• 15.739 nieuwsartikelen
  • 177.896 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.954 gebruikers
  • 9.369.872 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Faa Yeung Nin Wa (2000)

Alternatieve titel: In the Mood for Love

JJ_D schreef:

Hun ontmoeting was gênant. Zij was verlegen. Schuw gaf ze hem een kans. Maar hij was te bang. Ze draaide zich om en ging weg.

Inmiddels herzien. Of: inmiddels opnieuw begluurd. Gegluurd. Want o, wat wordt de toeschouwer hier een voyeur. Gordijnen, spiegels, hoeken, spleten, kieren: ze verschaffen toegang tot de spelonken van het menselijke verlangen. Een relatie die is, die niet mag zijn, die niet kan zijn. En toch voltrekt ze zich. Vanuit een andere relatie die niet mag zijn, en als een dolk door hun beider harten priemt. Die dolk die pijn veroorzaakt, maar ook verbindt. Ja, hun wonde wordt hun heling, hun kwetsuur hun bron van vreugde.

Maar toch, zolang hun kijken lonken blijft, zolang hun aanrakingen een smet zijn op het verbond dat vooral zij zo plichtsbewust in ere wil houden, kan ze niet onluiken - de Liefde. De stemming is er, de omstandigheden dienen zich aan, maar zij, dit duo, zij verliezen zich in de mistige structuur van een ten dode opgeschreven huwelijk. En, om wat voor reden dan ook, oefenen ze hun eigen ondergang in, met tranen en tuiten. Hoe kan het anders dan dat zoiets verkeerd afloopt?

Mensen op de tast, in het duister, naast elkaar, naar elkaar. Wong Kar-Wai vertelt dat verhaal prachtig. En niet alleen dat verhaal, want ook de mythe van de onverklaarbare schoonheid van de vrouw stopt hij in zijn beeldenstroom. Gordijnen, spiegels, hoeken, spleten, kieren: ze verbergen de onbegrijpelijke pracht van een gekwetste Eva, de puurheid zelve. En ze verbergen ook gemaakte keuzes, verkeerde keuzes, beslissingen die in '2046' worden betreurd.

Doch, maar, en, hoezo, nochtans, eigenlijk? Waarom, waarom blijven ze niet, blijven ze niet bij elkaar, blijven ze integendeel wel elkaar ontmoeten voor traliewerk - een raam? - dat nergens uitzicht op geeft, in de gietende gutsende regen? Er is geen perspectief. Wel troost, van het transcendente soort. Troost zoals alleen muziek (Shigeru Umebayashi, potvolkoffie!) en spiritualiteit (Angkor Wat) die kunnen bieden.

En. En en en. Christopher Doyle. Kortom beelden. Beelden van bellen, handen, handtassen, dassen, ringen, gezichten, tranen. Beelden van gordijnen, spiegels, hoeken, spleten, kieren: de spelonken waarin, zonder dat we dat tijdig beseffen, ons leven wordt beslecht. Ons noodlottig lot.

Maar zolang er troost is...zolang er 'In the mood for love' is, waarop we tijdens al te koele zomernachten kunnen terugvallen...tot zolang is het exempel van noodlottig onvermogen tot bezegeling van liefde een troost.

Oké, ik hou op.

Tot...later?

Hij herinnert zich de voorbije jaren als keek hij door een stoffig raam. Het verleden is iets wat hij kan zien, maar niet aanraken. En al wat hij ziet, is vaag en wazig.

Hoe liefde uit liefde geboren wordt.

Of, nauwkeuriger: hoe een nieuwe verliefdheid uit een versleten relatie ontluikt.

Of, nog nauwkeuriger: hoe de verknochtheid aan het idee van liefde een hernieuwde liefde onmogelijk maakt.

Zij – mogen wij haar engel noemen? Engel kan zich niet loswrikken uit haar verleden. Weigert zich te laten afdanken tot zolang haar verloedering niet wordt uitgesproken. Ze hangt en houdt niet vast aan haar relatie als maatschappelijk middel, als zogezegd ‘instituut’. Nee, haar fanatisme stoelt niet op angst, maar op principes, op idealen, op geloof. Hoe zou zij Liefde – haar afgod! – kunnen afzweren om Hem in andere gedaante terug binnen te halen? Wordt zij ontrouw, hoe kan zij dan ooit haar trouw terugwinnen? Welke eed nog te zweren na de ultieme eed zelf met de voeten te hebben getreden?

Hij. Hij ziet de patstelling, haar patstelling. De onmogelijkheid, haar onmogelijkheid. Dus moet hij verder. Weg. Iets dierbaars doorknippen, een verlangen verbranden. Iets waarvan hij hoopte dat het zijn toekomst was naar de verleden tijd verwijzen, om opnieuw een heden te kunnen betreden. Toch blijft dat verleden in het heden doorschemeren. Pantoffels drukken uit dat zij echt gebeurd is. Zij was. Zij was! De plek van hun samenzijn, de feitelijke ruimtelijkheid, maakt bovendien aanschouwelijk wat ze nooit hebben durven zien: dat ze voor elkaar bestemd waren, daar, op dat moment. Dus ontroert het hen, allebei, wanneer ze elkaar – anders dan een paar jaar terug – op een haar na missen en niet op een haar na raken. Aanraken, bijna. Bijna.

