• 15.741 nieuwsartikelen
  • 177.896 films
  • 12.200 series
  • 33.969 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.954 gebruikers
  • 9.369.891 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Walkabout (1971)

Toen ‘Walkabout’ via de pakketservice in de bus viel deed de naam Nicolas Roeg aanvankelijk geen belletje rinkelen. Misschien maar beter zo, want had ik geweten dat het om de regisseur ging van het verschrikkelijke ‘Don’t Look Now’ ("verschrikkelijk" in alle betekenissen van het woord), dan had ik de film waarschijnlijk niet eens wíllen zien. Onterecht natuurlijk, want ‘Walkabout’ is van een totaal ander allooi: integer, bevreemdend en psychedelisch op een bijzonder eigenzinnige manier.

Roeg trakteert ons op een absurde en virtuoze intro, waarna ‘Walkabout’ heel episch uit de startblokken schiet: plots lijkt de introductie die we net gehad hebben een verkeerd gemonteerd stukje film. Die indruk doet Roeg echter teniet, door meer speldenprikjes surreële cinema te integreren. Initieel vertelt hij een verhaal, maar wat daarnaast visueel allemaal gebeurt zorgt voor de meeste ontroering. De personages zijn sympathiek, de enscenering nogal benepen – drijft de ganse film misschien op een grote tegenstrijdigheid?

Ontzettend boeiend allemaal, maar helaas verslapt de film wat naar het einde toe. De karakters zijn inhoudelijk uitgeput, en Roeg lijkt het Australische palet esthetisch tot de bodem geplunderd te hebben. De “apocalyptische finale” (en dat voor een sequens van nog geen 5 minuten op een vuilnisbelt ) sleurt ons echter weer helemaal in het bizarre universum van Nicolas Roeg: het totale debacle wordt eng genoeg haast tastbaar. Ja hoor, van deze man moet ik beslist nog meer zien.

3,25*

WALL·E (2008)

Alternatieve titel: Wall-E

Wee o wee als de critici zich met lovende woorden uitlaten over een nieuwe bioscoop-release. Want welke lezer maant zich immuun voor uitspraken in de trant van “de beste science-fiction-film van de 21e eeuw”, of “Pixar overtreft zichzelf eens te meer op visueel, verhaaltechnisch en kritisch niveau”? Enkelen onder u, teerbeminde medegebruikers, laat dat misschien koud; mij helaas niet. Vanmiddag moest ik het stellen met een zitje in de plaatselijke bioscoop voor “de Vlaamse versie”, en het doet de film uiteraard geen goed. Maar de algemene indruk van ‘Wall-E’ blijft best fijn, zij het niet zo extreem als de critici hadden aangegeven.

Vele animatiefilms lijden tegenwoordig aan ideeënschaarste, maar dat kan absoluut niet gezegd worden van ‘Wall-E’. Het concept is origineel, en ergens zelfs gedurfd: de hoofdkarakters zijn vooral ingetogen personages, geen uitbundige figuren die de kijker aan het lachen moeten houden. De inleving laten ze bij Pixar aan de kijker over, maar vele harten zullen moeiteloos smelten bij de aanblik van Wall-E’s triestige aangezicht. Het smachtende "E-V-A" (in de Engelse variant blijkbaar Eve?) behoort tot die schare onvergetelijke filmquotes, maar wat betreft het verhaal zie ik weinig revolutie. Liefde is een typisch thema, en de nieuwe setting maakt het visueel interessanter, doch niet wat betreft het verhaal. Maar hoeft dat?

Voorstanders zullen opwerpen dat een film zelden tegelijk grappig, ontroerend, mooi en maatschappij-kritisch kan zijn, en daarin hebben ze misschien wel gelijk. Maar het feit dat Andrew Stanton daarmee weg komt getuigt louter van een bepaalde vaardigheid, niet van grote cinema. De humor was immers mild, de ontroering van een gemiddeld register, de esthetiek niet verbluffend en de maatschappij-kritiek niet nieuw.

