Meningen
Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
J'Accuse (2019)
Alternatieve titel: An Officer and a Spy
Is het cynisch dat een man die zelf een en ander op zijn kerfstok heeft een film maakt over vermoorde onschuld? Polanski is inderdaad uit de VS gevlucht om een straf te ontlopen. Het enige motief dat ‘J’accuse’ rechtvaardigt, is dat de man het gevoel heeft dat hij voldoende boete heeft gedaan. Of...?
Of kunnen er nog redenen zijn, onderliggend? Gaat ‘J’accuse’ niet meer dan over het leed dat Dreyfus en diegenen die hem proberen beschermen moeten ondergaan, over het geweld dat de waarheid wordt aangedaan? In die optiek is de openingsscène cruciaal: geen rechtvaardig proces, kortom een schijnvonnis na een schertsvertoning in de rechtszaal, en toch heeft het volk haar oordeel bikkelhard klaar. Vereenzelvigt Polanski, die zelf trouwens ook als een banneling moet leven, zich met een Dreyfus die geen recht van antwoord krijgt, en die om oneigenlijke redenen (zijn joodse origine) van het toneel wordt geweerd?
Stijlvol is dat Polanski de historische Picquart niet opvoert als een Hollywoodiaanse held die ondanks alle consequenties gehoor moet geven aan de luide stem van zijn geweten, maar integendeel als een bezadigd militair die oprecht worstelt met de consequenties van zijn morele houding. Is het gepermitteerd als de legertop een afrekening via het juridisch apparaat van een samenleving legitimeert? Of is dat inderdaad een coup d’état, zoals Labori declareert? En is het verzwijgen van de waarheid in deze geen vorm van schuldig verzuim, en van verrotting in de kern van een maatschappij? En voorvoelt Picquart dat het zich laten leiden door raciale motieven vroeg of laat in volslagen gruwel kan eindigen?
Bovenstaande voert recht naar wat Polanski probeert aan te kaarten: enerzijds het gevaar van etnisch-raciale verharding in de collectieve beleving (dat dus niet exclusief was voor het Duitsland halverwege de 20ste eeuw, verre van!), anderzijds het wezenlijke belang van een scheiding der machten, die eind 19e eeuw overigens door de moed van een kunstenaar zoals Émile Zola gered werd. En misschien is dat laatste wel de ware ironie van ‘J’accuse’: dat een film over de noodzaak tot vrije expressie internationaal wordt geboycot omwille van feiten waar de publieke opinie via de rioolpers over oordeelt, zonder dat Polanski eerlijk kan (her)berecht worden?
3,25*
J'ai Perdu Mon Corps (2019)
Alternatieve titel: I Lost My Body
Een lichaam kwijt. Een jongeman moet zich zien te redden zonder het corpus van wat ons aller bestaan is: een vader als bakermat, een moeder als navelstreng. Naoufel is kortom veroordeeld tot (over)leven bij een onverschillige oom en een dominante neef. Het is hoe hij van de beschutting van een gefortuneerd gezin naar de onderlaag van de samenleving wordt verwezen. Een miezerige job om de eindjes aan elkaar te knopen, zijn vorige leven verstopt in een doos in een kast – een vergeethoek. Zijn twee dierbare verloren lichamen keren overigens terug in twee gefnuikte toekomstdromen: die van astronaut en die van concertpianist. En als Naoufel in feite iets verloren is dat hem echt toebehoorde, dan wel dat, dàt lichaam, dat lijf dat hem toekomst gaf, een vooruitzicht op geluk – de metafoor van een kraan, als symbool voor almaar hoger reiken, voor constructie, voor genese, voor schepping, voor…later.
Is het geloof in predestinatie niet typerend voor diegenen die zo veel tegenslag hebben gekend dat ze zich onmogelijk kunnen verzoenen met het idee dat het allemaal zomaar is gebeurd, zonder zin, zonder doel? Naoufel weet echter dat hij het lot dat hem werd toebedeeld moet ontvluchten. En daar komt het ware leven op zijn pad: de improvisatie, de impuls die het gezond verstand een hak zet, de roekeloosheid die de poort naar nieuw, anders, hoger openzet. De metafoor van de kraan, daar zijn we weer.
De idee ook dat wonden kunnen helen. Dat een hand als een fantoom door de stad zwerft, en in allegorisch opzicht meemaakt wat Naoufel moet ondergaan: eerst uitgespuugd worden en quasi vernietigd, om vervolgens terug te zijn, te mogen bestaan, te kunnen dromen. Meer nog: via een extatische roes in aanraking te komen met het wonder van het leven, met de onmogelijkheid van het bereiken van een verre horizon (de kraan!), en met de onmogelijke hoop op heling van een wonde die altijd vers zal blijven – het herstel van het corpus dat het gezin was en is blijft voor eens en voor altijd een niet te realiseren wensdroom.
