• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.899 films
  • 12.202 series
  • 33.970 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.958 gebruikers
  • 9.369.987 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ma Femme Est une Actrice (2001)

Alternatieve titel: My Wife Is an Actress

Het verbaast me niets dat Yvan Attal de kleine man (liefst met de pet ook nog) tot de verbeelding spreekt. Het misschien wel originele uitgangspunt getuigt van het feit dat de man zijn werk kan relativeren, en dat op zich verleent ‘Ma Femme est une Actrice’ al een zekere charme. Tel daar de frisse verschijning van Charlotte Gainsbourg bij op, en de bescheiden cinefiel ziet al te watertanden.

Toch is dit geen goede film, want op humoristisch vlak presteren Attal en compagnie bitter weinig. Enkele fratsen daar gelaten vertelt de film op een heel overdreven manier de oninteressante besognes van het soort mens dat Attal had kunnen zijn.

Uit dat gegeven (dat een acteur de stereotiep die hij kan zijn op de hak neemt) valt vast en zeker een fijne film met wat vaart te borduren, maar dat slaagt Attal dus niet in. Hij ziet zichzelf namelijk al te graag bezig, en bovendien wil hij een dosis psychologie integreren, wat bij dit soort films quasi altijd vergeefse moeite is. Ook de soundtrack van Brad Mehldau, de primaire reden waarom ik deze film eens wilde proberen, kiest steevast de weg van het minste kwaad en vervalt in regelrechte cliché’s.

Van een film met een min of meer intelligente plot verwacht je niet dat hij je bij het handje neemt en (als waren we een stel kleuters) het zoveelste romantische verhaaltje vertelt. Daarom is ‘Ma Femme est une Actrice’ een ontgoocheling.

2,25*

Ma Rainey's Black Bottom (2020)

Alternatieve titel: Black Bottom

Een film die met zichzelf geen blijf weet. Cinematografisch ziet ‘Ma Rainey's Black Bottom’ er behoorlijk flets uit: regisseur George C. Wolfe past armtierige trucs toe om het stuurloze scenario op te kalefateren, wat dus niet lukt.

Het voornaamste probleem schuilt immers in het verhaal, dat er nauwelijks in slaagt om ten gronde iets te zeggen over het leven, de carrière, de betekenis of het karakter van Ma Rainey. Dat de plot uiteindelijk met spektakel moet worden afgewikkeld, is een zwaktebod: het voegt als een deux ex machina van de pot gerukt drama toe aan een vertelling waar behalve de muziek van Branford Marsalis weinig aan te beleven is.

In de nasleep van Black Lives Matter onderstreept 'Ma Rainey's Black Bottom' wel de compleet scheve rassenverhouding in de VS zo'n eeuw geleden, en de parallellen met vandaag zijn evident, maar wereldschokkend zijn dergelijke inzichten niet te noemen. Alles in ogenschouw genomen: zeer ontgoochelend.

2*

Ma Vie de Courgette (2016)

Alternatieve titel: Mijn Naam Is Courgette

Hartroerend. In alle opzichten.

Visueel krijg je een fragiliteit te zien die naadloos aansluit op de verhalende context. Daarin valt vooral de hoop op: kinderen maken er elkaar eerst het leven zuur, louter bij wijze van inwijding, om de krachtsverhoudingen op scherp te stellen, waarbij het meest brutale kind de meest kwetsbare achtergrond blijkt te hebben. Zo gegrepen uit de realiteit, medunkt. En hoe cynisch en verziekt het sfeertje eerst ook mag lijken, uiteindelijk spannen de kinderen samen tegen een groter onrecht: dat van kinderen die worden geïnstrumentaliseerd, kinderen die er te veel aan zijn.

Technisch fabuleus, muzikaal ontwapenend, qua vertelritme ideaal. Enfin, gewoonweg hartroerend!

3,5*

Macchinazione, La (2016)

Alternatieve titel: The Ploy

Grieco heeft buitenproportioneel veel aandacht voor de psychologie van de daders, terwijl hij slechts met een zwak schijnsel het schimmenspel in de coulissen laat oplichten. De ambitie van deze film moest niet zijn te laten zien wie het vuile werk heeft opgeknapt, maar wel wie de moord precies heeft bevolen. Daarenboven is het werkelijk interessante luik van dit hele verhaal Pasolini’s psychologie, de autonomie van zijn denken, de brutale kracht van zijn beeldtaal en het spectrum van zijn maatschappelijke betrokkenheid. Dat alles komt slechts beperkt aan bod, omdat Grieco maar al te graag een verhaal vol suspense heeft willen verfilmen.

Voor de volledige recensie: klik.

Mad Max: Fury Road (2015)

Alternatieve titel: Mad Max: Fury Road: Black and Chrome

Idiocy, the movie?

Wat mij betreft een afstompend vehikel. Primitief geweld, om toch vooral de anencefalen in de zaal te laten meegenieten. Om nog maar te zwijgen van het volsagen afunctionele semi-naakt, de groteske rock-‘n-roll en de wel erg doorzichtige plotlijn met zijn namaakheroïek.

Nee, hier wordt ik als mens op geen enkele manier beter van. Integendeel.

2,25*

Maestro (2023)

Het wezenskenmerk van Leonard Bernstein als componist én als dirigent? Moderniteit! Hij was het die de klassieke traditie van het oude, ingeslapen continent durfde bezwangeren met nieuwere tendensen. Lichte muziek, dansbare muziek! De tegendraadse ritmiek van de jazz, het onweerstaanbare belcanto van de dan nog ontluikende musical, de hertaling van Shakespeare naar de straten van New York in het onvolprezen 'West Side Story', … Als dirigent vierde Bernstein de wedergeboorte van de Europese traditie vanuit een extravagant, dramatisch Amerikanisme: hoe vaak zijn de keuzes niet excessief, gericht op het versterken van pathos, genietend van het opvoeren van de dramaturgische spanningen inherent aan de respectievelijke partituren...!

Een biografische film over Bernstein moet dit leidend principe van zijn kunstenaarschap mijns inziens huldigen. Geen stereotiepe biopic dus, hoe graag we collectief ook hadden gehad dat Bradley Cooper vakkundig de levenswandel van de dirigent-componist uit de doeken had gedaan. Wat sommigen hier “rommelig” noemen, is mijn inziens een doelbewuste keuze voor 21ste-eeuws eclecticisme, of meer nog: het willen fileren van Bernsteins levenswandel conform de huidige maatschappelijke gevoeligheden. Lijkt de nadruk op Bernsteins biseksuele geaardheid in plaats van op zijn artistieke parcours een ongelukkige keuze? Niets van! Het is Coopers manier om het hier en nu te enten op een historische werkelijkheid, waarvan de feitelijkheden na te pluizen zijn in de annalen.