Close-ups in een steeg: zij en hij samen, zij en hij alleen. Hoe broos is zoiets weergaloos als een diep wederzijds hunkeren. Hoe toevallig, misschien? Laat het echter een les zijn om wat al dan niet vanuit het toeval ontstaat met hart en ziel te grijpen, te beleven alsof het leven er van af hangt, te koesteren. Weet je, het komt misschien maar één keer…

Een andere steeg, met traliewerk: hun contextueel gevangenschap, geketend aan wie zij waren in de armen van een ander die alweer in andermans armen ligt. Moeten zij die ander vertolken, of vooral zichzelf zijn? En op wie worden zij verliefd: op diegene die de ander vertolkt, op hun idee van de geïdealiseerde ander, of op de ware ander – die misschien niet eens zichzelf durft te zijn?

Verscheurend genoeg is het om het aan de muren van Angkor Wat te gaan vertellen. Als niet de mens zijn geschiedenis voltooid verleden en verbeurd kan verklaren, dan wel de goden. Zij bewaren het geheim van wie zij was. Engel. Haar handen, haar wiegende heupen, haar lonken, haar lokken. Zo rein als maar zijn kan. En tegelijk: wulps. Wong meets Wagner – ook diens maagdelijke deernen gedijen immers in wellust. Alleszins, het is erotiek zonder een spatje bloot. Wie heeft naakt nodig als Christopher Doyle de camera voert?

Enfin – deze gedachten, naast andere. Zoals mijn vorige dromerijen, anno 2015 – voel je de warmte, de zinnelijkheid? Altijd weekt ‘In the mood for love’ wel iets los. En is dat per slot van rekening niet de definitie van straffe cinema?

Fabelmans, The (2022)

De vraag is al onnoemelijk vaak gesteld, maar blijft niettemin donders interessant: wie of wat staat aan de wieg van het kunstenaarschap? Verrassend is dat niemand minder dan Steven Spielberg, in zekere zin toch vooral de koning van het entertainment, er een film over maakt, autobiografisch dan nog wel. Het levert sprankelende cinema op, waarin de regisseur ook meteen tracht bloot te leggen wat het witte doek van andere kunstvormen onderscheidt. Fictie verwordt dankzij een virtuoos samenspel van techniek, licht, montage, ritme en nog een rits andere parameters tot magie. Film is immers geen afkooksel van de werkelijkheid, het is een alternatieve realiteit die de reële wereld naar de kroon steekt. Met ingrediënten uit de een werkelijk universum boetseert een regisseur zoiets ongelofelijk als een verbeelding echter dan het echte leven. Cinema als emotionele megafoon, maar ook als instrument om gevoeligheden hanteerbaar te maken, de dagdagelijkse sleur meester te kunnen, angsten behapbaar te maken, ja zelfs controle te verwerven.

Onvergetelijk is meteen de openingssequens, waarin de kleine Spielberg helemaal niet naar de cinema wil. Onder lichte dwang geraakt hij evenwel betoverd. Het narratief is echter ingewikkelder, want Spielberg alias Fabelman leert al snel dat zijn medium niet onschuldig is. Wat door de anekdotiek van alledag ondergesneeuwd geraakt, puurt zich uit in motion picture. Het kind kan niet loyaal zijn aan vader en moeder. Als kunstenaar - op dat moment nog tegen wil en dank - brengt hij niet alleen vreugde, maar ook pijn.

Door ook deze pijnlijke biografische bladzijde aan te raken, geeft Spielberg getrouw antwoord op de vraag hoe een onooglijke Fabelman kan uitgroeien tot de illustere Spielberg. Er komt uiteraard talent bij kijken, misschien zelfs iets als neurose. Een roeping? Daarnaast heeft een mens echter geluk nodig. En middelen. En nog meer geluk. Ja, vooral dat.

‘The Fabelmans’ mediteert onderweg niet alleen over de genese van een artisticiteit waarvoor het familiale begrip slechts eenzijdig is. Tegelijk is het een studie naar intrafamiliale dynamieken, een portret van een onthutsend antisemitisch Californië, een geestige coming-of-age met seksueel ontwaken en, niet in het minst, een eerbetoon aan wat zoiets overbodig, zoiets onzinnig, zoiets uitdrukkelijk nutteloos als cinema vermag. Als de tranen op zijn, leert het witte doek de mens terug grienen. En als er niets meer om te lachen overblijft, bestaat er toch nog zoiets als de lach zoals alleen film die kan opwekken. Kunst is nodig, niet ondanks, maar omdat ze nergens voor dient. In een tijd waarin efficiëntie en spitstechnologie sleutelwoorden zijn van het Moderne Evangelie, is cinema een louterend ritueel waarin iedereen kan thuiskomen. Aangezien ‘The Fabelmans’ dat allemaal vertelt, zij het tussen de regels door, is het een hartverwarmende en hartroerende film. Eentje die het hart verovert, en betovert. En in die optiek, dan toch, old school Spielberg…

3,5*

Fall Guy, The (2024)

Een ode aan de stuntman. Niet door het machismo rond dat beroep op te pompen, goddank. Integendeel ensceneert David Leitch een film binnen een film, eigenlijk een ridicuul spektakelstuk waarmee hij het actievehikel als dusdanig persifleert, terwijl ‘The Fall Guy’ tegelijk hulde brengt aan de coulissen, aan wat zich achter het witte doek bevindt. De regisseur en zijn ploeg nemen de poeha van Hollywood op de korrel, doch laten simultaan hun liefde zien voor de schijnwereld van het sterrendom en wat het grote kapitaal vermag: onmogelijke werelden die mogelijk worden, compleet van de pot gerukte verhalen waarin de toeschouwer zich even kan onderdompelen. Precies zo’n verhaal blijkt het narratief te zijn, zo mogelijk nog absurder dan de infantiele scifi-romantiek waar de fictieve regisseuse Jody Moreno mee debuteert.