“De beste science-fiction-film van de 21e eeuw” – hoe komt men daar dan bij? Misschien door die knipoog naar Kubrick via het pompeuze ‘Also sprach Zarathustra’; verder heb ik er het raden naar. Ja, ik heb genoten van het sympathieke stel Wall-E – Eva, maar geef mij toch maar die luide Pixar, ‘Finding Nemo’. En zo ben ik alweer slachtoffer van mijn hunker naar bombast?

3,25*

Wallace & Gromit: Vengeance Most Fowl (2024)

Alternatieve titel: Wallace & Gromit: De Gevleugelde Wraak

Een beetje vermaak uit de doos met nostalgische karakters, waarom ook niet? Met flair verteld, en sporadisch refererend naar de populaire film- en muziekcultuur, is ook ‘Vengeance Most Fowl’ wederom een gelaagde ervaring, zij het dat eenvoudig vertier de hoofdstroom vormt. Moet het anders, op een vergeten zondagmiddag? Niet als de finale zomaar lijkt op een bizarre kruising van Indiana Jones 5 en Mission Impossible 7. En dat dan nog voorafgegaan door Bachs legendarische ‘Toccata & Fuga in d mineur’…een mens zou het toch zelf niet verzinnen, of wel?

Het script mag dan wel opgebouwd zijn uit een resem narratieve stereotiepen, dat de makers precies daarmee kunnen lachen, siert hen. En, eerlijk waar: behoren de immer sympathieke Wallace (met een onfeilbaar instinct om onheil over zichzelf af te dwingen) en de oneindig creatieve Gromit (de onweerstaanbare puppy-ogen incluis) niet tot de meest vertederende figuren uit de animatiewereld? Daarmee is alles meteen gezegd – laat de volgende film maar komen!

3,5*

War for the Planet of the Apes (2017)

Een aloude vraag in een Hollywoodiaanse saus: wat maakt een mens tot mens? Is dat een talig vermogen? Of is het vooral de notie van ethiek, de capaciteit om te handelen tegen eigen belang en tegen beter weten in? Uitgaande van deze laatste definitie toont Matt Reeves dat de apen in ‘War for the Planet of the Apes’ meer mensachtig zijn dan de mensen zelf. Die zijn op basis van de historisch telkens terugkerende kruisbestuiving tussen angst en imperialisme immers afgegleden naar het meest primitieve (geloofs)stadium, met name dat van de suprematie van het eigen ras.

White supremacy, iemand? De regisseur grijpt dat element aan om bij herhaling te refereren naar symbolen die in het collectief religieus gegeven zitten verankerd. Denk maar aan kruisigingen, concentratiekampen en tochten door de woestijn. De compleet aan de fantasie ontsproten werkelijkheid van de film resoneert dankzij deze verwijzingen met onze reële geschiedenis en met onze realiteit vandaag. Precies die ingreep geeft de film een episch karakter, zij het dat de ruim twee uur durende vertelling als geheel een tikkeltje te grandioos wordt voor wat er inhoudelijk te berde wordt gebracht.

Het thematisch materiaal dat de soundtrack overeind moet houden, is overigens ronduit pover. De macabere en bijwijlen beklemmende cinematografie (met een openingssequens die aan ‘The Thin Red Line’ doet denken zit je meteen goed) compenseert evenwel, ook voor het eerder dunne verhaal en de hyperbolische heroïek.

3*

Werk ohne Autor (2018)

Alternatieve titel: Never Look Away

Natuurlijk moet Gerhard Richter niets hebben van deze ‘Werke ohne Autor’. Het is bij uitstek Europese cinema met Hollywoodiaanse allures. Denk maar aan het niet van sentiment gevrijwaarde slotakkoord waarmee Florian Henckel von Donnersmarck de cirkel netjes rondmaakt. Of aan de plot in zijn totaliteit, waarin goed en kwaad toevallig met elkaar het diner nuttigen...kleine wereld, niet? Spijtig is alleszins dat de film het grote gebaar niet schuwt. Met veel bombarie dringt het oorlogsgeweld zich op, en vraag is dan of dat nodig was. Het psychologisch discours is hoe dan ook veel subtieler dan het verhalende, of anders gezegd: de zoektocht van een kunstenaar naar zijn eigen stem werkt veel indringender dan nog maar eens een film die probeert de morele ontsporing van een nazi te portretteren.

