- Home
- Roger Thornhill
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
P.S. I Love You (2007)
Toegegeven, ik had dit een enorme draak kunnen vinden, maar het innemende spel van Gerard Butler (die ik via deze film leerde kennen en die ik hierbij dus niet als Spartaanse koning of bodyguard van de Amerikaanse president zag) en Hilary Swank tillen de film moeiteloos over de hobbels. En hobbels zijn er wel degelijk: de selectiemethodes van Lisa Kudrow, de openhartigheid van Harry Connick Jr., de sexy Ier van Jeffrey Dean Morgan, allemaal dingen waar ik mijn vraagtekens bij zet maar waar ik toch ook wel om kan glimlachen. Mooie en ontroerende film met het hart op de juiste plaats.
Package, The (1989)
Als je deze regisseur in Chicago loslaat krijg je altijd wel een degelijke thriller met een bijna fysiek gevoel voor de lokaties, en met kanonnen als Hackman en Jones kan het dan al bijna niet meer verkeerd gaan (zéker in het betrouwbare gezelschap van John Heard als ijzige naarling). Met de individuele scènes in deze film is dan ook niets mis, maar het verband blijft voor mij te lang onduidelijk. Roger Ebert vindt het juist een pluspunt dat deze film de kijker niet onderschat en hem de puzzel stukje bij beetje zelf laat oplossen, maar persoonlijk kreeg ik te weinig grip op de plot om me echt te kunnen laten meeslepen, hoe goed de twee hoofdrolspelers ook zijn.
Page Eight (2011)
Bill Nighy heb ik sinds zijn doorbraak in Love actually al in vele films gezien, maar kennelijk moest ik eerst meemaken hoe hij een complexe film als deze zonder enige moeite blijkt te kunnen dragen voordat ik hem echt op waarde kon schatten, want tjonge jonge wat is hij hier goed. Ook los van die hoofdrol is dit een onderkoeld maar spannend spionagedrama met een prima rolverdeling en een aangenaam tempo. En ja, ook ik moest denken aan Tinker tailor soldier spy, maar terwijl ik dát een nóg betere film vind (één van de beste van de afgelopen jaren zelfs) heb ik van Page eight toch ook bijzonder genoten.
Pain & Gain (2013)
Lange tijd geleden dat ik in m'n eentje bij een film zó hard heb zitten lachen. Hilarische plotontwikkelingen, geweldige bijrolletjes, een flink tempo en drukke maar niet overdreven hypere montage, alles keurig in de mix, maar wat de film voor mij nog een half sterretje extra waard maakte is de rol van Dwayne Johnson, die echt een geweldig komisch talent blijkt te bezitten. Ik heb toch al best wat films met hem gezien, en enig wantrouwen tegenover een acteercarrière van iemand met een achtergrond in de World Wrestling Entertainment (ik ben altijd bang voor de volgende Hulk Hogan) lijkt me niet meer dan terecht, maar Johnson blijkt echt een slimme jongen met talent voor serieuze èn komische rollen te zijn.
Paleface, The (1948)
The paleface sluit Bob Hope's eerste decennium in Hollywood af en vormt zo een mooi compendium van alle grappen en grollen en humoristische trekjes die tezamen zijn komische personage vormden. Zo krijgen we hier Bob die altijd laf is, Bob die een hoge dunk van zichzelf als Casanova heeft, Bob die eigenlijk incapabel is (zijn tandartsenhandboek!), Bob die z'n mond niet kan houden, Bob die zijn vlinderdasje strak trekt alvorens een mooie dame aan te spreken, Bob die zich altijd stoerder voordoet dan hij is, Bob die er maar niet in slaagt om zijn huwelijk te consummeren, Bob die drieste plannen maakt maar meteen koudwatervrees krijgt, Bob die er niet in slaagt om onverstoorbaar te blijven wanneer een zwoele dame om hem heen kroelt, Bob die gromt als een wilde hond om indruk te maken, en natuurlijk Bob die altijd een gevat antwoord klaar heeft ("You've got the courage of a lion!" – "Oh, that's nothing. Brave men run in my family!"). Wie ooit een film van Bob Hope heeft gezien zal de meeste (zo niet alle) attributen van zijn standaardpersonage wel herkennen; verder niets mis mee, maar je kunt je voorstellen dat zelfs de meest verstokte fan het op een gegeven moment wel gezien heeft. Als zodanig mag The paleface meteen als de ultieme Bob Hope-film gelden, want zoals gezegd komt alles in deze film wel samen. En dat alles komt duidelijk op zijn schouders terecht, want Jane Russell legt hier geen ènkel acteertalent aan de dag, komisch noch dramatisch, en de close-up waarin ze Bob smachtend aankijkt voordat hij haar (eindelijk) mag kussen is werkelijk tenenkrommend. Gelukkig zijn de opnames mooi (mijn Universal-DVD levert prachtige kleuren), is er niet beknibbeld op de productie, ligt het tempo hoog en zit er een aardige Stagecoach-finale in (als we ons tenminste niet storen aan die talloze afgeknalde Indianen). Grappig klein stukje : de voltrekking van het huwelijk tussen Jane en Potter waarbij we alleen hun handen zien.
