• 15.747 nieuwsartikelen
  • 178.061 films
  • 12.206 series
  • 33.976 seizoenen
  • 647.065 acteurs
  • 199.001 gebruikers
  • 9.371.759 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Black Math als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Secret Window (2004)

Depp speelt een keer een niet al te excentriek personage en dat is ook wel eens interessant om te Depp speelt een keer een niet al te excentriek personage en dat is ook wel eens interessant om te zien. Verder een leuke rol voor Turturro. Qua plot is het einde niet geheel een verrassing. Het verhaal in het plot smeekt eigenlijk al om gespiegeld te worden in de plot zelf en dan ligt het ook voor de hand dat Turturro's rol eigenlijk een aspect van Depp's personage is. Het doet ergens denken aan Fight Club, maar ook aan Shutter Island. Het is vrij onderhoudend, maar niet super origineel, waardoor ik op 2,5* uitkom.

See You Tomorrow (2016)

Alternatieve titel: The Ferryman

Inderdaad een film die erg aan Wong doet denken: hoofdrolspeler Tony Leung, de visuele stijl, inclusief typische Wong elementen zoals het indirect filmen door bijvoorbeeld glas, maar ook het thema van de liefde die niet vervuld kan worden.

Opmerkelijk genoeg gaat dit in combinatie met de nodige humor die behoorlijk over de top is; richting slapstick zonder echt flauw te worden. Het is allemaal met een knipoog om maar zo te zeggen. Toch is voor mijn gevoel de verhouding tussen komedie en drama ongeveer één. In het begin wat meer humor en tegen het einde wat meer drama. Op een derde voelt de film misschien een beetje stroperig, maar zeker naar het einde toe komt er de nodige diepgang. Dat de grote liefde van de hoofdpersoon niet bij hem weggegaan is, maar overleden blijkt te zijn was voor mij de grote verrassing en maakt de wat melancholieke houding van de hoofdpersoon begrijpelijk. Heel erg Wong.

Visueel dus echt de moeite waard, de beelden zijn werkelijk om door een ringetje te halen. Een spel van kleuren en belichting met veel gevoel voor details en af en toe de nodige slow motions. Maar ook versnellingen, zoals van de wolken, de opkomende zon. En zelfs een gave autoscene. De soundtrack blijft alleen een beetje achter. Over het algemeen okee, maar sommige liedjes zijn wel een beetje cheesy.

Ik was verder niet vertrouwd met andere Jet Tone films dan de Wong films, maar zelfs zonder kennis van alle referenties is dit zeker de moeite waard. Voor nu een dikke 4*, wellicht nog wat meer na de onvermijdelijke herziening.

Sekai Kara Neko ga Kietanara (2016)

Alternatieve titel: If Cats Disappeared from the World

Solide drama met een aardig uitgangspunt. Alleen jammer dat de uitwerking enigszins sentimenteel is, wat met name aan de muziek ligt, die weliswaar rustig kabbelt, maar ook erg nadrukkelijk aanwezig is en een zeer sterke stempel op de atmosfeer zet.

Verder een aardig plot dat afgezien van het uitgangspunt heel typisch Japans aanvoelt en wellicht daarom op een gegeven moment een beetje begon te trekken. Visueel wel de moeite waard. Het ziet er allemaal strak geschoten uit en er zijn ook een aantal scènes die er uit springen zoals de val op de fiets, de watervallen in Argentinië en een shot in de regen met een perspectief van boven.

Al met al een ruime voldoende. 3,5*.

Selena (1997)

Voor de fans van Selena Quintanilla. Voor zover wat ik weet over Selena volgt de film redelijk de ware gebeurtenissen. Aardig om het dilemma van de Mexicaans-Amerikanen te zien: niet Amerikaans genoeg voor de Amerikanen en niet Mexicaans genoeg voor de Mexicanen. Ik geloof zeker dat daar een kern van waarheid in zit en natuurlijk knap van Selena dat ze zich hieraan heeft weten te onttrekken.

Jennifer Lopez zet in ieder geval een sterke prestatie neer, zowel in de dialogen als in de muziekscenes waar ze erop los danst. Maar goed, voor iemand zoals ik die geen fan is duurt het allemaal wat lang, zeker het laatste halfuur sleept. Er wordt natuurlijk opgebouwd naar de moord toe, die vervolgens offscreen plaatsvindt. Het voelt als een anticlimax aan en dat doet verdere afbreuk aan de film. 1,5*.

Sen to Chihiro no Kamikakushi (2001)

Alternatieve titel: Spirited Away

Vorige week heb ook ik een stuk van deze film gezien op tv, een mooie aanleiding om hier eens een mening neer te zetten.

Ik heb het geloof ik wel eens eerder vermeld, maar na Akira was dit waarschijnlijk de tweede anime-film die ik heb gezien. Hoewel flink verschillend vielen beide films behoorlijk in de smaak bij mij, en achteraf is het gek dat het daarna zo lang duurde voordat ik me echt in anime ging verdiepen. Het zou nog een aantal jaren duren voordat ik met Ghost in the Shell mijn derde grote anime-film gezien had, maar toen was ik inmiddels wel een 'otaku' geworden.

De reden waarom deze film mij meteen in de smaak viel heeft vooral te maken met dat ik totaal onbekend was met de wereld die in de film gepresenteerd werd, waardoor het als zeer verfrissend op me over kwam. De westerse fantasie komt vaak op me over als een slap aftreksel van Lord of the Rings, maar hier kwam ik in aanraking met een fantasiewereld die daar flink van afwijkt met al z'n vreemde creaturen.

Verder is het heel erg goed geweest dat dit juist de eerste Miyazaki-film is geweest die ik heb gezien. Het stukje eco-gezeik in deze film is redelijk minimaal, en ik heb me er nooit aan kunnen ergeren, ook nu niet, maar ik weet zeker dat als ik eerst Nausicaä en Princess Mononoke had gezien die betreffende eco-scène me een stuk minder had gesmaakt, omdat dan ogenblikkelijk de gedachte "daar heb je ome Hayao met z'n eco-gezeik weer" in me opgekomen zou zijn.

