The Other Guys is een leuke onzinfilm over twee politiedetectives die het bureauwerk de rug toekeren en zich met de actieve misdaad gaan bezighouden. Ze worden prettig gespeeld door Will Ferrell en Mark Wahlberg. Ze zijn het hart van de film en vormen een onwaarschijnlijk duo. Aangezien komedie en onwaarschijnlijk goed samen gaan, werkt dat dus prima. Zoals vaker speelt Ferrell een personage dat met grote ernst de meest belachelijke handelingen verricht en de meest belachelijke teksten uitspreekt. Type nerd en tevreden met zijn bureaubaan. In tegenstelling tot Ferrell is Wahlberg blij dat hij het bureau de rug kan toekeren. Hij is van de actie. Een leuk contrast dat de absurditeiten van Ferrell nog eens extra beklemtoont.
Een ander geslaagd contrast dat op de lachspieren werkt is het contrast tussen de nerd Ferrell en zijn bloedmooie vrouw Eva Mendez. Een looser en een droomvrouw en aanleiding tot leuke humor. Dwayne Johnson en Samuel L. Jackson doen mee. Hun optreden is van korte duur maar de badass cops die zij spelen zijn een geslaagde parodie op de badass cops in een no-nonsense actiefilm. Hoewel The Other Guys dus niet in die categorie valt is het met de actie goed gesteld. Veel prima actie die uiteraard ietwat overdreven wordt in het kader van het komische gehalte van de film. Het tempo is hoog en hoewel de humor niet altijd even geslaagd is, zet de verveling nooit in. The Other Guys is als gezegd leuke onzin.
In 2002 schreven de honkballers van Oakland Athletics geschiedenis door twintig wedstrijden achtereen te winnen. Dat deden ze met een gering budget en zonder grote spelers. Het geheim heette Peter Brand (Jonah Hill) die een onorthodoxe methode ontwikkelde die de waarde van een speler in een getal uitdrukte. Uit de optelsom van alle spelers kon hij afleiden hoe goed en uitgebalanceerd een team werkelijk was en hoe groot de kans was om een wedstrijd te winnen. De film richt zich op de twee personages die ondanks veel weerstand de rekenmethode inzetten om een team samen te stellen. De film richt zich op Peter Bland en coach Billy Beane (Brad Pitt).
Moneyball houdt zich met sport bezig maar is geen heuse sportfilm. Van de sporters zie je niet veel. Van de wedstrijden ook niet. Het is verbazingwekkend dat een drama dat zich met honkbal bezighoudt heel weinig sportieve actie laat zien. In Moneyball komt de spanning niet van het honkbalveld maar komt de spanning voort uit de vraag of de methode werkt, uit de frictie met de sceptici en uit de emotionele impact die de gehele kwestie heeft op de personages. Het zijn ingrediënten die uitstekend drama opleveren.
Het acteerwerk is goed. Niet enkel van Hill en Pitt, maar ook van de ondersteunende rollen die door gerenommeerde acteurs als Robin Wright, Chris Pratt en Philip Seymour Hoffman worden ingevuld. Het is plezierig om de personages te aanschouwen die zich ook nog eens van prima dialogen bedienen. Moneyball is een film die geen standaard underdogverhaal vertelt, maar een ander (droger) perspectief kiest. En ondanks het gebrek aan sportieve emotie lukt het de film om gewoon een spannende, levendige en interessante film te zijn.
De film is gebaseerd op de roman ‘The Autobiography of a Criminal' van Roy Horniman. Er is een eerdere film die gebaseerd is op die roman. Uit 1949 stamt Noblesse Oblige. Een film die ook hedentendage nog goed wordt gewaardeerd. Nu dus na ruim 75 jaar een nieuwe film die het verhaal vertelt van een man die in lijn laag op de erflijst voor het familiekapitaal staat en daarom besluit de erfgenamen die hoger in de lijn staan uit de weg te ruimen. How to Make a Killing is niet de klassieker die Noblesse Oblige is. How to Make a Killing is desondanks een vermakelijke film.
De film speelt zich niet meer af in Engeland maar in de Verenigde Staten. Traditionele adel vind je daar niet. Vandaar dat de familie niet meer van adellijke afkomst is, maar behoort tot de superrijken, die evenals leden van de adellijke stand in een eigen wereld leven. Een wereld waartoe protagonist Becket tot zijn teleurstelling geen toegang heeft. Nadat Becket moreel afglijdt tot lijdend voorwerp, keert hij de zaken om. Best grappig hoe hij het heft in handen neemt en dat met een zekere zelfvoldaanheid becommentarieert. Ook humoristisch zijn de moordaanslagen die soms redelijk bruut zijn en behoorlijk absurd.
Glen Powell is Becket. Doet ie goed. Terwijl hij de ene verschrikkelijke daad na de andere pleegt, is hij zelf steeds verbaasd over zijn talent en blijft hij een charme houden die maakt dat je zijn daden nooit met afschuw bekijkt. Je kunt aan hem geen hekel hebben. Dat de familieleden die hij opruimt, behoorlijk overdreven zijn vormgegeven en duidelijk niet de meest aardige personen in het universum zijn, helpt natuurlijk. Veel indruk maakt de film inoudelijk en cinematografisch niet. How to Make a Killing is een film die simpelweg vermaak biedt. Meer pretenties heeft de film ogenschijnlijk niet. Missie volbracht wat mij betreft. Prima film.
Vanaf het begin zet de film in op een onheilspellende atmosfeer. Daarbij vertrouwt Pretty Lethal vooral op de settingen. Een donker bos waarvan de film al snel afscheid neemt zonder dat er iets bijzonders gebeurt. En een afgelegen herberg die er zo ongastvrij uitziet dat je je afvraagt waarom iemand daar uit vrije wil zou willen verblijven. Het grootste deel van de film speelt zich in de herberg af. Een herberg waar ongure types huizen, de misdaad welig tiert en waar een onschuldig groepje balletdanseresjes komt binnen vallen.
Regisseur Vicky Jewson begint al vroeg met de escalatie. Er is actie. Er vallen doden. Balletdanseresjes versus geharde gangsters. Erg overdreven en tamelijk absurd. Ah, een komedie, denk je dan. Nee hoor. De bedoeling is om het serieus te nemen. Dat valt niet mee gezien het absurde scenario en de overtrokken karakterisering van de personages. De film is een matige actiethriller. Ik probeerde de film dus als een leeghoofdige actiekomedie te bekijken. Dat lijkt in eerste instantie beter te werken ware het niet dat Pretty Lethal behalve een matige thriller eveneens een matige komedie is.
Slappe hap. De film slaagt met zijn duistere settingen. De film slaagt ook nog met het frisse spel van de acteurs. Spannend is de film niet. Grappig ook niet. De inhoud stelt weinig voor. Het verhaal hangt van toevalligheden aaneen en zit vol herhaling. In beginsel is actie gecombineerd met ballet nog wel leuk om te zien. Na de zoveelste balletachtige actiescène haalde ik vermoeid mijn schouders op. Uma Thurman doet trouwens ook mee. Ik las het achteraf. Ik had haar niet herkend. Zal de vermoeidheid zijn geweest.
Alternatieve titel: The Tiger, 29 maart, 05:10 uur
Het is 1943 en aan het Oostfront moet de vijfkoppige bemanning van een Duitse Tiger tank dwars door vijandelijk gebied manoevreren om een Duits kopstuk op te sporen en in veiligheid te brengen. Een welhaast kansloze missie. Der Tiger is een film die spannende indruk maakt bij de gevechtsscènes. Ook spannend zijn de scènes waarin de tank zich door vijandelijk gebied beweegt en de kans aanwezig is dat de tank wordt opgemerkt door de vijand en wordt aangevallen. Mooi en sfeervol gefilmd. De dreiging is voelbaar.
Regisseur Gansel zet in op meer dan een spannende oorlogsfilm. Hij boort een diepere laag aan. Er is ruime aandacht voor de psychische demonen waarmee de afzonderlijke leden van de tankbemanning kampen. De diepere lagen worden blootgelegd in gesprekken die de bemanning onderling voert, in gedachten die worden geopenbaard en in levensverhalen die worden uitgewisseld. Soms ook wordt de kijker een flashback ingezogen. Met name in de flashbacks van tankcommandant en hoofdpersonage Philip Gerkens die veel bezig is met een langgeleden gebeurd voorval.
De demonen bieden wat afleiding maar zijn niet heel noemenswaardig. Je vergeet ze ook weer snel. Omdat de psychische lasten de stereotypen niet overstijgen, is het enige doel dat de film daarmee bereikt dat de kijker met meer empathie naar de personages kijkt. Een niet onbelangrijk doel natuurlijk, maar je hoopt altijd op iets meer impact. Meer impact heeft de plotwending. Die is van surrealistische aard en nogal in tegenspraak met de aardse oorlogsdreiging die de rest van de film beheerst. Ik vond het nogal vergezocht hoewel de flashbacks van Philip Gerkens er meer zin door krijgen. Het einde heeft impact maar geeft geen heuse voldoening.
