- Home
- Roger Thornhill
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
G.I. Joe: Retaliation (2013)
Net als mijn voorganger vond ik de eerste G.I. Joe-film abominabel, maar kijk eens aan: de nieuwe held Dwayne Johnson is tenminste ècht een bad-ass, zijn gekibbel met Channing Tatum is best grappig, Walton Goggins is een lekker onaangename gevangenisdirecteur, en er is gelukkig veel meer ruimte voor Jonathan Pryce ("This country is at war with you and you and you and you and you and you!"). Natuurlijk zijn ook er minpuntjes, zoals Bruce Willis op de automatische piloot (of niet? ik kan het verschil de laatste decennia zo moeilijk zien) en wéér zo'n ninjagevecht tussen Storm Shadow en Snake Eyes, maar al met al is dit toch een best vermakelijke opvolger.
G.I. Joe: The Rise of Cobra (2009)
Roger Ebert beschrijft dit als een 118 minuten lange animatiefilm waarin soms gezichten en andere lichaamsdelen van echte mensen te zien zijn, terwijl James Berardinelli het personage van Duke levendiger ("more animated", pardon the pun) vindt in scènes waarin het puur uit CGI bestaat dan wanneer Channing Tatum zelf in beeld verschijnt. Tja, dat krijg je ervan wanneer je helden geen enkele sympathie, identificatie of zelfs maar interesse genereren, je schurken totaal kleurloos zijn en je plot een intrigerend gegeven (de metaal-etende nanobots) begraaft in een tsunami van knokpartijen, CGI-gevechten en explosies. Terwijl ik nu die nanobots noem herinner ik me dat ik vergelijkbaar (en veel leuker) ongedierte ook al in de remake van The day the earth stood still in actie zag... oei! daar gaat de laatste halve ster van mijn waardering.
Galaxy Quest (1999)
Leuk idee, fantastische cast en af en toe heel leuke FX (hetgeen ook wel mag voor een film die schijnbaar 45 miljoen kostte, en dat in 1999!), maar op het moment dat de centrale gimmick is uit-ontwikkeld en er echt een plot in gang moet worden gezet wordt de film voorspelbaar en enigszins saai (net als bij een superheldenfilm waar ik meestal de expositie van de eerste helft vermakelijker vind dan het traditionele conflict met de übervillain van de tweede helft). Vanwege de grapjes blijft de film wel het aanzien waard, maar de hoge verwachtingen van het hilarische begin worden later helaas niet volledig ingelost.
Game of Death, A (1945)
Dit begint als praktisch een shot-voor-shot-remake van The most dangerous game (1932), inclusief een aantal gedupliceerde shots wanneer het schip in het begin op de klippen loopt, hetzelfde wandtapijt langs de trap, bijna identieke indoor-sets, shots van jungle-vegetatie die opzijgaat voor de camera die het perspectief van de vluchters verbeeldt, en Noble Johnson zelfs in precies dezelfde rol. De film heeft een wat uitgebreider tussenstuk omdat het personage van de broer wat meer te doen krijgt, maar daarna volgt de plot weer trouw de opzet van de eerdere film, hoewel de schurk nu geen Rus meer is maar een Nazi. Met het tempo is niet veel mis, en de regisseur heeft zijn sporen in het thriller-horror-genre ruimschoots verdiend, maar met deze cast kan hij gewoon niet veel doen, want John Loder is geen Joel McCrea en Edgar Barrier haalt het niet bij de theatrale Leslie Banks. Vooruit, Audrey Long ziet er aantrekkelijk uit, en Gene Roth (hier Gene Stutenroth) is effectief als Kreigers creepy rechterhand, maar daar houden de pluspunten dan ook wel op. Geen enkele reden om je aan deze film te wagen zolang het extreem onderhoudende origineel beschikbaar is.
Gamer (2009)
Er zijn op internet diverse serieuze beschouwingen over de maatschappijkritische tendenzen van deze film te vinden, maar als de personages zo vlak zijn, de plot zo voorspelbaar en de montage zo overdreven fragmentarisch heb ik als kijker geen enkele behoefte om ook maar één serieuze gedachte aan deze film te wijden. Om de twee Crank's heb ik regelmatig hard moeten lachen, maar bij déze film zat ik alleen maar naar het einde te verlangen zodat ik daarna snel The running man kon opzetten. Van de rol van John Leguizamo lijkt de helft wel op de vloer van de montagekamer te zijn geëindigd, want nadat hij is geïntroduceerd als ongeleid projectiel met gebitsproblemen krijgt hij eigenlijk niets meer te doen behalve doorzeefd worden, en alleen het dansje van Michael C. Hall zorgt nog voor wat opwinding. Hyperkinetische middelmatigheid.