Pallieter (1976)
Eén van mijn lievelingsboeken, inderdaad niet meer van deze tijd, net zoals de koningsdrama's van Shakespeare en de hellevaart van Dante en de slagvelden van Remarque niet meer van deze tijd zijn – merkwaardig dat mensen die boeken nog steeds lezen. Het opgaan in de natuur, het trage levenstempo, de innerlijke verstildheid, misschien zijn dat dan toch dingen die ergens weerklank vinden. Natuurlijk ziet Eddy Brugman er anders uit dan de Pallieter in mijn hoofd (in ieder geval aanzienlijk slanker dan de Bourgondische levensgenieter uit mijn verbeelding), maar op zich is hij eigenlijk helemaal geen verkeerde keus, en Marieke en Charlot zijn eveneens uitstekend gecast. Het overige acteerwerk en de "niet-ambiënte" klank van de dialogen passen helemaal in de stijl van de jaren 70 maar storen niet, en dankzij de levenslust, de oneerbiedigheid en de vrolijkheid van het verhaal (zoals ook in het boek), de ruimtelijkheid van het landschap en de warme kleuren van het camerawerk (zeker in de fraai gerestaureerde DVD-versie) brengen deze film voor mij op treffende wijze tot leven.
Een persoonlijke noot hier is dat de pastoor wordt gespeeld door Joris Diels (1903-1992), een Vlaams acteur en regisseur die vanaf 1955 werkzaam was bij de Haagse Comedie als regisseur en artistiek leider. In de jaren 70 heb ik hem éénmaal mogen ontmoeten in zijn woonhuis in Scheveningen, een innemende en inspirerende man die als geen ander kon vertellen over wat hem bewoog. Mooi om hem hier nog eens te zien, bijna een aandenken aan die ene avond van meer dan 40 jaar geleden.
Pandora and the Flying Dutchman (1951)
Tja, bizar en kitscherig, maar voor mij persoonlijk is het onmogelijk om deze film onsympathiek te vinden, gezien de eigenzinnigheid van de auteur (jazeker, op z'n Frans) en zijn unieke vastberadenheid om een film te maken waarvan hij ongetwijfeld wel kon vermoeden dat de cynici er hun pijlen op zouden gaan richten. De film ziet er prachtig uit, James Mason heeft natuurlijk meer dan genoeg mysterieus charisma, en Ava Gardner ("unspeakably luscious" volgens filmcriticus Pauline Kael) is zowel fysiek als qua spel perfect als de eigenlijk doodgewone femme fatale, geenszins van kwade wil maar met talloze bewonderaars die ze niet helemaal serieus kan nemen aanzien en daarom als speelgoed behandelt – wie kent zo iemand niet? Zo blijft de film eigenlijk tot het einde toe boeiend, en ondanks de theatraliteit van het concept en de voorspelbaarheid van de plot (nog versterkt doordat de allereerste scène de kijker al voorbereidt op wat feitelijk een suicide à deux is) is dit toch een film die ik niet echt goed maar wel bijzonder intrigerend vind.
Grappig trouwens dat de cast van deze film als een kleine reünie van de "troupe" van Michael Powell en Emeric Pressburger leest, want Sheila Sim (de nicht van de verteller), John Laurie (de mecanicien van Nigel Patrick), Marius Goring (de gedoemde minnaar uit het begin) en Abraham Sofaer (de zeventiende-eeuwse rechter) hebben allemaal in films van The Archers gespeeld (respectievelijk in A Canterbury tale, I know where I'm going! en de laatste twee allebei in A matter of life and death, waarin Sofaer zelfs wederom een rechter speelde [èn een chirurg, maar dat was in een andere dimensie, zal ik maar zeggen]), en cameraman Jack Cardiff won in 1947 een Oscar voor zijn werk aan hun Black Narcissus.