De film wil iets zeggen over de oorlog, over schuld en over het verleden dat je achtervolgt. Een aardser einde had die boodschap beter overgebracht. Mij zei het einde minder dan de maker waarschijnlijk voor ogen had.
Frank Oz maakt met Death at a Funeral een heerlijke zwarte komedie. Een komedie die laat zien wat er zoal mis kan gaan bij een simpele teraardebestelling. De film begint met de introductie van de personages die bij de begrafenis aanwezig zullen zijn. Tijdens de introductie worden de aanzetjes gegeven die in de loop van de film aanleiding zijn tot rampzalige gebeurtenissen. Het resultaat is een grappige film met heerlijke Engelse humor. Death at a Funeral ontpopt zich tot een vrolijk makende film.
Goed acteerwerk. Leuke personages. Allemaal een beetje excentriek en soms een beetje verstrooid. En allemaal hebben ze met wat pech te maken. Met die ballast slaan de personages zich door de gebeurtenissen en dat heeft een aantal hilarische scènes tot gevolg. Tegen het einde lijkt de koek op en gaat het allemaal wat moeizamer. De humor verkrampt iets. Geen ongewoon verschijnsel bij komedies die wel vaker moeite hebben om tegen het einde de originaliteit te bewaren en het niveau van de humor op peil te houden. Verder niets dan lof.
Over Helen (Claire Foy) die na de plotselinge dood van haar vader (Brendan Gleeson) in een emotionel gat terecht komt. In de training van een havik vindt ze afleiding. Zoveel afleiding dat ze haar familie, woning en werk verwaarloost. De afleiding wordt een obsessie. H Is For Hawk is een rustig lopend drama met sfeervolle beelden en goed acteerwerk.
Regisseur Philippa Lowthorpe baseert haar film op de gelijknamige autobiografie van Helen MacDonald. Ze vertaalt de roman in een film met veel aandacht voor sfeer en natuur. En dat is goed gelukt maar levert ook momenten op die veel van het geduld vergen. Meer dan de helft van de film bestaat uit scènes met Foy en de Havik. De havik die op de arm van Helen landt en weer wegvliegt. De havik die konijnen en ander wild vangt. De Havik op een stok in de woning van Helen. Mooie beelden, maar wel wat eentonig. Op den duur begint het repetitieve karakter van de scènes te knagen en is het net alsof je naar een natuurdocumentaire zit te kijken. De film die meer dan twee uur in beslag neemt is duidelijk te lang.
Daar staat tegenover dat de scènes met Foy en Gleeson erg mooi en vertederend zijn. Ik had in de film iets minder havik en iets meer interactie tussen de personages willen zien. Dat neemt niet weg dat een geduldige kijker zich kan laven aan prachtige natuuropnamen en dat zowel de geduldige als de minder geduldige kijker zich probleemloos kan laten ontroeren door de zware weg die Helen gaat om zich aan haar drukkende verdriet te ontworstelen. Ondanks wat concentratieproblemen als gevolg van het repetitieve karakter van de scènes met de havik, liet de film mij in dat opzicht zeker niet onberoerd.
"Thatcher is a Twat“.
Om de kijker te introduceren in de vroege jaren 80 in het Verenigd Koninkrijk (het tijdperk en de plaats waar de film zich afspeelt) wordt hij getrakteerd op een compilatie van geschiedkundig materiaal dat een beeld geeft van een roerige tijd. De historische context vormt in This Is England niet alleen een authentiek decor, maar is een integraal onderdeel van de gebeurtenissen.
De economische en sociale onrust is ook merkbaar in de Midlands, de plaats van handeling in de film. Ergens in de Midlands woont de 12-jarige Shaun. Shaun is een buitenbeentje dat wordt gepest en bespot. Kindacteur Thomas Turgoose speelt hem erg goed. Met stelligheid en energie brengt hij zijn personage tot leven. Ik leef mee en ben blij dat aan Shaun’s isolement een einde komt als hij aansluiting vindt bij een groep skinheads. Een groep verloren jongeren afkomstig uit de arbeidersklasse die zich in beginsel apolitiek opstelt en slechts keet trapt. Dat verandert met de komst van de charismatische rechts-radicale Combo die net uit de gevangenis is ontslagen. Als hij zich bij de groep voegt en vreemdelingenhaat en politieke issues predikt, verandert de vrijblijvende sfeer in de groep. Opeens is er verdeeldheid.
De film lijkt lange tijd op weg om een mooi afgerond verhaal rondom Shaun te vertellen. De komst van Combo is aanleiding om de focus te verleggen. De film schakelt meerdere keren heen en weer tussen Combo en Shaun die elk hun eigen belevenissen hebben. Zo ontstaat een verzameling kleinere verhalen. Beetje spijtig. Dat ligt niet aan de verhalen. Die zijn niet verkeerd. Ik vond het personage Shaun gewoon interessanter dan Combo en had liever gezien dat de focus bij hem was blijven liggen.
Aan de hand van de belevenissen van Shaun en Combo biedt de film een prima analogie voor de roerigheden van destijds en laat tevens zien hoe een subcultuur opeens het startpunt wordt voor een golf van rechts-radicalisme. Daarnaast laat de film via Shaun’s emotionele coming of age-verhaal dat zich binnen de groep skinheads voltrekt, de verdeeldheid zien die bezit neemt van een apolitieke subcultuur door de komst van rechts-radicale elementen. Ik vond dat perspectief interessanter dan het perspectief van het rechts-radicale element zelf, zijnde Combo. Kleine teleurstelling. Klein, want ook met de wisselende focus is This Is England een prima film.
Een onlangs ontdekte transcriptie van een interview tussen de fotograaf Peter Hujar en en Linda Rosenkrantz dat op 18 december 1974 plaatsvond, was reden voor Ira Sachs om van de urenlange interviewsessie een film van 76 minuten te maken. De film belooft een inkijk in de New Yorkse kunstscene van die dagen en een inkijk in de persoonlijke frustraties en openbaringen die het leven van een kunstenaar kenmerken. Het klinkt beter dan het is.
In de film spelen Ben Wishaw en Rebecca Hall respectievelijk de fotograaf en de interviewer. In het interview vertelt fotograaf Hujar minutieus over zijn invulling van de dag ervoor. Het interview was bedoeld als onderdeel van een project van schrijfster Rosenkrantz die het plan had opgevat een boek samen te stellen met verslagen van een dag uit het leven van beroemde kunstzinnige tijdgenoten. Een project dat overigens nooit is afgerond.
Als je de film hebt bekeken is het niet moeilijk om te raden waarom het project werd gestaakt. Behalve een paar aardige anekdotes bevat de film geen bijzondere gebeurtenissen. Je zou bijna zeggen dat het jammer is dat de transcriptie van het interview onlangs is opgedoken. Het interview staat bepaald niet bol van inzichten in creatieve processen en boort ook op sociaal of politiek niveau geen relevante zaken aan. De film is vooral de weergave van alledaags gekeuvel.
Dat gekeuvel is dan wel tamelijk inhoudsloos maar is in eerste instantie niet vervelend om te ondergaan. Het acteerwerk is van grote klasse en maakt de personages interessanter dan ze in werkelijkheid zijn. Die illusie stopt trouwens abrupt als Hujar voor de zoveelste keer verklaart hoe moe hij die dag wel niet was. Het is een welkome wake-upcall die je doet beseffen dat het interview totaal niet interessant is.
De film speelt zich in zijn geheel af in het appartement van Peter Hujar en heeft veel weg van een toneelstuk. Een saai toneelstuk dat twee personages laat zien die een gesprek voeren. Het acteerwerk van Hall en Wishaw is erg goed. Een fantastische masterclass. Des te jammer dat de twee personages verstoken blijven van interessante dialogen die een tijdsbeeld tot leven hadden kunnen brengen. Peter Hujar’s Day is stilistisch niet erg interessant, ontbeert verteltechnische substantie en bevat goed acteerwerk. Peter Hujar’s Day biedt niet veel om enthousiast over te zijn.
Hollywood houdt van family values. Family values zijn belangrijker dan rijkdom, een glansrijke carrière en zelfontplooiing. In Hollywood althans. In Hollywood gaat het om het promoten van dromen. Family valies gaan boven alles. Een droom die gepromoot moet worden. Goede marketing gaat gepaard met glamour. In The Family Man is daarom zelfs het kinderbraaksel aan de ontbijttafel met een warm en knus gevoel omgeven. The Family Man is feelgood. Een film die je het beste kunt bekijken nadat je je cynische bril hebt afgezet. Zonder die ballast krijg je een film geserveerd die met een combinatie van drama en humor prima vermaak oplevert.
In de nieuwe wereld waarin de flamboyante zakenman Campbell ontwaakt, gaat het opeens niet meer om het afsluiten van miljoenencontracten maar om family values. Een geschokte Nicolas Cage en een zorgzame Téa Leonie spelen burgerman en burgervrouw met kinderen. Een druk leven. Een strak georganiseerd regiem. Weinig tijd voor elkaar. De meeste aandacht gaat uit naar de kinderen. Vrije tijd en rust zijn spaarzaam. Het zijn de bouwstenen voor een film waarin Cage de verrukking van family values ontdekt. Onwaarschijnlijke feelgood waarin je zonder beschermende cynische bril op slinkse Hollywoodse wijze wordt meegezogen.