Bernsteins nalatenschap is immers afdoende gedocumenteerd, dus kiest Cooper een andere invalshoek – niet toevallig belichten wel meer makers tegenwoordig de feminiene blik op het mannelijke succes, gaande van ‘Jackie’ tot ‘Priscilla’. Wie wil weten wat Bernstein heeft neergezet, kan dat hoe dan ook beluisteren, bekijken of erover lezen. Bernstein als individu leren kennen – een man die overliep van intenties, worstelend met zijn polyamoureuze instincten, verliefd op de mensheid en de mogelijkheden die het leven bood, gebrandmerkt als extravert en tegelijk hunkerend naar het isolement om te kunnen creëren, ... – wordt wel degelijk iets wijzer aan de hand van ‘Maestro’.

Geen biopic uit het dozijn, wel een zeer verdienstelijke poging tot een integer portret.

3,5*

Magic in the Moonlight (2014)

Wat zou het leven zijn zonder magie? Een treurig bestaan op een miezerige aardkloot, bevolkt met cynici in hart en nieren, figuren van het genre dat doorwinterd donderwolk Colin Firth met verdomd veel energie op het scherm weet te toveren. Magie is nodig om niet tot verzuren tot een oude knar die er nu eenmaal vrede mee heeft genomen dat “geluk niet de natuurlijke staat is van de mens”. Magie is het voorbehoedsmiddel tegen een gortdroge kijk op de mensheid, die onvermijdelijk resulteert in misantropie. Welke magie? De magie van bijgeloof, van geloof, of wie weet zelfs…van cinema. Van een beeld waarin Monet plots doorschemert. Van een heerlijk ouderwets swingende soundtrack. Van een thematiek die zich doorheen de film blijft ontwikkelen. Want lijkt ‘Magic in the Moonlight’ oorspronkelijk te focussen op het vraagstuk naar bovennatuurlijke krachten, dan verschuift de klemtoon uiteindelijk naar de individuele perceptie van mystiek, in welke gedaante dan ook. Laat je die als mens toe in je leven, of niet? En wat gebeurt er als je dat niet doet? Is er dan nog ademruimte? Of ruik je, als je alle mysterie radicaal afzweert, al voortijds naar de verrotting van je eigen plezier, dat zich onverwijld heeft ingezet?

Ah. Een luchtige, doorzichtige film, zeer zeker. En toch: ontroerend, als onomwonden pleidooi voor een fractie irrationaliteit, om de dagen draaglijker te maken, het leven lichter. Allen synthetiseert er als het ware zijn oeuvre mee – heeft hij immers ooit iets anders gedaan dan triomfantelijk door de decennia van zijn verblijf op aarde gewalst, de existentiële vraagstukken met de glimlach aangeraakt, de grootmeesters van de kunsten met ondeugend genoegen geciteerd? Ook nu zijn die laatste weer van de partij: een best of van Stravinsky, Ravel en Beethoven – wiens zevende symfonie, zo weten we bij deze, allicht Allens lievelings moet zijn. Nee, iets scherpzinnigs heeft de auteur/regisseur niet toe te voegen aan de standaardwerken uit het klassieke repertoire. Maar als er liefde is, is er dan diepgang nodig? Aha! En! Net daarvan loopt Allens film alweer over: liefde. Liefde voor vrouwen, voor humor, voor een tijdperk dat zich net situeert voor Allens eigen geboorte (wonderbaarlijk eigenlijk, als je daar bij stil staat), voor muziek, voor de Côte d'Azur. Dus zelfs als de plot zich al laat raden op basis van twee minuten trailer, dan nog blijft het een genoegen. Misschien geen cinema die zin geeft. Wel cinema die zin heeft. Zin in zichzelf.

En dus? Dus werd er gelachen, kostelijk. Dus werd er gegrijnsd, stiekem. Dus werd er gehoopt, openlijk. Dus verlieten allen de zaal, in hun nopjes. En overtuigd van het feit dat het leven wel vaart bij een bescheiden portie kitsch en sentiment. Bij magie, bij maanlicht. Bij liefde, tegen beter weten in. Bij films die geen grote kunst pretenderen te zijn, maar best plezierig in elkaar steken. Ja dus, ook bij ‘Magic in the Moonlight’.

3,25*

Man of Steel (2013)

Moh! Het lijkt Planeet Aarde wel! Een bevolking die zichzelf ten gronde richt door de eigen grondstoffen verregaand te ontginnen, tot voorbij het kritische punt. Welkom op Krypton. Volgende shot: een boorplatform in brand – een bevolking die zichzelf ten gronde richt door de eigen grondstoffen verregaand te ontginnen, tot voorbij het kritische punt? Welkom op Planeet Aarde? Jazeker, ook de trage denkers in de klas zullen begrepen hebben dat David S. Goyer en Christopher Nolan een parallel op poten hebben gezet. Missie geslaagd, heren!

Eigen aan Nolan is dat er nog meer interessante filosofische franjes en goeie vondsten in het verhaal zitten. Zonder die allemaal te willen/kunnen reproduceren, zorgen ze ervoor dat ‘Man of Steel’ veel meer is dan een ruw actievehikel. Dat Superman pas in staat is tot een moord wanneer de fysieke integriteit van zijn soortgenoten in het gedrang komt – het is bijvoorbeeld een mooie tekening van zijn morele superioriteit. Enzovoort-enzovoort.

De brutale gevechten zijn zeker niet het sterkste punt van de film. Wel het personage van Clark, de genese van zijn heldendom, zijn gewortelde mens-zijn en het innerlijke conflict met zijn anders-zijn. Nogal Amerikaans, nogal amorf, nogal pompeus (met muziek van Hans Zimmer, o jee!)…maar het werkt.

Kortom: van genoten.
3,25*

Manchester by the Sea (2016)

Zij: You can’t just die.

Verpletterende woorden uit de mond van iemand die na haar kinderen ook nog eens haar man verloor, omdat ze dacht dat er woorden waren voor een verdriet waar woorden altijd, overal, steeds weer te klein voor zijn.

En...hij liep weg – die man. Niet voor de woorden, maar voor een schuld waarvoor er geen straf bleek te bestaan. Hij beging een misdaad, boog nederig het hoofd voor het verdict, maar mocht geen boete doen.