Panic Room (2002)
Sterke thriller die helaas nooit dat éne stapje maakt en echt nagelbijtend spannend en eng wordt – misschien omdat de personages van Jared Leto en Dwight Yoakam zo ééndimensionaal zijn. Het kat-en-muis-spel tussen Jodie Foster en Forest Whitaker daarentegen is zeer goed uitgewerkt, en beide acteurs leveren uitstekende prestaties. David Finchers regie is zoals gebruikelijk scherp en strak, maar zoals ik in mijn eerste zin al zei kan ook hij de film helaas nergens die extra lading geven waar ik zo op hoopte.
Parade (1974)
Ach, zo beroerd is het nou ook weer niet; zoals mijn voorganger ThomasVV al zegt kun je Parade ook gewoon beschouwen als de registratie van een circusvoorstelling met een paar grappige absurdistische momentjes, zeker niet briljant maar ook niet slecht. Naast de fraaie stukjes Tati (voetballer, bokser, tennisser en paard) zijn de jongleurs met hun kwasten eveneens indrukwekkend, en de acrobaten bij de springkast hebben me eigenlijk ook wel vermaakt. Soms valt de film een beetje stil (zoals wanneer Tati z'n enigszins gênante dansje op No age for rhythm doet), en gedurende de tweede helft van de show gaat de vonk er iet of wat uit, maar als geheel is dit voor mij toch een vriendelijke en onderhoudende voetnoot bij een prachtige carrière die helaas te weinig films heeft opgeleverd – maar dat kwintet speelfilms is dan ook van uitzonderlijk niveau. (En om die man die in het begin op verzoek van de toeschouwer achter hem zijn brommerhelm afzet moet ik nog steeds lachen.)
Paradine Case, The (1947)
Alternatieve titel: De Zaak Paradine
Eigenlijk gewoon een doorsnee melodrama over het liefdesleven van een advocaat, dat zich echter van de talloze soortgenoten onderscheidt door de indrukwekkende hoeveelheid acteerkanonnen, door de op voorhand toch wel intrigerende variatie op de heeft-hij/zij-het-nou-wèl-of-níét-gedaan-plot en door de laatste naam op de titelrol. Helaas kondigde de schuldige zich wat mij betreft al vrij vlot aan, de plot ging uit als een nachtkaars, en buiten de grote professionaliteit was er weinig tot niets dat zou kunnen doen vermoeden wie de regisseursstoel vulde – en dat heeft er natuurlijk alles mee te maken dat dit een project was dat door producent (en hier ook scriptschrijver) David O. Selznick aan Hitchcock werd opgedrongen, inclusief een cast waar Hitch niet onverdeeld gelukkig mee was.
De grotendeels positieve berichten en vrij hoge scores hier verbazen me wel, want de meeste professionele critici en biografen vinden dit één van Hitchcocks minste films. Een uitzondering is de Gentse criticus Frans Sierens in zijn aardige boekje Alfred Hitchcock (Bruna 1963) dat je soms nog wel eens ziet liggen bij tweedehands boekwinkels. Hij ontwaart in deze film een fatalistische reeks passies die bijna een keten van slachtoffers vormt: Lady Sophie Horfield voor haar man, rechter Lord Thomas Horfield voor Gay Keane, Gay Keane voor haar echtgenoot, Anthony Keane voor Mrs Paradine, Mrs Paradine voor Latour, Latour voor Mr Paradine, en Mr Paradine wellicht voor zijn vrouw... "de mens bij Hitchcock staat machteloos tegenover de kracht van het gevoel, zo machteloos dat hij er door verpletterd wordt."
Paranoia (2013)
Door films als deze vraag ik mezelf altijd af waarom we in het Nederlands toch geen goede vertaling voor het Engelse forgettable hebben, want dat is deze film totally. Geen spanning, geen vermaak, geen pakkende dialogen, en een twist die zelfs ik van mijlen ver aan zag komen (alsof Ford zomaar iemand binnen zou laten om al zijn geheimen te stelen – en bovendien zou hij zijn nieuwe werknemer wel hebben laten natrekken en aldus hebben geweten dat die zijn scriptie over hem heeft geschreven, zodat het nogal raar is dat Hemsworth niet zou weten waar Ford geboren is). Alleen de scènes met Ford en Oldman samen brachten wat leven in de brouwerij, en de manier waarop het "dunken" van de afluister-telefoon uiteindelijk omzeild bleek te kunnen worden was goed voorbereid en aardig gevonden. Voor de rest : totaal vergeetbaar.
