Meningen
Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Dagen zonder Lief (2007)
Het is moedig van Felix van Groeningen om zijn natuurlijke biotoop te verlaten en een film te maken die echt over het leven gaat. Als filmmaker pretendeert hij overigens opvallend veel: ‘Dagen Zonder Lief’ wil een verbrokkelde vriendengroep schetsen die elkaar moeizaam lijkt te hervinden.
Het portret dat ‘Dagen Zonder Lief’ zou moeten zijn is echter op een totale miskleun uitgelopen: het script en zijn personages zijn ontzettend hol, het doet de kijker niets omdat de personages niet thuishoren in de leefwereld waarin ze geplaatst worden. Het valt me bijzonder moeilijk dit uit te leggen, maar hier toch een poging.
De omgeving is herkenbaar, maar de karakters zijn niet ‘echt’. Toch weet Van Groeningen hun banaliteit, hun alledaagsheid goed te vatten, ongeloofwaardig zijn ze dus niet. Alleen werkt het niet. De reden daartoe moet diep in de kern van de film verankert zitten, want aanwijzen kan ik niet. Ook daarom heb ik weinig vertrouwen in wat onze landgenoot met 'De Helaasheid der Dingen' zal doen. Persoonlijk vrees ik dat Verhulst milde toon zal sneuvelen ten voordele van wat voor hem het 'grotere goed' is: een burleske, boertige familiekomedie.
‘ Dagen Zonder Lief’ legt immers pijnlijk duidelijk bloot dat Van Groeningen weinig méér kan dan ‘Steve + Sky’-achtige toestanden vastleggen op film: de momenten dat er moet gedanst en gefeest worden laat hij zich gaan en komt zijn ware aard te voorschijn. De muziekkeuze valt op zijn plaats, Van Groeningen maakt hitsige cinema zoals ook Tom Barman dat doet (alleen doet de dEUS-frontman dat met meer humor en stijl
).
Vreemd is echter dat ik, alles bij elkaar, ‘Dagen Zonder Lief’ niet slecht kan vinden. Is het de muziek van Jef Neve, het Vlaamse sfeertje, zwarte Kelly in het blond? We zullen het wellicht nooit weten...
En zo blijft Van Groeningen na een uitstapje naar het naturalisme nog steeds een mysterie. 
2,5*
Darjeeling Limited, The (2007)
Drie broers, op zoek naar zichzelf. En ze vinden zich – via elkaar.
Familie is de bron, de broedbodem waar men waarlijk en volledig zijn absurde zelf kan zijn, integraal, vol tegenstrijdigheden, koppigheid, belachelijkheid, verlangen en inconsequenties. Het mag – compleet. ‘The Darjeeling Limited’ toont het.
En hoe! De vreemde, exotische, fragmentarische, kleurrijke context is nodig om de eenheid van de broers te laten zien. Hoe anders ze ook zijn, ze lijken meer op elkaar dan ze zouden willen.
Eens te meer een hartveroverende Wes Anderson dus. Ah, waren films maar vaker creatieve, tegendraadse, slimme en bijwijlen onzinnige parabels zoals deze par(ab)el…
3,25*
Dark Knight, The (2008)
Het is volgens mij een unicum in de geschiedenis van IMDb dat ‘The Godfather’ met een héél punt wordt voorbijgestoken door een andere film. Met ‘The Dark Knight’ heb je maw. een productie die je absoluut moet zien in de zalen, al was het om méé te zijn met alle “fuzz” die er om heen draait. Bovendien is het een lekker uitje, zo op een regenachtige dag eens pal in de namiddag de grote Hollywood-commercie een duwtje in de rug geven en genieten van “redelijk hersenloos” vertier - tegen al je persoonlijke principes in. Want laten we eerlijk zijn, veel meer hebben we toch niet aan dit reusachtig vuurwerk van filmsterren enerzijds en special effects anderzijds? 
Juist ja, daar ‘Batman Begins’ me nogal ontgoochelde zou men misschien verwachten dat ik bij ‘The Dark Knight’ dezelfde mening toegedaan ben. Het verschil zit hem, volgens mij toch, in de cinema-ervaring: het wordt, met een kanjer van een scherm en net iets te luid afgestemde boxen, doodgewoon onmogelijk te ontsnappen aan het bombastische actiefestijn dat Nolan voor ons heeft gaar gestoomd. Zeker weten, ik ben intelligent genoeg om te begrijpen dat ik op deze manier een inconsequente indruk nalaat, maar laat er toch ook een heus kwaliteitsverschil zijn tussen beide films die mijn mening op een bepaalde manier nog dragelijk maakt. 
Met de cast is uiteraard niets mis: butler Michael Caine speelt nog maar eens zichzelf, en ook Morgan Freeman en Christian Bale doen geen wonderen. Maggie Gyllenhaal is haar knappe zelf, dus... geen verrassingen te bespeuren tussen alle grote namen? Juist ja, Heath Ledger zet de rol van zijn leven neer (letterlijk, als we er achteraf op terugblikken): hoe lang is het geleden dan we een acteur aan het werk gezien hebben die zo perfect weet waar hij mee bezig is? Het lippenspel is briljant, maar het gaat verder dan wat gladde tricks. Ledger is gewoon de Joker, in elke beweging. Ben ik een sentimentalist als ik zo spreek? Misschien wel, het moge mij hopelijk vergeven zijn.
Is alles daarmee gezegd over ‘The Dark Knight’? Nee, want componisten Hans Zimmer en James Newton Howard hebben nog een pluim tegoed voor hun opmerkelijke score. Ondragelijk zijn de momenten waarin een metaalachtig gezoem steeds luider wordt en het hallucinante Joker-personage nog maar eens dreigender wordt. En alweer, het zijn dat soort dingen die de cinema-ervaring verheffen boven het lange wachten op een schijfje.
En toch... Preikt ‘The Dark Knight’ daar terecht, bovenaan op IMDb’s grote top 250? Wel nee, daarvoor spitst de film zich teveel toe op de actieliefhebber. Een intelligent scenario als bij ‘Memento’ hoeven we hier niet te zoeken, behalve misschien in de grappige openingssequens. Ook interessante psychologie, die de Belgische pers mij in blijde verwachting had gemaakt van deze film, zit er bedroevend weinig in. Nolan pompt overal een dosis heroïek in, en de “emotionele” kanttekeningen (vb. het botenexperiment) gaan op in het allesverslindende spektakel voor het oog.
Juist ja, ga ‘The Dark Knight’ lekker zien voor wat geweldadig vertier, of ga er helemaal niet heen. Want alle troeven die de fans deze film toedichten zijn slechts gering (of helemaal niet) aanwezig. Wie ben ik? Zomaar iemand, ik was het haast vergeten. Luister dus vooral niet naar wat ik te zeggen heb.
Of toch misschien dit, een aardige metafoor? Zoals Batman door Gotham City raast op zijn Batmobile, zo is ‘The Dark Knight’: een spannend en gezellige rit, die voorbij is voor je er erg in hebt. Want bij Batman gaat het nu eenmaal altijd snel. 
