- Home
- Roger Thornhill
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
All Is Lost (2013)
Prachtige film met een indrukwekkende Redford die de spanning de volle zeven kwartier weet vast te houden. Nergens het idee gekregen dat our man (zoals zijn personage bij de IMDb-credits wordt genoemd) maar wat zit te doen, ingenieus ook hoe hij op het einde aan zijn drinkwater komt. Na Margin call Chandors tweede voltreffer wat mij betreft, hoewel ik om zijn idee van de mogelijke hand van God (zie de IMDb-trivia) persoonlijk niet sta te juichen.
All Is True (2018)
In de herfst van zijn leven keert de bard terug naar huis, maar als hij gehoopt had zijn dagen als een ontspannen pensionado te kunnen slijten komt hij bedrogen uit, want in Stratford-upon-Avon wachten schandalen, familieperikelen, een onbeantwoorde liefde en bovenal zijn getroubleerde relatie met zijn vroeg overleden zoontje op hem. Prachtig vormgegeven en fraai geacteerde biografische film, wellicht betekenisvoller voor wie goed thuis is in Shakespeare, zijn stukken en zijn tijd, maar ook los daarvan interessant en pakkend. Hoewel de film aan Kenneth Branagh toebehoort vullen Judi Dench, Kathryn Wilder en Ian McKellen hun bijrollen knap in, en de cinematografie van, jawel, de herfst op het Engelse platteland doet wonderen. Déze Shakespeare-liefhebber bleef na afloop in ieder geval ontroerd achter.
All That Money Can Buy (1941)
Alternatieve titel: The Devil and Daniel Webster
Zoals wel vaker bij moraliserende films (Scrooged, Groundhog Day, Ghosts of girlfriends past) zijn de verleider en zijn verleiding leuker en vooral aanstekelijker dan de bekering en de beloning, zeker wanneer de brave hoofdpersonen worden gespeeld door zulke vlakke acteurs als James Craig en Anne Shirley. Maar in All that money can buy is het contrast wel héél erg groot, want sjonge jonge wat speelt Walter Huston zijn personage van "Mr. Scratch" met humor, overgave en evident plezier – zijn duivel zal bij de Oscars indertijd dan ook wel geen schijn van kans hebben gemaakt tegenover Gary Coopers All American Sergeant Alvin York. Huston is voor mij de voornaamste meerwaarde van deze film, want het verhaal is vrij rechtlijnig en de setting van het New Hampshire-boerenmilieu spreekt mij persoonlijk niet erg aan. Mooie laatste halve minuut waarin Huston nog even de show mag stelen.
All the Money in the World (2017)
De scènes met de kidnappers zijn spannend en soms gruwelijk, maar het werkelijke hart van de film ligt bij het personage dat geen hart lijkt te hebben – of misschien wèl, maar dan niet in zijn borstkas maar in zijn portemonnee. Grappig genoeg wordt de man die in de film "There's a purity to beautiful things that I've never been able to find in another human being" zegt, gespeeld door een acteur die zelf ooit zei: "Unless you can surround yourself with as many beautiful things as you can afford, I don't think life has very much meaning", maar je mag hopen dat die zijn prioriteiten verder toch wat beter op orde heeft. Een briljante rol van Christopher Plummer, die wel vaker personages van of met autoriteit speelt en die in zijn uiterlijk vanzelf al een zekere kou en afstandelijkheid bezit, maar die hier qua intensiteit nog een stapje verder gaat. De film als geheel blijft constant boeien, en Williams en vooral Wahlberg overtuigen eveneens, maar voor mij is dit toch vooral de film van Plummer – het is haast jammer dat Scott heeft aangegeven dat hij niet van plan is om het materiaal met Kevin Spacey vrij te geven, want wat zou het fascinered zijn geweest om te zien wat die er van maakte...