Paranormal Activity 2 (2010)
Herzien. De langzame (voor sommigen misschien vooral te tráge) opbouw, de afwezigheid van bekende gezichten waardoor het zogenaamde waarheidsgehalte voor de kijker bewust of onbewust versterkt wordt, het losse en naturelle acteren, het lange wachten dat leidt tot het opbouwen van de verwachting, het dagelijkse leventje van de leden van het gezin dat toch niet oninteressant is omdat je het afzet tegen de komende vervreemding, de suggestieve geluidsband... veel kijkers zullen het als flauwe trucjes binnen een herhalingsoefening ervaren, en voor hetzelfde geld had ik dat eveneens gevonden, maar voor mij blijft het toch werken, als een soort hypnotische trip die uitmondt in een spiraal de diepte in.
Bizarre cijfers: kosten $3 miljoen, opbrengst $177 miljoen. Maar deel 1 had een nóg gunstiger kosten/baten-verhouding: daarbij werd een opbrengst van $193 miljoen gerealiseerd met een film die slechts $15.000 kostte...
Paranormal Activity 3 (2011)
Ik onderschrijf mijn voorganger. Voorspelbaar of niet, de opbouw van de films en de manier waarop de spanning wordt opgevoerd werken voor mij toch heel goed : ik zit me nooit te vervelen, de rustmomenten zijn uiterst effectief, en de ontladingen (het plotseling ineenzakkende lakentje achter de babysitter, de onzichtbare wand waar de meisjes tegenaan lopen, de huisraad die van het plafond komt vallen) laten me vaak rechtop in mijn stoel zitten, hetgeen ik bepaald niet vaak heb bij andere, traditionelere horrorfilms. Nogmaals, het is misschien maar een herhalingsoefening, maar ik ben er nog niet op uitgekeken (of –gegruwd).
Paranormal Activity 4 (2012)
Ik blijf erg gevoelig (in de positieve zin des woords dus) voor die formule van CCTV-camera's die gewoon oppikken wat er te zien is zonder dat een regisseur de beelden stuurt (zogenaamd), waardoor je als kijker nooit precies weet wanneer en vanuit welke hoek er iets schokkends of engs gebeurt. Dat gezegd hebbende is het uitgangspunt met dat kleine jongetje niet bijzonder spannend en behoorlijk traag opgezet, zitten eigenlijk alle (weinige) schokeffecten in het laatste deel van de film en is de afwikkeling (met de eliminatie van zo ongeveer alle personages) behoorlijk onbevredigend want overdreven radicaal, zodat ik bij dit vierde deel voor het eerst echt teleurgesteld ben. Misschien is de koek wel gewoon op.
Parapluies de Cherbourg, Les (1964)
Alternatieve titel: The Umbrellas of Cherbourg
Aanzienlijk minder eendimensionaal-romantisch dan in mijn herinnering, waarin een liefdeskoppel eindeloos door een verlaten maar extreem regenachtig kustplaatsje danste. Die liefde speelt hierin natuurlijk zeker een hoofdrol, maar is bepaald problematischer dan vooraf gedacht, en het wat mij betreft vrij onverwachte einde laat mij eerder met (bewust bedoelde) vraagtekens achter dan met een klassieke feel-good-vibe, net zoals de verwachting dat Roland Cassard een schuinsmarcheerder is op zoek naar een trophy wife nergens bewaarheid wordt. Visueel is de film een snoepje, met de zuurstokkleuren van Singin' in the rain en de schoonheid van Catherine Deneuve, Nino Castelnuovo en niet te vergeten Ellen Farner. Bij al deze stijlkenmerken is de "gimmick" waar de film met meest om bekend staat –de alomtegenwoordigheid van gezongen dialoog en de daaruit voortvloeiende totale áfwezigheid van normaal gesproken dialoog– bijna van ondergeschikt belang, ook al omdat de gezongen melodieën steeds anders zijn en daardoor nogal willekeurig overkomen, waardoor de muzikale omlijsting bij mij niet beklijft bij wat in de praktijk een nieuwe kijkbeurt is, uiteraard met uitzondering van het klassieke liefdesthema. Al deze factoren tezamen maken de film uiteindelijk tot een vrij unieke ervaring, en de kunstmatige (of is dat gekunstelde?) stijl kon niet verhinderen dat ik bij de laatste scène toch echt ontroerd was.
Paris - When It Sizzles (1964)
Alternatieve titel: Together in Paris
Foei, wat een misbaksel. H&H zijn twee sterren waar ik altijd graag naar kijk, maar hoe hard ze ook hun best doen, ze kunnen de tekortkomingen van het infantiele script niet doen vergeten. Holdens scriptschrijver is geen interessant of aardig personage, en bovendien gaat zijn de hele film door volgehouden komisch-ironisch-theatrale toontje mij al spoedig enorm ergeren, en Hepburn zet bijna alleen maar haar grote hertenogen op. Na drie kwartier verlaat de film gelukkig de claustrofobische set van het appartement, maar de plot wordt er verder niet grappiger of amusanter op. Een onverdraaglijk onbenullige film.
