• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.899 films
  • 12.202 series
  • 33.970 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.958 gebruikers
  • 9.369.987 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Umimachi Diary (2015)

Alternatieve titel: Our Little Sister

Een kleine film. Over kleine mensen. Kampend met de grote vraagstukken die hun respectievelijke levens doorkruisen.

Wat ze gemeen hebben, is het gemis: de versplintering van een jeugd die er geen was – één ouder afwezig, de ander ontoereikend, of ziek. Dat drie zussen er ineens een vierde bij krijgen, leert hen opnieuw kijken naar wat ze van hun levens gemaakt hebben, maar ook naar datgene waar ze niet toe in staat zijn: echt met elkaar spreken, voorbij de brokstukken van hun jeugd. Echt te verbinden, misschien...

In wat een prachtig geschoten film is, laat Kore-eda Hirokazu heel broze portretten zien. Van de ontluikende puber Suzu Asano, die voor het eerst meisje mag zijn, groot mag worden zoals ieder ander. Van verpleegster Sachi Kôda, die finaal kiest voor de connectie die ze heeft en geen nieuwe sprong waagt, hoezeer haar huidige leven ook getekend is door de gemiste kansen van weleer. Van losbol Yoshino Kôda, wier fratsen een compensatie lijken voor haar onvermogen in lange relaties te stappen – confer haar jeugd. En van vreemde eend in de bijt Chika Kôda, een vrouw die als het ware in haar tienerjaren is blijven stilstaan – ook hier een product van haar verleden, vermoedelijk.

Veel grote waarden maakt Kore-eda er evenwel niet aan vuil. Het zijn de gezichten, de luchtige en vooral anekdotisch geïnspireerde dialogen, de zeemzoete soundtrack (waarvoor Mahlers ‘Adagietto’ uit de vijfde symfonie zelfs door de suikermolen werd gehaald, auwtsch!) en de delicate cinematografie die het weefsel van deze vier levens breien, het tot een geheel weven, en tot slot: verbinden.

Allesbehalve wereldschokkende cinema, wel fraai, en bij vlagen hartroerend.

3*

Uncut Gems (2019)

Im außermoralischen Sinne… - zo opende ik lang geleden mijn moviemetermijmering over ‘Good Times’. Niet wetende dat de gebroeders Safdie ook achter ‘Uncut Gems’ zaten, woeien mijn gedachten ook nu weer Nietzsche’s kant uit. Toeval? Ah, nee.

De Safdies interesseren zich voor de dwalingen van het menselijke leven, dat zich per definitie situeert anywhere (of beter everywhere?) between good and evil. In het universum waarvan Howard Ratner het epicentrum vormt, kan misdaad de poort naar goedheid openzetten – en vice versa, uiteraard.

Ziedaar, alles in diens leven is een spel – eigenlijk een langgerekte gok, een waterkansje tussen zuurverdiend prestige en duurbetaalde grootheidswaan aan de ene kant en ongecompliceerd, alledaags, doodgewoon geluk aan de andere. Hij zoekt wat iedereen zoekt: eenvoud, zorgeloosheid – alleen zoekt hij dat in het verkeerde hoekje.

Als Ratners leven een spel is, dan eindigt het ook als een spel: het stuit op de willekeur van de tegenspoed. Tegelijk oogst Ratner wat hij zaait, althans de rollen zouden omgekeerd kunnen zijn: wie het als oplichter van oplichters niet nauw neemt met de moraal, hoeft zich er niet over te verbazen dat morele grenzen binnen het misdaadcircuit wel eens compleet kunnen vervagen. Kijk, als bedreiging en geweld al tot de orde van de dag behoren, waarom zou moord en doodslag dan een brug te ver zijn? Ratner zou zich kortom moeten realiseren in wat voor nesten hij zich aan het werken is, maar net als de toeschouwer is hij volslagen blind. Alleen het bling-bling ontsnapt niet aan zijn aandacht.

Is het anders met de toeschouwer, die door het bling-bling van de cinematografie, de funky soundtrack, de heftigheid van de dialogen en de langzaam opbouwende suspense evenzeer verrast wordt door het lot dat Ratner krijgt toebedeeld? Door de magie van hun medium uit te buiten, draaien de Safdie’s hun publiek een rad voor ogen – niemand voelt zich zo bekocht door de regels van het spel als diegene die er middenin zit. Quod erat demonstrandum?

