Meningen
Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Sameblod (2016)
Alternatieve titel: Sami Blood
“Je droomt van een berg die niet bestaat, want je bent te moe om de schoonheid te zien van hetgeen jou omringt.” Aldus de lerares – in ongeveer die bewoordingen. De zin is bedoeld voor Elle-Marja, en…misschien is dit haar diagnose? Blind voor het wonder van een cultuur die ze ten allen koste wil verlaten?
Zoals elk kind wil Elle-Marja de wereld verkennen. Weten wat dat is, de horizon. En weten waar daar achter komt, achter die lijn. En ja hoor, ze ontdekt het. Weer een lijn, weer een einder, weer een ontgoocheling. Ze blijft botsen op haar afkomst, op roots die ze probeert achter te laten. Dat lukt natuurlijk niet. Vroeg of laat – en in dit geval: erg laat – komen ze terug spoken. De oude Elle-Marja ziet, op een dansvloer die metaforisch is voor een oppervlakkige cultuur waarin ze misschien nooit goed heeft kunnen aarden, dat ze haar wortels niet kan verloochenen. Haar terugkeer is niet zomaar een bezoek aan het verleden, maar een herontdekking van het heden. We weten niet of ze zal blijven. We voelen: ze zal blijven.
Elk detail is van betekenis in deze perfect uitgekiende film. Elk woord. Elke geste. Elk shot. Regisseuse Amanda Kernell kiest voor een enorme nabijheid in haar cameravoering. Uit haar blik blijkt dat de essentie niet schuilgaat in het totaalplaatje, maar in het kleinste gebaar. Een hand op een borstkas. Een hoofd op een kussen. Een oormerking tegen de achtergrond van fluisterend gras. Elle-Marja mag dan weglopen van de natuur, diezelfde natuur is overal met haar. Ze staat dichter dan wie ook bij de dingen, de elementen, de mensen die haar pad kruisen. Ze toont zich bij uitstek een Sami door te zijn zoals ze is, zelfs in de grote stad. Zelf wil ze dat echter niet onder ogen zien. De gruwelijkste scène is diegenen waarin Kernell laat zien dat ze de haat van de buitenwereld zelf heeft geïncorporeerd. Ze ruikt een stank die er niet is. Ze probeert gezuiverd te geraken van haar verleden – een handeling die gedoemd is om catastrofale gevolgen te hebben.
Verbijsterend is overigens het portret van het afgrijzen van de Zweedse bevolking. Wetenschappers die op mensonterende wijze een objectieve grond proberen vinden voor hun subjectieve onzin. Antropologiestudentes die een mens benaderen als een museumstuk. Kwajongens die een meisje verminken voor het leven. Een lerares die zwelgt in haar zogenaamde menslievendheid, maar eigenlijk geen haar beter is dan de rest. Een elitaire laag van de bevolking die het huis liever gevrijwaard houdt voor een meisje van ‘vreemde’ origine. Nou, euhm…moet ik nog doorgaan?
Toch gaat Elle-Marja weg. Op allegorische wijze: door de natuur zelf dodelijk te verwonden. Door een onschuldig rendier de prijs te laten betalen voor haar eigen dwaling. Tegelijk toont Kernell dat ook de Samicultuur niet vrijuit gaat. Uiteraard is hun stilstand in de tijd niet te verzoenen met een snel evoluerende Westerse samenleving met andere normen, waarden en idealen, maar toch: het feit dat ze geen dialoog opzoeken, pleit tegen hen. Ella-Marja rukt de deur open, en hoort die meteen achter zich in het slot vallen. Geen wonder dat ze pas vele decennia later terugkeert – eenmaal de echo van het spreekwoordelijke slot niet meer op haar trommelvliezen rust.
Waar wou ik heen, met dit alles? Naar mijn ervaring van ‘Sameblod’ als een bijzonder indringende, cinematografische schitterende en inhoudelijk ongewoon kernachtige film. Misschien geen intellectuele openbaring, wel een les in geschiedenis waarvan de mond wagenwijd open valt. En, vooral, een les in humaniteit – want o ja, als ‘Sami Blood’ iets toont, dan is het de gesteldheid van de mens, op het kruispunt van de kindertijd naar de volwassenheid.
3,5*
Saul Fia (2015)
Alternatieve titel: Son of Saul
eRCee slaat weer eens nagels met koppen! De enige manier om de gruwel te overleven is als het ware zonder de gruwel te leren leven, naast de horror te kijken, de verschrikkingen niet of nauwelijks te zien. Toch liep het Sonderkommando niet van 's ochtends tot 's avonds netjes in de pas. László Nemes suggereert dat de leden veel soevereiniteit genoten: is dat historisch geïnformeerd? Wetende dat Nemes zich op de opstand in Auschwitz en de Sonderkommandofoto's heeft gebaseerd, zal de verfilmde chaos en het voortdurende gekonkel vermoedelijk geschiedkundig juist zijn, en de verdienste is dat de toeschouwer daarmee een accurater beeld van een deel van de concentratiekampen krijgt. Op technisch-cinematografisch fenomenale wijze, van de klankband tot de hypnotiserende cameravoering, zeer zeker!
Anderzijds werkte het uitgangspunt voor mij net als voor eRCee minder goed. Saul ontwaakt als een moderne Antigone uit een blind overlevingsinstinct: hij wil als levende dode terug mens worden, door te doen wat mensen doen, met name hun doden in eer en geweten ter aarde bestellen. Logisch, en toch is het moeilijk psychologisch mee te leven met het personage. Hij ziet toch dat er andere prioriteiten zijn, en dat hij geen lotgenoten in gevaar moet brengen door het onmogelijke te willen doen? Hij moet dat toch zien? Dat instinct kan hem toch niet zomaar in de steek laten?
Het aloude conflict tussen weten en voelen, tussen ratio en affect, juist. Het slot, waarin Saul de mensheid van een toekomst verzekerd weet bij de gratie van een reïncarnatie van zijn begraven (bastaard?)zoon, is tegelijk vol hoop als verpletterend ontnuchterend: met individuele acties is het perfect georganiseerde kwaad niet te ontmantelen. Een andere finale had niet gekund, de uitwerking is een mokerslag, en toch: als Nemes zijn personage meer als mens dan als schim had neergezet (weliswaar in de volle wetenschap dat een mens om Auschwitz te overleven geen mens mag zijn, maar een schim moet worden, cfr. supra), dan was de film wat mij betreft nog indrukwekkender geweest.
3,25*
Se, Jie (2007)
Alternatieve titel: Lust, Caution
Ang Lee heeft met ‘Se, Jie’ een pareltje afgeleverd, het moge duidelijk zijn. Achter de façade van een geduldige spionagefilm steekt hij een tragisch dubbelportret, gecombineerd met pure erotiek en een uiterst zorgvuldige stijl. Aan de achtergrond grijpt een oorlog plaats, de contouren van menselijk leed zijn alomtegenwoordig. Dat belooft...
Waar ligt de kracht van deze film? Voor het grootste deel in zijn acteurs: Tony Leung (mijn 'idool' in cinemaland) slaagt erin met één doordringende blik een hele persoonlijke geschiedenis uit te leggen. De drijfveren van deze figuur mogen dan niet volledig duidelijk zijn, Leung maakt zijn personages zodanig realistisch dat men hun handelen alsnog begrijpt. Zo sterk zag ik hem niet meer acteren sedert ‘2046’. Echter, ook Wei Tang verrast met een buitengewoon goede ingetogen vertolking; de rest van de cast insgelijks.