Parker (2013)
“How do you sleep at night?” “I don’t drink coffee after seven.” – Eigenlijk niet zo heel veel bijzonders : de plot is niet zo spannend (zeker niet voor wie zich eerdere versies als Point blank en Payback kan herinneren), het climactische gevecht is niet erg spectaculair, en Daniel Bernhardt mag dan wel een martial-arts-expert zijn maar hij doet me vooral denken aan Ace Ventura. Pluspunten zijn het aangename tempo (niet te hyper, niet te sloom), de sterke soundtrack, de vertolkingen van Jason Statham (die ik toch liever in zulke enigszins geloofwaardige rollen zie dan in strips als Crank) en Micah Hauptman als de rattige Hardwicke, de mooie visuals en nog veel mooiere lokaties, en het aardige oog voor details, zoals het feit dat Parker bepaald niet onkwetsbaar is (tot twee keer toe ligt hij behoorlijk in de kreukels) en zijn dialoog met de beveiligingsbeambte die een paniekaanval krijgt (“Thank–thank you, father!” – met dat grijze haar lijkt Statham trouwens opeens op John Lithgow). Belangrijkste asset van deze film is echter de aanwezigheid van Jennifer Lopez, die in haar rol precies de juiste belans tussen sexiness, humor en kwetsbaarheid treft en zo deze film nèt dat beetje extra sjeu geeft. Dat alles maakt hiervan een doorsnee actiefilm die toch boven de middelmaat uitsteekt en uitstekend te verteren is, hoewel ik er bij blijf dat de naam van de hoofdpersoon eigenlijk alleen maar door de butler van Lady Penelope zou mogen worden gebruikt. (Zelf zou ik trouwens hebben gezegd : “On my left side.”)
Party, The (1968)
Als kind heb ik hier hard om gelachen, als (jong)volwassene vond ik het allemaal aanzienlijk minder leuk. Nu ik The party vele jaren later weer eens zie vallen we allemaal andere dingen op: de perfecte cameravoering, het prachtige sixties-kleuren-ontwerp, de ouderwets lange takes (heerlijk), de geweldige rol van Steve Franken als de dronken butler Levinson, en natuurlijk de Tatiësque insteek inclusief volgebabbelde geluidsband. Inderdaad, dit is Blake Edwards' eerbetoon aan Tati, maar wat is daar mis mee? Het haalt misschien – nee, zéker niet het niveau van Tati's vier meesterwerken, maar in dit eigen universum heeft Hrundi V. Bakshi wat mij betreft evenveel bestaansrecht, en Edwards valt in ieder geval niet voor de verleiding om hier lach-of-ik-schiet-humor van te maken. Merk ook op dat Bakshi nergens belachelijk wordt gemaakt of in onze ogen zijn waardigheid verliest (net als monsieur Hulot trouwens), en de handige manier waarop hij op het einde contact weet te houden met Michele (de tegenhanger van die lieve juffrouw uit Les vacances de M. Hulot) is ingenieus. Na al die jaren blijkt dit (weer) een onverwacht grappige en (toch ook) onverwacht ontroerende film.
Passage to India, A (1984)
Mooie film met uitstekend spel van vooral Judy Davis en Victor Banerjee. Al meerdere malen gezien, zowel bij uitkomst in de bioscoop (vlak na het lezen van de roman) als in de jaren daarna op televisie, en nu weer op DVD, en hoewel geen enkele kijkbeurt mij ooit echt teleurgesteld heeft wordt de film helaas nergens zó intens als je mag verwachten bij een verhaal waarin de twee vrouwelijke personages een belangrijke spirituele crisis ondergaan. Mijn probleem blijft dat de mystieke ervaring die Mrs Moore heeft niet echt bij mij óverkomt: ze zegt wel dat ze geschokt is, en we zien haar in ademnood de grot verlaten, maar er is geen visuele tegenhanger van wat zij ondergaat – ik moet haar op haar woord geloven, maar een "psychedelische" scène die de zintuigen ontregelt en aldus duidelijk maakt wat zij ervaart (zoals in bijvoorbeeld Apocalypse now) ontbreekt, en daardoor komt de impact van wat ze in de grot zou moeten hebben meegemaakt eigenlijk niet over op mij. Zo blijf ik achter met een mooie en degelijke verfilming die qua echte scherpte een beetje tekortschiet, hoewel ik (eerlijk is eerlijk) wel opnieuw de volle 157 minuten geboeid ben blijven kijken.
