• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.899 films
  • 12.202 series
  • 33.970 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.957 gebruikers
  • 9.369.980 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Aanrijding in Moscou (2008)

Alternatieve titel: Moscow, Belgium

Ik had eerlijk gezegd een wrang voorgevoel bij ‘Aanrijding in Moscou’. Zou dit weer zo’n film worden die louter teert of zijn hype en het “wijze Gentse accent” als een gimmick gebruikt om een gebrek aan inhoud te verhullen? Gelukkig niet, want deze productie heeft ook het één en het ander te vertellen. Bovenal is dit een sympathieke film, die de mens in zijn eeuwige twijfelen weet te vatten. Mogen we Christophe Van Rompaey even naast Felix van Groeningen zetten? Dan wordt al snel duidelijk waarom ‘Aanrijding in Moscou’ een groter publiek heeft bereikt: hier gaat het immers om personages die werkelijk bloed, zweet en tranen zweten om in het reine te komen met zichzelf, terwijl die andere landgenoot droomachtige karikaturen maakt van wat “geloofwaardige figuren” zouden moeten zijn.

Mijn pleidooi voor ‘Aanrijding in Moscou’ is echter niet geheel ondubbelzinnig. Er zitten zeker flauwe moppen en personages in (beetje kinderachtig zelfs), en van Rompaey is geen estheet zoals van Groeningen. En toch zindert het lelijke Ledeberg van de mooie plaatjes, zonder dat de plek uit haar sociale context wordt gerukt. Moscou is de plek waar alles zich afspeelt, maar deze geeft minder gestalte aan de figuren dan de titel doet vermoeden – ‘Aanrijding in Moscou’ doet aan als een verhaal dat overal en altijd zou kunnen plaatsvinden. Elk leven maakt bepaalde slachtoffers, en in deze film deelt werkelijk elk personage in de klappen - zijn er veel films die dat weergeven? Nee dus; vandaar het succes op verscheidene filmfestivals, vermoed ik.

En toch is deze film op en top Vlaams. De charmante score van Tuur Florizone is om duimen en vingers van af te likken (o pittoresk België! ), en de aandoenlijke vertolking van Johan Heldenberg (Werner) toont voor mij nog maar eens aan wat een briljant acteur de man is. En het zijn dat soort kleine dingetjes die dat voortdurende "aan- en af" – want meer is deze film eigenlijk niet – alsnog bijzonder dragelijk maken. Best genietbaar.

3,25*

Accountant, The (2016)

Nou ja. Neem een tragisch uitgangspunt, een handvol personages, een in nevelen gehuld kwaad, een bekend gezicht uit Hollywood en een regisseur die een beetje zijn vak verstaat, en je krijgt een film als 'The Accountant'.

Onderhoudend? Best wel.

Verstandig? Hmmm - een beetje, misschien.

Uitdagend? Op geen enkele manier.

Onder het oppervlak van een thriller priemt bitterzoet sentiment. In de VS weten ze dat ze smaken, bij ons gaat dat er niet zo gemakkelijk in.

Wat mij betreft: bijzonder middelmatig.

Ik bedoel: middelmatig, omdat er niets bijzonder aan is.

2,25*

Ace in the Hole (1951)

Alternatieve titel: The Big Carnival

Na het briljante 'One, Two, Three' en het redelijk spannende 'Five Graves to Cairo' was het nog maar eens tijd om een Billy Wilder uit te proberen. Als bij wonder viel 'Ace in the Hole' in de bus, en dus was de keuze snel gemaakt.

Interessant, maar evenzeer voorbarig, is om over een tijdsbestek van telkens 10 jaar te kijken hoe Wilder als cineast veranderd is. 'Five Graves to Cairo' bevat amper kritiek op het maatschappelijk systeem, terwijl 'Ace in the Hole' juist een zuivere media-satire is. En de puzzelstukjes passen volledig in elkaar als we 'One, Two, Three' beschouwen als een synthese, waarin tussen alle kritiek door toch flink wat afgelachen mag worden. Maar dat is, zoals gezegd, waarschijnlijk veel te voorbarig.

Terug naar 'Ace in the Hole' nu. Met de formule is niets fout, integendeel: ergens wordt wat Billy Wilder opgevat heeft als een probleem van zijn tijd met de dag actueler. Helaas heeft de film te kampen met een ernstig probleem wat betreft het tempo: aanvankelijk loopt de film aan een lekkere vaart, en Kirk Douglas heeft de juiste smoel voor de verbitterede journalist die hij vertolkt. Helaas wordt de man in het tweede uur een soort gimmick, om te verhelen dat de film in feite vastloopt. Verhaaltechnisch worden er geen nieuwe elementen meer aangereikt, wat leidt tot een relatief saaie bedoening die gestaag gaat overheersen.

Gelukkig is dit probleem slechts van die gestalte dat ze het laatste half uur in palmt, en geen schaduw werpt over de ganse film. Met 'Ace in the Hole' hebben we immers hier en daar wat afgelachen, en Wilder's dialogen zijn, indien niet grappig, tenminste scherp. De personages zijn niet legendarisch, maar des te meer drijven hun menselijke trekjes boven. En dat "confronterende" is ergens toch altijd fijn om te zien... Een interessant cineast, daarover mag consensus bestaan!

2,75*

Across the Universe (2007)

Het verbaast me dat serpico in de eerste woorden van zijn review laat uitschijnen dat het uitgangspunt van ‘Across the Universe’, namelijk een Beatles-musical in elkaar steken, enkel en alleen te wijten zou zijn geweest aan pure ideeën-armoede. Als dat zo was geweest, dan hadden Julie Taymor en gevolg zich heel wat moeite kunnen besparen en gewoon vrolijk de Beatles gaan na-apen.

‘Across the Universe’ is echter een film die net het tegenovergestelde probeert te doen: de bekendere nummers krijgen een prachtige mise-en-scène ('I Am the Walrus', 'Strawberry Fields Forever'), de minder bekende (wat er voor mij toch een heel pak waren) krijgen een verrassend arrangement waardoor je gaat twijfelen of het werkelijk over een authentiek Beatles-nummer gaat. Meer dan gelijk wat vergt een film als deze dus lef; lef om de regels van de conventionele cinema aan je laars te lappen en gewoon een vrolijke ode aan de creativiteit in elkaar flansen.

Julie Taymor deed al mooie dingen in ‘Frida’, maar hier gaat ze echt wel de Michael Gondry-tour op: hoe ambachtelijker, hoe amusanter – dat zou het motto van deze film kunnen zijn. Zoals Norma al aangeeft heeft het verhaal daar echter sterk onder te lijden: het maatschappelijk betrokken kader biedt interessante perspectieven, maar tot psychologische inleving met de personages komt het helaas niet. Tegenover het visuele festijn aan geestige vondsten en heerlijk dramatische regie, staat een gebrek aan fundament dat de hele film af en toe doet wankelen.

Toch houden we aan ‘Across the Universe’ blijde herinneringen over: het is bij mijn weten al lang geleden dat een film nog eens zo eenzijdig opgewekt en lachwekkend mocht zijn. Een beetje Beatles-fan kan hier wel wat mee, mits we niet met een purist te maken hebben.

3,25*

Ad Astra (2019)

Een man in een vacuüm. Een man in de ruimte.

Een protagonist verkent onontgonnen terrein, niet voor zichzelf noch voor de wetenschap, maar de schim van zijn vader achterna. Diezelfde vader die hem op Moeder Aarde bij zijn moeder achterliet, alleen. Diezelfde vader dus die hem onvermogend maakte om relaties aan te gaan in het leven. Liefhebben is immers geen talent, het is een vermogen dat tot ontwikkeling moet worden gebracht. Het moet ontluiken – niet in de moederschoot, wel in een ouderlijk nest. It takes two to (learn to) love, zoiets?

Onze protagonist kan dus pas liefhebben eenmaal hij afstand heeft genomen. Zijn nimmer aanwezige vader – al te letterlijk misschien – van zich af geduwd. Afscheid van afwezigheid. Zo kan hij opnieuw beginnen. Hij heeft de ruimte doorkruist, en als dusdanig het vacuüm gevuld.

Net als bij zijn tot waanzin gedreven vader liggen de sleutels tot geluk binnen handbereik. Meer nog: hij houdt (of minstens: hield) ze vast, maar herkende ze niet. Te koortsachtig zocht hij naar iets anders. Eerst wilde hij deel uitmaken van een echt gezin, vooraleer hij er zelf een zou stichten. Allemaal is het een kwestie van perspectief. De dingen onder ogen kunnen zien, ze benoemen, en dan de bladzijde omdraaien. De reis die een personage daarvoor moet maken, voert misschien wel voorbij de einder. Neptunus, de verste aller planeten – metafoor voor een reis naar de binnenkant van zichzelf, naar de eigen einder, met name iemands begin: het kerngezin.

