• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.885 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.943 gebruikers
  • 9.369.537 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

QB VII (1974)

Inmiddels ontvangen en bekeken. Prima beeldkwaliteit, Engelse ondertiteling. Van de plot stond me nog maar weinig bij, eigenlijk alleen nog maar de ontknoping (en zelfs die eigenlijk helemaal verkeerd: ik herinnerde me dat Gazzara de beschuldigde was en op het proces verdedigd werd door zijn zoon of schoonzoon Hopkins als advocaat). Een zorgvuldig opgebouwd verhaal, met veel meer nadruk op leven, werk en ideeën van eerst de gedreven arts (Hopkins) en daarna de cynische en tegen wil en dank Joodse schrijver (Gazzara) dan op de gebeurtenissen in het gebouw van de titel, alles sober en zakelijk verteld en goed gespeeld – maar voor moderne ogen wellicht langdradig en te traag, zeker voor wie verwacht al spoedig middenin een spannend rechtbankdrama te zitten. Het enige echt gedateerde aan de film is voor mij overigens de incidentele stroperige seventies-vioolmuziek, maar die komt gelukkig te weinig voor (en dan alleen nog gedurende de eerste helft) om echt storend te zijn.
        Gazzara komt het meest overtuigend over maar heeft ook de makkelijkste rol, eerst vol bravoure, daarna opeens rechtschapen, terwijl Hopkins in de huid moet kruipen van een zorgelijk personage dat ook nog eens zeker twintig jaar ouder is dan hijzelf (met soms matige grime) en met bovendien een Pools accent. Halverwege de serie begint het eigenlijke proces, en de getuigenissen van de overlevende Joodse kampgevangenen en daarna het bezoek aan het (fictieve) concentratiekamp Jadwiga zijn huiveringwekkend. Uitstekend spel van de raadsheren van beide kanten (acteerkanonnen Robert Stephens en Anthony Quayle) draagt bij aan de oplopende spanning, en de climax komt nog steeds hard aan (en is toch ook wel verrassend).
        En het is absoluut niet relevant voor de waardering van de film, maar een deel van het kijkgenoegen zit toch ook wel in het herkennen van de eindeloze rij topacteurs in bijrollen: naast Gazzara, Hopkins en Caron zien we ook nog Lee Remick, John Gielgud, Juliet Mills (als Gazzara’s vrouw), Michael Gough (Alfred in Tim Burtons Batman-films), Dame Edith Evans, een jonge Anthony Andrews (als Hopkins’ zoon), Sam Jaffe, en in zijn laatste rol Jack Hawkins (die in 1973 aan keelkanker overleed, en wiens inmiddels niet meer functionerende stem hier door Charles Gray wordt nagesynchroniseerd, helaas niet erg goed).
        Maar uiteindelijk is dit toch de film van Gazzara en Hopkins in een verhaal over de zwartste periode uit de geschiedenis van de mensheid, of onmenselijkheid zo je wil, en als zodanig was hij nog net zo boeiend als ik me hem herinnerde.

Quadrophenia (1979)

Te lang geleden gezien om nog enige herinnering aan te hebben, en bovendien kende ik de plaat toen nog niet. Nu herzien, en het was toch wel een heel andere film dan ik eigenlijk had verwacht, met minder muziek om de beelden te sturen en veel meer serieus drama. Als je deze film ziet als uitbeelding van hoe een vrij kansloze jongere probeert om te gaan met het vinden van een richting in zijn leven terwijl het zielloze arbeidersbestaan hem bedreigt, zou je kunnen zeggen dat Quadrophenia niet wezenlijk anders is dan Saturday night and Sunday morning 19 jaar eerder of Trainspotting 17 jaar later, maar de achtergrond van Mods versus Rockers, de bijbehorende stijlgevoeligheid, de nadruk op muziek en het portret van een tijdsgewricht waarin zowel de regisseur als de vier Who-leden opgroeiden maken hier toch een wezenlijk andere film van. Phil Daniels is Jimmy zoals ik maar weinig acteurs met hun rol vereenzelvigd heb gezien, zijn vriendengroepje is scherp getekend, en de dramatische spanning blijft wat mij betreft de hele film door gehandhaafd. Nog altijd een vrij intense ervaring die ik absoluut niet gedateerd vind. En nogmaals, Phil Daniels máákt de film.