Passengers (2016)
Wat een leuke film... In het begin is dit minder SF dan een rom-com "with a difference" (en daardoor eigenlijk niet zo héél com omdat de mogelijkheid van Aurora's ontdekking steeds als het zwaard van Damocles boven Jims hoofd hangt), en het is moeilijk om een geschikter iemand dan Chris Pratt voor de mannelijke hoofdrol te bedenken, met zijn immer verwonderde oogopslag en zijn bereidheid om in elke netelige situatie zijn beste beentje voor te zetten. De visuals zijn perfect (de "slingshot" langs de planeet Arcturus!) en blijven dat ook tijdens het laatste halve uur, wanneer de film een beetje wegzakt in de meer traditionele en minder interessante SF-actie, hoewel de coda dan wel weer erg leuk is. Al met al toch een boeiende film die ondanks z'n beperkte cast de hele speelduur door bekijkenswaardig blijft – maar was het eigenlijk niet nog veel leuker geweest als Jennifer Lawrence niet alleen mooi maar ook nog eens de technisch aangelegde van het duo was geweest?
Passing of the Third Floor Back, The (1935)
Het ligt er allemaal dik bovenop en het is ontegenzeggelijk uiterst toneelmatig, maar de personages zijn goed getekend, de dialogen zijn sterk en er wordt zeer volbloedig geacteerd, vooral door Conrad Veidt (die met zijn ogen net zoveel kan doen als de meeste acteurs met hun hele lichaam) en Anna Stasia als de keukenmeid met een verleden in reform school (en met net zulke mooie ogen). Hun beider vuur wordt echter regelmatig gestolen door de uiterst onaangename Frank Cellier als Veidts diabolische tegenspeler, en de intrigerende tweestrijd tussen de personages van Veidt en Cellier maakt deze film ook 87 jaar later nog het bekijken waard.
Passport to Pimlico (1949)
Alternatieve titel: Luchtbrug naar Pimlico
Gedateerd, uiteraard... maar let eens op hoe efficiënt de karakters worden neergezet, hoe warmbloedig-levend het portret van een kleine wijkgemeenschap is en hoe gemakkelijk het is om met de innemende personages mee te leven. Dat zijn kwaliteiten van de scenarioschrijver (Ealings usual suspect T.E.B. "Tibby" Clarke) èn van de film waar niet te licht over mag worden gedacht.
En de Dutch Connection : Clarke kwam op het idee voor deze film toen hij een kranteartikeltje las waarin verhaald werd hoe het Canadese parlement tijdens de ballingschip van het Nederlands koninklijk huis in Canada een wet had aangenomen waarin de kamer waarin Juliana van Beatrix zou bevallen tijdelijk Hollands grondgebied zou worden om een "constitutional crisis" te voorkomen omdat volgens de Nederlandse wet een Nederlandse erfgenaam op Nederlands grondgebied moet worden geboren. (Beetje raar dat Clarke daarvoor een Nederlands voorbeeld nodig had, want ik hoorde vroeger altijd dat Engelse upper-class-dames die in het buitenland moesten bevallen daarvoor altijd een Engels schip opzochten omdat dat ook altijd Engels grondgebied is.)
Patrick Melrose (2018)
Een mooi begin, met een glansrol voor Cumberbatch die alle registers mag opentrekken van zelfverzekerd tot panisch tot berustend tot manisch zonder ooit de onderliggende arrogantie en het cynisme van zijn personage uit het oog te verliezen. Ik hoop niet dat achteraf zal blijken dat deze eerste aflevering al meteen het hoogtepunt van deze miniserie was wanneer de latere afleveringen veel normaler en onderkoelder zullen blijken te zijn, maar ik heb er eigenlijk wel vertrouwen in. (Nog nooit iets van Edward St Aubyn gelezen, dus ik ging hier vrij blanco in op basis van een stuk in de VPRO-gids en natuurlijk de naam van de briljante hoofdrolspeler.)