Wat dat laatste betreft is de rol van Professor Carl Seeband (Sebastian Koch) te dik aangezet. Zowat alles maakt de man antipathiek: zijn lichtgeraaktheid, het belang dat hij aan status hecht, zijn autoriteit, zijn echtelijke hypocrisie, … Toch toont dit personage doeltreffend waar het negeren van ethische grenzen uiteindelijk toe leidt, met name zich ook in de privésfeer alles toe-eigenen. Niets is niet geoorloofd, waardoor niemand hem in feite tot de orde kan roepen. Tot hij oog in oog komt te staan met wat Joseph Beuys zo mooi als de enige ware vrijheid omschrijft: kunst. In en met de kunst ziet hij zichzelf terug zoals hij is: een beest van een mens. (Het realisme van Richter kijkt vernietigender terug dan het eigen spiegelbeeld, omdat je een portret van jezelf niet ontloopt.)

De evolutie van het karakter Kurt Barnert maakt dan weer een aandoenlijke evolutie door, weg van het opgelegde realisme naar een zelfbedongen en -gevonden realisme, een realisme dat het kijken als het ware opnieuw uitvindt, dat uitdaagt en bevraagt, dat de wispelturigheid van een momentum uitdrukt en tegelijk de vluchtigheid van wat we als “waar” beschouwen. Richters beelden zijn haast té waarheidsgetrouw, té echt, zo veel waarheid dat ze moeten bezoedeld worden, als het ware doorstreept, flou gemaakt. Zijn kunst is geen waarheid an sich meer, wel is het de waarheid van het artistieke metier, waarbij Richter vorm geeft aan het streven naar, en niet aan het bereiken van.

Enfin, genoten van en ontroerd door von Donnersmarcks vakwerk dat, ondanks enkele dubieus-sentimentele accenten, heldere ideeën ontsluit over wat kunst tot kunst maakt.

3,75*

West Side Story (2021)

Tonight, tonight, there’s only you tonight…
I want to be in Amerrrrrica!
Maria…I've just met a girl named Maria…
Officer Krupke, you're really a slob…

Ah! Oh! Uh! Oeh! Hoe iconisch Leonard Bernsteins onvergetelijke soundtrack! Nietsvermoedend bekeek ik de trailer van Spielbergs remake, et voilà, vijf minuten later waren de cinematickets geboekt. Alleen al door de klankband, dat spreekt...

‘West Side Story’ dus. Nog steeds een tijdloos verhaal over de liefde, juist, maar ook - en vooral - over de negatieve spiraal rond racisme en haat – een vicieuze cirkel die slechts kan doorbroken worden wanneer iemand niet ophoudt te haten, maar wel ophoudt er aan toe te geven, er een speelbal van te worden. Oh Maria, in wier erbarmen Tony verder leven zal…!

Critici noemen deze remake braaf, en dat is het ook qua karakter, tijdsgeest en psychologie. Anderzijds voelen de choreografieën hedendaags-opwindend aan, beantwoordt het ritme van de film aan een hedendaags verwachtingspatroon en is de cinematografie er zeker niet op achteruit gegaan – kortom het soort kwaliteit dat een mens van Spielberg verwacht.

Spielbergs accent op de oorzaak voor de nihilistische vechtlust van de jongeren in beide kampen (weggepest en weggepoetst worden uit de eigen heimat enerzijds, geen eerlijke kansen krijgen in het zogenaamd vrije Amerika anderzijds) ligt er niet vingerdik op, maar laat zich wel helder lezen: ook dat is vakwerk, punt uit. Het LGBTQ-akkefietje via het extra personage had wat mij betreft overigens niet gehoeven, maar het staat de kijkervaring ook weer niet in de weg. Kortom, graag gezien.