Gamle Mænd i Nye Biler (2002)
Alternatieve titel: Old Men in New Cars
Slechts 173 stemmen, terwijl de inferieure remake Vet hard (bijna een half waarderingspunt lager) meer dan tien keer zoveel stemmen heeft – het kan raar lopen. Lomper dan in deze film kan humor toch bijna niet worden, maar dat kan ik misschien alleen maar zeggen omdat ik In China they eat dogs niet heb gezien. Dít is in ieder geval hilarische onzin met glansrollen voor Nikolaj Lie Kaas en Tomas Villum Jensen als de twee koks (hun ongeloof wanneer ze op het einde naar de televisie zitten te kijken is aandoenlijk), maar eigenlijk passen alle acteurs perfect. Flinke botsingen voor mens en auto zo hier en daar. Ik moet wel voor dit soort humor in de stemming zijn, maar dan is het ook soms werkelijk hilarisch dankzij de stijlvastheid die in de Nederlandse remake zo ontbrak – ik kan me in ieder geval niet herinneren dat ik daar om heb gelachen, en Jack Wouterse is geen Kim Bodnia.
Ganske Snill Mann, En (2010)
Alternatieve titel: A Somewhat Gentle Man
Soms iets te gewild "des Coens", maar over het algemeen toch behoorlijk leuk. Die sexscènes met de hospita zijn inderdaad grappig (om maar te zwijgen van haar übersexy oranje outfit), maar bij de sexscène bij het aanrecht moest ik dan toch teveel aan Robert de Niro en Bridget Fonda in Jackie Brown denken. Ik twijfel nog steeds tussen "leuk" en "iets te gekunsteld". Hoop maar dat dat mij geen azijn zeikertje maakt, oei oei!
Gattaca (1997)
Uitstekende SF die alles heeft: een perfecte cast, een sterk plot, interessante procedures, spanning, mooie maar sobere sets en een maatschappijkritische laag. De laatste scène met Vincent/Jerome en Lamar is er één om in te lijsten, met dank aan de onderkoelde Xander Berkeley. De DVD (althans mijn versie) bevat nog een aantal "lost scenes" die weliswaar niet essentieel zijn maar die een paar personages extra ruimte geven èn nog een mooie kleine twist toevoegen.
Gek van Geluk (2017)
Het eerste halfuur twijfelde ik of ik wel verder zou kijken (die ongelooflijk bijdehandte dochter zou je toch met de matteklopper geven), maar na verloop van tijd merkte ik dat ik steeds meer om de personages begon te geven en trof ik mijzelf steeds vaker hardlop lachend aan (bijvoorbeeld om de scène in het wellness-center). Prima werk van zowel Plien van Bennekom als Carly Wijs, Matteo van der Grijn heeft een sterke fysieke aanwezigheid, en het einde was behoorlijk zoet maar kon mij toch wel bekoren. Vriendelijk romkom-vermaak.
Gemini Man (2019)
Tja, dit begint nog wel aardig, maar dan duikt opeens het cliché op van de geheim-agent die door z'n eigen corrupte bazen op de korrel wordt genomen, en vanaf dat moment wordt Gemini man een dertien-in-een-dozijn-actiefilm waar noch de centrale gimmick noch de fraaie Hongaarse lokaties (lekker goedkoop) nieuw leven in kunnen blazen. De charme en het charisma van Will Smith, de frisheid van Mary Elizabeth Winstead en het gevecht waarbij een motorfiets bijna als handwapen wordt gebruikt zijn de compensaties, maar ook die tillen de film niet boven de middelmaat uit, en waarop nemen de filmmakers niet de moeite om de argumenten in Clive Owens slotmonoloog serieus te weerleggen of zelfs maar te bespreken? Wat een bizarre carrière heeft Ang Lee toch. Zeker niet oninteressant, maar deze film zal niet als pareltje op zijn palmares prijken.
