Even terug in de tijd: ongeveer een halve eeuw geleden was het nog spannend als helden bijna ten onder gingen bij de vervulling van hun queeste. Guy Ritchie rekent definitief af met dat tijdperk: bijna alles loopt helemaal gesmeerd doorheen ‘In the grey’, dat met veel branie en bravoure het vernuft van een resem gangsters laat zien. Het manosphere-tintje dat ook al aan zijn eerste twee meesterwerkjes hing, pompt hij inmiddels op tot ongeziene proporties. Het vernuft van stoutmoedige dialogen en gewiekste plottwists van weleer? Daarnaar is het vergeefs zoeken.
Het dunne verhaaltje is slechts aanleiding voor panoramische shots, exuberant geweld en uiteraard moordgriet Eiza González. Virieler wordt het allemaal niet. De steriele vertolking van Rosamund Pike en de al te evidente franjes van het verhaal, neemt de toeschouwer er dan maar voor lief bij. Want González, nou ja, die past op het witte doek als een sansevieria op een vensterbank. Amen!
Mission: Impossible - The Final Reckoning (2025) 2,5
26 oktober, 20:52 uur
Alsof de toeschouwer ineens het slechtste van de zes voorgaande ‘Mission Impossible’-films door de strot geduwd krijgt. Ooit leek deze sage ergens over te gaan, de vinger aan de pols van het tijdsgewricht te houden, het kwade evengoed als het goede te motiveren…met grensverleggende actie als boter bij de vis.
In ‘The Final Reckoning’ blijft vooral die boter sudderen, tot ze aankoekt: van betekenis zwangere close-ups, minutenlang van de meest onwaarschijnlijke waaghalzerij en een soundtrack die de term bombast gewoonweg herdefinieert. Om nog maar te zwijgen over het geraaskal rondom God/anti-God, Podkova, AI, beveiligde kluizen, het ultieme antidotum en “for those we never meet” met obligate globus in de keel. Nausea, iemand?
Wat ooit amusante en een beetje ingenieuze verpozing was, is verworden tot actievehikel zonder meer, tot kitsch die de zintuigen overprikkelt met…nietsigheid. Fenomenaal gemaakte niksigheid, dat wel, maar toch: gebakken lucht.
Als Hollywood zich over de nazi’s ontfermt, krijg je 'Nuremberg': een opgedirkt portret met te excentrieke acteurs, een zoetig-ongevaarlijke omlijsting en de onnodige heroïek van de geboorte van de internationale rechtspraak.
De resultante is geen onaardig kijkvoer, bij de gratie van de feiten: een vlot vertelde geschiedenisles, kortom een opfrissing van het geheugen zonder weerhaken. Identitair zwak, en als dusdanig: entertainment zonder artistieke visie of ziel.
Geproefd, geslikt, en ongetwijfeld gauw vergeten – is dat geen blamage voor een zo onnoemelijk belangrijke bladzijde uit de Westerse annalen?
2,5*
Zonder meer een schitterende film – zonder meer een verschrikkelijke ervaring. In zekere zin hoort ‘Warfare’ in een museum thuis, omdat de film zeldzaam gelaagd is: de oppervlakte (Hollywoodiaanse spanning, een navertelde getuigenis uit eerste hand, het zoete idee van waargebeurde feiten zich te zien ontvouwen met alle branie en bombarie die er maar bestaat) en de diepte (de film als meditatie over geweld, en over hoe geen mens gemaakt is om aan dit soort gruwel blootgesteld te worden) lijken immers mijlenver uit elkaar te liggen.
Alex Garland en Ray Mendoza tonen het allemaal: van de opgefokte viriliteit uit de eerste minuten tot een huis clos vol doodsbange mannen die alleen maar willen ontsnappen uit de nachtmerrie waarin ze beland zijn, het lijkt een verschil zoals dag en nacht. Het eerste volgt echter uit het tweede: het testosterontheatertje dat de proloog is, vormt slechts een maskerade voor een onwezenlijk menselijk gevoel, namelijk de wil en de hoop om te overleven, ook in hopeloze omstandigheden.
Van ‘Warfare’ ben je als toeschouwer geradbraakt, ziek, kotsmisselijk. Het is op geen enkele manier een verheerlijking van vermeende Amerikaanse superioriteit, of een knieval voor vernietiging en doodslag. Integendeel: het is een uppercut, een in your face middelvinger naar oorlogsvoering, een statement als geen ander. Nie wieder, nie wieder!
Hij, gefaald in het leven. De band niet langer een fenomeen om trots op te zijn, zijn woning een erfstuk, zijn werk iets waar hij geen energie uit haalt, zijn vrouw een stresskip die haar onzekerheid compenseert met wat in zijn ogen bagatellen zijn. Dus? Klagen van de ochtend tot de avond. Cynisme als modus vivendi. En rugpijn. O ja, rugpijn – de fysieke exponent van wat, ondanks zijn continue jeremiades, toch onzegbaar blijft. De taal van het onbehagen smeekt om pijnstillers.
