Meningen
Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Gake no Ue no Ponyo (2008)
Alternatieve titel: Ponyo
Zelden een film gezien waarbij de verdeeldheid zo duidelijk te verklaren is: sommigen missen het serieuze en het ambiteuze van 'Spirited Away' e n 'Howl's Moving Castle', anderen leven op bij dit nostalgische pareltje en wanen zich terug in het tijdperk dat Miyazaki nog films maakte als 'My Neighbour Totoro'.
Persoonlijk deden het verderlichte karakter en de milde humor die onstaat door de schattige klungeligheid van de personages mij sterk denken aan Takahata's 'Pom Poko'. Miyazaki legt zijn boodschap er echter niet zo dik op en laat zijn film gewoon luchtig zijn - zonder verdere pretenties.
Bijgestaan door een sfeervolle score (die de juiste komische en dramatische accenten legt), speelt het over-the-top-karakter van 'Ponyo on the Cliff by the Sea' de film alleen maar in het voordeel.
Werkelijk hartverwarmende cinema...en daar doet Miyazaki het toch voor?
3,25*
Gattopardo, Il (1963)
Alternatieve titel: The Leopard
Mijn eerste Visconti na het schitterende 'Rocco e i suoi fratelli', en gezien de man bekend staat om zijn films "over de adel" verbaasden thema en sérieux me niet echt. Opvallend is het prachtige (maar inderdaad onopvallende) camerawerk en de sterk uitgewerkte karakters. Wie wordt niet overmand door het gevoel naar een typsiche acteursfilm te kijken, die Lancaster verdienstelijk haast in zijn eentje draagt? Maar er is gelukkig meer interessant materiaal voor handen. Het vertrekpunt was immers een aardige brok geschiedenis die de oorspronkelijke auteur in een nobele taal giet, en Visconti maakt daar dankbaar gebruik van. Bovendien leent Sicilië zich tot prachtig gecomponeerde beelden, al is onze Italiaanse meester er duidelijk één die liever de mens op de voorgrond zet dan het landschap. De combinatie van "zuiver ding" en diepmenselijke emotie is indringend, het mag gezegd zijn.
Het tempo speelt de film echter parten. Het bal had een kers op de taart moeten worden, maar wordt hopeloos lang gerokken en is in verscheidene opzichten (muzikaal, filmisch, ...) het meest saaie gedeelte van de film. Inhoudelijk komen de karakters volledig tot wasdom, maar er moet toch een meer gevarieerde manier geweest zijn om langzaam af te ronden?
Gedane zaken nemen evenwel geen keer, en al bij al mengt 'Il Gattopardo' het beste van twee werelden: een (helaas niet altijd even heldere) historische vertelling, doorspekt met de persoonlijke besognes van een man die worstelt met het ouder worden. En zo blijft Visconti toch prikkelen... 
2,75*
Gentlemen, The (2019)
Na flops ‘King Arthur’ en ‘Aladdin’ keert Guy Ritchie dus terug naar ’t milieu waar ‘ie van oudsher in floreert: ’t wereldje van gangsters, bandieten, enfin, 't schuim der aarde. Het levert een semi-ingenieuze plot op: spannend, een beetje grappig, snedig verteld. En toch.
Toch is het vertelperspectief ergerlijk: ten eerste omdat de hijgerige Hugh Grant nergens op de lachspieren werkt terwijl dat haast voortdurend de bedoeling lijkt, ten tweede omdat de toeschouwer weinig over hem aan de weet komt, en dus moeilijk kan meegaan op de denkpiste dat hij zomaar elke intrige kan doorzien. Het personage Fletcher vervangt de alwetende verteller, maar hoe kan hij nou zo alwetend zijn?
Juist, het zijn slechts kanttekeningen bij een al bij al vermakelijke prent, al is die niet vernieuwend en verre van zo komisch en vol suspense als ‘Snatch.’ en ‘Lock, Stock and Two Smoking Barrels’.
3,25*
Giardino dei Finzi Contini, Il (1970)
Alternatieve titel: The Garden of the Finzi-Continis
Iemand het boek gelezen? Mij verbaast het vooral dat De Sica het blijkbaar nodig vond de plot te herschrijven. Zo blijft in Bassani’s roman de verhouding tussen Micòl en Malnate geheimzinnig, wat noodzakelijk is omdat de literaire trip zich vooral situeert rondom en doorheen de amoureuze koorts van Giorgio, met een onvermijdelijk oprukkend fascisme in de achtergrond.
De film keert deze verhoudingen schijnbaar om: 'Il Giardino dei Finzi Contini' lijkt in mindere mate te draaien om een aristocratie die zich uit voorzienigheid terug plooit op zichzelf, haar rijkdom en haar escapistisch sportief excuus vanuit het inzicht in wat onafwendbaar is – althans zo heb ik de Finzi-Contini’s begrepen aan de hand van Bassani. Afgezien daarvan voelt de film ook op basis van andere details als een lichtzinnige vereenvoudiging van het boek, en je kunt je als toeschouwer alleen maar afvragen: waarom?
Voor het overige: kitscherige soundtrack, rommelig-experimentele cameravoering, weinig esthetiek, storende dubbing, … Wat mij betreft kortom amper genietbaar.
Dames ’n heren: ’t boek lezen!
