Meningen
Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
(500) Days of Summer (2009)
Alternatieve titel: 500 Days of Summer
Wat kan het leven soms toch hard zijn… Een vriendin die geheel onverwacht besluit dat een “relatie-pauze” misschien een betere keuze is - “in ons gezamenlijk belang” dan nog (wat dat ook moge zijn), alsof het om iets heiligs gaat – en een tweetal weken later mag je alleen in de cinema gaan zitten om ‘(500) Days of Summer' mee te pikken.
Het toeval (of toch het lot…?) wil nu dat het regiedebuut van Marc Webb dezelfde thema’s aankaart die de laatste tijd in mijn eigen leven aan de oppervlakte zijn gekomen. En zoals uit de goed geluimde trailer al bleek is ‘(500) Days of Summer’ niet zomaar een banale rom-com, maar viert het intelligente script hoogtij.
Eerlijk is eerlijk, Marc Webb is niet vies van een beetje klef sentiment en in de ganse film duiken met de regelmaat van de klok ‘arty farty’-elementen op. Daartussendoor laveert de film echter behendig tussen aandoenlijke humor en pijnlijke emoties door. Opmerkelijk is bovendien dat Webb nergens te theatraal wordt, waardoor het lichte karakter van de film zelfs in de triestige finale blijft doorschemeren.
Ook oogt de film ontzettend professioneel voor een debutant. De vaak sprookjesachtige mise-en-scène (een uit de hand gelopen dansscène midden op straat, bijvoorbeeld) draagt op zijn beurt bij tot de frisse indruk die ‘(500) Days of Summer’ nalaat. Zelfs in het huidige filmklimaat zijn slimme, luchtige (tragi)komedies over serieuze onderwerpen een gegeven om te koesteren…zeker als ze zo vakkundig zijn gemaakt als deze.
Wie allergisch is voor cliché’s krijgt het hier wellicht op zijn heupen, maar om de één of de andere reden heb ik (net als vele anderen hier) het gevoel dat Webb zijn academische pretenties (want die heeft hij wel, vermoed ik) overstijgt. Er mag gelachen, gehuild, geknipoogd (onvergetelijk is de hilarische persiflage op Bergmans ‘Het Zevende Zegel’!) en zelfs gemoraliseerd worden, maar wat Webb uiteindelijk toont (namelijk de kwetsbaarheid van beide partners in een relatie), toont hij met een ongekende charme.
De naakte waarheid, weliswaar in een overgeromantiseerd wereldje…het is een formule die haar uitwerking niet mist. Wie wordt immers niet warm van binnen bij de oogverblindende glimlach van Joseph Gordon-Levitt of bij Zooey Deschanels prachtige glimlach…? 
3,75*
14 Peaks: Nothing Is Impossible (2021)
Laat er maar meteen duidelijkheid over bestaan: de prestatie is zonder meer ontzagwekkend. Vraag is echter: wat was de drijvende kracht achter het meervoudige record? Lovenswaardige eigenschappen, zoals intellect, een bedachtzaam ingezette intuïtie, een unieke combinatie van inzicht, energie en technisch raffinement? ’14 Peaks: Nothing is Impossible’ probeert de toeschouwer iets anders te doen geloven. Het is een langgerekt lofzang op Nirmal Purja’s lichamelijke oerkracht en een hymne over doorzettingsvermogen in de meest gevaarlijke omstandigheden. Dus…moeten we voor deze extreme, ja zelfs onverantwoorde waaghalzerij de handen op elkaar zetten?
Vraag is immers of de doodsverachting en de haast puberale lichtzinnigheid, die Purja’s team met alcohol en veel onbegrijpelijk gegrinnik tentoon spreiden, voor anderen “inspirerend” kunnen werken – want “inspiratie” zou voor Purja het motief geweest zijn om zijn Project Possible aan te vatten? Nee, hoewel Purja een belangrijk signaal voor Nepalese klimmers de wereld heeft ingestuurd, vertelt ’14 Peaks’ vooral een melig verhaal over een man die, conform het inmiddels gekende neoliberale deuntje van zelfverwezenlijking tegen gezond verstand en beter weten in, zichzelf wel erg graag grenzen ziet verleggen, het liefst voor de ogen van zijn sociale mediavolgers.
Wat de film mist, is informatie over het traject volgens hetwelke dergelijke bergen beklommen worden, waarom bepaalde keuzes worden gemaakt, kortom de toeschouwer krijgt geen inzicht in het metier van de klimmer. De cinematografie haalt het bovendien niet bij die van pakweg ‘Mountain’ of ‘Everest’. Kortom, menig gemiste kans…
2,25*
1917 (2019)
Eén langgerekte spanningsboog, één vloeiende camerabeweging, één ratelende soundtrack, één uitputtingsslag: met het nodige sentiment, en toch haast onuitstaanbaar intens. Alweer een alternatief type oorlogsfilm, omdat – en dat heeft Sam Mendes goed gezien – het klassieke narratief inderdaad niet kan volstaan om over een gebeurtenis zoals een loopgravenoorlog te vertellen.