Wat verheft ‘Lust, Caution’ dan tot "iets méér"? In elk geval doet de stijlvolle aankleding wonderen: elk streepje lippenstift legt een ontroerend accent, elke zonnestraal valt precies goed. “Zorgvuldig”, zoals ik al zei. Bovendien is er de meeslepende soundtrack, die iets heel intiem over zich heeft – de gelijkenis met ‘The Painted Veil’ drong zich spontaan op. Bij nader opzoeken bleek inderdaad Alexandre Desplat aan het werk – altijd fijn om de hand van de meester te herkennen. 
Er is echter, zoals altijd in de vervloekte 3e dimensie van het kritiek leveren, een keerzijde van de medaille. De film in zijn geheel is ontzettend geladen, maar Ang Lee gunt zichzelf toch niet iets te veel tijd. Pas naar het einde toe kan ‘Lust, Caution’ echt meeslepen, als beide partners de “caution” over boord gooien en zich overgeven aan de “lust”. Het morele gevecht van de achterliggende oorlog vervaagt, geen van beiden gaat op het moment van de “lust” gevrijwaard van schuld. Leung legt alle wroeging en plicht af en wordt Tangs gelijke, kan dat niet verkroppen en blijft een bruut. Tijdens de “lust” viert hij zijn verschrikkelijke sociale positie bot op haar, om te vergeten dat hij alle “caution” achter zich heeft gelaten. Hij hervindt zichzelf (als bruut), na de tederheid. Zij kan pas de “caution” loslaten als de “lust” geen voorbereid spelletje meer is, maar een persoonlijk en experimenteel gegeven. De spionne hoeft niet langer undercover te blijven, ze is vrij. Samen vrij. Het zou een onnozele roman kunnen zijn, maar deze keer is het de kern van een ontzettend fascinerende film. 
Ook jammer is dat Lee niet meer aandacht besteed aan de ‘Pacific War’, die hij louter gebruikt als decorstuk. Die keuze heeft iets nobel: Lee wil niet de grote historicus spelen en de ‘stupid Westeners’ het hele conflict komen uitleggen. Anderzijds kan men, in al zijn nobelheid, ook gewoon té weinig loslaten, zodat enkele raakpunten (tussen conflict en personages) niets dan verwarring scheppen. Precies wat Ang Lee hier helaas laat gebeuren, helaas.
Dat kan de algehele pret echter absoluut niet drukken. Deze stille film begeeft zich twee uur lang naar een beklijvende finale, om uiteindelijk met een milde, übertragische ontknoping (die bovendien "onontkomelijk" lijkt) het doek te laten vallen over twee en een half uur grote cinema.
Zoals u ziet: één grote lofrede – moge het aanstekelijk werken voor diegenen die ‘Se, Jie’ nog niet gezien hebben…
3,75* (met veel kans op verhoging)
Grappig trouwens: precies 1 jaar geleden schreef ik hier het allereerste bericht, met de mededeling dat “het niet fout kon gaan”. Beetje profetisch, al zeg ik het zelf... 
Secret Life of Walter Mitty, The (2013)
Een ode aan de kleine mens.
Een ode aan de fantasie.
Een ode aan de vele kleine mensen die met hun fantasie het onmogelijke mogelijk maken.
En dat in een regie van Ben Stiller.
Echt waar.
Nooit gedacht.
En toch.
Echt waar.
Een heerlijke komedie is dit, waarvoor Stiller zomaar even excursies maakt naar de mooiste plekken op onze aardbol. Zijnde? Groenland, IJsland en de Himalaya, alstublieft m’neer. Er zitten onnozele grappen in, maar ook schitterende subtiliteiten, hartverwarmende tederheid, menselijk engagement en heel wat creatieve vondsten. En dat alles overgoten met een amoureuze saus. Ah, je zou voor minder lyrisch worden.
De voorspelbare afloop neem je er dan maar bij. En – echt waar – die ontroert niettemin. ‘The Secret Life of Walter Mitty’ is zoals meer films zouden moeten zijn: ze spiegelen ons voor dat we, elk op onze manier, het beste uit onszelf kunnen halen. En zelfs als de grotere structuren (werkgevers, overheden, wie dan ook) dat niet zien, worden we op individueel niveau beloond. Ah, pink je ook alvast een traantje weg? Wacht dan maar tot Stiller ontwapenend goedhartig in de camera blikt. En je bent vertrokken. Voor een niets minder dan heerlijke trip.
Ruim 3,5*.
Selma (2014)
Een film die een geweten schopt. Bij ons, juist. Maar ook bij de nagedachtenis aan Martin Luther King, niet? Want blijkbaar heeft Jonathan Safran Foer in ‘We Are the Weather’ gelijk over wat we revoluties of op zijn minste grote historische omwentelingen kunnen noemen: ze moeten een schouwtoneel hebben, een dramatisch verloop, en een voortrekker die de hele inzet belichaamt. En dus?
Dus werd Selma de uitgelezen plaats voor de volgende stap in Kings streven naar gelijkheid. Ava DuVernay suggereert dat hij wist dat er slachtoffers zouden vallen, dat hij wist dat de situatie explosief uit de hand kon lopen, dat hij wist dat de gevolgen op menselijk vlak niet te overzien zouden zijn – en dat hij toch doorzette, ja zelfs expliciet koos net omwille van dit alles.
Wat leidt tot de vraag: hoeveel offers is het grotere goed waard? En wat zegt die offerbereidheid over King, over zijn geloof in datgene waar hij voor streed, over hoe belangrijk hij zichzelf achtte, over hoezeer hij al met de geschiedenisboeken in gedachten zat? Niet dat er een zweem van cynisme doorheen ‘Selma’ waait, zeer zeker niet. Maar het portret roept wel vragen op (en verheerlijkt dus niet in klassiek Amerikaanse zin), en geeft tegelijk een inzicht in feiten die we beter zouden moeten kennen.
Ah, schrijnend. Wetende dat de strijd met bekrompenheid, racisme en ongelijkheid nog lang niet gestreden is. Hoe lang nog? Hoe lang? Lang?
4,25*
Sen to Chihiro no Kamikakushi (2001)
Alternatieve titel: Spirited Away
Het blijft me toch een worsteling, dat universum van Hayao Miyazaki. In 2008 liet ik me nog in matig lovende termen uit over ‘Howl's Moving Castle’, dat ik afzette tegenover “het ontgoochelende ‘Spirited Away’”. Relatief recent kreeg ik ook ‘The Wind Rises’ onder ogen, waarin me opviel dat Miyazaki wel heel erg veel wil zeggen en tonen op relatief korte tijd. En misschien is dat wel het euvel waar ik in het leeuwendeel van zijn films over struikel: het jachtige narratief, dat zichzelf door een overdaad aan verbeeldingskracht als het ware voorbij stormt?
Ook 'Spirited Away' is een behoorlijk wilde trip richting Chihiro’s volwassenwording. Onderweg krijgt ze gelegenheid te over om zich te conformeren aan de werkelijkheid der meerderjarigen, geregeerd door eigenbelang en grenzeloze hebzucht. Ze bewaart en bewaakt echter de essentie die haar als kind is ingegeven: grenzeloos vertrouwen, naïviteit, het geloof dat alle wezens weliswaar het kwade kunnen belichamen, maar inherent goed zijn. Denk maar aan Haku en Zonder Gezicht, of aan haar ouders… En ze vertrouwt op haar fantasie, wat meteen ook haar redding betekent – iets waar wij volwassenen een en ander van te leren hebben dus.
Kortom een wijze parabel, met Miyazaki’s obligate humoristische accenten. Maar een animatiefilm zoals er geen tweede is? Nou, dat is voor mij een paar bruggen te ver…
3*
Senna (2010)
Alternatieve titel: Ayrton Senna: Beyond the Speed of Sound
Net als ‘Amy’ een bijzonder indrukwekkende documentaire. Een fragiel portret dat misschien te eenzijdig inzoomt op Ayrton Senna als onschuldig genie, als slachtoffer van een systeem, als onderdaan van een door God en een gans volk ingegeven ambitie. Grote woorden, maar ah, die lijken hier op hun plaats!