All the President's Men (1976)
Zoals wel vaker gezegd –maar het herhalen waard– is dit een film uit de krantekoppen geplukt maar zó knap sensatieloos en feitelijk gebracht dat het bijna een documentaire lijkt, zonder bijlijntjes, romantische subplots of cliché's (géén gescheiden journalist met drankprobleem zoals bijna elke moderne NYPD detective). Technisch subliem, met alle bijrolacteurs uitstekend en de twee hoofdrolspelers in de vorm van hun leven, effectief zonder enige vorm van showing off – ik heb Redford vroeger nogal eens onderschat, maar sinds ik Three days of the condor heb herzien zal ik die fout niet gauw meer maken. Voornaamste minpunt van deze film wat mij betreft is de manier waarop je gedurende de laatste minuut (de telex) opeens leest hoe de plot afgewikkeld wordt en de belangrijkste witte-boord-criminelen voor het gerecht zijn gedaagd en veroordeeld, hetgeen misschien wel realistisch is omdat daarbij het werk van "Woodstein" al voorbij was, maar persoonlijk blijf ik een beetje met een onbevredigd gevoel achter, vergelijkbaar met een film waarbij de schurk in het laatste bedrijf off-screen wordt geëxecuteerd omdat het geld op was voor een mooie massascène met beul en publiek. Maar dat is slechts een klein smetje wat mij betreft.
All You Need Is Love (2018)
Ja, erg veel Love actually en Alles is liefde, maar beter goed gestolen dan slecht verzonnen, en zelfs iemand die niets met het gelijknamige televisieprogramma heeft (zoals ik) kan hier toch sentimenteel van worden. Kleine smetjes (Bracha van Doesburghs psychologie van de koude grond wanneer ze constateert wat er mis is met Fedja van Huêt, de getelegrafeerde diefstal van de Ruysdael) vallen weg tegen de vaart van de vertelling, de sterke twist in de plotlijn van Frank Lammers, het sympathieke spel van Rop Verheijen, de hilarische vertolkingen van Peter Paul Muller als opgefokte producer en Trudy Labij als de volkse Tilly, en de briljante grime van de drie broers van Eva Laurenssen. Ontzettend leuk.
Allied (2016)
Eerst zeggen Marianne en Max allebei dat ze niet emotioneel bij elkaar betrokken moeten worden, en prompt duiken ze daarna het bed (of eigenlijk de passagiersstoel van de auto) in, en na hun aankomst in Londen zou Marianne haar werk voor de Duitsers dan ook nog eens alleen maar vanwege de liefde opgeven? Die twee gigantische ongeloofwaardigheden is er één te veel. En bovendien voelde ik vanaf de aankondiging van de "blue dye" al aankomen dat er met Marianne wel iets niet in de haak zou zijn, want als zij wèl "on the level" zou zijn zou je de laatste anderhalf uur hebben zitten kijken naar een plot dat uiteindelijk nergens heen gaat en geen climax heeft. Een enigszins suffe en afstandelijke film die voor mij alleen maar draaglijk is omdat ik redelijk graag naar deze twee sterren kijk, maar ik vraag me af of een film als deze gemaakt had kunnen worden wanneer mindere goden dan Pitt en Cotillard hun handtekening hadden gezet, en de status van flop verbaast me bij deze film dan ook niets. (Aan de andere kant zou je dat vooraf misschien ook van Titanic hebben gezegd – uiteindelijk blijft het toch onvoorspelbaar, gelukkig.)
Aloha (2015)
Geen eenvoudige film om een mening over te vormen of zelfs maar iets over te schrijven, want lange tijd is het niet duidelijk wat de toeleg van het personage van Bradley Cooper precies is, welke opdracht(en) hij heeft gekregen en wie zijn opdrachtgever(s) precies is of zijn (miljonair Carson Welch, het Amerikaanse leger, hijzelf met een geheime agenda?). Daarnaast heeft hij duidelijk moeite om zijn persoonlijke leven op orde te krijgen, en als zodanig doet hij wel wat denken aan Jerry Maguire. Niet alles verloopt dus even soepel, en ik kan ook wel begrijpen waarom de studiobazen nerveus werden van deze film, maar de personages zijn toch zó sterk, hun relaties zó intrigerend en de dialogen zó boeiend dat alle mogelijke bezwaren voor mij smolten als sneeuw voor de zon. Knap hoe de acteur met de minste dialoog de meeste impact heeft: ik ben nooit een fan van John Krasinksi geweest, maar wat hij hier met zijn gelaatsuitdrukking en lichaamstaal laat zien is bijzonder knap, en het emotionele (en vanwege de ondertiteling ook humoristische) hoogtepunt van de film is dan ook de omhelzing met Cooper op het einde. Maar alle acteurs spelen op het toppunt van hun kunnen, en Bill Murray is weer raadselachtig als altijd. Een af en toe ongrijpbare maar uiteindelijk prachtige film.