Deze en andere bedenkingen bij het fascinerende ‘Ad Astra’. Een film die niet wetenschappelijk intrigeert, als wel qua narratief (cfr. supra) en qua sfeer. Een portret van een mens in volslagen existentieel duister, luisterend naar de oorverdovende stilte van het heelal, waarin wij per slot van rekening allemaal vaderloos zijn.

Cinematografisch een beetje flikflooiend met de gemeenplaatsen van het genre, behoorlijk star geacteerd in de nevenrollen en plotmatig hier en daar wat onhandig in elkaar geflanst, maar kijk: daar gaat het James Gray niet om. Wat hij tracht in scène te zetten, is tijdlozer en waarachtiger dan wat Hollywood en haar schone schijn vermogen; Daarom: muziek van Nils Frahm en Max Richter, muziek die tegelijk vooruit en achteruit (ver)wijst, net als de film, de sterren, waartussen tijd relatief wordt, en leven absoluut…

En met deze woorden: over.

3,25*

Aguirre, der Zorn Gottes (1972)

Alternatieve titel: Aguirre, the Wrath of God

Tijdloos? Jazeker. Ruim een halve eeuw na datum is ‘Aguirre, der Zorn Gottes’ nog steeds een niet mis te verstane meditatie over menselijke hebzucht, en de onvermijdelijke fataliteit voor wie zich aan dat sentiment overgeeft. Nodeloze intriges op ocharme een vlot van enkele vierkante meter, bloeddorstige invasies van nauwelijks bewoonde dorpen, bekeringsijver ten aanzien van volkeren die geen flauw benul hebben van wie of wat Jezus Christus precies is, … Zowat alles wat Werner Herzog laat zien, refereert naar de keerzijde van wat moet doorgaan voor beschaving. Elk greintje verlichting komt in de schier oneindige jungle op de helling te staan. Levens zijn van geen betekenis meer, en het idee van macht wordt een onweerstaanbare demon waaraan verschillende personages ten gronde gaan.

Finaal trekt Herzog een parallel met de natuur zelf, met beelden van embryo’s die door spitse viervoeters uit hun nesten worden geroofd. Zoals een dier dag na dag getuigenis aflegt van zijn biologie, elke moraliteit voorbij, zo existeren ook de personages in ‘Aguirre’. Ze verkondigen de waan van de dag, op een zinloze queeste naar een onbestaand El Dorado, het fata morgana dat hun koortsdroom hen ingeeft. Verlangen naar ongebreidelde rijkdom? Als er niemand is om die mee te delen, als er geen intermenselijke verbondenheid bestaat, als alle externe krachten alleen maar vijandschap ademen: wat voor zin heeft die weelde dan? Het is de vraag die niemand zich schijnbaar durft stellen.

In essentie heeft ‘Aguirre’ alles in zich om sterke cinema op te leveren. Niettemin staat er veel amateurisme in de weg. De cinematografie is indrukwekkend, maar de persoonsregie, de special effects, de narratieve ingrepen: het wordt allemaal erg gekunsteld in beeld gebracht. In die mate zelfs dat de aandacht van de toeschouwer langzamerhand verslapt. Wat groots had kunnen zijn, blijft dat ideëel. De uitwerking is helaas compleet ingehaald door de tijd. Wat niettemin bijblijft, zijn enkele iconische scènes, zoals diegene waarin de zelfverklaarde keizer van het nog onontgonnen El Dorado zich het landschap begint toe te eigenen – zes keer groter dan Spanje! – terwijl hij er nog geen voet aan wal heeft gezet. Willen bezitten wat niet gemaakt is om te bezitten: het is een ultiem menselijke tragedie, die overigens dag na dag voortduurt, in de wereld daarbuiten…

2,25*

Ah-ga-ssi (2016)

Alternatieve titel: The Handmaiden

U zegt? "Gewelddadig?"

Abracadabra met een handvol letters.

U leest: weldadig – geweldig.

Voilà.

Abracadabra is misschien wel het sleutelwoord tot de stijl van Chan-wook Park. Verhaaltechnisch trekt de regisseur een rookgordijn op, waar hij de toeschouwer langzaam maar zeker doorheen sleurt. Je tuimelt werkelijk van de ene verrassing in de andere – de morele dimensie is voortdurend aan veranderingen onderhevig, omdat er stelselmatig nieuwe informatie wordt vrijgegeven. Ideaal qua tempo, ideaal qua subtiele vormgeving, ideaal qua cinematografische intensiteit: ‘The handmaiden’ was op de valreep nog een van dé films van 2016, jazeker.

Als enige kanttekening kan er gediscussieerd worden over de expliciete seksuele dimensie van de film, maar die komt niet zomaar uit de lucht vallen natuurlijk. De plot, weet je wel. De puurheid, het rauwe karakter van opflakkerende lust, het organische en orgiastische van organische orgasmes: zeg nu zelf, zelden spat het allemaal zo ongetemperd van het witte doek af, toch?

Abracadabra.

Verrassend, bloedstollend, visueel meesterlijk.

En weldadig.

En geweldig.

En…zo kan ik nog wel even doorgaan, maar laat het bij deze duidelijk zijn: ‘Ah-ga-ssi’ verdient het predicaat “subliem”.

Voilà.

4*

Ainda Estou Aqui (2024)

Alternatieve titel: I'm Still Here

Lees de Wikipedia-pagina gewijd aan wijlen congreslid Rubens Paiva. Voer voor een Hollywoodfilm? Natuurlijk niet! Te gruwelijk, te weinig hoop, te veel feiten die in mist gehuld blijven. De biografie van ’s mans vrouw lijkt daarentegen een gedroomd scenario voor een epische film over de grote morele principes waarvan Amerikanen zo graag beweren dat ze er de vaandeldragers van zijn: rechtvaardigheid, doorzettingsvermogen, de realisatie van het onmogelijke. Kortom, ziedaar hoe Walter Salles zijn ‘Ainda Estou Aqui’ niet alleen kreeg ingeblikt, maar zelfs genomineerd voor de Oscar van beste film...ja?

Gelukkig is de realiteit deze keer anders dan de banaalste voorspelling. Salles maakt van zijn biografische film immers helemaal geen gloedvol portret. Op wel erg ongewone wijze documenteert dit huzarenstukje vooral het panorama van een doodgewoon gezin, waarvan het geluk fataal in botsing komt met zoiets onwezenlijk als een dictatuur. Weerstand bieden bestaat quasi niet, blijven geloven in een goede afloop is haast onmogelijk, en toch: na decennia van juridisch procederen komt eindelijk een stukje waarheid boven water. Een tableau van een schrijnend cynisme is het: Eunice’s euforie omdat ze – eindelijk! – de officiële overlijdensakte van haar partner in haar twee handen houdt. Slik.

Wat voorafgaat is niet minder intrigerend: de manier waarop een moeder, hoewel overgeleverd aan het bodemloos ongewisse, haar gezin bij elkaar houdt, hen dwingt om verder te bestaan in hun bestaan, geen monddode slachtoffers te worden van wat het regime hen heeft aangedaan. Precies daarom is het belangrijk dat Salles uiteindelijk laat zien wat er van de familie geworden is, of anders gezegd: wat de dictatuur – hoezeer ze de jeugd, de hoop en de rechtvaardigheid ook heeft willen vervangen door haar monstrueuze onvoorspelbaarheid met absolutistische trekken – nooit kapot heeft kunnen maken. In essentie gaat ‘I’m still here’ daarover: over tegen de stroom ingaan, zo standvastig en zo rotsvast overtuigd van onwrikbare ethische waarden, dat die stroom uiteindelijk keert. Zelfs als zovelen die stroom wel dulden. Zelfs als stil proberen staan het risico met zich meebrengt om meegesleurd te worden – het volgende slachtoffer in de rij, nog een naamloze in een spoorloos massagraf. Slik.

Salles laat gruwel zien, maar de grootste gruwel blijft buiten beeld. En net de suggestie maakt de ware terreur van de autoriteiten voelbaar. Misschien luisteren ze mee, misschien weten ze iets, misschien zijn ze iets van plan. In dat moeras van angst moeder zijn, rouwen om een hond, het gezinskapitaal bestieren en vadertje staat voor de rechter dagen: het is heldendom zonder spierballen, epiek zonder superkracht. Het is diepe, bewonderenswaardige menselijkheid. Slik.

‘Ainda Estou Aqui’ ervaren in een wereld waarin menselijkheid en tijdloze morele soevereiniteit meer en meer onder druk komt te staan, is impressionant. Misschien was de nominatie voor deze film een politieke akte. De film bekronen, had evenwel nog meer cinefiele ogen geopend, maar of de vaklui daar de moed voor konden opbrengen…? Op zijn minst was ‘Anora’ de veiliger keuze, met een amorele Rus als voor de hand liggende klos. Liever dat dan een film die zich in het Brazilië van de jaren ’70 afspeelt, maar waarschuwt voor wat in de Verenigde Staten zou kunnen gaan gebeuren…? Slik?