Vooral de finale is bloedstollend, ook al weet elke toeschouwer wat er staat te gebeuren. Asif Kapadia voegt een vleug transcendente mystiek toe – een Bijbelpassage, een gemillimeterde neurologische doodslag zonder ook maar één gebroken bot in het hele lijf! – wat de gevoelsmatige impact nog versterkt. Verder oordeelt de regisseur niet expliciet: niet over Senna’s verlangens die voorbij de einder reiken (hybris?), niet over het politieke gekonkel rondom de Formule 1-sport. Dat effent het pad voor een sterke gevoelsmatige lading, eigenlijk een mokerslag. Anderzijds laat Kapadia de kans liggen om uit te klaren hoe de F1 na Senna’s overlijden helemaal anders werd. Hoewel dat misschien te belerend zou geweest zijn?
Hoe het ook zij, nogal ondersteboven van deze brok cinema.
3,5*
Seom (2000)
Alternatieve titel: The Isle
'The Isle' fascinerend? Het eerste half uur van de film wel, ja. De verstilling, de "onmogelijke" liefde die beide partners nu eens wel, dan weer niet in vervulling zien gaan, de mooie plaatjes, ... Kim Ki-Duk lijkt hier terug op het niveau van 'Bin-Jip' bezig te zijn, en de film stevent af op een droevig en innig portret van 2 tragische individuen.
Waarom is het dat dan toch niet geworden? Omdat Ki-Duk wéér op de proppen komt met zijn typische vraagstukken rond goed en kwaad, die gewoonweg niet interessant zijn. Is zij schuldig? Ethisch gezien een eenvoudig te beantwoorden vraag, zeker gezien haar ziekelijk neiging om de minder vriendelijke klanten (zomaar) te pijnigen (cfr. ook 'The Coast Guard'). En wat moeten we met de ongezonde dosis zelfmutilatie die 'Seom' binnensluipt? De vergelijking met 'La Pianiste' gaat uiteraard te ver, maar ook is Ki-Duk niet schaars met beelden, waar hij anders zo subtiel is.
De plotse ommezwaai in karakter en personages komt onverwacht, en breekt met het gevoel van 'The Isle' als "liefdesportret". Nee, voor mij was de pret er plots helemaal af.
2,25*
Sex Traffic (2004)
Met ‘Sex Traffic’ heeft David Yates één van de meest hallucinante films van de laatste jaren gemaakt. Immers, de betrokkenheid waarmee hij zich in de film stort is zelden gezien: in dit epos laat hij alle mogelijke kanten van “de zaak” zien, zonder schroom. We krijgen ongeveer 3 uur mensonterende toestanden, zoniet fysiek dan wel psychologisch. Yates kraakt ons, en niet alleen met wat hij expliciet toont. De tentakels van deze streng gesloten netwerken dringen immers diep in onze samenleving door, en toch is mensenhandel en de bijhorende prostitutie een probleem waar wij zelden over praten. Hoe komt dat, vraagt de held achter de camera zich af. Zijn wij het zelf die de andere kant op kijken (dat eindshot
), of worden we door de machthebbers zelf in het zak gezet? En wie heeft hier uiteindelijk schuld aan?
David Yates heeft echter geen grootse film gemaakt die in het wilde weg met een beschuldigende vinger gaat wijzen. Vergeet het, het was de man duidelijk te doen om het probleem aan te kaarten, niet om zichzelf bij de politieke activisten populair te maken. Op datzelfde punt schiet ‘Sex Traffic’ echter te kort: bij een film die zoveel blootlegt horen misschien ook enkele hooghartige en gedurfde conclusies – ik zeg zo maar wat. Al zou dat dan weer in strijd zijn met de pretentieloze semi-documentaire stijl...
En waarom eigenlijk niet resoluut voor één vorm kiezen? Yates wisselt de benauwende, grauwe fotografie van de bars af met lichte tinten in de Daniel-verhaallijn (om het contrast te scheppen, wellicht), maar dat breekt de verschrikking. Men hoeft maar het thematisch verwante ‘Lilja 4-Ever’ te zien om te begrijpen wat de cinematograaf aan sfeer kan inbrengen.
‘Sex Traffic’ is een brok vakkundige vertelkunst, zeker weten. Vandaag ben ik er kapot van, maar morgen hangt me waarschijnlijk nog weinig bij – dat heb je nu eenmaal met films waarvan de visuele kant de kijker niet overrompelt. Echter, het inhumane waarvan Yates ons hier bewust maakt, dàt zal mij niet meer verlaten. Maar verdorie toch, wat kunnen wij doen?
3,75*
Shape of Water, The (2017)
Euhm…Levinas, the movie?
Hoe gaan we om met Andersheid? Met de Ander? De zwarte, de homoseksueel, de stomme, de ideologische vijand, de poetsvrouw en – bij wijze van hyperbool – het creatuur? Slagen we er in om ons met het Andere te identificeren, bijvoorbeeld via een gedeeld gebrek? Of wijzen we wat van onszelf verschilt principieel af, omdat de weigering tot toenadering betekent dat er niet in eigen boezem hoeft gekeken te worden?
Gedeeld gebrek, zei ik? De sprakeloosheid en de onkenbare gevoelswereld die achter dit geluidsloze landschap van de existentie schuil gaat – zeer zeker. Maar ook: de eenzaamheid. Wie van de personages is immers niet alleen? Het creatuur, alleen in een wereld die de zijne niet lijkt. Elisa, alleen in haar stilte. Zelda, alleen in haar huwelijk. Giles, alleen in zijn geaardheid. Strickland, alleen in zijn modelgezin (nota bene: zelfs tijdens het vrijen weigert hij de nabijheid van zijn vrouw, want verdorie, zwijgen moet ze als hij haar neemt). Dr. Hoffstetler, alleen in zijn humanistisch-patriotistische overtuiging. Het tragische isolement waartoe het bestaan zelf ons veroordeelt, bindt ons. Nergens zijn we meer gelijk dan op het niveau van de pijn van het zijn. Laat ‘The shape of water’ dat niet prachtig zien?
Verder verwijst Guillermo del Toro voortdurend naar cinema als broedplaats voor verhalen, voor emotie, voor schoonheid, voor nieuws. Zo wordt de VS ten tijde van de Koude Oorlog niet alleen gesitueerd, ook wordt de toeschouwer herinnerd aan de filmfabriek zelf, als kunstvorm die de realiteit omvormt precies om inzicht te geven in hoe die realiteit in elkaar steekt. Tegelijk escapistisch en kritisch gebruikt de regisseur de gemeenplaatsen van het filmgenre (een spion op een afgelegen plek met een absurd paswoord, een figuur die de pure boosaardigheid belichaamt, een protagoniste die zich ondanks haar gebrek sterk toont, een kluns van een helper aan haar zijde, etcetera etcetera) om opnieuw een raamwerk te genereren waardoor het publiek naar vandaag kan kijken. Escapistisch-Hollywoodiaans maar ook actueel-vernietigend voor een land waarin ongelijkheid zich nog steeds op ettelijke fronten manifesteert.
Tot slot: een appel. “If we do nothing, neither are we.” Kunnen we nog verder met een president die de ongelijkheid belichaamt als notoir republikeins industrieel en zelfs verkondigt als pleitbezorger van een muur op de grens met Mexico? Dit moderne sprookje doet wat weinig uitdrukkelijk maatschappelijk georiënteerde films kunnen: warme, verbindende ideeën uitdragen verpakt in een spannende, ontroerende en laagdrempelige stijl. Als ‘The shape of water’ een Oscar nodig had om een breed publiek te vinden, dan is ‘ie de film van harte gegund.