En toch, toch staat ‘Dunkirk’ voor mij nog een tree hoger. Omdat de mogelijkheden van het genre door Christopher Nolan in alle richtingen worden op- en uitgerokken, van een schroeiharde openingsscène tot het pulserende slot. En nee, dat heeft ‘1917’ niet. Wat niet wegneemt dat het een uitstekende film is, één die je op de punt van je stoel laat schudden, beven, én sidderen - dat spreekt.
3,5*
20,000 Days on Earth (2014)
Transformatie via verbeelding – de essentie van Nick Cave’s streven via zijn muziek - het van zichzelf iemand of iets maken dat beter is, dat overstijgt, dat iets openbaar maakt, wat dan ook...
("I’m transforming! I’m vibrating! Look at me now!")
Een transformatie van wat ooit het idee van een biografie moet geweest zijn. In het hapklare product is Cave echter niet geïnteresseerd. Nooit geweest ook. Wel in datgene dat zich niet volledig prijsgeeft. Datgene dat een mysterie blijft, althans gedeeltelijk. Dus? Dus ‘20,000 Days on Earth’ is een film helemaal in de geest van Cave’s oeuvre. Een fictionele documentaire, waarin hij via het oppervlak vooral over de onzichtbare diepte wil spreken. En dat door ook het oppervlak zelf doelbewust te mystificeren, want wie rijdt nu eigenlijk precies mee in Cave’s auto en wie niet…wat is echt en wat is inbeelding…en hoe irrelevant kunnen zulke vragen eigenlijk zijn? Per slot van rekening speelt het zich toch allemaal af in Cave’s hoofd, een hoofd waarin een inkijk wordt gegeven via zo'n artificiële kunstgreep als het laten opdraven van een psychiater...zonde! Maar! Ondanks de wolken en de veelvuldig opgetrokken mist: toch een mooi inzicht in waar het Cave artistiek echt om te doen is, zoals de bijna ontroerende slotwoorden (ondanks hun Boeddhistische of hindoeïstische strekking) manifest maken.
En Brighton. Daar waar John Constable zijn windmolen schilderde. En zijn ‘Stormy sea’. En zijn ‘Chain pier’. En nog zoveel meer. Ik zag referaten naar de Britse landschapskunst terugkeren in Iain Forsyths en Jane Pollards beeldtaal. Bovenal in dat magnifieke eindshot…prachtig!
En minder prachtig: Cave’s pretenties, en gemaaktheid. Een psychiater…is dat eigenlijk ironisch? Een archief waar men zijn leven met archeologische zorg tracht in kaart te brengen…is dat zelfrelativering via absurditeit? De kleine details, maar vooral de zogenaamde waarheden over kunst en leven en plaatsen en dingen en relaties…is dat allemaal ernstig? Echt? Ik heb de neiging daar aan te twijfelen, en net dat houdt de film prikkelend. Zou het allemaal bittere ernst zijn, dan zou ik ‘20,000 Days on Earth’ vrijwel meteen ontgoochelend vinden. Maar dat kom je dus allemaal niet te weten. Want er is die ondoordringbare pose. Die pose die zelfs bij de belofte van het oplichten van een tipje van de sluier, hetgeen een documentaire eigenlijk altijd is, ondoordringbaar blijft. Best wel fascinerend, vind ik.
Nee, ik ken Cave’s oeuvre of levenswandel niet goed. Een fan ben ik hierdoor niet geworden, nieuwsgierig echter wel. Toch is dit vooral een film voor de volgelingen, denk ik. Hun sjamaan aan het woord, in vage termen over zichzelf, met de allures van een sibille. Dat is kicken, zegt u…?
3,25*
2001: A Space Odyssey (1968)
Alternatieve titel: 2001: Een Zwerftocht in de Ruimte
In zijn tijd bezien?
Revolutionair qua cinematografie.
Profetisch in het doorbreken van de klassieke narratieve vertelstructuren – de vorm als allegorie voor de inhoud...sciencefiction die zich niet louter verhalend manifesteert, maar ook via het medium van de vertelling.
Baanbrekend voor wat ‘filosofische cinema’ kan genoemd worden, een klap in het gezicht van het witte doek dat haast per definitie psychologie moe(s)t laten zien.
En vandaag?