Uiteindelijk ben ik deze film toch minder geweldig gaan vinden, of misschien beter gezegd: ik ben andere films leuker gaan vinden. In het oeuvre van Miyazaki zelf vind ik toch Totoro en Laputa boven Spirited Away uitstijgen, de eerste vanwege de fijnere sfeer, de tweede omdat daar het verhaal en de personages me meer meeslepen. Maar wat wellicht ook een rol speelt is dat ik toch ook wat vertrouwder ben geraakt met de Japanse mythologie, waardoor de film toch ook iets van z'n frisheid verloren heeft. Desondanks nog steeds fijn om te zien, zelfs in het Nederlands zoals ik vorige week heb mogen ervaren, al blijf ik nog steeds een duidelijke voorkeur hebben voor de Japans gesproken versie. De 4 sterren blijven dus ruimschoots staan.

Voor de mensen die geïnteresseerd zijn in meer anime waarin de Japanse goden/geestenwereld een nadrukkelijke rol speelt kan ik de series Mushishi en in mindere mate Natsume Yuujinchou aanraden.

Sennen Joyû (2001)

Alternatieve titel: Millennium Actress

Soms heb ik weer eens zin om anime te kijken. Ondanks dat ik het idee heb dat het meeste vooral voor jongeren wordt gemaakt - veel actie of de zoveelste schoolserie - kun je soms tussen het aanbod een paar prachtige pareltjes met de nodige diepgang aantreffen. Wel heb ik het idee dat het nogal moeilijk is om nog nieuwe interessante regisseurs te vinden. Met het werk van Kon ben ik redelijk vertrouwd, op Millennium Actress en de serie Paranoia Agent na heb ik al z'n werk gezien. Maar ik moet zeggen dat het al een tijd geleden was dat ik iets van hem gezien had, tijd om het weer eens af te stoffen en vooral te beginnen met de hiaten, zoals deze film.

Die is wat animatie betreft over het algemeen goed gedaan, al heeft de film niet de mooiste beelden, daarvoor een Shinkai of een Oshii. Ik had een paar momentjes wel het idee dat de animatie er wat onnatuurlijk uitzag, bijvoorbeeld als de hoofdpersone na de tweede ontmoeting in een samuraifilm op een paard springt en wegrijdt. Daarentegen staan een aantal scènes, bijvoorbeeld als ze tegen iemand aanbotst, die bijzonder levensecht overkwamen. De karakterdesigns waren niet helemaal mijn smaak, maar goed, het is in ieder geval gedetailleerder dan sommige Ghibli-films.

Dat ik Millennium Actress nog niet had gezien kwam vooral omdat een film over de showbizz me niet zo trok. Achteraf kan ik mezelf alleen maar voor het hoofd slaan, want deze film heeft zoveel meer te bieden. Allereerst is de uitwerking erg bijzonder te noemen: flashbacks waarbij het echte leven vermengd wordt met rollen die in films worden gespeeld. Het doet eerst wat vreemd aan, maar de sprongen zijn toch redelijk goed te volgen doordat de setting en kleding verandert. Het brengt allerlei lagen in de film aan die het interessant maken. Het thema - het najagen van de liefde - mag redelijk uitgekauwd lijken, door het op deze manier te brengen toont de film aan dat het toch met de nodige frisheid gebracht kan worden. Mij deed het in ieder geval wel wat. De interview ploeg zorgt voor de komische noot, en wat mij betreft wordt daar op de juiste momenten genoeg terughoudend mee omgegaan. Uiteindelijk is het vooral ontroering die blijft hangen.

Niet de beste film in z'n soort, ik vond bijvoorbeeld Only Yesterday mooier, maar zeker zeer interessant en goed uitgewerkt. 4*.

Sense and Sensibility (1995)

Ik heb wel eens in dezelfde kamer gezeten als familie deze film keek, maar nooit echt zelf de film gezien. Ach ja, wat valt erover te zeggen. Het plot ontstijgt het damesromannetjeniveau maar nauwelijks. Een jaar geleden heb ik ook de laatste verfilming van Little Women gezien, wat vaak als de Amerikaanse versie van Austins werk gezien wordt. Ik snap die vergelijking, maar in beide gevallen interesseren de perikelen omtrent het vinden van een echtgenoot me maar matig. Deze film heeft wat meer humor, met name door roddeltante Mrs. Jennings, maar daar blijft het bij. Visueel erg dor, wat ik recent ook ervaren heb bij Brokeback Mountain, een andere film van Ang Lee. Ik heb hier helaas maar weinig mee. 1*.

Sentô Shôjo: Chi no Tekkamen Densetsu (2010)

Alternatieve titel: Mutant Girls Squad

Een beetje gemengde gevoelens hierover. Ik moet zeggen dat dit mijn eerste J-spoiltation is, dus ik ben niet heel erg bekend met het genre, maar ik dacht dat ik het wel erg grappig zou vinden, omdat ik toch ook wel kon lachen om een film als Braindead.

Echter, dat viel een beetje tegen, al heb ik wel een flink aantal keer met mijn ogen wijd zitten kijken naar wat voor bizarre dingen nu weer werden vertoont.

Maar ik weet het niet, na enige tijd raakte ik er toch een beetje aan gewend en dan gaat het toch z'n effect verliezen, al moet ik zeggen dat het tentakel-tieten-kont gevecht richting het einde wel weer heel lekker bizar eindigde.

Muziek was best wel bagger, maar goed, het gaat hier niet om verfijnde sfeer, dus dat vond ik niet zo erg. Visueel vond ik het wel maar raar. De rustige beelden konden er erg mooi en kleurrijk uitzien, terwijl de actie er soms behoorlijk amateuristisch uitzag. Het zal wel expres gedaan zijn, maar vreemd is het wel.

Anyway, misschien moet ik eens vaker zo'n filmpje kijken, het was ook weer niet een straf, want veel bizarre dingen gezien die je anders niet zo snel ziet. Daarvoor 3,5*.