3,75*
Shirley: Visions of Reality (2013)
Decorbouwers zijn grote kunstenaars. Echt waar! Neem bijvoorbeeld ‘Shirley: Visions of Reality’, een film die Edward Hoppers universum tot leven wekt. Beroemde doeken worden erin geënsceneerd, met een indrukwekkende zorgvuldigheid. Alles klopt: het metafysische, onaardse licht en het onaangeroerd uitziende meubilair, tot en met de kreuken in een nachthemd en de choreografisch kringelende sigarettenrook. Op de klankband laat Gustav Deutsch onderwijl een personage het verhaal vertellen van verschillende decennia Amerikaanse geschiedenis - samen een parabel over het metier acteur. Die bijna sensueel ingesproken monologen genereren context, waardoor de tableaux van abstracte representaties ineens heel concreet worden. Toch maakt Deutsch niet de vergissing een lineaire puzzel te willen voorschotelen: de scènes staan op zichzelf, en zelfs binnen de taferelen blijven diverse interpretaties mogelijk. Daarom is ‘Shirley: Visions of Reality’ eigenlijk een oefening in het kijken, het leren kijken naar beeldende kunst en naar cinema, het openstaan voor veranderende betekenissen, zelfs als de dingen amper aan het schuiven gaan binnen een en hetzelfde beeld.
Tot zover. Want ah, die laatavondvoorstellingen, ze zouden die moeten afschaffen! Ik bedoel, vechten met de slaap, dat zou een mens niet in een cinema moeten of mogen doen. Eigen verantwoordelijkheid, natuurlijk. Maar eerlijk: met wat ik hiervan heb kunnen meepikken, ben ik alvast zeer tevreden. En ben ik onder de indruk: dat er vakmannen als Deutsch rondlopen...prijzen wij ons gelukkig!
3,5*
Sicario (2015)
Op z'n Villeneuve's - zullen we zijn naam dan maar meteen promoveren tot een superlatief, tot een stijlaanduiding, tot een synoniem voor ongewone intensiteit, tot een genre op zich?
Nu, eender zijn zijn films in ieder geval niet. Integendeel. Kijk bijvoorbeeld hoezeer 'Sicario' als film een socio-maatschappelijke positie inneemt. Drugsoorlogen, immigratieproblemen, Amerika die een muur bouwt, kinderen die van jongs af met geweld worden geconfronteerd, gedecimeerde gezinnen waarin kinderen vaderloos moeten opgroeien, ... Het zijn verschrikkingen waarvoor we maar al te graag de ogen sluiten. Een muur bouwen maakt dat overigens gemakkelijker, weet je.
En, wat is goedheid trouwens in dit kluwen van belangen en motieven? En wat slechtheid? Heeft het een gezicht, of is het grote kwaad uiteindelijk ook gewoon een vader van twee kinderen? Ah, wat heet rechtvaardigheid? Trouwens niet te verwarren met: genoegdoening. Oh, aan morele complexiteit geen gebrek hier. Overigens nog een valstrik: wanneer maakt Kate zichzelf mede schuldig? Waar wordt ze medeplichtig? Of is ze dat überhaupt niet? Op basis van de twijfelachtige vrijwilligheid van haar deelname aan de hele onderneming?
Nou, genoeg geouwehoer? Verschuiven wij dan de klemtoon naar de cinematografie! De overweldigende natuur bijvoorbeeld. Teken aan de wand: hier bestrijdt men een onheil dat te groot is voor een groep kleine kleine mensjes. Bovendien: gordijnen als leidmotief. Ze verbergen de ware contouren des duivels. Het diepste kwaad heeft geen gezicht - het is een angst, die ons verteert, vegeteert - een werkwoord zo gruwelijk als lijken achter een muur, nietwaar?
Evenzo met de muziek trouwens, de soundtrack die de toeschouwer gewoonweg overweldigt. Zelden spanning als zo (quasi) ondragelijk aangevoeld. Zelden ook muziek geweten met een zo persoonlijke toets - Jóhann Jóhannsson, daarvoor gaat mijn pet af. En natuurlijk - natuurlijk! - schitterend neergezet! Zeer gelijkmatige vertolkingen - allen voor zich excellent. Perfect opgebouwd ook.
En, ah, oh, nou, mijn loftrompet kan zo overigens nog even doorgaan - maar de boodschap is inmiddels duidelijk, denk ik. Ga heen...en zie!
3,75*
Sicko (2007)
Belabberd.
De misstanden van het Amerikaanse gezondheidszorgsysteem kunnen niet vaak en grotesk en pijnlijk en schrijnend genoeg te kijk worden gezet. Alleen gaat Michael Moore deze keer wel erg duidelijk voorbij aan de essentie van het verhaal. Alsof het uitgebreid doch eenzijdig in beeld brengen van het Franse, het Britse en het Cubaanse alternatief een excuus zijn om niet te moeten ingaan op waar het schoentje in de VS fundamenteel wringt: het idee dat solidariteit en de idee van 'the American dream' onverzoenbaar zijn.
Waar het mij om gaat is dit: doet het er toe dat de Franse overheid de was en de plas van jonge gezinnen ondersteunt? En vooral: wie spreekt over de NHS, moet ook spreken over de twee-sporen-geneeskunde, de lange wachttijden in het door de staat gefinancierde systeem en de ongelijkheid die de nadrukkelijke aanwezigheid van een privaat luik met zich meebrengt. Daar ging de film natuurlijk niet over, maar het contrast dat Moore probeert te schetsen, klopt niet helemaal. Het eeuwige 9/11-trauma verbinden aan de Cuba-crisis van destijds en 'Sicko' op die manier naar een sentimenteel hoogtepunt duwen: het heeft iets absurd, en het is als kitscherige en expliciet emotionele laag eigenlijk volslagen overbodig. En, nogmaals: het is een gemiste kans om het ware pijnpunt te benoemen.
Ik heb de dokters gemist, de politici, de academici, de sociologen en filosofen die het probleem meer intellectueel dan gevoelsmatig benaderen. Toch maar weer naar dag- of weekbladen grijpen dus, in plaats van deze wat monotone zit.
2,5*
Sideways (2004)
'About Schmidt' vond ik zonder meer een ondermaatse film, maar met 'Sideways' overtuigt Alexander Payne wel degelijk. Vooral inhoudelijk slaagt de film in zijn doel: Miles en Jack zijn twee totaal verschillende karakters die haast moeten botsen, en toch blijft hun vriendschap heel begrijpelijk. Hun stommiteiten grijpen plaats tegen het intellectuele kader van de wijn-proeverij, maar in essentie draait het Payne louter om de grappen en grollen. Bovendien is hij consequent genoeg om 'Sideways' uiteindelijk richting een hilarische ontknoping te stuwen, en de wijn even te laten voor wat die is. Zelfs de (ietwat melige) jazzy soundtrack wordt omgebogen tot een gezellig sfeerelement - Payne heeft m.a.w. de goede keuzes gemaakt.
Toch had ik wat moeite om er in te komen: Paul Giamatti acteert al te nadrukkelijk, en visueel baadt 'Sideways' in de foute kleuren. De Californische wijnlandschappen zijn niet ontwapenend in hun schoonheid, maar verschrikkelijk in hun kitsch; en zelfs de huiselijke taferelen baden in een "verkeerd" soort gouden licht, een aureool voor Payne's stijlloosheid.
Maar... 'Sideways' behoeft helemaal geen stijl: eenmaal men het lelijke etiquette terzijde kan leggen en waarlijk de wijn weet te proeven, ontdekt men iets "onweerstaanbaar". En lachen maar!