Dus...liep hij weg. Reed hij weg. Begroef hij zich in een ander bestaan in een andere stad met andere mensen om zich heen. Mensen waar hij geen aansluiting bij zoekt, omdat elk contact herinnert aan de pijn van het verlies dat hij door zijn dagen zeult.

Hij: "There’s nothing there."

Een man denkt dat hij voor alles immuun is kunnen worden, dat zijn oefening in verdwijnen geslaagd is, dat hij is kunnen weglopen voor de herinneringen, voor de wrok en de woede en de zelfhaat die in hemzelf leven. Niets is natuurlijk minder waar.

Maar...het is te veel om onder ogen te zien, te veel om te dragen, te veel om uit te spreken, te veel voor ocharme één mens. Toch doet hij voort, met een sprankel licht aan het eind van de tunnel: een voogdij die hij door de plek en alles wat die in hem naar boven brengt niet kan opnemen, maar vanop afstand zou willen vervullen. Ja, er is hoop. Misschien niet op geluk, maar op z'n minst op een einde van de tergende zelfkwelling.

'Manchester by the sea' is een harde, eerlijke film, gedragen door een resem sterke acteurs en aangevoerd door een ontwapenende Casey Affleck. Regisseur Kenneth Lonergan vertelt traag maar indringend, hoewel hij hier en daar de neiging heeft emoties door de strot te rammen. Zo is de soundtrack wel erg pathetisch – een schril contrast met de sobere somberte van de cinematografie.

Enfin, een geslaagde film, maar zo meesterlijk als velen beweren? Nou, nee.

3*

Manhattan Murder Mystery (1993)

Een genrefilm, een pastiche op de traditionele misdaadfilm, of…een klassieke Woody Allen: over relaties, over menselijk onvermogen om tot elkaar te komen, over het inherent te kort schieten van ieder individu, over grote en kleine neuroses? Juist, vooral dat laatste.

Deze keer tegen de achtergrond van een van de pot gerukt suspenseverhaal waarin de verschillen tussen man en vrouw weer eens gethematiseerd worden, met New York als zowel pittoresk als macaber decor. En nu duikt zelfs de cinematografische geschiedenis in het landschap op – Allen in een spiegelpaleis, zijn eigen schijnbare nonchalance in contrast met notoire grootheden van het witte doek.

Jazeker, ‘Manhattan Murder Mystery’ is lachen, genieten, ontspannen. Good old cinema, yes sir!

3,5*

Mank (2020)

Een film die een handleiding kan gebruiken? Dat is overdreven, maar het scheelt toch niet veel. Vader en zoon Fincher gaan uit van aardig wat parate kennis over het Hollywood van bijna een eeuw geleden. Uit trots, als vorm van snobisme, je reinste intellectualisme? Of is het eerder luiheid, of erger nog: onvermogen om karakters grondig uit te tekenen en autonoom gestalte te geven, binnen de werkelijkheid van de film (die eigenlijk geen historische werkelijkheid nodig mag hebben)?

Enfin, genoten heb ik, en toch was de toelichting van Slate behoorlijk verhelderend. Terugblikkend moet gezegd dat ‘Mank’ in een vreemd sfeertje baadt, een wuft klimaat waarbinnen de vraag of de toeschouwer nog bij de les is er nauwelijks toe lijkt te doen. Hallo, publiek?

Voor de goede verstaander: je hoort me niet zeggen dat cinema moet voorkauwen, eenvoudig behapbaar hoort te zijn of alles mag expliciteren. Maar op zijn minst de intentie hebben tot transparantie, karakters tot wasdom brengen, de feiten evenals de fictie met bravoure transponeren richting wit doek: dat mogen we toch wel verwachten, en al zeker van een ervaren rot als David Fincher?

Gemengde gevoelens dus - ondanks de inderdaad intrigerende referaten naar zowel 'Citizen Kane' als naar de hedendaagse politiek. Niettemin: te ons-kent-ons, of wat je noemt: high brow.

3,25*

Mar Adentro (2004)

Alternatieve titel: The Sea Inside

'Mar Adentro' is voor mij een beetje het 'Hable con Ella'-verhaal geworden. Een film die in de pers, mede omwille van de verbluffende esthetiek, sterk werd geloofd, blijkt plots vooral een meeslepend en ontroerend verhaal te zijn. Daar is uiteraard niets mis mee, doch vind ik dat Amenábar het esthetisch juist laat afweten (sentimentele zonsondergangen en dito soundtrack?), of beter%u2026gewoon erg naturel filmt, zonder moeite te doen om mooie plaatjes te schieten.

Des te interessanter zijn de vragen die 'Mar Adentro' stelt. Het onderwerp is uiteraard erg gevaarlijk, maar door in te zoomen op het persoonlijke verhaal van Ramòn, omzeilt Amenábar heel behendig alle valkuilen. Om die reden raakt de kijker des te meer betrokken, omdat deze ene zaak (en geen andere) moet beoordeeld worden.

Als Bardem het (in een uitstekende vertolking) bijvoorbeeld heeft over een "niet-menswaardig bestaan", moet je toch even slikken. Zo eenvoudig ligt het immers niet: enerzijds is zijn leven nog leefbaar, mits hij vrede neemt met "de overgebleven kruimels van de vrijheid die hem ontnomen werd". Verdient Ramòn zijn dood niet pas nadat hij alles in het werk heeft gesteld om te leven?

Ook Julia's personage is een ontzettend interessant figuur: zij stapt uiteindelijk af van haar idee, maar in haar onthutsende slotscène blijkt hoezeer haar leven nog mens-waardig is. Haar keuze was uiteraard moedig, maar tegelijk heeft het ook iets triest%u2026en wens je haar toe dat ze het tegenovergestelde had gekozen.

En ook Ramòns uiteindelijke beslissing is niet ondubbelzinnig: zijn afscheidsspeech neigt misschien toch naar "martelaarschap" (ondanks Géné's waarschuwing), terwijl dat initieel nooit de bedoeling is geweest.

En%u2026en%u2026en%u2026

Doordat 'Mar Adentro' met talloze concrete vragen op de proppen komt, sluimeren de grote vraagstukken omtrent euthanasie heel subtiel de film in, en dat is Amenábars grote verdienste: pas tijdens de aftiteling komen je gedachten echt los, en blijkt hoe complex dit ethisch waagstuk wel niet is.

Heel mooie film dus.

