• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.914 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.965 gebruikers
  • 9.370.105 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten JJ_D als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

C'est Arrivé près de chez Vous (1992)

Alternatieve titel: Man Bites Dog

Machtig toch, zo’n gitzwarte komedie van eigen bodem, zo’n film die zich van A tot Z buiten de grenzen der degelijkheid lijkt af te spelen? Het toont nog maar eens aan dat het niet meer dan wat lef en veel originaliteit vergt om inhoudelijk een bescheiden meesterwerk te maken. Want dat is ‘C’est arrivé près de chez vous’ ook geworden, zelfs in de stijl: de zware korrel en het bijhorende contrastrijke zwart-wit-palet maken dit een klein juweeltje voor het oog. Pure esthetiek valt er amper uit te puren; maar het heeft iets eigenzinnigs, dat het bizarre universum waarin Benoît leeft genadeloos evoceert. Des te belangrijker wordt deze film als we een decennium later een film als ‘Aaltra’ zien uitkomen, waarin hetzelde visuele kader en soortgelijke humor naar boven komt. Grauw en een tikkeltje sadistisch, het zit in het Waalse bloed zeker?

Laat ons echter vooral niet uit het oog verliezen dat ‘C’est arrivé près de chez vous’ voornamelijk om de inhoud draait. De grote kracht is dat de cineasten zich, ondanks hun geweldadige thema, nergens te buiten gaan aan expliciete horror. Het is vooral de opgewekte mens in Benoît die hem tot een ambigu karakter maakt, een ware psychopaat in een opgewekt jasje. Het regisseurstrio toont dat Benoît eigenlijk een product is van zijn maatschappij, dat hij er met zijn beide benen in staat en er niet ergens boven uit zweeft. Ga maar eens na hoe hij zijn intellectualisme gaat botvieren op iets als “sociale woningbouw” - deze man is ziek, ja, maar wie kan hem weerstaan?
Het mooie is dan dat ook in de vorm een kritiek op onze samenleving zit vervat, door het geheel als “reality tv” voor te stellen. Zo hebben we dus een gelaagd sociaal pamflet, al kijkt niemand ‘C’est arrivé près de chez vous’ op zo’n abstracte manier.

Immers, inherent aan de eigenlijke film kan er heel wat worden afgelachen, en dat was initeel ook de bedoeling. Wie proest het niet uit als Benoît zijn communie-aandenken verliest, of als hij goede vriend André genadeloos afknalt? Meteen daarna krijg je echter weer de bittere nasmaak van het absurde personage dat Benoît wel is – en zo worden we constant heen en weer geworpen tussen allerlei gevoelens. De nonchalante aanpak en het feit dat alles uit de losse pols is geschoten maakt het er alleen maar beklijvender op, alsof we dit gevaarlijk personage zelf dicht op de huid zitten. Ja, dit is cinema waarin een schoonheidsfoutje meer of minder absoluut niet van tel is.
De man die de hond bijt, de effectieve kern van deze film, is niet alleen ontzettend grappig, maar ergens ook menselijk en om die reden ook eindeloos fascinerend. Want geef toe, wie gunt het hem niet, een ondergang in poëtische glorie?
3,75*

C'mon C'mon (2021)

Een man reist het land door om bij monde van een resem kinderen te horen dat ze – ondanks alle ellende die ze voor zich zien opdoemen – toch nog hoop koesteren. Bij uitstek is dat immers de gave der minderjarigen: vertrouwen op een goede uitkomst, tegen beter weten in. Dat talent moet protagonist Johnny ergens onderweg zijn kwijt geraakt. Het ontluikt echter wederom…in verbondenheid met een verloren ziel.

Hoop. ‘C’mon C’mon’ ademt het. Uit al zijn poriën.

Citaten gesprokkeld uit Mike Mills’ persoonlijke inspiratiebronnen: gratuite name dropping of intuïtieve verdieping? Dat laatste! Ze vormen immers het intellectuele kader waarbinnen de cineast een universeel verhaal vertelt over wat de mens tot mens maakt. Allemaal bla-bla-bla? Jazeker, het bla-bla-bla dat voedsel geeft aan de haast onbenoembare zoektocht die een leven is. Wat ontbeert Johnny? Waarom staat hij iedere dag op? Hoe is zijn bestaan een puinhoop kunnen worden? Hij wist niet dat dit überhaupt relevante vragen waren, tot Jesse ze hem doet stellen.

Alles is Johnny kwijt geraakt. Moeder, zuster, lief: weg. Hij vlucht in een goedbedoeld project, dat hem – via een kind dat hij niet-professioneel ontmoet – terugvoert naar kernwaarden die hij, gegeseld door de hardheid van het bestaan, vergeten leek. Verbondenheid door openheid, eerlijkheid, kwetsbaarheid. Jesse laat, als uitvergroting van het modale rebellerende kind, zien dat ouders mogen falen. Want een kind opvoeden is, net zoals zorg dragen voor een moeder of een relatie met een geliefde onderhouden, de onvolmaaktheid van het zelf en van de ander accepteren. Of nog liever: omarmen.

Is dat wat ‘C’mon C’mon’ toont? Dat als we kunnen lief hebben wat imperfect, onaf of kaduuk is, we ook onszelf (terug) graag kunnen zien? Johnny kan met zichzelf leven omdat hij met Jesse overweg kan. Viv heeft haar psychisch zieke Paul nodig niet ondanks, maar om hoe hij is in zijn ziekte: puur, ongetemperd, onmogelijk...mens!

Is dat het woord: onmogelijk? Hoe onmogelijk zijn wij mensen! Voor elkaar, voor de planeet, voor de jeugd wier toekomst en wier kansen wij dreigen te verklooien in zowel maatschappelijk als ecologisch opzicht. Het is die onmogelijkheid, vanuit het verstand, die een mogelijkheid, vanuit het hart, open laat.

C’mon.

De mens vangt niet aan met het verstand, maar daar voorbij.

C’mon!

3,75*

Café Society (2016)

Een klassiek liefdesverhaal – zo klassiek als maar zijn kan. Ideaal dus om in handen te stoppen van Woody Allen, die nog maar eens op zwier gaat in zijn schijnbaar favoriete tijdsgewricht. De jaren ’30 – jawel, zo klassiek als maar zijn kan.

De o zo aantrekkelijke oppervlakkigheden van de “café society”, zoals het decadente allegaartje van filmsterren, politici, modellen en gangsters hier wordt genoemd, worden met de glimlach op de korrel genomen, net als de verscheurdheid van mannen en vrouwen die het tot over hun oren zitten hebben. En “zitten hebben”, dat heet: door de liefdesmicrobe geïnfecteerd zijn. De koorts van vlinders in de buik: Allen portretteert die hoogst amusant. En herkenbaar, verdorie.

Jesse Eisenberg is een pracht van een (klunzige) charmeur, Kristen Stewart moet vooral ongenadig mooi zijn. En dat is ze ook. Ze straalt, of nee, spat van het witte doek! Helaas moet ze aan psychologie inboeten omdat Allen vooral haar schoonheid in de verf wil zetten. Dat dit amoureuze duo geen enkele verantwoording lijkt te moeten afleggen aan de buitenwereld, doet de toeschouwer inzien dat de plot nogal dunnetjes is.