3,75*
Dark Waters (2019)
Een film als geen ander.
Een film als elk ander.
Een film als geen ander – inhoudelijk-thematisch, een uniek exempel van de ongelijke strijd tussen het individu en het bedrijfswezen, waarbij de staat en de jurisdictie een zeer dubbelzinnige, ja zelfs criminele rol dreigen te vervullen. Todd Haynes legt de contrasten tussen rijk en arm, stad en platteland, heren-in-kostuum en kapitalisme-op-veertig-hoog versus (kans)armoede en ziekte duidelijk bloot, zonder in een pamflet te vervallen. Het meest pijnlijk is allicht niet de casuïstiek op zich, maar de onomstotelijke vanzelfsprekendheid waarmee economische spelers de politiek en de rechtspraak naar hun hand weten te zetten. Dames en heren, dit is macht.
The system is rigged. The want us to believe that it'll protect us, but that's a lie. We protect us. We do. Nobody else. Not the companies, not the scientists, not the government. Us.
Een film als elk ander – bordkartonnen personages, Amerikaans sentiment, de hyperbool als idiomatische leidraad qua personenregie… In die zin dus stereotiep, en dat haalt ‘Dark Waters’, dat moedig is in zijn engagement, toch wat onderuit, want van moed kan je het scenario noch de cinematografie amper betichten.
Kortom, van wezenlijk belang, maar als film tegelijk been there, done that. Spijtig, want Haynes is zeker tot meer in staat.
3,25*
Darkest Hour (2017)
Naar verluidt zou een biopic verdiepend inzicht moeten bieden. ‘Darkest Hour’ doet dat helaas allesbehalve. De film lijkt namelijk nog het meest op een Hollywoodiaanse poging tot verheerlijking, maar waarvan? Van blind patriottisme? Van het vergieten van andermans bloed tegen beter weten in? Want toch zeker niet van het verdedigen van universele waarden als democratie, vrijheid en gelijkheid?
Vreemd is dat Winston Churchill wordt afgebeeld als een twijfelende, schijnbaar dementerende zonderling die against all odds de juiste gok maakt die de geschiedenis uiteindelijk heeft doen kantelen. Is dat op zich verdienstelijk? Het is een discussie waard, of op z’n minst een overweging. Eén die regisseur Joe Wright niet maakt.
Behalve de zeemzoete soundtrack en de sentimentele verhalende franjes is bovenal de onduidelijkheid het meest storend. Waarom werd Churchills kandidatuur eigenlijk gesteund door de oppositie? Wat is er precies gebeurd bij de Gallipoliveldtocht tijdens de Eerste Wereldoorlog? Hoe verhielden premier en koning zich tot elkaar, en waarom? Je moet het achteraf allemaal zelf zien uit te pluizen. Kan niet de bedoeling zijn, toch?
2,75*
David Attenborough: A Life on Our Planet (2020)
Is het echt zo eenvoudig als David Attenborough beweert? Minder kinderen, vegetarisch dieet, duurzame energievoorzieningen, “rewilding nature”, en voilà, onze bol is gered? Nee, er zal ongetwijfeld meer nodig zijn, drastischer actie, ingrijpender maatregelen… Maar Attenborough kiest allicht doelbewust voor een boodschap van hoop, een haalbaar alternatief voor alle doem die klimaatwetenschappers over de mensheid afkondigen, want werkt dat niet verlammend? Denk aan het contrast tussen Naomi Klein en Jelmer Mommers: bij het lezen van die laatste word je haast vrolijk – en je denkt “oké, fijn, hoe kunnen we hier samen aan beginnen?”
Net zo met deze film, die toont wat er op het spel staat, vooral vanuit een esthetisch-gevoelsmatige dimensie – dames & heren, de onderbuik! – kortom zonder al te zeer in techniciteiten te vervallen. Net dat zal veel toeschouwers aanspreken, of op z'n minst toch die grote groep die nog niet door het klimaatthema gegrepen of overtuigd is. En dat op zich is een verdienste, nog afgezien van Attenboroughs uitzonderlijke biografie. Slim gezien trouwens, dat hij het verhaal van een transformerende aarde verbindt aan zijn eigen omzwervingen, alsof je een betrouwbare bron uit eerste hand hoort (terwijl de man eigenlijk met relatief weinig feiten over de brug komt).
Enfin, het effect is doorzichtig, maar de film evenzeer noodzakelijk. Daarom, kijken maar!
3,5*
Deadpool 2 (2018)
Alternatieve titel: Once upon a Deadpool
Puberaal? Jazeker. Maar kom op, eerlijk: waren die zweterige apenjaren uiteindelijk geen geestige fase? ‘Deadpool 2’ slaagt erin het denken van een generatie – say vijfentwintigers tot vijfendertigers? – prettig te capteren, met hier en daar een accent om ook de huidige adolescenten te bedienen. De referaten zijn echter riant – een aantal ook gewoon niet te plaatsen voor wie het wereldje niet als z’n broekzak kent – en zelfs de actie wordt als het ware uitgekleed, terwijl de adrenaline en het esthetisme ervan toch aardig overeind blijven.
Bovendien propageren de makers verbondenheid en laten ze zien dat het de omstandigheden zijn die iemand maken tot wat hij is – wat betekent dat slechteriken niet noodzakelijk slecht moeten blijven, en omgekeerd ook good guys zich bij nefaste tijding kunnen ontpoppen tot klootzakken. Kortom, ook op het menselijke niveau eigenlijk best, nou ja, verstandig. Niet meteen een woord dat je met Deadpool associeert, maar toch.
En het sentiment? Wel, het sentiment – dat tegelijk wordt gebruikt én op de korrel genomen – nemen we er dan maar bij.
3,5*
Death of a Salesman (1985)
Alternatieve titel: Dood van een Handelsreiziger
'Death of a Salesman' is het bewijs dat een sterk basisgegeven (in dit geval een confronterende theater-tekst van Arthur Miller over de aftakeling van een vertegenwoordiger tot een zielige oude man) niet noodzakelijk leidt tot een goede film. Zo zorgt de sobere studio-setting ervoor dat het geheel op den duur nogal vlak en vooral vervelend gaat aanvoelen. De dynamische acteurs zorgen aanvankelijk echter nog voor de nodige spanning binnen de fletse decors, maar op den duur gaat Hoffman vervelen in zijn uitbundigheid, en Kate Reid ronduit irriteren door haar vreselijke overacting.
Malkovich blijft fascinerend, maar eenmaal de pijnlijke finale (een klassiek gegeven binnen Millers werk?) zich voltrekt, is de film al lang niet interessant meer. Dat is de prijs die Volker Schlöndorff moet betalen door zo weinig te schrappen en zijn script bijgevolg zo beladen te maken.