Gentlemen, The (2019)
Bij de meeste films van deze regisseur vermaak ik me prima tijdens het kijken, maar na afloop heb ik meestal geen flauw idee meer waar de film ook al weer over ging (en zéker geen zin om mijn geheugen met een tweede kijkbeurt op te frissen ). The gentlemen is daar misschien een uitzondering op, in ieder geval al vanwege de lekkere rollen van Hugh Grant en Colin Farrell, en tussen alle andere grote namen is Henry Golding ook wel een mooie troef. Het verhaal brengt niet veel nieuws en bevindt zich bovendien te vaak op Tarantino-terrein (met name de scène waarin Charlie Hunnam en zijn twee handlangers de rijke erfgename gaan ophalen, met al dat geouwehoer waarin ik meteen Travolta en Jackson hoor), maar Ritchie houdt de vaart er redelijk goed in (niet zo gemakkelijk als het lijkt vanwege de enigszins vertragende kadervertelling) en zoals gezegd is het acteerwerk niet te versmaden. Leuk.
Get Carter (1971)
De regisseur van deze film Mike Hodges is op 17 december jongstleden op 90-jarige leeftijd overleden. Zijn filmoeuvre voor bioscoop en televisie beperkt zich tot zo'n 20 titels, en daarvan is deze Get Carter wel de beroemdste (tenzij je enthousiasme kan opbrengen voor de ultieme campy cult classic Flash Gordon uit 1980 met muziek van Queen).
Get Cracking (1943)
Toen George Formby (1904-1961) zijn werkzaamheden van de music-hall in Lancashire naar de filmstudio in Londen verlegde werd hij de grootste filmster van het Engeland van tussen de twee wereldoorlogen. Met zijn enorme gebit, zijn gecultiveerde onhandigheid, zijn onschuldige oogopslag, zijn piepstemmetje, zijn vermogen om ondanks zijn provinciale eenvoud op het einde toch steeds het meisje te krijgen, en zijn vaak dubbelzinnige liedjes waarbij hij zichzelf op een ukelele begeleidde profileerde hij zichzelf als een soort Jan Modaal die een enorme populariteit bereikte in de twintig films die hij tussen 1934 en 1946 maakte.
In Get cracking komt hij terecht in de strijd tussen twee lokale afdelingen van de Engelse Home Guard, de landweer van vrijwilligers die zich voorbereidde op een mogelijke Duitse invasie, een kwart eeuw vóór Dad's army. Formby is hierin niet de halve onnozele die hij dikwijls speelt : voor het eerst zie ik hem tegenover iemand die dommer is dan hij – een soldaat die niet doorheeft dat zijn geweer geladen is, met voorspelbare (zij het uiteraard nèt niet fatale) gevolgen. Bovendien toont Formby hier zijn eigen initiatief door eerst een nachtelijke strooptocht op touw te zetten om bij de rivalen een machinegeweer te stelen en daarna uit onderdelen van oude auto's en trucks zelf een tank te bouwen (of althans iets wat er ernstig op moet lijken). Dankzij Formby's iets minder voor de hand liggende personage, de aardige bijrolspelers (inclusief de mooie Dinah Sheridan als Formby's "love interest"), de leuke dorpssfeer, het hoge tempo en de prima climax is dit één van de leukste komedies die ik van deze man heb gezien (hetgeen nog altijd niet veel zegt als je niet tegen zijn kluchtige personage of de algemene oubolligheid van dit soort films kan – ik heb zelf even aan hem moeten wennen, maar om dit vrolijke voorbeeld van Formby's kunnen heb ik regelmatig moeten lachen).
Get Out (2017)
Zeer geslaagde mix van zwarte humor, sociaal ongemak en horror, met uitstekende vertolkingen van iedereen (vooral Marcus "T.S.-motherfuckin'-A!" Henderson) en een regie die goed raad weet met een sfeer waarin alles nèt niet klopt. Jammer dat de clou niet zo spectaculair is – die Stepford wives-achtige insteek zag ik wel aankomen. Desalniettemin een bijzonder leuke en frisse film.
Get Smart (2008)
Héél veel leuker dan ik me had voorgesteld. De film speelt gelukkig niet de klunskaart (daar hebben we Bean natuurlijk al voor) maar geeft Smart voor elk blunder ook een glunder, zoals wanneer hij er eerst niet in slaagt om zijn tegenstander uit te schakelen doordat het koord van de welgemikte telefoon te kort is, maar hij hem vervolgens eenvoudigweg de brancard in de maag splitst (of komt die nog nèt iets lager aan?). Zo houdt de film steeds een goed tempo aan, met stevige bijrollen die niet altijd genoeg te doen krijgen maar over het algemeen hun geld toch wel waard zijn, genoeg grappen (zowel fysiek als verbaal) om de honger te stillen, en Steve Carell die zijn rol mooi klein houdt. Verrassend leuk en onderhoudend.