Net de concentratie rondom de onverklaarbare chemie tussen twee mensen, die blijkbaar door geen enkele omstandigheid kan gesmoord worden, is echter magisch. Zeker wanneer dat idyllische duet met sfeervolle jazz, heerlijke romantische clichés, de weergaloze skyline-van-Manhattan-gezien-op-een-dronken-ochtend-in-Central-Park en heel veel geestige geflirt wordt omkranst. Dan weet je: ‘Café Society’ is, ondanks zijn onvolmaaktheden, weer een fijne film.

O ja, van genoten!

3,25*

Call Me by Your Name (2017)

Een gestolen zomer. De dagen zijn lang, de nachten langer, de verveling oneindig. De hitte doet de zinnelijkheid in het landschap ontwaken. De uren sluipen voorbij, muziek en een nog onbestemde gerichtheid op het ik en op de ander zijn de enige factoren die de monochromie van het verzengende bestaan onder een brandende Italiaanse zon doorbreken.

Call me by your name and I'll call you by mine.

En... Een jongen voelt facetten van zijn seksualiteit ontwaken.
Facetten?

Intrinsiek: de sappige vrucht als lusthof, de nog stuurloze ontdekking van het begeerd worden (via Marzia) en de begeerte die de notie van begeerd worden induceert, het “noem me bij jouw naam en ik noem jou bij de mijne” (de ander als verzinnelijking/vleeswording van het allereigenste-allerpersoonlijkste-meest authentieke verlangen).

Extrinsiek: liefdeskoorts/verliefdheidskoorts na een onbegrijpelijke ontmoeting met een persona, die door zich bloot te geven langzaam maar zeker meer en meer persoon wordt – mens, en via die ontmoeting met de mens wordt ook Elio meer mens – het proces van de adolescentie, van kind naar man, loopt niet toevallig langs de seksualiteit, kortom langs de leerschool van het zichzelf verhouden tot de ander.

Then let me say one more thing. It'll clear the air. I may have come close, but I never had what you two have. Something always held me back or stood in the way. How you live your life is your business, just remember, our hearts and our bodies are given to us only once. And before you know it, your heart is worn out, and, as for your body, there comes a point when no one looks at it, much less wants to come near it. Right now, there's sorrow, pain. Don't kill it and with it the joy you've felt.

De wording van homoseksualiteit, maar ook: het kader waarbinnen die erotiek tot wasdom komt. Niet voor niets heeft Luca Guadagnino ontzettend veel aandacht voor de natuur enerzijds en voor het culturele raamwerk waarbinnen de personages zijn wie ze zijn anderzijds. De meid aan huis, de dienstknecht, de relaties met de dorpelingen: het privilege van een privéleven bestaat er niet – de keerzijde van deze open gemeenschap is dat het stilzwijgend verboden is zich aan die openheid te onttrekken.

En toch. Het mondiale klimaat is in beweging – tolerantie voor holebi’s en een nadruk op het individu als individu dienen zich in de tachtiger jaren krachtiger dan ooit aan. Dit gegeven gecapteerd in een hartroerende generatiekloof: de vader die zich nooit ten volle aan zijn geaardheid kon overgeven, de zoon die ostentatief toont wat hij voelt, zich nochtans bewust van de (anti)sociale consequenties van zijn uitdrukkelijke keuze (die uiteraard geen keuze is).

- Parce-que c'etait lui, parce-que c'etait moi. [...] What you two had, had everything and nothing to do with intelligence. He was good. You were both lucky to have found each other, because you too are good.
* I think he was better than me. I think he was better than me.
- I'm sure he'd say the same thing about you. Which flatters you both.

Een prachtig document over de liefde als onmogelijk verlangen – onmogelijk door afstand, conventies en etiquette. Een verscheurende onmogelijkheid...

3,5*

Capharnaüm (2018)

Alternatieve titel: Capernaum

Er bestaat geen kennis zonder context. Kraamde een groot filosoof dat ooit uit? Zo niet, dan is het hoog tijd. Of niet. Want nu Nadine Labaki ‘Capharnaüm’ heeft ingeblikt, hoeven de woorden eigenlijk niet meer gesproken te worden. De film illustreert de boutade namelijk treffender dan een zin ooit zou kunnen.

Ik bedoel maar: wie zijn rechters om een misdaad te beoordelen? En ook: wie zijn wij, Westerlingen, mannetjes en vrouwtjes die altijd een mening klaar hebben over ditjes en datjes, terwijl de feiten – en vooral de feiten achter de feiten – van een oneindige complexiteit zijn?

‘Capharnaüm’ neemt het publiek mee naar de achterkamers van een ongebreideld kapitalisme. Naar een plek in de wereld waar werk, gezondheid, liefde, enzomeer niet evident zijn. Een plek waar knokken de enige modus vivendi is. Een plek dat een jongentje met hart en ziel bekampt.

Hoe? Door weg te gaan. Naar? Elders. Een elders dat meer van hetzelfde toont: mensen die uitgerangeerd zijn, die niet meetellen, die door anderen gewoonweg opportunistisch worden uitgebuit. Die anderen representeren echter niet Het Kwaad, want wat zijn zij anders dan een zoveelste schakel in een nog groter raderwerk, een systeem dat ons uiteindelijk bedient in onze luiheid en onze indolentie? Een indolentie die we nota bene met man en macht verdedigen. Ten koste van…

Ah, even iets anders – iets anders dat over meer van hetzelfde gaat. Met name: hoe oncomfortabel mag cinema worden? Er zitten met name onverdraaglijke scènes in ‘Capharnaüm’, passages waarin Zain er van langs krijgt of Yonas als het ware wordt mishandeld bij gebrek aan betere mogelijkheden. Deze obligatie misdaad jegens zoiets onschuldig als een kind, beroert het hart. Net als de hele verhaallijn trouwens, die aan een verschroeiend zacht tempo (ideaal, in feite!) op de onafwendbare finale afstevent.

Een finale die liefhebbers van een heldere morele tweedeling vermoedelijk onbevredigd achterlaat. Echter, de realiteit verdraagt geen gemakkelijkheidsoplossing. Welk perspectief is in de rechtzaal immers niet te begrijpen – is hun kroost niet het enige afweermiddel dat de ouders hebben tegen de tergende onverschilligheid van de samenleving die hen verdraagt, als parasieten in een pels?

Enfin, woorden. Zinnen. Alinea’s. Over ‘Capharnaüm’, een film die woorden overtollig doet aanvoelen. En toch, toch zijn ze dat niet. Want hoe gaan we daar anders aan beginnen, aan die rechtvaardiger wereld?

(3,5*)

Captain Fantastic (2016)

Waar situeert zich het ideale leven? Aan de rand van de samenleving, voorbij de kantlijn van onze maatschappij? Voor wie, net als vader Ben, is opgegroeid binnen het klassieke circuit, kan een dergelijke afzetting, als het ware een zelf bevochten antithese inderdaad een aantrekkelijk alternatief zijn, een vluchtoord, een oase. Maar wat voor de kinderen, die onvrijwillig in de kantlijn worden geduwd? Ze verworden tot een experiment, tot ‘freaks’ die de banaliteit van de realiteit, van het flirten, van het shoppen, van de mens als individualist-consument niet kennen.