Modernisme? Post-modernisme? Of gewoon op en top hedendaags? Hoe het ook zij...moet je kunnnen!

Naast deze twee lagen, presenteert Leitch trouwens nog een derde laag, die eigenlijk de meest wezenlijke van de film vormt: het liefdesverhaal dat zich tussen Ryan Gosling en Emily Blunt ontspint, met als onderliggende moraal dat bij authentieke romantiek ook imperfectie, ook kwade dagen en ook verdriet horen. Dat is uiteraard een joekel van een open deur intrappen, maar toch: het staat in schril contrast met het type romantiek (morantiek geheten?) dat het scenario te kijk zet, en net die dubbele beweging – dat Leitch creatieve cinema laat zien naast cinema zoals cinema niet hoort te zijn! – houdt de kijker op het puntje van de stoel. Bovendien is de chemie tussen Gosling en Blunt adembenemend. Ondergetekende is in regel ongevoelig voor vonken tussen acteurs – dat zijn ten slotte “slechts” de instrumenten van de regisseur – maar wat ‘The Fall Guy’ laat zien, is flirterige naturel van een hogere orde: sprankelend, geestig, eigentijds en oprecht charmant…stel je voor.

Kortom, niet dankzij maar ondanks het vele onnodige stuntwerk: erg van genoten!

3,25*

Fantastic Beasts and Where to Find Them (2016)

Voorwaar, ik zeg u: goed gemaakt!

J.K. Rowling pakt haar publiek weer eens in met sympathieke personages, spannende intriges en een overkoepelend filosofie waarin actuele thema’s resoneren. Het ecologische spoor van met uitsterven bedreigde soorten zowel als het idee van eenheid creëren door een specifieke etnische groep uit te sluiten en zelfs openlijk te bekampen: men moet het avondjournaal maar aanzien om te begrijpen hoe die realiteit in onze dagdagelijkse levens geslopen is.

David Yates doet de rest. Hij zet New York energiek en pittoresk neer, maar heeft ook oog voor de donkere stegen en de vunzigheid van wat het daglicht niet mag zien.

Kort en goed: mooi hoe fantasie en realiteit samenkomen, hoe fictie bepaalde feiten in de verf zet, en hoe ‘Fantastic Beasts and Where to Find Them’ desalniettemin heerlijk escapistisch vertier blijft.

Juich!

3,5*

Father, The (2020)

Zo klein, zo fragiel, zo integer, zo kwetsbaar...dat het pijn doet. Het lijden te voelen in het hoofd van Anthony, die dag na dag in een vreemde wereld wakker wordt. Een man waarvoor gisteren niet meer bestaat, en toch lijkt dat verleden reëel te zijn, en dichtbij. Een man ook die geen morgen meer heeft, alleen een hier en nu dat hij krampachtig bij elkaar probeert te houden.

Dat Florian Zeller het perspectief van de dementerende oudere kiest, is frappant omdat het ook de toeschouwer compleet uit balans brengt. Noem het een immersieve Alzheimer-beleving: voelen hoe de realiteit niet is wat ze lijkt, en daardoor angst, frustratie, kwaadheid door je lijf voelen gieren. Hopkins zet dit scala aan emoties fenomenaal neer. Net als de cinematografie: vanuit het kleinste register. Alleen zo, vanuit naturel en detail, worden emoties echt.

Alles aan 'The Father' klopt: de integere toon, het ritme van de gestage ondergang, de hartverscheurende keuzes voor de mantelzorgers, het verdriet bij Anthony, die uiteindelijk nog nauwelijks zijn eigen gevoelens in klare taal of samenhangende gedachten kan vatten... Een kleinood? Jazeker, dit is er een.

3,75*

Faust (2011)

Een wel erg vrije Goethe-bewerking, zoveel is zeker. Kiest Faust in Sokurovs lezing voor het verraad aan zijn verlichte idealen, of vindt en verleidt Mephistopheles (Mauricius) hem tegen wil en dank? Anders gezegd: parasiteert de mens doelbewust op de ander, of wordt Het Kwaad als bij toeval geboren – in zekere zin vanuit Het Goede, het schone, het wezen van Gretchen? Goed en Kwaad zouden dan nauw met elkaar verbonden zijn en quasi niet zonder elkaar kunnen bestaan, en precies zo voert Sokurov het duo Faust – Mauricius op: als twee stemmen van één corpus, als de fysieke mens en het wanstaltige idee van mens. In de gruwel van Mephisto’s duivelse maniertjes stopt Sokurov echter donders veel humor. Van een blubberkont tot de obsessie om heiligenbeelden te zoenen: Het Kwade krijgt er iets aandoenlijks door, want door het afgrijzen deemstert een vleug mededogen. Ook de representatie van het slechte heeft zo zijn nukkige trekjes…

Heerlijk is hoe Yuriy Arabov zinnen uit Goethe’s origineel herschrijft, doelbewust door elkaar haspelt, herkauwt in de context van een narratief dat modern aandoet ondanks de historische setting. Cinematografisch zijn de oude meesters van de schilderkunst dan weer niet veraf, ook al doen de experimenten met lenzen en perspectieven soms geforceerd aan. In wezen zijn het immers de dialogen die deze ‘Faust’ vertellen, waarbij de beeldtaal zich eerder dienend opstelt. Anderzijds loodst Sokurov het titelpersonage na de verkoop van zijn ziel een bloedstollend horror vacui binnen waaruit alle menselijke leven gezogen wordt en enkel ongedierte regeert: fenomenaal hoe de regie een dergelijke apocalyptische sfeer weet op te wekken aan de hand van decor, rekwisieten, dieren, belichting en wat dies meer…!