Patriots Day (2016)
Een enigszins ongemakkelijke mix van serieuze rampenfilm, politie-procedure en actiefilm, met in het begin een (zoals te verwachten viel) indrukwekkende montage van de chaos en de paniek na de aanslag, maar daarna een mensenjacht waarvan de uitkomst al bekend is en waarbij voornal de editors verantwoordelijk zijn voor de spanning. Mark Wahlberg is ideaal gecast met zijn mix van stoer, kwetsbaar, koppig en street-cred, maar misschien hadden verder iets minder bekende hoofden bijgedragen aan een effectievere documentaire-achtige impact, en in wat Wahlberg op het einde zegt over liefde en haat heeft hij natuurlijk hélemaal gelijk, maar tegelijkertijd verwacht ik daar een Woody-Allenesk tekstwolkje met "Author's Message" te zien verschijnen, hetgeen ook wel weer emblematisch is voor de twee gedachten waarop deze film lijkt te hinken. Op sommige momenten indrukwekkend, op andere momenten teveel van het goede, en sowieso te lang.
Pawn Sacrifice (2014)
Ik heb niet zoveel met schaken en ging deze film dus redelijk blanco in, maar werd toch vrij snel gegrepen door met name de vertolking van Tobey Maguire. Probleem blijft dat hij nog steeds enigszins een babyface heeft (kan ie ook niks aan doen natuurlijk) waardoor hij voor mij te jong leek om Fischer te spelen, terwijl hij ten tijde van de opnames nota bene zo'n negen jaar ouder dan de echte Fischer ten tijde van Reykjavik was, maar die "visuele discrepantie" was ik spoedig vergeten toen zijn paranoïde uitbarstingen in hevigheid toenamen – het beeld van die vriendelijke Peter Parker is Maguire nu wel definitief overstegen (zo dat niet al het geval was sinds de Brothers-remake). Ook de lange speelduur vond ik verder geen bezwaar, en schaakmatches zijn dan wel moeilijk spannend in beeld te brengen, maar te weten wat er op het spel staat en wat er borrelt in de hersenpannen maakt toch veel goed. Eveneens prima spel van de drie andere leads.
Paycheck (2003)
Eigenlijk vond ik dat altijd wat flauw : precies àlle gadgets die James Bond aan het begin van elk avontuur van Q krijgt komen in de loop van de film van pas (of andersom : als Bond in een netelige situatie terechtkomt heeft hij altijd toevallig nèt aan het begin van de film...). Paycheck gebruikt dat idee juist als hoofdmotief: precies àlle dingen die Ben Affleck aantreft in de envelop "die niet van hem is" zijn bedoeld om op een bepaalde manier van pas te komen, alleen heeft hij geen flauw idee hoe of wat, of liever gezegd wat hoe. Een geweldige vondst die het verhaal op knappe wijze in beweging houdt, gekoppeld aan prima vertolkingen van een goed gekozen cast, met Paul Giamatti die er zoals gewoonlijk bovenuit springt en elke scène waarin hij verschijnt moeiteloos steelt ("Say one word about this hat and I'm outta here!"). Enige minpuntje is het routineuze slotdeel waarin de held het in een clichématig slotgevecht moet opnemen tegen de gebruikelijke overmacht aan schurken, maar dat is slechts een klein smetje op een verder bijzonder onderhoudende actie-thriller.
Pearl Harbor (2001)
Brrr... 80 minuten melodrama, dan 40 minuten indrukwekkende catastrofe, en daarna dan nog een uitloop van 60 minuten waarvan om-en-om 30 melodrama en 30 mosterd-na-de-maaltijd-actie. Waarom dat gigantisch lange begin toch? Volgens de IMDb-trivia-pagina wilde Michael Bay daarmee "the innocence and blasé attitude" van de Amerikanen aantonen ten opzichte van de mogelijkheid dat ze in de "Europese oorlog" verzeild zouden raken. "that's exactly what things were like back then – there was very much a sense of being untouchable," zoals steeds weer werd benadrukt door de overlevenden, die vonden dat Bay de "pre-Pearl Harbor atmosphere" perfect had getroffen. Maar moest die inleiding dan ook maar meteen 1 uur en 20 minuten lang duren? Zoals Roger Ebert zegt: "Pearl Harbor is a two-hour movie squeezed into three hours, about how on Dec. 7, 1941, the Japanese staged a surprise attack on an American love triangle." Gelukkig kon ik bij herziening mijn aandacht richten op al die acteurs die mij vijftien jaar geleden nog niets zeiden maar die inmiddels bekende gezichten zijn geworden, zoals William Fichtner, Ewen Bremner, Michael Shannon en Jennifer Garner met een brilletje. Jon Voight is een geweldige FDR, de verfilming van de aanval is net zo overrompelend als de gebeurtenis zelf, en verder lijkt dit vooral op een poging om de succesformule van Titanic te kopiëren.
