Meningen
Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Karakter (1997)
Alternatieve titel: Character
Het is één van mijn verfoeilijke reflexen geworden, maar naar dit soort boek-verfilmingen kijk ik altijd met het nodige sceptische. Hoe zou de mij onbekende Mike van Diem het stoffe verhaal van Bordewijk omzetten naar een film die maar liefst twee uur lang moet prikkelen? Het lijkt, voor wie het nogal stroeve boek gelezen heeft, een lastige opgave, maar de groots opgezette aanpak van van Diem werpt hier zonder meer zijn vruchten af. De aanzwellende strijkers zijn alomtegenwoordig, het camerawerk is ontzettend verfijnd en zelfs Jan Decleir wordt een keertje niet de ster van de film. Dat moet wel een goede Nederlandstalige film zijn, niet? 
Ondanks de nogal Hollywoodiaanse aanpak en bijhorende zeemzoeterigheid draagt ‘Karakter’ zeker het hart op de goede plaats. Jacob Willem is plots geen half-neurotisch romanpersonage meer, maar komt werkelijk tot leven via een sympathieke en vooral frisse vertolking. Ook de “randpersonages”, zoals Joba of Jan Maan, worden charmant en menselijk neergezet, zonder al te regionaal over te komen. Zo krijgt ‘Karakter’ het aanschijn van iets universeels, en dat werkt nog goed ook.
De fans van het boek zullen ongetwijfeld moord en brand schreeuwen bij het nieuwe einde, dat inderdaad schaamteloos voorbijschiet aan de bedoeling van Bordewijk. Anderzijds slaagt deze toegift voor het grote publiek in zijn doel: het slot is nu aandoenlijker, en past ook in het opzet dat Mike van Diem voor ogen had. Van ‘Karakter’ sterke cinema maken, die losbreekt uit het provinciale kader van Rotterdam; een film die tegelijk spannend is, en iets te vertellen heeft. Best sterk.
3,25*
Kaze no Tani no Naushika (1984)
Alternatieve titel: Nausicaä of the Valley of the Wind
Lang voor men bij Disney gesnopen had dat superhelden gerust ook van het vrouwelijk geslacht kunnen zijn, plaatste Hayao Miyazaki met ‘Nausicaä of the Valley of the Wind’ al het feminiene in de schijnwerpers. Anders dan de mannen in dit verhaal, die in tijden van crisis systematisch naar geweld grijpen, zijn het de vrouwen die moed aan de dag leggen, de dialoog opzoeken, opteren voor rechtvaardigheid, en finaal via oorspronkelijkheid en integriteit voor redding zorgen. Het verhaal van prinses Nausicaä is een pleidooi voor verzoening en zachtheid, daar waar algemeen wordt aangenomen dat alleen wapens nog uitkomst kunnen bieden. Is dat geen hartverwarmend en broodnodig signaal in deze tijden?
We schrijven echter 1984! Natuurlijk was er toen al wetenschappelijke en socio-politieke consensus over klimaatverandering (het clubje van Rome, u welbekend), maar kunst hieromtrent leek zich toch eerder in de marge te situeren, niet? Niet zo bij Miyazaki, die een post-apocalyptische aarde laat zien, waar de industriële revolutie lelijk heeft huisgehouden. Een zogenaamde Zee van Verderf deint allengs uit, en het zijn de bewoners van deze jungle die wijd en zijd worden verketterd. Als antagonistische stem klinkt die van prinses Nausicaä, die inziet dat noch de insecten noch de toxische dampen uitwasemende begroeiing het probleem zijn, maar dat fauna en flora die door aangetast water en besmette grond worden gevoed, nimmer gezond kunnen zijn. Zij ziet de Zee van Verderf niet als een probleem op zich, maar als een symptoom. Het symptoom van een zieke aarde. Ziek gemaakt, door wie haar ge- en misbruikt heeft.
Ik herhaal: 1984! ‘Nausicaä of the Valley of the Wind’ heeft nog geen spatje aan relevantie ingeboet. Integendeel, de film wordt almaar actueler, zeker in tijden van ecomodernisme: oeroude reuzenkrijgers wakker maken (lees: de doos van Pandora ontsluiten) zal heus niet voor mirakels zorgen... Miyazaki maakte van het avontuurlijke narratief een prachtige, meeslepende film. En de futuristische en heterogene soundtrack van Joe Hisaishi slaat een geweldige brug tussen en over genres heen, dwars door de tijd.