Getaway, The (1972)
Een film die eigenlijk meer dan één kijkbeurt verdient: de eerste keer om de plot te volgen, de tweede keer (en eventuele verdere keren) om te kijken hoe alles in elkaar grijpt, hoe de relatie tussen Doc en Carol zich ontwikkelt, wat er precies gebeurt in de driehoeksverhouding met Rudy, en hoe stad en land worden gebruikt als achtergrond voor de vluchters. Jammer van die mondharmonica, Toots Thielemans geeft het strakke verhaal iets ongepast-oubolligs mee. Veel minpuntjes kan ik verder niet ontdekken, en Ben Johnson is weer heerlijk onaangenaam.
Ghost Breakers, The (1940)
Niet echt een vervolg op The cat and the canary, maar omdat dat zo'n enorme hit was werd er snel een gelijkaardige en bijna even sfeervolle horror-comedy op poten gezet als "vehikel" voor de twee sterren (en met dezelfde scriptschrijver). Tussendoor had Hope ook nog de eerste Road-film met Bing Crosby en Dorothy Lamour gemaakt, Road to Singapore, dus zijn filmcarrière stond nu duidelijk op de rails, en het succes van The ghost breakers zette hem definitief op de kaart. Uit bovenstaande commentaren is wel zo ongeveer een aanbeveling te destilleren: vooral niet kijken als je allergisch bent voor Hope's constante stroom van one-liners of voor zijn personage (laf maar toch als overwinnaar uit de strijd komend dankzij een combinatie van mazzel, misverstand en toch ook een durf die hemzèlf nog het meest verrast). Zelf vond ik de scènes op het schip toch ook erg vermakelijk, dus met de lange aanloop had ik geen enkel probleem, en anders kijk ik wel naar die prachtige Paulette Goddard. En het eerste shot van die zombie is trouwens ècht creepy.
En hoe vaak komt het nou voor dat Hope even met de mond vol tanden staat? Zijn personage heeft net zijn gebruikelijke praatje voor de radio gehouden, en bij de balie van de studio vraagt hij zelfgenoegzaam aan de telefoniste: "How'd you like the program?" Zij: "Oh, you were wonderful – if you're any judge." Wanneer het tot Hope doordringt wat ze zegt kijkt hij haar aan, en zwijgt... en tenslotte mompelt hij: "I'll think of something."
Samen met het één jaar oudere The cat and the canary in december 2022 door Eureka op een Blu-ray uitgebracht. Uitstekend beeld, met optionele Engelse ondertitels, en als extra's bij The ghost breakers een trailer, een 30 minuten lange hoorspelversie uit 1949 van de film (met Hope als enige uit de filmcast), en een commentaartrack van Kevin Lyons en Jonathan Rigby (enigszins bizar omdat ze dat officieel samen doen, maar in de praktijk pikt Lyons 90% van de spreektijd in terwijl Rigby vooral dingen als "Yeah yeah yeah", "Absolutely" en "Of course" ertussendoor mag gooien).
Ghost in the Shell (2017)
Scarlett Johansson weet onderhand wel hoe ze stoïcijns maar niet gevoellos moet spelen, Juliette Binoche voegt wat broodnodige gravitas toe, en de CGI is adelwaat (maar ook niet meer dan dat, en zéker niet zo indrukwekkend en sfeervol als in bijvoorbeeld beide Blade runner-films), maar noch bij de plot noch bij de personages raakte ik betrokken, en daardoor kon ik ook totaal niet warmlopen voor mogelijke filosofische bespiegelingen over identiteit, menselijkheid en technologie die je uit deze film zou kunnen destilleren. De overdaad aan donkere shots en oninteressante vechtpartijen hielp ook niet mee. Major en Bitou hebben een leuke kibbelende relatie, en de stem van Michael Pitt (Hideo Kuze) deed me regelmatig denken aan die van Peter Lorre (geen verkeerde associatie), maar verder weet ik werkelijk niet wat ik hier nog over zou kunnen zeggen, en dat is toch wel spijtig voor een titel met een dergelijke reputatie (ook al is die dan voornamelijk op een ander medium gebaseerd).