Als de Dijken Breken (2016)
Alternatieve titel: High Tides
Boeiende serie waarvan de urgentie van de eerste delen verzandt in al eerder vermelde soap-verhaaltjes, met het ene (de ouders die op scheiden staan) wat ergerlijker dan de andere, en sommige (de Belgische gevangene) die eigenlijk niets met de titel te maken hebben. De evangelische insteek die Donkerwoud noemt had ik nog niet zo gemerkt, ik vond het juist verrassend dat de EO mede-producent is van een serie waarin niemand met de Bijbel staat te zwaaien, en als ik de mogelijke interpretaties lees denk ik: zo zou je het kunnen zien, maar feit is nu eenmaal dat veel van onze maatschappelijke ethiek geënt is op (of ideeën deelt met) de Bijbel, en dat het personage van Aart Staartjes op het einde nieuwe levenslust vindt (en waardoor trouwens? het meisje is hij kwijt, die zit nu weer bij haar moeder) zou je evenzeer aan een positieve (en niet per se confessionele) levensinstelling van de scriptschrijver kunnen wijten. Of je moet denken dat de kijker op deze wijze toch onbewust met het EO-gedachtengoed geïndoctrineerd wordt, maar daar heb ik zelf in ieder geval nog geen (bewuste) last van, en ik vraag me ook af of al deze ideeën opgekomen zouden zijn als de bemoeienis van de EO niet vooraf bekend was (en het logo niet de hele tijd in beeld was geweest).
Altered States (1980)
Naar Altered states heb ik merkwaardig gefascineerd gekeken. In principe zou je dit een serieuze horrorfilm kunnen noemen, een film waarin op basis van min of meer serieuze psychologische, fysiologische en filosofische hypothesen iets wordt onderzocht dat uiteindelijk leidt tot (maar niet per se draait om) gruwelijke, "horrorfilm"-achtige gevolgen. (En hoe belangrijk is het wel niet om voor deze hoofdrol een echte acteur zoals William Hurt te hebben, en niet een B-ster die dit gegeven tot het niveau van een slechte horrorfilm zou laten afdalen? En idem natuurlijk Blair Brown.)
Het is zelfs echt spannend wanneer Hurt voor zijn tweede transformatie de tank ingaat: hoe ver zou zijn regressie hem ditmaal voeren? Toch wel knap, een scène waarvan je absoluut geen idee hebt wat hij je gaat brengen, in feite kom je dat in films niet vaak tegen.
Overigens ook een bizar happy end met romantische strijkersmuziek, totaal absurd. Gelukkig eindigt de film niet met het cliché dat Brown zwanger blijkt te zijn van een wellicht genetisch gemuteerde baby van Hurt.… (En op IMDb zie ik ook dat dit het filmdebuut was van Drew Barrymore, als één van de kinderen van William Hurt en Blair Brown, maar ik had haar toch echt niet herkend. Nou ja, ook twee jaar vóór E.T..)
Ik moet hier toch even de laatste alinea van Roger Eberts recensie citeren: "Altered states is a superbly silly movie, a magnificent entertainment, and a clever and brilliant machine for making us feel awe, fear, and humor. That is enough. It's pure movie and very little meaning. Did I like it? Yeah, I guess I did, but I wouldn't advise trying to think about it very deeply."
Een aparte en unieke film, nergens mee te vergelijken, een soort "one of a kind", enig in z'n soort, net zoals een verder onvergelijkbare film als Eraserhead.
Always (1989)
Ik vond hier twintig jaar geleden niet veel aan, maar was er nu door ontroerd -- het zal wel met de leeftijd te maken hebben. Grappig hoe er in die tijd een paar films op rij met "terugkerende doden" waren: Ghost en Truly madly deeply volgden niet lang hierna, en misschien sla ik er nog wel één of twee over. Dreyfuss' opmerking op het einde: "the love we hold back is the only pain that follows us here" deed me ook denken aan Patrick Swayze's "It's amazing, Molly. The love inside, you take it with you!" op het einde van Ghost.