Erg graag gezien zelfs, al moet gezegd – en dat is misschien wel het grootste euvel – dat Ansel Elgort en Rachel Zegler te veel weggelopen lijken uit de zoveelste Disneyproductie. Geloofwaardig? Nou, nee. Hadden zij meer vlees en bloed aan en in hun lijf gehad, en er minder als poppetjes uitgezien, dan had deze remake ongetwijfeld aan kracht gewonnen...

3,25*

Whale, The (2022)

Een man. Een zetel. En tonnen voedsel. Je denkt en hoort: die eet zichzelf het graf in. Je ziet het ook, en walgt. Dit is geen maaltijd verorberen, dit is schrokken. Voeding als autotherapie. Spijs als verslaving. Kost als escapisme. Vreten als ziekte. Is mededogen voor zoiets walgelijks mogelijk?

Wel als Darren Aronofsky achter de camera staat. ‘The Whale’ bekleedt binnen diens oeuvre alleszins een unieke plaats, want de film is ontzettend klein opgevat. Ocharme enkele kamers en nauwelijks een handvol personages, en toch intrigerend van begin tot eind: dit huis clos ontleent zijn intensiteit aan de reeds meermaals bekroonde vertolking van Brendan Fraser, en aan het narratief, dat voor de toeschouwer neerkomt als een reis richting compassie.

Het intuïtief-biologische staat de toeschouwer eerst nog in de weg. Charlie mag dan wel sympathiek lijken, hij ziet er gedrochtelijk uit, hij verzorgt zich niet, hij lijkt zijn eigen dood te bewerkstelligen. Quid? Wat is er toch met deze koppige goedzak, dat hij zich zo laat gaan? Met mondjesmaat strooit Aronofsky kruimels informatie rond, tot zich een tragisch portret aftekent waarbinnen Charlie geen abject figuur meer kan zijn, maar een haast bovenmenselijk positief martelaar.

Opvallend is dat al wie Charlie’s pad kruist, zelf gelouterd wordt door die ontmoeting. Zijn ware gedaante wordt pas zichtbaar voor wie zijn verhaal kent, een levenspad dat door religie enerzijds en Charlie’s conflictvermijdende natuur anderzijds langzamerhand kapseisde. De man verloor bijna alles, en wil zichzelf in een daad van financiële barmhartigheid jegens zijn dochter min of meer uitwissen. Hoe ver kan naastenliefde gaan?

De loutering die uit ‘The Whale’ spreekt, gaat gepaard met een complete ommekeer qua perspectief. Niet Charlie wordt een ander, maar iedereen rondom hem. Men leert immers kijken voorbij de vooroordelen en vooringenomenheden. Het symbool van de walvis, die er aan zal moeten geloven, wordt een mystiek gegeven, dat Aronofsky schitterend in beeld weet te brengen: hoe een mens op zijn laatste transcendente momenten de begrenzingen van zijn eigen lichaam weet te overstijgen, en een metafysisch licht kan laten schijnen op zijn omgeving. Dat is Charlie, alias The Whale!

Aronofsky laat zijn ethische studie weliswaar gepaard gaan met aardig wat sentiment, en emotionele kitsch is nooit ver uit de buurt. Dat neemt evenwel niet weg dat ‘The Whale’ diep ontroert, en dagenlang nazindert. Het is immers een sterk moreel appel om iemand niet te beoordelen op hoe hij of zij er uit ziet. There’s more than meets the eye, weet je wel. Of, om het met Clouseau te zeggen: "het zit vanbinnen". Niets nieuws onder de zon, maar de oude wijsheid weet Aronofsky grandioos opnieuw te verpakken.

3,25*

What the Health (2017)

Wat begint als een kritische kijk, mondt op den duur uit in meer van hetzelfde: pure propaganda.