Vooral een tijdsdocument, waarvan het verhaal – of wat daarvoor moet doorgaan – onvoldoende aanknopingspunten biedt om er iets zinnigs uit te construeren. Of toch?
De geboorte van de transcendentie markeert het begin van de menselijke verbeelding, van het abstractievermogen, kortom van de potentie van een skelet om een werktuig te zijn en dus een wapen, kortom van het geweld.
In het volgende kapittel keert die metafysica terug, net in een tijdperk waarin de mens metafysica lijkt afgezworen te hebben. We koloniseren de ruimte, wanen ons heer en meester van het heelal, doch wat blijkt? Er zijn verdorie dingen waar we niet bij kunnen. De grenzen van onze ratio zijn en blijven de grenzen van de wereld zoals we hem zien, begrijpen, kunnen en moeten accepteren. Of niet?
Volgende kapittel, een reis naar Jupiter, naar een onverklaarbaar sterk magnetisch veld. Onderweg keert die andere meta-fysiek – de afgod van de digitalisering! – zich tegen zijn uitvinder, de extinctie wordt ternauwernood verhinderd, door - jawel! - menselijke verbeelding...om uiteindelijk te belanden in een wereld waar tijd en ruimte als dimensies zich anders manifesteren. Ook in dit landschap waar heden en toekomstig zich gelijktijdig voltrekken blijft de kolossale monoliet een teken van Ergens Elders – de toeschouwer krijgt uiteindelijk geen sleutel in handen, maar wordt met de oorspronkelijke vraag weer naar huis gestuurd. Op tonen die een lichtzinnigheid symboliseren die binnen het Westerse denken de haast ondraaglijke existentiële onzekerheden compenseert: walskoning Strauss. Nou, wat je noemt: pittige contrastwerking.
Maar dus, vandaag?
Doe mij maar ‘Gravity’ als het om intense ruimtevaartcinema gaat, of ‘Ex Machina’ als waarschuwing voor artificiële intelligentie. Kortom, we staan verder dan in 1968, en jawel, verder dan in 2001. Dat hoeft geen schande te zijn, ‘2001: A Space Odyssey’ hoeft niet uit de geschiedenisboeken geschrapt te worden, maar anno 2020 lijkt de lange zit ’t amper waard.
Dus?
2,75*
20th Century Women (2016)
Vijf mensen die stuk voor stuk in relatie staan tot elkaar.
Vijf mensen die worstelen met zichzelf, met de ander, met de wereld.
Vijf mensen die zoeken naar begrip, naar steun, naar betekenis.
Vijf mensen die elkaar lijmen, stutten, kwetsen, helen.
Vijf mensen die in zekere zin onbegrijpelijk zijn, inconsistent, inconsequent, irrationeel.
Vijf mensen in een tijd waar filosofische en artistieke stromingen nog iets te betekenen hadden - helemaal anders dan dat post-tijdperkje waarin we nu leven, dit bestaan waarin alles naar verluidt al gedacht en gedaan is - pfoeh!
Ah, het onvermogen van Dorothea. Ze is te jong van geest en te vrijgevochten om zich te kunnen schikken naar de dogmatische levensstijl van haar leeftijdsgenoten, maar tegelijk is ze te veel een kind van haar tijd, te star en te traditioneel om de moderniteit bij te kunnen benen. Ze zit kortom gevangen in de generatiekloof. Ja, een prachtige, kwetsbare, zoekende vrouw is het. Ze weet het allemaal niet, maar doet voort. Op haar manier. Meanderend tussen juist en fout, tussen goed en kwaad, tussen poging en vervolmaking. Ze is, laverend van open naar gesloten, ons allemaal: hartelijk, warm, eenzaam, verknocht aan gewoontes, moe.
Ah, de seksuele impasse van Julie. Ze wendt voor dat ze haar bestaan in de hand heeft, maar eigenlijk ligt ze helemaal overhoop met zichzelf, met haar opvoeding, met de feeks die haar moeder is, met normen en waarden waarvan ze zich afvraagt of ze die moet omarmen of verwerpen.
Ah, de gelittekende, zuivere, hartstochtelijke Abbie. Kwetsbaar, impulsief, verscheurd, maar bovenal zo puur dat het pijn doet om te zien.
Ah, de geboren einzelgänger William. Wil graag, mislukt. Hecht zich, scheurt zich los. Is afwisselend zorgend, passioneel, ambachtelijk, intellectueel. Leeft vanuit het hart, en het hart alleen.
Ah, Jamie. Onder het mom van probleemkind houdt hij de hele bende bij elkaar. Zijn Bildung is de essentie van deze fenomenale film, waarin Mike Mills zichzelf en zijn beminden afschildert als een aandoenlijke, onontkoombare, wervelende, overstijgende optelsom van verleden, heden en toekomst.