Uitstekend spel ook. Zoet en sentimenteel, maar de moeite waard. (In de 5-voor-€5 bij Bart Smit!)
Amarcord (1973)
Dit heb ik altijd de ideale instapfilm voor Fellini's oeuvre gevonden: grappig en lyrisch, realistisch en fantasierijk, weemoedig en uitbundig tegelijkertijd. Heel veel scènes zou ik als hoogtepunten kunnen noemen (Gradisca, de oom in de boom, de tabaksverkoopster, de mist), maar zelf lig ik altijd onder tafel bij de woede-uitbarstingen van vader en moeder wanneer ze dreigen met zelfmoord, waarbij vader probeert zijn kaken uit elkaar te trekken en moeder na haar eruptie even in de spiegel kijkt of haar haar wel goed zit. Het is niet mijn jeugd, maar ik zou daar zomaar hebben kunnen wonen. Een onbeschrijflijk kleurrijk spektakel dat ik onbeperkt kan zien en herzien.
Amazing Spider-Man 2, The (2014)
Ik begin onderhand een behoorlijke crush op Emma Stone te ontwikkelen, en daarmee heb ik dan ook meteen het enige positieve punt aan deze film genoemd. Met deze stripheld heb ik me nooit erg kunnen identificeren, maar ditmaal is ook de actie amper opwindend te noemen, en als dan ook de schurken nog eens totaal oninteressant zijn (die mini-Leonardo DiCaprio als melkmuil Harry!) en diverse uitstekende acteurs verspild worden (Jamie Foxx kan tijdens zijn knisperende Electro-verschijning nauwelijks laten zien dat hij kan acteren, Paul Giamatti en Marton Csokas had ik niet eens herkend, en alleen Chris Cooper maakt echt indruk) blijven verder alleen nog maar de prima FX over. Net als bij deel 1 van deze serie vraag ik me af waarom deze reeks na de geweldige Toby Maguire nog vervolgd moest worden, en nu is er dan ook nog een twééde reboot in zicht... *zucht*
Amazing Spider-Man, The (2012)
Absoluut niet slecht, maar voor mij totaal overbodig na de nog zo recente reeks van Sam Raimi. Het commentaar van de VPRO-gids slaat in mijn ogen de plank totaal mis: "Stone is sterker en grappiger dan Dunst, en Garfield zelfverzekerder dan Maguire." Het eerste vind ik op z'n zachtst gezegd discutabel en het tweede zelfs een minpunt, want juist de kwetsbaarheid van Maguire maakte de eerste Spiderman-film zo boeiend. Verder ook niet zo'n geweldig interessante schurk, matige CGI wanneer hij een hagedis is geworden (hoewel de scènes waarin Garfield op het einde van de film van hoogbouw naar hoogbouw zweeft er wèl fantastisch uitzien), en weer twee voormalige grote sterren als oom en tante (hetgeen mij ook weer teveel doet denken aan de versie uit 2002). Nee, aardig om eens te bekijken, maar voor mij geen plankplek naast Raimi's origineel waard.
American in Paris, An (1951)
Meesterlijke musical, zo ongeveer het beste wat Hollywood in die tijd te bieden had. Tja, wie niet houdt van verhaaltjes die minder dan niets om het lijf hebben, mensen die spontaan in zang en dans uitbarsten, de muziek van Gershwin en/of de grijns van Kelly moeten hier maar niet aan beginnen. Leslie Caron toont soms wat teveel gebit maar is op andere momenten charmant en gewoon mooi, zelfs de pop/rockliefhebber die ik ben houdt van Gershwin, en net als AmazingPP hierboven heb ik genoten van de prachtige transfer van de Blu-ray (waarop trouwens ook nog eens de boeiende documentaire over Gene Kelly Anatomy of a dancer staat). Een lust voor oog en oor voor wie van klassieke 50's-romantiek houdt.