Weliswaar onthutsend hoe ze bij de American Diabetes Association blijkbaar niet willen spreken over dieet, maar evengoed onthutsend hoe het laatste kwartier een ongeloofwaardige, sentimentele en kitscherige verheerlijking wordt van veganisme. Onder het mom van informeren enkele pseudo-specialisten (eigenlijk: lobbyisten?) afvaardigen om onwaarheden en zelfs flagrante vergissingen te verkopen (zie boven): het werkt ontwrichtend, ook voor het gezond verstand van ondergetekende.

Kortom, een documentaire die doet wat documentaires niet behoren te doen: twijfel zaaien over verworven zekerheden. Dat teveel suikers wel degelijk slecht zijn, bijvoorbeeld.

U wilt deze compacte mening in ocharme één woord? Euhm...onverantwoord?

2*

Whiplash (2014)

Ben ik de enige die de heroïek van het zogezegde kunstenaarschap over het paard getild vond? De rol van de leraar, die via de weg van de vernedering van zijn leerlingen betere artiesten probeert te maken? Nee, dat is achterhaald.

Andere dimensies van het ontluikende talent – een ontplooiing als mens, meer dan als ambachtelijke machine – miste ik, hoewel de eenzaamheid, het gevoel een missie te hebben waar anderen geen deel van kunnen uitmaken en de vanzelfsprekende offerbereidheid om aan alles te verzaken behalve aan dat ene, volgens mij wel realistisch zijn.

Eigenlijk moet ‘Whiplash’ het vooral hebben van de psychologie, niet van het zogenaamde portret van een kunstenaar, dat de film volgens mij te weinig is. Plotmatig en qua karakters een matig interessante rit, door Damien Chazelle evenwel goed verteld. Miles Teller en J.K. Simmons schuren echter tegen de overdrijving aan – hetgeen vermoedelijk een stilistische keuze op regisseursniveau is.

En de muziek, tjah, die is natuurlijk erg fijn. Hoewel echte jazz gaat om het soort vrijheid dat ik in deze film amper heb teruggevonden.

Wat mij betreft genietbaar, zonder de mijlpaal te zijn waar de film door sommigen voor wordt aanzien.

3*

Wil (2023)

Een groot talent, deze Tim Mielants. Eigen aan debutanten is dat ze misschien te graag en te gretig willen laten zien wat ze allemaal kunnen. De speciale cameravoering, de filters, de globale intensiteit: het wordt allemaal soms van het goede te veel. Maar toch: de regie maakt de verschrikkingen van de oorlog perfect invoelbaar, door nietsontziend gruwel in beeld te durven brengen, en toch vanuit een esthetische visie te blijven denken…hulde!

De ballast uit Jeroen Olyslaegers’ boek, met name de raamvertelling en het bijwijlen al te barokke literaire gesnoef, laat Mielants fijntjes weg. Wat overblijft, is een uppercut. Of nee, nauwkeuriger: een mokerslag ergens in de onderbuik. Of je het nu wil of niet, van ‘Wil’ moet je bekomen…

3,5*

Wind River (2017)

Een bikkelhard verhaal, met de banaliteit van het kwaad als thematisch zwaartepunt. Waar white trash al niet toe in staat is, in een land(schap) dat hen alles heeft afgepakt waar ze menen recht op te hebben binnen de doctrine van een voor zovelen onhaalbaar gebleken american dream

Niettemin staat er me een en ander tegen. Zo illustreert ook het slot een beetje de banaliteit van het kwaad. Wat moeten we met dit oud-testamentische oog om oog, tand om tand? Is dit voor de toeschouwer een vorm van genoegdoening, een herstel van de gerechtigheid – of behoort ook dit tot het Amerikaanse machismo, net zoals de stereotiepe verhouding (sterke) man – (zwakke) vrouw, waar de regisseur een beetje een romantische (morantische?) feel uit probeert te boetseren? Bah, vies hoor.

Enfin. Spannend, maar inhoudelijk zeer middelmatig, deze 'Wind River'.

