1999)

Al vele malen gezien, en hoewel ik me dus al vanaf de tweede keer bewust was van de clou is de film daardoor eigenlijk alleen maar béter geworden : doordat ik nu al vanaf het begin van de film met andere ogen kijk krijgt de film een grotere emotionele impact. Bruce Willis is uitstekend onderkoeld en vervalt maar hoogst zelden in zijn maniertjes, Haley Joel Osment vertelt het hele verhaal met zijn gezicht, en bij de dialoog over Toni Collette's moeder in de auto hou ik het niet droog. Een nog altijd unieke filmervaring.

        Overigens, Lovelyboy, Collette heeft voor deze film niet een Oscar gekregen, alleen een nominatie (tot nog toe haar énige, net als Osment trouwens).

Skeleton Key, The (2005)

Kort na de release gezien, ik denk via de videotheek, en omdat ik er weinig meer van wist kon ik deze herziening helemaal blanco ingaan. En dat helpt, want ik wist nooit precies in wat voor plot ik me nu eigenlijk bevond, en de setting van New Orleans met al die swamps en overdadige flora en gammele woonboten (en Robert Johnson op de soundtrack) creëert altijd een lekker sfeertje. Nooit zó spannend als de filmmakers beögen, mede vanwege de voorspelbaarheid van sommige effecten (wat zit er achter die deur? waarom is die advocaat zo glibberig? wat probeert John Hurt nou steeds te zeggen?), maar de acteurs doen hun best, en de twist (die ik absoluut niet aan zag komen) is het waard om op te wachten.