Weergaloos, kortom!
3,75*
Kaze Tachinu (2013)
Alternatieve titel: The Wind Rises
Precies wat Donkerwoud en eRCee zeggen: moeilijk te verteren, deze 'The Wind Rises', hoewel de plot een interessante en in het Westen minder gekende bladzijde van de Japanse geschiedenis openslaat, cirkelend rondom de vraag: hoe verhield de intellectuele elite zich tot de aangekondigde wereldbrand? Antwoorden zijn er amper of niet, maar de sfeer van een op til zijnde teloorgang van het vaderland weet Miyazaki via de figuur van Tachinu's wederhelft aardig te verbeelden. Was het kruim van de samenleving zodanig in de ban van de vooruitgang, dat ze haar voornaamste bestaansreden (liefde!) negligeert? Le vent se lève - ziedaar, boze krachten verenigen zich! - il faut tenter de vivre - en wat betekent dan dit verhevigde leven, het zich terugtrekken als kamergeleerde, of juist het maken van keuzes die tegen de onmiddellijke intuïtie van zelfbescherming en privileges ingaan? Enfin, voer voor lange winteravonden, nietwaar...?
3*
Kekexili (2004)
Alternatieve titel: Kekexili: Mountain Patrol
Op een bepaalde manier laat ‘Mountain Patrol’ een heel dubbel gevoel na. Enerzijds is het een nogal dramatisch aangezette film, waarbij de zwaarwichtige, traditionele muziek, de melancholie van de desolate landschappen en de sterk geprononceerde gezichten het op zich al dramatische verhaal in een soort noodlottig daglicht stellen.
Om die reden voelt de kijker zich bij ‘Kekexili’ niet helemaal op zijn plaats: een Aziatische film met dito Oosterse symboliek, wordt hier als het ware in een aangedikt kader geplaatst. Tony Leung geregiseerd door Peter Jackson, zo u wil... 
Laat ons daar echter niet weemoedig over doen, want het resultaat mag er wezen. Ondanks nogal extreme plottwists hier en daar is dit een film die (juist omwille van de combinatie met Westerse cinema) tegelijk het goede tempo vindt, zonder in te boeten aan respect voor de lokale bevolking.
Mijn vriendin en ik waren om die reden niet weinig onder de indruk, maar helaas blijft er ook niet zoveel van plakken. Chuan Lu fascineert voor zolang het duurt, maar blijft niet langer rondspoken, ook al heeft de man genoeg talent om dat met één van zijn komende films wel te doen, vermoed ik.
3*
Kékszakállú (2016)
Als film is ‘Kékszakállú’ niettemin mislukt. Hoewel cinematografisch superieur, is de nietigheid van wat getoond wordt allesoverheersend. Dat genereert initieel misschien ‘kracht’, maar het verzandt iets over halfweg in slaapverwekkende eenvormigheid. Als museaal artefact best fascinerend, maar in essentie niet wat cinema zou kunnen of moeten zijn.
Volledige kritiek: klik.
Killer, The (2023)
Niet onaardig. En tegelijk misschien wel David Finchers zwakste tot nu toe? Met 'Se7en', 'The Game', 'Fight Club' en 'Zodiac' herdefinieerde de regisseur als het ware een volledig genre. Stuk voor stuk zijn dat immers niet alleen razend spannende films, ze stellen ook de vraag naar het waarom van extreem geweld, en dagen de toeschouwer latent uit door het kijken zelf haast ondragelijk te maken, of op zijn minst onaangenaam. Dansen op de slappe koord tussen entertainment en afgrijzen is het, en daarmee behalve onderhoudend ook filosofisch uitdagend, toch in zekere zin.
Met 'The Curious Case of Benjamin Button', 'The Social Network' en 'Mank' richtte Fincher zijn pijlen op andere stijlen, telkens uitnemend in beeld gebracht en wonderlijk als meditatie over hoe verhalen een eigen leven kunnen gaan leiden. Zappend van verbeelding naar actualiteit en terug, toonde de meester zich nergens bang voor. 'The Killer' leek echter een terugkeer in te houden naar zijn vroegste periode. Pover is evenwel dat deze onderhoudende film inhoudelijk zomaar wat lijkt te kabbelen. Fassbenders personage, weliswaar hypnotiserend neergezet, is weinig meer dan een kapstok om een prettig-gestoord maar immer suspensevol relaas aan op te hangen over moord en weerwraak. Ben ik de enige die dan denkt: so what?