In zekere zin voert Sokurovs moderne avant-garde de boventoon, wat maakt dat het moeilijk identificeren is met deze Faust. Zijn hoop en zijn dromen zouden de onze kunnen zijn – zoals bij Goethe en bij Mann – maar als mens komt de protagonist hier zelden tot nooit uit de verf. Daarvoor heeft Sokurov zijn Faust te veel op Mephisto geënt: waar die laatste via humor quasi menselijk wordt, ziet Faust eruit als een beest wanneer hij (als opgejaagd wild) door het beeld raast. Nogmaals: Goed en Kwaad zijn in de artistieke visie die de film uitdraagt geen tegengestelde polariteiten, maar raken elkaar aan in de personages – een treffende uitbeelding van wat ook Goethe al voor ogen had, hoewel Faust als mens hier quasi geen sympathie wekt omdat hij als zonderling wordt neergezet… De kijker vraagt zich dan af: waarom?

Sokurov zweert bij bevreemding – een idiomatische keuze. Vaart deze ‘Faust’ daar wel bij? Misschien niet. En het einde, waarover hier al wat inkt gevloeid is? De steniging van Mephisto betekent een bevrijding, maar kan Faust een deel van zichzelf vernietigen en tegelijk als ‘heel mens’ verder leven? Wat blijft er over nadat het ego Het Kwaad heeft uitgeroeid: een reine dwaas? Een verlicht idioot, die nog veel verder van ons af staat dan de gekwelde, worstelende, verlangende Faust van voorheen? Voer voor verdere gedachten, ook dat is zeker…

3*

Favourite, The (2018)

Een oefening in empathie.
Met wie behoor je per slot van rekening te sympathiseren? Wie slachtoffert wie, wie lijdt door wie?

Lady Marlborough instrumentaliseert Queen Anne voor persoonlijke ambities. Abigail, moreel ontspoord door wat ze aan amoraliteit aan het hof ziet, volgt in haar voetspoor. Evident is dat het tot een soort oog om oog, tand om tand confrontatie komt. Abigail lijkt geen andere opties te hebben dan volslagen meedogenloosheid, want voor haar lonkt buiten de paleismuren enkel de goot. Ze speelt het spel, of liever: ze laat zich spelen door het spel der hofintriges – intriges die als het ware een eigen leven gaan leiden. Ook Queen Anne gebruikt haar macht trouwens om haar verboden liefde af te dwingen. Aan het slot, eenmaal ze inziet hoezeer ook Abigail een monster is geworden, blijkt ze tegen dit besef niet gewapend, en is ook haar respons primitief: ze legt haar macht op door erotiek af te dwingen. Weg, medelijden? Of kunnen we deze menselijke reflex juist herkennen en erdoor ontroerd worden?

Vraag is wie er uiteindelijk wel vaart bij deze machtsstrijd. Queen Anne is een evident lijdend voorwerp: te zwak en te eenzaam om te weerstaan aan diegenen die haar moedwillig bedriegen. Ook Abigail is echter beklagenswaardig, omdat ze een hofcultuur heeft geïncorporeerd die niet strookt met haar natuur, en die haar bovenal gevangen houdt in een seksuele loyaliteit waar ze van gruwt. Lady Marlborough krijgt tot slot een onheuse rekening gepresenteerd, want zet zij uiteindelijk haar hele hebben en houden niet in voor een ideologische zaak waar ze vermoedelijk oprecht in gelooft?

Psychologisch een intrigerende trip dus, door Yorgos Lanthimos geënsceneerd met aandacht voor de onwereldse decadentie en de infantiliteit van de hele hofhuishouding. Bezwerend is de soundtrack, die gaten boort in de Barokke schone schijn van de prille 18e eeuw, aan de hand van productionele rariteiten die perfect samengaan met Lanthimos anarchistische wijze van vertellen. Alweer een stuk grootse cinema dus!

3,75*

Finding Dory (2016)

Typisch zo’n film die van net-afgewende-catastrofe naar oh-nee-alweer-een-rampscenario sjeest. Maar ah. De personages zijn geestig, het ritme zit goed en de enkele ontroerende momenten zitten uitstekend ingebed in het humoristische geheel.

Ideaal voor een avondje sloefen-uit-voeten-onder-‘t-deken-hoofd-achterover-en-genieten.

Zucht-blaas-oef.

Euhm, wanneer verschijnt het vervolg...iemand?

3*

First Man (2018)

In zekere zin het negatief van ‘La La Land’, deze ‘First Man’? Als Damien Chazelle met zijn alom gelauwerde musical de American dream illustreert en verheerlijkt, dan ontrafelt hij diezelfde droom met zijn jongste film. Tegen welke prijs wordt een mens een held? En hoe ziet heldendom eruit, bezien van binnenuit?