2,25*
Giornata Particolare, Una (1977)
Alternatieve titel: A Special Day
Una cinematografia particolare – jazeker. Roterende camerabewegingen, overzichtsshots onder schuine hoeken en uit ongebruikelijke perspectieven gefilmde scènes: Ettore Scola zoekt en vindt een vreemde beeldtaal die past bij de romance tussen Antonietta en Gabriele, elk voor zich vreemden in hun eigen bestaan. Die vreemheid wordt bovendien gekaderd tegen een zeer prominente achtergrond, met name een fascistische logica die geen enkele tegenspraak dult en die uit alle kieren en spleten via radio en conciërge wordt verkondigd. Verstikkend, de klankband. Verstikkend, het onvermogen iets voor dit regime verborgen te houden.
Antonietta heeft Mussolini's waarden- en normensysteem geïnternaliseerd, Gabriele op zijn beurt afgezworen. Ook Antonietta voelt gaandeweg echter dat er binnen het voorgekauwde ideaal van dominante mannelijkheid geen plaats is voor een zachtheid en een vreugde die ze bij Gabriele – eindelijk! – kan cultiveren, net als hij bij haar. Toch blijven ze onbereikbaar voor elkaar. Zij door haar huwelijk, hij door zijn seksualiteit. Zij eenzaam temidden haar hectische huishouden, hij eenzaam met een geaardheid waar destijds amper een taal voor was, laat staan een publiek draagvlak.
Anno 2017 doet ‘Una Giornata Particolare’ zowel qua stijl als qua verteltrant gedateerd aan, maar de thematiek van existentieel lijden en van verboden verlangens is nog altijd actueel. En zal dat ook altijd zijn. Een aardige verkenning dus, deze film, ondanks het trage ritme en het onhandige typus van Sophia Loren en Marcello Mastroianni. En ondanks het aanwezige publiek in de cinema, waarvan een substantieel deel blijkbaar meende dat er heel wat af te lachen viel. Excuseer...?
3*
Girl (2018)
Een gezin zonder moeder. Lees: een gezin zonder vrouw.
De oudste zoon wil dat gemis opvullen. Wil moeder worden. Vrouw.
Alleen gaat dat niet van vandaag op morgen. Er moet een proces doorlopen worden. Een proces dat bovendien geen garanties geeft. Want met pillen en operaties kan men alleen accentueren wat er vandaag al is: een vrouwelijke identiteit. En dan is de vraag: bezit Lara alias Victor die identiteit, of leeft ze vanuit een fixatie op haar tekort – haar gebrek dat eigenlijk een teveel is, een overbodig derde been, een overtollig man-zijn – meer dan dat ze drijft op wat ze diep vanbinnen voelt?
Cinematografisch zit ‘Girl’ volgestouwd met spiegels. Overal is er het kijken – de blik van Lara die zichzelf ziet zoals een ander haar zou kunnen zien (maar uiteraard niet ziet, want haar kijken is gekleurd, het is een zelfafwijzend kijken). Ze heeft bijna geen taal en misschien al even weinig introspectie, of beter: haar introspectie wordt integraal gevoed vanuit een gerichtheid op het ‘extra’, het buiten, de buitenwereld, waarin ze overal bewijzen voor haar verwerpelijkheid leest. Bij haar is vanbinnen vanbuiten. Of meer precies: wat zij van die buitenwereld maakt, met name een spiegelpaleis waarin haar tekort zich voortdurend uitvergroot.
Ze wil naar een dansschool, ballerina worden. Exact: nergens anders zijn meisjes zo meisjesachtig als ginder. Onverstandig, want gender zit in het DNA van die kunstvorm: er zijn mannenrollen, er zijn vrouwenrollen – er is geen tussenvorm. Haar transgressie van de artificiële wetmatigheden van het genre krijgt onderweg zowel een fysieke vertaling (wonden, pijn, een lichaam dat langs alle kanten protesteert) als een psychische (vriendinnen die in een mum van tijd in feeksen kunnen veranderen). Tot ze doet wat niemand eerst voor mogelijk hield: ze geeft toe aan wat ze al langer voelt – dat het niet meer gaat.
Ze spreekt – eindelijk.
En wat de vader op dit cruciale moment? Hij luistert niet. Hij verzint een verhaal dat haar keuzes vergoeilijkt. Ah, met broertje komt het wel goed. Ah, ik kan net zo goed elders voor taxichauffeur doorgaan. Ah, jij zit op de beste dansschool van het land. Hij trekt een façade op daar waar zij een kreet slaakt om geholpen te worden. En dit, dames en heren, is de ultieme menselijkheid: een onvermogen om er voor elkaar te zijn zoals we zouden moeten zijn, zoals we zouden willen zijn. Dat fundamenteel talige en wie weet zelfs elementair sociale tekort (we zitten opgesloten in ons zelf, we construeren een coherent en consistent verhaal rondom de keuzes die we meestal willekeurig maken) is, ondanks al onze goede bedoelingen, de oorsprong van het diepste lijden.
Wat volgt, is een fatum dat zich vanaf de eerste seconden van de film reeds aandient – doem die zich achter een onheilspellende glimlach verbergt. En dan, als voorlaatste tableau: alweer een beeld van Lara die zichzelf ziet in een spiegel, deze keer van een ziekenhuis. Gebroken. Gewond. Kunnen de scherven nog gelijmd worden?
‘Girl’ is geen traditionele film waarvan de plot van punt A naar B naar C laveert, om eindelijk tot conclusie D te komen. ‘Girl’ staat stil. Zoals de psyche van Victor/Lara in zekere zin stil staat. Regisseur Lukas Dhont toont dat stilstaan overigens hoogst dynamisch, met name via herhalende sequensen. Een scène thuis, een scène op de balletschool, een scène in de auto...en van voren af aan, opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Als een danser, op zoek naar de onbereikbaarheid, naar wat niet is, niet kan zijn: perfectie.