En wat halen wij er uit, uit deze film over wat zich aan of op de rand van de samenleving voltrekt? Dat het goede tot het goede leidt, en het kwade tot het kwade? Nee, dergelijke Bijbelse eenvoud blijft ons bespaard. Wat wel? Dat licht en duister, juist en fout, goedhartig en onverschillig relatieve begrippen zijn, die zich gelijktijdig kunnen voltrekken, onontwarbaar verbonden met elkaar.

Oordelen wij dus niet, maar denken wij vooral over hoe wij ons voelden, toen Gigi D'Agostino de aftiteling genadeloos kwam opblazen. L'amour toujours, juist. Op z’n Wagners – anywhere, everywhere, tastend op het pad dat elk mens voor zichzelf moet zien te boetseren.

3,5*

Under the Skin (2013)

Under the skin?

Wat zit er onder de huid? Onder haar huid? De mannen die daar geen interesse voor tonen, worden verzwolgen. Ze verschrompelen, ze verliezen hun vorm, ze verworden tot datgene waar ze het vrouwelijke voor houden: iets om te gebruiken en weg te werpen, om finaal dus te vernietigen, afval van hun libido.

Wat als die huid gehavend is? Wat als die huid een verbrijzeld gelaat toont, wat als het wezen (in alle betekenissen van dat woord) via de huid van het aangezicht kenbaar maakt dat het hunkert naar wat voorbij haar huid ligt? Diegene die meer wil dan louter een seksueel avontuur, wordt de vrijheid gegund. Althans voor even. Want zij kan geen deel hebben aan dat verhaal: haar vrouwelijkheid is een algoritme, haar introïtus een imaginair begin?

Wat zit er onder haar huid? Een robot, een programma, een oervorm, iets anders, van elders. Zelfs als ze haar uiterlijk niet wil gebruiken om er mannen in de netten van hun eigen verlangen mee te strikken, dan nog gebeurt het. Dan nog wakkert ze lust aan. De huid zit haar in de weg, zal haar altijd in de weg zitten. Wie mooi is, weet zich altijd bedreigd...

Is dat het verhaal, of minstens een van de verhalen die het volslagen onduidelijke ‘Under the skin’ herbergt? De film die begint als een choreografie van hemellichamen in de kosmos (per slot van rekening een conditio sine quae non voor cinema), als een lichtschijnsel (idem), als een oog (idem!)…de film lijkt de poort naar een oneindig aantal interpretaties te willen openen.

Interessant, zegt u?
Klinkklare onzin, zeg ik.

Jonathan Glazer neemt vooral zichzelf erg serieus, zo blijkt uit het mystieke sfeertje dat zich nimmer leent tot een zinnige, sluitende interpretatie. Dus wat moet je er mee? Blij zijn dat Scarlett Johansson er poedelnaakt doorheen paradeert? Of wacht, was dat niet precies wat Glazer wou aanvechten? Ah, laat maar.

1,75*

Uzak (2002)

Alternatieve titel: Distant

Nuri Bilge Ceylan is één van de weinige hedendaagse cineasten waarvan gezegd wordt dat hij met weinig woorden veel kan zeggen. Het toeval wil dat ‘Uzak’ in deze zijn meest geslaagde film zou zijn, maar helaas moet ik me aansluiten bij wat Ramon K en Madecineman reeds schreven.

Eerst en vooral vertoont ‘Uzak’ een schrijnend gebrek aan verhalende ontwikkeling. Ceylan slaagt er schijnbaar moeiteloos in om zonder plot anderhalf uur lethargie over het witte doek uit te smeren, wat bij de toeschouwer een soortgelijk effect genereert.

Alsof dat nog niet genoeg is heeft de film ook visueel verrassend weinig om het lijf. Het aantal mooie plaatjes laat zich op één hand tellen, en dan nog blijven het beelden zonder betekenis.

Tot slot hoopt Ceylan een rechtvaardiging te vinden voor zijn sluimerende, inhoudsloze cinema door te dwepen met Tarkovsky (de meester van de meditatieve film), maar dat gaat er bij mij niet in.

Ceylan ontgoochelt zowel stilistisch als verhalend. ‘Uzak’ is de ver-van-mijn-bed-show in het kwadraat.