Hoe 'Death of a Salesman' speelt met de overgang tussen droom en werkelijkheid is anderzijds erg aardig om te zien, en ook de overbodigheid van Harold is een heel wel overdacht gegeven: juist zijn drang om net zoals zijn vader te worden maakt het tot een simpele knul, en niet tot de man die hij wil zijn. Het einde, waar blijkt dat Biff de enige is die zijn les geleerd heeft, is eveneens bijzonder sterk: terwijl de moeder zich in haar afscheidsrede niet begrijpend uitlaat over de daad van haar man ("alle schulde waren eindelijk afbetaald...?"), spreekt de oudste zoon de haast mythische woorden: "he just had te wrong dreams..."
Helaas heeft de film op dat moment zo goed als al zijn draagkracht reeds verloren. Een nieuwe, frisse bewerking zou Arthur Miller dan ook meer eer aandoen... 
2*
Death of Stalin, The (2017)
Ah, dat komt er van. Laat een Brit met het erfgoed van de Sovjet-Unie aan de haal gaan, en je krijgt een prettig-gestoorde film als ‘The Death of Stalin’. Achter de hilariteit die de absurde en beangstigende atmosfeer in het Stalintijdperk met pijnlijke precisie capteert – verdachtmakingen! bureaucratie! een permanente schijnvertoning van zogenaamd kameraadschap! – komen enkele intrigerende feiten boven water over figuren die een sleutelrol hebben vervuld in en na de (na)dagen van ’s werelds misschien wel wreedste dictator ooit.
Hoe dat allemaal samenkomt – Britse humor, een beklemmende sfeer die naar chronische nervositas ruikt en een behoorlijk accuraat historisch perspectief? Het woord ‘virtuoos’ is hier wat mij betreft op z’n plaats. Kortom, ‘The Death of Stalin’ herbergt meer dan de ridiculiteit die uit de plot of de trailer opstijgen. Warm aanbevolen, koud aanbevolen – alleszins: aanbevolen!
3,5*
Deepwater Horizon (2016)
Een film met veel potentieel. En met een belangrijk maatschappelijk gewicht: zonder veel omwegen wordt BP hier als verantwoordelijke voor de olieramp op het platform Deepwater Horizon bestempeld. Je vraagt je af of Peter Berg er geen rechtszaak aan over gehouden heeft. Of het moeten nu eenmaal de feiten zijn: dat de oliemagnaten ongevoelig zijn geworden voor de geur van onraad, maar slechts geld, geld geld geld, geld geld geld geld geld geld geld ruiken, en daarmee basta. Zucht – het is deprimerend.
Als film had ‘Deepwater Horizon’ wat mij betreft wat didactischer mogen zijn. De verschillende stadia volgens dewelke de ramp almaar verder escaleert, zijn niet zo heel duidelijk. Terwijl net dat theoretische luik belangrijk is om – toch in het tweede deel van de film – niet naar een uit de hand lopende catastrofe te zitten kijken zonder echt te begrijpen waar het precies allemaal om draait. Niettemin: de spanning is er. In die mate dat je de sentimentele kantjes met de mantel der adrenaline&hartkloppingen kunt bedekken.
3,25*
Dekalog, Jeden (1988)
Alternatieve titel: Dekalog I
Johan Simons, één van die enkele succesvolle dramaturgen die ons dierbaar vaderland rijk is, heeft de Dekaloog vertaalt naar de planken. Omdat ik die in april ga zien, wil ik nog voor de jaarwisseling Kieślowski’s versie zien, om deze dan weer langzaam te vergeten en mij in april te laten verrassen. En de eerste decaloog is meteen al zo’n twijfelgeval: ik ben niet over de streep gehaald, noch ben ik ontgoocheld.
Maar wat dacht u ervan om, vooraleer werkelijk te gaan “azijnpissen”, te beginnen met de componist in het bijzonder te vermelden? Iedereen is het er schijnbaar over eens dat mede dankzij de muziek zowel de begin- als de eindsequens gelden als bijzonder sterke cinema: integer, zonder veel ornament en om die reden ook contemplatief. Ik kan het daar volmondig mee eens zijn, maar helaas is datgene wat er tussenin gebeurt niet zo bijzonder - in mijn ogen althans.
Met de computer als “afgod” had ik persoonlijk geen problemen: Kieślowski schept een bepaalde gelaagdheid door de God met een andere te confronteren. Spijtig genoeg vult hij zijn reflectie rond de 10 geboden verder nogal droogjes in. “De waarheid komt uit een kindermond”, zo blijkt ook hier – en dat zorgt ervoor dat moeilijker vragen geen kans krijgen. Het euvel is dus niet “het simpele verhaal”, maar wel “het simpele kader” waarin deze historie zich afspeelt. Gaat Kieślowski er werkelijk van uit dat de vragen die het kind zich stelt nog niet bij ons zijn opgekomen, laat staan dat we vrede nemen met de halfslachtige antwoorden van vader- en zusterfiguur?
En wat moeten wij, agnosten, met het bizarre einde? Kan het verliezen van een naaste leiden tot een erkenning van God? Het tegendeel lijkt me waarschijnlijker. Mijn wetenschap heeft gefaald, dus zoek ik zomaar toevlucht tot een andere? Ik zie het realistische figuren niet meteen doen – of ligt dat aan mij? 
Toch is de eerste decaloog niet louter kommer en kwel: de vader-zoon-relatie wordt heel oprecht gekentekend, en het zou achterbaks zijn om niet toe te geven dat het einde ons even naar de strot greep. Alleen verwacht ik van de Dekaloog meer diepgang, in plaats van louter een verhaal dat het hart op de goede plaats draagt.
Voorlopig 2,75* - de afronding zal geijkt worden naar de kwaliteit van de andere delen...
Dekalog, Siedem (1988)
Alternatieve titel: Dekalog VII
Keken alle mensen op aarde maar wat vaker Kieślowski, het zou onze wereldethiek slechts ten goede komen. Neem nu 'Dekalog 7', een ambigue parabel rond het gebod "Gij zult niet stelen". Bijzonder interessant is (zoals reeds eerder werd aangegeven) Kieślowski's keuze voor een persoon in plaats van een voorwerp: het werpt weliswaar een minder logisch, doch stukken boeiender licht op de zaak. Al snel blijkt dat beide partijen schuldig zijn, en dat de dochter er uiteindelijk voor kiest weg te lopen stelt ons voor een nog groter dilemma: ontloopt zij uiteindelijk de verantwoordelijkheid, of is zij finaal het slachtoffer, de martelares?
Na de toneelherwerking van Johan Simons en de NTG-ensemblecast gezien te hebben, wist ik echter al hoe de vork aan de steel zat, en dat hindert. Nadeel van de Dekalog-serie is immers het gebrek aan visuele esthetiek, meer nog, de spuuglelijke setting waarin Kieślowski zijn verhaal telkens weer inbedt. Anderzijds behoort dat verarmde, industriële kader inherent tot de kritiek die Kieślowski aan het adres van de Poolse overheid levert. Alleen is die nu niet langer actueel.
Ondanks het grondig uitgewerkte thema, is 'Dekaloog 7' niet beduidend beter dan zijn voorgangers. Net als Freud stoorde ik me immers aan hoe expliciet de broers Kieślowski de situatie aan de kijker uitleggen. Al wie het verhaal reeds kent, kan onmogelijk om dergelijk dilettantisme heen kijken.