Gechoreografeerd in tollende bewegingen is ‘Girl’ evengoed een beweging: een neerwaartse spiraal, die almaar sneller wentelt vooraleer de fatale val zich aandient. Een val die in de sterren geschreven staat, en toch als een donderslag uit diezelfde met sterren bezaaide hemel weerklinkt.
Kort en goed: grote cinema, dit. Far beyond het cliché van de Vlaamse film. Magistraal neergezet, intens gefilmd, visueel tegelijk teder en hardvochtig – kom op, heeft u zich nog steeds niet naar de dichtstbijzijnde bioscoop gerept?
En weet je wat, Amerika, hardvochtig continent? Zet die Oscar maar al klaar!
4*
Gisaengchung (2019)
Alternatieve titel: Parasite
Wat maakt kleine lui tot kleine lui? Nee, niet hun geur. Wel dat als je ze een hand geeft, ze een arm nemen. En neem het ze maar eens kwalijk. Als er geen sociaal vangnet is, geen maatschappelijk georganiseerde solidariteit, geen horizontaal correctiemechanisme dat de kloof tussen rijk en arm probeert te dichten, geen bescherming tegen overstromingen, geen pensioenstelsel, geen regeling rondom schuldeisers en woekeraars, geen …
Wat maakt kleine lui tot kleine lui? Nee, niet hun geur. Wel dat ze zich van vijand vergissen. Dat ze elkaar liever en vaker in de haren vliegen dan de ware toedracht (h)erkennen: dat het het kapitaal is dat hen op hun plaats houdt, mensen met kluiten die hen wel eens laten proeven van wat puissante rijkdom zou kunnen betekenen, om hen met dat kortstondige fata morgana ook weer zoet te houden, heel even mogen ze eraan snuffelen, en vervolgens worden ze onverbiddelijk aan hun plichten herinnerd – het zijn ten slotte diegenen met centen die het plebs van kost en woonst voorzien, of nog: u wordt daar voor betaald, meneer, dus gelieve te doen wat wij vragen, meneer.
Wat maakt kleine lui tot kleine lui? Nee, niet hun geur. Wel hun sporadische inzicht. Dat een plan alleen maar kan uitlopen op mislukking, want in het leven lopen de dingen nooit zoals voorzien. En dat geld een strijkijzer is, dat centen alle plooien gestreken krijgen. Ja, meneer.
Wat maakt kleine lui tot kleine lui? Hun geur? Misschien wel. De geur van zwoegen, proberen, scharrelen, ploeteren – een geur die pas onverdraaglijk wordt wanneer die zogenaamde kleine lui hem zelf gewaar worden, onleefbaar eenmaal ze inzien hoe anderen hem percipiëren. Pirandello, ‘Iemand, niemand en honderdduizend’, iemand?
En, euhm, over de film? Nou ja, geweldig. De sluimerende suspense, in langzaam crescendo, tot het haast niet meer doenbaar is om te aanschouwen, terwijl je als toeschouwer naar het puntje van je stoel gedreven wordt. En ook: het latente geweld, het klassiek Aziatische wraakgegeven dat in stilte woekert en in een plotse eruptie uitbarst, de verdrongen seksualiteit die zich in het hart van een prille puber en de erectie van een onzekere twintiger niet laat verdringen, maar ook: de cinematografie!, de soundtrack!, de geduldige opbouw!, de humor!, de sociaal voelende wortels van de plot!, alles, alles, alles!
Kom op, geef die film een Oscar!
Ongelofelijk, toch? Dat de academie deze parel heeft durven belonen?
4*
Glaneurs et la Glaneuse, Les (2000)
Alternatieve titel: The Gleaners and I
Ik herinner me nog goed dat ik als vijftien-jarige in het Gentse museum voor hedendaagse kunst (het SMAK), een tentoonstelling ging zien van deze Agnès Varda. Het precieze idee achter haar videokunst is mij nog steeds vreemd: de bedoeling van een video-installatie getiteld “ping-pong” (waarin een ping-pong-balletje langer dan een kwartier wordt gefilmd) ontsnapt mij nog steeds.
De documentaire ‘Les Glaneurs et la Glaneuse’ sluit qua nonchalance goed aan bij het werk dat ik al van deze mevrouw kende, maar inhoudelijk heeft ze deze keer ook echt iets te vertellen.
De “rapers” in kwestie zijn (zoals hier eerder werd aangegeven) niet meer dan een uitgangspunt voor Varda, waardoor ze zich verder laat inspireren en iets tracht te vertellen over zichzelf en de rest van de wereld. De film heeft zijn titel dan ook niet gestolen: de film handelt over plukkers, en over Varda zelf, die materiaal "plukt" uit het alledaagse.
Prachtig om zien is Varda's spontaniteit en haar kinderlijke fascinatie voor beelden: “met het ene hand film ik het andere, en probeer ik vrachtwagens van de weg te plukken.” Totaal absurd, maar tegelijk ontwapenend in zijn eerlijkheid.
Absurditeit is Varda overigens niet vreemd: wie een rechter in een kolenveld over landbouw-reglementeringen bezig hoort, of een dame met rechterlijk habijt over zwerfvuil hoort vertellen, kan een grinnik en een gedachtesprong naar Monty Python wellicht niet onderdrukken.
Maar uiteindelijk schuilt de grote charme in de associatieve aanpak van Varda: ook zij laat zich verrassen door het moment zelf en ze schenkt de documentaire als het ware een eigen leven - is dat niet het mooiste geschenk dat een kunstenaar zijn werk kan geven?