3,5*

Marriage Story (2019)

Vechtscheidingen? Ze zijn niet het product van koppels en al evenmin van individuen, maar van kemphanen die om den brode de juridische arena betreden…is dat wat Noah Baumbach met zijn karikatuur van de advocatuur probeert duidelijk te maken? Of moeten we de plotlijn breder zien, namelijk dat het personage Nora (een ronduit onverdraaglijke Laura Dern, weliswaar zo gecast, maar dan nog: onverdraaglijk!) simpelweg woorden vindt voor het ongenoegen van Nicole, er een sluitend verhaal van weet te maken, en daarmee het conflict daadwerkelijk laat uitmonden in een scheiding – los van haar job als advocate? Kortom dat scheidingen altijd scheidsrechters nodig hebben, mensen aan de zijlijn die de breuk aanmoedigen, die haar door de anekdotiek te kneden verwerkelijken, ja zelfs bewerkstelligen? En moeten we daar dan rouwig om zijn, of juist niet?

- voer voor discussie -

Echter, iets anders: spijtig dat het scenario de scheiding als dusdanig niet in twijfel trekt – als toeschouwer krijg je per slot van rekening het gevoel dat Nicole en Charlie best goed bij elkaar (blijven) passen. Door Nicole aan het slot een nominatie in de wacht te laten slepen als regisseur – “maar goed dat ze haar eigen weg ging!” – wordt echter de loftrompet over haar keuze gestoken, of niet soms? En dat terwijl Baumbach continu suggereert dat de twee er zonder advocaten en met een goede babbel misschien zouden geraakt zijn, eenmaal Charlie door het vertrek van Nicole z’n wake up call gekregen had?

Enfin, noem het een zwakte binnen een verder best behoorlijke film. Hoewel ook de rol van zoon Henry me dwars zit – blijft het kind niet te onverschillig onder het gespleten ouderschap en de aftakeling van zijn anders zo standvastige vader?

Dit gezegd zijnde: vooral de prachtige openingsscène en het discours van twee mensen die haast in monsters veranderen tijdens een proces (in alle betekenissen van het woord) dat ze zelf niet meer in de hand hebben eenmaal het in gang is gezet, zal bijblijven.

Aardig, maar daarom de hype niet waard.
3*

Martian, The (2015)

Onverwacht spannend. Hoewel de afloop eigenlijk al vanaf minuut één vast staat, verrast Ridley Scott je voortdurend met een mix van inventiviteit, humor en sentiment. Met dat laatste is het nogal gemakkelijk scoren, net als met de onderkoelde humor die Damon op het lijf geschreven lijkt. Toch werkt de film, vermoedelijk omdat de touwtjes nu eenmaal in handen worden gehouden door een vakman. Qua ritme, dramatische opbouw, soundtrack, cameravoering: alles zit goed. En hoewel er één en ander op af te dingen valt voor wat betreft originaliteit, tearjerkergehalte en voorspelbaarheid, is dit het soort film dat je opzuigt. Kortom: meer dan gewoon van genoten. Soms moet het ook niet meer zijn, toch?

(Bovendien: mooie ode aan wat de mens vermag – de mens voor zichzelf, de mens voor de ander, de mens dankzij de natie. Slaapwel, Houston!)

3,25*

Master, The (2012)

Al bij al ongelofelijk. Ongelofelijk omdat je niet weet wat je er nu eigenlijk van moet denken. Mag denken. Kunt denken. Verbaasd las ik op de aftiteling dat het om een volledig fictieve film gaat. Constant krijg je namelijk het gevoel dat Anderson het over een sekte heeft die heeft bestaan. Eén waarin de ene gek de andere onder de arm neemt. Eén waarin twee gekken elkaar vinden; misschien in hun waanzin, misschien in de drank, misschien in hun achtergrond, misschien in een vorig leven. Misschien.

Maar dus. Je wilt je oriënteren…en leest bijgevolg Wikipedia. Daar staat dat het personage van Lancaster Dodd gebaseerd zou zijn op de oprichter van Scientology. Met een paar parallellen, maar verder gespijsd vanuit de fantasie. Die van Anderson, maar ook die van de toeschouwer, zonder dewelke ‘The Master’ geen leven beschoren zou zijn. Want wie niet kijkt én interpreteert, ziet een leeg omhulsel. Een verdomd mooi omhulsel, dat sowieso. Maar dan nog: leeg. Enkele critici lieten zich als dusdanig over deze film uit, zo leest de Wikipediapagina nog. Te verwachten, ondanks Joaquin Phoenix’ en Philip Seymour Hoffmans grandioze vertolkingen, die overigens in quasi alle kritieken met stip werden aangehaald.

Toch is ‘The Master’ meer dan een bundel fenomenaal acteerwerk en dito camerawerk. En nee, dan heb ik het niet over Jonny Greenwoods soundtrack – die er overigens wel mag zijn. Nee, dan heb ik het over wat de film verklankt. De ontgoochelingen, die pijlers worden in een leven. De dromen en de meesters, waaraan we ons vastklampen. De vrijbuiters, die we willen zijn, maar tegen welke prijs? En ook: de rol van cinema, als geheimzinnig – wie weet zelfs sektarisch? – medium. Want wat was dit nou: een tragedie, een komedie, een biopic, of van alles een beetje? Ja, waarschijnlijk dat laatste. En van alles een beetje veel, omdat het Anderson is, een cineast die graag veel hooi op zijn vork neemt. En die vork wordt keurig in de mond van het publiek gedropt. Kauwen? Slikken? Verteren? Lukt niet in een keer. Maar dat ‘The Master’ nog een keer de revue zal passeren, binnen niet onafzienbare tijd? Dat staat nu al vast, ja. En dat is zowat het enige dat vast staat, na deze eerste keer kijken.

3,75* voor dit zonderling kleinnood.

Match Point (2005)

Woody Allen goes Fjodor Dostojevski. Juist ja, er was er daar eentje ‘Crime and punishment’ aan het lezen, niet? En dat in de volle storm van het leven. Het leven als opera. Een soapopera, om volledig te zijn.

Bijzonder is de plot van ‘Match Point’ niet bepaald, net zomin als de cinematografie. In vergelijking met zijn laatste films, lijkt dit wel een veredeld tv-project. Ware het niet dat de brutale schoonheid van Scarlett Johansson van het scherm spat. Van de eerste tot de laatste minuut. Spat. Spat spat spat.

Helemaal compenseren voor het kabbelende ritme doet haar verschijning weliswaar niet, maar de prachtige muziek, een aantal verfijnd-grappige dialogen (de inspecteurs!) en de morele laag die over de suspense heen wordt gedrapeerd…uiteindelijk werkt het wel.