Is er samenhang in dit leven? Zijn het de allerkleinste details die een sluitende verklaring vormen voor alle ramp- dan wel voorspoed die een bestaan kan overspoelen? Overal en altijd: vliegen, niet te verschalken – efemere afbeelding van de ongrijpbare elementen die een lotsbestemming construeren. Edoch: als het sneeuwt, zijn er geen vliegen. Het witte tapijt houdt de belofte in dat alles zichzelf vernieuwt, dat de dingen opnieuw kunnen worden wat ze waren, …dat ongeneeslijke wonden terug heel kunnen worden. Dat liefde en leven alsnog mogelijk zijn. Wie weet, dan toch, misschien?
Hoeft er meer gezegd? Diep geraakt door de kwetsbare verteltrant, de sprankels hoop, de verbinding van een (collectief) maatschappelijke met een (individueel) psychologische gesteldheid en van een concreet realisme (Naoufel) met een abstracte parabel (hand), virtuoos vervlochten in een meeslepende muzikaal bad van de hand van Dan Levy. Nogmaals: hoeft er meer gezegd?
3,75*
Já, Olga Hepnarová (2016)
Alternatieve titel: I, Olga Hepnarová
Aanvankelijk lijkt ‘I, Olga Hepnarová’ een traditioneel biografisch relaas te zijn. Langzaam maar zeker wordt echter duidelijk dat geen van de personages echt kleur krijgt – letterlijk noch figuurlijk. Het is Olga’s ijskoude blik via dewelke de toeschouwer de realiteit bekijkt, en die blik laat geen psychologische typering van andere karakters toe.
Als psychisch kwetsbaar meisje komt Olga van jongs af aan in de verdrukking, waardoor ze zich steeds meer terugtrekt in haar eigen psyche. Ze beseft haar onvermogen om te communiceren, om ‘normaal’ te zijn, om ‘gewoon’ te functioneren. In seksualiteit vindt ze een uitlaatklep, maar dan wel seksualiteit onder gelijken. Mannen laat ze, vanuit een afkeer voor alles wat ze belichamen, niet toe.
De regisseurs laten zien hoe Olga zich verliest in de lust, en hoe er naast dat tomeloze verlangen vooral leegte bestaat. Ze kleedt zich uit en zegt dat ze zichzelf van kant zal maken. Lees: eros en thanatos, de innerlijke demonen van een meisje dat almaar meer haar grip op zichzelf, de mensen rondom haar en de werkelijkheid verliest. Petr Kazda en Tomás Weinreb laten hun publiek echter niet alleen met zoveel afgrijzen en zoveel eenzaamheid. Ze compenseren Olga’s fundamentele gebrek – kunnen empathiseren met anderen – door hun film in een weergaloos esthetisch kader in te bedden.
‘I, Olga Hepnarová’ is opgebouwd uit niets dan prachtig gecomponeerde beelden, in een star zwart-wit dat zichzelf vastbijt op de netvliezen. Soms spiedend, soms weinig verhullend, soms heel mysterieus: het is de beeldtaal die voor een spanning zorgt, daar waar het verhaal zich van scène naar scène beweegt, schijnbaar zonder de gangbare narratieve regels te volgen. Inderdaad blijven alle nevenpersonages een soort figuranten, en inderdaad lijkt het alsof de regisseurs niet goed weten hoe ze de plot met een doeltreffende opbouw richting climax konden duwen. Dat was evenwel niet hun bedoeling.
De film illustreert waar een losmazige perceptie van de buitenwereld op neer komt, waardoor de toeschouwer als vanzelf in het hoofd van Olga terecht komt. Het is er eng, en dat wekt ontreddering op.
...
Voor de volledige recensie: klik.
Jack Reacher (2012)
God, in deze tijden? Als we nog een God erkennen, dan is dat het individu. Het maakbare individu. Het individu dat "het" gemaakt heeft.
Het? Dat is: zichzelf boven de wetmatigheden van onze samenleving uittillen.
Het? Dat is: het ik sublimeren, het ik groter dan de groep.
Het? Dat is: de ethiek van 'Jack Reacher'? Dat ons juridisch systeem soms hopeloos tekort schiet? Dat gerechtigheid door een man alleen kan (en mag?) worden afgedwongen, omdat een gedeeld buikgevoel - lees: een collectieve waan - zoveel sterker is dan de geijkte procedures?