Net als de gevarieerde soundtrack (met jazz, klassiek en rap door elkaar), getuigt haar brede menselijke interesse van een flexibiliteit die een documentaire juist nodig heeft om boeiend te blijven. Agnès Varda betrekt de kijker bij iets wat heel ver van zijn bed staat, en toont de schoonheid van mensen met een bepaalde passie. Vooral bij het slot kreeg ik werkelijk een brok in de keel.
Vanwege de dans van de lensdop en andere impulsieve perikelen, wordt deze 3,25* naar boven afgerond. 
Glaneurs et la Glaneuse... Deux Ans Après, Les (2002)
Alternatieve titel: Deux Ans Après
Gezien alle slechte commentaren hier op het forum had ik ‘Deux ans après’ bijna gelaten voor wat het was, maar dat ware zonde geweest. Varda heeft de film louter bedoelt als een aanvulling op haar bekroonde voorganger, en met dezelfde spontaniteit ontmoet ze nieuwe mensen in nieuwe situaties; en aangezien ze niet meer dan dat ambieert, moet ze daarop toch ook niet afgerekend worden?
Echter, vooral het weerzien met de mensen uit ‘Les glaneurs et la glaneuse’ is een sympathiek gegeven. De één lijkt zich uiteindelijk te kunnen onttrekken aan armoede, de ander zit er dan weer tot over zijn oren in, nog een derde belandt in een psychiatrische kliniek en voor de laatste verandert er helemaal niets: “c’est la vie”, zouden ze in Frankrijk wijselijk zeggen - en alleen Varda kan het met zoveel ongedwongen elegantie aan de man brengen. Met ‘Deux ans après’ heeft televisiekijkend Europa zich kortom nog maar eens kunnen verwonderen over haar innemende persoonlijkheid.
Als film staat ‘Deux ans après’ echter niet los van ‘Les glaneurs et la glaneuse’, en dat is op zich wel spijtig. Varda plakt de verschillende interviews ook nogal droogjes aan elkaar, en waar de voorganger nog een film was over het maken van een film, valt ‘Deux ans après’ veel eenzijdiger uit.
Conclusie? Al wie ‘Les glaneurs et la glaneuse’ wat vond, zal dit ook wel kunnen pruimen. Maar een must is 'Deux ans après' nou ook niet. 
2,75*
Going in Style (2017)
Als film is en blijft ‘Going in style’ evenwel een miskleun. Michael Caine, Morgan Freeman en Alan Arkin spelen voor de zoveelste keer hun typetje. Het scenario vervalt niet helemaal in voorspelbaarheid, maar het script moet het desalniettemin hebben van voor de hand liggende kluchtigheid die amper op de lachspieren werkt. Een goed bedoelde komedie die niet goed binnenkomt dus.
Lees de volledige recensie hier.
Gone Girl (2014)
De waarheid, dat is de publieke opinie. De verzameling van feiten die het ware verleden uitmaken? Die waarheid is slechts secundair. Tot zover de maatschappijkritiek in David Finchers meest recente film, die de media wel op een zeer gemakkelijke en typische manier bekritiseert.
Daarnaast zijn er trouwens wel meer Amerikanismen die voor mij het gevoel in de weg staan dat dit een Fincher grand cru is. De rechercheurs, de nieuwsankers, de hele beleving van de eerste verliefsheidsweken en –maanden: het komt allemaal nogal artificieel over. Ofwel te stereotiep, ofwel te kunstmatig. Stram geacteerd ook. En dan nog Rosamund Pike die een overmatig complex personage probeert neer te zetten, terwijl zij en Ben Affleck dialogen krijgen waar ze eigenlijk niet mee wegkomen. Dat geflirt, dat geloof je toch niet? Nee, het begin van de film vond ik niet zo lekker lopen.
Tot de suspense goed en wel op gang komt. Haast paranoïde word je er van, zo goed beheerst Fincher het hele sfeertje. Ik ben er ondertussen nog altijd niet goed van. Slecht voor m’n gemoedsrust, bah. Met de ideale soundtrack. Het ideale ritme. De ideale opbouw. Ja, na ‘Gone Girl’ weet je dat er nog meesters in het vak zijn. En toch, naast ‘Se7en’, ‘Zodiac’ en ‘The Game’ lijkt deze film me toch wat overgewaardeerd.
3,25*
PS: Wat is dat hele gedoe over koppels die uit elkaar gaan na het bekijken van deze film overigens? Zoveel filosofie over samenwonen en/of over het huwelijk zit hier toch niet in? Hmm, we moeten de morele strekking van deze film volgens mij niet te serieus nemen.
En...uitzonderlijk slim? Tgoh, redelijk. Maar geen film die je een hak zet. Je kunt je alleen de vraag stellen waarom ze precies naar hem terugkeert, maar het antwoord kan eenvoudig zijn. (a) ze kan niet anders gezien haar situatie en (b) ze wil haar leven terug als “amazing Amy”, die voor het oog van de wereldpers een voorbeeldig leven leidt. Oké, jongens en meisjes?
Mooie opening wel - dan al dwingend en intens gefilmd. En daarmee…
When I think of my wife, I always think of the back of her head. I picture cracking her lovely skull, unspooling her brain, trying to get answers. The primal questions of a marriage: What are you thinking? How are you feeling? What have we done to each other? What will we do?
…tot zover.
Good Morning, Vietnam (1987)
De humor in het algemeen is zwak, behalve dan de stukjes met Williams achter de radio. Af en toe dus een glimlachje, maar zeker geen goede film!
Soms blijft er zodanig weinig hangen van een film, dat je accidenteel twee keer in de val trapt. 