American Made (2017)
Het is bijna een apart genre : de schelmenroman/film over iemand die eigenlijk schandalige dingen doet maar er toch het hart van de kijker mee wint dankzij zijn charme en/of zijn branie en/of zijn onbeschaamdheid en/of de hilarische onwaarschijnlijkheid van zijn daden, in combinatie met de geliktheid van de filmstijl en het charisma van de hoofdrolspeler en zijn vertolking. The wolf of Wall Street is hier al vaker genoemd, maar ik moest ook wel denken aan Lord of war en Mr Nice. De vraag is natuurlijk of stijl en vertolking bij déze film ook net zo goed zijn als voor dit onderwerp benodigd, en wat mij betreft is dat voor beide aspecten inderdaad het geval, met als meest opvallende kenmerken het felle kleurgebruik om de seventies en eighties te definiëren en de schijnbaar eeuwige jeugdigheid van Tom Cruise, die dit ook echt weer formidabel speelt. De film zelf was ik een half uur nadien al weer vergeten, het plezier dat ik tijdens het kijken had niet, en dat is ook wat waard.
American Pastoral (2016)
Misschien komt het omdat dit verhaal zich afspeelt tegen de achtergrond van een periode van de Amerikaanse geschiedenis die mij interesseert, misschien omdat ik een tijdlang veel Philip Roth heb gelezen en dus enigszins thuis ben in zijn wereld, maar ik denk toch dat het vooral vanwege de subtiele regie van Ewan McGregor is dat deze film zo'n indruk op mij gemaakt heeft : de acteurs krijgen alle ruimte om hun personages vorm te geven, het verhaal loopt soepel, en het historische panorama en de persoonlijke tragedie van de Levovs worden fraai verweven. Jennifer Connelly breekt weer eens mijn hart, McGregor versmelt op onverwachte wijze met zijn rol en laat zijn verdriet (in ieder geval op míj) duidelijk overkomen, en Dakota Fanning had zelfs een Oscarnominatie verdiend voor haar vertolking waarin agressie en tragiek elkaar zo mooi in evenwicht houden. Ja, Renton has come a long way. (O, en de hogelijk gewaardeerde David Strathairn is trouwens perfect in zijn kleine rolletje als Nathan Zuckerman.)
American President, The (1995)
Superbe uitgevoerde romantische komedie, met een bijzonder gewetensvolle en ook nog eens èrg charmante president, een liefdeskoppel waar ik zeker chemie tussen voel, en Michael J. Fox die zijn explosiviteit optimaal kan benutten in zijn uitstekende bijrol. Suikerzoet, maar zó onderhoudend en zó goed gebracht dat ik er wel mee kan leven (en van genieten). Twintig jaar geleden voor het eerst gezien, en naast de plot heb ik twee momenten onthouden: Bening die denkt dat het telefoontje van Douglas eigenlijk afkomstig is van een vriend die haar ertussen wil nemen (gevolgd door Douglas' advies om dan maar even het Witte Huis te bellen), en de laatste zin van Douglas' overtuigende speech: "I am the President", en ook nu zijn dat weer leuke scènes. En een IMDb-trivia-item dat ik even moet delen: in een vroegere versie van het script zou de President een "military veteran and former special ops agent" zijn, en Rob Reiner besprak toen de mogelijkheid van de hoofdrol met Bruce Willis (op zich al dubieus, maar het kan nog erger: ) en Steven Seagal...
American Psycho (2000)
Vrij hilarisch, met een geweldige hoofdrol voor Christian Bale, een acteur waar ik normaliter niet graag naar kijk maar die hier werkelijk perfect is. Zoals mijn voorganger al stelt is de bijna misselijkmakende hoeveelheid details en informatie over statussymbolen die in de roman over de lezer worden uitgestort op de een of andere manier niet goed op celluloid over te brengen zonder dat de film gewoon zèlf verveling zou gaan oproepen, maar dat ik in deze gecomprimeerde vorm mag kijken naar al die gelikte mannetjes in hun maatpakken met superbe visitekaartjes op zak vergoedt toch veel. Lekker ingevulde bijrollen ook, met die verschrikkelijke lach van Josh Lucas voorop. Mijn score was zodoende misschien wel hoger geweest als ik het boek niet had gelezen, maar ik kan er niets aan doen dat ik dat wèl heb gedaan.