The Family Man is een film met aandacht voor de zorgen van de gewone man. De film doet dat in een aantrekkelijk zacht verlichte setting met een sentimenteel verhaal dat je middels vakkundig ingezette Hollywoodse gehaaidheid weet te raken. Met een lach en een traan. Heel bewonderenswaardig. Ik was mijn eigen zorgen in ieder geval twee uur lang even vergeten.
Over Clifford (een stand-upcomedian met een hang naar alcohol en depressies) en Didi (tandarts, gescheiden en eenzaam). Twee emotioneel geknakte zielen die elkaar op kerstavond tegenkomen en zich een bizarre nachtelijke tocht door Baltimore zien ondernemen. Een tocht die als een tragikomische stand-upact aanvoelt en die getekend is door pech, party’s en moeizaam lopende relaties. De film valt vooral goed door de prettige laconieke sfeer, de fijne humor en de authentieke hoofdpersonages. Michael Strassner en Liz Larsen vertolken sympathieke personages die met hun acteerwerk de hilarische gebeurtenissen alsmede de romantische chemie tussen beiden geloofwaardig laten zijn.
De film neigt met gebruikmaking van handcamera, natuurlijke lichtval, accent op de dialogen en een rommelige structuur naar Mumblecore. Niet vreemd als je weet dat de regisseur en schrijver Jay Duplass is. De handeling ontwikkelt zich uit allerhande kleine toevallige gebeurtenissen. Af en toe verliest de film zich iets teveel in nevenzaken, maar niet dermate erg dat de hoofdlijn uit zicht raakt. De rommelige structuur past wonderwel bij de laconieke sfeer van de film. Een film die er overigens ook goed in slaagt om op basis van de onderliggende tragiek die humoristisch wordt aangelopen, een warm gevoel bij de kijker op te roepen.
Als terloops passeren zware thema’s als eenzaamheid, depressie en emotionele uitputting. De film doet dat met melancholie, situatiekomedie en galgenhumor. En met precies voldoende sentiment om niet in cynisme te vervallen. The Baltimorons is een heerlijke film over gemiste kansen, gelukkige ongelukken en onbeholpen toenaderingspogingen tussen twee mensen die elkaar niet kennen maar zich wel tot elkaar aangetrokken voelen.
The Fantastic Four ontstond in 1961 en is het eerste superheldenteam dat Stan Lee samen met tekenaar Jack Kirby creëerde. Mister Fntastic, Invisible Woman, The Torch en The Thing waren het fundament van een eigen universum waarin later andere superhelden een plek vonden. Hoewel de stripreeks bijzonder succesvol was, deed de visualisering van de strip het nooit bijzonder goed. The Fantastic Four: First Steps doet een nieuwe poging.
De setting van een door de jaren 60 geïnspireerde retro-futuristische wereld is in ieder geval zeer geslaagd. Een fijne setting om de vier superhelden de strijd aan te zien gaan tegen de machtige god Galactus en zijn mysterieuze hulp, de Silver Surfer, die (uiteraard) uit zijn op de vernietiging van de aarde. En daar wringt meteen al de schoen. De film ziet af van een origineel scenario. De film verrast niet en is derhalve bijna nooit spannend. Ook de invulling van de helden en de interactie tussen hen stellen teleur. Ondanks de prima bezetting blijven de karakters akelig bleek en glad. First Steps is een film met platte personages die onderling geen enkel emotionele diepgang laten zien. Niet alleen de helden laten het afweten. Ook aan de kant van de antagonisten is het weinig spectaculair. Ze zijn simpelweg slecht en handelen zoals je dat verwacht. Voorspelbaar dus.
Regisseur Matt Shakman weet het visueel nog aardig neer te zetten. Retro New York, het heelal en vreemde structuren brengen wat levendigheid in de film. Van het verhaal moet je het niet hebben. Van de verschrikkelijke dialogen ook niet. Van het acteerwerk ook niet. Het is verbazingwekkend hoe uitdrukkingsloos de gezichten van de personages onder alle omstandigheden blijven. Acteren zonder emotie. Dat is waarschijnlijk heel knap maar is funest voor de beleving. Het superheldenkwartet wordt gereduceerd tot een kwartet dat archetypisch en zielloos functioneert. En zo is First Steps alweer niet de goede film die recht doet aan de stripfiguren.
Over content moderator Daisy (Lili Reinhart) die op het net een nasty video tegenkomt die haar niet meer loslaat. Woede en vertwijfeling nemen bezit van haar en drijven haar ertoe de maker van de video op te sporen. De woede en vertwijfeling zijn goed voorstelbaar. Ook kon ik me nog wel verplaatsen in haar gedachtegang om de maker op te sporen en te confronteren. Alleen zo teleurstellend dat het verhaal waarin dat allemaal moet gebeuren, erg zwalkt en Daisy’s inspanningen steeds minder plausibel worden. Het werd steeds moeilijker om op de film het etiketje 'geloofwaardig' te plakken.
De setting is een sterk punt. Daisy werkt in een grote steriele ruimte gevuld met rijen tafels en stoelen (de werkplekken) met op iedere werkplek een computer waarmee content voor diverse websites wordt gefilterd. In die kille omgeving klikt Daisy zich lusteloos langs legio videoclips en aanschouwt de meest verschrikkelijke dingen. Het is duidelijk dat Daisy haar werk niet met veel enthousiasme uitvoert. Ik vroeg me af waarom ze haar tijd aan het verdoen was terwijl ze zichtbaar meer in haar mars heeft. De film verzuimt helaas om de psychologische lagen van zijn protagoniste te verkennen en van de kijker wordt zo’n verkenning eveneens niet verwacht. Ok, dan niet.
In plaats daarvan kijken we mee met Daisy die de video’s snel en pragmatisch beoordeeld. Wordt een dier gedood? Dan is er sprake van dierenmishandeling en wordt de video verwijderd. Wordt een dier gedood maar gebeurt dat in het kader van het bereiden van voedsel? Dan blijft de video. Een foetus in een mixer? Oh, gelukkig. Die wordt verwijderd. Een zelfdoding? Lastig. Hangt er van af of de springer nog een laatste rede uitspreekt. Zou vrijheid van meningsuiting kunnen zijn en in die zin is de video toegestaan. Als kijker leer je op die manier de smalle grens kennen waarmee de moderatoren elke dag weer moeten spelen. Op die manier ervaar je het mentale afglijden. De psychische druk. Het murw raken. Het doorslaan.
Regisseur Uta Briesewitz liet zich door de documentaire The Cleaners (2018) inspireren. In die documentaire worden vijf jonge Filipijnse content moderatoren tijdens hun werk gevolgd. Filipijnse content moderators met een niet-westerse kijk op de dingen die bepalen wat wel en niet via de sociale media in de westerse wereld kan worden bekeken. Ook het contrast tussen de laag betaalde moderatoren en het enorme profijt dat hun werk de (Amerikaanse) techbedrijven oplevert wordt in de documentaire blootgelegd.
In American Sweatshop zijn de content moderatoren niet Filipijns. De film refereert hier en daar aan het lage salaris maar slaat de andere kritiek over. Briesewitz kiest voor het persoonlijke drama. En dat is haar goed recht natuurlijk. Door niet de psychologische diepte van het personage Daisy te zoeken, blijft de impact die het continue bekijken van afschuwelijke videos’ op haar emotionele wezen heeft, een vrij klinische beleving voor de kijker. Schokkender zijn de video’s hoewel de content niet expliciet wordt getoond. De camera laat de inhoud van aanstootgevende video’s slechts in flitsen zien. Vaak ook lees je simpelweg alleen maar de titels van de video’s of hoor je verontrustende geluiden. Het is aan de kijker om zijn verbeelding te gebruiken. In beginsel nog wel een uitdaging maar na de zoveelste video is ook die impact gering.
De film zwabbert besluiteloos tussen een ongeloofwaardige thriller en een emotioneel onderontwikkeld psychologisch drama. Als kijker kom je niet veel verder dan in verontrusting je hoofd schudden bij de gedachte aan de hoeveelheid vuilnis die over de internetgebruiker en de gebruiker van sociale media wordt uitgestort. Maar ja, dat wist de kijker eigenlijk al.
Na het hilarische The Ballad of Buster Scruggs kwam er een voorlopig einde aan de kunstzinnige samenwerking tussen Joel en Ethan Coen. Terwijl Joel zijn creativiteit in serieuzere periodefilms stopte, hield Ethan het luchtig en stortte zich samen met zijn vrouw Tricia Cooke op een trilogie van lesbische B-films. Honey Don’t is het tweede deel in de reeks. Behalve de lesbische hoofdrol van Margaret Qualley die in deze film een ander personage speelt, zijn er tussen beide delen geen overeenkomsten.