3,25*
Silence (2016)
What would Jesus do?
Wat zou Jezus doen? Zichzelf verloochenen om de lijdenslast rondom hem te reduceren? Misschien. Hoewel, eigenlijk is de vraag of men zich als diepgelovige überhaupt kàn afkeren? Of is elke geste in die richting slechts een moment van tijdelijke zwakte, zoals het religieuze en judasachtige personage van Kichijiro lijkt te suggereren?
Rodrigues laat zien dat in het diepste innerlijk, daar waar oorverdovende stilte heerst, God altijd gehuisvest blijft. Precies in de geluidsloze leegte van de volslagen vertwijfeling verheft Hij zijn stem – voorbij hoop, voorbij rede, voorbij elk perspectief is het in de pure radeloosheid dat Christus zijn oorspronkelijke offer herhaalt, door zich uit liefde te laten loochenen door diegenen die hem lief hebben.
Hoopgevend is dat hoe ver men ook gaat in martelingen, pesterijen en chantage, de katholieke leer blijft woekeren en echoën in de kamers waarvan de buitenwereld de taal niet kan horen: die van het hart. Die zogezegd “vreemde” God, die lichaam en geest naar verluidt heeft afgezworen, blijft “onze” God, zoals de Freudiaanse verspreking van Ferreira duidelijk maakt. Eens priester, altijd vurige tong?
‘Silence’ neemt epische proporties aan. Martin Scorsese begrijpt dat tijd een belangrijke parameter is om de filmische ervaring te versterken, dus bouwt hij geduldig op naar de onvermijdelijke ontmoeting tussen Ferreira en Rodrigues, waarin de grote vragen over missiewerking en over de persoonlijke verhouding tot het hogere samen komen. De finale is ontroerend, de aanloop echter nogal kabbelend.
Cinematografisch is de film evenwel fenomenaal, vooral dan voor wat de duizelingwekkende landschapsfotografie betreft. De afwezigheid van een soundtrack is overigens een schitterende metafoor voor God’s zwijgen. Het feit dat atmosferen niet muzikaal worden onderstreept, verhindert dat ‘Silence’ escapistische cinema wordt, of met andere woorden: de inhoudelijke worsteling van de karakters komt door deze ingreep echt op de voorgrond te staan.
Geen meesterwerk. Niet uitzonderlijk meeslepend. Wel interessant en bij momenten hartroerend.
3*
Silence de Lorna, Le (2008)
Alternatieve titel: Lorna’s Silence
Ondanks mijn steeds terugkerende twijfels bij de esthetische output van de Dardenne-broers, ging ik afgelopen maandag ‘Le Silence de Lorna’ gaan zien. De pers schreef een half jaar geleden dat het hun meest toegankelijke film is, maar eigenlijk is er weinig veranderd. Centraal staat nog steeds een personage dat lijdt aan de wereld - dit keer anders ingevuld, maar zeker thematisch verwant met de “zwakke” figuren uit hun vorige films. Ook de stijl wordt rabiaat gehandhaafd: ondanks een tiental seconden Beethoven op het einde van de film (én op de titelrol, die nu de moeite waard is om uit te zitten), blijft het geheel erg droog en kil, om de kijker meer te betrekken bij het gegeven.
De vraag is nu of hun haast journalistieke stijl werkelijk een emotionele meerwaarde biedt. Net als bij ‘Hunger’, dat ik onlangs gezien heb en daarom nog ergens in mijn hoofd rond fladdert, wérkt de steriele regie gewoon minder goed. Ik ben geen pleitbezorger van hapklare emoties op het witte doek, maar evenmin moeten we films maken die ons uitdagen om “hét te voelen”. Ik ben van het oude principe dat ik in een bioscoopstoeltje de nodige moeite wil doen om me in te leven, maar dat ook de kunstenaar aan bepaalde verwachtingen moet tegemoet komen. Dat mis ik een beetje bij de Dardenne’s, die met een ijdel “je m’en fous” gewoon hun zin doen.
Gelukkig bestaan er nog dergelijke cineasten, laat het gezegd zijn. Er zijn genoeg geniale films die op deze manier geboren worden, alleen vind ik dat het belang van de Dardenne’s stilaan overschat wordt. Bij hun volgende wacht ik dus tot ‘ie op dvd verschijnt vooraleer naar de bioscoop te hollen. 
2,5*
Sing Street (2016)
Aandoenlijke feel-good – terug naar een tijd waarin muziek een kapstok was om een eigen identiteit te vormen en tot expressie te brengen – terug naar een tijd waarin videoclips een kunstig verlengstuk van muzikale werelden (wilden) zijn – terug naar een tijd waarin voor het eerst gekust wordt, onwennig, verlegen, kortstondig en onmiddellijk gevolgd door een excuus, waarna meteen het verlangen naar meer, en meer, en nog meer, en dat meer ook onhandig en knullig wordt afgedwongen, de schittering van een jongensachtige onwetendheid over hoe de vork in deze wereld precies in de steel zit– terug naar een tijd waarin de verhoudingen des levens eenvoudiger waren, goede en slechte klasgenoten, goede en slechte leraars, een broer als steunpilaar en ouders die volledig door hun eigen besognes in beslag worden genomen, netjes afgelijnd, eenvoudig, het bestaan een schoolvoorbeeld van klinkklare psychologie – terug naar een tijd waarin synthesizers koning waren en basgitaren onbeschroomd de fundering voor een song legden – terug naar een tijd van…aandoenlijke feel-good dus.
(Heb meteen na ‘Sing street’ vier keer na elkaar ‘Maneater’ van Daryl Hall & John Oates opgelegd. Niettemin: verder alles oké hier, no worries!)
3*
Slumdog Millionaire (2008)
Sedert het prachtige ‘Trainspotting’ had ik niets meer gezien van Danny Boyle, en de vloeiende, spontane stijl van ‘Slumdog Millionaire’ herinnerde me er nog eens aan dat ik me binnenkort moet verdiepen in zijn gevarieerde filmografie. Deze film toont immers een cineast die overloopt van talent, maar toch niet halsstarrig de allernieuwste snufjes wil integreren: heel pretentieloos schetst Boyle het chaotische, sobere en beklemmende leven in de slums, om even later met wijdse, haast eindeloze landschappen op de proppen te komen. Bovendien naait hij zijn fragmentarische verhaal moeiteloos aan elkaar tot een coherente, aangrijpende biografie van een sympathiek karakter.
Het eerste deel van de film is voor mij veruit het mooiste: de clichés liggen nog niet zozeer voor het grijpen, en de kleine jongens acteren de sterren van de hemel. Als kijker voel je aangetrokken tot deze personages, omwille van hun prille en naïeve levensvreugde – zelden een film gezien waarin kinderen dat zo gemakkelijk weten te verbeelden.
Ondanks de voorspelbare opbouw houdt Boyle er de spanning eveneens goed in, door een maatschappelijk betrokken beeld te schetsen van India. Naast de interessante karakters en de esthetische pracht, krijg je bijgevolg ook een minuscule sociale dimensie, wat ‘Slumdog Millionaire’ verheft boven de doorsnee feel-good-film.
Zo rond het uur zakt de film echter wat in, en is het niet meer duidelijk welke kant het op moet met ‘Slumdog Millionaire’. Het karikaturale gangsterverhaal hebben we al eerder (en beter) gezien, de liefdesgeschiedenis wordt al snel het einddoel van de film, en vanaf dan kan je slechts wachten op hoe Boyle zijn verhaal afrondt.
Dat op zich zou ‘Slumdog Millionaire’ een slechte film kunnen maken, maar de personages blijven min of meer intrigerend, en vooral sympathiek. Hoeveel stereotiepen Boyle naar het einde toe ook tevoorschijn tovert, de lach blijft op je lippen liggen.