Amiche, Le (1955)
Bevat alle elementen van een soap, maar de onderkoelde filmstijl (met weinig muziek om emotionele accenten te leggen), de fraaie zwart-wit-fotografie (altijd goed verzorgd bij Antonioni), de vertolkingen van de acht hoofdpersonen en de karakteriseringen van hun personages, en de realistische (want dikwijls echte) lokaties en sets maken hier toch wat bijzonders van. De aanwezigheid van diverse stijlvolle vrouwen doet de impact ook geen kwaad, en Yvonne Furneaux is werkelijk een plaatje. De slotscène breekt mijn hart.
Naast alle vrouwen wil ik toch ook twee van de drie mannelijke acteurs even in het zonnetje zetten, want ik heb genoten van die knokpartij tussen de onsympatico's uit mijn twee favoriete Italiaanse films, Gabriele Ferzetti uit L'avventura en Franco Fabrizi uit I vitelloni. (Hoewel in Le amiche natuurlijk de ergste onsympatico de onuitstaanbare Momina van Yvonne Furneaux is.)
Amityville Horror, The (1979)
Alternatieve titel: De Bezetene
Toen ik deze film indertijd in de bioscoop zag vond ik het een zeer spannende en angstaanjagende griezelfilm. Zevenendertig jaar later begrijp ik daar niets meer van – nú is het een heel gewone en vrij matige haunted house-film met een stevig overacterende Rod Steiger, James Brolin die in de loop van de film steeds meer witte make-up en woeste extensions moet gaan gebruiken, en een gerenommeerde filmcomponist wiens reputatie het vrijelijk citeren uit Bernard Herrmanns muziek voor Psycho niet in de weg staat. Het engste zijn nog de Pippi Langkous-vlechtjes en de pervers kinderlijke rokjes van Margot Kidder. Nee, voor mij is van deze film niet veel overgebleven.
Amour (2012)
Mooi en stemmig. Deprimerend vanwege de plot, verwarmend vanwege Haneke's soberheid en Georges' liefde. Bij het verwijt dat Trintignant afstandelijk zou acteren kan ik me helemaal niets voorstellen; hij is eerder rustig en ingetogen, en als zodanig misschien nogal een contrast met drukkere Amerikaanse versies die soms meer vitale filmbejaarden zijn. Bovendien is Amour een film zonder kwinkslagen, geen lach-en-een-traan. Een aangrijpende ervaring.
Anchorman 2: The Legend Continues (2013)
Alternatieve titel: Anchorman 2
Meer van hetzelfde, maar dan allemaal wat minder. De scène van Ron aan het diner bij Linda's familie is ijzersterk, en daaromheen zit genoeg meligheid om me te vermaken, maar als geheel heeft dit toch niet meer de frisheid en de energie van het origineel, hoewel Steve Carell ook nu weer indruk maakt ("I have a date! What is a date?").
Anchorman: The Legend of Ron Burgundy (2004)
Alternatieve titel: Anchorman
Ron Burgundy, net voordat het enorme gevecht tussen alle televisiehaantjes gaat losbarsten : "Now, before we do this, let's go over the ground rules. Rule number one : no touching of the hair or face!" Arturo Mendes (Ben Stiller) : "Of course!" Af en toe is deze film ontzettend flauw, maar kleine juweeltjes als dit citaat trekken het schip toch steeds weer vlot. Veel mensen hier vinden Steve Carell eruit springen, en daar kan ik het alleen maar mee eens zijn, maar eigenlijk doet iedereen het prima, zodat ik ondanks mijn weerzin tegen Will Ferrell hier toch veel en vaak om heb gelachen. Mooi klein visueel grapje: Brian Fantana (Paul Rudd) die een kleine Rubik's kubus met niet 9x9 maar slechts 2x2 vakjes op z'n bureau heeft staan.