Helemaal à la Verdi’s ‘Macbeth’ moeten de oude geesten vroeg of laat komen spoken, en dat doen ze ook. Het is hoe cinema ultiem naar de klassieken refereert, maar dan in een hedendaags kader. Verre van meesterlijk, maar niettemin ambachtelijk en vooral met de glimlach gedaan.

3*
(Waaruit ik overigens moet concluderen dat ik Allens latere films dikwijls leuker vond. Mag dat gezegd, hier met uitsluitend cinefielen aan de dis?)

Mauritanian, The (2021)

Alternatieve titel: Prisoner 760

Als film? Weinig bijzonders aan. Zou je denken...

Als verhaal? Ontluisterend, onthutsend, erger dan een mens zich kan inbeelden – een horror intenser dan de gruwelijkst denkbare nachtmerrie.

De verdienste van ‘The Mauritanian’ als film is dat Kevin Macdonald de verschrikkingen – of de onpeilbare diepte ervan – in cinema weet om te zetten. Gevoelens van onpasselijkheid zijn de kijkervaring niet vreemd, en toch blijft de film verteerbaar, hetgeen de regisseur te danken heeft aan het klassieke rafelrandje van rechtgeaarde advocaten, jongedames met gevoelens en het wel erg stereotiepe militaire jargon.

Kortom, Macdonald blijft binnen de lijntjes van wat een ‘gewone film’ lijkt, om iets buitengewoons aan de man te kunnen brengen. Straf, nietwaar?

3,25*

McQueen (2018)

Het verhaal is klassiek: misbruik in het verleden, en wat volgt is een onmogelijke strijd met het heden.

Een strijd waarin het heden wordt bevochten: McQueen maakt in zijn eerste jaren geen knieval voor reputatie of groot geld, hij scheldt op en grapt over al wat en wie respect zou moeten afdwingen, zijn oeuvre is geen ode aan maar een aanklacht tegen de schoonheid, omdat die schoonheid al te vaak schone schijn is, een maskerade voor de verschrikkingen die hij aan den lijve heeft ondervonden tijdens zijn jeugd.

Meer nog, de strijd schuilt hem in het feit dat McQueen tot de klasse en kaste wil gaan behoren waar hij tegen fulmineert. Van zodra het kan, wil hij het geld, de roem, de eer van Givenchy en konsoorten, het respect – nota bene het respect dat hij nauwelijks heeft kunnen opbrengen, probeert hij voor zichzelf af te dwingen. Onmogelijk, natuurlijk. Ook omdat zijn werk een aanval betekent op de traditionele esthetica – en je kunt toch nooit tot het kamp van de vijand gaan behoren?

Waarom die spreidstand? Het klassieke verhaal, het geijkte minderwaarheidscomplex: geloven dat je het niet waad bent, dat je geen gelijke bent, dat je het niet verdient…en tegelijk proberen uiterlijke kenmerken te verzamelen die dat ingebakken beeld tegenspreken, voor jezelf een maskerade opzetten waar anderen heel misschien in kunnen geloven, maar niet jezelf. Strijd! Tragisch!

Het gaat nog verder: McQueens walging gaat zo ver dat hij uiteindelijk van persona probeert te wisselen. Een liposuctie stopt hem als het ware in een andere huid, hij wordt iemand anders die weliswaar nog steeds hetzelfde voelt. Het is een van de laatste ankers die McQueen verliest: zijn eigen vege, onvolmaakte lijf, die hem herinnert aan wie hij echt is, zou moeten zijn. Seropositief worden betekent vermoedelijk een pijnlijke verwijdering van ongecompliceerde en vrije seksualiteit – het verlies van een uitlaatklep. En ook daar weer een confrontatie met de Alexander McQueen waarvoor Lee McQueen op de vlucht is: die met een geheim, een lichamelijke vernedering, een stukje dood dat in het blakende licht van het voetlicht verstopt moet blijven.

Met het wegvallen van McQueens moeder is de deconstructie ten slotte compleet: er blijft alleen een fabricaat over, een gemaakte versie van een mens die zichzelf jarenlang heeft lopen ontkennen. Het einde is onafwendbaar, de logica zelve…en net daardoor absolute verschrikking. Tragiek!

Althans het is de wijze waarop Ian Bonhôte zijn documentaire samenstelt. Nogal suggestief dus, een puzzel die netjes in elkaar moest en zou vallen. Het lijkt alsof het ten bate van dit narratief is, dat McQueen per se als een (anti)held wil neerzetten, dat er nauwelijks bij zijn liposuctie en zijn seropositiviteit wordt stilgestaan. Jammer, want net die elementen zeggen vermoedelijk veel over zijn persoon. Niettemin een aangrijpend portret, al had de film – zoals door anderen reeds aangegeven – meer aandacht mogen besteden aan het creatieve proces, parallel aan diens biografie…

3,25*

Mephisto (1981)

Na onlangs nog 'Mephisto for Ever' gelezen te hebben, een vrije bewerking van Tom Lanoye naar dezelfde roman van Klaus Mann, werd ook mijn aandacht op deze film gevestigd. Stelt István Szabó dezelfde vragen als Lanoye, is zijn ‘Mephisto’ ook beklemmend, beangstigend, en tegelijk sympathiek?

Het antwoord is gelukkig positief, en dat niet alleen door het fascinerende uitgangspunt. De vragen die Mann zich reeds stelde, kaderen perfect in de leefwereld van een ongrijpbaar karakter zoals Hendrik Höfgen. Steekt hij zich weg achter zijn zogenaamde kunstlievendheid, enkel en alleen om roem te vergaren? Of gelooft hij werkelijk dat er na hem alleen maar kwader en slechter zal komen, en offert hij simultaan zijn ideaal en zijn persoonlijkheid op voor het grotere goed? Bij Lanoye waren de vragen nog beklemmender, maar Szabó schrikt niet terug voor sterke cinematografie: het hallucinante einde zal me ongetwijfeld nog lang bijblijven.

Ook de keuze om Klaus Maria Brandauer als Hendrik op te voeren, is een onbetwistbaar pluspunt. Hij straalt afwisselend bezieling, schizofrenie, en een tikkeltje weltschmerz uit – wat hoeft een acteur anders nog te kunnen?

Anderzijds moet het gezegd dat ‘Mephisto’ aanvankelijk nogal chaotisch verloopt, en dat het een goed uur duurt vooraleer de film echt naar de keel grijpt. Ook om die reden verkies ik de theaterbewerking van Lanoye – of zou de versie van Klaus Mann himself gewoon de allerbeste zijn? Binnenkort meer eens lezen dus...