In het weinige dat ‘Slumdog Millionaire’ pretendeert, slaagt de film met verve. Wie even stoom wil afblazen met een eenvoudige film, moet dit kortom gaan zien.
U zult de zaal glimlachend verlaten, zeker als u blijft zitten voor de leuke verrassing die de aftiteling nog in petto heeft. Of wie weet doet u wel gewoon mee met het aanstekelijke dansje…? 
3,25*
Snowden (2016)
Precies wat je van de film verwacht. Precies wat je van de film verlangt.
Een beeld van de reikwijdte van het Amerikaanse spionagenetwerk, en de betekenis daarvan. Het gaat - kort samengevat - niet louter meer om een strijd tegen terrorisme, maar om macht. Oliver Stone legt het Joseph Gordon-Levitt letterlijk in de mond, maar misschien moet 'Snowden' ook wel expliciet zeggen waar het op staat. Alleen al omdat de regisseur dit verhaal van een zogezegde landverrader heeft willen verfilmen, moet hij zich vermoedelijk verantwoorden. En dat het net de cineast is achter 'JFK' en 'Nixon' die deze plot Hollywood binnen smokkelde, is op zich geen slechte zaak. Stone weet immers hoe een verhaal vol suspense vorm moet krijgen. En dus kijkt het publiek met ingehouden adem - ook al is de uitkomst min of meer bekend.
Als film zou 'Snowden' een routineklus kunnen genoemd worden, maar dat doet afbreuk aan de belangwekkende inhoud enerzijds en aan het vakmanschap van Stone anderzijds. Oké, hier en daar een beetje Amerikanismen, maar zowel het landschap van de internationale politieke betrekkingen als het persoonlijke portret van Ed Snowden komen redelijk goed uit de film naar voor. Wat wil je eigenlijk meer, zo op een zaterdag avond?
3,25*
Social Dilemma, The (2020)
Fictieve verhaaltjes binnen docu’s? Het is verdorie het ultieme zwaktebod. De betere documentaires zijn immers spannender en onwaarschijnlijker dan de realiteit zoals we haar kennen. Zo ook wat in ‘The Social Dilemma’ verhaald wordt: we denken te weten hoezeer we tot consument herleid worden terwijl we met allerhande sociale media ons vermogen tot reëel sociaal denken, voelen en handelen verliezen, maar het gevaar zit dieper: samenlevingen worden ontwricht door algoritmes die amoreel zijn, precies omdat ze louter geprogrammeerd zijn om hun eigen klikratio te vergroten. Help?
Jazeker, wat je noemt "beangstigend"! Regisseur Jeff Orlowski krijgt overigens niet de eersten de besten voor zijn lens, en het betoog is uiteindelijk glashelder. Jammer dus van de epische franjes, de plot waarmee het abstracte voor de modale toeschouwer concreet moet worden. Is dat geen beschamende intellectuele onderschatting van het publiek?
3,25*
Solaris (2002)
Het is intussen al iets meer dan een jaar geleden dat ik me met ‘Solyaris’ aan mijn eerste Tarkovsky waagde. Ik zag toen een visueel interessant gegeven dat door het immens trage tempo volledig teloor ging, al is ‘Solyaris’ als niet te vatten “substantie” blijven rondspoken in mijn hoofd. Laat dat meteen ook de reden zijn dat ik zo lang gewacht heb om deze herinterpretatie te gaan zien. Immers, wie laat het na de wenkbrauwen te fronsen bij het lezen van de woorden “Hollywood”, “remake” en “intelligent” in één en dezelfde zin? Voor Soderbergh komaf zou maken met de mystieke planeet wou ik nog even laveren op de vervagende herinnering. Had ik me echter nog sterker kunnen vergissen?
Inderdaad, ‘Solaris’ is het soort film dat alleen maar door genieën kan gemaakt worden. Voor de warmbloedige, perfect uitgekiemde stijl schieten woorden te kort, maar dat is niet eens de grootste kracht van deze film. Die ligt volledig in het kamp van het ijzersterke basisgegeven (plus uitwerking) en de schitterende vertolkingen van Clooney en McElhone. De spontane chemie spat anderhalf uur lang in het rond, zo goed lijkt dit koppel elkaar aan te vullen.
En laten we vooral ook de indringende muziek van Cliff Martinez niet vergeten, die het rijke universum van beeld en klank persoonlijk tot bij de kijker brengt. Lof zwaait hier de plak, het moge duidelijk zijn.
Maar wat maakt ‘Solaris’ nu juist méér dan een interessante ‘aanvulling’ of wat Tarkovsky al gedaan had? Wel, Soderbergh is blijkbaar verstandig genoeg geweest om zich helemaal niet te baseren op zijn voorganger, maar puurt de interessante punten zelf uit het verhaal van Stanislaw Lem. ‘Solaris’ is dan ook een uiterst begrijpelijke film, niet zo esoterisch als Tarkovsky’s interpretatie, en een sensitief publiek zal er zeker de raakpunten met zichzelf in terugvinden. Het zou overdreven zijn om in ‘Solaris’ het persoonlijke worstelen met de existentie weerspiegeld te zien, maar de vertwijfeling, de angst, de liefde – hier worden ze haast tastbaar.
Waarom heeft het publiek hier dan zoveel moeite mee? Omdat ‘Solaris’ een enigmatisch gegeven blijft en zich absoluut niet laat definiëren in genre-termen. De film is niet bepaald spannend, zakt halverwege zelfs wat in, noch valt er aan de oppervlakte veel emotie te bespeuren. De ontroering moet men zelfstandig uit de dialoog halen, door eerst de personages te 'voelen' en hen vervolgens hun menselijke “fouten” te vergeven. Clooney’s karakters is alles behalve rationeel, maar geen moment twijfel je dat zijn beslissing ook de jouwe zou zijn. “"We are in a situation that's beyond morality”, zo wordt er gezegd. Het einde getuigt van juist die diepe menselijkheid die ons onvermogend maakt om te weerstaan aan zuiver escapisme.
De tegemoetkoming die Soderbergh eist, verbleekt in het aanschijn van wat ‘Solaris’ ons vertelt. Laat mij afronden met een understatement van de zuiverste soort: dit is waarlijk een prachtige film. 
3,75*
Somnambuul (2003)
Alternatieve titel: Somnambulance
Eens met Mug, eRCee en Verhoeven. 
De haast mythische beeldenpracht van Sulev Keedus en cameraman Rein Kotov doen nog het meest denken aan Zvyagintsevs ‘The Return’, maar inhoudelijk rammelt ‘Somnambuul’ langs alle kanten. Lauk-Tamm zet daarenboven een overdreven en onwerkelijk personage neer, waar de kijker geen voeling mee krijgt. Meer nog: door het vele schreeuwen, gillen, brullen en tieren, met nog wat seks tussendoor, vergroot Keedus de afstand met zijn publiek.
Het resultaat is een abstracte parabel over worsteling met de existentie, die erg hermetisch aandoet. Bergman, Tarkovsky en Sokurov zijn ongetwijfeld de visuele referenties, maar inhoudelijk is ‘Somnambuul’ een zootje. Liever intelligente cinema dan dit opgeblazen artefact.
Soul (2020)
Dat het geluk in kleine dingen schuil gaat? Jazeker, dat is een platgetreden pad. En toch is het een devies dat vaker niet dan wel uit Hollywood kwam aangewaaid. Al te vaak heeft Disney ambitie verheerlijkt, talenten tot het uiterste ontwikkelen op een pedestal geplaatst, je dromen realiseren als hoogste goed gecultiveerd…the American dream, weet je wel? ‘Soul’ toont de keerzijde van dat streven naar een haast onbereikbaar verlangen: ambitie maakt blind, succes smaakt steevast naar meer en voorbij de ene droom ligt altijd een volgende. Hoeveel is ooit genoeg?