Best verstrooiend, maar als Fincher zich zonder meer daartoe laat ver- en herleiden: jammer.
3,25*
Killers of the Flower Moon (2023)
In één woord? Even denken. Afschuwelijk? Huiveringwekkend?
Met schijnbaar ongenaakbare objectiviteit portretteert Martin Scorsese niet alleen het witte superioriteitsgevoel, maar meer nog de corrumperende potentie van het grote geld. De eertijdse kolonisten en de Osage-indianen leven per slot van rekening broederlijk naast elkaar: een mens kan dit geen ‘haat’ of ‘racisme’ noemen, alleen is de dwingelandij van het kapitaal allesoverheersend en nietsontziend. Het levert een afschuwelijke én huiveringwekkende film op.
Voor alle duidelijkheid: een film die prachtig geschoten is en prima geacteerd. Vakwerk van de zuiverste soort, al had Scorsese gemakkelijk een uur cinema kunnen uitsparen. Op zijn leeftijd is een meester echter niet meer geïnteresseerd in Beschränkung. Bovendien dompelt de regie het publiek zodanig onder in het gezapige ritme en het ritualistische cultuur van de Osage, dat de gruwel – precies door langzaam binnen te sijpelen – dieper in de poriën dringt.
Enigszins problematisch is niettemin Ernest Burkhart als personage. Forrest Gump-gewijs zet Leonardo DiCaprio dit worstelende personage doorwrocht neer, maar het karakter blijft uiteindelijk vlak door zijn gebrek aan ethisch vermogen. Dat hij aan het slot door Mollie wordt verlaten, heeft alles te maken met de graad van zuiverheid die hij ook na zijn bekentenis niet kan bereiken: zelfs zijn mea culpa is immers een maskerade, een boetedoening die meer een theaterstuk is dan een oprechte belijdenis. Mollie voelt hem aan de tand, hij valt door de mand: helemaal niets wetend over zijn motieven, zijn daden, zijn moordlustige geldhonger dat hem tot een wolf onder de wolven maakt – om, nu de gelegenheid zich voordoet, eens in termen van ‘The Wolf of Wall Street’ te spreken, overigens een Scorsese van een ander niveau.
Met het hoorspel als orgelpunt legt Scorsese zijn film prachtig neer, hoewel ‘Killers of the Flower Moon’ dit soort virtuoze en creatieve klasse veel te weinig laat zien. Puik, aardig, aangrijpend, maar bovenal: erg gepolijst. In zekere zin het soort film dat je al meent gezien te hebben nog voor je hem gezien hebt. En als kunst zo voorspelbaar wordt, verdient ze dan een kapitale K?
3*
Killing of a Sacred Deer, The (2017)
Van Schuberts Stabat mater tot het openingskoraal uit Bachs Johannespassie? Het is de weg van Christus aan het kruis tot zijn wederopstanding als zoon van God. Een discours van "Jesus Christus schwebt am Kreuze, blutig sank sein Haupt herunter, blutig in des Todes Nacht" naar "Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm In allen Landen herrlich ist!" Precies dat traject legt Yorgos Lanthimos af in zijn nieuwste worp The killing of a sacred deer. Een film waarin een Messias opstaat, gevrijwaard van elke religieuze connotatie. Wat valt er in deze wereld immers nog te verlossen? Is het kwaad niet alomtegenwoordig? Zo ja, waarom zou het zich dan niet kunnen vermommen als de onschuld zelf, met name: een kind?
Even ter herinnering: Yorgos Lanthimos? Juist, de Griekse regisseur die bijna een decennium geleden cinefiel Europa omverblies met Kynodontas en die twee edities terug het Gentse Filmfestival betoverde met The lobster. Wie een van die twee films gezien heeft, weet dat Lanthimos’ cinema enkel gehoorzaamt aan een eigengereide logica. Deze keer is dat niet anders. Ook The killing of a sacred deer werkt volgens het stramien van een langzaam ontsporend magisch realisme, hoewel de nadruk deze keer veel meer op de psychologie komt te liggen. Gelardeerd met een laag onaanraakbare suspense, gekruid met ongemakkelijke dialogen en afgewerkt met een resem ongrijpbare vertolkingen is Lanthimos’ jongste het soort film waaraan alles klopt.