        Gezien via de Universal-Blu-ray uit 2011, met uitstekend beeld en geluid + Nederlandse ondertiteling op mijn versie + audiocommentaar van Franc Roddam, Phil Daniels en Leslie Ash + twee leuke docu's van samen vijf kwartier. Opmerkelijk dat er bij dat audiocommentaar wel wordt ingegaan op hoe on-politiek-correct sommige opmerkingen van de personages over het enige Jamaicaanse personage (Ferdy de dealer) zijn, maar dat daarnaast niemand iets vertelt over hoe gangbaar zijn aanwezigheid in een verder geheel blanke groep was en of dat iets zegt over de Mod-cultuur.

Quantum of Solace (2008)

Volgens een onderzoek naar de beste Bondfilm van mi6-hq.com uit 2012 zetten 15.000 fans wereldwijd Quantum of solace op de 15 plaats (van de toentertijd 22). Dat lijkt me wel een aardige inschatting: een behoorlijk tempo, een lekkere speelduur, twee uitstekende Bondgirls, een redelijke schurk en een prima eindgevecht, maar helaas ook een niet erg interessant plot, een beroerde titelsong, wéér het cliché dat er na al die jaren trouwe dienst nog steeds (of weer) aan Bonds loyaliteit wordt getwijfeld, en bovenal een achterlijke montage waardoor de actiescènes soms niet meer zijn dan "bright colors bouncing off each other" zoals Roger Ebert schreef (met als dieptepunt de scène waarin Bond zijn begeleiders in de lift uitschakelt – je krijgt amper een idee van hoe hij het nou aanpakt). Kortom acceptabel maar enigszins gewoontjes, en als er nou één ding is wat een Bondfilm níét moet zijn is het dàt wel.

Queen Christina (1933)

Tien jaar lang geen bericht bij wat algemeen gezien wordt als de beste film van de grootste ster die Hollywood ooit gehad heeft, opmerkelijk. Maar het is dan ook een film die niet alleen over een ander tijdperk gaat maar ook uit een ander tijdperk kómt – een ultiem sterrenvehikel over een vrouw die alles opgeeft voor ware passie (hoe romantisch kan een filmisch gegeven zijn?), met luxueuze decors en kostuums, een zware cast en de beste technici van de studio met meer sterren dan er aan de hemel staan, een film die buiten de geschiedenis staat, buiten de eisen van psychologisch en historisch realisme en buiten een serieuze beoordeling als kunstwerk of commercieel product. "Historically it's nonsense, but put across with great style" (Leslie Halliwell). Garbo is prachtig en glanst, en daar gaat het om. Was ooit een vrouw mooier dan tijdens de laatste halve minuut van deze film?

Quicksand (1950)

Onontkoombaar is het woord dat ik zocht. Mickey Rooney heb ik nooit veel bijzonders gevonden, maar in deze film is hij opeens perfect op z'n plaats als de doodgewone man die steeds dieper in de problemen wegzakt - van de regen in de drup en van kwaad tot erger. Sterk en somber ("Men don't die easily - they take a lot of killing"), met een enigszins happy end dat eerder bedoeld is om Dan een tweede kans te geven dan dat het aanvoelt als een verplicht Hollywoodiaans goedmakertje voor de kijker. Het komt niet vaak voor dat ik bij een oude film zo meeleef, maar deze had me vanaf de eerste minuut bij de lurven en liet me niet meer los. Een ijzersterke film-noir kortom, en des te beklemmender omdat hier geen small-time crook of stoere privédetective centraal staat maar een heel gewone doorsneeburger die het ook allemaal niet weet. Fraaie rollen van Jeanne Cagney en Peter Lorre, maar waarom ik de laatste vermeld weet ik eigenlijk niet, want die is sowieso altíjd geweldig. Maar, nogmaals, de centrale rol is van Mickey Rooney, en die speelt het hier echt geweldig - een mooi in memoriam voor hem (op het moment van schrijven heeft hij precies twaalf dagen geleden een kaartje voor de Grote Bioscoop Daarboven gekocht).