Maar om 'Dekalog 7' op basis daarvan volledig met de grond gelijk te maken...? Nee, daarvoor blijft Kieślowski een té boeiend cineast.
2,75*
PS: De engel is inderdaad niet opgedoken. Ziet Krzysztof Kieślowski geen greintje hoop in deze episode?
Dekalog, Szesc (1988)
Alternatieve titel: Dekalog VI
De komende week ga ik in het NTGent de theater-versie van Kie%u015Blowski's dekaloog gaan bekijken, en om die reden ben ik een goed half jaar geleden begonnen met de films te bekijken. Het feit dat ik nu pas aan deel 6 ben geraakt, zegt genoeg over hoe interessant deze reeks mij toeschijnt.
Dit deel heeft echter iets voor op de andere: het tragische verhaal heeft een soort universele draagkracht, en de personages intrigeren tot het eind. Niet alleen hebben beide karakters heel eigen drijfveren, die niet voor het grijpen liggen, ook zit het gebod goed verborgen in deze aflevering...
Alleen heeft Kie%u015Blowski inderdaad (zoals Onderhond al aangaf) de filters uit zijn vorige deel langs de kant gezet (wat een jammerlijke keuze is), zonder een esthetisch alternatief in de plaats te zetten.
Het resultaat is een film die baadt in afgrijselijke eighties-stijl, uiteraard nog verergerd door de triestige, Poolse setting. En al boeien de karakters voor een keertje wel, dan nog zwemt ‘Dekaloog VI’ in een ontheemde, dromerige sfeer (eigen aan Kie%u015Blowski, en zeker aan de Dekaloog-reeks), die nooit echt culmineert tot een boeiende film.
Kie%u015Blowski stelt de vragen, wij (arme kijkers) poetsen de tanden vooraleer het slapen gaan. Is dat nu eenmaal de orde der dingen...? 
2,75*
Demain (2015)
Alternatieve titel: Tomorrow
Landbouw.
Energie.
Economie.
Democratie.
Onderwijs.
Ja hoor, de puzzel klopt. ‘Demain’ legt een logisch parcours af, van het ene hoopgevende initiatief naar het volgende, allemaal in het teken van een duurzamer en rechtvaardiger wereld. Niet gedacht vanuit het negatieve dus, wel integendeel: de makers sprokkelen hoopgevende initiatieven bij elkaar en spreken met kleine inspirators, die ondertussen talloze 'gewone' burgers hebben aangezet tot verandering.
Toch heeft ‘Demain’ ook een manco, namelijk dat het onduidelijk is of het tij ten gronde kan gekeerd worden. De film laat lichtpuntjes zien in een omvattend duister, maar de vraag is en blijft: hoe komen we als collectief in opstand tegen monocultuur in de landbouw, tegen het monopolie van fossiele brandstoffen, tegen de hegemonie van het neoliberalisme, tegen de scheeftrekking van een door de industrie opgepeuzelde democratie en een door politiek geclaimd (en dus competitief-kapitalistisch) onderwijssysteem? Kortom, allemaal een spade ter hand om te moestuinieren, een windmolen in de achtertuin, een alternatieve munt op zak, een engagement in de lokale burgerraad en de kroost naar Steiner- of Freinetscholen? Nou, en het leven dan?
Ook juist: revoluties beginnen klein, en als we wachten op de grote beweging, vergeten we dat deze klein moet beginnen. Ook (of zelfs vooral?) de kleinste stappen verdienen met andere woorden de grootst mogelijke aandacht.
Dus? Wie met het juiste verwachtingspatroon achter ’t scherm kruipt, wordt met ‘Demain’ heus niet bedrogen.
3*
Demain Tout Commence (2016)
Alternatieve titel: Two Is a Family
Je tuimelt er als toeschouwer zo in, in het web dat ‘Demain tout commence’ vakkundig weeft. Een ambachtelijk gefabriceerde en ludiek verpakte brok in de keel is het, met de nodige chemie tussen Omar Sy en Gloria Colston, een aardig ritme en puike cinematografie. Wat je er met de ogen dicht van zou verwachten, zeg maar...
Ronduit ontgoochelend is anderzijds de aanpak van het ouderschap: het kind wordt in het gebekvecht tussen vader en moeder absoluut niet gehoord, en de film ontpopt zich daarin tot een lachertje. Weliswaar een lachertje dat lach en traan verbindt, maar toch: memorabel kan je deze prent heus niet noemen.
2,75*
Detroit (2017)
Ontluisterend. En in het Amerika van vandaag allicht belangrijker dan wij ons als Europeanen kunnen inbeelden.
Het aan het documentairegenre schatplichtige karakter, het slopend trage tempo, de thrillerachtige situatieschets meer dan een drama met psychologische uitdieping: met een homogene stijl probeert Kathryn Bigelow de toeschouwer naar het Detroit van 1967 te loodsen, waar zich feiten afspelen die onbegrijpelijk zijn, en die als dusdanig in beeld worden gebracht. Niet claustrofobisch om meer effect te ressorteren, niet geësthetiseerd om braaf aan de regels van de cinema te voldoen, niet met een reeks bekende koppen om volk naar de zalen te lokken en kassa’s te doen rinkelen, nee – ‘Detroit’ is een oefening in objectiviteit. Dat levert geen sprankelende cinema op, maar wel een intense ervaring die even in de kleren blijft hangen.
Even maar. Het registrerende karakter is tegelijk de sterkte en de zwakte van de film. Noem het ironisch, maar een meer escapistische toets (meer verdichting, minder werkelijkheid) zou ‘Detroit’ intenser gemaakt hebben. In Hollywood weet men dat fictie meer recht kan doen aan de werkelijkheid dan de werkelijkheid zelf. Is dat trouwens niet de essentie van alle cinema, en bij uitbreiding van de hele wereldliteratuur: kunst als fake news om een onbenoembare waarheid gestalte te geven?
Wat mij betreft mag Bigelows volgende er dus een zijn met meer toeters en bellen, want less is niet altijd more – waarvan akte.
3*
Diaboliques, Les (1955)
Alternatieve titel: Diabolique
Niet zonder de nodige verbazing lees ik hier op het forum dat 'Les Diaboliques' overtuigende vertolkingen zou bevatten, prachtig geregisseerd zou zijn en uiteindelijk een sfeervolle thriller geworden is. Hebben we het over dezelfde film? Want wat ik gisterenavond zag was in de eerste plaats een abominabel acterende Véra Clouzot, een betweterige Simone Signoret (die ronduit irritant wordt) en een resem ongeloofwaardige karakters.
Stilistisch kan ik over 'Les Diaboliques' weinig kwijt. Esthetische ontroering was duidelijk geen doel voor Clouzot, en de mise-en-scène dient louter om de suspense de hoogte in te krijgen. Daar is op zich niets mis mee, mits er enige spanning mee gemoeid is. De dialogen worden echter te lang gerokken, het karakter van mevrouw Clouzot blijkt psychologisch niet tot het nemen van mature beslissingen (wat op de zenuwen gaat werken), om nog maar te zwijgen van het ontbreken van een crescendo richting de spannende finale. En we hadden het over een thriller, zegt u? 