Ah, u hoort het: ik heb gegruwd. Gegruwd van het einde van deze film. Wat moeten we daar verdorie mee? Oog om oog, tand om tand? Net nu, nu onze wereld meer dan wat oog mededogen nodig heeft?
Misschien klink ik als een oude man. Indien ja - het zij zo. Hoe dan ook: spannend is 'Jack Reacher' wel. Maar verdorie, met wat voor een debiele vecht- en achtervolgingsscènes wordt deze film artificieel opgekalefaterd? Het detective-gedeelte is bloedstollend, het actiegehalte gewoonweg stupide. De optelsom? Een film van gemiste kansen. Een film die op scherp zou moeten stellen - wie medogenloze moordenaars in beeld brengt, zou zich ook het hoofd moeten breken over hoe die in een plot worden berecht. Awoe!
2,5*
Jackie (2016)
Ken je dat?
Het moment waarop een actrice zodanig komt te versmelten met haar rol, dat de lineaire werking van de tijd ophoudt - alsof Natalie Portman Jackie Kennedy is, waarbij de historische figuur transformeert in een romanesk personage uit de overlevering en de actrice het overneemt van het op reële gebeurtenissen gebaseerde script.
Het moment, anders gezegd, waarop de fictie een feitelijkheid creëert die de feiten zelf naar het onberekenbare en niet verifieerbare landschap van het geheugen en de fantasie verwijst.
Het moment waarop cinema zo onwerkelijk echt wordt, dat het echte verleden oplost in de waas van het hier en nu.
Het moment waarop film de magie blijkt te bezitten om het verleden te herschrijven in het heden - kijk, daar, op het witte doek!
'Jackie' is een cinematografische mokerslag. De intensiteit waarmee Pablo Larraín de wankele psyche van een vrouw in beeld brengt die door enkele fatale seconden haar hele hebben en houden verliest, is enorm. Daar staat tegenover dat de toenemende verinnerlijking van de film (de priester, het witte huis - het gevoel dat de ruimte steeds meer verengt?) geen verpletterende uitwerking heeft, wel integendeel. De finale, waarin Jackie (of was het Portman?) nog maar eens het roer van haar gedachtewereld en gevoelsleven wil omgooien, lijkt er wat te veel aan.
Niettemin waait dit soort experiment het publiek als een frisse wind tegemoet. De soundtrack, die een klankenkast is van wat zich plotmatig voltrekt, onderstreept subtiel en subliem de broze en trefzekere hand waarmee dit ongewone portret werd getekend.
Enige reserves, enige twijfels, maar toch vooral: ontroering. Omwille van de wijze waarop het medium wordt aangewend en omwille van de fenomenale vertolking van Portman.
Om te hernemen.
3,5*
Jason Bourne (2016)
Sinds afgelopen dinsdag verlangen we allemaal terug naar de goeie ouwe tijd, nietwaar? De pre-Trump era. De wereld vooraleer die ten prooi viel aan onverdraagzaamheid, misogynie en regelrechte idiotie. Maar ook: de jaren waarin de Bourne-films thrillers waren die zich in het hoofd afspeelden. Bloedstollende actie van en voor de geest. Denkwerk, verbanden leggen, netwerken ontrafelen, enzovoort.
Tegenwoordig is het personage een anti-held waarmee we zonder slag of stoot lijken te moeten sympathiseren. Nou ja. Het levert een spannende actiefilm op, zij het een die zich niet zo heel duidelijk onderscheidt van het gros dat momenteel gefabriceerd wordt. De nadruk ligt op slim geregisseerd spektakel, in plaats van op het verbijsterende uitgangspunt van een man die in een moordmachine werd veranderd door het systeem. Nu ja, dat praatje hebben we ondertussen al gehoord, klopt. Dus voegt Greengrass een alternatief kritisch discours toe, een Snowden-achtige kanttekening bij een film die vooral het hart in de borstkas wil doen bonzen. Missie geslaagd. Maar eigenlijk: mission failed.
3*
Jesus Christus Erlöser (2008)
Alternatieve titel: Jesus Christ Savior
Het evangelie volgens Klaus Kinski. Integraal op video vastgelegd en voor het nageslacht bewaard, deze publieke afrekening waarin een kunstenaar niet eens de gelegenheid krijgt zich van A tot Z uit te drukken. Voortdurend wordt Kinski’s monoloog immers onderbroken door allerhande moraalridders, waarop de interpreet reageert met afwisselend verbale en fysieke agressief. Was dit anno 1971 al waarvoor men massaal op Kinski’s optreden toestroomde? Om hem, als een dier in een kooi, razend te zien worden, en dus een schandaal te zien veroorzaken?