Pearl of Death, The (1944)
Alternatieve titel: Sherlock Holmes and the Pearl of Death
Aardig Holmes-mysterie met naast de slimme plot (gebaseerd op Conan Doyle's The six Napoleons) als sterke punten de vertolkingen van Miles Mander (altijd goed in het suggereren van een soort aan lager wal geraakte verfijning) en Rondo Hatton (die populair was in Gothic-getinte films: in tegenstelling tot filmmonsters als Frankenstein en de Wolf Man hoefde hij dankzij zijn acromegalie tenminste niet uren in een make-up-stoel door te brengen, dat scheelde de producer weer een paar centen). Met veel plezier bekeken, maar waarom dit één van de honderd favoriete films van mijn geliefde filmcriticus Leslie Halliwell is kan ik toch niet helemaal begrijpen.
Peau d'Âne (1970)
Alternatieve titel: Donkey Skin
Moet ik nou gewoon maar niet moeilijk doen en dit sec beschouwen als een verfilmd sprookje? Dan moet het in 1970 toch wel het dúúrste verfilmde sprookje ooit zijn geweest, want al die prachtige decors en kostuums zullen niet vanzelf voorhanden zijn geweest. En de film is dan ook een lust voor het oog, maar tegelijkertijd is er buiten die stijl gedurende 90 minuten amper substantie om de hersenen bezig te houden, afgezien dan van een paar kleine grapjes zoals wat er uit de mond van de heks komt wanneer ze praat, en natuurlijk Delphine Seyrig die zo ongeveer als enige haar rol met ironie mag benaderen. Maar verder kan ik hier eigenlijk nergens voor warm lopen en zit ik me alleen maar te ergeren aan die stompzinnige uitbeelding van hoe de prinses zich vermomt in de ezelhuid uit de titel. In de suppléments op mijn Blu-ray put een kwartet psychoanalisten en literatuurwetenschappers zich uit in het aanstippen van diepere thema's die Demy heel subtiel de film binnen zou hebben gesmokkeld: de incesteueuze vader, de ironie, Oedipus, de koning die zijn dode vrouw wil doen herrijzen, de fee / peetmoeder als psychoanalist, de ezel die goud en juwelen poept = de anale fase van het kind die niet van z'n poep wil scheiden, de prinses die toch ontstemd kijkt wanneer ze hoort dat haar peetmoeder met haar vader gaat trouwen – misschien dat Demy al die thema's inderdaad in de film heeft verstopt, maar als hij had gewild dat ik in de diepte naar die thema's zou gaan wroeten had hij de oppervlakte wat intrigerender en wat minder simplistisch moeten maken.
Maar ja, wie ben ík nou helemaal – op de IMDb-trivia-pagina bij deze film wordt vermeld dat Peau d'âne in Frankrijk maar liefst 2.198.576 betalende bezoekers heeft getrokken. Ja, met zo'n recette zou ik ook wel wat paardjes rood en blauw kunnen laten schilderen.
Peau Douce, La (1964)
Alternatieve titel: The Soft Skin
Prachtige film over een man die eigenlijk zonder overtuiging de controle over zijn leven prijsgeeft. De erotiek is bijna voelbaar wanneer Lachenay de voeten... enkels... dijen van de slapende Nicole streelt, maar bijna tegelijkertijd is daar zijn gênante wandeling door het avondlijke Reims met de verder heel vriendelijke oude vriend die natuurlijk niet doorheeft dat hij te veel is, terwijl Nicole ondertussen aangesproken wordt door een man die denkt dat ze te koop is. Dat dit allemaal niet goed kan aflopen was duidelijk, maar ik was toch blij dat ik niet vooraf al de achterflap van de Artificial Eye-Blu-ray had gelezen met z'n tekst over "one of the most shocking, memorable final scenes in film history".
Ik heb vroeger vele films van Truffaut gezien, en hoewel hij werd geëerd vanwege zijn humanisme en zijn liefde voor mensen ben ik nooit echt een liefhebber van zijn werk geworden – op de een of andere manier konden zijn films me nèt niet raken, terwijl ik toch helemaal voor hem "openstond". (Uitzondering: Les 400 coups, *****.) Of La peau douce (de eerste nieuwe Truffaut die ik in zeker twintig jaar zie) daar verandering in gaat brengen weet ik niet, maar geboeid gekeken heb ik zéker. (Overigens heb ikzelf dan wel geen Truffaut meer gezien in de afgelopen twee decennia, maar op MovieMeter is bij deze film ook al in geen vijf jaar meer een bericht geplaatst – ik vind dat toch altijd verrassend bij een toch vrij bekende film van een zeer bekende en geprezen filmmaker.)