Met de ontknoping had ik verder niet bijster veel. Ik een geen fan van het horror-genre (integendeel), en moest meermaals de neiging onderdrukken om de scènes voor de uiteindelijke afwikkeling door te spoelen. Plots toont Clouzot zich dus wel degelijk in staat tot zenuwslopende cinema (want dat is de conclusie die we moeten trekken als ik iets "niet meer kan aanzien"), maar het voorbije anderhalf uur heeft dan al een vernietigende indruk nagelaten.
Clouzot lost de resterende vragen vervolgens relatief eenvoudig op, maar eerlijk gezegd had ik een dergelijk slot niet verwacht. De laatste seconden (waarin Clouzot een "to be continued" insinueert) wisten een kleine glimlach te ontlokken, maar daar bleef het verder ook bij.
'Les Diaboliques' blijft in mijn ogen onvermijdelijk een zwakke film. De ontkrachting van die stelling laten we wijselijk over aan de kenners. 
Dialogue avec Mon Jardinier (2007)
Alternatieve titel: Conversations with My Gardener
Bij films die zichzelf (op de dvd-hoes) aankondigen als een interessante reflectie over leven en dood, durf ik al snel snode voorgevoelens te hebben. Immers, films die écht grote vragen stellen, doen dat meestal niet expliciet (oa. ‘Eternal Sunshine of the Spotless Mind’), of hebben ten minste de tact om zichzelf als “poëtisch” te verheerlijken (oa. ‘Stalker’).
‘Dialogue avec mon Jardinier’ overtreft echter de stoutste verwachtingen. Bij een film die een serieuze filosofische insteek pretendeert te hebben, hoort eerst en vooral een schare genuanceerde personages. De combinatie van conservatieve boerenlul tegenover progressieve artiest levert een handvol cliché’s op die de film verhaaltechnisch zouden moeten dragen. Bovendien hangt er te weinig vlees aan de dialogen om Auteuil (die niet verder komt dan een zorgwekkende frons, zo nu en dan) of Darroussin een eerlijke kans te geven: ze zijn van bij de eerste minuten reeds gedoemd een voorspelbare evolutie door te maken als karakter.
Desondanks begrijp ik dat er een publiek is voor deze film: dat de personages cliché’s zijn, betekent niet dat er geen kern van waarheid in hun handelen kan schuilen. Iedereen herkent namelijk wel iets van een ouder familielid in de zagende boerenlul, of vice versa. Maar “vragen over leven en dood”, dat laat Becker beter over aan begaafde cineasten; een verheerlijking van de Franse levensstijl is immers geen filosofisch vraagstuk. 
2,25*
Diego Maradona (2019)
Alternatieve titel: Maradona
De twee vorige documentaires van Asif Kapadia, ‘Senna’ en ‘Amy’, wisten me tot tranen toe te bewegen. Ze doordrongen me van het potentieel van het genre documentaire. De vergelijking kan ‘Diego Maradona’ helaas niet doorstaan.
Hoezo? Misschien omdat de voetballer, heel anders dan Senna en Amy, zich minder sympathiek maakt. Hij is weliswaar een slachtoffer van zijn armoedige achtergrond, van wat zijn omgeving (eenmaal in Napels aangekomen lijkt dat: de wereld) van hem verwacht en vooral van zijn minderwaardigheidscomplex dat hij wegmoffelt achter enerzijds een mythisch zelf en anderzijds achter cocaïne, maar toch…je ziet in de documentaire een man die doodsbang is voor introspectie, en dat wekt mededogen op, maar ook woede, omdat er ongetwijfeld uitwegen waren voor zijn noodlottige teloorgang.
Los van de persoon Maradona is het merkwaardig dat Kapadia niet uitgebreid stilstaat bij wat de man onder FC Barcelona had meegemaakt, alsook krijg je geen idee van zijn carrière daarvoor. Je kunt je als toeschouwer bijgevolg niet van de indruk ontdoen dat de censuur van de dan nog levende legende boven de film hangt, alsof niet alles mocht verteld worden? En dat fnuikt natuurlijk de integriteit van de documentaire...
Enfin, inzichtelijk en ontroerend, niet indrukwekkend.
3,25*
Dig, The (2021)
To dig. Graven. Wroeten. Spitten. Woelen.
To dig? Opgraven? Uitwroeten? Omhoog spitten? Omwoelen?
Tot voor kort was Simon Stone meer theatermaker dan cineast. Komt daar stilaan verandering in? Misschien. Maakt het uit? Nee. Hij maakt immers film in de lijn van zijn werk voor de bühne: aan de hand van karakters die allemaal een worsteling doormaken, een individuele tragedie beleven, zichzelf gaandeweg anders leren kennen. Het is Grieks drama in het kwadraat –is niet iedereen per slot van rekening protagonist in zijn of haar eigen levensverhaal? En dat dan nog eens op het scharnierpunt van een tijdsgewricht waarin alles lijkt te gaan veranderen…
Verandert er ooit iets? Alles is altijd in verandering, dixit Herakleitos – en toch! Diep onder de grond zijn de dingen wat ze zijn, daar waar de tijd het verleden in de aardkorst verankerd houdt. Hoog in de lucht scheert de toekomst echter rakelings boven Suffolk, een futur proche die leert dat de mens nauwelijks lessen getrokken heeft uit de archeologie. Ergens ver weg droomt een megalomaan demagoog van een nieuw Duizendjarig Rijk, maar deze losbol genaamd Hitler vergeet dat rijken steeds tot neergang gedoemd zijn. In Sutton Hoo ploetert men met de blote handen in die waarheid.
Intussen blikt Edith Pretty de vergankelijkheid van alle dingen via de spiegel in de ogen. Het is Basil Brown die haar terugvoert naar het oneindige verhaal waar de mensheid ondanks de individuele sterfelijkheid deel van uitmaakt: “From the first human handprint on a cave wall, we're part of something continuous.” Voor hem is de archeologie geen missie naar persoonlijke erkenning, maar een vorm van overdracht, het doorgeven van kunde en kennis, van wijsheid en wetenschap. Er schuilt meer gelijkenis in hem en de kleine Robert dan op het eerste zicht duidelijk – beiden leven meer in een wereld van verbeelding dan in het ronduit onverdraaglijke heden, waar hoge pieten bakkeleien om macht en aanzien, terwijl jong bloed zinloos wordt vergoten, geveld door geweld of ziekte.
Jong bloed dat overigens altijd en overal kruipt waar het niet gaan mag. Rory Lomax zit gevangen in zijn aarzeling tussen plicht en begeerte, net als Peggy Piggott, die leert dat vrouwen in het interbellum gedoemd zijn tot schaduwposities. Ze ontpopt zich, mede door toedoen van Edith Pretty, tot iemand die volwassener is dan het hele zootje archeologen bij elkaar, een clubje monomaan gefixeerde ellendelingen die naam en faam nastreven, en daarbij niets achterlaten – toch zeker geen handafdruk op een rots, geen noemenswaardige gedachte, geen voetnoot die er toe doet.