Ghost of St. Michael's, The (1941)
Will Hay (1888-1949), Engelse komiek, begon als variété-artiest in de music-hall-traditie, met als personage de eigenwijze maar incompetente schoolmeester die constant door zijn betweterige leerlingen op de kop wordt gezeten. Maakte in 1934 succesvol de overstap naar de cinema, en speelde tot 1943 in negentien speelfilms.
Hay ditmaal zonder z'n vaste team van Moore Marriott (Harbottle) en Graham Moffatt (Albert), maar Claude Hulbert als de "silly ass Englishman" en Charles Hawtrey (later een vaste kracht in de Carry on-reeks) als de wijsneuzerige leerling zijn waardige vervangers. De plot is bekend van eerdere films, maar de zeer sfeervolle setting (een Schots kasteel waar het spookt), de uitstekende bijrollen (o.a. Raymond Huntley, Felix Aylmer en John Laurie), de talloze grappen, het hoge tempo en de aandoenlijke band tussen Hay en de vriendelijke Hulbert --ditmaal niet gebaseerd op het elkaar vliegen afvangen (zoals bij Marriott en Moffatt vaak het geval was) maar op wederzijdse affectie-- maken dit tot één van Hay's beste. Zijn eerste film voor de gerenommeerde Ealing Studios.
Ghost Ship (2002)
Epps: "Have you told anyone else about this?" Ferriman: "Not a living soul."
Klassieke horrorfilm zonder veel nieuws maar met alle elementen keurig uitgewerkt voor wie kan genieten van naar behoren ingevulde formulefilms (zoals ik). Niet zo veel scares, maar met meer dan genoeg mood en prachtige decors en bovendien een uitstekende schurk met een fraaie kop. Mooi laatste shot.
Iemand nog een hapje bonen?
Ghost Stories (2017)
Lekker ouderwets griezelvermaak dat het meer van sfeer en suggestie moet hebben dan van bloed en geweld, en met een paar prima acteurs om de rillingen over het voetlicht te brengen. Jammer dat de drie verhalen te kort zijn om echt veel indruk te maken, dat ik bij de eerste twee door de donkere fotografie af en toe gewoon niet kan zien wat er gebeurt, en dat ze alledrie een echte climax missen. Bovendien is de uiteindelijke onthulling bijna net zo flauw als wanneer in een horrorfilm een personage door een monster achterna wordt gezeten in een scène die plotseling een droom blijkt te zijn geweest. Eigenlijk zat ik gedurende de hele speelduur vergeefs te wachten op het moment waarop de film zijn belofte zou gaan inlossen.
Ghost Town (2008)
Misschien dat veel mensen Ricky Gervais al kennen vanuit The office (hoewel dat voor verrassend veel mensen hier ook níét zo blijkt te zijn), maar zelf ben ik in ieder geval blij dat ik die serie indertijd geheel links heb laten liggen, want zo was hij voor mij nog een geheel "frisse" verschijning. En dat blijkt voor mij zeer goed te hebben gewerkt, getuige het grote aantal malen dat ik heb moeten lachen, bijvoorbeeld om zijn hilarische geïrriteerde reacties op de standaardvragen bij zijn opname in het ziekenhuis. Hoewel hij een in de anale fase vastgeroeste eikel is vind ik hem niet onaangenaam om naar te kijken, en terwijl Greg Kinnear en Téa Leoni geen van beiden favoriete acteurs van mij zijn doen ze het hier uitstekend, dus hun "driehoeksverhouding" komt prachtig uit de verf, en ook de bijrollen vallen niet uit de toon (zoals in de scène waarin Gervais van de chirurg over het verloop van zijn narcose hoort). Een geweldig leuke film waarvan de voorspelbaarheid van het einde me echt totaal niets uitmaakte.
Ghost Train, The (1941)
Ontzettend leuke film, natuurlijk niet meer echt "eng" maar met een sfeer waar ik persoonlijk van smul. Grote nadeel is Arthur Askey: een komiek aan wiens stijl je wel even moet wennen, zal ik maar zeggen. (Waarmee ik eigenlijk gewoon bedoel te zeggen dat ik hem bij mijn eerste kennismaking in de eerste helft van de film voornamelijk bloedirritant vond.)