Passie en maniakale fixatie liggen gevaarlijk dicht bij elkaar, zo stippen de makers netjes aan. Meer dan het geloof in ‘iets bereiken’ (wat steeds moeilijker wordt in een wereld waarin uitzonderlijke kansen voor een steeds meer selecte groep weggelegd lijken), is ‘Soul’ een pleidooi voor verbondenheid en mentorschap. De “vonk” van betrokkenheid, motivatie, een helpende hand, alsook de chemie van onderling contact, collectiviteit, bij uitstek gerealiseerd binnen een jazz-kwartet: het is waar Pixar en Disney de handen voor in elkaar sloegen. Hartverwarmend, en belangrijk voor kinderen die opgroeien binnen een schoolsysteem dat hen benadert in termen van sterkte en zwakte, goede en slechte leerlingen.
Muzikaal wisten de producenten geen Branford Marsalis te strikken, maar de soundtrack van Trent Reznor en Atticus Ross geurt en kleurt breder dan louter jazz. Niettemin capteert de film mooi de magie en extase van een genre dat ongelofelijk in vervoering kan brengen, gewoon lekker groovet, of heerlijk melancholisch meandert. Verder is de humor fijn en de animatie prettig.
Weliswaar is 'Soul' geen ‘Up’ of ‘Inside Out’, maar niettemin geldt de film als bovenmatig sterk, met hart en hoofd waar hart en hoofd thuishoren.
3,75*
Sound of Metal (2019)
‘Sound of metal’ – een film die, net als de titel, gaandeweg aan betekenis wint. Initieel kreeg Darius Marder me niet mee in het narratief, dat echter almaar beklemmender aandoet. De hyperkinetische montage, de cameravoering die dicht op de huid kruipt, de ongewone intensiteit van het geluid, …: het sleurt de toeschouwer evenwel steeds dieper in de psychologie van Ruben, wiens tragische wanhoop dus ook meer en meer invoelbaar wordt. Anders gezegd: hoe de manier van in beeld (en geluid) brengen, de ervaring intensifieert...opzienbarend!
Ademt het slot hoop dan wel wanhoop? De beide, zeer zeker. Alles is verloren, en net die wetenschap maakt een omwenteling immers mogelijk. Ruben en Lou hebben elkaar geraakt, en gered, maar op dit punt in hun levens aanbeland, schrijven ze elk aan een ander verhaal. Ze kunnen elkaar niet nog een keer redden, hun rollen zitten in hun lijf gebeiteld – de enige nog mogelijke transformatie is die van het ‘ik’. Lou heeft zich dat gerealiseerd door een andere artisticiteit te ontwikkelen, en ook voor Ruben ziet het er naar uit dat, met zijn keuze om alle ruis uit te schakelen, een nieuwe realiteit zich openbaart. Weergaloos is hoe de plotse stilte de cinematografie verhevigt, hoe het bestaan terug samenhang lijkt te krijgen, en daardoor betekenis. Ondanks – of dankzij – de crisis en de wanhoop…opnieuw hoop!
Zodoende laat ‘Sound of metal’ zich begrijpen als een parabel over vallen, opstaan, wederom vallen, en uiteindelijk anders leren lopen om niet langer op dezelfde manier te vallen. Niets zal nog hetzelfde zijn, en toch wordt het leven als het ware nog waardevoller, in de tweede kans – het alternatief – die Ruben zal aangrijpen. Diep, diep ontroerend – te meer omdat Marder vanuit het grootste miserabilisme en de grootste herrie, tot een hoogst integer en aandoenlijk portret komt. Of hoe deze film, naast talloze clichés, ook het stereotiep van de subcultuur moeiteloos overstijgt.
3,5*
Spider (2002)
Vreemd dat zoveel mensen de "twist" al zolang op voorhand doorhadden, want voor mij was het einde nog steeds een slag in het gezicht. Ik kon er toen (op het moment zelf) absoluut geen touw aan vastknopen, maar ik hoorde intussen dat Fiennes' personage moeilijkheden zou hebben om de seksuele aard van zijn moeder en haar zorgzame kant uit elkaar te houden, waardoor hij haar opsplitst in 2 individuen.
Dat gegeven op zich is best interessant, maar de kijker krijgt genoeg informatie om al het tegenovergestelde te geloven. Zo plaatst deze manier van kijken de moord van de vader in een absurd daglicht, waardoor deze nooit kan plaatsgevonden hebben... En is het niet nogal "goedkoop" om de kijker met dergelijke cliché's om de oren te gooien, om er via een bizarre slotsequens aan toe te voegen dat het "maar" cliché's waren en dat we er eigenlijk niet hadden mogen intrappen?
Anderzijds kan je 'Spider', als "anti-film" die je in de val lokt, als een soort 'Adaptation.' beschouwen, een "meesterwerk" dat je keihard op de kracht van beelden wijst en je toont wat er gebeurt als je je niet meer laat leiden door je gezond verstand. Of toch niet? 
Ook qua beelden bleef ik nogal op mijn honger: hier en daar zien we Fiennes door de straten strompelen zoals Victor Sjöström in Bergmans 'Wilde Aardbeien', maar over het geheel mis ik de beklijvende sfeer.
En tot slot geeft ook Fiennes acteerprestatie de film niet de nodige puls. Hij doet het weliswaar niet slecht, maar mist misschien toch een beetje magie?
Ah, eigenlijk is dit zo'n film die je een tweede keer moet zien, om na te gaan hoeveel aanwijzingen Cronenberg in zijn film steekt. Want voorlopig zit ik opgescheept met het vervelende gevoel van keihard beetgenomen te zijn, en dat is de bedoeling waarschijnlijk niet. 
2,25*
Spotlight (2015)
Een vreemde ervaring. Alsof je naar een uitstekend gemaakte thriller kijkt, maar dan over een extreem misselijkmakend onderwerp. Tom McCarthy slaagt er in ieder geval goed in concreet genoeg te zijn, om vanaf een bepaald moment evenwel voor de suggestie te kiezen en de feiten niet in het gezicht van de toeschouwer te wrijven. Wat niettemin op de maag blijft werken, is de almaar toenemende schaalverbreding. De epiloog komt als een laatste golf van afgrijzen over het publiek gespoeld – het sentimentele maar knappe riedeltje van Howard Shore biedt dan nog weinig soelaas.
Hoe blijft zo’n film verteerbaar, vraag je je dan af? De Amerikanismen (grootmoeder/kleinkind-relatie, oude vriendschappen die aan het wankelen worden gebracht, van de honkball naar de taxi in het pittoreske Boston, …) allicht niet, want die staan voor mij een nog grotere impact in de weg. De heroïek van de onderzoeksjournalistiek vond ik anderzijds wel invoelbaar, net als de psychologische besognes van de leden van het Spotlight-team. Ook wat dat betreft plotmatig geen enorm vernuft, maar geloofwaardig is het allemaal wel. En voor een film die zo’n delicaat onderwerp voor het voetlicht wil brengen, is dat cruciaal.
Kortom, ‘Spotlight’ slaagt in zijn opzet. Misschien geen terechte Oscarwinnaar, maar desondanks een schitterende euhmsorrybehoorlijkverpletterende film.