Leven is mislukken, klinkt het uit de mond van Brown, net een figuur die wel blijft, beklijft, een steen in de spreekwoordelijke rivier verlegt. De essentie ligt met name in het streven. De continuïteit van het narratief van de mensheid ligt inderdaad daarin besloten: voorbij de grenzen van het kenbare – de eigen kosmos, zoals Richard het aanvoelt? – zoeken naar tekenen die verder reiken. Verder terug, en via de voltooid verleden tijd ook verder vooruit. Want het is de studie van het verleden die ons leert dat andere culturen op hun manier transcendent waren, begiftigd, spiritueel…en dus niet anders dan wij, hier en nu, vandaag.
Ook is leven het grijpen van unieke momenten – de vergankelijkheid niet afzweren, maar juist omarmen. Het bestaan niet ondanks maar dankzij zijn beperkte houdbaarheid plukken, hoe gelimiteerd ook de vooruitzichten.
Hier en nu, met de eeuwigheid onder onze voeten en de eindigheid als ronkende motoren boven onze hoofden – dit hier en nu als een oneindig moment van liefde voor de ander, enkel- en meervoudig, voor iemand (een kus) en voor iedereen (een opgraving).
‘The dig’ graaft op, woelt om, spit omhoog: niets is zo kostbaar als leven in verbinding met dat wat de mens tot mens maakt.
3,75*
Disappearance of Eleanor Rigby: Her, The (2013)
Alternatieve titel: Disappearance of Eleanor Rigby: Her Story
Vraag: waarom neemt Ned Benson in de scènes die in ‘Him’ en ‘Her’ overlappen geen letterlijke passages over? Wil hij daarmee de fundamentele onbetrouwbaarheid van de onmiddellijke perceptie zowel als de dubieuze (mal)functie van het geheugen illustreren? Of probeert hij die momenten gewoon perfect in te schalen in zijn films, waardoor hij doelbewust bepaalde verschillen toelaat? Met als gevolg dat de toeschouwer het vervelende gevoel krijgt naar een parallelle werkelijkheid te kijken – waardoor het “him” vs. “her”-gegeven natuurlijk helemaal in het water valt.
Want, euhm…detail: had James McAvoy in zijn versie van de feiten geen wit hemd aan daar in de regen? Jazeker, ’t zit ‘m in de details!
Oké…kritiek: wat mij betreft duidelijk de mindere van de twee films. Oppervlakkige en melodramatische psychologische tekeningen, slepend qua ritme, gekunsteld door de zogenaamd interessante personages (de docente, sjonge-jonge), volstrekt niet herkenbaar in de levenskeuzes waar Chastain voor staat, of nog (je hoort het al): pffff, zucht, zzzz.
En...eerlijk: mooie vrouwen, dat wel. Maar die gedragen zich nogal vrouwelijk, dat ook. Geef mij dus maar ‘Him’ – een film die ook zijn fouten had, maar tenminste een zekere schwung had en een levendig portret schetste van dertigers die hartverscheurende beslissingen (moeten) nemen.
1,75*
Disappearance of Eleanor Rigby: Him, The (2013)
Alternatieve titel: The Disappearance of Eleanor Rigby: His Story
De onkenbaarheid van de ander. Kapittel zevenduizendachthonderdnegentien. Ofzo.
Een trauma slaat een bres in het schijnbaar idyllische leventje van Eleanor en Conor. Ze kunnen niet spreken over hun onuitspreekbare verdriet, punt. Ze kunnen elkaar niet vinden in het labyrint dat door hun eigen tranen blank wordt gezet, punt. Dus: zij probeert het roer radicaal om te gooien. Dus: hij wil zich vooral radicaal vasthouden aan wat ze eens met elkaar hebben gehad. Beide methodes zijn flagrante vergissingen, en op het moment dat ze dat tegen elkaar zeggen zonder het te zeggen (de auto! de auto!), gaat het weer mis. Omdat de complexloze romantiek van hun begindagen definitief voorbij is. De eenvoud, de vlinders, het noodlottige “weten” (strooien maar, die korrels zout!) van voor elkaar bestemd te zijn: dat alles verdwijnt onder het plamuursel van de routine. Ah, realistisch lijkt deze film in zekere zin wel. En ondertussen blijft New York City zijn zwijgzame zelf. De stad ademt, vibreert, genereert impulsen, maar omarmt de eenzamen niet. Dolen in een verstedelijkt doolhof – nergens is alleen zo alleen als in de straten van de grote appel. Geloof me, ik vertel het je!
‘The Disappearance of Eleanor Rigby: Him’ heeft zo zijn fouten. De psychologische typering van een aantal karakters is idioot, de diepgang grotendeels geveinsd. Toch toont de film treffend wat het betekent om een schipbreukeling te zijn nadat het schip dat niet stuk te krijgen leek, op de klippen dreef. De klippen van een ongeluk dat eenieder kan overkomen. De klippen van het leven, dat onpeilbaar is en blijft, van de eerste tot de laatste minuut.
2,75*, maar toch nieuwsgierig naar haar kant van het verhaal. In dat opzicht is Ned Benson wel geslaagd in zijn opzet.
Disaster Artist, The (2017)
Even if you fail, you’d better do it big – smeult de american dream zeemzoet onder ‘The Disaster Artist’? Eigenlijk niet, want pas bij de aftiteling blijkt dat Tommy Wiseau en Greg Sestero vandaag de vruchten van hun tekort plukken. Dat het duo cultstatus geniet, is gewoonweg onwaarschijnlijk. En tegelijk ook weer niet, want wakkert James Franco het verlangen om de cultfilm te gaan zien niet ongelofelijk aan?
Ondanks het nogal repetitieve karakter van het scenario is ‘The Disaster Artist’ een prettige tragikomedie, waarvan de tragische dimensie uiteindelijk via het komische register gekanaliseerd wordt. Smartelijke feel good: als dat nog geen genre was, dan heeft Franco het bij deze uitgevonden.
Eigenzinnig, pijnlijk en plezierig: een beetje een rollercoaster, ja misschien zelfs een confrontatie met de grenzen van het eigen empathisch vermogen. Waar begint het (uit)lachen, waar eindigt de gêne?
3*
Do Lok Tin Si (1995)
Alternatieve titel: Fallen Angels
Zoals eerder beloofd (op het ‘As Tears Go By’-forum) zou ik niet te lang wachten om ook ‘Fallen Angels’ eens te bekijken. En voila, consumatum est.
Het allereerste wat mij opviel is dat dit duidelijk een soort overgangsfilm is: verhaaltechnisch zitten we nog steeds met de dubbele verhaallijn van ‘Chungking Express’, terwijl we visueel al kunnen smullen van beeldschone slow-motions en erotische figuren (‘In the Mood for Love’, dames en heren?
). Toch weegt die ene kwaliteit niet op tegen dat andere gebrek, want de film verliest gaandeweg scherpte.