Wat een geluk! Wat een ongeluk! Zullen deze kinderen ooit kunnen aarden in deze wereld, of zijn ze gedoemd er altijd naast te leven, weg te kruipen in de kieren en de spleten van het bestaan? Uiteraard ligt de oplossing ergens in het midden. Het orgelpunt van ‘Captain Fantastic’ is het enige juiste: vader creëert idylle voor kinderen middenin de klassieke burgergemeenschap, zodat ze later zelf kunnen kiezen. Is dat immers niet wat een opvoeding moet doen: een kind voorbereiden op volledige autonomie?

Heb erg genoten van deze ‘Captain Fantastic’, al bevat de film naar het einde toe enkele vreemde twists. Het idee dat de stamvader van het gezin zijn kroost zou achterlaten omdat hij zichzelf nu eenmaal niet kan assimileren? Het is absurd, en discrepant met het eerder geschetste beeld van een pater familias die alles doet voor zijn kinderen. Niettemin blijkt het slechts een opstapje naar een hartroerende finale, triest en schoon, melanchool en warm…zoals we het leven allen moeten zien in te richten, lijkt me.

3,75* (en laten we van Noam Chomsky Day het nieuwe Kerstmis maken!)

Carlito's Way (1993)

Zwaar overschatte Brian de Palma-film, wat niet wegneemt dat ‘Carlito’s Way’ aardig wegkijkt en een mooie weergave is van wat een standaard misdaad-thriller allemaal moet bevatten qua ingrediënten. Pacino zet zijn personage zoals altijd met veel aplomb neer, maar tegelijk heeft zijn karakter deze keer een verfrissende dubbelzinnigheid over zich. Het is niet meteen duidelijk welke kant het met Carlito op zal gaan, en ondanks de voor de hand liggende plotwendingen zit het einde er niet van mijlenver aan te komen. Ook Penn (en de hele cast met hem) zet een goeie acteerprestatie neer, dus daar wringt het schoentje zeker niet.

Verfoeilijk is het walgelijke esthetische palet van ‘Carlito’s Way’. Een film is altijd een kind van zijn tijd, maar de nineties zijn hier overdadig aanwezig: zowel de belichting, het kleurgebruik, de aankleding als de dansmuziek (op de score valt immers niets aan te merken) vallen op door hun smakeloosheid, en dat bevordert de inleving voor de kijker uiteraard niet.

Djelle heeft het dan over diepe filosofische lagen, maar dat beschouw ik als zuivere nonsens - waarvoor mijn excuses. Waar het De Palma om draait is een spannende film in elkaar te steken, en daar slaagt de man in; punt, andere lijn.

De structuur is bijzonder transparant (tegenwoordig mogen zelfs gangsterfilms al iets meer hersens eisen van de kijker), wat een eenduidige thriller oplevert die moeiteloos van begin naar slot manoeuvreert. Geestig voor een keertje, maar de top100-notering is onverdiend.

3*

Carol (2015)

De ontdekking van een seksualiteit - de openbaring van een verliefdheid - de ontginning van een liefde. 'Carol' als authentiek portret van het momentum waarop mensen zich aan elkaar geven - eerst met blikken, dan met het gevoel, later met alles. Het is een reis van verlangen naar mededogen naar erotiek - eigenlijk het traject dat mensen afleggen wanneer ze onderweg zijn naar een ander (uniek in zijn/haar soort). Het is onze reis - het universele gevoel bevangen te worden door iets dat groter is dan... - dat Todd Haynes integer in beeld brengt. Net de holebicontext, waar alles met heimelijke blikken en halve gebaren moet gezegd worden, maakt de karakterisering ervan erg breekbaar. En uiteraard tragisch, zeker in een intolerant tijdsgewricht zoals datgene waarin Carol zich beweegt.

Wat...? Te weinig plot, teveel losse eindjes...? Wel ik vraag u, wat is het verhaal van uw leven? Of, wat is de essentie ervan, anders dan een historie die begon met een lonken waarin het eigenlijk allemaal al besloten lag? De weergaloze cinematografie (de kunst van het zien) - de prachtige, kwetsbare en zo verschillende vertolkingen van een ervaren Cate Blanchett en Rooney Mara als pure onschuld, het scenario vrij van ballast - alles, alles, alles: overweldigend.

Groots in zijn kleinheid.

4,25*

Cartas da Guerra (2016)

Alternatieve titel: Letters from War

Ik hou totaal van je. Tot het einde van de wereld.

'Cartas da guerra' is een videoclip bij poëzie. Een gefragmenteerde vertelling over een oorlog – en tegelijk: een film waarin de oorlog helemaal niet lijkt voor te komen. Of, nader gespecificeerd: nergens is de vijand te bespeuren. Alleen met de terreur die de vijand zaait moet het personage, de dokter-auteur, om kunnen gaan. En dan zijn er natuurlijk nog de innerlijke demonen - de eenzaamheid, het verlangen, de verveling, het afgrijzen - waarmee hij af te rekenen heeft. Dat alles in de broeierige hitte van Angola, de walm van de ene na de andere opgestoken sigaret, de leegte van de steppen, waarin zo af en toe het ongenadige verdikt van het gewapende conflict weerklinkt - een schot, een mijn. En in het hart: als een oorverdovend gefluister, de constante heimwee naar het Lissabon waar zij (zijn winterkat, zijn lief, zijn liefste lief) zich bevindt – een verdriet dat af en toe opflakkert bij het lezen van een brief van het thuisfront.

'Cartas da guerra' had als film meer narratief moeten bezitten om echt op te slokken. Bovendien is de taal van António Lobo Antunes van een dergelijke zinnelijkheid dat je haar zou willen savoureren op eigen tempo. Zalvend proza is het, deze combinatie van mantra's, smeekbedes, geprevel, gekonkel. De opeenvolging van zoveel talig genot is op den duur echter moeilijk te verteren, althans: de ontroering sijpelt naar binnen zonder nog ten volle gesmaakt te worden. Dus misschien maar beter 'Mijn winterkat, mijn lief' lezen in plaats van deze film te gaan zien? Cru gesteld, maar er zit iets in - denk ik/hoop ik.

3,25*

Casablanca (1942)

‘Casablanca’. Eindelijk nog eens zo’n zwoele klassieker die zijn status alle eer aan doet. Immers, dit is één van de weinige “vooroorlogse” films waarin alle karakters precies “juist” zitten. Er is een aangename portie humor, doorzeefd met een mengsel van verbittering, zoete romantiek en moed. Een cocktail die slechts enkelen tot een evenwichtig drankje zouden kunnen samenstellen, en volslagen onbekende Michael Curtiz doet het verdorie met verve.

Waarom werkt het? Juist ja, Bogart komt hier met zijn enigszins eigenwijze smoel volledig tot zijn recht, terwijl Bergman is wat ze moet zijn: snoezig. Het kader zorgt voor de nodige spanning (nu je het zegt, in 1942 moet deze film toch ontzettend actueel geweest zijn?), en de jazzy soundtrack vervolledigt het lyrische decor waartegen Bogart de liefde kwijtspeelt en ze vervolgens terug opoffert. As times go by, een mens leert bij. En Sam, die blijft tokkelen; de ‘chief of police’, die blijft corrupt en Casablanca bijft gewoon Casablanca. Hadden we uiteindelijk iets anders gewild?