Een onsterfelijke rol van Robin Williams, maar verder? Verder valt er aan ‘Good morning, Vietnam’ nauwelijks iets te beleven. Wel integendeel: de montage is belabberd, de cinematografie van de oorlogsvoering krakkemikkig en de inhoudelijk-amoureuze inslag ronduit koloniaal – superieure witte mensen komen de meisjes inpikken en geven hun vrijetijdsbesteding door…nou, verheffend?
Om een klassieker te zijn: ontgoochelend. Nie wieder!
2,25*
Good Time (2017)
Im außermoralischen Sinne…
…of wat me door het hoofd schoot tijdens het kijken.
We denken dat we het gegeven ‘misdaad’ begrijpen, dat we de motieven van diegenen die in de criminaliteit vervallen kennen, dat de menselijke natuur netjes op te delen valt in het gros (de zogenaamde goedmoedigen) en enkele abjecte anderen. Niets is uiteraard minder waar. ‘Good Time’ laat zien dat ook diegenen die als uitschot worden afgedaan complexe drijfveren hebben, en het slechte kunnen doen vanuit een verlangen om het goede te realiseren voor hun naasten.
Wat zich in dit portret van kansarme milieus aftekent, is immers hartverwarmende onbaatzuchtigheid (een arme vrouw laat een arme stakker niet in de kou staan), loyaliteit (het meisje dat Connie niet wil verraden), engagement (euhm…bro’s before ho’s?) en familiale warmte (wie heeft het niet voortdurend over zijn moeder of grootmoeder?) – kortom normen en waarden die allesbehalve als laakbaar te boek staan. Dat het kwade in bepaalde omstandigheden neerkomt op een misvorming van het goede, waarbij de intenties wel degelijk voortspruiten uit een ethische reflex: het is wat de film prachtig openbaart.
Hannah Arendt beta-versie, zegt u? Of Friedrich 'voorbij-de-moraal' Nietzsche revisited?
Verder is ‘Good Time’ een merkwaardige en precies daardoor een erg prikkelende ervaring. Het basisgegeven is tragisch-dramatisch, maar regisseurs Benny Safdie en Josh Safdie mixen er suspense en humor doorheen, tot de film een atypische cocktail wordt van ontroering, spanning en hilariteit. Behoorlijk uniek (zelfs tot op het niveau van de soundtrack), en dus warm aanbevolen.
3,5*
Gran Torino (2008)
Racisme verkeerd begrepen…ik steiger ervan!
De vraag waar de film behendig omheen cirkelt is: hoe komt het dat jongeren bendes gaan vormen en in de criminaliteit vervallen? Zijn ze geboren crapuul, of wacht: zou het kunnen dat hun gedrag een antwoord is op een samenleving die hen systematisch uitsluit, die hen onderbetaalde jobs aanbiedt en vooral een gevoel geeft niet welkom te zijn, kortom uitschot…met andere woorden, misschien kruipen ze in de rol die wij, de zogenaamde autochtonen, al op voorhand voor hen bedacht hebben?
Wat mij betreft is ‘Gran Torino’ een sentimenteel fiasco dat zijn thematische kapstok compleet verkwanseld. Juist, als veteraan is Walt Kowalski het product van een context waarin racisme werd aangemoedigd om moorden te vergoelijken, maar dat hij gaandeweg als heilige wordt geportretteerd – weliswaar een heilige met fouten, maar dan nog – is voor mij een onoverkomelijk probleem. Walt is immers het Amerikaans racisme, niet het antwoord erop!
1,75*
Grande Bellezza, La (2013)
Alternatieve titel: The Great Beauty
In het lang en in het breed. Laat ik me daarvoor bij voorbaat al excuseren.
La Grande Bellezza. Dat is: De Grote Schoonheid.
(doek)
“Reizen is nuttig, het oefent de verbeelding. Al de rest is teleurstelling en vermoeidheid. Onze reis is geheel denkbeeldig. Dat is haar kracht. Het gaat van het leven naar de dood. Mensen, dieren, steden, dingen...alles wordt gedacht. Het is een roman, louter een fictief verhaal.”
Louis-Ferdinand Celine, ‘Reis naar het einde van de nacht’
Een citaat perfect toepasbaar op de cinema van Paolo Sorrentino. Cinema is immers fantasie, bedrog van de beste soort, omdat het bedrog ons leert omgaan met het gemis dat in ons leven is, of zou kunnen zijn.
Eigenlijk geeft de schitterende openingssequens al een hint naar een van de basisideeën achter de film. Er zijn beelden, er zijn blikken. Rome slaapt, Rome waakt, Rome is prachtig. Die pracht, die moeten we echter zien. Met blikken. Zoals we ook de schoonheid van cinema moeten zien: met opengesperde ogen.
Daarna: een groep Aziatische toeristen, foto’s nemend van ditjes en datjes. De echte schoonheid zien ze echter over het hoofd: een vrouwenkoor zingt een bescheiden requiem. Een requiemmetje voor een van de toeristen, die de ideale dood sterft. Hij kijkt door de lens, ziet De Grote Schoonheid (van de stad), en geeft de pijp aan Maarten. Men reanimeert niet. Dit leven was immers compleet, dit sterven volmaakt.
Verder? Een decadent feest. Wat blijkt: dit is een samenkomst van de jetset, van uitgerangeerde bekendheden, van zelfverklaarde kunstenaars. Wat vieren ze? Hun eigen leegte, die ze met wiegende heupen proberen te verhullen. Wat vieren ze nog? De Grote Schoonheid? Dewelke? Die van vrouwen, die het graag zus en zo hebben…dat eeuwenoude ritueel van wiegende heupen, smachtende blikken, de extatische saus van de begeerte. Seks? Ah, een onbelangrijk fait divers. Of: de belangrijkste bijzaak ter wereld (na voetbal misschien)? Gelukkig maakt de akte niet. Toch niet langdurig. Maar het is een momentaan streven waar sommigen hun dagen mee kunnen vullen. Bravo. Bravissimo!