3,5*

Air (2023)

Nog maar eens de mythe van het exceptionalisme, deze keer echter niet louter geënt op een individu (Michael Jordan) maar net zo goed op een bedrijf (Nike), dat met haar verzameling excentrieke doch sympathieke lui eveneens het onmogelijke lijkt te realiseren – althans zo weet Ben Affleck deze uitwas van een door consumptie aangezwengeld kapitalistisch systeem voor te stellen.

De subtekst is duidelijk: tegenover talent hoort klinkende munt te staan, en er komt geen moment van morele bezinning kijken bij het idee dat een gebruiksvoorwerp zoals een schoen dankzij slimme branding verwordt tot een relikwie dat ook diegenen die het eigenlijk niet kunnen betalen zullen aanschaffen.

Vraag is weliswaar of ‘Air’ dergelijke vragen wel moet stellen. Per slot van rekening regisseerde Affleck een knap stukje vakwerk bij elkaar. De toeschouwer leeft mee met de queeste van het olijke team gevormd door Sonny, Rob, Howard en Phil: stuk voor stuk underdogs, onaangepasten die met hun zogenaamde grote gok – de vissen hebben zij weliswaar op het droge – zichzelf overstijgen. Wat zien we dat graag, toch?

Ja, oprecht wel. En toch: moet cinema altijd maar weer dit soort verhalen vertellen? En behoren bedrijven en bedrijfsleiders als helden neergezet te worden, wetende dat hun productie en dus hun winsten op kinderarbeid en sociale uitbuiting gebaseerd zijn?

3,25*

Albero degli Zoccoli, L' (1978)

Alternatieve titel: The Tree of Wooden Clogs

Nee, ik kan er weinig mee. Zoals velen hier reeds beschreven hebben, gaat 'L'Albero degli Zoccoli' over "een stel boeren die boerenzaken doen", en dat op zich geeft geen aanleiding tot een vorm van intermenselijke dramatiek, laat staan plotontwikkeling van enige soort. Desondanks voel je dat Olmi ook niet de bedoeling heeft om iets in het bijzonder mee te geven, juist vanwege zijn louter registrerende beeldtaal. Schuilt in dat onversneden realisme dan het tedere van de film, het warme hart?

Ik weet het nog zo niet. Met de alledaagse leventje is op zich niets mis, maar het raakt je als kijker gewoon niet. Aangezien Paalhaas' positieve kritiek had ik iets als O Thiasos verwacht (of beter, gehoopt): een film die vanuit het perspectief van kleine mensen tegelijk als historische les én als een universele parabel kan dienen. Bij Olmi leidt het middel 'realisme' echter slechts tot hetzelfde doel: 'realisme'. En juist omdat ik na dik anderhalf uur het gevoel had dat de film verder alleen maar uit hetzelfde vaatje zou tappen, heb ik 'em voor het einde afgezet.

Dat zegt uiteindelijk meer over mezelf dan over de film, laat dat duidelijk zijn. Desondanks wil ik nog even meegeven dat ik het vreemd vind hoe gemakkelijk bepaalde termen bij films als deze binnen druppelen. Een "fotografisch meesterwerk" heb ik immers niet gezien, eerder een documentaire-achtige, naturalistische ode aan het landschap, met een tikkeltje zinderende melancholie...zonder daarvoor meteen als pakweg Bergman of Tarkovsky te gaan voelen.

Ook het zogezegde gebasseerd zijn op Pirandello-verhalen stemde mij aanvankelijk hoopvol, maar dat gevoel werd al snel de kiem ingesmoord met de ontdekking dat deze film eigenlijk nergens over gaat. Pirandello mag zich omdraaien in zijn graf, als zijn wereldliteratuur tot louter "handleiding in het boeren" wordt gedegradeerd.

Verder kan ik eigenlijk niets zeggen over de intrinsieke kwaliteiten van 'L'Albero degli Zoccoli'. Wie houdt van archaïsche cinema met een licht contemplatieve inslag, mag in zijn handen wrijven. Aan alle andere cinefielen des werelds: hoed u!

All the Money in the World (2017)

Sommige films heb je al gezien nog voor je ze gezien hebt. Toch?

Dat Ridley Scott weet hoe een bloedstollende film in elkaar steekt, is oud nieuws. Dat hij een neus heeft voor fascinerende scenario’s ook. Kortom: ‘All the money in the world’ werkt. Je zit in je bioscoopstoeltje, het zweet breekt je uit, je hart bonst in je keel. En toch bewaar je altijd een comfortabele afstand tot de film. Omdat het o zo duidelijk gewoon film blijft. Een prettig uitje. Want: de psychologie is ongevaarlijk, de morele dimensie is zo klaar is als een klontje, de regisseur neemt niet het minste risico.

* mogelijks raar aandoend intermezzo, maar dat vergeven jullie me wel, niet? : hoe anders was de bioscoopervaring een paar maanden terug van ‘Blade Runner 2049’! – een film die liet zien dat een onwaarschijnlijke plot en een overdosis suspense net zo goed een excuus kunnen zijn voor de vraag naar het wezen van de mens - enfin, de kwestie is: wat zoek je in een film. escapisme? ja, dan zit je goed. maar verder blijf je allicht op je honger. *

Niettemin, wat me zal blijven: de sterke portrettering van oliemagnaat John Paul Getty, iemand die zijn geld niet geteld krijgt en die alsnog maar één methode ziet om zich veilig te voelen voor het bankroet: morgen meer hebben dan vandaag, vandaag meer hebben dan gisteren. Dat het geld hem inwendig doet rotten, blijkt de hele film lang. Tot zijn hallucinante laatste scène, waarin hij op ocharme een schilderij het kind aanbidt waar hij weigerde voor te betalen. Zijn bittere eenzaamheid ontbeert nuance maar komt uitstekend uit de verf. Net zoals de goedheid die door door de marginale maffiacontext van Cinquanta heen priemt. Nee, integraal van bordkarton zijn de personages in ‘All the money in the world’ niet. Hoewel het soms niet veel scheelt.

Tot slot: bizarre soundtrack van Daniel Pemberton. Oratoriumachtige epiek, met hier en daar echo’s van Mendelssohns Italiaanse symfonie en Beethovens negende? Enfin, het kan aan mij liggen, maar ik werd er af en toe door uit m’n lood geslagen. Hoewel de auditieve bombarie de wat pompeuze verteltrant eigenlijk perfect onderstreept.

3*

Allied (2016)

Het idee van een kentering, de voorbije jaren: oorlogsfilms de heroïek en romantiek voorbij, de volslagen willekeur en horror blootleggend? ‘Allied’ heeft daar een slagje van weg, doch tegelijk verzet Robert Zemeckis’ zeemzoete sfeerschepping zich tegen de verschrikkingen in de plot. Max neemt gaandeweg zodanig veel onnodige risico’s dat het kader van een wereldbrand waarin honderden, duizenden, miljoenen jonge jongens het leven laten, als een willekeurig spel aandoet. Want is dat niet wat deze film verkondigt: dat het persoonlijke immer zwaarder weegt dan het collectieve? (Dus dat het individu zich niet hoeft te verhouden tot zijn maatschappelijke realiteit?)

Pitts worsteling is op zich weliswaar intrigerend – een man heen en weer geslingerd tussen plicht, verlangen en geloof. Alleen maakt Zemeckis er een zootje van, gek als hij lijkt op Marion Cotillard en haar lipstick, haar kledij, haar vormen, kortom het toneeltje dat zij als vrouwelijk archetype moet zien op te voeren. Vinden de dames in de zaal dat eigenlijk niet weerzinwekkend – hoe een vrouw herleid wordt tot de male gaze? Of is dit een brug te ver? Of is deze morele verontwaardiging alleen maar een schaamlapje voor, jawel...verlangen?

Enfin, ‘Allied’ zuigt je niet in zijn bittere realiteit, omdat de film in een romantisch sfeertje wil blijven baden. Tragisch, ja, aangrijpend tot op zekere hoogte, maar toch ook behoorlijk fake.

2,5* (en gaat iemand Pitt eindelijk eens vertellen dat hij geen andere talen hoeft in te studeren, omdat het per definitie hopeloos is, immer weer?)

American Factory (2019)

Alternatieve titel: 美国工厂

Gaat ‘American Factory’ over een botsing van culturen? Ook. Maar toch vooral over wat er met banen gebeurt als je ze uitbesteedt aan een gewetenloos überkapitalisme: alleen efficiëntie telt, en dat tegen de laagst mogelijke prijs. Jobs geven geen identiteit meer, geen waardigheid, geen verbondenheid. Het is ieder voor zich, het individu tegen iedereen die hem/haar zou kunnen vervangen. Met als gevolg: angstcultuur. Sociale isolatie. Terugplooien op het eigen gelijk. Verharding. Verrechtsing. Enfin, eigenlijk de wet van veel vraag en weinig aanbod, zoals de markten het graag hebben.