Diep geëmotioneerd, zegt u? Nee hoor, de film laat ondanks zijn tragiek een zoete smaak na. En dat is precies wat we willen van een romantisch pareltje…
3,5*

Cashback (2006)

Ondanks het feit dat ik ‘Cashback’ een walgelijke film vind, kunnen we er heel wat uit leren. Zo toont Sean Ellis wat voor raar beestje “stijl” eigenlijk is. Zijn debuut ziet er namelijk vlekkeloos uit tot in de puntjes, de nadeloos getimede voice-over en de duidelijk uitgekiemde muziekkeuze incluis.

Ellis heeft echter de neiging om zijn film zodanig naar zijn hand te zetten dat alle naturel verloren gaat: visueel is 'Cashback' totaal overgestileerd, zodat elk object een soort steriele schoonheid krijgt die de kijker niet meer kan ontroeren. Is perfectie het absolute ontbreken van imperfectie? Dat betwijfel ik. Schoonheid is eerder het alledaagse in een esthetische context weten te plaatsen. ‘Cashback’ speelt zich echter af in een wereld van glitter en glamour-poppen, en daar heb ik persoonlijk geen boodschap aan.

Alsof alleen het beeldende palet echter nog niet genoeg naar Ellis’ hand was gezet, gaat ook de muziek volledig verloren in een onnatuurlijk streven naar de ‘juiste’ emotie. Elk nootje voelt weloverwogen aan, elk stukje klassieke muziek moet tonen hoe intellectueel 'correct' Sean Ellis wel is. Ik baal ervan. “Overdreven zeemzoeterig” is voor mij dan ook de enige typering die de ganse film behelst.

Daarenboven gaat er ook verhaaltechnisch het één en het ander fout. ‘Cashback’ heeft eigenlijk niets te vertellen, maar neemt zichzelf zodanig serieus dat je plaatsvervangende schaamte gaat voelen voor wat Sean Ellis schijnbaar als diep filosofisch beschouwt. Bovendien is het taalgebruik allesbehalve poëtisch, en zwelgen de personages in een zielig zelfmedelijden dat de kijker onder de gordel probeert mee te slepen. Wie stevig in zijn stoel zit kan alleen maar lijdzaam toezien hoe meer onwerkelijk de film wordt, met de minuut.

Mogen we zo vernietigend zijn? Ja, mits we ook de goeie kanten belichten. Echt saai wordt ‘Cashback’ immers niet (wel irritant, maar genoeg daarover), en een goede mop af en toe houdt ons bij de les. Meer kwaliteiten heeft deze film voor mij helaas niet.

Het Moviemeter-publiek stelt me eens te meer teleur, en waarschijnlijk ook vice versa. Ah, even goeie vrienden, nietwaar?

1,75*

Changeling (2008)

Nooit geweten dat Clint Eastwood zijn eigen muziek schreef. Of moet ik zeggen: muzak?

Kijk, het is een soundtrack die een uitstekende metafoor vormt voor de film als geheel. De riedeltjes zijn immers puur vakwerk, van A tot Z verzorgd, niets op aan te merken…en weinig oorspronkelijks bij te voelen. Cliché is hier niet echt het juiste woord, wel: voorgekauwd. Bij zowat al Eastwoods films van de laatste jaren zat ondergetekende zich overigens af te vragen: “mag ik ook zelfs eens iets denken, iets voelen, iets filosoferen?” Niet dus.

Toch is ‘Changeling’ geen barslechte film, en wel dankzij het indringende acteerwerk van onder andere Angelina Jolie (zucht!) en John Malkovich (zucht, zucht!), dankzij de ronduit verbijsterende plot, en – nog het meest – omdat de film toont dat wat vandaag vanzelfsprekend is (dat uitvoerende en wetgevende macht de burger dienen en niet bestelen) absoluut niet zo evident is als we zouden hopen. Voilà, het meest bloedstollende inzicht dat een mens aan ‘Changeling’ zal overhouden.

3*

Chasing Ice (2012)

“Ik heb helemaal niets met dat global warming gedoe…”
“Gelukkig wordt het niet al te prekerig.”
“Er veranderd inderdaad best wat.”

Nee, het gaat mij niet over de dt-fout in bovenstaande zin, wel over de wijze waarop wij nog steeds naar de problematiek van klimaatverandering kijken. Lees: te vrijblijvend. Als "best wat" in verandering, niet iets dat onze levens compleet kan omgooien, ja zelfs bedreigen. En net dit gebrek aan proportie in onze blik is wat ik ‘Chasing ice’ in zekere zin kwalijk neem. Lees: dat de spreidstand tussen klimaatdocu en biografie rondom James Balog niet echt geslaagd te noemen is.

De beelden zijn mooi, maar uit de losse pols geschoten, waardoor de film meer aanvoelt als het verslag van Balogs queeste dan als een verhaal over de planeet, een verhaal dat regisseur Jeff Orlowski absoluut moest en zou vertellen. Dan kan je opmerkingen: "was dat niet exact de bedoeling?" Dat klopt, maar het verhaal van ene James Balog is per definitie ondergeschikt aan wat Balog zelf probeert te documenteren met zijn foto’s. Een documentaire over wat Balog aan werk verzet heeft, zou met andere woorden vooral moeten gaan over wat hij op zijn omzwervingen aan bewijsstukken voor de opwarming van de aarde verzameld heeft. En over de gevoelsmatige impact van zijn indrukwekkende fotografische erfenis, een nalatenschap van Moeder Aarde dat we overigens nooit meer zullen terugzien! Uitroepteken!

Bovendien nodigen de handheld beelden en de soms rudimentaire cinematografische esthetiek niet uit tot ware identificatie, tot gevoelsmatige resonantie. Gemiste kansen dus. Heeft deze film daardoor een betrekkelijk klein publiek bereikt?

3* (voor wat 'Chasing ice' toont, niet zozeer hoe)

Chernobyl (2019)

Allicht is ‘Chernobyl’ de meest besproken miniserie van het voorbije jaar. Terecht ook, want de impact is niet te versmaden. Meer nog dan een haast documentair inzicht in de feiten rondom de kernramp, vangt de toeschouwer ook (en vooral!) een glimp op van de menselijke prijs van het drama. Zo is het verre van onlogisch dat Barry Keoghan in de gedaante van Pavel een rol aangemeten krijgt: de horror, het apocalyptische landschap dat achterblijft na het ruimen van het eerste puin wordt ook geëxpliciteerd, en net dat – hoe de catastrofe talloze gewone levens compleet op hun kop zet – blijkt een katalysator voor een empathische reflex die moeiteloos geografische en historische grenzen overschrijdt.

Overigens lang geen polariserende anti-Sovjetpropaganda, deze reeks, want door in te zoomen op “the cost of lies” wordt fake news en de eigen waarheid die autoriteiten rondom bepaalde gebeurtenissen verzinnen het belangrijkste motief. Daar zullen ze in het Amerika van Trump wel oren naar hebben? Voor het overige is de cinematografie fantastisch, de soundtrack huiveringwekkend, de opbouw superbe en, euhm, wel, nou, wat je maar wil: deze serie heeft het.

Soms maken woorden een indrukwekkende ervaring kapot, niet? Dus zit er niets anders op: kijken, kijken!