Geen astronauten die met doodsverachting de ruimte veroveren in ‘First Man’. Wel mannen die het bijna in hun broek doen van de schrik. Die moeten kotsen, die opbotsen tegen de grenzen van hun eigen lichaam. Die vrienden moeten opgeven. Die overgeleverd zijn aan de willekeur van de techniek, en dat verdomd goed beseffen. Toch drijft iets hen voorbij de grenzen van het menselijke. In geval van Neil Armstrong een dochter die hij aan het hiernamaals moest afgeven. Althans dat is het narratief dat Chazelle ontwikkelt. Een shortcut naar je reinste sentiment, misschien?

In zekere zin wel, doch in zekere zin ook niet. Ryan Gosling zet immers geen sympathiek personage neer. Integendeel verzaakt hij aan elke plicht jegens zijn vrouw en zijn kinderen. Dit is het offer dat hij brengt voor zijn gewichtloze ballet op de maan: een gebroken gezin, waarin aan het slot geen woorden meer over zijn om de scherven te lijmen. Of toch? Deemstert er hoop nu Armstrong zijn missie heeft volbracht, en zijn dochter een plaats heeft kunnen geven tussen de sterren? Wie weet.

Ah, we weten ondertussen dat Chazelle verhalen kan vertellen. Ook in ‘First Man’ blijkt dat nog een keer. Zijn portret van Armstrong is alleszins bijzonder menselijk, op het irritante af – je moet maar durven. En een bij momenten haast ondraaglijke spanning bereiken, terwijl de hele wereld toch al weet hoe de film zal aflopen? Faut le faire…

3,25*

Fish Tank (2009)

Nog slechter dan 'Red Road', wat mij betreft. Waar het hoofdpersonage - net als in Arnolds debuut eigenlijk - aanvankelijk nog tot de verbeelding spreekt, verliest het scenario zich langzaam maar zeker in voorspelbaarheid (deze keer dus niet de onwaarschijnlijkheid van 'Red Road') en moet de kijker vooral meevoelen met de immaturiteit van zowat alle personages.

De film duurt ook een half uur te lang, omdat enerzijds het einde (of liever, de eindes) teveel wordt uitgemolken en het hyperrealisme qua stijl anderzijds niet esthetisch kan ontroeren en dus een beetje saai wordt.

Bovendien vraag je je af of de personages werkelijk geloven dat Mia goed kan dansen, want eerlijk gezegd komt het allemaal nogal flauwtjes over. Wil Arnold imponeren, of juist opzettelijk de middelmatigheid van haar personage in de verf zetten, om zo de schijn van herkenbaarheid op te houden?

Na een tijdje spreken zowat alle karakters niet meer tot de verbeelding, omdat hun verlangens nogal doorzichtig zijn. Arnold heeft teveel de neiging om de emoties te expliciteren en dat werkt in hyperrealistische cinema gewoon niet. Alleen Michael Fassbender zet een interessant personage neer, de rest van de cast kan gewoon niets aanvangen met het überlogische scenario.

"Life's a Bitch" krijgen we nog eens letterlijk te horen in de zoveelste slotsequentie, waarmee Arnold bewijst haar publiek wel erg te onderschatten. De verwantschap met de Dardennes zit hem in de sociale relevantie, vandaar wellicht ook de juryprijs in Cannes, maar wij Belgen zijn gelukkig een stuk subtieler...

2,25*

Fitzcarraldo (1982)

The conquistador of the useless...

Fitzcarraldo. De man de een boot over een berg liet varen. Of nog: de man wiens verbeeldingskracht bergen in beweging zet – en een volk doet dromen. De man wiens onrealiseerbare verlangen bijna gerealiseerd wordt, omdat hij het onmogelijke voor mogelijk houdt. De man die ultiem mens is, en wel bij de gratie van het verwerpen van de grenzen en wetten van het normale, het alledaagse, het zakenleven. De man die niet de bank, maar Caruso navolgt voor wat zijn dagdagelijkse streven betreft. De man die geen fortuin vergaart om het fortuin, maar om de kunst, de schoonheid, de fantasie. De man die leeft in een imaginaire wereld, en daardoor vastloopt op de draaikolken van de werkelijkheid. De man gedoemd om te mislukken, en toch succesvol in wat het bestaan voor hem het leven waard maakt – het immatriële, het geestelijke, de transcendentie van het muziekdrama.

Anno 2024 is het enigszins met lede ogen aanzien hoe een witte kolonist een volk uitbuit en een landschap terroriseert in zijn honger naar ontginning. Toch wil Fitzcarraldo vooral geven. Doorgeven – zijn passie voor het schone, zijn liefde voor het denkbeeldige. Als iets hem dicht bij het natuurvolk brengt, dan wel dat zij allebei in schijnwerelden wonen, waarin andere regels gelden, volgens andere geboden en verboden wordt geleefd. In die naïviteit schuilt evenveel tragiek als diepgang, want Fitzcarraldo leeft ten minste authentiek en intens. Dat hij finaal zijn hebben en houden verpatst voor een opera op de Amazone, is even ontluisterend als magisch, even absurd als ontroerend. Met zijn iconische beelden en de exuberante vertolking van Klaus Kinski in de titelrol, is ‘Fitzcarraldo’ een mijlpaal om nimmer te vergeten.