3*

Meyerowitz Stories (New and Selected), The (2017)

Alternatieve titel: The Meyerowitz Stories

Gezegd moet: Noah Baumbach maakt het met zijn onzinnige frivoliteiten en puberale fratsen een iets te gezellig onderonsje tussen klasbakken van. Het wordt bijwijlen een beetje klef, en ongemakkelijk.
Niettemin, er zit waarheid in het scenario.

Te beginnen bij een vader die kinderen wil naar zijn evenbeeld, maar de lat daarvoor zodanig hoog legt dat ze niet anders kunnen dan stuk voor stuk falen. De twee jongste ontwikkelen er de psychologie van een geslagen hond uit: ze ontsnappen nooit vanonder ’s vaders vleugels, hoewel ze er zich nooit knus onder hebben gevestigd. Ze verlangen immers naar wat ze nooit gehad hebben: warmte, tijd, interesse, begrip, ruimte om hetgeen te maken, te voelen, te ervaren wat er nooit was. De oudste blijft anderzijds steken in de Oedipale fase: hij is de concurrent van zijn vader, ook hij mislukt als kunstenaar maar ontpopt zich tot goeroe van het succes en het kapitaal. Alleen: wat koop je er mee? Het vermogen om een goede vader te zijn? Nee, hij lijkt veel meer op zijn vader dan hij denkt: gedreven door ambitie, duizenden mijlen van zijn gezin verwijderd een vreemde voor zijn vrouw en kind. Zo vader, zo zoon? Niet voor de jongste, die niet de vergissing begaat die z'n vader beging, en er wél is om zijn dochter groot te brengen. Alleen keren de verhoudingen zich pijnlijk om. Niet hij stut haar, maar zij hem. Wie houdt wiens handje vast? Oh ja, ook de kunstenaar heeft een zoveelste gemalin opgedist, iemand die de fles en haar geitenwollen sokken meer bemint dan haar partner. Maar wie kan per slot van rekening die partner liefhebben, die ouwe Meyerowitz die niemand naast zichzelf kan verdragen behalve…zijn evenbeeld? Welnu, zo zal blijken: een generatie studenten die dankbaar zijn voor wat hij liefst wilde zijn. Meester in plaats van gelijke, leraar in plaats van vader. Maar wie graag oreert, geeft blijk van een infantiel verlangen: gehoord worden. Nemen we het hem kwalijk dat hij een onzeker mannetje is dat liever praat dan luistert, omdat het hem nu eenmaal de zekerheid verschaft dat hij bestaat...hij die 'is' door zich actief te verwerkelijken en niet actief iemand anders werkelijkheid te katalyseren: verdient dat uiteindelijk geen mededogen?

‘The Meyerowitz Stories (New and Selected)’ is een treffende studie van een achtereenvolgens versplinterende en samenklittende familie. Allemaal anders, meer gelijk dan ze zouden vermoeden, en toch: anders. Net dat unieke haalt Baumbach er met zijn fijne casting mooi uit. Al bij al: onderhoudend, hoewel Baumbach wel eens uit de bocht gaat qua onderbroekenhumor.

Fair enough?

2,75*

Michael Clayton (2007)

Er zijn zo van die films waarmee het haast niet fout kan gaan. Soderbergh, Pollack en Clooney als producers, en die laatste ook in een veeleisende hoofdrol - dat zegt veel over de kwaliteit van het scenario. De uitdaging voor debutant Tony Gilroy was om een film in elkaar te boksen die verder reikt dan een intelligent verhaal en goeie acteerprestaties, en daar slaagt hij dan ook keurig in. Neem de allerlaatste scène waarbij de aftiteling begint: zoiets is volstrekt origineel (volgens Reinbo echter geleend van 'The Long Good Friday'?) en tegelijk diepgaand - het zijn m.a.w. de puntjes op de i.

We mogen echter niet vergeten dat 'Michael Clayton' in vele opzichten een brave film is: het waarom van de openingssequens wordt al snel duidelijk, maar Gilroy neemt rustig de tijd om de plot te ontwikkelen. In se is dit duidelijk een thriller (en wat voor één), maar psychologisch worden de pluimen verschoten op een eerder wringende subplot. Met Clooney kan je alle kanten op, maar de persoonlijke struggle (met het chronisch dollargebrek) heeft te weinig draagkracht om zelfs hem te laten schitteren.

We hoeven 'Michael Clayton' echter niet te beschouwen als "de film van de gemiste kansen", want in zijn genre behoort hij nu al tot de top. Wat overblijft is immers een kanjer van een politieke thriller: smaakvol, goed uitgevoerd, spannend tot en met zijn verrassende ontknoping. We kunnen een cineast als Gilroy alleen maar beter zien worden - en dat is een fijne gewaarwording.
3,75*

Miles Ahead (2015)

Nou ja. Hoe breng je hulde aan een improvisatiegod? Door een beetje te improviseren, dat spreekt. Feit en fictie lopen in 'Miles Ahead' virtuoos door elkaar heen – Miles aan het orgel, r you kiddin’ me? De trip is vooral verrassend en verwarrend – net zoals Miles’ muziek, zullen de fans van het eerste uur beweren. Vraag is echter: hoeveel moeten, mogen, kunnen we geloven? Was Davis echt iemand die van zijn partner totale zelfverzaking eiste, zonder haar echtelijke trouw te willen waarborgen? Keek hij echt zo relativerend terug op zijn muzikale voorgeschiedenis? Was hij heus meer gangster dan de grootste gangsters van ’t stad?

Enfin, alleen al van de enscenering van de opnamesessies met Gil Evans is het smullen. Net als van Don Cheadle’s laconieke stijl, net als van de muziek, net als van het portret van de jonge zelfverzekerde Miles, net als... O ja, net als van de aftiteling, waarin de toeschouwer herinnerd wordt aan het feit dat Miles jong en oud blijvend heeft beïnvloed. Robert Glasper naast Herbie Hancock, Wayne Shorter naast Esperanza Spalding en Antonio Sanchez – het is het erfgoed naast de erfenis, in een funky eerbetoon. ‘Miles Ahead’ had heus geen passender orgelpunt kunnen krijgen.

2,75*

Milk (2008)

Een biopic over een figuur als Harvey Milk is altijd een dankbare uitdaging voor een begaafd cineast zoals Gus van Sant, zeker als je de laatste jaren vooral meer experimentele films gedraaid hebt. ‘Milk’ is qua stijl en thematiek zeker en vast een terugkeer naar oude standaarden, maar dat is niets om treurig over te doen: wat is er immers op tegen als we een vergeten geschiedenis-les krijgen voorgeschoteld, gebracht door een uitstekende cast, en gefilmd met veel aandacht voor de authenticiteit?