Seom (2000)

Alternatieve titel: The Isle

Ruim een jaar geleden al eens gezien, en toen vond ik dit ook al een bijzonder filmpje. Van wat ik tot nu toe van Kim Ki-duk heb gezien is dit met afstand zijn lompste film. Het is goed dat ik geen vegetariër ben, gezien het aantal dieren dat in deze film om zeep geholpen worden. Vissen, kikkers, vogels, je hoeft eigenlijk niet eens vegetariër te zijn om dat verschrikkelijk te vinden. Past an sich wel bij wat er met de mensen gebeurd. Moord, vishaakjes die in diverse lichaamsopeningen gestopt worden, mensen die letterlijk opgehengeld worden, etc. En alles gebeurt dan ook nog eens op een rücksichtsloze manier. Een vent die de seks even onderbreekt om een vis op te halen, het houtje dat in de mond van de mannelijke hoofdpersoon wordt gestopt om de haakjes eruit te vissen, en dat er gewoon in blijft zitten tijdens het seks hebben en het omkleden daarna.

Het is op z'n minst apart te noemen. En dan is er ook ineens ruimte voor poëzie in de vorm van momenten waarin de personages tot elkaar komen, als bijvoorbeeld een van staaldraad gemaakte schommel wordt gegeven aan de vrouw, of als hij de vishaakjes uit haar vagina verwijderd en het laatste haakje zo op een ander haakje gelegd wordt dat er een hartje gevormd wordt. En zeker het einde, hoe onbegrijpelijk, is bijzonder poëtisch.

Ook visueel is er weer verbetering, af en toe prachtige beelden, vooral als de waterdampen boven het meer hangen. Ook in de soundtrack is er verbetering, van meligheid erin is nu toch echt geen sprake meer. Het maakt deze film tot Ki-duks eerste echt goede film. Nog steeds ruimte voor verbetering, maar desondanks is deze herziening dusdanig bevredigend dat ik er een halfje bij doe. 4*.

Seppuku (1962)

Alternatieve titel: Harakiri

De eerste film die ik van Kobayashi zie, en tegen mijn verwachtingen in blijkt het een sterke film te zijn. Belangrijkste reden voor mijn lage verwachtingen is het zien van enkele films uit dezelfde tijd van Ozu en Kurosawa, die toch stukken minder bevielen. Maar wat mij betreft steekt deze film flink boven de betreffende films van genoemde heren uit, zowel visueel als qua plot.

Om te beginnen met het visuele aspect: vrijwel onmiddelijk valt de strakke kadrering op. Kaarsrecht hoe de de gangen gefilmd worden met een behoorlijk goed gevoel voor symmetrie. Verder beweegt op sommige momenten de camera behoorlijk vrij, al moet ook gezegd worden dat de bewegingen niet altijd even soepel aanvoelen. Het zwart-wit is soms prachtig contrastrijk, met name door middel van tegenlicht, bijvoorbeeld het licht dat door de raamopeningen valt, maar ook tijdens het duel in de bergen. Wat dat laatste betreft mag ook het wuivende gras worden genoemd, dat ik ook in de Russische cinema bij bijvoorbeeld Tarkovsky ben tegengekomen. Erg sfeervol. Tenslotte is de editting niet altijd even sterk, maar soms erg to the point met een plotselinge overgang begeleid met een klappend geluid.

Het plot doet niet veel onder voor de beelden. Waar de verhaallijnen bij generatiegenoten Kurosawa en Ozu enigszins naïef overkomen, wordt hier een sterk drama gepresenteerd. Met naïeviteit bedoel ik dat zaken voor mijn gevoel met veel misbaar groter gemaakt worden dan ze zijn. En ook al zijn die zaken misschien van groot belang, het moet wel binnen proporties blijven. Wat dat laatste betreft raakt Kobayashi veel beter de juiste snaar. Het mag allemaal lang uitgesponnen worden, te lang naar de smaak van sommigen blijkbaar, maar het wist mij in ieder geval vrijwel van begin tot einde te boeien. Dat is ook een kwaliteit, om iets dusdanig te verdunnen zonder dat het te slap wordt.

Misschien een gekke vergelijking, maar ik moest enigszins denken aan Irréversible, waar ook gespeeld wordt met verwachtingen over bepaalde personages. Ook hier wordt naarmate de film vordert het steeds meer duidelijk hoe de vork werkelijk in de steel zit, en slaat antipathie in sympathie om en omgekeerd. Bij de ontknoping leefde ik in ieder geval sterk mee met de hoofdpersoon, en het einde voelt hoogst bevredigend aan.

Toch een aantal minpuntjes. Allereerst is de lipsynch niet altijd in orde. Verder mag de cinematografie sterk zijn, en zeker voor die tijd, het kan toch soms net iets mooier, speficiek wat editting en vrijheid van de camera. Het is mooi, maar niet de top om maar zo te zeggen. Ook heeft Kobayashi er goed aan gedaan om de gevechten niet volledig te laten zien, want wat er getoond wordt ziet er ook niet altijd goed uit qua choreografie. Ook hier slaat men soms in het luchtledige, maar raakt kennelijk wel wat, en dat is jammer.

Allemaal puntjes waaruit blijkt dat deze film toch voorbij gestreefd is door modernere films, maar evengoed is dit een klassieker waarvan nog meer dan genoeg overeind is gebleven en waarvan ik snap dat men er bijzonder lyrisch over is. 4*.

Serebryanye Konki (2020)

Alternatieve titel: Silver Skates

Leuk. De cinematografie is fraai met een betoverende setting, al hadden de long tracking shots nog wel langer gemogen. De soundtrack leunt op Debussy's Clair de Lune, eerst op de piano gespeeld binnen het verhaal van de film, later in een orkestrale versie en wie die muziek kent weet dat die erg goed bijdraagt aan een sprookjesachtige atmosfeer. En natuurlijk passen walsen uit Tjaikovski''s balletten ook goed bij de setting.