Toch heeft de film talloze manco’s. De bizarre versmelting van een moderne soundtrack met historische opera. De gedubde klankband, die bij de beelden bijzonder artificieel aandoet. En de persoonsregie, van elke naturel ontdaan, alsof Werner Herzog geen reële figuren maar regelrechte karikaturen op het witte doek wou. In dit tijdperk is ‘Fitzcarraldo’ onherroepelijk ingehaald door de tijd, hoewel wat de film inhoudelijk verhaalt, tijdloos is. Ondanks de langdradige verteltrant en hopeloos oubollige stijl, alsnog een beetje bijzonder…

2,75*

Ford v Ferrari (2019)

Alternatieve titel: Le Mans '66

Een film die alles heeft om gezien te mogen worden: twee klassenbakken die een evenwicht vinden tussen humor en tragedie, een waargebeurd verhaal uit de duizend en ruim voldoende opwinding. James Mangold brengt ’t uitstekend aan de man, deze plot over mannen in de marge van het heldendom, kleine rakkers die vergeefs vechten voor erkenning tegen grote stakkers…eigenlijk het verhaal van ons allemaal (een beetje), zij het dat het drama hier door de feiten uiteraard de pan uit swingt.

Sentimenteel, maar net niet te. Voorspelbaar, maar net niet te. Bloedstollend, maar net niet te. Klassiek verteld, en tegelijk niet compleet afgelikt en voorgekauwd. Enfin, ik heb niets met snelle wagens, en toch: kriebelen deed het. Mooi, hoor!

3,5*

Foxtrot (2017)

Alternatieve titel: פוֹקְסטְרוֹט

Foxtrot.
De foxtrot.
Een pas naar voren, en nog een. Een voet opzij, de ander volgt. Een pas achterwaarts, en nog een. Een pas contralateraal, en alweer voet erbij. En we zijn waar we begonnen.
De foxtrot – in een rechthoek cirkels draaien.
De foxtrot – al dansend gewoonweg stilstaan.

Een vader danst de foxtrot, achtervolgd door het verleden van zijn moeder (de kampen) en een trauma uit zijn oorlogstijd. Hij had dood moeten zijn! Hij leeft!

Mijlenver van hem vandaag, danst ook zijn zoon de foxtrot. Ergens aan een grensovergang die hier van ginder scheidt, een checkpoint tussen ergens en nergens, op een weg die door kamelen en hier en daar een verdwaalde personenwagen wordt gebruikt. Het onderkomen van vier soldaten in legerdienst zinkt langzaam weg in een almaar uitdijende brij – zal iemand het merken als zij niet langer deze route, deze grens, deze zinledige woestenij bewaken?

De vraag stelt zich niet, want er doet zich een noodlottig accident voor. De Israëlische legerleiding weet daar wel raad mee: het graaft een put en onttrekt alles wat aan het ongeval herinnert metersdiep onder de grond. Niets getuigt nog van de tragische feiten. En juist daardoor legt alles er getuigenis van af, toch zeker in de beleving van zoonlief.

Onderwijl dwaalt ook zijn moeder door een psychologisch niemandsland, ingehaald door oude demonen, schijnbaar voor het eerst in heuse confrontatie met haar echtgenoot, inmiddels haar ex. Ook zij danst de foxtrot – vlucht voor haar lijden in het exces van verdovende middelen, en staat dus stil.

Samuel Maoz laat dat allemaal ontzettend gestileerd zien, in een onaardse cinematografie waarin elk detail de sfeer onderstreept. En dat gespeend van bombarie, zodat niets de uitgepuurde handeling in de weg staat. Het levert hypnotiserende cinema op, die vandaag (misschien nog meer dan bij het verschijnen van de film?) alarmbellen doet rinkelen. Een legerleiding die zich hoegenaamd niet interesseert voor rechtvaardigheid, en die rouwenden manipuleert eerder dan ondersteunt: van wat voor soort staat is zij de beschermengel? Het antwoord staat dagelijks in de gazet, laat dat gezegd zijn.

3,25*

Frances Ha (2012)

Een film over een hoogst zonderling figuur – een zekere Frances Ha. Of, in zekere zin, misschien ook een film over ons allemaal? Over hoe we proberen, mislukken, rechtopstaan, wederom vallen, onszelf trachten heruitvinden om uiteindelijk toch steeds ons goeie ouwe zelf te blijven…

Hoezo? Wel, kijk eens: Sophie klampt zich vast aan haar Patch (ondanks alles!), Lev blijft allicht een onverbeterlijke playboy, Benji zoekt geborgenheid bij vreemde types, Frances wil met één blik de liefde kunnen bezweren en blijft zich ondertussen bewegen in het absurde universum van wat 'contemporary dance’ heet…is dit een happy end, een pleidooi om onze dromen en verlangens na te jagen en tegelijk tevreden te zijn met de middelmatigheid waarin we ons dagdagelijks gevangen weten?

Bij vlagen is het script grappig, elders tragisch. Tot ware hilariteit komt het zelden, daarvoor houdt Noah Baumbach zijn tragikomedie te zeer in evenwicht. Wat goed is – als een koorddanser, zo balanceert ‘Frances Ha’ tussen lach en traan.

Groots, grandioos, perfect? Nee, hoor. Erg gewoon – en net daardoor: buitengewoon?