4,25*

Chung Hing Sam Lam (1994)

Alternatieve titel: Chungking Express

Enkele maanden geleden gezien, en er toen (voor school) de volgende slotconclusie over geschreven:

... Laat me echter nog een laatste keer analyseren wat ‘Chungking Express’ nu precies “inferieure” cinema maakt. De beeldende stijl is ten eerste niet overtuigend genoeg: het losse geëxperimenteer van Doyle en Kar-Wai dient geen hoger doel en leidt nimmer tot ontroering. De banale karakters hadden een interessante spiegel kunnen zijn voor de kijker, maar gezien de obscure setting komen de behandelde thema’s absoluut niet universeel over. Het feit dat de film volgestouwd wordt met ideeën zorgt er tevens voor dat de kijker de indruk krijgt van een ‘overladen’ film gezien te hebben, niet eens zo’n gekke bedenking in de context van het strak gestileerde van Kar-Wai’s latere films (waar dat dan weer minder tot niet opvalt).

‘Chungking Express’ getuigt, voor mij, van een gebrek aan maturiteit: de cineast wil tegelijk alle richtingen uit, en schudt zowel de camera als de kijker daarbij spastisch heen en weer. Moet hieruit blijken welk groot cineast Wong Kar-Wai heden ten dage is? Misschien wel, in enkele mooi gecomponeerde beeldflarden. Behoort men hieruit af te leiden dat Wong Kar-Wai 10 jaar later diepzinnige, oprechte en hartverscheurende scenario’s zou schrijven? Ik dacht het niet, al durven velen het tegendeel beweren. Jammer, maar helaas.

Cike Nie Yin Niang (2015)

Alternatieve titel: The Assassin

Ethiek geeft de wereld kleur – van het pad des verderfs zwerft Yinniang naar een bestaan als mens – geëngageerd, trouw, een moreel wezen.
Tegenover feodale intriges plaatst Hsiao-Hsien Hou de mystieke kracht en de etherische schoonheid van de natuur. In fenomenaal gecomponeerde tableaux schildert hij mensen van vlees en bloed, in mistige landschappen toont zich de ongrijpbare ziel van de film, met kleurfilters worden heden en verleden subtiel van elkaar gescheiden, enzovoort, etcetera.

Ah, genoeg bekijks in ‘The assassin’, maar de verhaallijn is te moeilijk doordringbaar. Wie is nu precies verwant aan wie (?), wie wil wie nu precies om het leven brengen (?) en waarom staat de een de ander naar het leven (?) – het is misschien bijzaak, context allicht, wie weet zelfs ballast, maar de toeschouwer moet er zich voor kunnen interesseren om ruim anderhalf uur geboeid te blijven kijken.

Kortweg: veelbelovend, weinigvervullend.

2,5*

Civil War (2024)

Lee Miller (Kirsten Dunst), een oorlogsfotografe op pad. Jessie (Cailee Spaeny) is haar spiegel, haar jongere zelf, haar verleden, haar toekomst. Net zoals de historische Lee Miller, wier foto’s van Dachau mee aan de wieg stonden van wat vandaag verslaggeving uit conflictgebieden is.

Met ‘Civil War’ probeert regisseur Alex Garland de dynamiek achter dit metier te documenteren. Het is waaghalzerij, weggelegd voor mensen die nergens aan lijken vast te hangen, niets te verliezen hebben behalve hun eigen leven, en bereid zijn alles in de waagschaal te stellen voor dat ene beeld, die sprankel authenticiteit die feit van fictie onderscheidt. Heroïek? Ten dele. Maar evengoed idiotie. Een absurde verslaving, tegen elk gezond verstand in. Willens nillens, een moeten. Een roeping.

Alex Garland trekt helaas iets te veel de verheerlijkende kaart. Interessanter dan het portret van journalisten die voortdurend hun leven riskeren, is de eigenlijke burgeroorlog waarnaar de film vernoemd is. Een apocalyptische spiraal van vernietigingsdrang, een nietsontziend nihilisme, dat met mensenrechten noch conventies van Genève en wat dies meer rekening houdt. Geweld wordt met nog groter geweld beantwoordt. Wetteloosheid keert als een boemerang terug in het gezicht van wie haar verheerlijkt, onder de vorm van complete straffeloosheid.

En is dat niet de grootste gruwel die ‘Civil War’ documenteert? Dat als het kwaad met kwaad wordt bestreden, het bloedvergieten nimmer zal eindigen? Dat als soldaten trots poseren bij een zopas vermoorde president, zijn aanhangers wederom zinnen op wraak? Het slotbeeld heeft iets bijzonder cynisch, zeker in de context van deze film: is oorlogsjournalistiek zinvol, als ze de duivel in de mens laat zien? Homo homini lupus

Stof tot nadenken dus. Zo ook onderweg. Garland laat een Amerika in lichterlaaie zien, een aan flarden geschoten land waarin niemand meer een idee heeft van wat goed is en wat niet, wie de vijand en wie te vertrouwen. De fotografie – het mocht gezien de thematiek uiteraard niet anders zijn! – is fenomenaal, zeker van de apocalyps terwijl die zich voltrekt.

En vraag is dan: hoe ver zijn we van een dergelijke ramp verwijderd, als een haatzaaiende leugenaar die werkelijk nergens voor terugdeinst straks opnieuw president van de Verenigde Staten wordt? Ronduit huiveringwekkend is dat Garland de schijnbare onmogelijkheid van een burgeroorlog tastbaar maakt, en aantoont hoe het leven van alledag in een nimmer eindigende nachtmerrie kan veranderen. Zomaar, in een vingerknip. Door welgeteld één man. Opgepast, POTUS!

Samengevat, als portret van dappere lui die alles wagen voor de waarheid: fraai, zij het niet gevrijwaard van sentimentaliteit – en in de finale ook huiveringwekkend, want Jessie laat Lee als kadaver achter in haar honger naar een foto van betekenis…als dat moed en toewijding is, dan voelen die termen ineens ijskoud aan. Evenwel als rappel voor diegenen die de afbraak van de rechtstaat die in diverse landen stukje bij beetje realiteit wordt als een mineur nieuwsfeit afdoen: een mokerslag.

3,25*

Close (2022)

Close. Dichtbij.
Close. Op slot.

‘Close’ laveert van nabijheid naar afstand.
Een jongen sluit de deur voor een kameraad. Voor die kameraad, wordt een deur uit zijn hengsels getild – tevergeefs…

Net als in ‘Girl’ verstaat Lukas Dhont klaarblijkelijk de kunst van de suggestie. Hij legt immers lang niet alles uit. Waarom neemt Leo afstand van Remi? Niet omdat hij ophoudt te voelen. Wel omdat de blik van de buitenwereld hem angst aanjaagt. Het idee voor “iets” (homoseksueel) te zullen doorgaan: dat schrikt toch alleen diegene af die bang is voor een waar woord? De toeschouwer komt Leo’s geaardheid nimmer te weten, maar precies door te verzwijgen wekt op onnavolgbare wijze een tragische suggestie. De regisseur zoomt immers in – close-up! – op het lijden.
De densiteit van de afwezigheid.
De nabijheid van het niet-zijn.
Het dichtbij van het altijd ver weg.