Het plot was blijkbaar geinspireerd door het boek Hans Brinker, or The Silver Skates. Het enige Nederlandse wat daarvan overgebleven is zijn de schaatsen van de hoofdpersoon, die kennelijk Nederlands zijn. Het plot is niet erg diepgaand, maar heeft af en toe wat onverwachte communistische toevoegingen. Het is redelijk rechttoe rechtaan met een einde wat je mijlenver ziet aankomen, maar het kijkt wel prettig weg. Acteerwerk is niet geweldig, maar ergert ook niet. 3,5*

3,5*.

Sero Hiki no Gôshu (1982)

Alternatieve titel: Gauche the Cellist

Na het overweldigende Only Yesterday kwam deze hoog op het lijstje te staan. Een andere reden is het onderwerp dat bij mij als liefhebber van klassieke muziek alleen maar kan bevallen. Geen verrassing overigens dat Takahata voor een dergelijk onderwerp heeft gekozen, uit andere films van hem schemert al liefde voor klassieke muziek door.

De setting is leuk gekozen: in de tijd van de stomme film, waarin pianisten (en soms orkesten zoals hier) werden ingehuurd om de film van muziek te voorzien. Zelf speler in een amateurorkest, ken ook enkele mensen die in beroepsorkesten spelen en ik kan zeggen dat de autoritaire dirigent in deze tijd zich niet goed zou kunnen handhaven. Het afsnauwen van individuele spelers waar de rest van het orkest bij is, is in deze tijd zowel bij beroeps- als amateurorkesten not done.

De rode draad door de film is de 6e symfonie van Beethoven, hetgeen lange tijd mijn favoriete symfonie van deze componist is geweest. Nog steeds een schitterend stuk en het is leuk te zien hoe mooi synchroon beeld met muziek loopt. Dit geldt ook voor de spelers, Takahata heeft duidelijk goed gekeken en ik moet zeggen dat ik de bewegingen van de musici nog beter overeen met de muziek vind komen, dan bijvoorbeeld in een film als Whisper of the Heart (die overigens wat dat aspect betreft ook niet slecht is). Genoeg animatie gezien waarbij het helemaal niet synchroon loopt, dus het is niet vanzelfsprekend en zeker niet voor een film uit 1982.

Ik moet zeggen dat ik dat "Indian Tiger Hunting" stuk eigenlijk ook best gaaf vind, terwijl de film suggereert dat het een verschrikkelijk stuk is. Wellicht verschrikkelijk voor de tijd waarin het speelt.

De beelden zijn wel duidelijk gedateerd, maar het niveau is nu ook weer niet zo laag dat het ergerlijk wordt en de muziek compenseert ruimschoots. 4*.

Seul contre Tous (1998)

Alternatieve titel: I Stand Alone

Herzien.

Na afloop heb ik het gevoel dat Noé één grote perverse grap met de toeschouwer wilt uithalen. De hele film is doordrongen van een nihilistische kijk op de samenleving (nog steeds moet ik aan Houellebecq denken) waarbij er voortdurend naar een gewelddadige climax wordt toegewerkt. Als die er dan eindelijk komt, wordt je met een zware moker murw geslagen: het neerschieten van de dochter dat er akelig realistisch uitziet zoals het bloed eruit stelpt en zoals zij zwaar ademhalend in shock raakt, waarna je overspoeld wordt door de gedachtestroom van Nahon. Echt ontzettend sterk.
En dan blijkt het slechts in de gedachten van Nahon afgespeeld te hebben. En dan besluit hij zijn dochter niet te vermoorden, maar met haar naar bed te gaan. Ik blijf zitten met gemengde gevoelens: enerzijds teleurstelling dat de climax een anticlimax blijkt te zijn, anderzijds opluchting omdat hij "slechts" met zijn dochter naar bed besluit te gaan in plaats van haar te vermoorden. En dat laatste is precies de grap die Noé met me uithaalt: dat ik me opgelucht voel dat hij zich aan zijn dochter vergrijpt. Dat ik haast blij ben met deze perverse uitkomst. Je voelt je als toeschouwer haast ook een dader.


Is dit bedoeld als kritiekpunt? Neen. Ik krijg eerder bewondering voor Noé hoe hij mij weet te manipuleren, al vraag ik me af of hij daadwerkelijk deze film zo heeft opgezet om dit soort gevoelens op te wekken, of dat het puur z'n intuïtie is. Ik kan me overigens voorstellen dat deze film valt of staat bij of een kijker gevoelig is voor Noés manipultaties.

Wat me opviel was dat er soms toch wel erg mooie shots bij zitten. Vooral de beelden van de stad 's nachts in het neonlicht konden erg mooi zijn. Qua geluid en muziek vallen vooral de geluiden tijdens de montage op, die elke keer weer een mentale dreun aan de toeschouwer meegeven. Vooral truc waarbij er een hele snelle zoom vergezeld door het geluid van een pistoolschot plaatsvindt, voelt erg machtig aan, maar wordt iets te vaak gebruikt waardoor toch het effect bij mij afneemt. Enter the Void heeft hier ook last van, maar dan met het stroboscoop-effect. Dit is één van de redenen waarom ik Irréversible de beste film van Noé vind, die is wat dit soort trucjes evenwichtiger. De enige muziek die me echt is bijgebleven is de zogenaamd "goede" muziek die de trucker opzet. Je gaat je haast afvragen of Noé dit echt goede muziek vindt, of dit ook een middelvinger naar het publiek is.

De 4* blijven ruimschoots staan. Nog geen halfje erbij, maar de film zit er dicht tegenaan. Wellicht na de volgende herziening.

Seven Year Itch, The (1955)

Alternatieve titel: Geen Tijd om te Blozen

Duidelijk een film die op de Lijst thuishoort, een informele lijst samengesteld door mijn collega's en mij met als uitgangspunt dat de films die erop staan niet zozeer goed hoeven te zijn, maar wel een enorme impact op de huidige cultuur moeten hebben.

Deze film is bijna 60 jaar oud, maar heeft wat mij betreft ruimschoots genoeg relevantie om nog steeds impact op de huidige cultuur te hebben.Het begrip "seven years itch" is populair gemaakt door deze film, en natuurlijk bevat de film ook de iconische scène waarbij Marilyn Monroe op een rooster staat en haar jurk omhoog geblazen wordt.