Of is dit te kort door de bocht? De documentaire laat namelijk ook zien wat het Chinese antwoord is op het Amerikaanse (en in principe ook Europese) vakbondsverhaal. Met name: identiteitsvorming via de glitter & glamour die het bedrijf kan uitstralen, een zodanige identificatie met de arbeid dat er verder niets meer hoeft te zijn. De mens niet als consument, maar als arbeider, als constructeur van het consumentisme. Een wereld omgekeerd – niet werken om te leven, maar leven om te werken?

Breken Steven Bognar en Julia Reichert daar een lans voor? Uiteraard niet. Maar ze laten wel zien dat ons hedonistisch en dus op consumptie gericht paradigma niet het enige is – het maakt per slot van rekening niet gelukkig, toch? Verder trouwens ontluisterend in welke termen hier over de gouverneur wordt gesproken. Dixit het kapitaal over de politiek, de centen boven de mensen. Walgelijk. En net daarom aan te bevelen, hoewel de documentaire qua tempo behoorlijk loom aandoet…

3*

American Gangster (2007)

Waargebeurd? Haast niet te geloven is het. En toch... Soms zet de werkelijkheid de verbeelding een hak. Zoals hier dus.

Ridley Scott maakt er echter geen dijk van een film van, wel zoiets als een routineklus van een doorwinterd cineast. Uitstekend qua ritme, prima voor wat de cast betreft en meeslepend in termen van narratief discours: er lijkt nauwelijks iets aan 'American Gangster' te verbeteren.

Of toch? Ja hoor, de personages blijven een beetje in het archetype steken, en het is maar al te duidelijk dat Scott de toeschouwer om de vinger windt door een semi-sympathieke bandiet (althans eentje met een eigen definitie van rechtvaardigheid) en een behoorlijk onaangepaste good cop op te voeren. Het zijn zonder twijfel geijkte trucs binnen het genre, en het levert genietbare cinema op. Maar legendarisch? Nee, dank u.

3,25*

American Made (2017)

Amerikaanse makelij? Juist ja, dat is er aan te zien. ‘American made’ is een typisch plotgedreven film, waarin psychologie en cinematografie ondergeschikt zijn aan spanning, en waarbij die verschillende elementen totaal geen dialoog met elkaar aangaan. Het scenario blijft kortom vlak, hoewel er voldoende objectief-biografisch materiaal voor handen is om geboeid te blijven kijken.

Ontluisterend is bijvoorbeeld dat Barry Seal nooit als gangster werd ingerekend. Om na verloop van tijd weliswaar even straffeloos ten onder te gaan – niet gestorven voor z’n vaderland, wel gedood van zodra dat vaderland hem niet meer kon gebruiken en dus geen hand meer boven zijn hoofd hield. Huiveringwekkend is trouwens de spiraal waarin Seal willens nillens terecht komt: hij wordt min of meer ingelijfd bij de CIA, om vervolgens buiten de wet om allerlei handeltjes op te zetten. Maar welke rechten heeft hij nog? Kan hij nog “nee” zeggen tegen opdrachten, of is hij tegelijk een slaaf van het Noorden en van het Zuiden geworden? Zijn onvermogen om de sloten geld die hij verdient keurig onder te brengen, is trouwens exemplarisch voor zijn neergang: Seal wentelt zich in zijn uiterlijk vertoon, hij kan niet nadenken over wat zal volgen, keuzes worden voor hem gemaakt, ... – en is dat niet precies hoe alle betrokken partijen het graag hebben?

Leven en geleefd worden, dus. Van je bestaan schijnbaar een financiële droom maken, maar tegelijk van al je vrijheid en je initiële onschuld beroofd worden: het is een tragedie. Bij uitstek "american made", want in welk Europees land zou het verdorie ooit zo ver kunnen komen?

3*

Amour Fou (2014)

Een openbaring. Als 'Birdman' er niet was geweest, dan zou 'Amour Fou' voor mij de grote revelatie van het Filmfestival Gent geweest zijn. Ik ken Jessica Hausner (nog) niet, maar de ijzersterke cinematografie waar ze hier mee op de proppen komt, doet mij intens verlangen naar meer. De monotonie van de vroeg 19e-eeuwse salons, het dilettantisme waarmee men zich aan de kunsten overgaf (en hoezeer kunst een fait divers was, verstrooiing voor men het over de echt belangrijke zaken kon hebben, over de schandalige vrijheid van burgers en boeren, over belastingen die de adel niet betalen wil), een hond die kijkt en staart, een dochter die kijkt en staart, mensen die leven maar zichzelf geestelijk al dood hebben gemaakt...een klimaat waarin een dichter walging ontwikkelt voor wat hem omringt, voor een leven dat niet langer dragelijk is omdat het zo schijnheilig geleefd wordt, althans door velen. Die observerende camera vond ik ijzersterk en deed mij qua intensiteit soms aan Ulrich Seidl denken. Een weinig flatterende vergelijking, akkoord, maar laat ons zeggen dat Hausner dan Seidls esthetisch-positieve tegenpool is.

Negatief? Qua vertolking was Christian Friedel als Heinrich von Kleist te weinig charismatisch. Zijn jeugdig torment ligt er te dik op - von Kleist moet veel "volwassener" zijn geweest. Ook ademt de film niet integraal de authenticiteit van de 19e eeuw, vermoedelijk door zijn kleinschaligheid. Wel fantastisch is Hausners keuze om zaken dicht bij de lens of er ver van af te laten vervagen, waardoor er zeer geconcentreerde beelden ontstaan. Beelden die mij voortdurend aan schilderijen deden denken. Schilderijen uit het begin van de 19e eeuw. Doeken waarop salons staan afgebeeld. Soirees waarop iedereen de dood ontkent, maar waarover het doek van de dood al gevallen lijkt. Zoiets. Enfin, tot Heinrich von Kleist de kamer binnenwandelde. Een man die als de dood was, als de dood was voor het leven.

Etc.

Ik herhaal: een ontdekking.

3,5*

Amy (2015)

‘Amy’.

Ocharme, Amy.

Nochtans ben ik geen fan.

Nee. Fout. Correctie: nochtans was ik geen fan.

Asif Kapadia laat schitterend de neerwaartse spiraal zien waarin Amy Winehouse terecht kwam – een leven waarin krachten werkzaam waren die herkenbaar zijn. Opgroeien zonder vader, onweerstaanbaar aangetrokken worden tot iemand die niet goed voor je is, een relatie uitbouwen op basis van een seksuele spanning veel meer dan een geestelijke verwantschap, … Hoeveel mensen lopen er niet rond die daar mee van kunnen getuigen?

Winehouse was een gewoon meisje, iemand die uit de Britse achterbuurten omhoog klauterde richting de hoogste regionen, het immense kapitaal, maar ook: het einde van de anonimiteit – haar einde. Ze klom en klom en klom zonder haar afkomst ooit te verraden. Te oprecht voor de muziekindustrie, te kwetsbaar voor paparazzi, te zwak om “nee” te zeggen. “Nee” tegen de man die haar ondergang inluidde. “Nee” tegen haar vader, die ze als kind verloor en die ze met haar roem terug voor zich won. Ze aanbad de grond onder zijn voeten, ze wilde – meer dan welke aardse rijkdom ook – zijn liefde. Een liefde die ze in klinkende munt moest betalen, met concerten die ze niet wou doen, met een leven dat ze niet wou leiden, met een lijden dat niemand ooit zou willen lijden. Haar fragiele psychisch evenwicht, haar neiging tot depressie, haar gemaskeerde boulimie: na afloop is het allemaal glashelder. Maar terwijl ze er nog was, vonden we het nodig haar te plagen. Zoals het moment waarop haar partner haar in een rehab-kliniek vraagt haar bekendste nummer te herformuleren. Huiveringwekkend.

Tot Winehouse er zelf de stekker uittrekt. Ze weigert te doen wat ze doet. Ze stopt met zingen. Het is verpletterend – ja, ik heb gehuild. Is wat ze doet niet ongelofelijk moedig? Ze neemt haar masker af voor het oog van de verzamelde menigte, waarna ze een fluitconcert over zich heen krijgt. Wat we dan in haar ogen lezen, is het besef dat het eigenlijk niet om haar draait. Het is de hele massa te doen om de hype, de mythe die ze geworden is, de ster waarachter niemand nog de mens wil zien. Haar zwijgen is een ijzingwekkende schreeuw, een vraag om mededogen. In volslagen stilte slaakt ze een kreet, hoor je ‘t? “Help!”, klinkt het. Uit de mond van iemand die helemaal geen hulp wou aanvaarden, die de dingen op haar eentje wou doen, trots als ze was.