Honey Don’t is een klassiek neo-noir detectiveverhaal met Qualley in de rol van detective Honey O’Donahue. Een personage dat geïnspireerd lijkt te zijn op het type hard-boiled detective waarmee Humphrey Bogart goede sier maakte. Honey komt in de plattelandsgemeente waar ze actief is in aanraking met de onaangename en criminele kanten van de mens. Zware en minder zware misdrijven passeren. De ernst van de misdaden wordt steevast weggewassen door de zwarte en absurde humor die samen met de bijna karikaturale weergave van de personages zorgt voor een luchtig kader. Dat luchtige kader maakt dat zaken als moord en uitbuiting automatisch niet de serieuze zwaarte meekrijgen die een neo-noir met Bogart wel afdwingt.
Margaret Qualley is goed als stoïcijnse detective. Ze speelt haar rol heerlijk onderkoeld. Een gedegen detective op zoek naar een moordenaar. Tegelijkertijd speelt zij bijna achteloos de rol van de femme fatale die uitdagend op haar lip bijt terwijl de camera begerig haar rondingen aftast. Een dubbelrol zou je kunnen zeggen. Ik voeg er gelijk aan toe dat de focus van de film niet op deze afleidende elementen maar wel degelijk op haar speurzin ligt. De film presenteert in de loop van zijn speelduur als in een klassieke whodunnit de ene na de andere verdachte terwijl op de achtergrond een vaag subplot rond een sektarische geloofsgemeenschap in het leven wordt geroepen. Een subplot dat geen andere functie lijkt te hebben dan de introductie van nog meer bizarre personages om aan de lijst der moordverdachten toe te kunnen voegen.
Ethan Coen en Tricia Cooke leveren met hun komische thriller Honey Don’t een vermakelijk film af. Een film met sterke vrouwelijke personages, sneue mannen en andere curieuze figuren. Een film ook met fijne zwarte en absurde humor. Een vermakelijk potpourri van indrukken. De film mist wel wat structuur. De film slingert mijns inziens wel erg vaak langs bijrollen en losse verhaallijntjes die niet soepel in het grote geheel passen en slechts in het leven lijken te zijn geroepen omwille van de amusementswaarde. Inhoudelijk is de film te weinig een vloeiend geheel van mooi samenvallende verhaallijntjes. Te weinig een film met personages met een wezenlijke plek en een wezenlijk nut. Een film dus met plus- en minpunten. En de pluspunten overheersen.
De regisseur en schrijver van de film (Carol Morley) stuitte bij onderzoek naar fenomenen als massahysterie en psychogene bewegingsstoornissen op een voorval dat zich in Tanzania afspeelde. Op een school aldaar hadden leerlingen last van onverklaarbare lachbuien. Een vreemd fenomeen dat zich alras ook naar andere scholen verspreidde. Het verhaal uit Tanzania verplaatste zij naar een meisjesschool in Engeland en van het lachen maakte zij flauwvallen.
Hoewel hier en daar wordt flauwgevallen gaat het in de film veel meer om de coming of age-factor en om het conflict tussen twee generaties. De generatiekloof tussen tieners en de generatie daarboven. Het flauwvallen van de meisjes is een universele metafoor die duidt op de hulpeloosheid van de meisjes die enigszins gedesoriënteerd zijn nadat zij zich emotioneel gesproken van hun ouders en andere gezaghebbende personen hebben gedistantieerd. Voor zover ouders of gezaghebbenden dat zelf al niet hadden gedaan natuurlijk. Erg onder de indruk van of geïnteresseerd in het fenomeen dat hun dochters bedreigt, is de oudere generatie in ieder geval niet. Ik was dat overigens ook niet.
Met dromerige beelden toont Morley de drang tot escapisme bij de meisjes. Visueel creëert de film sfeer met een fijnzinnig gevoel voor de weergave van verschillende stemmingen die in het verhaal ter sprake komen. Het verhaal is echter niet heel boeiend. Het verhaal is niet spannend en tamelijk inhoudsloos. En als tegen het einde ook nog eens een lading kitsch het verhaal binnendruppelt helpt dat niet om de interesse in het verhaal te verhogen.
Wel interessant is het om Maisie Williams en Florence Pugh in jeugdige rollen te zien verschijnen. Ze overtuigen met de invulling van hun personages. Personages die zich wat onbeholpen, dromerig en recalcitrant gedragen in hun verlangen om uit te breken terwijl ze tegelijkertijd ook een conventioneel verlangen laten zien naar een veilig oord om opgevangen en verzorgd te worden. Goed acteerwerk maar het is geen gedrag dat iets opzienbarends laat zien. Interessanter is de dynamiek in de groep waarvan Williams en Pugh deel uitmaken. De groepswerking. De hiërachische positionering van de individuen. De machtwisselingen.
De aard van de gesprekken die worden gevoerd en de rituelen die de groep zich eigen heeft gemaakt, doen denken aan een sekte. En dat is waarschijnlijk ook het beeld dat de oudere generatie voor ogen krijgt als die generatie naar de groep kijkt. Ik zal eerlijk toegeven dat bij mij de gedachte aan een cultus ook opkwam.
Aan het einde van de film zijn er gemengde gevoelens. Aan de film kleven zeker interessante aspecten maar zonder interessant verhaal waarin die aspecten geplaatst worden, ben je er ook weer snel op uitgekeken. Misschien moet je de leeftijd van de beide protagonisten hebben om het verhaal te kunnen waarderen. Om je te kunnen inleven. Na 100 minuten film was ik blij dat het erop zat.
Een litteken verbindt de zussen Christine en Léa. Als kind werden ze door een paardenkar aangereden. Sindsdien delen ze een litteken dat begint bij Christine’s arm en eindigt op de pols van de jongere Léa. Een gedeeld litteken dat tekenend is voor de hechte verbintenis tussen beiden. Sister My Sister is gebaseerd op een moordzaak uit 1933. Op 2 februari van dat jaar vermoordden de dienstmeisjes Christine en Léa Papin op gruwelijk brute wijze hun werkgeefster madame Danzard en haar dochter. In de loop der jaren verschenen talloze toneelstukken, films en literaire werken die werden geïnspireerd door deze brute moorden. Zo ook de film Sister My Sister die zich bezighoudt met de dynamiek die aan de moorden vooraf gaat.
De film werd geregisseerd door theaterregisseur Nancy Meckler. En dat is zichtbaar. Met uitzondering van een enkele scène speelt het verhaal zich af in het huis waar de dienstmeisjes werkzaam zijn. De kleine ijskoude zolderkamer van de dienstmeisjes. De keuken waar de fijnste gerechten voor madame en dochter worden bereid. De weelderig ingerichte salon waar madame en dochter vertoeven terwijl zij de bewegingen van de meisjes nauwlettend volgen. En dan is er nog de trap naar de zolderkamer die het grensgebied markeert tussen de beide klassen.
Meckler’s film is geen spannende misdaadfilm. De film legt het accent op de psychologische interacties tussen de (uitsluitend vrouwelijke) personages. Meckler benadrukt daarin continu de sociale hiërarchie die in het huis heerst. De arbeider versus de upper class. Christine en Léa aan het schrobben, wassen, strijken, koken, naaien en het poetsen van het zilver. In de salon madame en haar dochter die zich vermaken met genoeglijk gebabbel over hun geweldige hulpen, visite ontvangen, pianospelen, kaartspelletjes spelen en tijdens al deze activiteiten worden bediend. Onderwijl begluren de klassen elkaar. Gespannenheid, angst, afgunst en wrok aan de ene kant. Hooghartigheid, kilte en zelfingenomenheid aan de andere kant. Aan de ene kant een leven dat bestaat uit een aaneenrijging van zwaar werk. Aan de andere kant een leven dat is gevuld met gemak en geneugten.
De breuk met hun moeder is het moment waarop de zussen zich nog meer op elkaar richten en externe factoren minder consciëntieus tegemoet treden of zelfs negeren. Christine’s neiging tot dominant gedrag en Léa’s hang naar onderwerping tezamen met hun wanhoop over hun benauwende leef- en werkomstandigheden versterken hun onderlinge verbondenheid. Hun afhankelijkheid van elkaar groeit en resulteert in een erotische relatie tussen beiden. De film brengt deze grensoverschrijdende wending discreet in beeld en hanteert daarbij geen sensationele of hijgerige ondertoon. De liefdesrelatie is vooral een explicietere manier om de onderlinge verbondenheid toonbaar te maken en de groeiende emotionele kloof met madame en dochter voelbaarder.
Sister My Sister ensceneert de fatale dynamiek in de aanloop naar de moorden op een aangrijpende en geloofwaardige manier. Spannend ook. De gruwelijkheden daarna laat de film voor wat ze zijn. De film is geïnteresseerd in het psychologische spel. In het klassenonderscheid. In het onoverkomelijke. De film is niet geïnteresseerd in bloeddorst. En dat hoefde ook niet wat mij betreft.
Tijdens een laatste oefening in het opleidingskamp van de Army Rangers worden de rekruten geconfronteerd met een reusachtige buitenaardse robot die bepaald niet vredelievend uit de hoek komt. Killerrobots van buitenaardse oorsprong die de aarde willen veroveren. Het scenario is niet bijster origineel.