De pijn staat quasi de hele monoloog van Kinski’s gezicht af te lezen. Hij wil helemaal niet de onberekenbare, ziedende mens zijn die zijn omgeving nog maar eens van hem maakt. Afschuwelijk is dat hij zijn tekst gewoonweg niet kan opzeggen – afgesneden van taal kan Kinski zich helemaal niet meer verdedigen, integendeel weet hij dat hij de geruchtenmolen die al rondom zijn figuur op gang is gekomen, alleen maar meer zal voeden door met microfoons te gooien en toeschouwers aan te vallen. Echter, ten prooi aan de karikatuur die hij van zichzelf heeft laten maken, gebeurt het wederom. ‘Jesus Christus Erlöser’ moest en zou controverse opleveren. Welaan, missie geslaagd...
Maar wat heeft Kinski eigenlijk te zeggen? Vereenzelvigde hij zich met de profeet, die ten onrechte door de machtigen uit zijn tijd (die zich door hem bedreigd voelden) ten grave werd gedragen? We mogen hopen van niet, dat zou namelijk te veel eer zijn voor het vermeende genie. Meer waarschijnlijk is dat Kinski wilde aanstippen dat er na bijna twee millennia nog steeds Christus-figuren nodig zijn, revolutionairen die de gevestigde orde openlijk uitdagen en een herziene morele attitude prediken teneinde de wereld te kunnen verbeteren. Kinski steekt, met verwijzing naar traangas en Vietnam, niet onder stoelen of banken dat zijn Nieuwe Evangelie betrekking heeft op de zeventiger jaren van de vorige eeuw, kortom het tijdperk waarin hij zelf leefde.Of dergelijke referaten van grote inzichtelijkheid getuigen, is evenwel weer een andere vraag.
Retorisch lijkt Kinski vooral te bloemlezen uit Christus’ meest paradoxale citaten, waarbij hij de ongeschreven regels van de toenmalige samenleving haast letterlijk lijkt om te willen keren. Nimmer verliezen die woorden hun kracht. Kinski beticht kerk en paus onderweg zeer uitdrukkelijk van demagogie en financiële corruptie, maar wat stelt hij daar tegenover? Vervalt ook hij niet te veel in het schelden en het afwijzen, zonder een utopie voor het geestesoog te roepen? Hoe tragisch ook voor Kinski als kwetsbaar artiest, dat hij zich niet conform Christus’ aanbevelingen weet te gedragen en de controle meermaals verliest, pleit niet voor hem. Het neigt zelfs naar inconsistentie. Verwijt de pot de ketel dat hij zwart ziet?
Niettemin, als portret van een fragiele eenzaat achter het grofgebekte pantser: aandoenlijk. En als tijdsdocument, terugvoerend naar een era waarin kunst door het publiek werkelijk polemisch werd benaderd (ongeacht of dat nou de bedoeling was of niet): intrigerend!
3*
Jeune & Jolie (2013)
Alternatieve titel: Young & Beautiful
Meisje ontdekt eigen seksualiteit. Meisje wordt vrouw. Vrouw wordt prooi. Een prooi die genotzalig toekijkt hoezeer de jager in de ban is van haar. Want, als we ons afvragen waarom deze jonge schone doet wat ze doet, dan moet dat allicht één van de hypothesen zijn. Nee, het gaat natuurlijk niet om geld. Wel om het verlangen naar verlangd worden. Een verlangen waarin ze, via Georges, misschien haar eigen verlangen naar tederheid ontdekt. En dan is er natuurlijk nog de (lichamelijke) geborgenheid - wat voor brutale vormen die ook kan aannemen, maar dat doet er niet toe - die ze in haar meestal lege huis niet aantreft. Of, en daarna hou ik mijn hypthesegenererende geneuzel voor bekeken, doet ze het omdat ze het kan doen. Omdat ze opgroeit in een klimaat dat haar de instrumenten ervoor verschaft, een klimaat waarin de mogelijkheden er zijn, en waarin je als jongeling nu eenmaal dingen doet omdat ze kunnen. Oppervlakkig? Excuseer, de jonkies hebben daar vandaag een alternatieve term voor. #yolo, zeggen ze. “Waarom wel?” is niet meer aan de orde. De vraag is haar inverse geworden: “waarom niet?” En inderdaad: waarom zou ze niet? Wat je ook over haar prostitutie-avontuur zegt, niemand kan er om heen dat het om hààr draait. En ja, zou dat geen heerlijk gevoel kunnen zijn? Een gevoel waarnaar Georges’ echtgenote uiteindelijk ook ooit heeft verlangd: het abstracte voorwerp van liefde te worden, ongeacht je achtergrond of je persoon. Het verlangen te incarneren, zonder meer. Het is waarschijnlijk de allermooiste rol die iemand kan vertolken.