And Now... Ladies and Gentlemen... (2002)
Tja… het begin is op z'n zachtst gezegd wiebelig met die lachwekkende vermommingen en een overval met een truc (de insinuatie dat iemand een bazooka op de zaak van de juwelier gericht houdt) die rechtstreeks uit Steven Soderberghs Out of sight gejat lijkt te zijn, maar wanneer de "criminele" scènes achter de rug zijn wordt de plot interessanter, en omdat ik eigenlijk geen idee had waar de film heen ging of hoe hij zou moeten eindigen ben ik tot het einde toch geboeid blijven kijken. Leuk ook dat je steeds niet weet wat nou echt is en wat gedroomd of gefantaseerd, en ik vond het spel van beide leads uitstekend (ja, ook van Patricia Kaas). Neemt allemaal niet weg dat ik me na afloop toch heb zitten afvragen waar ik nou eigenlijk naar heb zitten kijken; de strekking of het thema of de bedoeling van deze film is niet in één zin te vatten, en bij de ene film is dat een pluspunt terwijl ik me bij een andere film daardoor bekocht kan voelen, en ik zou zo één-twee-drie niet kunnen zeggen met welke emotie deze film me achterlaat. Zou ik hier zonder de naam van Jeremy Irons aan begonnen zijn? (De dub is trouwens abominabel; ik ben wel wat gewend met Italiaanse films uit de jaren 50 en 60, maar bij deze film leek het wel of er bij een groepsgesprek niet eens moeite werd gedaan om te verduidelijken wie van de deelnemers er nou eigenlijk praatte, en daarnaast hielp de "afgeknotte" transfer van DFW [1.33:1 in plaats van 2.35:1] ook niet echt.)
And Then There Were None (2015)
Een sterke versie met warmbloedige vertolkingen van een indrukwekkende cast, waarbij ik naast de zoals gebruikelijk perfect-kille Charles Dance vooral van Miranda Richardsons even godvruchtige als hautaine society-dame heb genoten. De mooie visuals creëren een bedreigende sfeer die nog eens wordt versterkt door een geweldige geluidsband met een fraaie soundtrack van Stuart Earl. Wel vind ik drie uur wat aan de lange kant voor dit verhaal; ik ben zelf vooral de versie uit 1966 gewend, en ik prefereer die toch vanwege het tempo en de twist van het "romantische" einde. Desalniettemin genoten; mooi hoe zo'n plot zó sterk is dat het steeds verschillende versies met andere nuances en vertolkingen voor andere generaties kan verdragen zonder ooit "uitgeput" te raken, net als bijvoorbeeld A Christmas carol en The hound of the Baskervilles.
Andromeda Strain, The (1971)
Een sobere, onderkoelde, strakke thriller die je onder de science fiction zou kunnen rangschikken, met dien verstande dat de film zich in de (toentertijd) tegenwoordige tijd afspeelt en er geen gebruik wordt gemaakt van extreem geavanceerde technologie (voor zover ik het kan inschatten en begrijpen). Ik hou er wel van, dit soort "procedurele" films waarbij je stap voor stap dieper in de materie wordt ingevoerd, en wanneer de uitwerking zorgvuldig is (zoals hier) hoeft de plot niet eens zo spectaculair te zijn – de film deed me vaak denken aan The day of the Jackal, ook zo'n film die anderen misschien als gortdroog ervaren maar waar ikzelf helemaal ingezogen werd. Muziek en humor hebben in deze film een vergelijkbare functie: van allebei is er weinig, maar wát er is aan (vooral elektronische) muziek bezorgt mij soms kippenvel, en áls er "op de lach wordt gespeeld" om de spanning even te verlichten (met name door de knorrige Jackson –“Hell of a way to run a hospital!”– en de recalcitrante Leavitt) is dat meteen heel effectief. Ook totaal geen sterren (ik zou slechts één der acteurs bij naam kunnen noemen) om te benadrukken dat de plot belangrijker is dan de glamour; "Alles ziet er realistisch uit, alsof het toevallig allemaal net zo voor de camera gebeurde (documentairestijl vind ik dan weer een te overdreven beschrijving)", zoals The One Ring het op 24-1-2011 treffend formuleert.
Voor wie niet weet wat de door mijn voorganger genoemde diopter-shots zijn, dat zijn opnames waarbij er vóór de cameralens één of meer kleinere "voorzetlensjes" geplaatst worden, zodat een shot verschillende dieptes en dus ook verschillende focussen krijgt, hetgeen op de kijker een (al dan niet onbewust) ontregelend of vervreemdend effect kan hebben. Biosguru heeft het over 71 van zulke shots, maar dat zijn dan alleen nog maar de favoriete shots van de vimeo-schrijver die hij citeert: in totaal zitten er maar liefst 206 van zulke opnames in deze film.