3,5*
Spy Game (2001)
‘Spy Game’ is dé film waar ik als vroege adolescent weg van was: de onversneden montage (een contradictie, jawel) van Tony Scott, de eclectische muziekkeuze, de onnavolgbare snelheid van de plot en diens onverbiddelijke “juistheid”; ik durfde er in die tijd niet van dromen dat zo’n films gemaakt werden. Mijn vader mocht het, de dag nadat ik de film op televisie had gezien, ontgelden: uit grootmoedig patriarchaal plichtsbesef schuimde hij voor mij de plaatselijke videotheken af, om een exemplaar af te smeken zodat zijn oogappel (want dat was ik in die tijd nog, geloof het of niet) tevreden de ogen kon sluiten. En zo geschiedde. 
Zoveel jaar na datum kijk ik met gans andere ogen naar ‘Spy Game’. Het is, binnen zijn genre, inderdaad een meesterwerk, onder meer door de verpletterende combinatie van tonnen actie, sporadische intelligentie en een vleugje romantiek. Is dat tegenwoordig dan zo schaars in cinemaland? Nee, maar hier is de combinatie nog zuiver, en staat ze alleen maar in functie van zichzelf – entertainende truucjes louter ter entertainment, is dat geen verheven formule?
Tony Scott weet, zoals steeds, van geen ophouden, en toont de hele film lang wat hij allemaal niet kan: fysiek geweldadige scènes wisselen intieme momenten af, en een sopraanstem mag het ontroerende tafereeltje afmaken. Tony Scott regelt het met een vingerknip, waardoor de sfeerwisselingen niet pijnlijk, noch gekunsteld gaan aanvoelen. De finale wist mij daarenboven, ondanks haar bombast, te ontroeren, door de ontwapenende logica der feiten – wie de film fris in het geheugen heeft begrijpt mij, zo mag ik althans hopen.
We zijn echter ook verplicht om de mindere kanten van de zaak te belichten, mits deze er zijn. Toegegeven, als regisseur heeft Scott met ‘Domino’ op visueel vlak nog meer gepresteerd, maar ook hier is zijn oog voor skyline nooit afwezig, en ook de grove korrel moet het authenticiteitsgehalte zo nu en dan vergroten. De esthetiek heeft er allesbehalve onder te lijden: in elk shot schuilt een bepaalde ontroering, hoe klein ook – en in de volksmond zit schoonheid nu eenmaal in de kleine dingen...
Probeer ik mijn voormalige lievelingsfilm ten onrechte op te hemelen? Nee, want ik heb ook nu met volle teugen genoten van ‘Spy Game’, mij bewust van het feit dat ‘lievelingsfilm’ hier niet hoort. Laat ons deze actie-spionage-thriller beschouwen als een superieur tussendoortje; we zullen er de slaap immers niet voor laten. 
4,25*
Star Is Born, A (2018)
Een ster is geboren.
Ster? Een tijdelijke glinstering aan het firmament van de popindustrie.
Ster? Een hemellichaam.
Ster? Waar je naar kijkt met vlinders in de buik.
Wat we allemaal weten over sterren: soms zijn ze er al niet meer, ook al lijken ze harder dan ooit te fonkelen.
Meer nog: we vergapen ons aan hun verdwijning, waarbij hun intense schittering onlosmakelijk verbonden is met de eindigheid van hun vermogen te blijven flikkeren. In die zin lijkt het verhaal van Jack op de tragische biografie van Amy Winehouse. Zijn het immers niet haar fans die haar ten grave dragen, door haar privacy te grabbel te gooien (gedaan met de anonimiteit, Jack!), door haar zelfdestructie te verheerlijken (drink je maar lazarus en snuif jezelf in de vernieling, Jack!), door het torment in haar muziek te consumeren (een originele liefdesballade verworden tot zoveelste YouTube-hit) – de verbeurdverklaring van authentieke zielenroerselen…
Het verhaal is te mooi om waar te zijn, of liever: te onwaarschijnlijk om waar te zijn – een tautologie, jawel! Niet alleen het überromantische idee van liefde op het eerste zicht staat me tegen, maar vooral de transformatie van Lady Gaga in Ally. De reflecties over waarachtigheid ten spijt, spreekt de film (of spreken de makers) zich nergens uit over hoe zij zich laat verworden tot beats, erotische danspassen en dito kledij, kortom tot een product. Is de boodschap dat Ally hierin haar ware identiteit vindt – waardoor ze Jack ook niet verloochent, maar hem probeert te integreren in haar schaamte- en smakeloze popdiscours? Hé maar, dit is toch een onmogelijke spreidstand? (Alsof Lady Gaga een apologie voor zichzelf opvoert: "ik kleed me als een sloerie en laat mezelf kapotproducen omdat dat nu eenmaal is wie ik ben"?)
Blijft over: een glansrol voor Bradley Cooper, die het stereotiep van de rockmuzikant incarneert zoals we hem maar al te graag te zien krijgen – achtervolgd door oude demonen, integer, en vooral: te zwak om aan het wederkerende duister te weerstaan.
Goed gemaakt, zegt u, met degelijke muziek, voegt u nog toe? Ja hoor. Maar onecht, wat ik moeilijk verdraag bij een film die uitdrukkelijk onvervalst probeert te zijn…
2,25*
Star Wars: Episode IX - The Rise of Skywalker (2019)
Alternatieve titel: Star Wars: The Rise of Skywalker
De grande finale dus. Met veel toeters en bellen, of wat had je gedacht?
Hoewel. Finale? J.J Abrams zet toch maar mooi de poort open naar een vervolgreeks. Enfin, wat mij betreft is het welletjes geweest.
‘The Rise of Skywalker’ synthetiseert nog een keer mooi dat goedheid meer moed en kracht vraagt dan kwaad. De worsteling van het universum is eigenlijk de worsteling van ieder individu: kiezen tussen het juiste pad of dat van de verleiding, dat onvermijdelijk op (zelf)vernietiging blijkt af te stevenen.
Dit negende deel haalt bovenstaand conflict eens te meer naar boven op zowel het persoonlijke niveau (Ben en Rey, reeds voorgekauwd in de voorgaande delen trouwens) als het collectieve (The Final Order versus The Resistance, idem dito). En zo vallen alle puzzelstukjes alweer netjes in de plooi.
Aardig. Maar meer ook niet.
3*
Star Wars: Episode VII - The Force Awakens (2015)
Alternatieve titel: Star Wars: The Force Awakens
Een uitstekende upgrade. Met respect voor de traditie, en toch een duidelijke tendens om af te rekenen met de oude helden. Een nieuwe definitie van het kwaad, weliswaar met een brug naar het verleden. Meer morele ambiguïteit (bij welgeteld twee personages - het is een begin), een intrigerend familiaal kluwen van goedheid en ontaarding. Een andere robot, die de vorige evenwel niet helemaal verdringt. En vooral: vakkundig in beeld gebrachte actiescènes, spitsvondigheden in de dialogen, sentimentele maar desalniettemin invoelbare psychologie, kortom een oude formule door J.J. Abrams schitterend hertaald naar de cinema van vandaag.
Alleen de muziek van John Williams lijkt totaal niet te zijn veranderd. Zijn er nog mensen die het gevoel hebben dat ze altijd maar weer naar dezelfde soundtrack zitten te luisteren – anno 1977 of anno 2015, op kosmische schaal is het een vingerknip, nietwaar?
Maar dus, was De Grote Vrees terecht, met name: meer van hetzelfde? Ja en nee. Ja, want qua plot lijkt dit toch enigszins op deel IV. En uiteraard is het karakteristieke universum onveranderd gebleven. Edoch nee, want de tijd heeft ook in deze of gene melkweg blijkbaar niet stilgestaan. Trouwens: wie niet meer van hetzelfde wil zien, die blijft toch geen zeven delen plakken?
Een terzijde: jammer van die dronkenlap een paar zitjes verderop die het hele force-gedoe van tenenkrullend commentaar voorzag. Verder: genoten!
3,25*