3,25*

Frantz (2016)

Blikken.
Close-ups.
Het gevoel alsof François Ozon niet in gezichten geïnteresseerd is, maar in het landschap voorbij de groeven en kieren en spleten van een gelaat.
Psychologie.
Hoe de psyche zich manifesteert als een traan, bengelend in een pracht van een ooghoek. In een lichte frons, waar het licht schuin op invalt. In een theekopje. En hoe het lepeltje ligt in verhouding tot het kopje.
O ja, ‘Frantz’ is een film van details. En tegelijk is het een heel natuurlijke vertelling. Twee keer lijkt de film te zullen eindigen, en toch doet Ozon gewoon voort. Omdat het verhaal niet tot de laatste letter verteld is. En gelijk heeft hij: pas in de slotseconden besef je dat deze afwikkeling – ondanks alles – de enige juiste is.
Mensen vallen. Staan op. Vallen opnieuw. En, hoe kan het ook anders…staan op. Altijd opnieuw.

Intrigerend is alleszins hoe Ozon met het verwachtingspatroon van de toeschouwer speelt. Adriens homoseksuele geaardheid die eerst wordt gesuggereerd, vertrekt natuurlijk vanuit de perceptie van Anna. Net zoals zij een mysterieuze verhouding tussen haar beide soldaten fantaseert, creëert zij een ideaalbeeld van de Fransoos, waar ze onvermijdelijk op verliefd wordt. Tot ze, doorgedrongen in het hol van de leeuw, te horen krijgt dat “een dierbare nooit kan vervangen worden, toch?” Net dit heeft ze sinds Frantz’ heengaan echter proberen doen. Een plaatsvervanger zoeken. En dus, weet ze nu, moet ze het anders aanpakken. Ze gooit alles radicaal om. Haar melancholie verandert in levenskracht. Haar zwart-wit krijgt kleur. De haren los, de wangen geflusht, wat lippenstift, en zin-in-het-leven zeg! Met de blik op Manets ‘De zelfmoordenaar’, en via dat doek op haar oude leven. Ze ziet de verspilling van jong bloed, in ruwe vegen op doek gezet. En ze begrijpt: uit de as van het verlies zal ik iets nieuws bouwen. Met de trein door Frankrijk heeft ze dat ook aanschouwd: de wonden in het landschap, die actief moeten geheeld worden om verder te kunnen doen.

Van een film over rouw naar een film over wroeging naar een film over de littekens die zowel vriend als vijand tijdens de Wereldoorlog hebben opgelopen, in een tijdperk waarin de volgende wereldbrand al onderhuids begint te broeden: ‘Frantz’ zit vol interessants, en zit zowel cinematografisch als wat de delicate geluidsmontage betreft erg knap in elkaar. Ozon dringt evenwel niets op. Hij legt het allemaal tussen de plooien van wat een meeslepend verhaal is.

‘Frantz’, vertelkunst van de hoogste orde?

(3,5*)

Oh, nog een PSje: zijn jullie onderweg ook jullie sympathie voor Adrien verloren? Hoe hij zich vergeving durft toe-eigenen? Hoe hij het als een recht beschouwt de ouders van diegene die hij heeft vermoord onder ogen te mogen komen? En hoe hij Anna, aan het slot, zijn liefde verklaart en tegelijk zegt zich te zullen conformeren naar de wensen van zijn moeder? Dat is toch puur egoïsme, verstoken van elke voeling met de ander?

Freier Fall (2013)

Alternatieve titel: Free Fall

Things fall apart; the centre cannot hold. (W. B. Yeats, uit het collectief geheugen op te disselen bij de minste-geringste gelegenheid, jazeker, hatsjie!)

Ruim anderhalf uur vertwijfeling. Stilstand, of: het beschrijven van cirkels. Rondom een onbekend, onpeilbaar centrum: de eigen seksualiteit. Zo’n onbenoembaar ding dat tentakels heeft naar alles wat het leven uitmaakt: vrouw, kind, familie, werk, alles, alles. Een dwingend ding, waaraan men onmogelijk kan weerstaan. Het is toegeven aan het vlees en bloed dat wij zijn, of zich storten in een consensusbestaan van puur ongeluk. Niet weerstaan, is echter vallen. Vrij vallen, als in “vrije val”, als in verbranden, doorknippen, achterlaten, met uiteindelijk: een nieuw begin. Na de val, de landing, het aloude ‘ik’ dat anders geworden is, of: van een ‘ik’ naar een ‘meer ik’. Maar of het bestaan er daarom gemakkelijker op wordt…? Ahum, hatsjie!

Veel herhaling in ‘Freier Fall’, doch ook: goeie soundtrack, krachtig vertolkt en al bij al een mooi portret van wat vier simpele woorden als “uit de kast komen” precies kunnen betekenen voor iemand die z’n hele leven in de kast heeft gezeten. Ontwapenend ook hoe bruut, weifelend en tegelijk teder de homo-erotische beleving in beeld wordt gebracht.

(Trouwens, waarde vrienden…ik las ”doelgroep”…serieus?)

3*

Frozen (2013)

Ik weet: het hoort niet. En toch, een stem. Tegenstem. Antistem. Proteststem.

Wat?

Wel, moeten afzetten wegens vreselijke muziek.

Ondraaglijk, eigenlijk.

Adieu!

1,5*

Fundamentals of Caring, The (2016)

Sinds ‘Little Miss Sunshine’ (waar is de tijd?) is de komische roadmovie een geliefd genre, ook onder debutanten. ‘The Fundamentals of Caring’ mist evenwel het broodnodige sprankeltje anarchie dat dit type films uniek maakt.