Ik heb nog een keer gehuild. Toen haar frêle gestalte op een draagberrie bedekt met doeken in een ambulance werd gedragen. Moederziel alleen gestorven – zich dood gezopen, nog op het einde smekend om alles terug te draaien, terug haar authentieke zelf te mogen zijn, onzichtbaar voor fotografen en riooljournalisten, kortom: ons kijkend oog. Dat is inderdaad het oxymoron van deze documentaire, want ‘Amy’ was slechts mogelijk omdat haar hele carrière vanaf de eerste stappen nauwgezet bijgehouden werd.

Net omdat alles werd vastgelegd, werd ze een icoon en kennen we haar.

Net omdat alles werd vastgelegd, is ze niet meer.

Toch is Kapadia’s film een oprecht eerbetoon, waarin subtiel en toch duidelijk stelling wordt genomen. Tegen diegenen die centen zagen, daar waar ze eigenlijk een weerloos meisje voor zich hadden. Weerloos en verdwaald op de wegen van de wereld.

Moge Amy rusten in vrede.

4*

Anatomie d'une Chute (2023)

Alternatieve titel: Anatomy of a Fall

Wat is waarheid? ‘Anatomie d'une chute’ laat op behendige wijze zien dat waarheid er binnen de juridische sfeer nauwelijks toe doet. Het gaat om het verhaal, om wat aannemelijk is en wat niet, om het weven van een specifiek narratief rondom schuld of onschuld. Het spel van de advocatuur staat mijlenver van de realiteit, die ruw, wrang, pijnlijk kan zijn. In Sandra’s geval wordt waarheid in de uitverkoop geplaatst, en komt ze ten goede aan de beste redenaar (en niet de hoogste bieder) – althans zo lijkt het.

Bestaat de waarheid? In feite komt de toeschouwer de ware toedracht der feiten nooit te weten. Justine Triet duwt de kijkervaring weliswaar in een bepaalde richting, maar op integrale opheldering stuurt ze nooit aan. Slim gezien is dat de romance tussen meester Renzi en Sandra die laatste als schijnbaar onbetrouwbaar opvoert: heeft ze stiekem toch iets bekokstooft, als ze het nu al aanlegt met haar advocaat? Nochtans laat Triet simpelweg zien hoe natuurlijk een eventuele verhouding zou kunnen zijn, in het licht van hoe nauw de twee elkaar in functie van de rechtszaak naderen…

Wie bepaalt wat waarheid is? Er is alleszins geen betrouwbare, objectieve verteller. Triets nerveuze, schichtige cameravoering, die soms misselijkmakend dicht op de huid kruipt, onderstreept de subjectiviteit van al wat het publiek mag of moet voelen: op basis van getuigenissen ontstaat hooguit een plausibel verleden, dat door afwezigheid van het slachtoffer nimmer aan de werkelijkheid kan getoetst worden. Het verleden neemt geen keer, en het heden voltrekt zich sens unique.

Kan er waarheid zijn? Of is de realiteit altijd een kluwen van motieven, een web waarin mensen hun belangen afgemeten zien ten opzichte van anderen (met alle interpretaties die daar bij horen)? Misschien is de werkelijkheid zelfs een caleidoscoop waarbinnen wat iemand ziet sterk afhangt van diens plaats, waardoor alle waarheid steeds ‘iemands waarheid’ wordt, en dus onbruikbaar om algemene uitspraken te doen. Niets zo fenomenologisch als het fenomeen waarheid… Maar kan er dan nog recht gesproken worden? En zo ja: door wie?

Is waarheid maakbaar? In het verlengde van bovenstaande: aan de omgeving om een waarheid voor waar aan te zien, om een realiteit te aanvaarden, om een verhaal voor echt te laten doorgaan. De tragiek van Daniel is dat hij een keuze moet maken. Die keuze werkt weliswaar bevrijdend, maar is allicht ook definiërend voor de uitkomst van het proces, dat op die manier een wel erg gekleurde afwikkeling krijgt. Is dit rechtspraak comme il faut? Is wat waarheid zal blijken, tot waarheid gekneed?

Spreekt rechtspraak zich uit over waarheid? Misschien eerder over plausibiliteit, en niet realiteit. Na de uitspraak moet Sandra met de brokstukken van haar vorige leven verder. Ze is zodanig door de mangel gedraaid, dat haar leven nooit meer hetzelfde kan zijn. En wat blijft nog over van haar man, nadat hij haar postuum als het ware van moord heeft beticht? Vanzelfsprekend voelt ze geen verlossing, maar vooral leegte. Een vacuüm dat ze met het materiaal van de dagen – een kind, een hond, een huis, reminiscenties naar vroeger – zal moeten zien op te vullen.

Doortastend en indringend stelt Justine Triet met ‘Anatomie d'une chute’ pertinente vragen over de rechtspraktijk, in wat een zowel visueel als inhoudelijk ongemakkelijke en toch ongewoon aangrijpende film is. Over hoe intermenselijke botsingen tot fatale misverstanden kunnen leiden, en intermenselijke misverstanden tot fatale botsingen. En wat dies meer...

3,5*

Angels & Demons (2009)

Alternatieve titel: Het Bernini Mysterie

Van Dan Browns twee grote succes-romans was 'Het Bernini Mysterie' duidelijk de beste, vanwege een veel hoger actie- en sensatiegehalte, een tot de verbeelding sprekende setting en een min of meer interessante driehoeksverhouding tussen religie - wetenschap en fundamentalisme. Niet toevallig zijn het dezelfde elementen die van 'Angels & Demons' duidelijk een betere film maken dan zijn voorganger, hoewel Hanks nog steeds staat te acteren als een struisvogel en Ayelet Zurer - net als Audrey Tatou overigens - niet meer te doen heeft dan alleen maar wat mooi wezen. Niet getreurd echter, want kosten noch moeite zijn gespaard om van Howards nieuwste een up-to-date thriller te maken.

Het grote pluspunt voor mij is namelijk de vaart waarmee de plot zich ontwikkelt. Als ik het goed heb zit het boek al meer dan 2 jaar ver in mijn geheugen, en ik had bijgevolg het raden naar hoe de vork precies aan de steel zat. Uiteraard beschikte ik wel nog over de kennis van wie precies goed en wie precies slecht was, maar zelfs dan blijft het puzzelen. Bewonderenswaardig is dat Howard het verhaal naar Hollywood-normen heeft omgebogen (zo stelde ik achteraf vast), en de plot zodanig heeft veranderd dat je een lichtjes gewijzigde kijk op het verhaal krijgt, die het zelfs voor de lezers nog spannend kan houden.

Natuurlijk moet je 'Angels & Demons' niet gaan zien met het oog op emotionele betrokkenheid of cultuurhistorische weetjes. Wat je wel krijgt, naast de soms nogal oudbollige manier van filmen (Ron Howard is immers nog steeds geen Tony Scott), is een gratis trip doorheen Rome, en vooral een "exclusieve" rondleiding binnen de muren van het Vaticaan. Wie met andere woorden met weinig verwachtingen aan de film begint en zijn ogen goed de kost geeft, zal zich na twee uur fris entertainment zijn toegangsticket vast niet beklagen...

3*

Anklaget (2005)

Alternatieve titel: Accused

Het gebeurt zelden dat je een film een ambigu karakter kunt aanmeten, maar voor ‘Anklaget’ is dat zeker wel het geval. De 2 (morele) standpunten waaruit je de film kunt bekijken blijven tot de ontknoping even waarschijnlijk, het gevoel dat je er uiteindelijk aan overhoudt verschilt van persoon tot persoon.

Wat de meesten wellicht zullen denken is dat Hendrik onschuldig is, beweert mijn broer. Zijn leven is een puinhoop na wat zijn dochter hem heeft aangedaan, hij kan niet meer functioneren binnen het hokje waar men hem in plaatst en wordt bijgevolg wantrouwig jegens iedereen die hij kent. Hij kan zijn dochter niet weerzien, maar waarom? Kan hij haar echt niet vergeven? Of voelt hij angst voor een nog grotere sociale isolatie bij een gezinshereniging? De bekentenis is dan een mokerslag, een ommekeer die al het voorgaande in een ander daglicht plaatst. ‘Anklaget’ is een potentieel meesterwerk, of doet voor anderen te geforceerd aan.
Waar ik echter meteen van uit ging was Hendriks vasstaande schuld. Stine bekent de feiten en Hendrik voelt dat het zo moest lopen. Hij heeft het moeilijk met het feit dat zijn vrouw het niet ziet, dat de rechercheur nog een verklaring lijkt nodig te hebben (terwijl hij hem toch al heeft veroordeeld), dat zijn advocaat er zelfs niet naar vraagt. En vooral, dat de omgeving zijn dochter klem zet ter verdediging van hem. De scène dat hij haar kan volgen op de monitor is dan ook de absolute climax: juist tijdens het “verraad” van de vader voelen vader en kind beiden dat ze dit alleen aan elkaar kunnen opbiechten, maar niet tegenover derden. De vrijspraak bemoeilijkt het alleen nog maar voor Hendrik: hoe wordt verplicht te leren leven met zijn onschuld en lijkt er stilaan zelf(s) in te gaan geloven, maar anderzijds voelt hij de verachting van de maatschappij voor zijn daad. In de wetenschap dat hij de wet achter zich heeft verliest hij het noorden en gaat hij de dialoog aan met de aanklager; hij wordt overspoeld door paranoia tegenover iedereen die écht in zijn onschuld lijkt te geloven – deze mensen doen hem immers aan zichzelf denken(?). Het vervolg is duidelijk: hoe beseft dat hij zijn daad onder ogen moet zien, maar daar zijn dochter hem nog steeds niet vergeeft is hij niet meer in staat iets te doen.
(In die zin heb ik ‘Anklaget’ bekeken zoals de meesten de film zullen herbekijken. Erg is dat niet, het is alleen spijtig dat ik nooit de “ommekeer” zal kunnen ervaren ...)