Alles op zijn tijd echter; laat ons eerst even nagaan wat we eigenlijk gehad hebben aan Wong Kar-Wai’s beide vertellingen.
De eerste, met de huurmoordenaar en zijn partner, is in alle opzichten de meest poëtische. Leon Lai heeft de ideale (gelaten) smoel voor zijn integere rol, en Michelle Reis is tegelijk ontwapenend in haar dagelijkse bestaan als opwindend in haar ‘vermomming’. De uiteindelijke confrontatie in het café (met briljant spiegelwerk!) is dan ook een eenzaam hoogtepunt in deze verder nogal droge film. Ook de jukebox-scène is één van de mooiste en meest intrigerende die ik ooit gezien heb – zwoel, sexy en tot in het detail ontzettend warmbloedig. Helaas is Wong Kar-Wai overdreven schaars met informatie, waardoor de indruk ontstaat dat de regisseur zelf niet goed wist wat hij méér wilde dan alleen maar mooie plaatjes schieten.
De tweede, en schijnbaar ook belangrijkste, verhaallijn volgt een typisch Kar-Waiiaans personage: iemand die niet kan spreken en uiteindelijk toch wel wat te zeggen heeft. Vooral hierin lijkt het alsof ‘Chungking Express’ nooit is weggeweest: de figuur op zich is al niet bijster interessant, dus kunnen ook de komische situaties waarin de man verzeilt raakt amper boeien. Bovendien vervalt Wong Kar-Wai op het einde in een soort bizar sentiment, door de weinig esthetische amateur-beelden van de vader in zijn film op te nemen. De kijker kan alleen maar geeuwen en zien dat 'Fallen Angels' hoe langer hoe meer de verkeerde kant op gaat...
En visueel? Wonderlijk schoon op bepaalde passages, maar soms nog steeds iets te ‘alledaags’. Pas in ‘Happy Together’ staat ’s mans stijl volledig op punt, maar eigenlijk horen we niet te klagen. Prachtig is hoe Wong Kar-Wai met enkele shots een ruimte vol smeulende lijken in beeld kan brengen, terwijl zijn personage koelbloedig langs de dode lichamen flaneert. Een schitterend contrast, juist door de soberheid waarmee we het voorgeschoteld krijgen.
Echter, na ‘Fallen Angels’ heeft Wong Kar-Wai de gangsterfilm schijnbaar afgezworen. En dat is dan ook het meest ellendige aan de hele film: met een degelijk verhaal was dit een pareltje geworden, nu verzandt de film in zijn goede bedoelingen en pseudo-diepgaande personages. Laat ons bidden dat de meester aller Aziaten ooit terugkeert naar dit genre; dan pas zullen hem 'Fallen Angels’ kunnen vergeven... En voorlopig, de meest middelmatige score. 
2,5*
Trouwens, nu ook hier weer de titel ‘Bangkok Dangerous’ opduikt ga ik er meteen achteraan. Wordt vervolgd. 
Dolemite Is My Name (2019)
Fijne feel good, hoewel je je afvraagt: waar stond Rudy Ray Moore precies voor? Mijns inziens: voor de ontvoogding van de Afro-Amerikaanse populatie, die niet langer vanuit witte televisie- en radiobastions te zien en te horen kreeg waar het wel en niet om mocht lachen.
Grappig is het typetje Dolemite nauwelijks, maar zijn ontstaansgeschiedenis is hierin verre van triviaal: roots die teruggaan op slavenhumor, kortom het instrument waarmee een onderdrukt ras haar soevereiniteit afdwong, althans in gedachten en in woorden. Want gedachten zijn vrij. Woorden waren dat niet, maar ze werden het opnieuw, met het clandestiene gevloek en getier van Dolemite.
Eddie Murphy leeft zich uit in wat een sympathieke hoofdrol is, zonder de hem typerende excessen deze keer. Het is schaamteloze feel good, eigenlijk zonder veel creativiteit gebracht, maar de biografische en historisch-maatschappelijke toets is al bij al interessant.
Kortom, reserves aan de kant, en…genieten van deze ‘Dolemite is my name’.
3*
Dolor y Gloria (2019)
Alternatieve titel: Pain and Glory
De mythologie van het kunstenaarschap: dat er dolor moet zijn om gloria te kunnen oogsten, dat lijden een noodzakelijke voorwaarde is om in de kunst vrucht te dragen. Dat dus, ingebed in een verhaal over een man die denkt dat hij in de ogen van zijn moeder nooit aan haar verwachtingen heeft voldaan, terwijl zij zich door zijn keuzes verworpen voelt – een misverstand dat overeind blijft omwille van een onbenoembaar taboe als olifant in de kamer.
Haar einde betekent dolor, maar houdt in zekere zin ook gloria in: de protagonist kan door de omkering van de zorgrelatie ten overstaan van zijn moeder proberen om plooien glad te strijken, hetgeen hij overigens meeneemt naar andere stuk gelopen relaties in zijn leven. Ja, ook met het personage Alberto Crespo moet de opgevoerde Salvador Mallo immers brokken uit het verleden zien te lijmen, om vervolgens opnieuw te kunnen schitteren onder de vorm van een voortgezette artisticiteit (zij het anoniem).
En uiteindelijk maakt Almodóvar de cirkel mooi rond: zoals ‘Sabor’ het kanaliseren was – of op z’n minst het Freudiaans condenseren – van een onuitsprekelijke “smaak” qua gender, zo tapt ‘El primer deseo’ evenzeer (zij het explicieter) uit de autobiografie van de artiest. Hoe troostrijk de gedachte dat lijden niet van zin verstoken is, als ze de kunst maar voeden kan!
Dat alles dus, op z’n Almodóvars. Deze keer echter een beetje onderkoeld, of toch weinig doorvoeld, niet doorgedreven esthetisch, wat gezapig verteld. Tjah. Goed bedacht allemaal, maar het raakte me eigenlijk amper. Sorry?
2,75*
Don't Look Up (2021)
Het groteske ligt er vingerdik op, satire is nu eenmaal het idioom. Dat moet je accepteren om ‘Don’t look up’ te kunnen smaken. Hoe dan ook zit er donders veel in. Alleszins meer dan een feminiene Trump-persiflage, het op de korrel nemen van de technologiegoeroe’s van vandaag of het lacherig doen met het sociaal onvermogen van de gemiddelde wetenschapper. Ja, veel meer!
In de diepte stelt ‘Don’t look up’ immers de vraag: hoe los je dat immanente doch onzichtbare gevaar dat de komeet (alias klimaatverandering, wakker worden iedereen!) is eigenlijk op? Binnen een democratie die wordt uitgehold door het grote kapitaal lukt dat niet. Zeker niet als die democratie in de greep is van big data die het individu herleiden tot een voorspelbaar verdienmodel, één consument uit de miljarden. Kennis is macht, geld is macht, kennis is geld, en geld maakt blind…dus binnen een niet-gereglementeerd kapitalisme is er simpelweg geen hoop voor de redding van de planeet, lijkt me? En toch moet er redding komen van diegenen die de touwtjes in handen houden. Nou, niet bepaald hoopgevend?