‘Milk’ is ook geen perfecte film, dat moeten we erbij vermelden. Er schort zo nu en dan wat met het tempo (dat Gus van Sant eigenlijk nooit volledig op punt krijgt gesteld), en de prominente rol die het personage Dan White krijgt toebedeeld doet al snel een bepaald vermoeden rijzen.

Toch blijft de film spannend tot het onthutsende einde (ja, ik blijf ontzettend vatbaar voor dergelijke ontknopingen), omwille van de kracht waarmee Gus van Sant het verhaal vertelt. Je moet niet tot de oscar-jury behoren om de sobere kracht waarmee Sean Penn zijn voice-over stoïcijns inspreekt (“in case of an assault”), als een memorabel stukje film te beschouwen. De affiniteit die de regisseur met de hele affaire heeft, schemert sterk door in het ganse portret; een emotioneel waagstuk dat de kijker letterlijk betrekt bij de feiten en de dilemma’s opnieuw op de kaart zet.

Want ook al liggen de antwoorden nu al meer voor de hand, nog steeds is de strijd niet helemaal gestreden. Van Sant vraagt de toeschouwer om begrip, en toont ons in amper 2 uur waarom Harvey Milk (en de hele homo-gemeenschap met hem) het niet verdient straal genegeerd te worden.

Conventioneel, zeker weten, maar daarom niet minder krachtig (of universeel).

3,25*

Mimi wo Sumaseba (1995)

Alternatieve titel: Whisper of the Heart

Net zoals de kunst een poort kan zijn naar zelfrealisatie (Seiji), zo kan ook de liefde een katalysator zijn om dromen te verwerkelijken (Shizuku) – nietwaar?

En meer nog: net deze dromen geven aanleiding tot kunst – de een bouwt een viool, de ander schrijft verhalen. Via de kunst komen ze tot elkaar, en via elkaar tot de kunst. Zo wordt de cirkel netjes gerond.

Maar of dat van ‘Whisper of the Heart’ een bijzondere film maakt? Nou, een beetje traag, nogal klef en sterotiep is ‘ie alleszins wel. Dus wat mij betreft: weinig bijzonders…

2,75*

Minari (2020)

Minari. Plant het in de nabijheid van water, en het groeit.

Minari. Een gezin waaiert uit over de wereld, strijkt neer in het beloofde land, probeert er te wortelen, tracht te bloesemen.

Hij is het archetype van de man, iemand met een droom, een missie – hij cultiveert een stuk agrarisch thuisfront om er zijn persoonlijk ideaal mee te realiseren, met name: een leven dicht bij de natuur, bij en met de elementen. Minari.

Zij is het archetype van de vrouw, iemand die verbinding zoekt, connectie, een persoon die haar hele hebben en houden slechts als bijzaak ziet ten aanzien van haar ware kapitaal: dat van ouders, dat van kinderen, kortom de bloedlijn, de biologie. Minari.

Allebei trachten ze als een kruid te woekeren aan de oevers van een continent dat voor hen vreemd is. Hij en zij botsen echter, wegens verschillende prioriteiten, of anders gezegd: een verschillende definitie van een geslaagd leven, van een waardig bestaan, van lovenswaardig ouderschap. In de diepte willen ze hetzelfde, sloven ze zich uit voor hetzelfde, alleen is zijn weg veel indirecter, veel mannelijker ook: liefde via een tastbare realisatie, iets extern. Zij begrijpt evenwel dat liefde is als een navelstreng, iets dat geen artefact behoeft, geen materiële veruitwendiging, integendeel iets dat immanent bestaat. Precies het onuitgesproken misverstand dat tussen hem en haar bestaat, met name datgene dat zou moeten verbinden in plaats van verscheuren, maakt de tragiek uit van de film. Traan.

Anders dan vader en moeder, die zweven tussen het oude en het nieuwe continent, probeert grootmoeder niets op te dringen. Zij doorziet dat haar kleinkinderen niet meer Koreaans zijn, maar Amerikaans. Over het cultuurverschil heen vindt zij een authentiek grootmoederschap uit. Geen oude rituelen, geen culinair atavisme, geen zeden die voor de kinderen vreemd zijn. Simpelweg: zijn. Minari.

En de kinderen? Zij spreken weliswaar de taal van het verleden, maar belichamen een toekomst die voor hun ouders onmogelijk te verwezenlijken is: dat van evident Amerikanisme, dat van een tweede generatie die een struggle uit de eerste hand meemaakt, maar zelf niet ervaart. Hun wortels verankeren zich zomaar in de bodem onder hun voeten, zonder herinnering aan een ooit, vroeger, ergens ver weg. Omdat ze jong zijn. Zij aarden, hier en nu. Minari.

Over al deze vormen van minari maakte Lee Isaac Chung een schitterende film. Prachtig geschoten, muzikaal intimistisch opgeluisterd door Emile Mosseri, fenomenaal geacteerd en ideaal qua tempo. Misschien is het spijtig dat ‘Minari’ op z’n Grieks de diepste crisis opzoekt om tot loutering te komen, maar het plaatje klopt toch maar. Zeer, zeer van genoten dus.

3,75*

Misérables, Les (2019)

Molotovcocktail.

Wat?

Deze film.

Over wie?

Les Misérables. De ellendigen. Een volk, althans een gedeelte ervan. Achtergesteld, beroofd van toekomst, van hoop. En wat blijkt? Ook van rechtvaardigheid. Verdomd, dat ontbrak er nog aan.

En over wie nog?

Over andere ellendigen. Diegenen die de kans hadden en hebben om de wet te laten naleven, het goede uit te dragen, het juiste te verdedigen. Integendeel zijn ze geen haar beter dan de ellendigen die ze in het gareel horen te houden. Meer nog: ze moedigen de weerstand tegen het systeem aan door hun positie schaamteloos uit te buiten.

Hoe?

Racisme, seksisme, machtsmisbruik, chantage, noem maar op. Hoe kan het ook anders, als net deze artefacten van het juridisch apparaat deel uitmaken van een probleem van socio-economische armoede? Zie ze zitten! Rechtstreeks van de goot gekropen richting prefab flatje op weetikveel-hoog. Is dit een leven?

Dus?

Alleen de lont ontbreekt. Een aanleiding.

En?