...
Om niet helemaal verdwaasd achter te blijven, is het raadzaam enkele Bijbelse connotaties te overpeinzen. Het gegeven van schuld en boete is uiteraard ouder dan het Oude Testament en dus niet exclusief voor het christendom, maar de verstrengeling van zonde en vergeving staan er wel in centraal. Met de soundtrack geeft Lanthimos verder een belangrijke hint, net als met de concrete gruweldaden die Stevens gezin zullen teisteren. Deed Christus geen Lazarus opstaan uit het dodenrijk? Dan is het aan de antichrist uit Lanthimos’ film om mensen letterlijk de kracht in hun benen te ontnemen. En voor wat het waard is: de hele tragedie begint met Steven die lazarus aan een operatie begint.
Tot zover deze exegese. Met taal valt alles uit te leggen. Hoewel. Net zoals Lanthimos’ vorige films is ook The killing of a sacred deer een artistiek product dat in termen van compleet begrip door de vingers blijft glippen. En precies daaraan ontlenen de films van de regisseur hun fascinerende uitwerking: hoe absurd en mythisch ook, Lanthimos weet zijn publiek mee te sleuren in een eigenaardig universum waar het alweer ongemakkelijk toeven is. Zwarte humor, ondraaglijke suspense, fundamentele psychologie: in deze film zit het allemaal. Heeft de jury zich dit jaar van winnaar vergist?
Complete kritiek: klik.
King Arthur: Legend of the Sword (2017)
De genese van Arthurs leiderschap wordt in deze ‘King Arthur’ niet verheerlijkt zoals dat in eerdere verfilmingen wel het geval was. Ritchie vindt het echter nodig om de toekomstige koning als een paljas voor te stellen, die altijd en overal klaar staat om woorden of nog liever, klappen uit te delen. Die keuze werkt elke psychologische uitdieping tegen, zodanig dat niet alleen Arthur maar bij uitbreiding alle karakters stuk voor stuk bordkartonnen stereotypen zijn en blijven.
Om de oppervlakkigheid te compenseren heeft Ritchie klaarblijkelijk willen inzetten op bombastische actiescènes. Het vleugje fantasy werkt echter voor geen meter en de niet eens visueel overtuigende CGI wordt veel te gulzig ingezet om het spektakelgehalte in de begin- en slotsequens op te drijven. Gevolg is het cliché van opgefokte cinema: spierballengerol en megalomanie, gespeend van elke menselijke toets. Eric Bana en Jude Law mogen het goed en het kwaad dan nog humaan proberen vertolken, de laag effecten waaronder Ritchie hun interpretaties bedelft, maakt elke nuance volkomen onzichtbaar.
Vooraleer deze ‘King Arthur’ in première ging, deed het gerucht de ronde dat Ritchie een reeks van maar liefst zes films uit de Arthur-sage wilde destilleren. Gezien dit eerste deel een heuse flop werd in de zalen, wordt hij door Warner Bros hopelijk teruggefloten. Om dan terug te keren naar de wereld waar hij thuishoort. Juist ja, die van meneren met geweren.
Complete kritiek: klik.
King of the Belgians (2016)
Eendracht maakt macht. L'union fait la force. Oké, sire. Maar euhm...welke macht precies?
In plaats van macht is het geklungel dat koning Nicolas De Derde in ‘King of the Belgians' tentoon spreidt. Is dat geknoei echter iets anders dan het wespennest dat Europa is? Op een soundtrack van Bach, Beethoven, Grieg en Ravel - samen het muzikaal bewustzijn van onze verenigde lidstaten, of niet soms? - maakt een bont gezelschap een trip doorheen grondgebied waarvan de toetreding een paar jaar geleden fel gecontesteerd was. Net hier, in landen als Bulgarije en Servië, ligt echter de noodzaak van een verbond van bijna dertig staten besloten - nie wieder, jongens & meisjes!
Hoezo, net hier de noodzaak? Welnu: ondanks de armoede, ondanks de recente conflicten, ondanks de onzinnige bureaucratie bestaat er een menselijkheid die voorbij gaat aan taalbarrières, landsgrenzen en folklore. Tenslotte lachen we om dezelfde dingen, houden we van dezelfde dingen, omarmen we de pracht van dezelfde arcadische landschappen - overal idyllisch, overal anders. Peter Brosens en Jessica Woodworth strooien doorheen de film kwistig met absurditeiten, die - van waar je ook afkomstig bent - het middel bij uitstek blijken om te verbinden, om een gedeelde ervaring van de onbevattelijkheid van wereld en werkelijkheid mogelijk te maken. Is niet de lach de taal die allen spreken - rijk, arm, wit, blank, zwart, maaktnietuit?