Wel had ik enigszins andere verwachtingen bij die scène. Ten eerste had ik niet verwacht dat Monroes karakter met opzet op dat rooster ging staan, en ten tweede had ik een meer uitgezoomd beeld verwacht, net zoals op de posterafbeelding.

De film kijkt aardig weg, maar is niet heel scherp. De hoofdpersoon heeft nogal uitgebreide fantasieën en in het begin is dat wel grappig, maar op een gegeven moment gaat het vervelen en zelfs ergeren. Het helpt ook niet dat Ewell enigszins toneelachtig acteert.

Een opvallende rol voor het tweede pianoconcert van Rachmaninov. De man heeft een aantal stukken geschreven die ik aardig vind, maar ook een aantal stukken waarover een vriend die professioneel violist terecht opmerkt: "dat is geen muziek, dat is slijm." Dat tweede pianoconcert valt nou ook weer niet helemaal in die categorie, maar zit toch behoorlijk dicht tegen kitch aan wat mij betreft. Ergens dus wel grappig dat Monroe er niet warm van wordt.

Ik had nog niet eerder een film van Monroe gezien, en ondanks haar domme blondjes imago, leek het me gezien enkele behoorlijk grappige quotes van haar geen domme vrouw. Toch had ik niet verwacht dat ze zo erg de show zou stelen. Alleen mooi zijn is niet genoeg, maar ze heeft ruimschoots dat extra's waardoor ze ook mij echt weet te verleiden. Kort samengevat is dat charme en speelsheid, maar ook vriendelijkheid.

De film hangt ergens tussen 2* en 2,5* in, maar krijgt vanwege Monroe de voorkeur van de twijfel. 2,5* dus.

Seven Years in Tibet (1997)

Weer eens herzien. Tibet heeft me altijd aangesproken, in de eerste plaats om het boeddhisme, wat ik niet aanhang, maar wat ik wel een aantrekkelijk religie vind om dezelfde redenen waarom de filosofie van Schopenhauer me aanspreekt. Er lopen overigens ook lijnen tussen het boeddhisme en Schopenhauer.

Een andere reden is dat dromen me een tijd lang hebben geïnteresseerd, met name zogeheten lucide dromen, waarin je bewust bent dat je droomt. Ik heb begrepen dat dromen binnen het Tibetaanse boeddhisme een belangrijke rol spelen, en dat zij de eersten zijn geweest die technieken hebben ontwikkeld om te leren bewust te worden dat je droomt.

Een derde reden is dat, zonder er ooit geweest te zijn, de Himalaya mij een prachtig gebied lijkt. Al die hoge bergen, het moet er echt schitterend zijn. Dit komt dan ook goed tot uiting in de eerste helft van de film, die voor een groot gedeelte gaat over de bergklimactiviteiten van Harrer. Het camerawerk is niet bepaald inventief, maar wat er in beeld gebracht wordt is vaak bijzonder mooi.

De tweede helft concentreert zich meer op het leven in Lhasa, waarbij ik wel het gevoel heb dat de camera meer als een vrije observator had mogen bewegen, net als bij Tarr, maar desalniettemin ook hier af en toe interessante beelden met het in beeld brengen van rituelen. Prachtig om al die rode gewaden te zien, en de zingende monniken en de dungchens, een soort Tibetaanse alpenhoorn, te horen. Bij het zien van de naam John Williams bij de openingscredits raakte ik bevreesd, maar veel klinkt zijn muziek niet. Vooral de authentieke Tibetaanse muziek is te horen, en als een keertje de muziek van Williams klinkt, is het gelukkig niet al te overheersend.

Tot zover de positieve punten, er zijn helaas ook drie punten die me erg hebben gestoord:

1) Het Duitse accent van o.a. Pitt. Ja, jammer dat het niet in Duits is, zoals dat ook bij Amadeus jammer is, maar als je dan toch voor Engels kiest, ga dan niet met op zo'n 'Allo 'Allo-manier praten.

2) Het karakter van Pitts personage. Het mag dan op de waarheid gebaseerd zijn, het egocentrisme van Pitts personage ging me al heel snel uit de keel hangen.

3) Dit zorgt natuurlijk voor wrijvingen met de Tibetaanse cultuur, waarbij de moraallessen helaas niet achterwege blijven.

Ik zou graag eens een authentieke Tibetaanse film zien met een goede cinematograaf. Geen idee of ik die kan vinden en zo ja waar. Tot die tijd lijkt dit het enige alternatief, wat gelukkig genoeg mooie momenten kent. 3*.

Sexo, Pudor y Lágrimas (1999)

Alternatieve titel: Sex, Shame & Tears

Dit heeft geloof ik in Mexico eenzelfde status als Turks Fruit hier. Mijn vriendin was nu wel nieuwsgierig naar wat nou zo schokkend was dat ze de film destijds niet mocht zien van haar ouders. Na afloop merkte ze echter op dat ze Disneyfilms had gezien met meer seks.

Kortom, het is allemaal maar weinig schokkend. We volgen twee stelletjes die elk onverwacht een gast krijgen waardoor de relaties in de war lopen. Het verloop voelt geforceerd aan, de scènes weten nergens te spetteren, het wordt nooit echt opwindend. Tot overmaat van ramp ziet de film er verder ook buttlelijk uit. Uit 1999, maar qua looks had het zo 20 jaar eerder gemaakt kunnen worden. Kortom, in geen enkel opzicht is dit de moeite waard. 0,5*.

Sha Sheng (2012)

Alternatieve titel: Design of Death

Aardig, maar wat minder enthousiast dan de heren boven me.

Het uitgangspunt is duidelijk: een onruststoker maakt iedereen hor en dol, en ten einde raad besluit men hem van kant te maken. Zeker de eerste helft is de moeite waard met alles wat het zwarte schaap uitvreet, waarbij visueel ook het nodige uit de kast getrokken wordt. Dynamisch camerawerk met af en toe vreemde standpunten. Niet altijd even fraai en/of geslaagd, maar ongewoon en dus interessant.