2,5*

Wizard of Lies, The (2017)

Toen Bernie Madoff in 2008 gearresteerd werd en de grootste fraudezaak ooit boven water kwam, wreven scenaristen zich vermoedelijk in de handen. Daar zat een film in. Een film over een man die de hoogste regionen van Wall Street beheerste en misleidde, en uiteindelijk zijn familie meesleurde in zijn val. Dat het Madoffs succes was dat hem tijdens de financiële crisis zijn kop kostte: het maakt zijn neergang nog dramatischer. Toch is ‘The wizard of lies’ geen hoogst dramatische film. Regisseur Barry Levinson doet er alles aan om pathos in zijn ruim twee uur durende prent te pompen, waarbij hij evenwichtig emotioneel vertoon totaal voorbij schiet. Het tranerige register waarin de televisiefilm uiteindelijk verzandt, doet het effect dat deze plot had kunnen hebben de das om.

...

De thematiek van de film verder opentrekken tot er vragen over de principes van het kapitalisme naar boven komen, doet Levinson niet. Integendeel lijkt hij Madoffs verhaal aan te wenden voor een familiedrama, wat een totaal verkeerde klemtoon is. Cinematografisch is ‘The wizard of lies’ gewoonweg een kitscherige vertoning, met enorme contrasten qua kleur, dynamiek en spel, al naargelang de teneur van de scène. Michelle Pfeiffer loopt, in de rol van Bernie’s echtgenote Ruth, overigens verschrikkelijk te acteren. Ook in de andere rollen, met uitzondering van een uitstekende Robert De Niro, liggen de spanningen en de gevoeligheden er vingerdik op.

Net als Madoffs winsten zijn de emoties in deze film larger than life. Wanneer komt er een degelijke remake?

Complete kritiek: klik.

Wolf of Wall Street, The (2013)

Het grote geld is amoreel. Zelfzuchtig. Pervers. Egoïstisch. Hedonistisch. Oppervlakkig. Respectloos. Primitief. Het grote kapitaal heeft slechts één wens: zichzelf vermenigvuldigen. Trouw, vriendschap, engagement: het zijn relatieve begrippen – ze worden van harte verdedigd, tot er een prijs tegenover staat. Een prijs die de heren met het geld niet willen betalen. Want hun hobby is cashen, niet uitgeven, zeker niet ten koste van zichzelf, of hun aanzien, of hun vrijheid. ‘The Wolf of Wall Street’ toont dat met een overweldigende flair. Het is komedie en tragedie ineen: je lacht je te pletter om situaties die in feite het failliet van de laatste restjes menselijkheid in Jordan Belfort en kornuiten betekenen. Je weet uiteindelijk niet meer wat je moet voelen bij zoveel hartverscheurende hilariteit. Martin Scorsese weet het tempo ondertussen verschroeiend hoog te leggen, terwijl Leonardo DiCaprio een grandioze vertolking neerzet. Een tijdloos document dat je een paar keer in je leven wilt of moet zien? Misschien niet, maar wel een film die mensen vandaag moeten zien. Om te beseffen wat de jetset op Wall Street met onze zuur verdiende centen, de centen van de kleine man, uitspookt. Gruwelijk is het. En gruwelijk dynamisch in cinema omgezet.

Wonder Wheel (2017)

Woody Allen goes Eugene O'Neill?

‘Wonder wheel’ heeft klagende, mislukte, drammerige, opportunistische personages gemeen met talloze andere Allen-films, alsook bloedmooi vrouwelijk schoon, maar waar is de prikkelende humor, de impliciete zinnelijkheid, het geflirt met het intellectualisme, het cinematografisch kwajongensgehalte, de schalks-ondeugende ondertoon, enfin, jeweetwel?

Neemt deze film zichzelf ernstig, of doet Allen werkelijk een poging tot drama dat er existentieel op inhakt, terwijl zijn film eens te meer in een lichte saus van zelfspot en relativisme drijft? Wil de cineast op zijn leeftijd heus andere films gaan maken – terwijl hij sinds jaar en dag is gaan samenvallen met het cliché dat hij zelf heeft gecreëerd?