Tot zover de psychologische "ontleding", nu over tot de evaluatie: ‘Anklaget’ is een uitstekende film. Regisseur Jacob Thuesen brengt het verhaal echt nààr de kijker, via een beeldende stijl die puur registreert en nergens oordeelt. De film blijft tot het eind (waarin sommige scènes iets te lang uitgesponnen worden) boeiend, ondanks de weinige verhaaltechnische “gebeurtenissen”. Het slot had misschien krachtiger gekund (ik dacht aan iets à la ‘Lilja 4-Ever’), maar had zo zijn voeling met de werkelijkheid kunnen verliezen – wat de keuze van de regisseur dus verklaart...
In plaats van een niet te doorgronden arthouse-filmpje is ‘Anklaget’ een sterk psychologisch portret (of sociale studie) over psychologische aftakeling geworden... Zo is de Europese cinema weer een intense film rijker, en de Deense cinema een klinkende naam! Chapeau.
3,5*

Annie Hall (1977)

Te verschillend? Hij als patriarchaal neuroot ongeschikt om haar verlangens te (h)erkennen, zij te romantisch om het compromis dat het leven binnen een relatie is te kunnen sluiten. Gedoemd tot elkaar, en toch non-compatibel met de andere keuzes die ze maken, willen maken, denken te moeten maken. Op welke plaats plaatsen ze elkaar? Te laat hij haar op het hoogste schavot. En dus: verloren…?
Met vintage Woody Allen-dialogen en de obligate anarchistisch-speelse humor: erg van genoten!
3,5*

Annihilation (2018)

Even terug naar de thrillerachtige scifi met horrorallures uit de kindertijd: toen openbaarde de ware verschrikking zich nog als een schuimbekkend wezen dat verdacht veel leek op enkele plaatjes van het grote dierenboek waaruit grootmoeder altijd voorlas. Niet?
Later dan – en even terug naar de thrillerachtige scifi met horrorallures van zo’n decennium geleden: de verschrikking was niet langer tastbaar, het werd een mystieke kracht, een duister beginsel waarvan we alleen de manifestatie konden zien – en net omdat het geen fysieke verschijningsvorm had, werd het des te enger.
Hier en nu dan – even naar de thrillerachtige scifi met horrorallures van vandaag: de ware verschrikking is dat de aliens al onder ons zijn, zonder dat we er erg in hebben. ‘Ex machina’, iemand? Of – potjandorie, van dezelfde regisseur dan nog! – ‘Annihilation’? ‘Fear what’s inside’, leest de tagline van de film. Juist ja. Inside “the shimmer”, maar ook: “inside” onze soort – ik herhaal: zonder dat we er weet van hebben, verdorie!

Is “het buitenaardse” goed of kwaad in deze film? Eerst lijkt het geen echte intentie te hebben: het transformeert, het maakt onmogelijke combinaties mogelijk, het genereert een tussensoort, een potentie van (re)incarnatie waarvoor men niet eens hoeft te sterven – wie hij proces van eenwording met de natuurlijke elementen aanvaardt, wordt vanzelfsprekend opgenomen in de kosmische eenheid van fauna en flora – de mens wordt moleculair één met planten zowel als dieren – de mens als verzameling deeltjes, het buitenaardse als nieuw ordenend principe van het organische DNA, wat ook de oorsprong ervan (dier? plant? mens?) zij. Daarna lijkt het goede intenties te hebben: Kane wordt gek maar leeft door als kloon die op zoek gaat naar Lena, als vervulling van Kane’s laatste wens. Wanneer Lena ten slotte woordeloos van haar mutant vraagt om “the shimmer” te vernietigen en te laten oplossen, lijkt het wezen dat ook te doen door brand te stichten in het epicentrum van “the lighthouse” – nog zo’n metaforisch beeld. Echter: origineel en kopie hebben zich dan al omgewisseld. De gemuteerde versie treedt toe tot het mensdom, maar in een laatste akte van luciditeit kan de stervende (échte) Lena de kracht van de zone vernietigen. Niettemin vinden de twee aliens (met bewegend oogwit) elkaar – het lijkt ten slotte dus toch om een "iets" met slechte intenties te gaan – nou, is dit het begin van het einde van de mensheid?

En de kritiek? O ja: prikkelend scenariootje, maar avontuurlijke sciencefiction op maat gemaakt van een kwintet vrouwen, het loopt eerlijk gezegd enigszins stroef. Dat ligt niet aan de vrouwen, wel aan wat Hollywood van die vrouwen maakt. Er is immers melodrama, er is sentiment, er is een al te evidente voorgeschiedenis die het handelen tot op zekere hoogte moet verklaren – enfin, alles wat je niet wil van de betere sf. Als geheel dus niet onaardig, maar er had meer in gezeten.

2,5*

Anora (2024)

Een wel erg atypische mix tussen tragedie en komedie, deze ‘Anora’. Sean Baker brengt het hele relaas in beeld zoals Ivan het leven ervaart: als een langgerekt feest, waar pas een einde aan komt als pa en ma de rekening komen vereffenen – oeps!

Het narratief komt neer op een klassieke tweestrijd tussen David en Goliath, waarbij het grote kapitaal een eigen werkelijkheid creëert waar de modale mens geen verweer tegen kent. Toch heeft Ani al verloren nog voor ze ontdekt dat niemand met haar wensen rekening zal houden: het feit dat ze gelooft in het fata morgana van Ivans puberale en geseksualiseerde voorstelling van liefde, is typerend voor haar sociale positie. Haar wensdroom van een beter leven is haar achilleshiel, een tere en zere plek waarvan ze zich aan het slot ineens bewust lijkt te worden.

Ani probeert finaal via haar oude gewoonten (met de erotische taal van haar lichaam) uitdrukking te geven aan zoiets oorspronkelijk als genegenheid, maar dat authentieke gevoel is ze in de loop van haar nog prille leven al kwijtgeraakt. Met haar lijf kan ze geen toewijding meer uitdrukken, al helemaal niet omdat Ivan haar het meest fragiele menselijke bezit afhandig heeft gemaakt: het geloof in onvoorwaardelijkheid, in puurheid, in iemand die voorbij sociale structuren en morele bezwaren heen kijkt om lief te hebben.

Ani’s uiteindelijke tranen zijn niet alleen de waterlanders van een uit elkaar gespatte zeepbel, een gehuil om onherroepelijk verlies, niet alleen gesnik omdat het bestaan zo oneerlijk is, maar ook en misschien nog het meest van alles: gejammer dat uitdrukt dat haar niets meer rest, dat zij nergens meer voor te leven heeft…al kunnen de armen van Igor, die Ani wel ziet zoals zij is, daar misschien verandering in brengen. Ondanks de alomtegenwoordige ellende: een hoopvolle noot?

En dan…Ivan, zeg maar De Verschrikkelijke: een verwende snotaap die nimmer tot de volwassenheid is doorgedrongen, omdat hij nooit rekenschap hoefde af te leggen voor zijn daden. Het zijn paradoxaal genoeg zijn furieuze ouders die verantwoordelijk zijn voor de gewetenloze nietsnut die hij geworden is, en willens nillens houden ze zijn amorele en infantiele attitude in stand. Ook hij is slachtoffer, want product van een jetset die opvoeding uitbesteedt, en door uit te blinken in afwezigheid geen idee heeft van hoe veilige hechting er precies zou moeten of kunnen uitzien. Tegelijk is hij uiteraard dader, het verlengstuk van een ongelimiteerd kapitalisme dat de begrippen goed en kwaad niet kent, kortom een wezen waar niets menselijks van te verwachten valt.

Met de glimlach portretteert Baker hoe Anora en Ivan, elk aan het andere uiteinde van het maatschappelijke spectrum, ten val komen. En aan het slot? Er blijkt niets veranderd, wat de dramatische teneur extra onderstreept. Mooi is dat de regie dit allemaal vanuit een quasi lichtvoetige, soms gênant hilarische en toch authentiek aangrijpende toon laat zien en voelen. Misschien geen verdiende Oscarwinnaar – ‘Anora’ als speciale hybride die nou ook weer niet overrompelt – doch een eigenzinnige en absoluut kijkenswaardige film.