De tweede helft verzandt het allemaal wat naar mijn smaak. Qua plot niet allemaal meer even coherent; er komt meer drama om de hoek kijken, de soundtrack zwelt ook af en toe aan en zeker dat laatste is jammer. De lol verdwijnt een beetje om het zo te stellen.

Goede en leuke eerste helft dus, de tweede helaas wat minder. 3,5*.

Shadow Dancer (2012)

Net-niet film.

Men probeert duidelijk aandacht te besteden aan zaken als sfeer en vormgeving, maar uiteindelijk is de afwerking niet optimaal. Soms een interessant shot, vooral als er vanachter een ruit die het beeld vervormd gefilmd wordt, of een fel rode jas die sterk afsteekt tegen de grauwe omgeving maar ook veel beelden waarbij de vormgeving weer wat matigjes is. Muziek was ook nogal standaard. De hoofdrolspeelster wist wel erg te bekoren. Ik moet zeggen dat ik haar qua uiterlijk vrij gewoontjes vond vergeleken, ze had van de straat geplukt kunnen zijn, wat juist weer vrij ongewoon is voor film. Maar ik moet zeggen dat ik uiteindelijk erg gecharmeerd raakte van haar en het personage dat ze neerzette.

Verhaal weet wel behoorlijk te boeien. Er zijn natuurlijk al meer van dit soort verhalen verfilmd, Donnie Brasco bijvoorbeeld, en in een iets mindere mate moest ik ook wel denken aan Jin-Roh (wat politieke intriges betreft), maar de IRA is toch wat dichter bij huis, waardoor deze film toch wat reëler aanvoelt. Het onderwerp is dus best interessant! Maar ook hier faalt in mijn ogen de uitwerking. De kus komt voor mij volkomen uit de lucht vallen. Dat hij hierdoor zijn professionaliteit lijkt te verliezen eigenlijk ook, want hij komt weliswaar erg met haar betrokken over, maar niet meer dan dat. De ontknoping wie de andere mol is, vond ik heel erg interessant, maar de afwikkeling daarna is voor mij vrij onbegrijpelijk. De hoofdpersone kwam op mij over als iemand die het geweld zat is, het moge duidelijk zijn dat hij heel veel sympathie voor haar heeft, dan ga je die toch niet afmaken?

Kortom, overal net niet, dus ook net geen voldoende. 2,5*.

Shaft (1971)

Ook maar eens gezien. De themesong van Hayes kende ik al, en van Parks ken ik enkele foto's, die best de moeite waard zijn. Dit schiep natuurlijk verwachtingen.

Helaas komen die niet uit. De beelden stellen weinig voor, en het verhaal is flinterdun. Met Tarantino in het achterhoofd die ongetwijfeld door deze film is beïnvloed, verwachtte ik in ieder geval ook meer van de dialogen, maar ook die stellen teleur. Niet bepaald scherp, en dit doet afbreuk aan de coolness van het geheel.

Het geluid klonk niet helemaal in orde; soms klonken de stemmen vrij zwak. Het enige wat niet teleurstelt is de soundtrack van Isaac Hayes. Lekker funky, duidelijk het sterkste element van de film. Om die reden een ster bovenop het minimum: 1,5*.

Shakespeare in Love (1998)

Niet onaardig maar meer niet. Ik moet wel zeggen dat ik iets heb met tragische Romeo & Julliet-achtige liefdesverhalen, en het is wel aardig te zien hoe dat verhaal door het verhaal van Shakespeares eigen leven verweven wordt; hoe het toneelstuk een afspiegeling is van zijn eigen leven. Natuurlijk wel slechts een vrije invulling van de zogeheten lost years in de biografie van Shakespeare, waarin hij waarschijnlijk met name zijn dagen vulde met acteerwerk.

Het acteerwerk van de acteurs in deze film is prima, maar dat mag je ook wel verwachten gezien het aantal bekende namen. Zeker tussen de twee hoofdrolspelers is er de nodige chemie en dat is natuurlijk prettig voor de kijkervaring. Jammer is dat de muziek nogal prominent aanwezig is en erg weinig toevoegt. Integendeel, het voelt soms zelfs erg storend aan als de muziek weer eens aanzwelt. Ik ben vrij gevoelig voor dit soort zaken en als dit soort zaken niet in orde zijn, kost dit de film algauw een ster. Eindoordeel: 2,5*.

Shallow Hal (2001)

Wat een geschenk zou het zijn om dezelfde gave te krijgen als Black in deze film. Ik zou er in ieder geval voor tekenen, want ik moet helaas van mezelf bekennen dat het niet helemaal zo bij mij werkt. Ik ben dus al jaren nieuwsgierig naar deze film, omdat mijn zus hem vrij snel na het uitkomen heeft gezien en erover verteld heeft, maar toch voelde ik al die jaren een grote weerstand tegen het daadwerkelijk zien van de film. Dit omdat mijn zus vertelde dat de film eindigt bij dat het personage van Black uiteindelijk een vriendin krijgt die zowel mooi van binnen als van buiten was. Dat leek mij een moraal om van te kotsen: het draait om het innerlijk, maar uiteindelijk toch om het uiterlijk, en die moraal stond mij zwaar tegen. Omdat ik toch wel nieuwsgierig was, heb ik vandaag toch de film bekeken, en wat blijft: het eindigt compleet anders. Ik weet niet precies waarom mijn zus mij bij de neus heeft genomen. Wellicht omdat ze het einde niet wilde verklappen, of misschien omdat Black er aan het einde toch in is geslaagd om zonder de hypnose zich niet te laten afschrikken voor het uiterlijk van het personage van Paltrow en dus in een soort metaforische wijze haar ook mooi van buiten vindt. Ik zal mijn zus er nog wel eens over spreken.