Het scenario concentreert zich op een rekruut gespeeld door Alan Ritchson. Een eenvoudig vormgegeven personage dat van een paar elementaire karaktereigenschappen is voorzien, uiteraard een tragische voorgeschiedenis heeft en kampt met een trauma. Hoe opzienbarend. Een tamelijk platte en vergeefse poging om de kijker over te halen mee te leven met de protagonist die verder niet erg interessant is. De overige personages zijn overigens nog oninteressanter. Ze dienen slechts om de prominente positie van de protagonist te benadrukken en zijn uitgerust met maximaal één enkele karaktereigenschap. Er is geen enkele binding tussen personages en kijker. War Machine is natuurlijk een actiefilm en in een actiefilm zijn personages in het algemeen ondergeschikt aan de actie. Die ondergeschikte rol is hun in deze film ook toebedeeld. Desondanks had het scenario best wat meer elementen ter bevordering van de binding kunnen inbouwen.
Ondanks het uitgekauwde plot en de nietszeggende personages is War Machine best een leuke film. De actie is in orde en daar gaat het natuurlijk ook om. Er vloeit bloed. Mensen worden op spectaculaire wijze uit het leven gerukt. De bodycount is hoog. De effecten bombastisch. Als je je instelt op een gewelddadige film zonder essentiële inhoud dan is War Machine leuk entertainment. Ik werd in ieder geval gegrepen. Ik voeg daar meteen aan toe dat Alan Ritchson zijn heldenrol met dermate veel uitstraling weet te vervullen dat ik af en toe compleet vergat hoe nietszeggend zijn personage ook al weer was.
Omdat fundamentele pogingen om een band met de personages op te bouwen ontbreken, is het vervelend dat regisseur en schrijver Patrick Huges de onderdompeling in het geweld toch meent te moeten onderbreken met kansloze pogingen om empathie en feelgood op te wekken. Zo sterven sommige slachtoffers niet zonder dat eerst een plat emotioneel gat wordt aangeboord dat natuurlijk geen emotioneel effect heeft. Ook moet aan het eind van de film uiteraard aan het trauma van de protagonist worden gewerkt. De manier waarop dat gebeurt is lachwekkend en zie je bovendien al van verre aankomen. Het emotionele effect is nul. Tot slot nog dit: het einde is zo geconstrueerd dat een vervolg een logische optie lijkt. Nog meer van hetzelfde waarschijnlijk. Ik denk dat ik een eventueel vervolg maar oversla.
Een slonzig uitziende en merkwaardig geklede man betreedt een restaurant en zegt uit een dystopische toekomst te komen. Een toekomst waarin de hele wereld wordt geregeerd door kunstmatige intelligentie. Het is een spannend en sprankelend begin van de film die in eerste instantie de kant op lijkt te gaan van een sciencefictionachtige actiefilm maar zich al snel ontpopt als een vervelende satire die zich manifesteert in een dun science fiction jasje. Een satire over het gevaar van digitale technologieën nota bene. Hoe origineel.
Good Luck, Have Fun, Don't Die is behalve een satire een slaapverwekkende film. Dat de leden van generatie Z oftewel de Z-ombiegeneratie hun blik niet langer dan een seconde van het scherm van hun smartphone kunnen afwenden en blind zijn voor de echte wereld is een ironische constatering die jaren geleden al werd gedaan. In plaats van te zoeken naar originaliteit stelt de film zaken aan de orde die waarschijnlijk waar zijn maar die al zo vaak aan de orde zijn geweest. Je weet wel. Trendy thematiek als: vervreemding van elkaar, verlies van concentratie- en denkvermogen en versterking van sociopathische neigingen. Ook de constatering dat de samenleving de komende decennia radicaal zal veranderen is geen spectaculair inzicht.
Wat met name stoort is niet eens de kritiek op zich. De ergernis geldt veel meer het omhullende verhalende jasje waarin de thematiek ligt opgeborgen. Dat zit gewoon niet lekker. Ook al is een film niet scherp of origineel in zijn satirische commentaar, dan nog kun je in het beste geval als kijker plezier beleven aan het verhaal. In dit geval de avonturen van een groepje mensen dat een queeste onderneemt om de opkomst van kunstmatige intelligentie in de kiem te smoren. Helaas zijn de avonturen niet bijster interessant. Het verhaal verloopt rommelig, is absurd op een niet leuke manier en is niet spannend.
Het beste deel van de film blijkt achteraf het spetterende beginstuk te zijn gewest waarin Sam Rockwell een heerlijke monoloog afsteekt en de fijne dynamiek in het restaurant hoop biedt op veel meer van dergelijke fraaie scènes. Valse hoop.
Carry Om is een actiethriller die van het ene spannende moment naar het andere spannende moment schiet. De film plaatst zijn protagonist Ethan in een positie waarin hij steeds gedwongen wordt om keuzes te maken die hij niet wil maken. Daarbij komt nog dat Ethan niet de luxe heeft om lang te wikken en te wegen. Er is tijdsdruk. Snel handelen is vereist. Bovendien wordt elke handeling die hij verricht nauwlettend in de gaten gehouden door een onbekende die eist dat zijn opdrachten snel worden uitgevoerd. Het is zodoende onmogelijk om heimelijk de boel te saboteren. Op het spel staan de levens van een vliegtuig vol vreemden en het leven van zijn vriendin.
Het is een spannende en tegelijkertijd absurde uitgangssituatie, Als de onbekende tegen Ethan zegt dat hij niet moet nadenken maar het gewoon moet ondergaan is dat eveneens een boodschap aan de kijker om hetzelfde te doen. Als dat de kijker lukt dan kan hij opgaan in een vermakelijke film. Een film die erin slaagt om ondanks zijn lange speelduur en zijn beperkte speelveld nergens in te zakken. Er is voldoende actie. Er zijn wendingen in het verhaal. Het blijft leuk om Ethan te volgen die zijn best doet om met inventiviteit weerstand te bieden.
De film drijft op het personages Ethan (Taron Egerton) en het personage van de onbekende opdrachtgever (Jason Bateman) als respectievelijk de sympathieke held en de onsympathieke schurk. Een simpele constructie die werkt. De rest van de cast ondersteunt en is verder niet heel opvallend aanwezig. De film doet het zonder al teveel afleidende opsmuk en houdt het redelijk elementair. Het niet bijster originele scenario plaatst een gewoon persoon in een benarde situatie waaruit hij een uitweg moet zien te vinden. Meer is het niet. Carry-On is een onzinnige film die van minuut tot minuut ongeloofwaardiger wordt, maar dankzij een prima geënsceneerd kat- en muisspel toch spannend is. Ik heb me vermaakt.
De film schetst de levensloop van Ann Lee. Geboren in Manchester in het jaar 1736 en wel op 29 februari. Een passende geboortedatum voor een gemystificeerde persoon, zoals de ongeïdentificeerde en kinderlijke stem van de voice-over de kijker laat weten. In haar tijd genoot Ann Lee een zekere bekendheid als grondlegger en leider van de christelijke geloofsgemeenschap de Shakers. Een ietwat merkwaardige naam voor een geloofsgemeenschap maar wel een toepasselijke. Tijdens de gebedsdiensten barsten de leden in extase uit in canongezang en voerden daarbij wilde dansen uit.
De film is een metafysische biopic die is gevuld met hoogdravende leerstellingen en zinnelijke gelukzaligheid. In het middelpunt daarvan een vrouw die vanaf haar kindertijd hemelse visoenen heeft en geobsedeerd is door God. Ann Lee zag zichzelf als de goddelijke incarnatie van de heiland en dat kwam mooi uit want een tweede heiland die bovendien van de vrouwelijke kunne zou zijn, werd in haar geloofskring verwacht. Was Ann Lee een ordinaire aandachtszoeker? Was ze geestelijk verward? Of was ze misschien een wanhopige vrouw die de geloofsgemeenschap het celibaat oplegde om zo vervelende seks met haar echtgenoot te vermijden? De voice-over laat weten dat Ann al vanaf haar jeugd een afkeer van seks had. Vragen. Vragen. De film laat het open. Ann Lee is een film lang emotioneel en mentaal niet te doorgronden.
De film valt uiteen in twee delen. De eerste helft speelt zich af in Engeland en vertelt van de ontstaansgeschiedenis van de Shakers. De tweede helft laat de bloei van de gemeenschap op Amerikaanse bodem zien. De periode in Engeland is gedrenkt in sepiakleurige tinten en bevat woelige scènes die aansluiten bij de aardse onrust die gepaard gaat met het ontstaan van een nieuwe geloofsrichting. De Amerikaanse periode heeft een koeler kleurenpalet en de scènes stralen meer rust uit. Het geloof is gesetteld en de hemelse gelukzaligheid is alomtegenwoordig. Visueel aardig gedaan.
