Meningen
Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Querelle (1982)
Alternatieve titel: Querelle - Ein Pakt mit dem Teufel
Die voice-over vind ik juist geweldig, en geeft een meer filosofisch/poëtische richting aan de gebeurtenissen.
Hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Aanvankelijk verhogen de narratieve escapades van zowel Querelle als luitenant Nero de sfeer, maar eens duidelijk wordt dat ze de kijker nergens heen leiden (laat staan van enige filosofische betekenis zijn), vraag je je af wat je er nog aan hebt.
Idem dito voor de stilering: waar de bezwete borstkassen en het dromerige decor (soundtrack incluis) in het begin nog bijdragen aan de algehele erotische sfeer, gaat het mij iets te ver eenmaal Fassbinder de gemeenschap tussen Nono en Querelle "expliciet" in beeld brengt. Waarom die onsmakelijke details toevoegen, als je ook een heteroseksueel publiek wilt bereiken? Ik had met andere woorden het gevoel dat 'Querelle' langzaam maar zeker het ontschuldige karakter van een mijmering over liefde verloor, en een regelrechte gay-film werd.
Het verhaal op zich is voor de rest niet saai, maar wat betreft de psychologische uitdieping bleef ik op mijn honger. De motieven van Querelle worden nergens echt toegelicht, behalve via schemerige zinsnedes (in de voice-over) die vooral als barokke frasering dienen. Het wazige gedoe omtrent de relatie tussen moord en drift verraadt dus weinig over hoe intelligent deze film nu eigenlijk is. Dat mag de kijker zelf uitmaken.
Toegegeven, 'Querelle' voelt hoogst uniek aan, maar wie door de van zogenaamde articiteit zwangere façade heen kijkt, ziet vooral een sterk aangedikte film. Fassbinders laatste laat veel ruimte voor suggestie, en rekent op de goodwill van de kijker om de losse stukken te lijmen. Wie zich echter niet bijzonder interesseert voor de beweegredenen en fascinaties van een stel homoseksuelen, kan weinig uit de film halen. In het aanschijn van Fassbinders volledige oeuvre is 'Querelle' kortom een mineur slotakkoord. Het zij hem vergeven.
Quiet Passion, A (2016)
Een gemiste kans om Emily Dickinson op een meer lichtvoetige manier te presenteren aan een breder publiek.
Vraag: zou een dergelijke "lichtvoetige manier" recht doen aan wie zij daadwerkelijk was?
Vraag: hoe wordt een vrouw wanneer zij zich (terecht) uitgesloten en genegeerd voelt, buitenspel gezet omdat mannen nu eenmaal de samenleving domineren? Is het dan niet tot op zekere hoogte logisch dat ze zich terugtrekt in een strenge morele code, vasthoudt aan starre principes die haar sociale vacuüm en haar integrale "wereldvreemde zijn" proberen te stutten? Is dat geen verdedigingsmechanisme waartegenover vooral mededogen gepast is?
Terence Davies heeft met 'A Quiet Passion' vermoedelijk vooral een eerlijke biografie willen afleveren, zonder piëdestal. Vraag: moeten we dat niet moedig vinden?
Meer nog: de film lijkt een poging om het gestileerde van Dickinsons taal naar het witte doek te vertalen, alsof het visuele register hetzelfde raffinement als haar poëzie moest uitwasemen. Anderzijds realiseert Davies zich dat ook het historische personage vooral bestaat uit wat ze heeft nagelaten, uit gedichten die geen publiek vonden, waar ze tegen wil en dank mee doorging, steeds verder weg van het wereldse gewoel...haar meest absolute daad, de essentie van haar biografie, ligt kortom besloten in het schrijven zelf! Vraag: Ferdydurke, hoe zou Davies haar verhaal kunnen verfilmen zonder haar woorden, haar eloquentie, haar tot proza geadapteerde poëzie tot voorbeeld te nemen?
Dit gezegd zijnde: ook ik ben niet wild van 'A Quiet Passion', een film die ondanks de verbluffende cinematografie inderdaad wat onecht, stoffig, museaal aanvoelt. Oorzakelijke factor is het script, dat eerder aan taxidermie dan aan volbloed dialogen doet denken. Enfin, de essentie had Filmkriebel al geschreven:
Laat ons, om voornoemde redenen, toch mild zijn!
3*
Quo Vadis, Aida? (2020)
Alternatieve titel: Where Are You Going, Aida?
Kroniek van een aangekondigde dood.
Onder het toeziende oog van de Verenigde Naties.
Of liever: onder het bijziende oog van de Verenigde Naties.
Nee, nauwkeuriger: onder het oog en de neus van de doofstomme Verenigde Naties, vleugellam, naïef – de ceremoniële omlijsting bij een geïmproviseerde genocide.
Het bankroet van de internationale gemeenschap – die medio juli toevallig integraal op verlof was – kan moeilijk treffender in beeld worden gebracht. Als een thriller voert regisseuse Jasmila Žbanić de toeschouwer richting het onontkoombare en nietsontziende einde – een einde dat in alle geschiedenisboeken staat, en waarvan je hoopt het toch niet te zullen moeten onderkennen. Het publiek dat laten voelen, betekent ijzersterke cinema.
Zonder context, zonder wij-zij, zonder ideologische krachtlijnen uit te diepen: de kracht van ‘Quo vadis, Aida?’ is dat Jasmila Žbanić alleen maar mensen toont, gevangen in een spiraal van geweld waar al lang geen ontkomen meer aan is. De film toont geen perspectieven of kanten, geen gelijk of ongelijk, geen historische of nationalistische of etnische waarheid, alleen maar de naakte essentie, het wezen van onschuldige zielen die om de meest onzalige redenen moeten sneuvelen.
De voetnoot is cynisch, maar misschien ook hoopvol. Aida’s hele leven is verbeurd verklaard, haar eigendom is ingepalmd, van haar verleden resteren slechts scherven en snippers, en toch kiest ze voor het onderwijs, omdat kinderen opnieuw kunnen kijken, leren kijken, elkaar kunnen zien. Zij kunnen de geschiedenis niet overdoen, maar zij kunnen er voor kiezen om de geschiedenis niet over te doen. Zij kunnen de feiten in de ogen kijken, en toch toekomst maken, op een plek waar zoveel verschrikking, zoveel ellende, zoveel duisternis is neergedaald. Zij dansen op het graf van ontelbaren – en dat moeten ze, omdat het kinderen zijn, kinderen van een toekomst die anders kan, moet, zal zijn.
3,5*