Jep Gambardella? Innerlijk leeg. Moreel morsdood. Hij beweegt zich van feest naar feest, waakt tot het ochtendgloren om in de uren dat het gezin de dag aansnijdt onder de wol te kruipen. Hij is lang geleden gevlucht voor wat duurzaam en stabiel is. De ongekroonde koning van het mondaine leven is hij. Geestelijk bankroet, echter geliefd bij tallozen. Geliefd? Nu ja, van het soort liefde waar geen bal mee aan te vangen is. De hele film, en eigenlijk zijn hele leven, zoekt hij De Grote Schoonheid. Wat Paolo Sorrentino voortdurend toont, maar wat Jep zelf niet begrijpt, is dat die schoonheid overal rondom ons is. (De fonteinen van Rome. Meisjes die tikkertje spelen. Een kind dat o zo onschuldig in de camera kijkt. Een meisje, als non opgekleed, dat haar begeerte al lijkt ontdekt te hebben en ingespannen naar Jep tuurt. Een giraf in het Forum Roman. Drie dozijn flamingo’s op je dak. Een duik in de Tiber.) Pas als hij haar vindt kan hij aan een nieuwe roman beginnen. Zijn vorige kon hij immers pas schrijven na een grote verliefdheid, en hij denkt dat hij ook nu een soortgelijke ervaring nodig heeft om het te kunnen doen. Die krijgt hij, bijna, in de gedaante van Ramona.
Wat een prachtig figuur, die Ramona! Een kunstenaarsfeestje waar een kind gedwongen wordt om peperduur expressionisme te produceren. Wansmakelijk is het – zij is de enige die daar openlijk voor uitkomt. Wat volgt, is een voorbeeld van hoe kunst wel moet ervaren worden: niet vanuit kennis, noch vanuit sociale overwegingen. Maar gewoon, op een avond, door de paleizen dwalend, door het sleutelgat van de tijd reizen eigenlijk…terwijl de prinsessen op hun gemak een kaartje leggen. Absurd magisch-realisme, ineens op het scherm, in een vingerknip…het is - de hele film lang overigens - Sorrentino’s handtekening.
Romano? Hij wil erbij horen, kunstenaar zijn. Maar hij kan het niet, begrijpt dat, en trekt zich terug. Een loser is hij, de slaaf van een minnares die hem niet eens respecteert. Aandoenlijk, dat ook hij niet weet hoe er geleefd moet worden, net zoals niemand dat weet, laat staan kan. Nee, levenskunstenaars bestaan niet.
De geestelijke? Een banaal mannetje, die liever over eten bereiden spreekt dan over het spirituele. Voor Jep kan hij echter niets betekenen. Die gelooft niet (verklaart hij een paar minuten daarvoor, door luidop te zeggen dat hij denkt dat de geestelijke toch geen antwoorden heeft voor hem)…en gelijk met welk advies, alleen de zegening kan de ongelovige redden. En Maria? Die is misschien dement. Zo dement dat ze woorden van waarheid spreekt als ze zegt dat je over armoede niet kunt spreken, maar er alleen midden in kunt leven. Zijn dat woorden waarvan Jep begrijpt dat ze over hem gaan, als geestelijk armoedige? (Schitterend trouwens hoe Sorrentino de verwevenheid tussen het profane en het religieuze leven in het Rome van vandaag op de korrel neemt. Onder andere in de scène waar iedereen Maria's hand kust...zij is een symbool, een artefact uit een verloren tijd, een 104-jaar oud wereldwondertje dat men maar al te graag voor de kar spant!)
De adel? Hoe intens kan die zich vernederen? Door zich te verhuren en zich uit te geven voor andere adellieden. De vrouw gaat achteraf naar boven en luistert in hun museum naar de soundtrack van de verloedering van haar adellijk geslacht. Schrijnend. Is dit Sorrentino's manier om te verklaren dat er tegenwoordig geen adel meer is? (Of ze heeft haar ziel verkocht, of ze drinkt zich te pletter op een of ander mondain feestje?)
De performance kunstenaars van vandaag? Met een sovjetsymbool in het schaamhaar getatoeëerd loopt ze met haar kop tegen de eeuwenoude muur. Collectiviteit faalt, de artiest is soeverein, voor dit nichepubliek bestaande uit hippies en ander schorremorrie hoeft de artieste heus geen verantwoording af te leggen? Heerlijk hoe Sorrentino haar radicaliteit en wereldvreemde geneuzel op de korrel neemt!
Andrea? Wat ervan komt door de kunsten helemaal op te slurpen. Proust en Toergenjev zijn niet leefbaar, hun grote schoonheid is verstikkend! Zoals Sorrentino suggereert, zit de ware pracht in het kleine dat ons continu omringt. Een pleidooi voor het gewone leven is dit, voor de wonderen van de natuur, voor de inconsequentie van de mens, en voor de lichtvaardigheid van kunst, die begoocheling, die truc, net zoals cinema een truc is, net zoals een goochelaar trucs uitvoert. We kijken niet voor de oplossing, wel voor de begoocheling zelf. Als die zichzelf staande houdt, dan kunnen we spreken van een geslaagd artistiek product. Akkoord?