Zij, een vrouw die leeft in de ogen van anderen. Moeder, echtgenote, zelfverklaard stiliste van een woning waar nooit iemand naar komt kijken. Eens meende ze een grote vis gevangen te hebben. Nu houdt die vis haar gevangen, in de netten van zijn chronische neerslachtigheid. Haar bestaan is een langgerekte poging om het hem naar zijn zin te maken. Hij ziet dat niet in, bevestigt haar dus nooit. Zij blijft bijgevolg kampen met het idee te kort te schieten. Genoeg is nooit goed genoeg. Haar grootste criticus is weliswaar niet hem, maar zijzelf: het meisje in de spiegel, dat er niet in slaagt dat brokje geluk te veroveren waar ze meende recht op te hebben. En wie is dat meisje trouwens nog, behalve een schim die zich voor iedereen heeft weggecijferd, een spook dat hooguit herinnert aan de vrouw die ze ooit was, of had kunnen zijn?
Alleen maar discussies. Hij in de aanval, met de ironie in de aanslag. Zij in de verdediging, zichzelf verliezend, een tragisch niemendal in zijn ogen. Geen toenadering meer. En al zeker geen seks. Want hij wil, maar zij weigert. Want zij wil dat daar affectie aan vooraf gaat. En hij kan die niet ontwikkelen, om wat zij – om zijnentwil! – geworden is. Een vicieuze cirkel, waaruit geen bevrijding mogelijk lijkt. Zijn ze gedoemd, voorbestemd om vooral niet met elkaar op te kunnen schieten?
Enter Piña en Hawk. En de belofte van een grensverleggende seksuele ervaring. Ineens zijn Joe en Angela terug wakker. Brengt een collectief tantrisch ritueel Piña en Hawk dichter bij elkaar, dan is het voor Joe en Angela een mogelijke poort naar elders, een ander leven, een nieuw begin. Natuurlijk moet dat mislukken. En natuurlijk moet in die mislukking op hoop schuil gaan. Niet meteen de hoop om elkaar terug te vinden, wel de potentie van anders in het leven te staan, en elkaar daardoor anders te bezien. Dezelfde personages, een ander script. De herontdekking van de muziek, de melodie als metafoor voor een nieuwe gevoeligheid, een waarlijk voelen. Misschien.
Slim bovendien is dat ook Piña en Hawk even "door de mand vallen", om het zo te zeggen. Hij als conflictvermijdende pleaser, sloef van nature. Zij als dominante vamp, zij het met voldoende zelfinzicht om zich te excuseren voor haar verbale agressie. Daarmee doorprikt Olivia Wilde behendig het beeld van harmonie dat het duo initieel uitstraalt. Ook daar is conflict orde van de dag. Ook daar zijn de botsingen schering en inslag. Het meningsverschil als dusdanig is dus niet problematisch, wel hoe dat zich realiseert. Installeert. Explodeert, in het slechtste geval. Een intrigerende gedachte, toch in tijden van alomtegenwoordige rozegeur, maneschijn en primetime-romantiek.
Olivia Wilde maakt er een virtuoos kleinood van. Bijwijlen exuberant geacteerd, maar evengoed delicaat en fijngevoelig...en o zo vinnig geschreven! Daarenboven zwierig in beeld gebracht – een appartement van een paar vierkante meter voelt hier ruim anderhalf uur nimmer beklemmend – en muzikaal fenomenaal becommentarieerd, jazeker de soundtrack is zo mogelijk nog opwindender dan het lichaam van Penélope Cruz (miauw)! ‘The invite’ vindt het warm water niet opnieuw uit, maar stelt actuele – lees: universele – thema’s op scherp: hoe kunnen we samenleven, wat betekent het om vandaag vrouw te zijn, welke plaats neemt seksualiteit in binnen het leven, …?
Genieten, puur genieten – met hoofd én hart, verdorie.
4*
Bloedsimpel. Eén wapen, één intrige, een resem misverstanden en moorden. Eigenlijk een oefening in suspense, met heerlijk hypnotiserende cameravoering, een rits onvergetelijke personages en een soundtrack die exemplarisch is voor de film in zijn geheel: balancerend tussen kolder en spanning, tussen absurde humor en bloedstollende thriller. In alles gedateerd, en toch geen seconde vervelend. Coen strikes again.
Wes Anderson avant la lettre? Bijwijlen absurditeit op zijn best, creatief in beeld gebracht en aan een snedig ritme verteld. Het scenario had echter wat kritischer mogen bekeken worden. Sommige vondsten zijn wel erg knullig, en het actieluik overschaduwt de hilariteit van het eerste half uur naarmate de film vordert.
Niettegenstaande blijft ‘Raising Arizona’ een prima komedie: origineel, spitsvondig, cinematografisch verfijnd en verdomd goed geacteerd. Na deze film kijk je nooit meer met dezelfde ogen naar Nicolas Cage, zoveel is zeker.