Quiet Man, The (1952)

Fords liefdesbaby, 50% klucht, 50% romantiek, 100% John Ford, compleet met romantische muziek, de John Ford Stock Company en de lof van de dwarse buitenstaander (Ward Bond als priester Father Lonergan: "I knew your people, Sean. Your grandfather, he died in Australia, in a penal colony. And your father, he was a good man too."). Een man die een vrouw aan de kraag van haar jas door de velden trekt, het zou nu niet meer kunnen, maar het wordt allemaal anders als je bedenkt dat O'Hara daar misschien bij de trein juist op stond te wáchten. Of niet? Hoe dan ook, ik weet niet of je deze film kan benaderen als een realistisch verhaal, maar als rooskleurige fantasie van een Ierland dat vermoedelijk nooit bestaan heeft is het des te geslaagder. Toch ook een kleine injectie van drama (de flashback), en zeker ook een serieuze insteek met het thema van geld en eigenwaarde voor een vrouw in een traditioneel door mannen gedomineerde samenleving (met de zegen van de katholieke kerk), maar we eindigen gelukkig op Fordse wijze met een uitgebreide knokpartij. De sublieme natuuropnames worden helaas soms afgewisseld met evidente achtergrondprojectie, bijvoorbeeld bij de rijdende buggy in het begin (en zelfs wanneer Wayne stil zit op de reling van dat bruggetje) en op het kerkhof verderop in de film.

        Dat oogverblindend rode haar van de oogverblindende Maureen O'Hara – die vrouw was gewoon geboren voor kleurenfilm. Als ik haar agent was zou ik haar als mijn tweede daad adviseren om haar naam te veranderen in O'Haira. (Mijn eerste daad zou een huwelijksaanzoek zijn. Ze mag haar eigen achternaam houden.)

Quiet Place Part II , A (2020)

Alternatieve titel: A Quiet Place 2

Ik zie hier toch niet veel meer in dan een kruising tussen een zombiefilm (want de aliens kunnen altijd en overal opduiken) en een monsterfilm (dus moet je je steeds achter kastjes en muren verbergen). Effectief geregisseerd, met een interessante flashback (de openingsscène) en een aardige climax (de drie parallelle verhalen), maar verder is er niet veel nieuws onder de zon (of de grond). Deel 1 had dan nog de "gimmicks" van de verplichte stilte en Regans doofheid, en deel 2 bouwt daar goed op verder, maar heel veel nieuws biedt dit allemaal niet, en die buitenaardse wezens zijn vrij fantasieloos vormgegeven. Na deel 1 (kosten 17 miljoen dollar, opbrengst 341 miljoen) kostte deel 2 zo'n 60 miljoen terwijl hij 397 miljoen in het laatje bracht, nog steeds behoorlijk succesvol dus, maar volgens mij niet genoeg om bij de studio veel vertrouwen in het succes van een derde deel te wekken. Positief is wel dat John Krasinski zichzelf nu niet alleen als acteur maar ook als capabele regisseur duidelijk op de kaart heeft gezet.

Quiet Place, A (2018)

B-horror met een A-cast blijft B-horror. Goed spel, mooie set, maar voor een monster dat een mens in een nauwe omgeving bedreigt kijk ik wel naar een Alien-aflevering – daarin zien de monsters er beter uit en is de sfeer intrigerender. Deze film heeft mij niet gepakt en nergens beangstigd, en de gimmick dat alles in stilte moest gebeuren voegde voor mij weinig toe.

Quiz (2012)

Altijd leuk: een film jaren later herzien en dan acteurs en actrices herkennen die (mij) indertijd nog onbekend waren, zoals hier Carly Wijs en Loek Peters, en volgens de cast-list zou hier zelfs Danny Vera als regisseur (op de televisieset?) moeten meespelen, maar diens rol was zó klein dat ik hem niet heb gespot. De film zelf blijft onverminderd vermakelijk, met goed spel van beide leads en als bonus een mooie "exit" voor Pierre Bokma, zowel qua waardige motivatie als qua spectaculaire manier van sterven, hoewel het spel van sommige bijrollen (met name de agenten) wel wat minder overtuigend was. Die behoorlijk stevige scène in het herentoilet was ik al weer vergeten.