Ah, aan visuele metaforen geen gebrek. Bijvoorbeeld steeds weer het rennen, het fietsen, het ritme van het jonge leven dat o zo gulzig geleefd wordt, alsof deze kinderen de tijd zelf willen inhalen – compleet onwetend dat dit de mooiste jaren van hun bestaan behoren te zijn.
Hoe slapen verglijdt naar insomnie – het bed als brandpunt van het (niet-)daarzijn.
Of Leo die fysieke grenzen opzoekt en overschrijdt, om niet te hoeven voelen. Het gips als pantser, zij het dat de psyche nooit een harnas zoals op de ijshockeypiste verdraagt.
Remi’s moeder op haar beurt op de neonatologie, zij die dagelijks het leven koestert doch het zo onverwacht ineens verliest.
Terwijl Leo’s ouders, misschien zonder het goed en wel te zien, de bloemen van het fortuin plukken en verplanten.
En dat terwijl broerlief luidop droomt van een wereldreis, van weglopen uit een dagelijkse sleur waar Remi’s ouders alles voor zouden geven
...

Jazeker, alle parameters – van narratief en scenario over soundtrack tot cinematografie – vallen uitstekend in de plooi. Misschien zelfs zodanig dat dit pure vakmanschap haaks staat op de diepe tragiek die Dhont probeert te verbeelden.
Kan pijn té mooi zijn, te zeer geësthetiseerd om als een mokerslag te ervaren? Misschien. Misschien blijft ‘Close’ daarom een uitnemende film, die evenwel de adem niet beneemt, zoals ‘Girl’ dat wel deed.

3,5*

Cobra Verde (1987)

Na de kritiek van Jeroen123 eigenlijk niets meer toe te voegen. Als personage wordt Cobra Verde nauwelijks geïntroduceerd, waarna zijn lotgevallen inderdaad bijzonder bizar aandoen. Het lijkt alsof Herzog zich nauwelijks voor de plot heeft geïnteresseerd, maar veeleer een excuus zocht om ergens in West-Afrika lokale gebruiken te kunnen filmen. Van post-kolonialisme was er anno 1987 duidelijk nog geen sprake, integendeel: gaan hier honderden Afrikanen moedwillig uit de kleren, of maakt Herzog van hun onbekendheid met de reikwijdte van zijn medium misbruik om ze zogenaamd authentiek te kunnen vastleggen?

Finaal lijkt het alsof ‘Cobra Verde’ gewoonweg naar het slotbeeld toewerkt: Klaus Kinski en diens Sisyphusarbeid…of nog: de onmogelijkheid van de mens om van zijn lot weg te lopen, vooral als dat door andere, overstijgende krachten gedicteerd wordt, hetzij ingegeven door financiële motieven, hetzij door spirituele. Hoezeer Cobra Verde (wie heeft die naam in godsnaam bedacht?) ook een vrijbuiter lijkt, aan dergelijke dynamieken ontsnapt niemand. Zelfs niet de meest gevreesde bandiet van Zuid-Amerika.

Dit gezegd zijnde, 'Cobra Verde' is een regelrechte miskleun, hoewel Herzog ook nu weer beelden op het netvlies brandt. Zoals Kinski, eenzaam over zijn correspondentie gebogen, aan een ellenlange lege tafel, tussen vier beschimmelde muren. Als afbeelding van Schopenhauers tragische geworpenheid als mens kan dat tellen, niet?

2*

Coco (2017)

Hooggespannen verwachtingen? Ja, dat komt er van. Van een filmografie met titels als ‘Inside Out’, ‘Up’, ‘Wall-E’, ‘Ratatouille’, ‘The Incredibles’ en ‘Finding Nemo’. Dan is het geen wonder dat ‘Coco’ het publiek achterlaat met het gevoel dat er nog meer had ingezeten. Ah, we zijn immers vergelijkende wezens – en net daaruit ontkiemt alle bitterheid. Want los van elke referentie is ‘Coco’ gewoonweg geweldig – ook dat moeten we onder ogen zien. Vooral dat, eigenlijk.

Eens te meer slaagt de tandem Pixar/Disney er in om essenties uit te lichten. Dat geluk in het leven niet schuilt in uiterlijk vertoon, ambitie of succes, bijvoorbeeld, maar integendeel in oprechtheid, in familie en in datgene doen waar je in gelooft. Het kan bovendien geen toeval zijn dat de makers het verhaal situeren in Mexico, dat land dat door Trump en aanhangers/aanhangsels als een prehistorisch artefact wordt afgedaan waar Amerika kost wat het kost van moet worden afgeschermd. Coco & co laten echter zien hoe rijk de cultuur is achter die muur waar de president over droomt. Hoe men er geen mateloos consumeren aanbidt, maar dichtheid, warmte, traditie. Een hartverwarmende tegenpool voor de Verenigde Staten, als het ware. Enfin, mijn hart is er nog van aan het gloeien.

Warm? Warm, ja. Warm aanbevolen.

3,5*

Coda (2021)

Een film die misschien al duizend keer gemaakt is. Vol wandelende archetypes, een plot die zich blindelings laat voorspellen, het nogal stereotiep bespelen van de gevoelige snaren, … En toch, toch is ‘Coda’ een wonderlijk mooie film.

Omdat Sian Heder weet waar hij mee bezig is, en vooral niet probeert als cineast het warm water uit te vinden. Omdat er integer vertolkt wordt, wars van grote gebaren. En omdat het conflict tussen plicht en verlangen, de frictie tussen individu en collectief, de wrijving tussen verleden en toekomst universeel is, van alle tijden en van overal.

Coming of age zoals we dat allemaal hebben beleefd: met klamme handen, een krop in de keel, benauwd, beschaamd, en juist omwille van dat alles oneindig puur en authentiek. ‘Coda’ kan – als geromantiseerd filmproduct – uiteraard alleen bestaan op het witte doek, en toch lijkt het materiaal van de film weggelopen uit het leven zelf.

Dus? Ontroerend, ja, simpelweg: hartveroverend! Hoewel een Academy-jury mijns inziens een ander soort cinema zou moeten bekronen (avontuurlijker), begrijp ik deze blijk van erkenning wel. Het vakmanschap, de integriteit, het ritme, de muziek: zeg nu zelf, zelden valt een film zo volmaakt in de plooi, toch?

3,5*

Coeur En Hiver, Un (1992)

Alternatieve titel: A Heart in Winter

Toen ‘Un Coeur en Hiver’ toevallig in de pakketservice opdook, dacht ik dat de naam Claude Sautet ergens in de verte wel een belletje deed rinkelen. Bovendien ligt het onderwerp mij (als klassiek-, lees Ravel-“liefhebber”) wel, dus daarvoor moest ik het zeker niet laten. En uiteindelijk was het de ensemblecast (Daniel Auteuil en Emmanuelle Béart zijn toch grote namen in de Franse cinema) die mij deed intekenen op de lijst.