Slurp. Pot vol koffie. Wat is die Marine Vacth een intense schoonheid, zeg! Over de hele lijn wist François Ozon overigens goed te casten. En al bij al vind ik dat hij de sfeer van het jong zijn goed capteert: de uit de hand lopende party’s, de adolescente emoties tot en met het voortdurende gsm-verkeer… Ook mooi dat de metro zo’n centrale rol speelt – alsof Isabelle zich eerst in de krochten van Parijs onderdompelt om er vervolgens te worden uitgespuwd (altijd weer die roltrap!), waarna ze op het al even donkere, luidruchtige, wiebelende terrein van de verboden passie begeeft. Verder is ‘Jeune et Jolie’ een behoorlijk stereotiepe film, maar dan zonder dat je je daar als kijker aan ergert. Ozon grijpt de conventies aan om eenvoudigweg de herkenbare context van een herkenbaar gezin te schetsen, waarbinnen hij – zij het op nogal mannelijke wijze – over het ontwaken en praktiseren van de vrouwelijke seksualiteit reflecteert. Geen grote filosofie, wel boeiend. En, niet in het minst, prikkelend voor de zinnen. ‘Jeune & très jolie’, zal de film in mijn gedachten voortaan heten.
3*, omdat ik eigenlijk de plot al kende van horen vertellen. Wat jammer is, want de film is plotmatig opgebouwd. Ik denk kortom dat ‘ie hoger kan scoren binnen een aantal jaar, als de tand des tijds mijn geheugen beleefd heeft aangevreten.
PS: Ozon laat trouwens mooi een paar pistes open. Zoals: begint ze opnieuw, of niet? En: pleegde Georges geen zelfmoord met medicijnen, om haar voor een prostitutiecarrière te begoeden? Was dat niet het meest edele dat hij, in zijn schamele positie als overspelige en cliënt, voor haar kon doen? (Waarom werd hij anders ineens zo openhartig?) Enzovoort!
Joe (2013)
Some folks they live on whatever it takes. Hier is het eten of gegeten worden. Want liefde? Euhm, nee. Dat is genadige verkramping. Iets dat we onderweg verleerd zijn. Een verstrengeling die op een wurging lijkt. Dus, op het menu? De zwakheden van ene Joe, de onopgehelderde trauma’s, de bezoedelde psyche. Een man die in rust wil leven, in de stille geborgenheid van een monochroom flikkerende televisie en de zachte roes van cocktails. Een leven is het niet, dat weet hij ook. Maar als je angstig bent voor de wereld, of als de wereld je angstig gemaakt heeft, dan blijf je binnenskamers. Dan is het via de toetakeling, via het geweld (op een geslacht dier, of op een mens, of op een bos) dat je je genegenheid toont. Omdat die toetakeling misschien de enige taal is die je spreekt, hebt leren spreken tijdens de leerjaren die het leven je gegeven heeft. Je oefende een grimas – een mix van pijn en een vreugdeloze glimlach – en stampte iets uit de grond - o paradox - door iets terug met de grond gelijk te maken - een zaak gebouwd op het verderf van bomen die nu eenmaal “te zwak” zijn. Hé jij, Joe, ben jij dat niet? Die boom tussen de bomen, die kruin die alleen zichzelf heeft? Joe? Een man die, alsof het noodlot er mee gemoeid was, alleen maar vernieling op zijn pad tegen kwam? Misschien heeft Joe een jeugd gehad als Gary. Kroop hij uit zijn ellende in een schrijnend leeg bestaan, dat hem in al zijn groezelige armtierigheid in de ogen keek door middel van de spiegel die Gary is. Want inderdaad, David Gordon Green maakt de lus uiteindelijk dicht. Gary wordt Joe terwijl de wrede wereld gewoon zichzelf blijft. Hond is hond, truck is truck, werk is werk. De personages veranderen, niet de gesteldheid van de wereld. Zucht. Om treurig van te worden.