‘King of the Belgians’ is zo’n zeldzame film waarna je de bioscoopbezoekers naast je en voor je en achter je de hand wil drukken. We zitten immers allemaal in hetzelfde schuitje. We zijn allemaal onderweg om ergens te stranden, zonder te kunnen stranden. We zijn allemaal belachelijk, elk op onze manier. En is het openlijk belijden van die belachelijkheid niet het schoonste dat er is?
3,75*
King Richard (2021)
Oscar voor beste film? Vergeet het. De nominatie op zich is al een te grote eer. ‘King Richard’ is weliswaar goed gemaakt, maar aan de overkant van de grote plas is de bejaardemannenjury (of zo stel ik me The Academy toch voor) vermoedelijk overstag gegaan voor het oeroude riedeltje over doorzetting en je stoutste dromen overtreffen, als je maar hard genoeg wil. De Amerikaanse droom, juist. Gelukkig hebben we dat sprookje in Europa allang afgedankt.
Sprookje? Volgens De Standaard wordt ‘King Richard’ te veel als een sprookje opgevoerd. Een interessante uitspraak, want op zich kan je niet beweren dat vader Williams als een heilige wordt geportretteerd. Hij heeft duidelijk zijn tekortkomingen, vraag is voor mij veeleer of die voldoende uit de verf komen.
Welke offers zijn welk resultaat waard, zo sluimert het onder het oppervlak? Of, nog urgenter: instrumenteert Richard zijn dochters niet om het hele blanke ras, waardoor hij zich van kindsbeen af onheus behandeld voelt, een hak te zetten? En is die tegendraadsheid (“the plan”) dan wel iets om te loven, zoals de aftiteling doet, of veeleer een product van bitterheid en frustratie…alsof zijn dochters de roem moeten oogsten waarvan niemand geloofde dat hij er deel aan kon hebben?
Het script benadert deze vragen latent, of zelfs helemaal niet. Het maakt ‘King Richard’ tot weliswaar spannend vakwerk, zij het dat het geheel nogal eendimensionaal aanvoelt. Ondanks Will Smith, die misschien wel de strafste rol uit zijn carrière neerzet.
2,75*
Kiss the Ground (2020)
Documentaire? Of reclamespot?
Kijk, ik geloof in de potentie van regeneratieve landbouw. De principes voelen juist aan, althans op basis van enerzijds wetenschappelijke fundering, anderzijds weliswaar beperkte empirische bewijslast en ten slotte puur emotioneel. Permacultuur, voedselbossen, de hernieuwde koppeling tussen gewasteelt en begrazing van het vee…mijns inziens herbergt dat alles inderdaad de toekomst van een duurzame boerenstiel.
In dat alles geeft ‘Kiss the ground’ een inkijk. Boeiend, kortom. Waarom dan geen “documentaire”? Omdat de nuance ontbreekt, omdat er niet of nauwelijks over een eventuele keerzijde van de medaille wordt gesproken. Hoe kunnen boeren overschakelen van monocultuur naar een diverse oogst als hun integrale instrumentarium geënt is op een uniek gewas - is daar een alternatieve subsidiëring voor nodig, en zo ja: hoe moet die er dan uitzien? Is oogsten daarenboven niet veel arbeidsintensiever, omdat er meer met de hand moet geplukt of ontgonnen worden? En resulteert permacultuur in meer kwantiteit, of vooral meer kwaliteit qua gewassen?
Geen idee, hier voert per slot van rekening een volslagen leek de pen. Maar zijn het geen urgente opmerkingen, die broer en zus Tickell beter onmiddellijk hadden geïncorporeerd, kwestie van kwatongen de mond te snoeren nog voor ze een woord hebben gezegd?
3*
Klaus (2019)
“A true selfless act always sparks another.” Exact wat kinderen vaker te horen zouden moeten krijgen, niet?