De enige minpunten zijn het overbodige actiefilm-"countdown"-einde en het acteerwerk dat op mij soms soms iets te gekunsteld overkomt; op de een of andere manier "verwijt" ik dat echter niet de acteurs maar de personages, alsof die zó vast zitten in hun vereiste professioneel-wetenschappelijk-emotieloze gedrag dat ze overdreven dramatisch reageren wanneer ze opeens opgeschud worden door een onverwachte of enerverende gebeurtenis (alsof onnatuurlijk reagerende mensen op slechte acteurs lijken).
Door mij bekeken op een Blu-ray met wat mij betreft een prachtige transfer; reviewsites hebben nogal wat kritiek, en inderdaad zijn er regelmatig spikkeltjes te zien, maar het beeld is helder en aangenaam, afgezien van een tweetal (opzettelijk?) vage shots met dubbele contouren in het begin. Helaas zijn de bonus features van de Amerikaanse release weggelaten, zodat we het nu moeten doen zonder een Making of (met o.a. regisseur Robert Wise, schrijver Michael Crichton en FX-koning Douglas Trumbull, 30 minuten) en een portret van Michael Crichton (12 minuten). Ik heb lang naar deze film gezocht, en ben blij met wat ik heb, maar van dit soort omissies word ik altijd wel goed ziek.
Angel and the Badman (1947)
Alternatieve titel: Voor de Strop Geboren
Sympathieke, bespiegelende western. Moeilijk om het 38 jaar later gemaakte Witness niet als een officieuze remake hiervan te beschouwen.
Angel Heart (1987)
Ik ken deze film inmiddels al 25 jaar, maar na vele malen zien en herzien is mijn voornaamste bezwaar toch wel het overakteren van Mickey Rourke. Hoewel dit één van de films was (naast Barfly) waardoor hij even in de voetsporen van De Niro en Pacino leek te gaan treden, zie je hem hier ook wel erg duidelijk en druk akteren (steeds om zich heen kijken, met allemaal dingetjes spelen, nooit stil zitten -- de eerste keer dat we hem zien blaast hij een kauwgumbel met in zijn vingers nog een sigaret, als dat geen aandachttrekkerij is weet ik het ook niet meer). Dat ik desalniettemin geboeid naar hem blijf kijken is een compliment voor zijn akteerkwaliteiten en zijn uitstraling, en natuurlijk voor de sfeervolle film als geheel. En o ja, die lichtgevende oogjes van De Niro zijn wel èrg knullig en verminderen de impact van zijn duivelse optreden wel behoorlijk, vooral omdat we die ogen later nóg een keer (en zo mogelijk nog minder overtuigend) zien bij het zoontje van Lisa Bonet.
Angels & Demons (2009)
Alternatieve titel: Het Bernini Mysterie
Veel bewondering voor de vormgeving, met al die massascènes op de pleinen, de drukte in de straten en de magnifieke sets "binnenin" kerken en Vaticaan. Bij het verhaal zelf kun je nogal wat vraagtekens zetten omdat Robert Langdon in elke scène uit twintig aanwijzingen steeds de juiste weet te pikken om op weg te gaan naar de volgende plaats-delict, maar los daarvan heeft de film een mooi hoog tempo, diverse personages op wie afwisselend de verdenking kan vallen, prima vertolkingen, subtiele muziek en een redelijk dwingend plot, dus ik vind deze verfilming eigenlijk niet veel minder dan z'n beroemde voorganger. En de manier waarop de camerlengho op het einde de ramp afwendt is even vergezocht als slim gevonden, dus zelfs dáármee had ik geen problemen. Ook fijn trouwens dat de scriptschrijvers wederom geen vonk laten overspringen tussen Tom Hanks en z'n aantrekkelijke tegenspeelster, en dapper dat ze Langdon expliciet laten zeggen dat hij het geloof niet gevonden heeft, ook al is het dan ook nóg niet. Tja, ik begrijp dat mensen dit allemaal nogal vergezocht en ongeloofwaardig vinden (filmcriticus James Berardinelli meent dat "sitting through this movie provides a possible representation of Hell"), maar ik heb me er de volle 146 minuten uitstekend mee vermaakt.