Boutade: het is nooit een goed idee geen vrede te hebben met jezelf.

Confer: ‘Wonder wheel’ – oneigenlijke cinema van een regisseur die zichzelf voor mijn part nog tien keer zou mogen plagiëren.

2,75*

Wonder Woman (2017)

Is dit wat we noemen: emancipatoire cinema? Ik geloof – nee, ik weet zeker – dat ergens in een Belgische kwaliteitskrant gelezen te hebben. Nou. Strakke pakken, keurig vormenspel, hier en daar een streepje bloot: niet bepaald wat je noemt emancipatoir, toch? Of zie ik dat verkeerd, dames?

Edoch, toegegeven: de slotconclusie van de film is interessant, althans voor een Hollywoodfilm. Dat goed en kwaad niet uit te roeien zijn, maar deel uitmaken van de mens en dat het omgaan met deze strijdige krachten juist onze grote opgave is als mensdom, nou, een revolutionaire gedachte zou ik het niet noemen, maar wel een waardevol idee dat de bezoeker van een doorsnee actievehikel misschien zou kunnen optillen.

Voor mij was het evenwel te laat om opgetild te worden. De brute actie, de stompzinnige psychologie, het ridicule historische kader: warm werd ik er niet van. Of het moet van die blote schouders geweest zijn. Emanci-oeps!

2,25*

Wonderful Story of Henry Sugar, The (2023)

Alternatieve titel: Het Wonderlijk Verhaal van Hendrik Meier

En nog maar eens vindt Wes Anderson de wetten van zijn medium opnieuw uit! Een film verhalen als een boek, hoe doe je dat? Juist, door de cinematografie te vertellen. Personages die de vierde wand doorbreken, decors die zomaar uit de lucht komen tuimelen, de ritmiek van een sneltrein, ...: het is in feite niets anders dan de verbeelding verbeelden, de fantasie van de lezer zichtbaar maken.

Anderson ontvouwt in ‘The Wonderful Story of Henry Sugar’ niet alleen het concrete narratief, maar ook maakt hij het metier zichtbaar, hij vindt met andere woorden een beeldtaal voor Roald Dahls onweerstaanbare evocatieve talent. Kijken en, al kijkend, literatuur zien geboren worden. Zien en tegelijk het imaginaire ogenschouwlijk gemaakt weten.

Enfin, Grote Kunst dus, in piepklein formaat, compact, zonder grote pretenties. Hulde!

3,5*

Wong Gok Ka Moon (1988)

Alternatieve titel: As Tears Go By

Na het weinig poëtische 'Chungking Express' vreesde ik dat al het oudere werk van Wong Kar-Wai nogal droogjes zou uitvallen. Ik had de vroege films echter al klaarliggen, dus kon ik net zo goed alsnog een gokje wagen. En met zijn debuut, 'As Tears Go By', zitten we duidelijk terug een klasse hoger dan bij het veel geroemde 'Chungking Express'. Immers, de film mag dan misschien wel baden in een allesoverheersend eighties-gevoel, Wong Kar-Wai houdt het strak en slaagt er in enkele persoonlijke visuele vondsten te injecteren. De beklemmende achtervolgingsscène na het potje biljart wordt met een overrompelende snelheid vastgelegd; de plattelandstaferelen louteren het stadse geweld, terwijl de finale ons terugvoert naar het begin - in een onverwachte eruptie van fysiek geweld in een ijskoude stijl. Ook het soort beelden waarvan de "frames" vertraagt zijn zagen we in 'Chungking Express' - daar zat de belichting beter, maar hier is het tenminste functioneel.

Met dit "onderkoelde" actie-drama grijpt Wong Kar-Wai bovendien een kans aan om zijn kunnen te tonen, en om hier en daar een knipoogje uit te delen. Wie denkt immers niet aan "il padrino" als (een sterk acterende) Andy Lau zelf een bezoekje brengt aan "the Godfather". De dreigende onderwereld kent voor Kar-Wai schijnbaar geen geheimen, zo geloofwaardig kan hij de bloedige confrontaties en het typische haantjesgedrag in beeld brengen. Bovendien zit hij steeds dicht op de huid van zijn personages - nergens dreigt 'As Tears Go By' voeling te verliezen...