Het resultaat stemt mij echter eerder ongelukkig. Eerst en vooral heb ik een hartgrondige hekel aan alles dat ook maar naar de nineties ruikt, en de aankleding doorheen de ganse film is werkelijk spuuglelijk. Bovendien staat Auteuil anderhalf uur lang met een vreemde frons te acteren, waar je al na een klein uur op uitgekeken raakt.
Ook de plot laat nogal te wensen over: het is meteen duidelijk wat Stéphane en Camille voor elkaar voelen (onvermogen tot liefde, laat me niet lachen! ), maar helaas blijken zij niet bij machte om de liefde bij elkaar af te lezen. Dat levert een film op die uiteindelijk veel sneller zou kunnen verlopen (ook gezien Stéphane’s totaal irrationele reactie als Camille haar gevoelens opbiecht), en die geen bij de haren gesleurde subplot nodig heeft over “een vriend helpen sterven” (waarbij Auteuil dan plots wél het vermogen aan de dag legt om lief te hebben? ).

Het is echter niet allemaal kommer en kwel. De Ravel-interpretaties zijn werkelijk heerlijk, ook al worden ze zodanig overdreven over het scherm uitgesmeerd dat het haast belachelijk wordt om zien. Ook met het einde was ik, ondanks alles, behoorlijk tevreden: Stéphane en Camille die allebei ongelukkig blijven (in hun verlangen naar elkaar), Maxime (die zichzelf als overwinnaar beschouwt) verliest het pleit, ook al weet hij het zelf nog niet.
Veel potentieel toch, in deze film, maar te slapjes uitgewerkt. Claude Sautet kan ik vanaf nu dan ook voor de rest van mijn leven vergeten…?
2,25*

Colette (2018)

Nu #kunnenzijnwiejebent door de Belgische nationale omroep tot kerstthema is uitgeroepen, kan ‘Colette’ niet relevanter zijn. Voorvechtster van vrouwenrechten, gendervrijheid, het doorbreken van seksuele conventies en tegelijk (zij het slechts een beetje?) avant-gardiste binnen het kunstenaarsmilieu: een mens vraagt zich af waarom Sidonie-Gabrielle Colette vandaag geen ronkende naam is waar kunsthistorici geen genoeg van kunnen krijgen.

Omdat…Colette een vrouw was, in een tijd toen vrouwen per definitie in de schaduw van mannen moesten opereren? Zo bleef haar gevecht op velerlei fronten een guerrilla, een schermutseling in de achterhoede, een langzaam gevoerde strijd die tot op vandaag voortduurt…doch waar zij wel degelijk het fundament voor heeft gelegd!

Keira Knightley zet het titelpersonage neer zoals ze moet geweest zijn: tegendraads en uitdagend, maar ook kwetsbaar en hoogst intelligent. Per ongeluk voegt Knightley er haar onweerstaanbare uiterlijk aan toe. Et voilà, ziedaar het recept voor een prachtige historische film. Hoewel Wash Westmoreland (wie?) netjes binnen de lijntjes van de traditionele genrefilm kleurt, is de cinematografie geraffineerd, de muziek intrigerend (Thomas Adès horen flirten met Ravel, Satie en bij uitbreiding het fin de siècle als smeltkroes van romantiek en impressionisme...heerlijk!) en het tempo nagenoeg perfect. Kraaknet vakwerk dus, evenwel verlevendigd dankzij acteurs, regie en compositie.

Kijken, kortom!

3,5*

Complete Unknown, A (2024)

Een weinig malse biografie, en dat voor een nog levend kunstenaar. Het zal wel aan Bob Dylans pantser liggen, dat het hem allemaal weinig doet? Doorheen ‘A complete unknown’ lijkt de jongeman immers onverschillig – of is het een vorm van emotionele incompetentie? – voor zijn naaste omgeving. Hij kwetst de vrouwen die hem liefhebben, hij verraadt diegenen die het in het eerste uur voor hem hebben opgenomen. Zonder verpinken. Men kan daarin de kracht van het soevereine genie zien, kortom de film als ode aan onverschrokken kunstenaarschap, dat de grenzen van sociaal fatsoen nu eenmaal met de voeten mag treden, zolang de artisticiteit ermee gebaad is.

Toch lijkt James Mangold, overigens zonder echt expliciet te worden, een ander beeld op te hangen, met name dat van een opportunist, die in wezen niets heeft met raciale ongelijkheid of socio-maatschappelijke strubbelingen, maar er als popicoon wel zijn voordeel mee doet. Dylan als zelfgecreëerde legende, als leugenachtig embleem voor een gevecht dat nooit het zijne is geweest?

Misschien is de morele ambiguïteit een zwakte van de film – een criticus verklaarde het problematisch te vinden dat de toeschouwer Bob Dylan niet helemaal kan doorgronden – maar evengoed kan het een sterkte zijn: het publiek mag zelf oordelen, zich zelf een idee vormen, het personage wel of niet sympathiek vinden. De vertolking van Timothée Chalamet is al uitvoerig bewierookt, maar dit moet eenieder hem toch nageven: ook hij weet, vanuit een nochtans sterke incarnatie, het personage enigmatisch en moreel complex neer te zetten. Zeker een surplus voor een film die verder – helaas – de scherpe kantjes van Dylans verleden vijlt. Gaat het gerucht niet dat hij frequent marihuana, amfetamines en LSD consumeerde, naast alcohol? Een dergelijke authenticiteit gaat Mangold jammerlijk uit de weg, maar dat is het ‘m net: ‘A complete unknown’ lost nauwelijks iets over Dylans ware verleden, dat hij overigens zelf actief mystificeerde.

Ruim twee uur intrigerende cinema en nog steeds min of meer onbekend: we moeten dat toch als een prestatie zien?

3,25*

Conclave (2024)

En of Edward Berger zijn stiel verstaat! ‘Conclave’ is onweerstaanbaar vakkundige cinema: met thrillerallures in beeld gebracht, en nagenoeg perfect opgebouwd richting intrigerend deus-ex-machina. Ondertussen ontploft vlak buiten het Vaticaan nog een obligate autobom, kwestie van de actualiteit nog prangender in het gezicht van de toeschouwer te laten exploderen. Nou! En! Of!

Onderwijl tekent Hauscka voor een bloedstollende score en zet een reeks klassebakken een handvol feilloze archetypes neer. Kortom, alle punten voor de voortreffelijke leerling die Edward Berger heet? Niet helemaal, want het narratief doet wel erg aangedikt aan, en de cinematografie legt de suspense er vingerdik op.

Dat betekent: graag gezien, maar omwille van het entertainmentgehalte en de kunstgrepen allicht ook snel vergeten…

3,25*

Conseguenze dell'Amore, Le (2004)

Alternatieve titel: The Consequences of Love

Het gevolg van een liefde – een liefde voor cinema? Een film vol liefde voor cinema. Fenomenale composities, een grote stilistische aandacht en concentratie, kortom een prikkelende en zelfs intelligente beeldtaal…het kan niet op. Eens te meer hoed af voor Paolo Sorrentino.

Het gevolg van een liefde – een liefde voor fantasie? Een film die begint met fantasie (citaat), en er eigenlijk ook mee eindigt (afwikkeling). Of nog: een film vol fantastische elementen. Het absurde, het ongelofelijke, het spanningsveld tussen mogelijkheid en je reinste dromerij…het is een intrigerende mentale setting.

Het gevolg van een liefde – een liefde voor een barmeisje? Een film met herkenbare elementen – hoewel de toeschouwer meekijkt over de schouder van een wel erg atypisch personage. Daar wringt allicht ook het schoentje: invoelbaar is 'Le Conseguenze dell'Amore’ weinig. Bovendien ligt het tempo erg laag, en mis ik de abstracte lagen die zowel ‘La Grande Bellezza’ als ‘Youth’ onweerstaanbaar maakten.