Een mooie boodschap dus, en af en toe ook vermakelijk. Dat laatste met name omdat de grappen met een dunne Paltrow in beeld maar met de directe fysische gevolgen van haar gewicht er visueel behoorlijk absurd uit zien, met name met de roeiboot. Al moet gezegd worden dat twee keer het bankje iets teveel van het goede was. Verder een aantal momenten waarbij ik aanvoelde dat het behoorlijk pijnlijk zou zijn (van het niveau Ross uit Friends, waarbij een bijzonder stupide en sociaal onhandige actie vaak al van verre zichtbaar is, en in plaats van dat ik dat grappig vind, erger ik me er juist dood aan), maar die eigenlijk nog best meevielen.

Verder kijkt de film aardig weg. Ligt wellicht aan het acteerwerk van Black, hoewel die met zijn gekoekoek soms ook wel irritant kon zijn. Mag ik het bij deze film over het uiterlijk van Paltrow hebben? In slanke versie heb ik eigenlijk niet heel veel met haar, maar hier zag ze er eigenlijk behoorlijk charmant uit.

Visueel redelijk. Het meest opvallende vond ik soms een wolkenkrabber vanaf de voet gefilmd en dan de wolken die versneld voorbij trekken. Aardig. De soundtrack was okee, verre van geweldig, maar ook niet bijster storend. Al met al kan ik er zeker 3* aan kwijt, waarbij de moraal toch heeft bijgedragen. Grappig, want over het algemeen stoor ik me juist aan films met belerende moraaltjes.

Shamo (2007)

Alternatieve titel: 軍雞

Leuk! Het voelt een beetje vreemd aan, omdat de bron duidelijk Japans is, de setting voelt erg Japans aan, de personages hebben Japanse namen, aanplakbiljetten zijn in het Japans, terwijl men Kantonees spreekt. Het boeit weinig, want uiteindelijk is het vooral een rauwe film, met een sterk sounddesign en stijlvolle beelden.

Jammer is alleen dat het drama wat er doorheen geweven wordt niet echt aanslaat. Allereerst omdat de hele setting al niet realistisch aanvoelt, het is ergens toch wel merkbaar dat het een stripverfilming is, maar ook omdat de clou al van mijlenver zichtbaar is.

Niettemin fijne actie. 3,5*.

Shan Zha Shu Zhi Lian (2010)

Alternatieve titel: The Love of the Hawthorn Tree

Ben benieuwd of er nu nog mensen zijn die iets te zeuren hebben over dat Zhangs films propaganda voor het Chinese regime zijn. Deze film laat toch vooral zien hoe moeilijk het leven kan zijn tijdens de Culturele Revolutie. Eén misstap, en je toekomst ligt aan diggelen.

Binnen deze setting een redelijk simpel liefdesverhaaltje met de nodige tragiek. Sommige dingen zijn wel een beetje voorspelbaar, de leukemie zag ik bijvoorbeeld mijlenver aankomen, maar door de oprechtheid en menselijkheid van de hoofdpersonages weet het mij toch te overtuigen.

Audiovisueel wat mij betreft één van Zhangs sterkste films. De muziek wordt dit keer nergens zeikerig en visueel is het werkelijk schitterend. Mooi geschoten, erg fijne belichting en dit keer zijn doen de scènes binnen niet onder voor de prachtige natuurshots buiten. Het enige minpuntje is de montage, de fade out gevolgd door een tekstboodschap vond ik maar niets, het haalde een beetje het ritme uit de film. Gebruik desnoods een voice-over zou ik zeggen.

Desondanks één van de betere films van Zhang. 4,5*.

Shao Lin Da Peng Da Shi (1980)

Alternatieve titel: Return to the 36th Chamber

Ik had aanvankelijk wat andere verwachtingen bij deze film. Namelijk dat het meer een klassieke wushu film zou zijn zoals uit de teksten van de Wu-Tang Clan. Maar goed, ik begrijp dus dat die meer geïnspireerd zijn door de voorganger van deze film, die serieuzer schijnt te zijn.

Veel meligheid hier, alleen al in hoe de personages eruit ziet. Met name die mannetje met die tanden zag er uit als een karikatuur. Een foute karikatuur van een Chinees die je in de Lucky Luke albums tegenkomt. De eerste helft van de film was dan ook nauwelijks het kijken waard.

De tweede helft is wat leuker met het leren van het dakwerkstijltje. Daarna ook eindelijk echte gevechten, die best wel creatief waren, en die nog enigszins wat redden van de film. 1,5*.

Shape of Water, The (2017)

Okee, ik ben de eerste om toe te geven dat het plot van deze film verre van briljant is. Het verhaal valt in grote lijnen te voorspellen en dat de antagonist zo ongenuanceerd slecht is dat het grappig wordt, helpt natuurlijk ook niet voor de diepgang. En toch heb ik dit echt als een prachtige film ervaren.

Dit komt omdat film zoveel meer dan plot kan zijn, en dat geldt met name voor deze film, met een ijzersterke atmosfeer, die vanaf het begin een beetje Jeunet ademt. Maar vooral overheerst het gevoel dat alles stroomt in deze film. Niet alleen water, maar ook in bijvoorbeeld de montage waarin sommige scènes soepel overlopen in elkaar. Zoals een close-up van eieren in kokend water dat overgaat in beelden van een bad.

Ook audiovisueel is dit een prachtige film. De film speelt in de jaren 60 en alles straalt die periode uit. Niet mijn favoriete periode wat muziek betreft, maar de nummers zijn stuk voor stuk sterk, geven een dromerig gevoel en passen zo ontzettend goed bij de sfeer. Visueel prachtig vormgegeven (inclusief het wezen), fraaie kleuren, en een camera die met elegante bewegingen alles registreert.

Ondanks dat het plot niet denderend is, is het verder wel een lieve film, waarbij het hoofdpersonage erg sympathiek overkomt. Wat dat betreft leuk om deze film met Valentijnsdag in de bioscoop gekeken te hebben. Een sterke aanrader voor mensen die wat minder om plot geven en meer om sfeer. 4,5*.