‘Joe’, de film? Verschrikkelijk. Als in: een verschrikking om naar te kijken. Of: verschrikkelijk intens. Green maakt er een walgelijke, een op een vreemde manier aangrijpende ervaring van, ondanks of juist door de verschillende elementen en personages waar je geen grip op krijgt – daar ben ik nog niet uit. Maar de ruwheid van de marginaliteit, de brutaliteit van een hondenleven, de directheid waarmee de tegenslagen op Joe inbeuken, de irritaties die hem teisteren…allemaal komt het hard aan. En uiteindelijk? Je weet niet goed wat je er mee moet. Je weet niet waarom je ziet wat je allemaal ziet. Maar zoals dat ook gaat buiten de muren van het huis waarin deze blok tekst netjes wordt getikt: kunnen we mensen begrijpen, en hun drijfveren, hun zin, hun waanzin? Nee dus. Is ‘Joe’ daarom een verrijking voor de filmografie van dit universum? Wel nee. Of: ik weet het niet. Het is een film die ik in ieder geval nooit meer wil terugzien. Maar die ik wel aan velen zou en zal aanbevelen. De logica daarvan? Die mag de lezer zien te reconstrueren.
3,5*
Jojo Rabbit (2019)
Bij vlagen crimineel grappig. Elders hartverwarmend, en overwegend gewoonweg onweerstaanbaar sympathiek. Wat wil je meer?
Ben ik overigens de enige die bepaalde passages controversieel vind, in de wetenschap dat kinderen deze film zouden kunnen zien? Tegelijk stelt zich de vraag: hoe moeten de jongste generaties zich tot dit stuk geschiedenis verhouden? Kunnen en mogen we verbloemen, of moeten we de harde realiteit creatief verpakken zodanig dat de harde lessen met de nodige humor en menselijkheid door te slikken zijn? Precies dat heeft Taika Waititi gedaan.
‘Jojo Rabbit’ demoniseert geen enkele partij, maar doet de Gestapo wel slim af als een gevaarlijke bende nitwits, Hit(e)ler als een miezerige sukkel en de joden als mensen van vlees en bloed. Qua moraal zit het kortom wel goed, toch?
Oh ja, zeker vermakelijk!
3,25*
Joker (2019)
Wie of wat is de anomalie? Arthur Fleck of Het Systeem?
Een jongen, vastgebonden aan een radiator – mishandeld. Vermoedelijk overleeft hij door de werkelijkheid te verwerpen. Door zich van de feiten te verwijderen. Te dissociëren. Te lachen waar droefenis is, spanning, pijn. Te lachen als hij het diepst wordt gekrenkt.
Wat heeft Arthur Fleck, ik bedoel: hoe heet zijn aandoening in de DSM? Psychosen vallen immers niet te herleiden tot trauma. ‘Joker’ probeert echter geen medische casuïstiek te beschrijven. Wel onderzoekt de film een maatschappelijke probleemstelling: wat als de autoriteiten de meest kwetsbaren verwaarlozen? Wat als de meest fragiele bevolkingslagen “clowns” worden genoemd, afvalligen die moeten blij zijn met wat de heren politici hen aanbieden? Of anders gezegd: wals kleine mensen door grote meneren tot plebs worden herleid, kiesvoer dat niet op solidariteit kan rekenen maar hooguit op liefdadigheid – hierzo, een schaambrokje, uit geveinsd-grootmoedige beleefdheid, niet uit oprechte betrokkenheid?
…wacht eens even, is dit het verhaal van de Gele Hesjes?...
Dan ontstaat: geweld. Geen geweld dat kan gesitueerd worden op een klassiek moreel kompas. Geen geweld om koste wat het kost “kwaad” te verrichten. Wel geweld om door de gevestigde orde opgemerkt te worden, geweld om gezien te worden, geweld om tegen de gang van zaken in te gaan, geweld als meest radicale doch ook enige taal die iets teweeg brengt bij de machtsinstituten. En net van dit soort agressie zijn we het allerbangst, omdat het motief voor dergelijke razernij de logica van het systeem verwerpt. We kunnen haar niet begrijpen, althans niet herleiden tot een oorzakelijke factor die uit te schakelen valt, en dat houdt de kracht van deze woede in: ze wijst elke rede af, elke aanspraak op beschaving zoals de bewindvoerders die hebben uitgedokterd…
Deze woede is blind, en in haar blindheid: alziend. En nietsontziend.
Fascinerend, dat ‘Joker’ net nu in de zalen komt… Met, net als in ‘Chernobyl’ trouwens, een huiveringwekkende soundtrack die een negatie lijkt van wat muziek hoort te zijn: hulde voor Hildur Guðnadóttir! En voor Joaquin Phoenix, dat spreekt!
3,75*
Judas and the Black Messiah (2021)
Alternatieve titel: Judas & the Black Messiah
Gelaagd, want tweeledig.