Ghost Walks, The (1934)
Het verhaal opent met het begin van The old dark house, maar verschuift dan naar The cat and the canary, en de film houdt dat tempo de hele speelduur vast, hoewel het jammer is dat de vele tijd die wordt uitgetrokken voor de komische dialogen tussen de theaterproducent en zijn secretaris een beetje ten koste van de spanning en het mysterie gaan. Nou ja, deze film is inmiddels 90 jaar oud, dus van echte spanning is niet veel sprake meer, maar het tempo en de setting maken hier toch een zeer onderhoudende genrefilm voor de liefhebber van zwart-wit- jaren-30-spooky-houses-comedy-thrillers van – you know who you are. En Eve Sothern (Beatrice) wordt af en toe adembenemend mooi in beeld gebracht.
Ghostbusters (2016)
Feitelijk totaal overbodig (want het voegt niets toe aan het origineel) maar niet slecht. Wiig en McCarthy brengen niet veel nieuws ten opzichte van eerdere personages uit hun carrière, maar McKinnon is geweldig als de eigenzinnige Holtz – zij zal voor Amerikanen misschien minder een komische openbaring zijn omdat ze in de USA al bekend is van Saturday Night Live, maar mij overrompelde ze wel met haar timing en frisheid. Leuk ook die cameo's van de oorspronkelijke acteurs en de hints naar het origineel, maar het meest verrassend vond ik nog wel dat de FX uit 2016 eigenlijk niet beter waren dan die uit 1984. De climactische scènes met die FX duurden trouwens wel wat te lang, een duidelijk minpuntje wat mij betreft.
Ghostbusters: Afterlife (2021)
Het lijkt wel een Ghostbusters as directed by Steven Spielberg, met kinderen als aanbiddelijke buitenbeentjes, een alleenstaande moeder, een sexy vaderfiguur en als decor een klein stadje waar "het" gebeurt. Verder feitelijk overbodig want zonder met ook maar íéts nieuws te komen, maar best vermakelijk, goed gespeeld en met een mannelijke hoofdrol naar wie het altijd goed kijken is. Maar nog altijd zie ik het origineel liever dan alle sequels bij elkaar.
Ghosts of Girlfriends Past (2009)
Even voorspelbare als onderhoudende variatie op Dickens, niets hoogstaands maar zeer vermakelijk
dankzij de pinnige dialogen en de energieke vertolkingen van McConaughey (die deze rol ongetwijfeld in z'n slaap kan spelen maar het dan ook wel èrg goed doet), Douglas (geweldige monoloog in de bar) en Stone (die duidelijk ontzettend veel plezier heeft). In m'n eentje zelfs hardop zitten lachen wanneer McConaughey tegen Stone bewonderend over Douglas zegt: "Do you know he invented the word MILF ?" Leuke film.
Ghosts of the Abyss (2003)
Intrigerende documentaire waarin Cameron er in slaagt om niet alleen de zoektocht spannend te houden maar ook nog eens de Titanic tot leven te laten komen door de truc van de personages die bovenop de vloeren en trappen en stoelen van het wrak geprojecteerd worden. De bolhoed die nog bovenop een kast ligt, de hendels van de elektrische apparatuur die nog steeds in de stand staan waarin de marconist ze heeft gezet, de karaf en het glas die nog steeds op de wastafel staan – wonderbaarlijke details. "Every trace of their human existence has been dissolved into the ocean..."
Gift, The (2000)
Dit blijft toch een sfeervolle en spannende film, met een uitstekende centrale rol en daarnaast verrassend veel grote namen die allemaal keurig hun ding doen. Hoogtepunten zijn voor mij het ontroerende personage van Giovanni Ribisi (ook al zet hij het een beetje dik aan; James Berardinelli: "He's not exactly subtle, but he avoids the frothing at the mouth that would have transformed Buddy into a grotesque caricature") en de uitstekende onsmakelijke rol van Keanu Reeves; de scène met het pistool bij de pick-up-truck zal ik niet gauw vergeten.
Gift, The (2015)
Het nare sfeertje is goed getroffen en deed mij persoonlijk meer (en niet op aangename wijze) dan de schokmomenten. Uitstekend spel van de twee mannen, en Rebecca Hall straalde mooi onzekerheid en kwetsbaarheid uit. Leuk dat goed en kwaad niet ondubbelzinnig verdeeld zijn. Gebruikers hier die denken dat een eenvoudige DNA-test de problemen wel zal oplossen beseffen kennelijk niet de impact daarvan. "Schat, ik wil onze baby even een DNA-test afnemen om te kijken of hij wel van mij is, want misschien ben jij wel verkracht toen je even gedrogeerd was." Complimenten voor veelkunner Edgerton.