Kortom, echt onder de indruk? Nee.

Eigen vermoeidheid, of toch een probleem van de film? Met slaap die je van kop tot teen overmant, weet je dat nooit zeker. Hier is het de subjectiviteit die spreekt, m'neer.

Nou. De feiten zijn de feiten. Met name: geeuw.

2,75*

Contratiempo (2016)

Alternatieve titel: The Invisible Guest

De perfecte misdaadfilm? Nou, ik weet het nog zo niet. Regisseur Oriol Paulo houdt het spannend tot in de finale, waarbij hij onderweg laat zien dat elk verhaal uiteindelijk een mogelijke versie is van een onkenbare waarheid. De verleden tijd wordt als het ware geschreven, in scène gezet door diegenen die het kunnen betalen. Niettemin is de werkelijkheid niet maakbaar, hoezeer de advocatuur dat ook wil laten geloven.

Geen oninteressante bijgedachten zijn het, bij een bloedstollende film die het grote gebaar niet schuwt, net zoals de soundtrack bombarie niet uit de weg gaat. De toeschouwer zit bijgevolg vanaf de eerste minuut aan het beeld gekluisterd en tuimelt blindelings in het vakkundig opgezette cinematografische spelletje, om aan het einde van de rit – hoe kan het ook anders? - bedrogen uit te komen. Jazeker, dat is een kunst, maar is dit wat we van het misdaadgenre willen: een onoplosbaar kluwen, in een het ootje genomen worden binnen een plot die zich niet laat ontrafelen behalve wanneer het scenario alles netjes voorkauwt?

Enfin, 'Contratiempo' is ambachtelijke cinema van de hoogste orde, maar verheffend? Nee dus. Doe mij maar ‘The Usual Suspects’ – elegantie, humor, suspense doch met relativering, veel liever dat dan deze zweterige les zedenleer...

2,75*

Control (2007)

Mooie film, maar eigenlijk had ik er nog meer van verwacht. De zwart/wit-fotografie van Anton Corbijn is inderdaad heel mooi, maar ook weer niet verbluffend. Manchester is de ideale stad om in grijstinten vast te leggen, en met ‘Control’ is het eens te meer bewezen; maar een extra dimensie? Nee, die weet Corbijn er niet bepaald in te leggen: daarvoor blijven zijn plaatjes te zeer gericht op het registreren van de figuur Curtis en gaat de cineast geen eigen leven lijden. Een keuze die we hem, als debutant, echter gemakkelijk kunnen vergeven…

En nu we het toch over Curtis hebben, Sam Riley zet een doorleefde vertolking neer, die hem hopelijk wat naambekendheid zal opleveren. Helaas is er ook hier een “maar” aan verbonden: de figuur ‘Ian Curtis’ komt immers niet verpletterend uit de verf, integendeel, de vraag naar wie of hoe hij geweest is wordt er alleen maar groter op. Was hij een overgevoelig intellectueel of een lichtgeraakte burger, een muzikaal genie of een regionale snotneus? Het zijn vragen waar Anton Corbijn alleen maar uitroepingstekens bij plaatst, in plaats van ze daadwerkelijk te beantwoorden. Bovendien kan ik me niet ontdoen van het gevoel dat 2 uur wel erg veel is voor dit verhaal, en wie niet echt van de muziek houdt durft al snel even wegdromen... Schande, schande, schande!

Of misschien speelt mijn vooringenomenheid me weer parten en is ‘Control’ gewoon een schitterende film? Over x-aantal jaar krijgt u een antwoord van me. Tot dan moet u het stellen met deze halfslachtige review, waarvoor mijn excuses.

3,25*

Copying Beethoven (2006)

Totaal overgeromantiseerd stuk cinema dat enkele goeie momenten heeft, maar over het algemeen niets dan cliché's voorschotelt en bij de uitvoering van de negende alle geloofwaardigheid verliest: de ficiteve Anna Holz met haar onwaarschijnlijk muzikaal orgasme (mooi woord voor één van de slechtse filmmomenten van het jaar ), de eentonige cameravoering (Anna naar Ludwig en terug, een 15-tal keer ) en de ruwe onderbreking door het schudden van het beeld bij de climax, alsof de muziek niet voor zich spreekt ( )... Heel erg arty-farty, als je het mij vraagt.

Bovendien maakt Harris (of beter: de scenarist) van Beethoven meer een karikatuur dan een emotioneel figuur, en zit de film voor de Beethovenkenner (wat ik zelf overigens niet pretendeer te zijn) vol fouten (doofheid) of onvolledigheden (de relatie t.o.v. neef Karl?)...

Onder het mom van waarheidsgetrouwe biografie zoekt Agnieszka Holland doodgewoon naar een groot publiek - dat ze met 'Copying Beethoven' niet zal bereiken: de modale kijker is niet geïnteresseerd, de filmfan vind er niks aan.

Mijn conclusie: terecht geflopt in Amerika, waarschijnlijk volgt Europa.

2*

PS: Waarom trouwens geen pianosonates in de score?

Corporation, The (2003)

Een beetje raar, om na vijf jaar dit topic weer eens wakker te schrijven.

Aansluitend op al het bovenstaande: dat deze documentaire botsende meningen genereert, is op zich al een verdienste, niet? Uiteraard staan Jennifer Abbott en Mark Achbar aan een bepaalde kant van het politiek-ideologische spectrum, maar ze laten niet na om ook de grote bedrijfswereld een stem te geven – zij het vakkundig gemonteerd, zodat de meest pijnlijke passages uit de interviews eerder het eigen gelijk bevestigen dan het tegen te spreken. Is dat helemaal eerlijk? Nou, nee. Hoewel we ons moeten realiseren dat te veel nuance de boodschap zou kunnen ondergraven.

Hoe dan ook stelt ‘The Corporation’ een belangrijke vraag: wie draagt de morele verantwoordelijkheid voor wat grote bedrijven doen en waar ze voor staan? Is het de consument, zijn het de werknemers, of toch de aandeelhouders en de CEO? Abbott en Achbar benoemen de economische logica van waaruit ‘externaliteiten’ zo veel als mogelijk uit andermans zak bekostigd moeten worden als een consequentie van een fixatie op louter het financiële aspect van ondernemen. Wat dat betreft blijft de getuigenis van de Wall Street broker alleszins bij: de WTC-torens storten in, en men denkt onmiddellijk in termen van de goudprijs. Hoe ontkoppeld van mens en samenleving kun je zijn?

Net deze dissonantie, of in psychiatrische termen 'dissociatie' – een corporation als instrument voor monetair gewin zonder ook maar enig maatschappelijk winstoogmerk – maakt dat kapitalisme op psychopathische wijze kan luxeren, en deze luxatie lijkt tegenwoordig zelfs een voorwaarde voor grote spelers om groot te kunnen worden. De norm, dus. Dat is geen propaganda, dat is realiteit. Dat moeten we anno 2020 toch kunnen benoemen? Weliswaar zonder alle ondernemerschap daarmee af toe doen als immoreel en monsterlijk, dat spreekt.

3,25*