Dat neemt niet weg dat ik het al voor de aankomst op Amerikaans grondgebied zat was. „Shut Your Bone Box“, roept een geïrriteerde zeeman tegen de zang- en danslustige hoofdpersoon en haar aanhang tijdens de overtocht naar Amerika. Ik begreep hem en was het hartgrondig met hem eens. Wat een zenuwtergende ellende. De muzikale eentonigheid weerspiegelt een vervelend eendimensionaal verhaal dat zowel in biografische als in psychologische als in theosofische zin maar bitter weinig heeft te melden. Het gezang van repetitieve vrome teksten, het indringende spervuur aan sektarische regelgeving en de warrige enscenering van regisseur Mona Fastvold die een soepel lopend verhaal in de weg staat. Ze waren mij op den duur een gruwel.
Roofman vertelt het enigszins absurde en waargebeurde verhaal van inbreker Jeffrey Manchester. De man met de bijnaam roofman die hij kreeg omdat hij bij zijn inbraken bij McDonald's filialen altijd via het dak binnenkwam. Dat hij zich zo bij meer dan 40 filialen toegang verschafte is al opzienbarend. Nog opzienbarender wordt zijn verhaal als hij zich op de vlucht voor de autoriteiten in een speelgoedwinkel schuilhoudt en daar een half jaar verblijft zonder dat iemand dat in de gaten heeft. Het is een bijzondere geschiedenis die een leuke film oplevert.
De film duikt weliswaar ook in de voorgeschiedebis en laat zien hoe en waarom Manchester het criminele pad opgaat, maar het hoofdbestanddeel van de film bestaat uit de fase dat hij in de speelgoedwinkel verblijft. In de winkel creëert Manchester een parallelle leefomgeving die is samengesteld uit dingen die hij in de winkel vindt. Een absurde, bewonderenswaardige en bijzonder komische situatie ontvouwt zich. De toon die de film hanteert is als gevolg daarvan vooral luchtig. Tussendoor is ruimte voor serieuze en zelfs ontroerende momenten. Een beetje van dit en een beetje van dat. De film schiet daarbij niet door in het een of in het ander. De diverse toonaarden zijn goed in balans.
Bij de speelduur kun je vraagtekens zetten. Ik vond een speelduur van 126 minuten aan de hoge kant. Hier en daar duurt het allemaal wat lang en werd ik wat onrustig. Hier en daar had een scène best wat ingekort of wellicht geschrapt kunnen worden. Ondanks deze minpuntjes is de film over de gehele linie absoluut onderhoudend. De aanwezigheid van Channing Tatum heeft daar zeker iets mee te maken. Een leuke energieke hoofdrol en de sympathieke spil van de film.
De zestienjarige tweeling Paul en Tito uit Peru leeft als illegale immigrant samen met hun eveneens illegaal aanwezige moeder in een klein appartement in de Bronx in New York. New York, de stad van de onzichtbaren. De stad waar Paul en Tito officieel niet wonen en amper worden waargenomen. Ze doen er niet toe. Met de verschijning van het aantrekkelijke personage Kristin is er opeens hoop. Bij Paul en Tito ontaat het vaste geloof dat zij in algemene zin verlost worden van hun onzichtbaarheid als zij door Kristin op een bepaalde individuele manier worden verlost.
Een film waarin mooie dromen en nachtmerries elkaar aflossen. Actueel, kil en aangrijpend. Op een poëtische manier schetst de film een ontnuchterend beeld van het dagelijks leven in de onzichtbare illegaliteit. De beide jongens ploeteren als fietsbezorgers voor een Chinees restaurant en storten zich per fiets in de nietsontziende hectiek van het verkeer. Het is hard werken om te kunnen overleven in de onzichtbaarheid. Het is niet alleen ambitie en plichtsbesef waardoor ze worden gedreven. Paul en Tito zijn immers tieners. Nieuwsgierig en op zoek naar avontuur. Verlangend naar erotiek, verliefdheid en genegenheid. Verlangens die ze denken te kunnen ventileren bij Kristin die op haar beurt in de momenten met de beide jongens wat lichtheid in haar ellendige bestaan ervaart.
Terwijl Paul en Tito ernaar verlangen om te worden waargenomen en ervan dromen uit de onzichtbaarheid van de illegaliteit te ontsnappen, kampt Kristin met het omgekeerde. Haar aantrekkelijke voorkomen is absoluut niet onzichtbaar voor mannen maar leidt wel tot vervelende situaties als die mannen haar als niet meer beschouwen dan een vrouw met een mooi uiterlijk. Voor hen telt slechts dat. De mannen zijn verder niet in haar geïnteresseerd. “Als ik een dier zou kunnen zijn, dan zou ik een inktvis of een lama willen zijn. Iets dat kan spugen”, zegt ze daarover.
Het verhaal waarop de film is gebaseerd is geschreven door de pedante schrijver Aaron Grunberg. Het verhaal stamt uit 1998. Sinds die tijd is er niets veranderd. Die waarheid is misschien wel de meest verpletterende boodschap die The Saint of the Impossible de kijker meedeelt.
Een vermakelijke maar verder weinig opzienbarende film over de tiener Violet die droomt van een carrière als zangeres. Een tiener uit een saai provinciaal stadje op het Britse Isle of Wight die haar zangtalent wil gebruiken om aan het perspectiefloze leven op het eiland te kunnen ontsnappen. Een film geregisseerd en geschreven door Max Minghella die de film in beginsel een bepaalde eigen flair meegeeft voordat hij de film laat verzinken in bekende taferelen die we kennen uit talloze feelgoodfilms.
Violet wordt in het eerste deel van de film heel treffend en aangrijpend als een talent neergezet. Als iemand die meer in haar mars heeft dan The Isle of Wight aankan. In enkele fraaie scènes wordt Violet geportretteerd als een eenling en als iemand die van haar omgeving geen enkele steunbetuiging ontvangt bij haar streven om zangeres te worden. Zelfs het publiek in de bijna lege en sfeerloze kroeg waar ze een paar liedjes zingt, interesseert het helemaal niets. Terwijl de kijker zich bewust wordt van haar talent, is het lusteloze publiek alleen maar bezig om het eigen bewustzijn met drank te verdoven.
Elle Fanning is goed als Violet. Ik las dat ze haar zangpartijen zelf heeft ingezongen. Bewonderenswaardig. Het andere belangrijke personage in de film is Vlad. Een naam die associaties oproept met vleermuisachtige wezens uit een ander type film. De Vlad in deze film is echter meer aards van karakter. Een alcoholist en ex-operazanger die Violet tegen het lijf loopt en voorziet van tips en begeleiding. Twee outsiders die in beginsel onwennig met elkaar omgaan, maar in de loop van de film steeds meer de gemene deler weten te vinden. De interacties tussen beiden zijn zowel ontroerend als humorvol.
Als de twee elkaar eenmaal hebben gevonden is de fut meteen uit de film verdwenen. Er gebeuren vervolgens enkel nog dingen die nauwelijks noemenswaardig zijn. Het verloop is erg voorspelbaar. De film raakt de eigen flair kwijt en raakt verzand in een betekenisloos feelgood scenario. Heel jammer. Een aantal goede scènes en het interessante tweetal Violet en Vlad bood hoop op meer eigenzinnigheid en verrassing.
Het aanbod om een documentaire over haar persoon te maken, sloeg Charli XCX af. Ze zag meer in een fictief verhaal in de vorm van een documentaire. Een mockumentary zogezegd. En zo heb ik de film ook bekeken. Als pure fictie. In alle opzichten, want de naam Charli XCX was mij volkomen onbekend. Ik verkeerde in de veronderstelling met een fictief personage te maken te hebben. Dat was dus niet het geval. Het verhaal is fictief. Het personage niet. En dat was me even ontgaan. Pas na afloop had ik in de gaten dat Charli XCX blijkbaar een wereldberoemde zangeres is. Ze produceert electropop. Een muziekstijl die mij totaal niet aanspreekt en de uitvoerders van die muziek ook niet. In de film is gelukkig relatief weinig van haar muziek te horen.
The Monument is een hectische film. De camera volgt de dagelijkse gang van zaken rondom de zangeres die net haar album “Brat” heeft uitgebracht. Een handcamera. Snelle zoom-ins en snelle zoom-outs. Slechte belichting. Warrige perspectieven. Over de beelden schittert steeds het limoenkleurige groen van de cover van het album. The Moment is een film die nerveus maakt. De visuele beleving onderschrijft de wankele emotionele staat van Charli XCX die zich voorbereidt op een tournee en zich tegen haar zin teveel met randzaken moet bezighouden.
Haar management dringt haar de regisseur Johannes Godwin op die van de tournee een film moet maken. De rol van Godwin wordt fantastisch vertolkt door Alexander Skarsgård die een onaangenaam personage neerzet dat aan mansplaining doet en voortdurend inbreekt in elk overlegje waaraan de zangeres deelneemt. Hij vreet energie. De entourage van de zangeres doet dat ook. De entourage bestaat uit mensen die zichzelf heel belangrijk vinden. Veel mensen. Veel gepraat. Veel lucht. Veel beweging. Chaotisch is het. In de chaos overlappen de dialogen elkaar vaak wat het gevoel van chaos nog eens versterkt. De film laat heel treffend zien hoe enorm de druk is die op de zangeres rust en maakt duidelijk dat het sterrendom geen positieve uitwerking heeft op de mens achter het imago. Bepaald geen openbaring.