Klaus en ‘Klaus’ – personage én film – dragen het hart alleszins op de juiste plaats. Dat Jesper het gemak van kapitaal en weelde laat schieten in ruil voor een betekenisvol leven, strekt alleszins tot voorbeeld. Net als kerstman die het hoofd niet in verslagen cynisme laat hangen, maar de keuze maakt voor goedheid – en dus niet wacht tot de keuze hem vindt.
Ook – en niet in het minst – vertaalt ‘Klaus’ wat we momenteel in Europa meemaken: dat oudere generaties op basis van traditie en folklore zich nationalistisch en xenofoob gedragen (Brexit, anyone?), waardoor de levens van jongelui worden gehypothekeerd. Het antwoord van Sergio Pablos en de zijnen schuilt niet alleen in onbaatzuchtige goedheid, maar ook in verbeeldingskracht. Via mythes kunnen we onze geschiedenis anders schrijven, lees: kunnen we ons herschrijven.
Graag gezien dus, deze ‘Klaus’, al kreeg ik krampen (van kop tot teen) van het lied van Zara Larsson dat ineens als een smakeloos deken over de animatie viel. Moest dat, heus? Het kost de film wat mij betreft een halve ster.
3,25*
Knives Out (2019)
Ben ik de enige die cluedoachtige detectives enkel leuk kan vinden als de makers laten uitschijnen dat de toeschouwer door goed op te letten de dader misschien eventueel potentieel zou kunnen aanwijzen?
Uiteraard wordt het publiek systematisch op het verkeerde been gezet, maar dat is deel van het spel – de ontmaskering proberen doorzien is en blijft niettemin een noodzakelijke vorm van betrokkenheid, een engagement dat met de appreciatie samen hangt. De constructie achter ‘Knives Out’ is echter zodanig geconstrueerd, dat je je onderweg weliswaar blijft afvragen wie, hoe of waarom, maar de persoonlijke betrokkenheid ebt weg. Ja, daar wringt dus het befaamde schoentje.
En, verder? Wel, de cast bestaat uit sympathieke karikaturen, prettig bordkarton waarvoor je je evenwel nooit echt gewonnen voelt. Vooral de soundtrack viel me in positieve zin op, van het kubistische strijkkwartet aan het begin tot de prettig-gestoorde intermezzi die de film de nodige kleur geven. En voor het overige? Er is voor de hand liggende maatschappijkritiek, met name dat verdraagzaamheid jegens immigranten uiteindelijk slechts een laagje vernis is, een smeersel beschaving dat gelijk wie onmiddellijk opoffert van zodra de eigen privileges in het gedrang komen. Treurig, maar spijtig genoeg ook herkenbaar.
Dit gezegd zijnde: niet onaardig, maar ook niet veel meer dan dat.
2,75*
Kongo Tribunal, Das (2017)
Alternatieve titel: The Congo Tribunal
Er zijn geen personages en er wordt geen informatie verzonnen: in die zin is er niets ‘fictief’ aan het tribunaal, behalve dat de context van de internationale rechtspraak ontbreekt. Dat laatste maakt dat Rau inderdaad alle betrokkenen kon afvaardigen: van vertegenwoordigers van getroffen lokale gemeenschappen over journalisten en mensenrechtenactivisten tot hoge functionarissen uit de industrie en de politiek. Ontluisterend is het moment waarop een minister zich tijdens een verhoor afvraagt wie de Congolese staat iets ten laste legt en welke wet dat eigenlijk toelaat. Ook een aanwezige gouverneur maakt manifest dat de zogenaamd democratische republiek Congo grenzen stelt aan de democratie: een corrupte toplaag ontspringt de dans systematisch. Rau legt de pijnpunten echter secuur bloot, aan de hand van zowel anekdotische getuigenissen als grondig veldwerk.
Het verdict is weliswaar genuanceerder, want de hoogste machthebbers in Congo handelen niet in een vacuüm. Zowel de VN, de Wereldbank als de grote industriële spelers (de VS, China en Europa) hebben een verantwoordelijkheid wanneer het om het afnemen van zogenaamde ‘conflict minerals’ gaat. Congo’s grondstoffen massaal invoeren en tegelijk wegkijken van de omstandigheden waarin zij worden ontgonnen, is uiteraard laakbaar. Te meer in de wetenschap dat de EU een land als Congo onder druk zet om de toevoer op peil te houden. De balans tussen ethiek en economie slaat kortom compleet door in de richting van dat laatste. Zodoende werden in het Berlijnse tribunaal de Europese Unie en de Wereldbank tot de orde geroepen.