3,25*

Apollo 10 1/2: A Space Age Childhood (2022)

You know how memory works. Even if he was asleep, he'll still think he saw it all.

Een geweldig portret van een vervlogen tijdperk, deze 'Apollo 10½: A Space Age Childhood'. Eind jaren '60 als uniek moment in de geschiedenis, toen alles mogelijk leek, alles nieuw was, technologie waarlijk grenzen verlegde. Linklater laat evenwel zien dat de wereld ook toen al in brand stond – ecologische rampspoed werd afgekondigd, een bloederige oorlog was gaande, ongelijkheid en racisme woekerden als nimmer tevoren – doch volwassenen leefden in een zorgeloze welvaart en de jeugd groeide op met een haast onvoorstelbaar positivisme. Alles was mogelijk – zelfs een eigen maanlanding simuleren op basis van de eigen verbeelding.

Schitterend hoe Linklater via de fantasie een ode brengt aan de klassiekers waarmee hij is grootgebracht, de fictie van het kleinste schermpje in de woonkamer waarbij hij de mosterd haalde voor zijn latere carrière... Ontwapenend, intrigerend doch bovenal hilarisch: een meeslepende en hartverwarmende trip doorheen een kantelmoment in de menselijke geschiedenis, bezien vanuit een – nou ja – wel erg ‘atypisch’ standpunt. Leve de blik van het kind, dat zien kan wat zovelen dikwijls ontgaat!

3,75*

Ardennen, D' (2015)

Alternatieve titel: The Ardennes

Hoe maak je je los van je verleden?

Je gaat in een carwash werken – van een zichzelf reinigende metafoor gesproken! Je lijmt een ander leven aan elkaar met de brokstukken die van je verleden overblijven. Je hebt alles kapot gemaakt, je hebt bijna niemand meer. Dus doe je verder met wie is blijven haperen. Je begint opnieuw, met oude bekenden.

En…het lijkt te lukken. Je wordt verliefd, je durft zelfs voorzichtig te dromen. Dromen van saaiheid. Van een 9 to 5, van de potten op het vuur, van ’s avonds gewoon voor de tv zitten, in afwachting van een dag die in alles op de vorige lijkt. Dromen van geen zorgen aan je kop. Dromen van rondkomen. Dromen van het soort milieu waarvoor kansarme hooguit een woord is uit het journaal.

Dat alles is je echter niet gegund. Een schim uit je verleden achtervolgt je. Uit noodzaak deel je met die schim tafel en auto en familie en…alles. Die schim manipuleert je, stelt je voor oneigenlijke dilemma’s, maakt aanspraak op onvoorwaardelijk broederschap, op een eed van stilzwijgen waarvan je nooit hebt gevraagd dat hij die zou afleggen. Je wordt klem gereden, op alle mogelijke manieren. Je leven houdt op – elke stap waarmee je een toekomst ontgon die de herinnering aan het verleden wegvaagde, is voor niets geweest.

Je hebt te weinig kansen gekregen, de oude zotheid begint terug van voren af aan. Met de ultieme gelofte van “hierna nooit meer” laat je je voor het laatst chanteren. Het is je fatale vergissing. Geen toekomst meer. Je hebt alles verloren dat je te verliezen had. Ergens in een spookachtig landschap dat D’Ardennen wordt genoemd. Het zouden de Ardennen kunnen zijn, maar eigenlijk gaat het om een mentale plek. Een apocalyptisch weg-van-de-wereld, als ideale setting voor de vereffening met het immer aanwezige vroeger.


Nee, dit soort donkerheid, dit soort beklemming, dit soort mokerslag verwacht je niet van een debutant. Regisseur Robin Pront heeft zich echter meteen goed laten omringen. Met een uitstekende cast, vrij van kapsones. Met een cameraman die weet wat intensiteit is. Met een muzikant die het geluid kent dat gekooide dieren door de oren raast. Met een perfecte ploeg eigenlijk, een team dat de Belgische standaarden veruit overstijgt. Wat ‘Rundskop’ niet was, is ‘D'Ardennen’ wel: authentieke, verbijsterend krachtige cinema met een eigenzinnige signatuur. Misschien is de film iets te plotgedreven, maar dat heb je met thrillers. Kortom, vergeet dit snuifje kritiek. Voor Pront ligt de weg naar een internationale carrière open – punt andere lijn.

En ondertussen, terwijl deze gedachten zich voltrekken, op de aftiteling…: “I love you…boenk boenk boenk…until you’re dead.”
Ja, lap.

3,5*

Arrival (2016)

Denis Villeneuve.
Ah, geef die man een Oscar.
Of nee, beter nog: carte blache.
Alstublieft.
Dankuwel.

De idee van taal als ultiem instrument tot verstandhouding.
De idee van taal als middel om te begrijpen en dus om onder meer tijd anders te gaan ervaren.
De idee van confrontatie met het vreemde als katalysator voor verbinding.
De idee van het onbegrijpelijke/het andere/het onbekende omarmen als verrijking voor het gekende.
De idee van tijd uit zijn lineaire hengsels gelicht – wat als alles altijd hier en nu zou zijn? Verandert het iets, of blijven we mensen – hier en nu, altijd?

De spanning is te snijden, cinematografie en opbouw zijn weergaloos, de plot heeft sentimentele franjes maar dat lost zichzelf uiteindelijk schitterend op in een filosofisch discours.

Een film over tijd & taal & mens zijn.
(Mijn taal houdt er bij op, mijn mens zijn laaft zich eraan, mijn tijd rekt zich uit van eindig heden naar oneindig eeuwig.)

Enzovoort.
Om maar te zeggen: warm aanbevolen!

3,75*

Assassin's Creed (2016)

Vingerknip-vingerknip.

Halloooo?

Wakker worden!

Wist je dat...genen géén geheugen hebben?

Leerstof uit de middelbare school.

Alleen wie ondertussen zat te gamen, zal dat ontgaan zijn.

Idiote premisse om een film op te bouwen dus. Een film die het bovendien louter van zijn spektakel moet hebben. Het belabberde script, het oninteressante scenario en de oppervlakkige psychologie kunnen in ieder geval geen boeiende ervaring garanderen.

Vermoeiend, onzinnig, pompeus, immoreel gewelddadig...wat heb je meer nodig om 'Assassin's Creed' hoogst teleurstellend te noemen?

2*

Asteroid City (2023)

Het existentiële via het absurde: Wes Anderson karakteriseert de mens vanuit een hilarisch rariteitenkabinet, cinematografisch speels en erg knap neergezet, op unieke wijze het filmmedium brechtiaans benaderend als toneel, waarbij hij uitnodigt voorbij de vormtaal te kijken, naar de abstracties voorbij het anekdotische exemplaar.

Klinkt dat zwaar op de hand? Nou, dan doet het ‘Asteroid City’ oneer aan, want bovenal wil deze film licht en stoeierig zijn, zij het dat Anderson net vanuit die dartele, geanimeerde optiek een wezenlijk portret maakt van wat het betekent om mens te zijn.

Klinkt dat wederom zwaar op de hand? Dan alleen omdat Andersons films echt ergens over gaan, hoezeer hun kolderieke insteek dat ook lijkt tegen te spreken!

Afijn, om dan maar een open deur in te trappen: genieten, van begin tot eind.

3,5*

At Eternity's Gate (2018)

Geen biografie.

Wel een portret.

Een portret dat het meest wezenlijke over Vincent Van Gogh probeert te capteren – met name: een zoeken.

Zijn leven lang herhaalde de kunstenaar geen geconstrueerde visie op de werkelijkheid, wel bleef zijn kunst een streven naar een afbeelding van het transcendente voorbij de alledaagse verschijning der dingen.

- zonnestralen op doek, verf slechts een Ersatz -

Een poging, anders gezegd, om het goddelijke via het schone af te beelden. Een portret van de eeuwigheid, de vergankelijkheid van de materie voorbij, de vergankelijkheid van stijlen en smaken en tendensen voorbij. De tijd voorbij.

De toekomst mocht oogsten wat Van Gogh aan pracht heeft gezaaid. Want ja, ook vandaag oogt ’s mans oeuvre modern. Over tijdloze kunst gesproken…

Is ‘At Eternity’s Gate’ een perfect portret? Nee, portretten zijn interpretaties en een interpretatie hoeft in principe niet absoluut te zijn. Schnabels keuze voor weinig informatie en nauwelijks handeling is verdedigbaar. Net de schaarse dialogen lichten Van Goghs ziel op, zijn schuwheid, zijn onvermogen zich te conformeren aan zijn tijdgenoten, en de indruk van waanzin die daaruit voortsproot. Wat dat betreft gaat het scenario even kernachtig te werk als Van Goghs penseel – wars van ballast.