Terug naar Jep. Naar iemand die geen greintje oorspronkelijkheid meer bezit. Naar iemand die alles als een toneel is gaan beschouwen. Die van een begrafenis een geveinsde scène maakt, tot in de puntjes voorbereid. Gruwelijk is het. Maar ook twijfelachtig. Zou Jep niet werkelijk ontroerd kunnen zijn? Terug naar Jep is trouwens terug naar de verveling. Vrouwen die (naakt)selfies nemen omdat ze werkelijk niets beters om handen hebben. Palaveren op balkons zoals ze dat in het Rusland van de 19e eeuw op hun landgoederen deden, zogezegd geëngageerd, maar eigenlijk wereldvreemd, wereldschuw zelfs, elkaar bevestigend, een oogje dichtknijpend voor elkaars zwaktes…een chique wereldje dat zichzelf in leven houdt, maar eigenlijk al decennia lang is uitgehold. (Iemand op de hogere etage ziet het, de belastingsbetaler met name, de harde werker, die er verbouwereerd op reageert. Berlusconi groet ons?) Natuurlijk kan Jep geen roman meer schrijven: als zelfs Flaubert geen boek over het niets kon schrijven, dan de middelmatige Jep toch evenmin? Hij probeert nochtans een project voor zichzelf op poten te zetten, volgt de raad van zijn redactrice, en gaat verslag uitbrengen van het gekapseisde schip. Wat hij ziet, is echter zijn eigen leven. Een puinhoop, reeds half verzonken. Waar is die reddingsboei?
En dan ziet hij haar. De Grote Schoonheid. Hij moet haar verliezen (Ramona) om te begrijpen wat ze is geweest, maar ook dat ze er altijd is geweest, en dat hij niet moet vastzitten in het verleden, omdat dat verleden zijn raadsels toch niet prijsgeeft. De goede metgezel heeft haar dagboeken weggegooid. Toch gaat hij verder, begint hij aan iets nieuws. Hij zet een project uit, ondanks de vernedering – Jep is daar zelf nooit in geslaagd. Daarom noemt hij dat koppel “prachtig”. Uiteindelijk zet hij zelf trouwens ook de stap. Hij zal een truc opvoeren. Hij zal zich aan de schrijftafel zetten. Om het over De Grote Schoonheid te hebben. Die is overal, behalve op de mondaine feestjes met mondaine muziek en mondaine drank en mondaine drugs. Die is ook in het vrouwenlichaam, vooral wanneer dat niet-seksueel wordt beschouwd.
“Dit is hoe het altijd eindigt, met de dood. Maar eerst was er het leven. Verborgen onder bla, bla, bla, bla, bla. Alles ligt bezonken onder het gekwebbel en het lawaai. De stilte en het sentiment. De emotie en de angst. De bij vlagen luttele sprankjes van schoonheid. En dan de akelige naargeestigheid en miserabele mensheid. Alles bedolven onder de schaamte van het zijn in deze wereld. ... Daarom, laat deze roman beginnen. Immers, het is gewoon een truc. Ja, het is gewoon een truc.”
(doek)
Kunst als soelaas tegen de leegte. Kunst als truc. Een truc die moet tonen dat De Grote Schoonheid overal is.
‘La Grande Bellezza’? Een fantastische truc, jazeker.
4,25*, om te beginnen.
Gravity (2013)
“What’s the point of living?” George Clooney met de welbekende glimlach – zie het ijs & voel de harten smelten! – in een ruimtevaartfilm met existentiële voelsprieten. Nee, niet van het kaliber van ‘Sol(y)aris’, en nee, lieve recensenten, berg die vergelijkingen met ‘A Space Odyssey’ maar gauw op. Maar laten wij ons echter niet afleiden van de vraag van een miljoen: wat vormt de zwaartekracht van ons bestaan? Ik bedoel: wat houdt ons staande? Is dat de poëzie van de aarde (een zonsondergang uit de duizend, een kikker zwemt naar het licht toe, een vrouw zet haar klauwen in de aarde…dit is le-ven!)? Wat doet een mens zich zo vastklampen aan dat miezerige fragment dat hij of zij zelf is in de geschiedenis, waarom willen we afzien, vooruit blijven kijken, tegen beter in geloven dat het allemaal goed komt? Wat maakt het lijden de moeite waard, wat rechtvaardigt het? Het zijn kwesties die ‘Gravity’ tegen een snelheid van om en bij de 32000 kilometer per uur op de toeschouwer afvuurt, althans, subtiel, want wie alleen maar entertainment wil zien, zal dat ook te zien krijgen. En hoe, trouwens! Alfonso Cuarón heeft deze film uitstekend gemaakt – bijna ondraaglijk spannend is ‘ie. Ik beken: meermaals dook ik in m’n cinemazitje weg omdat in 3D voorwerpen mijn kant op kwamen gevlogen. Vakwerk, zeg je dan, niet zonder bewondering. En toch heeft ‘Gravity’ meer. Dat ene beeld bijvoorbeeld, wanneer de traan ontsnapt aan de wetten van de zwaartekracht en uit Bullocks ooghoek wegvliegt. Hoe verdriet zo wezenlijk buiten iemand om kan bestaan. Is dat een metafoor voor het medium film, dat tragedies onderling deelbaar maakt, het individuele tot op het niveau van het collectief verheft?
Deze en andere verzinsels, de sciencefiction van een brein-diep-onder-de-indruk.
3,75*
Green Book (2018)
Te zwart voor de witten.
Te wit voor de zwarten.
Te homo voor een heteroseksuele meerderheid.