Enerzijds het aloude verhaal over hoe verraad en chantage een hellend vlak vormen, waar de persoonlijke moraal uiteindelijk onherroepelijk vanaf tuimelt. Bij Bill O'Neal kwam het inzicht in zijn eigen verval schijnbaar erg laat, maar dat maakt het niet minder tragisch. Je ziet zijn verscheurdheid in het interview, de leugen waarmee hij jarenlang heeft proberen leven, de schim die hij geworden is. Indrukwekkend...
Anderzijds een verschrikkelijke bladzijde uit de Amerikaanse geschiedenis, in deze tijden helaas nog steeds relevant om op te dissen. Het gewortelde racisme, de angstcultuur rondom een politiek en vooral sociaal bewogen ideoloog: verkrampte kleine lui die hun privileges tot de tand gewapend bewaken, het is je reinste gruwel.
Wat eRCee zegt: ‘Judas and the Black Messiah’ kijkt weg als een spannende, vakkundig in elkaar gestoken en prima geacteerde (Daniel Kaluuya, dames en heren!) film, tot de finale de ervaring helemaal op z’n kop zet. Je gelooft gewoonweg niet wat je ziet. Ineens zo rauw, zo ongepolijst, zo gruwelijk: Shaka King ramt de verschrikking door de strot, zonder de feiten cinematografisch aan te dikken.
Slechts één woord is hier op z’n plaats: straf.
3,75*
Judgment at Nuremberg (1961)
Alternatieve titel: Judgement at Nuremberg
'Judgement at Nuremberg' is wat mij betreft vooral een belangrijke film. Dat "Wir haben es nicht gewußt", waar slaat dat nu eigenlijk op? Dat is de vraag waar deze Amerikaanse (nota bene) film antwoord op geeft.
Was daar dan echt 3 uur voor nodig geweest? Ik weet het niet, maar ik had zelden het gevoel dat de film te lang aansleepte. Dat komt niet door de pompeuze regie van Stanley Kramer - waar men zich inderdaad vragen bij kan stellen, evenals bij de hele taalkwestie (die trouwens wel een bepaalde authenticiteit opriep)-, maar door het stelletje acteurs dat hij rond zich wist te vergaren: Burt Lancaster is zijn apatische zelf (dit keer met immens veel overredingskracht), Spencer Tracy is het opspelende Amerikaanse geweten en nobele onbekende Maximilian Schell verheft het oreren in de rechtszaal tot een luguber spel tussen goed en kwaad.
En wat komt Marlene Dietrich daar dan nog eens bij kijken? Niet zo veel, inderdaad, maar de historie met haar man houdt de intrige gaande, en belicht tevens een sociaal-maatschappelijk aspect van de hele kwestie. Net als die journalist die zegt dat het Amerikaanse volk haar interesse verloren is. Dat soort inbreng zorgt ervoor dat de film een geloofwaardig historisch document wordt, meer dan een droge registratie van het proces.
'Judgement at Nuremberg' staat (volgens mij) terecht te boek als klassieker, al was het maar omdat Kramer de kijker nauw betrokken laat worden bij een belangrijk stuk geschiedenis. Wat me bij zal blijven is wat hier inhoudelijk werd verteld, niet zozeer het filmische aspect. Wat niet in de weg staat dat 'Judgement at Nuremberg' beloond mag worden. 
3,25*
Jungfrukällan (1960)
Alternatieve titel: De Maagdenbron
Binnen mijn gezin gingen stemmen op dat ‘De Maagdenbron’ de minst interessante Bergman is die we tot nog toe zagen, maar zelfs dat neemt niet weg dat de film heel wat te bieden heeft. Misschien zijn de vraagstukken niet zo esoterisch als we van Bergman gewoon zijn, en misschien zijn er minder vlagen van artistieke superioriteit (hoewel, het ontspringen van de bron, de man in de weer met de berk of het fascinerende tableau vivant op het einde getuigen van een ongebreideld genie). Daarvoor in de plaats komt echter de ontwapenende piëteit waarmee de Zweedse meester zijn verhaal vertelt. Universele emoties liggen op de weegschaal, en zelfs binnen dit bijzonder logische verhaaltje weet Bergman genuanceerde en bijzonder realistische karaktertekeningen te maken.
Wie het engelengeduld onder de knie heeft om anderhalf uur contemplatief onder te duiken in de fascinerende wereld van Bergman, kan met ‘De Maagdenbron’ niet misdoen. Nooit eigenlijk, bij Bergman.
Jungle Book, The (2016)
Oerdegelijk.
Oerdegelijk? Voor deze oerwoudfilm is dat een scheldwoord. Want probeer het maar eens, iets in elkaar boksen met materiaal dat tot het collectief geheugen van ongeveer de helft van de wereld behoort, en dat achteraf niet door de helft van die helft wordt uitgejouwd.