Shark Tale (2004)

Alternatieve titel: Haaiensnaaier

DreamWorks is er in geslaagd hoor. De meest afschuwwekkende computeranimatie die ik tot nu toe heb gezien en dit om de volgende redenen:

1) De hiphop-maniertjes bij het karakter van Smith. Waar het nog wel grappig was om bij de personages van De Niro en Scorsese de pukkel respectievelijk de wenkbrouwen terug te zien, waren die maniertjes van SMith gewoon zwaar irritant.

2) De verschrikkelijke moraal. Alsof we niet al genoeg films hebben gehad over dat we niet ons beter moeten voordoen dan we zijn.

3) De kutmuziek. Was Shrek al verschrikkelijk, dit is helemaal hell. En dan denk je dat je alles hebt gehad, komen Christina Aguilera en Missy Elliott in vissenvorm hun liedjes zingen

Hier is maar één cijfer op z'n plek en dat is jammer, want qua animatie vond ik dit nu juist net wat interessanter dan Finding Nemo. Christina Aguilera geeft echter de doorslag. 0,5*.

Shawshank Redemption, The (1994)

Weer eens herzien. Het verhaal blijft een aardig sprookje, maar behoorlijk ééndimensionaal, al is dat juist erg eigen aan sprookjes. De personages zijn ergens behoorlijk zwart/wit. De gevangenisdirecteur en zijn bewakers zijn in en in slecht, terwijl de meeste gevangenen de meest normale en redelijke mensen zijn. De kijker wordt een aantal keer op het verkeerde been gezet; enerzijds een makkelijk trucje, anderzijds werkt het wel goed. Maar het voelt wel allemaal een beetje als volgens het boekje.

Audiovisueel ligt de grootste zwakte; de beelden zijn degelijk, maar nergens echt boeiend, jammer dat men daar niet meer aandacht aan besteedt. De soundtrack neigt naar drama, eigenlijk maar één mooi moment, en dat is wanneer Le Nozzle di Figaro klinkt. Dat vind ik zelf ook zo hemels mooi, dat ik me voor kan stellen dat gevangenen eventjes vergeten waar ze zijn.

Uiteindelijk een film voor mij niet heel erg geschikt is om vaak te herzien; het is niet echt een schilderij waar je naar blijft kijken, en te vaak blootgesteld worden aan hetzelfde verhaal gaat ook vervelen. 2*.

She's out of My League (2010)

Op bepaalde vlakken best aardig. De hoofdpersonen zijn sympathiek, en met name het side-kick karakter van TJ Miller is erg snedig en dus vermakelijk. Soms is de humor wel erg plat, maar weet desondanks soms toch nog wel grappig te zijn zoals bij de balscheerscène. Maar de eerste kennismaking met haar ouders is het wel voornamelijk ongemakkelijk.

Helaas is het acteerwerk van de mannelijke hoofdpersoon niet bepaald sterk, zo ééntonig hij mompelt. En het einde van de film ontspoort helemaal. Er wordt gedaan alsof alles van dit moment afhangt, terwijl hij ook gewoon een vlucht terug kan boeken ofzo.

Maar goed, er zitten een aantal aardige momenten in, waardoor het over het algemeen niet al te vervelend is. 2*.

Sherlock Holmes (2009)

Nog nooit een boek over Sherlock Holmes gelezen, en het enige wat ik op filmgebied tegen ben gekomen is de Disney film, dus ik ben er behoorlijk blanco ingegaan.

De film voelt in ieder geval fris aan, hoewel veel gelikter en minder eigenzinnig dan Ritchies eerste twee films. Een aantal beelden die er niet helemaal lekker uitkwamen qua computeranimatie, maar over het algemeen ziet het er sfeervol uit. Het eigenzinnige is ook verdwenen in de muziek met de keuze voor Zimmer als componist. Ik ben niet dol op z'n muziek; hier voegt het ook niets toe, maar in tegenstelling tot z'n andere soundtracks weet de muziek hier niet te irriteren.

Een plotelement spreekt mij erg aan: het spanningsveld tussen magie en wetenschap. Ik moet ook denken aan een andere film, ik meen me te herinneren dat dat Arite Hime was, waarin gezegd wordt dat tovenaars eigenlijk wetenschappers zijn met kennis die de massa nog niet heeft. Ook een element dat een rol in Kruistocht in Spijkerbroek speelt. Blackwood is in ieder geval een interessant personage, met een fijne duistere uitstraling.

Uiteindelijk een vlotte film die prima vermaak biedt, maar wel commerciëler aanvoelt dan de eerste films van Ritchie. 3*.

Sherlock Holmes: A Game of Shadows (2011)

Filmisch misschien wat beter dan de voorganger, qua plot wel minder.

Qua plot draait het allemaal wat meer om actie en wat minder om intelligentie. En dat is ergens jammer, want de antagonist geeft juist aanleiding tot krachtmeting van intellect. Dat wordt wel gesuggereerd, maar ik vind het nogal tegenvallen. Hoewel Rapace ook niet onaantrekkelijk is, vind ik het jammer dat McAdams personage zo'n kleine rol van betekenis heeft. Ook omdat haar personage meer gewaagd lijkt te zijn aan Holmes. Verder een aantal scènes die nogal dramatisch van toon zijn met weinig dramatische afloop, wat al lang en breed te verwachten viel.

De verkleedpartijen van Holmes blijven komisch, maar wat vooral leuk is om te zijn de gevechten die Holmes eerst in z'n hoofd uitvoert, waarna we het in sneltreinvaart daadwerkelijk uitgevoerd zien. Mooi in beeld gebracht. Maar visueel was de beste scène de vluchtscène door het bos, met erg sterke slow-motion beelden. Muziek viel wel wat tegen. Zimmer is zeker geen favoriete componist van me, maar in de eerste film wist hij niet echt te storen. Hier komen flarden Mozart (Don Giovanni), Schubert (De Forel) en Strauss (Wiener Blut en Accelerationen) door, soms vermengt met de muziek van Zimmer, en dan is het contrast met Zimmer pijnlijk.

Uiteindelijk een film die z'n voor- en nadelen heeft ten opzichte van z'n voorganger. Misschien een tikkeltje minder, maar het ontloopt elkaar niet veel. 3*.