Dus blijft Don Shirley alleen achter, als koppige, eenzame, eerbare Don Quichot in gevecht met de grootste windmolens van zijn tijd: racisme, vooroordelen, bekrompenheid.
Peter Farrelly komt met zijn ‘Green book’ precies op het goede moment, nu raciale thema’s de Amerikaanse actualiteit wederom beheersen. De film toont dat het beste instrument tegen angst en haat eruit bestaat het grote onbekende gewoon te leren kennen. Ontvankelijkheid en onbevangenheid als sleutelwoorden voor een betere wereld. En geweldloosheid, als noodzakelijke voorwaarde om dialoog en begrip te faciliteren, en het eigen gelijk te onttronen als een gemakzuchtig construct dat morele luiheid legitimeert.
Nog gehoord, zegt u? Niets nieuws onder de kwakkelzon van deze halfbakken zondagmiddag? Dat kan best zijn, maar zoals het vaak gaat met waarheden: we kennen ze al, maar moeten ze nog kunnen internaliseren ook. Via ontroering lukt dat, en aan ontroerbaarheid in ‘Green book’ geen gebrek. Don Shirley's muziek mag dan halfslachtig uit de film naar voor komen, Farrelly had vooral een portret van een tijdperk op het oog, en van een man die groter was dan zijn muziek. Viggo Mortensen en Mahershala Ali spelen trouwens de pannen van het dak, kortom muzikaal hoeft de honger heus niet gestild. En ah, wat is die ‘Intouchables’-achtige insteek hartverwarmend.
Een lach, een traan, in een saus van Hollywoodiaans hoopgevend positivisme. Eerst breekt Farrelly harten, om de stukjes nadien keurig te lijmen. Dank u, dank u.
Aan de kwakkelzon, aan deze halfbakken zondagmiddag, aan u, aan allen: fijne witzwarte kerst!
3,75*
Green Zone (2010)
Serieus? Serieus. ‘Green zone’ – amai.
De "green zone" als artificiële oase van rust in het hart van een gewapend conflict. Een president die de Irakese oorlog gewonnen verklaart terwijl de gevechten in Bagdad nog niet eens met volle kracht begonnen zijn. En bovendien: de “green zone” van een legitiem excuus om een land binnen te vallen, een tot mislukken gedoemd project ingegeven door economische motieven, omlijst, wat zeg ik(?), gecamoufleerd(!) door een web van leugens.
Amai.
Om dat alles in beeld te brengen, heb je Paul Greengrass’ handheld-cameravoering nodig. Een soort hyperkinetische cinema die je als toeschouwer tot in het hart van de ellende sleurt. En o ja, daar komt nogal wat modder boven drijven. Want achter het bommengordijn en de kogelregens buitenshuis, verschuilt zich binnenskamers evengoed een strijd. Een belangenoorlog tussen Washington en de CIA, tussen special forces en militairen, tussen hebzucht en moraal.
Amai.
Om dan uiteindelijk met het dilemma geconfronteerd te worden hoe de ideale oplossingen voor dit zelfgecreëerde probleem er had moeten uitzien. De knappe koppen van de Intelligence Agency hun gang laten gaan, of toch het volk een stem geven, bijvoorbeeld een stem die weergalmt in de loop van een revolver? Moeilijk. O zo moeilijk. En ja, we zien er vandaag nog de sporen van. Het Midden Oosten is een puinhoop, en de blikschade heeft zich inmiddels ook naar onze samenleving verplaatst.
Amai.
Om al bovenstaande redenen: opzienbarend. En, verdorie, nog spannend ook.
Ik herhaal: amai.
Roger that.
4*
Guillermo del Toro's Pinocchio (2022)
Alternatieve titel: Pinocchio
‘Guillermo del Toro’s Pinocchio’ – ja, de titel voluit dekt de lading wel. Ligt in het origineel het accent vooral op de moraal (liegen is verderfelijk, doch is verbonden aan het mens-worden…zoiets?), dan kiest Guillermo del Toro voor een alternatieve insteek. Zijn adaptatie bulkt van de onaangepaste creaturen, met een wel erg wanstaltige Pinocchio in de hoofdrol. Daarnaast zijn er echter ook Cricket als zelfverklaard genie, Geppetto en zijn alcoholprobleem, Il Duce (wat zeg ik: Il Dolce!) als kabouter: normaliteit is ver heen, en net via dit rariteitenkabinet thematiseert del Toro het ‘anders zijn’ en hoe selectief de mensheid daarmee omgaat.
Spannend is bovendien hoe de cineast het Bildungsverhaal in de Tweede Wereldoorlog inbedt – het fictieve raakt mooi vervlochten met het reële – waarbij de verbeelding niettemin steeds de boventoon voert. De ware menswording van ‘Pinocchio’ is overigens erg aangrijpend: niet zijn recalcitrante natuur doet hem de obligate zandloper breken, maar een bewuste keuze voor sterfelijkheid – een prijs die het personage wil betalen voor een geliefd ander. Zeg nu zelf: het maakt de pop meer mens dan de gemiddelde mens op onze vermaledijde bol!
Kortom, het tegelijk enge, hilarische én bloedstollende universum van Guillermo del Toro maakt van een misschien wat belegen Disneyklassieker helemaal een verhaal van vandaag, en voor alle tijden. Misschien niet voor gevoelige (kinder)ogen, hoewel: wat schijnbaar duister is (bv. in de onderwereld), draagt bij del Toro toch sporen van het goede. Zo doorbreekt hij het klassieke clair-obscur van goed versus kwaad, en betreedt hij de arena van de volwassen ethiek. Allicht kunnen we kinderen daar nooit vroeg genoeg aan blootstellen?
3,5*