Anekdotiek en ideeën, humor en tragiek, liefde en lust, hoop en spijt, nu en altijd: '20th Century Women' situeert zich onmiskenbaar in de jaren '70-'80, maar is net zo goed een universele dissectie van jij, ik - wij, als mensen op de tast.
(Als er geen woorden lijken te zijn, dan schrijf ik iets als bovenstaande. U begrijpt dat ik u een teken geef. Het laat zich vertalen als: "ga heen, ga zien!")
3,75*
3:10 to Yuma (2007)
Alternatieve titel: Three Ten to Yuma
Met Christian Bale op de affiche en James Mangold achter de camera kunnen de verwachtingen niet anders zijn dan “hooggespannen”. Toch is ‘3:10 to Yuma’ een gans ander soort film dan verwacht: in plaats van een focus op de psychologische kant van het verhaal, legt Mangold de klemtoon ondubbelzinnig op de actie. En of dat een verstandige keuze was...?
Bijgevolg geldt ‘3:10 to Yuma’ als één van de meest spannende films van het jaar. Het einde is echter absoluut ongeloofwaardig, en maakt van de film alsnog een kleine afknapper.
Daartegenover staat dat het tempo doorheen de film verschroeiend hoog ligt, en om dat te benadrukken is de regie van Mangold af en toe onwaarschijnlijk zenuwachtig, maar ten allen tijde esthetisch verantwoord. Tel daar de stoere smalltalk van de hoofdpersonages, een bombastische soundtrack en geen al te moeilijk verhaal bij op, en je hebt een actiefilm uit het dozijn. Maar dan wel een goeie… 
(Ik blijf hangen tussen 3* en 3,5*, maar het slappe einde laat me toch werkelijk op mijn honger…
)
È Stata la Mano di Dio (2021)
Alternatieve titel: The Hand of God
È Stata la Mano di Dio.
The Hand of God.
Gods hand.
Wiens hand?
De hand van Maradonna, die de Engelsen niet alleen de Falklandoorlogen betaald zet, maar ook het leven redt van Fabietto Schisa, ofte: Paolo Sorrentino zelf. Of hoe de escapistische vlucht uit de werkelijkheid diezelfde werkelijkheid (het leven!) redden kan…
De hand van San Gennaro, de patroonheilige van Napels, die tante Patrizia (oh, Luisa Ranieri!) samen met zijn kleine monnik in staat stelt overeind te blijven. Hoe? Via zijn feitelijke verschijning, als verlengstuk van de fantasie, de verbeeldingskracht om zich in het Napels waar mannen geil zijn, verlokkingen om elke hoek gluren en bussen weer eens niet komen opdagen staande te houden. Of hoe de escapistische vlucht uit de werkelijkheid (het volksgeloof) diezelfde werkelijkheid redden kan?
De hand van Federico Fellini, of van Antonio Capuano – zij leren de jonge Sorrentino enerzijds dat cinema nergens toe dient, maar een dankbare afleiding vormt van de werkelijkheid – een werkelijkheid waar soms helemaal niets is, buiten leegte, leemte, verdriet. Anderzijds leert Fabietto dat hij niet uit elkaar mag vallen (lees: zich niet mag laten leven door zijn lijden), een eigen verhaal en dus een eigen stem moet hebben, en – Capuano achterna – vooral naar niemand moet luisteren. Pas in de laatste plaats naar Capuano zelf, die hem afraadt naar Rome te reizen, want wat in Godsnaam is er in Rome? Welnu, daar situeert zich Sorrentino’s toekomst, de belofte van een ander leven, de mogelijkheid van een nieuw hoofdstuk, omdat zijn bestaan in Napels ten grave gedragen is. Dus? Dus gooit tante Patrizia hem een set batterijen toe. Niet om in de microfoon van zijn nonkel te stoppen, maar om zelf een stem te vinden. Een stem die een stem geeft aan de verbeelding – verbeelding die tante Patrizia op haar beurt nodig heeft omdat zij anders is, anders dan de realiteit dicteert. Dus wordt Fabietto, en Sorrentino met hem, cineast. Voor heel even heer en meester van de fictieve werkelijkheid op beeld. Gods hand, via de kijkbuis.
‘È Stata la Mano di Dio’ is een ongewoon persoonlijke Sorrentino, vol kleurrijke personages en mooi geschoten (zij het wat minder geraffineerd dan ‘La grande belleza’ en ‘Youth’). Het schetsmatige narratief vormt deze keer echter geen dwingende boog richting een psychologisch en filosofisch geladen finale, kortom voor mij oogt en voelt de film iets te losmazig. Graag gezien dus, maar niet meesterlijk bevonden.
3*