Aanleidingen zijn er legio – dagdagelijks. Tot een limiet wordt overschreden, een grens die zo vaak wordt over gestoken dat men niet meer ziet hoe ver men over de schreef is gegaan. Want "le BAC" (brigade anti-criminalité) verontschuldigt zich niet, heeft het nooit bij het verkeerde eind, want het tekent zelf de krijtlijnen uit, het zet de bakens, dus hoezo, wat zou het kunnen overschrijden, verkeerd doen?

Kortom?

Een zenuwslopende trip is deze ‘Les Misérables’, waarvoor Ladj Ly een ideaal vertelstandpunt kiest, met name dat van een kersverse brigadier die vraagtekens plaatst waar deze onmogelijk worden geacht. De proloog zet de teneur: als er geen brood is, dan toch tenminste spelen onder de vorm van voetbal. Wat dan volgt, is een afdaling in een explosief vat, steeds dieper, steeds grimmiger, waar de toeschouwer net als de personages almaar meer grip en houvast verliest.

Nou?

Kijk, als de wet zichzelf alles permitteert, waarvoor zouden zij die alles toch al hebben verloren dan nog moeten terugdeinzen?

Vat je samen?

Grauw, allesbehalve verheffend, maar in zekere zin verhelderend, althans meer dan de beeldvorming die we rond de hele gesjes en de banlieu-rellen over ons heen krijgen via de traditionele media. En is dat niet bijzonder verdienstelijk?

Miss Peregrine's Home for Peculiar Children (2016)

Werkt Tim Burton tegenwoordig als volgt? Eerst bedenken welke nachtmerrieachtige vondsten hij op zijn publiek wil loslaten. Vervolgens een paar merkwaardige personages verzinnen. Tenslotte een verhaal trachten construeren waarvoor er niet te veel nachtmerrieachtige vondsten en merkwaardige personages moeten sneuvelen. Ja?

U begrijpt wat ik suggereer. ‘Miss Peregrine's Home for Peculiar Children’ lijkt in omgekeerd relais te zijn gemaakt. Het hartroerende verhaal, dat de essentie vormt van het dozijn heerlijke films die Burton op zijn palmares heeft staan (van ‘Edward Scissorhands’ over ‘Big Fish’ tot ‘Frankenweenie’), lijkt hier op de laatste plaats te komen. Waardoor de film niet echt ontroert, niet echt vervoert, niet echt meesleept, maar wel aansleept.

Zucht – een matige en lange matig-lange zit.

2,75*

Mission: Impossible - Dead Reckoning Part One (2023)

Eens te meer blijft ‘Mission Impossible’ dicht bij de geest van de tijd. Immers niet gek bedacht, zo’n AI-entiteit die via kansberekening het kwaad als een schijnbaar onverslaanbaar algoritme over de planeet uitrolt. Niettemin kan dit zielloze, mathematische (on)ding met twee dingen geen rekening houden: de banaliteit van het Hollywoodiaanse toeval – een vliegende Tom Cruise entert een rijdende trein, dames ’n heren! – en de kracht van het principiële mededogen, zelfs ten aanzien van iemand met een vernietigende haat jegens het subject waarvan deze compassie uitgaat – de puppieogen van Herr Cruise, juist.

De poëzie van de haast onmogelijke mogelijkheid en de liefde als schamele reddingsboeien tegenover een almaar slimmer wordende computer: Christopher McQuarrie maakt er een onderhoudende, ja hoogst spannende film over, zij het dat ‘Dead Reckoning Part One’ zich wel erg nadrukkelijk als actievehikel gaat gedragen naarmate de film vordert. De compleet van de pot gerukte eindsequens doet aan als een anticlimax, ware het niet dat de plottwists aardig bedacht zijn, in lijn met de huidige politieke ontwikkelingen overal ter wereld: wat als het de autoriteiten zelf zijn die zich met malafide praktijken inlaten? In Trumptijd helaas niet zo ondenkbaar...

Verder bevat deze ‘Mission Impossible’ alles wat men er van kan verwachten: Tom Cruise die met de souplesse van een prille dertiger de meest waanzinnige stunts uithaalt in gezelschap van een stoet moordwijven, met veel bombarie op muziek gezet door Lorne Balfe. Tot zover mijn portie machismo voor de komende 6 maanden!

3*

Mission: Impossible - Fallout (2018)

Alternatieve titel: Mission: Impossible 6

Nou. Een avondje hersenloos vertier, dacht ik. En euhm, tjah, daar kwam het wel op neer.

De makers hebben er alles aan gedaan om te laten uitschijnen dat het om een gecompliceerde plot gaat. Dat valt in feite reuze mee. Hoewel. De verwijzingen naar eerdere Mission Impossible-delen zijn behalve onduidelijk voor wie de perikelen van Tom Cruise niet permanent in gedachten heeft nogal pronkerig, of met andere woorden: een onhandige poging om intelligent over te komen. Voor het overige staat elke wending in het teken van compleet overdreven actie, deze keer zodanig onwerkelijk dat je je halverwege al zit af te vragen waar je eigenlijk naar aan het kijken bent.

Naar Rebecca Ferguson en Vanessa Kirby, juist. Maar ook naar een zekere Henry Cavill, misschien wel de minst charismatische slechterik ooit vertoond. En de komisch bedoelde combi van Ving Rhames en Simon Pegg werkt vermoedelijk vooral bij pubers op de lachspieren.

Enfin. Voorgekauwde spanning, ja, maar voor het overige…een beetje muf?

2,5*

Moana (2016)

Alternatieve titel: Vaiana

Kunnen we het er meteen over eens worden dat de liedjes oorwurmen zijn, maar niettemin onverdraaglijk sentimenteel? Oké? Goed.

Voor het overige weet je waar de plot op afstevent, en toch krijgt het verhaal een boeiende twist. Net zoals het goede deel uitmaakt van elk wezen met een bewustzijn, zo bevat het (of is het op zijn minst vatbaar voor) het kwade – en jawel, het zijn de omstandigheden die een deelaspect uitlichten.

Hetzelfde geldt bovendien voor de roeping die de protagoniste eerst projecteert op de oceaan, maar uiteindelijk in zichzelf gewaar wordt: het is haar eigen stem die haar missie dicteert, niet iets of iemand extern.

‘Moana’ als pleidooi voor het bewustzijn van het individu, in verhouding tot de ander en tot het collectief? Nou, we kunnen er vermoedelijk een lange en sappige mijmering van maken, maar laten we die elkaar besparen. Oké? Goed.

Kortweg: een beetje grappig, een weinig spannend, ietwat interessant, doch vooral heel erg sentimenteel. Toch?

2,75*