Cinematografisch valt Julian Schnabel op den duur helaas in herhaling. Zijn de handheld camerabeelden een geslaagde vertaling van Van Goghs koortsige driftmatigheid? En vormen de kleurenfilters een waarachtige transpositie van de overgeleverde werken? Daarover valt een duchtig woordje te discussiëren, al moet gezegd dat alleen al de artistieke moed om Van Goghs taal in bewegend beeld om te zetten, lof verdient. Ook voor de muziek van Tatiana Lisovskaya geldt wat mij betreft dat het eigengereide karakter passend aandoet, maar op den duur lijkt het een beetje eenheidsworst te gaan worden…

Lang verhaal kort: een verdienstelijke film, maar tegelijk een gemiste kans om de toeschouwer nog intenser te beroeren?

3,25*

Atomic Blonde (2017)

Meestal zijn het acteurs of actrices die de hoofdrol vertolken in een film. Een zeldzame keer gaat een acteur of actrice echter in rook op achter diens eigen lichamelijke verschijning. Neem bijvoorbeeld Charlize Theron in ‘Atomic Blonde’. Regisseur David Leitch gaat zodanig op in de vormen van haar lijf, dat voor een eigenlijke rol opnemen quasi geen schermtijd overblijft. Tjah...prioriteiten, zeker?

Juist, Therons psyche is gewoonweg verworden tot een bordkartonnen opvulsel voor haar borsten, bekken en benen. Die staan immers in het centrum van de belangstelling. O ja, spreken moet ze af en toe dan toch doen, wat dan weer een gelegenheid is om haar lippen, haar decolleté of haar BMI van welgeteld 19 (een schatting hoor, ik weet van niets!) onder ongewoon loszittende kleren te laten zien.

Enfin. Een vrouwelijke held? Nou, nee. De vrouw als lustobject – meer dan ooit. Zonde dat Theron, die een rolmodel zou kunnen zijn voor talloze tienermeisjes, maar al te graag in de huid van de begeerlijke sloerie kruipt. Emancipatie verkeerd begrepen, kan je wel zeggen.

Verder is het zogezegd intrigerende verhaal niet eens zo moeilijk te ontrafelen. De actiescènes zijn bovendien grotesk, de psychologie vlak, de dialogen zo typisch als maar zijn kan en het vlees…juist ja, bloter dan bloot. Voor de een bloot genoeg, voor een ander te bloot – wie zal het zeggen?

2*

Australia (2008)

Alternatieve titel: Faraway Downs

Ondanks de matige recensies in de pers alhier was ik wel benieuwd naar ‘Australia’. Vooral de overweldigende landschappen en de sex-appeal van Hugh Jackman werden de hemel in geprezen, en waar komt dat beter tot zijn recht dan in de bioscoop? De twee overige koppels in een verder totaal verlaten zaal zullen het misschien geweten hebben, maar ik in ieder geval niet.

Noch de natuur, noch de erotiek gelden hier immers als grote troeven. Baz Luhrmann heeft vooral een avonturenfilm willen maken, en slaagt daar in – zonder overweldigende beeldenpracht of ontroerende lichamelijkheid. “Een aangrijpende geschiedenis van een continent” is ‘Australia’ bijgevolg niet geworden, al had het dat – volgens de lange speelduur – best wel mogen zijn. Voor Luhrmann zijn de historische feiten slechts een opstapje om een eigen verhaal te vertellen, uiteraard in zijn eigen stijl.

Het begon me, na een goed uur film, namelijk vaag te dagen dat dit wel de regisseur van ‘Moulin Rouge’ moest zijn. In het kleine wereldje van ‘Australia’ steekt het immers niet zo nauw met fysische wetmatigheden (prachtig is de scène waarbij vanop het bal wordt uitgezoomd en de berg van King George in de verte opduikt), en de karakters zijn ofwel goed, ofwel slecht. Mensen die schipperen tussen beide in bestaan niet – ja, ‘Australia’ wordt verteld als een modern sprookje, of spreekt men in vakliteratuur over 'magisch realisme'?

Dat gegeven op zich vormt geen probleem, zolang klef sentiment achterwege blijft. Luhrmann kan het echter niet laten, en de happy end (die er bovendien van mijlen ver zit aan te komen) wordt smeuïg uitgerekt. De finale (al zijn het er minstens 5) is best aangrijpend, maar zodanig over-the-top dat het ‘Australia’ een half punt kost. Wie echter een avondje wil vol actie en avontuur, en niet zo kieskeurig is op een hapklare plot, moet dit zeker gaan zien.

2,75*

Avenir, L' (2016)

Alternatieve titel: Things to Come

De ene dag heb je alles. De andere dag hou je van dat alles niets meer over.
Omdat mensen veranderen – …en je man er van door gaat met een andere vrouw.
Omdat generaties veranderen – …en je favoriete student een intellectuele moord begaat door zich tegen alles waar jij voor staat te keren.
Omdat je kinderen veranderen - …en je beseft dat diegenen rond de keukentafel eigenlijk bijna vreemden voor je zijn.
Omdat de tijden veranderen - …en ideeëngoed moet gehoorzamen aan de wetten van de vrije markt, punt, andere lijn.
Omdat de dood altijd en overal om de hoek gluurt - …en ineens blijft je achter zonder moeder om je dag en nacht te tiranniseren.

Toch zijn er lichtpunten, bronnen van troost (groot en klein) die alle tegenslagen (groot en klein) in perspectief plaatsen.
Bijvoorbeeld - als een wonder uit een doos: een kat.
Of nog: een boek.
Gras.
Water.
Een hoorcollege waar de aanwezige tieners geen snars van begrijpen.
Een kind dat zich de ziel uit het lijf weent, en jouw aanwezigheid die deze ziel kan louteren.
Die vreemden rond je keukentafel, waar je ondanks hun verraad toch van houdt.
En nee, niet Schumann of Brahms – maar Schubert.

Ach, es entschwindet mit tauigem Flügel
Mir auf den wiegenden Wellen die Zeit;
Morgen entschwinde mit schimmerndem Flügel
Wieder wie gestern und heute die Zeit,
Bis ich auf höherem strahlendem Flügel
Selber entschwinde der wechselnden Zeit.


Ah, ‘L’avenir’ kruipt niet echt onder de huid, maar is wel een getrouwe schets van onze menselijke staat. We vallen, vertwijfelen, verliezen… – …en doen voort.
Altijd.
Toch?

3*

Avida (2006)

Na het absurde ‘Aaltra’ leek het of wij Belgen er met Benoît Delépine en Gustave de Kervern weer twee beloftevolle cinéasten bij hadden. Hun meest recente, ‘Avida’ geheten, gaat echter nog een stuk verder dan zijn sadistische voorganger: anno 2006 worden gehandicapten maar heel even belachelijk gemaakt om wat ze zijn, en vervagen de grenzen van “plot” en dialoog volledig. ‘Avida’ is het soort film dat een revolutionair vlak voor zijn dood maakt, met andere woorden een "eindpunt". Echter, voor beide heren begint hun carrière nu pas, als daar al sprake van kan zijn. Want wie wil zoiets in Godsnaam financieren?

Juist ja, u heeft de film nog niet gezien. U weet dus niet dat elk personage in ‘Avida’ licht of zwaar gestoord is (en vooral het laatste), u hebt niet het minste vermoeden dat in deze wereld gezinnen in kasten leven, opzichters zich verdoven met kalmerende middelen voor dieren, mensen willen sterven op de top van een berg, plastic tuinstoelen gebruikt worden voor een potje ‘petanque’ en intussen de kever er van door gaat met de chips terwijl een onbekend karakter een Afrikaans afscheidslied aanheft. Inderdaad, dit is volgens mij het meest onzinnige “gelul” dat ooit aan elkaar werd gemonteerd, en toch gaat er een bepaalde poëzie van uit.

Poëzie die inherent is aan de beelden, en absoluut niet aan de inhoud – laat dat gezegd zijn. Waar ‘Aaltra’ al bewees dat de cineasten oog hadden voor landschap, wordt dat in het desolate van ‘Avida’ nog duidelijker. En dat is ook de enige reden waarom deze film “dragelijk” is: ondanks het diepe mysterie valt er genoeg om te bekijken en te beoordelen. Alleen leidt dit soort films helemaal nergens heen, en kan men hun “bestaanrecht” (niet dat een film daar nood aan heeft) daartoe in twijfel trekken. Want ook fotografisch hebben we beter gezien, zelfs in eigen land (zie 'Khadak’).

Veel woorden om gewoon te zeggen dat ‘Avida’ van A tot Z nergens over gaat en dodelijk saai wordt, maar af en toe een goeie mop bevat en degelijk gefilmd is. Ik ben benieuwd of er mensen zijn die er wel iets van kunnen maken, bij interesse geven jullie maar een gil.

2*