‘Don’t look up’ is zo’n zeldzame komedie waar je niet vrolijk van wordt. Precies daarom kiest Adam McKay voor de complete uitvergroting. Het is de pastiche die het publiek de ogen opent en doet nadenken. Althans: laat ons hopen.
3,25*
Drop, The (2014)
Mooi portret. Over een verleden van het soort waar je als mens nooit meer van los komt. Hoezeer je ook verlangt naar een geruststellend, doodnormaal heden: je kent de verkeerde mensen, kunt de verkeerde dingen, bent vertrouwd met de verkeerde wegen. Je probeert het rechte pad te bewandelen, maar het is je voorgeschiedenis die het telkens scheef trekt. Oude demonen…je kunt er niet mee afrekenen, nooit helemaal, maar je kunt ze een plaats proberen geven. Om verder te gaan. Ik herhaal: mooi portret.
Mooi dat alle personages een bepaalde tragische dimensie hebben. Aangrijpend. Hun handelen is niet (integraal) ingegeven door het slechte: ze verlangen naar iets (iets goeds?) en de weg die ze daarvoor afleggen, gaat ten koste van iets of iemand. Maar ze hebben nooit anders geleerd. Ik herhaal: mooie tragiek. Aangrijpend.
‘The Drop’? Een januskop. (a) geld, boeven, bloed, broodwinning – (b) een hond, want wil zorg dragen voor, want moet iets compenseren van vroeger. Kan niet ter communie gaan – ik herhaal: oude demonen.
Ook cinematografisch overigens pendelend tussen het burgerlijke en het criminele. Schizofreen sfeertje, als je het mij vraagt. Niet Nicolas Karakatsanis meest esthetische cameravoering, maar intens is ze wel. Met de soundtrack en de bijtend intense acteerprestaties, krijg je vanzelf een film die zijn klauwen in je vel zet. Chapeau, Michaël R. Roskam!
3,25*
Druk (2020)
Alternatieve titel: Another Round
Hoewel aangekondigd als een onderzoek naar de psycho-sociale voordelen van alcohol, schetst ‘Druk’ eigenlijk een behoorlijk genuanceerd beeld van het meest wijdverspreide en maatschappelijk minst verketterde aller roesmiddelen. Zo legt Thomas Vinterberg vanuit het narratief een niet te versmaden, pijnlijke realiteit bloot, met name dat ook ethanol – of meer specifiek: de uitwerking ervan op de hersenen – hand in hand gaat met verslaving…met alle desastreuze gevolgen van dien. Aan de andere zijde van het spectrum is ‘Druk’ tegelijk een pleidooi voor de plaats van alcohol middenin het leven: het faciliteert de viering van het bestaan, het katalyseert onmiddellijke vreugde, het schuift onnodige remmingen terzijde, het is geen onvoorwaardelijke conditie voor doch wel een vereenvoudigende factor van ongebreideld vertier. Het maakt, zo suggereert Vinterberg, de mens als het ware meer tot zichzelf, althans de mens valt dankzij alcohol sneller en completer samen met wie hij zou willen zijn en pleegt te zijn in de ogen van anderen. Voor zover met mate gebruikt, dat spreekt.
Sluimerend duikt bovendien een veelvoud aan vragen op. Is het gunstig (fysiek, mentaal, maatschappelijk) dat jongeren massaal met drinken experimenteren? Is dat eigenlijk wel normaal…waarom zou het (niet)? En is het, in het verlengde daarvan, niet abnormaal dat adolescenten niet geïnstrueerd worden omtrent de andere effecten van alcohol? Door ethyl per definitie te verbannen uit het publieke leven, verkwanselen we daarmee ook niet haar heilzame effecten, en zetten we op die manier niet de poort open naar verboden en dus excessief gebruik? Is de kloof tussen het opwekken van inspiratie, roes en uiteindelijk vergetelheid te dichten door alcohol bespreekbaar te maken – want is het niet de complete nultolerantie die dialoog over (wan)gebruik a priori onmogelijk maakt?
‘Druk’ is evenwel geen filosofisch traktaat. Vinterberg raakt verschillende vragen aan, in wat een intrigerende cocktail (nou!) van drama en komedie is. Het verhaal lijkt aan de oppervlakte wat van de pot gerukt, maar de plot raakt wel degelijk aan het waarom van gebruik: de een wordt vlotter, een ander vergeet zijn eenzaamheid, nog een ander ziet er de wereld rooskleuriger door, en voor de laatste betekent het escapisme ten aanzien van de banaliteit van zijn schijnbaar perfecte gezinssituatie. Kortom, er zijn redenen om te drinken. Net zoals er redenen zijn om dat niet te doen. ‘Druk’ verkent als het ware het landschap, in cinema die wegkijkt als een prettig-gestoord drama. Met veel aandacht voor alcohol en haar effecten – de roes voelbaar maken, zonder louter karikaturen op te voeren, je moet het maar doen...!
3,5*
Dune (1984)
Alternatieve titel: Duin
Ik ben geen fantasy fan, en ik zal er hoogstwaarschijnlijk ook nooit één worden. Als men echter David Lynch op de affiche ziet staan, dan durft men al eens een uitzondering te maken op de regel. Zo leek het mij zelfs een goed idee om meteen voor de “extended edition” te gaan, kwestie van nog wat meer van Lynch’s cinematografie te kunnen proeven – diezelfde “extended edition” waar Lynch zich achteraf volledig van heeft gedistantieerd, met recht en reden als u het mij vraagt.
De visuele kant van de film valt echter dik tegen: de kitsch is nooit veraf, en over het algemeen doet de spuuglelijke eighties-setting alleen maar walgen. De special effects hebben daarentegen een soort Michel Gondry-charme in zich: de reusachtige wormen zijn in het Lynch-universum tegelijk beangstigend, schattig en absoluut ongeloofwaardig. Gondry dus. 
Toch kon Lynch beter, want wie ‘The Elephant Man’ heeft gezien weet hoe Lynch met enkele abstracte beelden de sfeer volledig naar zijn hand kan zetten. ‘Dune’ oogt echter meer als een mislukte ‘Star Trek’-try-out, en niet als een ambiteus Hollywood-project waar miljoenen zijn in gepompt.
We mogen echt niet alleen fulmineren op de regisseur, want het verhaal op zich is al tenenkrullend genoeg. Ik kan doorgaans niets met rivaliserende dynastieën die al schietend door de kosmos suizen en bovendien onuitspreekbare namen hebben, maar ‘Dune’ neemt zichzelf daarenboven zodanig serieus dat je haast niets anders kunt voelen dan plaatsvervangende schaamte. Profetieën worden te nadrukkelijk in het wilde weg gefluisterd, om over de acteurs maar helemaal te zwijgen...
Wat ik gezien heb was gewoon een ontzettend smakeloze film, zonder gevoel voor tact of subtiliteit op wat voor vlak dan ook. Zelfs de potentieel interessante muziek wordt de nek omgewrongen door gierende gitaren, zoals die alleen in de befaamde eighties bestonden. Pijnlijk…
1,75*