Als neutrale kijker vond ik de film niet bijster interessant. Ik trof veel open deuren en amper een personage dat me interesseerde. Dat gold ook voor Charli XCX. Ook het verhaal boeide me amper. De visuele hectiek deed me af en toe opveren. Heel prettig vond ik het dat er bijna geen zang- en dansnummers waren te horen en te zien. De meeste muziek hoor je vaag en kort op de achtergrond. Fans zullen teleurgesteld zijn. Ik was teleurgesteld in de film. Een film over een mij onbekende zangeres die in het centrum van wereldwijde belangstelling staat en te maken heeft met grote externe druk, zichzelf en haar gevoel voor creativiteit en kunstzinnigheid verliest en het allemaal niet meer weet. Tja, die dingen gebeuren. Ik vond het niet erg opzienbarend.
Alternatieve titel: The Girl from Köln, 9 maart, 04:08 uur
The Köln Concert is een volledig geïmproviseerd pianoconcert van jazzpianist Keith Jarret. Hij gaf het concert op 24 januari 1975 in het operagebouw in Keulen. Het concertalbum van dit optreden is tot op heden het meest verkochte Jazz soloalbum aller tijden. Het concert werd georganiseerd door de 18-jarige Vera Brandes. De dochter van een uitgesproken autoritaire vader besloot op 15-jarige leeftijd het ouderlijk huis te verlaten en haar eigen weg te gaan. Ze wilde deel uitmaken van de feministische beweging, concerten bezoeken, roken, feesten en op haar eigen manier geld verdienen. Haar extraverte en zeer bedrijvige aard zorgde ervoor dat ze een tournee van het Ronnie Scott Trio mocht organiseren. Ze werd Duitslands jongste impresario.
De film Köln 75 draait om het concert van Keith Jarret, maar is geen concertfilm. In de film haalt regisseur en schrijver Ido Fluk de aandacht weg van Jarret en richt die op Vera Brandes. De film vertelt voor het grootste deel haar verhaal. Aan het begin van de film wordt gezegd dat het verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen, zoals Vera Brandes die tot op heden nog steeds vertelt. En dus is het misschien niet waar dat het pedaal van de piano waarop Jarret moest spelen kapot was. En misschien is de theatrale manier waarop Brandes de pianist overhaalde om op te treden ietwat overdreven. En misschien dit. En misschien dat. Dichterlijke vrijheden of niet, het kon me niet heel veel schelen. Wat me veel meer kon schelen was dat de film een goed verhaal zou vertellen. En dat doet de film.
Köln 75 is een energieke beleving. Een film vol levensvreugde. Niet in de laatste plaats is Mala Emde in de rol van Vera Brandes daarvoor verantwoordelijk. Vol levenslust wervelt ze door de film. Erg aanstekelijk. Goeie rol ook van Ulrich Tukur die de rol van haar vader heel indringend speelt. Ik had meteen een hekel aan die man. Een prima optreden is er van Michael Chernus die als muziekjournalist Keith Jarret volgt op zijn tournee en de kijker en passant van achtergrondinformatie over de ontwikkeling van de Jazz voorziet. En tenslotte is er John Magaro die als norse en nukkige Keith Jarret overtuigend werk aflevert. Kortom, een uitstekend ensemble om de film mee te doorlopen.
Behalve goed acteerwerk biedt de film de kijker veel meer moois. Een levensecht sfeerbeeld van de jaren 70 bijvoorbeeld. Ik was onder de indruk. Daarnaast is er de fijne enscenering. Die is dynamisch en meeslepend. Met gebruikmaking van lange one-shot takes, het regelmatige doorbreken van de vierde wand, speelse invoegingen van teksten en een uitstapje naar een ander vertelperspectief zit de film aangenaam afwisselend in elkaar. Ook het verteltempo en de dialogen zijn factoren die het kijkplezier verhogen. Het verteltempo ligt hoog. De dialogen zijn naturel en humoristisch. Köln 75 is gewoon een heerlijke film.
Is er dan niets aan de film dat een minder positieve reactie oproept? Misschien zou je als puntjes van kritiek kunnen noemen dat de film de carrière van Vera Brandes wat gemakzuchtig doorloopt en de personages hier en daar wat meer verdieping hadden mogen hebben. Ja, dat zou je kunnen zeggen.
Een horrorkomedie met sciencefiction elementen die zich heel nauwgezet houdt aan de clichés en regels die in het genre gelden. Twee personages die nachtwaker zijn in een groot magazijn dat ver van de bewoonde wereld is gelegen, worden in dat geïsoleerd liggende gebouw geconfronteerd met een dodelijke dreiging. Nog spannender wordt het als je weet dat de twee nauwelijks ervaring hebben als nachtwaker. De film zet die onervarenheid doeltreffend in en doet er nog een spannend schepje bovenop door de kijker heel consequent steeds van meer informatie te voorzien dan de personages.
Liam Neeson doet mee. Hij speelt een wetenschapper die al eens met de dodelijke dreiging te maken heeft gehad en in tegenstelling tot zijn superieuren het gevaar onderkent. Een wandelend cliché. Afgedankt maar zich toch geroepen voelend om de wereld van een dodelijke dreiging te redden. Prima bezetting verder met namen als Vanessa Redgrave, Georgina Campbell en Joe Keery in aangename rollen. Die prima bezetting neemt niet weg dat Cold Storage gewoon een simpele B-film is die zich op het gebied van gore en splatter niet inhoudt. De overwegend handgemaakte effecten zijn af en toe heftig en weerzinwekkend. Leuk dus. Zwarte humor is gelukkig ruim voorhanden om de heftigheid van gore en splatter iets te verzachten.
In Cold Storage staat sinister plezier voorop. De zwarte humor en de effecten maken van een op zich bekend en simpel horrorplot iets meer dan een bekend en simpel horrorplot. Een plot dat sterk aan Invasion of the Body Snatchers (1978) doet denken. Dat weet regisseur Jonny Campbell natuurlijk ook. Hij maakt dat duidelijk door ergens in het begin van de film een van de nachtwakers de roman van Jack Finney te laten lezen. Erg origineel is de film in verhalend opzicht derhalve niet. Daar staat tegenover dat Cold Storage grof, slijmerig, overtrokken en vooral plezierig vermaak biedt en het verhaal uiteindelijk ondergeschikt is. Ik heb me er goed mee vermaakt.
Tarzan and His Mate is de tweede verfilming afkomstig uit de MGM Studios die is gebaseerd op het personage Tarzan uit de werken van Edgar Rice Burroughs. De tweede verfilming ook met Johnny Weissmuller in de titelrol. Tarzan and His Mate is een fijne avonturenfilm uit de oude doos die nog heel goed kijkbaar is. De film heeft vaart, biedt veel afwisseling en is rijk aan actie. Veel dieren en gevechten met dieren. Met blanke gemeneriken die uit zijn op ivoor. Ook met bloeddorstige aanvallen van kannibalen. En zowaar met een brokje erotiek dat je niet verwacht in een productie uit 1934.
Een spannende film. Een film met veel indrukwekkende actie met betrekking tot dieren. Tarzan die het opneemt tegen een krokodil, een ritje maakt op een agressieve neushoorn of een kudde olifanten in beweging brengt. Zeer dynamisch en ook realistisch geënsceneerd. Het zijn nog steeds spectaculaire scènes. Ook spectaculair is de zwemscène waarin een naakte Jane valt te bewonderen. Jane werd in die scène overigens niet gespeeld door Maureen O’Sullivan. Haar plaats werd ingenomen door Josephine McKim, die evenals Weissmuller een succesvolle zwemster was. Heel lang kon het bioscooppubliek overigens niet van de naakte Jane genieten. De scène werd al snel uit de film geknipt.
Ik las trouwens dat Weissmuller het ritje op de neushoorn zelf uitvoerde. Het dier was weliswaar een tamme neushoorn uit een Duitse dierentuin, maar desondanks een zeer gedurfde actie van Weissmuller. Zoals in andere berichten al gememoreerd, oogt Weissmuller zeer fit. Zijn fitte fysiek doet de film absoluut goed. In de film zie je het personage Tarzan (geholpen door versnelde opnamen) met snelle aapachtige behendigheid en grote saltovaardigheid door de jungle bewegen. Het zijn geslaagde scènes die Tarzan als heus aapmens neerzetten. Een Tarzan die in dit opzicht dichtbij het personage uit de avonturenromans staat, volgens mij. Goed voor de beleving. Ik heb me met Tarzan and His Mate dan ook goed geamuseerd.
Een date is onder normale omstandigheden al een behoorlijke aanslag op de zenuwen. Met name als je dat niet heel vaak doet. Een uitstekend thema dus voor een film. Veel filmdates vinden plaats in een komische of dramatische atmosfeer. Een film als Fresh (2022) liet al zien dat een blind date ook prima materiaal oplevert voor een spannende film in de horror- en thrillerhoek. Drop bevindt zich ook in de thrillerhoek en laat zien hoe een veelbelovende kennismaking niet helemaal verloopt zoals verwacht.