Ook wat betreft de soundtrack zien we al een cineast die een duidelijk vooropgezet plan heeft: bepaalde leidmotieven lopen als rode draad door de film, en ondanks het nogal stereotiepe synthesizer-geluid kan het er hier nog net mee door. Tel daarbij uitstekend acteerwerk (zoals gezegd schittert Lau, maar ook Cheung doet het goed) bij op, en je hebt een film met de nodige vaart die al enigszins kan boeien. Dat Wong Kar-Wai zich daarenboven hier reeds opstelt als een begenadigd verteller die geweld en liefde tot een realistische, ietwat dromerige mengelmoes omdoopt, maakt het er alleen maar beter op.

Altijd fijn om zien, dit soort films. En bij deze gaat 'Bankok Dangerous' op de 'to see'-lijst.

3,25*

Woyzeck (1979)

Voorwaar, ik zeg u: “Jeder Mensch ist ein Abgrund…”

Klaus Kinski als gedoodverfde Woyzeck/Wozzeck? Geen speld tussen te krijgen! In een ingedommeld universum waar kapiteins dobberen op pseudo-existentieel gemijmer, dokters dromen van een wetenschappelijke doorbraak op basis van een erwtendieet en de onschuldige moederkloek Marie verlangt naar een beetje doodgewone mannelijke nabijheid, voelt Woyzeck het naderende onheil van een wereld die sluipenderwijs uit zijn voegen barst, onhoorbaar kapseist, zonder zichtbare sporen na te laten aan gruzelementen valt. Auw, wat doet dat pijn: die eenzaamheid, die uitzichtloosheid, die leegheid…

Symbolisch is dat Woyzeck aan dezelfde retoriek van zijn dorpsgenoten ten prooi valt, door te verwoesten wat hem het meest nabij is: zijn geliefde. Vervolgens wacht hem het – letterlijk – opgeslokt worden door die ondefinieerbare natuurkracht die van de elementen uitgaat. De verdrinkingsdood als enige mogelijke verlossing. Niemand laat een traan…en ondertussen is het dorp een roddel rijker. Een lijk, dus voer voor speculeren, kortom leven in de brouwerij…hoe cynisch!

Werner Herzog brengt het allemaal met een genadeloos metrum in beeld. Echt beklijven doet deze ‘Woyzeck’ evenwel nauwelijks, want wat staat tegenover de grauwe, hopeloze, alomtegenwoordige lelijkheid? Niets. Nietsigheid. Büchner had zich allicht in de handen gewreven bij een dergelijke evocatie, maar anno 2025 hebben wereld en mensheid een ander geluid nodig, medunkt.

2,5*

Wrath of Man (2021)

Alternatieve titel: Cash Truck

Het is allicht oud nieuws, maar bij deze nog even ter herinnering: een ‘Snatch’ of ‘Lock, Stock and Two Smoking Barrels’ zal Guy Ritchie allicht nooit meer maken. Sinds de ronduit wansmakelijke adaptaties van ‘King Arthur’ en ‘Aladdin’ heeft inhoud het bij de cineast schijnbaar definitief afgelegd tegen vorm. Zo ook in ‘Wrath of Man’.

Vakwerk op basis van een plot die zich gestaag bloot geeft, maar het is met de film zoals met de soundtrack, met name: een voortdurende herhaling van steeds hetzelfde motief. Geen diepgang (dat weet je al van zodra Jason Statham ten tonele verschijnt), louter opbouwende suspense en knallende geweren, culminerend in een shoot-out van ongeveer een half uur.

Voor testosteronfreaks: ja. Ondergetekende is echter geen vijftien meer. Kortom, het brein wil ook wat...

2,5*