Trevor mag dan wel een aandoenlijk en komisch personage zijn dat onze kijk op ziekte enigszins bijstelt, en ook Dot (ik begin te begrijpen wat Woody Allen in Selena Gomez gezien heeft…heerlijk, dat breed uitgesmeerde prototype van jeugdige arrogantie!) is een karakter waarvoor sympathie op te brengen valt. Globaal gesproken is het echter vooral kijken naar voorgekauwd sentiment, waarbij de plot aan het slot zich helemaal in namaak feel good verliest. Auwtsch.

Globaal een film die min of meer aardig wegkijkt, maar Rob Burnett had net zo goed een veel betere prent kunnen afleveren. Dus moeten we streng zijn, nietwaar?

2,75*

Fuocoammare (2016)

Alternatieve titel: Fire at Sea

Misselijkmakend.

De wreedheid van kinderen. Hoe geweld uit verveling wordt geboren. Hoe destructiviteit een tweede natuur is, met – hopelijk, zoals het kind met de vogel lijkt aan te geven? – een constructieve verwondering als eerste natuur? (Komt het na die kindertijd nog ooit goed met ons, grote kinderen die wij zijn?)

De onverschilligheid van de zee – voor ons: de zee als bron van inkomsten, als traditie, als tijdverdrijf, als spannende hobby (de duiker?), als esthetisch gegeven, als symbool in onze cultuur, als organiserend principe voor een territorium, enzovoort…voor hen: de zee als niet-gebouwde brug, als ongewisse beproeving, als fatale ja/nee-vraag, enzovoort.

De onverschilligheid van onze routines: we maken het bed op, koken ons stoofpotje, vragen een hitje aan, luisteren naar het nieuws, zuchten eens. En er verandert niets. Noppes.

Wie dacht dat het lot van vluchtelingen en dat van “modale inwoners” elkaar op zo’n piepklein eiland als Lampedusa raken, heeft het bij het verkeerde eind. Op die ocharme twintig vierkante meter voltrekken zich schijnbaar parallelle werkelijkheden, net als op de zee, en metaforisch: net als in de rest van Europa. De migratiestromen zijn er net zo goed een hoofdbulletin in het nieuws, en daarmee is de kous af. Zelfs ginder kunnen mensen de ogen sluiten, hun bord leegslurpen en geloven dat het leven nooit verandert, en dat Lampedusa altijd dezelfde plek zal blijven waar de tijd stilstaat en waar zonen net als hun vaders vissers worden.

Zucht.

Zowel te land als te water is het een wij/zij-verhaal, terwijl wat zij onderweg meemaken meer dan wat ook hun menselijkheid bewijst. Ze komen immers omdat ze hopen. Omdat ze geloven. Omdat ze gedreven worden. Verdreven. Omdat ze perspectief nodig hebben…durf jij beweren dat wij wezenlijk anders zijn? Integendeel. Zo vraag ik u, beleefd, mevrouw, meneer: wie zijn dat, wij? En wie zijn zij? Want…behoor ik tot hen? En zijn zij wij?

Enfin, Gianfranco Rosi registreert het allemaal verschroeiend puur. Met een cinematografisch oog, maar nog meer met een neiging tot een bitter naturalisme. Uniek, lijkt me. ‘Fuocoammare’ kruipt namelijk zo dicht op je huid dat je je uit zelfbescherming de ethische vraag begint te stellen of dit wel kan: mensen in deze staat van ontreddering tonen, zonder hen de eerlijke keuze te laten om al dan niet gefilmd te worden? Anderzijds is de documentaire een document dat tot onze collectieve moraal zou moeten spreken, dat een appel zou moeten zijn aan onze samenleving. Hoe lang nog deze ontbering? Hoe lang nog kijken onze politici weg?

En oordeelt Rosi? Daar lijkt het niet op. Hij toont. En toont. En toont. Het is de toeschouwer die verbanden mag leggen. Die een geheel mag zien te construeren uit de bizarre samenvloeiing van levens. Levens die elkaar niet raken, behalve in de montagekamer. Waaruit het besef opstijgt dat we meer dan wat ook allemaal gelijk zijn.

Ondanks onze verschillen, gelijk.

En wij die dat niet lijken te beseffen - ondanks de lijken.

Misselijkmakend.

(3,5*)

Fury (2014)

Nee. Nee, nee en nog eens nee. Misschien wil ‘Fury’ de ruwere evenknie zijn van pakweg ‘Saving Private Ryan’ - niet de heroïek van de oorlog, maar de totale verschrikking; niet de onvoorwaardelijke kameraadschap, maar de onbehouwen soldatencultuur; niet de epische vertelling, maar de brutale weergave van scènes waarin wordt neer gemaaid, neer gemaaid en nog eens neer gemaaid. Misschien.

Uiteindelijk ontpopt de film zich echter vooral tot wat het Amerikaanse oorlogscliché keer op keer voorschrijft, opdringt en door de strot ramt: heroïek, kameraadschap en epiek. Op een zodanig stereotiepe en uiteindelijk ongeloofwaardige manier, dat Spielbergs weergaloze creatie (om de vergelijking dan toch maar te handhaven) nog veel meer de onbevattelijke brutaliteit van medio jaren ’40 in kaart weet te brengen. De psychologische diepte, de pulserende continuïteit, de ragfijne opbouw: het zijn parameters die noodzakelijk zijn om de onmetelijke gruwel van die immense slachtpartij weer te kunnen geven. ‘Fury’ ontbeert ze, en mondt uiteindelijk zelfs uit in het quasi groteske.

Om kort te gaan: nee. Nee, nee en nog eens nee.

2,5*