Rau predikt een geëngageerd theater, maar is het aan theatermakers om documentair werk te leveren? Moet de kunst niet een laboratorium zijn, een ruimte voor verbeelding, veel meer dan een journalistiek instituut? Een dergelijke tweedeling wordt in ‘Das Kongo Tribunal’ als onjuist afgedaan. De theatermaker doet immers wat hij moet doen: verhalen laten horen, de onderdrukten een stem geven. Hij gebruikt daarvoor bovendien de middelen die hem ter beschikking staan: de verbeelding (een tribunaal dat geen tribunaal is), via dewelke de werkelijkheid onder de loep wordt genomen. Het is ongewoon dat een kunstenaar zich zo verdiept in de realiteit, maar die verdieping heeft de vrijgeleide van de kunst nu eenmaal nodig om te kunnen ontstaan en bestaan, en om tot een louterende getuigenis van immens veel leed te kunnen komen.
‘Das Kongo Tribunal’ is geen theater, maar het kan alleen ontstaan dankzij de wetten ervan.
Integrale tekst: klik.
Kumonosu-Jô (1957)
Alternatieve titel: Throne of Blood
Na het heerlijk gestileerde ‘Yojimbo’ - dat het samurai-genre voortdurend lijkt te relativeren - was ik vergeten dat Kurosawa eigenlijk grotendeels “serieuze” vechtfilms heeft gemaakt. Dit ‘Throne of Blood’ is er weer zo eentje dat voortborduurt op de stijl van ‘The Seven Samurai’ en aanverwanten. Driftkikker van dienst is (alweer) Toshirô Mifune, in een rol die vooral veel geschreeuw, getier en smoelentrekkerij vereist. Een kolfje naar de hand van al wie zich een beetje acteur noemt, en hij vertolkt zijn belachelijke rol met verve – we geven het hem graag na.
Afgelopen week had ik zelfs, speciaal voor de gelegenheid, ‘Macbeth’ van Shakespeare eens doorgelezen. Kurosawa had zich kunnen ontdoen van de nogal gedateerde elementen (heksen e.d.), maar hij houdt zich vrij strikt aan het origineel. Vreemd is dat hij er in slaagt om de vloeiende tragedie (de kortste van Shakespeare nota bene!) om te zetten in een hopeloos trage film, met vermoeiende monologen en een oninteressante regie waar veel meer uit te puren viel.
Hoewel de sfeer constant onheilspellend aanvoelt, zijn de actiescènes van een beschamend laag niveau. En waar Shakespeare er tussen alle intriges alsnog in slaagt om smeuïge ontboezemingen en aandoenlijke afscheidsredes in te voegen, gaat alle taalkundige charme hier tevens de dieperik in.
Sfeervol, maar verder absoluut ontgoochelend. 
2*
Kynodontas (2009)
Alternatieve titel: Dogtooth
Eens met De filosoof, al geef ik ook panjoe gelijk dat het onze taak is dieper te proberen graven. Weliswaar tot op zekere hoogte.
'Kynodontas' dus. Grappig? Hmm. Alleszins niet zoals ‘The Lobster’ of ‘The Killing of a Sacred Deer’. Mij deed deze film evenzeer aan Ulrich Seidl denken: gitzwarte humor, de courante morele en esthetische grenzen ver voorbij. Ver…
Weliswaar is het intrigerend om je niet alleen af te vragen wat systematische mishandeling met jongeren doet, maar ook (en in dit geval: vooral) met jezelf als toeschouwer: is lachen überhaupt een optie? Niettemin heb je voor dit soort humoristisch experiment een verhaal nodig dat een hilarisch kader schept – cfr. ‘The Lobster’ of ‘The Killing of a Sacred Deer’. Maar ‘Kynodontas’? Nee, daar ontbreekt het aan een “veilig narratief”, een duidelijk stilistisch of conceptueel kader dat op de korrel wordt genomen – of het moet het filmmedium zelf zijn.
En inderdaad, in de finale blijkt de hele vertoning als het ware te draaien rondom de transgressie van de cinematografische voorschriften voor wat betreft het tonen van verbaal, fysiek, seksueel en opvoedkundig geweld. Haneke, dan toch? Wel, huiveren hebben we vermoedelijk collectief kunnen doen. Maar verheffend? Forget it. En net daarom: wat mij betreft het bekijken amper waard.
2,25*