Jazeker, het is een wespennest zich te begeven in de jungle der herinneringen van diegenen die de animatiefilm uit het hoofd kennen of het boek par coeur/by heart/van harte kunnen citeren, en net daarom is het bewonderenswaardig dat Jon Favreau van zijn huzarenstuk een meer dan voortreffelijke film heeft gemaakt. ‘The Jungle Book’ is immers meeslepend, spannend, bij momenten grappig en niet zelden vertederend.
Ook ik, die niet tot het werelddeel der ingewijden behoor – want mama vond het medium televisie en alles wat via die kast des verderfs werd uitgezonden te min voor zoonlief…ondertussen neem ik Moviemeter-gewijs mijn zoete wraak op de dwalingen van haar opvoeding!...maar dit terzijde -, heb kortom van harte/by heart/par coeur genoten. Peace, love & nature, broeders!
3,5*
Juno (2007)
Het mag geen wonder heten dat 'Juno' niet in goeie aarde viel in conservatief Amerika. Jason 'Thank You for Smoking' Reitman brengt immers onverbloemd een ode aan tienermoeder Juno en haar onstuitbare positivisme, een gegeven dat we ook al in zijn debuut aantroffen.
Toch onderscheidt 'Juno' zich niet zo sterk als 'Thank You for Smoking' deed. Het script is verrassend leuk, maar niet buitengewoon intelligent en de cast voegt weinig diepte toe aan de personages. Toegegeven, J.K. Simmons is erg leuk en Ellen Page is er eindelijk in geslaagd om haar ego (gedeeltelijk) achter zich te laten, maar voor de rest komt bij 'Juno' weinig verbazing kijken. De film verveelt weliswaar niet, maar een "been there, done that"-gevoel is evengoed nooit veraf - behalve bij het eerlijke einde misschien. Hier en daar had er zelfs wat emotionele ballast geknipt mogen worden, hoewel Reitman nergens flatert.
Finaal blijft 'Juno' een doorsnee komedie over een prangend onderwerp, met veel vakmanschap aan de man gebracht. Wat zal bijblijven is niet zozeer de conventionele filmische uitwerking of de groteske dialogen, als wel de ontroerende moraal: het hoeven niet altijd de stoere jongens te zijn die de mooie meisjes weten in te pakken. Sympathieke nerds zoals Michael Cera mogen er gerust wat meer zijn in Hollywood. 
3,25*
Juste la Fin du Monde (2016)
Alternatieve titel: It's Only the End of the World
...quelque part, il y a quelque temps...
De enorme afstand tussen mensen, gefilmd van zo dichtbij mogelijk. ‘Juste la fin du monde’ toont het tragische onvermogen van mensen om elkaar echt te begrijpen, zelfs al gaat het om broers en zussen en moeders. De onmetelijke kloof tussen elk individu laat Dolan zien in een stroom van close-ups. Dit is theater op het witte doek, jazeker: het hele scenario bestaat uit psychologie – gesprekken, blikken, herinneringen – kortom er is bijna geen handeling in het heden, geen actie, dus geen filmisch kader. Dolan kan echter ook cinema maken zonder het grote pluspunt dat cinema voor heeft op toneel: het panorama van het echte leven. Dat laat hij volledig achterwege, om integendeel in te zoomen op de ziel van zijn personages. Niet de ballast van de decors van hun bestaan, maar hun zijn (en de ongrijpbaarheid daarvan): dat is wat de toeschouwer te zien krijgt.
Indrukwekkend. En toch ben ik ingedommeld. Dat zegt vermoedelijk meer over mijn slaapkwaliteit dan over de film – ook ik ben tenslotte maar een mens, zoals er in ‘Juste la fin du monde’ ook alleen maar mensen rondlopen. Zijn zij, zoals de plotbeschrijving leest, een exempel van “een bijzonder onvermogen om te luisteren of lief te hebben”? Ja? Hum. Misschien moeten we deze film in een ander licht zien, namelijk het licht van een liefde waar geen taal voor bestaat, het licht van een warmte die botst op een muur van woorden die geen uitdrukking kunnen geven aan die liefde? Is het einde van de film grimmig, of gaat er ook een zekere warmte van uit, een hoop, een inzicht in de diepte van familiebanden? Ik vraag, u antwoordt, alstublieft.
3,25* - en note to self: binnenkort meer Dolan op het programma, meneer!
PS: Marion Cotillard ontnam me de adem. Haar gestotter en gestamel, haar niet-taligheid lijkt me de sleutel tot de film. Zij is een menselijke warmtebron zonder woorden, een schijnbaar zwak figuur die een enorme sterkte verraadt - toch?