In Drop verloopt de date behoorlijk zenuwslopend als de vrouwelijke helft van de date door een reeks angstaanjagende omstandigheden in een uitzonderlijke situatie terechtkomt en boven zichzelf moet uitstijgen. Een situatie waarin de psychische druk enorm is als zich steeds een moreel dilemma aandient. Spannend. Beklemmend. Paranoia gegarandeerd. De film speelt zich bijna geheel op een enkele locatie af en dat versterkt de beklemmende sfeer nog eens. Om mee te kunnen gaan in de spanning moet je overigens wel je verwachtingen met betrekking tot de geloofwaardigheid enigszins bijstellen. Het is raadzaam om niet teveel na te denken over zaken als logica en toevalligheden. Mij lukte dat goed.
Als de film zijn eindfase ingaat, ontspoort de boel alsnog en helpt een relativerende houding niet meer. De film strooit opeens met actie en verlaat het fijnzinniger psychologische pad. Dit deel van de film staat haaks op de spannende rest van de film. Een onnodige en ook wel wat lachwekkende ingreep. In de films Happy Death Day (2017) en Freaky (2020) die Christopher Landon eveneens regisseerde zou het waarschijnlijk functioneren. In Drop is de actierijke wending misplaatst en de reden dat de spanning onmiddellijk wegvloeit.
De plaats van handeling is een klein provinciestadje met de lieflijke naam Mount Rose. De gebeurtenis is een missverkiezing. Er zijn meerdere gegadigden voor de titel. De goedaardige Amber (Kirsten Dunst) en de gemene Becky (Denise Richards) zijn de grootste kanshebbers voor de overwinning in een verkiezing die meer om bloeddorst draait dan om de miss die de mooiste lach heeft.
Drop Dead Gorgeous is een bijzonder vermakelijke film. De weg naar de verkiezing is geplaveid met hilarische dodelijke ongevallen. Eigenlijk is alles aan de film hilarisch. De personages zijn heerlijk overdreven vormgegeven. De regerende miss lijdt aan anorexia en voert haar shownummer in een rolstoel op. De jury bestaat uit smoezelige mannen met overgewicht en pervers gedachtegoed. Een heerlijke entourage. En dat alles laat de film zien in de stijl van een documentaire die de kijker meedogenloos dicht op de personages plaatst.
De humor is zwart en smakeloos. De film drijft de spot met gehandicapten, anorexiapatiënten en dikkerdjes. Dat gebeurt tamelijk lomp en plompverloren. Van enige substantiële rechtvaardiging om spotternij te bedrijven is geen sprake. De film drijft overigens niet alleen de spot met de outcast maar richt zijn spot ook op de personages die zich met ijdelheid en schoonheid bekleden. De film probeert op een boosaardige manier grappig te zijn en doet dat zonder een en andere eerst eens in een verantwoord afgewogen en fijngevoelig perspectief te plaatsen. Het is bruut, grof, respectloos en recht voor z’n raap. Ik vond het erg grappig.
Gewetensbezwaren zijn karaktertrekken die Fabian niet bezit. Fabian voorziet in zijn levensonderhoud door mensen op te lichten. Heel succesvol is hij daarbij niet. Als hij op de vlucht moet slaan bij een mislukte zwendel, geraakt hij verzeild in een trouwgezelschap en doet zich voor als de trouwfotograaf. Tot dan doet alles vermoeden dat het script is gebaseerd op een schelmenroman. Dat verandert acuut als een moord wordt gepleegd en we ons opeens in het vertrouwde scenario van een moordmysterie bevinden.
De setting is bekend van talloze andere whodunnits. Het moordmysterie speelt zich in een afgelegen landhuis af en uiteraard zijn alle verdachten vanwege de slechte weersomstandigheden niet in staat om de moordlocatie te verlaten. Het scenario is allesbehalve origineel. Daarnaast is de film geen erg serieuze bijdrage aan het misdaadgenre. Het is vooral de bedoeling de kijker aan het lachen te krijgen. De film tovert daarvoor een aantal merkwaardige personages tevoorschijn die niet grappig zijn en combineert die merkwaardigheid met de komische kwaliteiten van hoofdpersonage Fabian. De humor is vrij onschuldig. Beetje flauw ook. Fabian's handelingen leveren af en toe een kort lachje op. Daar is het wel mee gezegd. Van mij had de humor best iets meer scherpte en venijn mogen hebben.
Het misdadige spel wordt niet erg boeiend uitgespeeld. Best leuk om samen met Fabian naar clues te speuren, maar van spanning is geen sprake. De weg naar de onvermijdelijke showdown waarin Fabian de dader ontmaskert, heeft meer een humoristische dan een spannende insteek. De showdown zelf neemt vervolgens behoorlijk wat tijd in beslag die niet altijd even interessant is ingevuld. Dat oninteressante aspect bestaat niet zo zeer uit Bastian Pastewka die de rol van de charmante oplichter uitstekend vertolkt. Het zijn de andere personages die totaal niet boeiend zijn maar wel tijd en aandacht vragen. Ze zijn het niet waard. Ze zijn bijzonder bleek vormgegeven en totaal niet interessant. De betrokkenheid met hen is zeer gering.
En zo is Fabian und die Mörderische Hochzeit een film die na afloop al weer snel uit het geheugen is verdwenen. Slechts het personage Fabian blijft waarschijnlijk wat langer in de herinnering hangen. Heel erg lang zal dat niet zijn.
Een tragikomedie over rouwverwerking. In films over rouwverwerking worden de feiten vaak in het begin al over de kijker uitgestort, waarna de film zich verantwoord psychologisch met de rouwende protagonist kan bezighouden. In Twinless zijn de feiten vanaf het begin niet helder. En als je denkt de feiten helder te hebben, volgt nog een wending die alles weer overhoop haalt. Het gaat niet per se om een wending die wordt ingebracht vanwege het verrassingseffect hoewel dat effect wel wordt gesorteerd. De wending dient voornamelijk om bij te dragen aan meer verdieping in de personages en aan een verbreding van de tragiek in het verhaal. Door de wending verandert de aard van het verdriet. Een prima truc van scenarist en hoofdrolspeler James Sweeney die de emotionele chaos waarin twee rouwende protagonisten zijn terechtgekomen hiermee nog eens extra beklemtoont..
De film is vooral een praatfilm en is behalve van goede dialogen afhankelijk van de geloofwaardigheid van zijn personages. Die geloofwaardigheid is er. James Sweeney speelt een wat wispelturig karakter die de neiging heeft zich aan iemand vast te klampen. Zijn personage is een aimabel persoon maar in zijn doen en laten ook wel wat vermoeiend. Dylan O’Brien heeft een dubbelrol en laat twee totaal verschillende personages tot leven komen. Het ene personage in een bijrol is flamboyant en arrogant. Het andere en belangrijkere personage is niet erg toegankelijk, een moeilijke prater en tamelijk onbeholpen in zijn interacties met anderen. De personages hebben allen zo hun eigenzinnigheden en gedragen zich niet altijd even voorbeeldig. Ze zijn menselijk. Het zijn mensen die in een emotioneel dal zijn beland en de weg naar boven weer proberen op te pakken.
Tot nu toe klinkt het allemaal vrij ernstig. Valt mee. De film behandelt weliswaar een zwaar thema maar doet dat niet alleen op een dramatische manier. De film is eveneens een komedie. Centraal staat de kennismaking tussen twee rouwende mannen die elkaar in een praatgroep tegenkomen. Er ontwikkelt zich een vriendschap waarin grappige momenten worden afgewisseld met ontroerende momenten. Soms is het alsof je naar een platonische romantische komedie kijkt. Neem bijvoorbeeld een ongemakkelijke en kneuterige scène waarin de beide mannen samen boodschappen doen in de supermarkt. Een scène die zowel grappig als ontroerend is. De film heeft veel meer van dergelijke kleine scènes die voor opklaring zorgen. Het zijn vooral dergelijke scènes die de film sfeervol kleuren en ervoor zorgen dat de film niet verzinkt in een algeheel tranendal. Prima gelukt wat mij betreft.
Een slasher. Een leuk subgenre van de horror. Hoewel de grote hausse in de jaren 80 en 90 werd geproduceerd, komen ze gelukkig nog steeds voorbij. Night of the Reaper is er een voorbeeld van.
De film begint heel klassiek met een babysitter die door een killer wordt opgejaagd. Leuk, spannend, nostalgisch. Meteen valt op hoeveel inspiratie de maker bij Halloween heeft gehaald. Beeld, sfeer en muziek maken herinneringen los. Beeld, sfeer en muziek laten dientengevolge eveneens weinig originaliteit zien. Toch is het niet eerlijk om de film meteen maar af te kraken want regisseur en schrijver Brandon Christensen voegt uiteindelijk wel elementen toe die iets eigens hebben. Zo is er een plotwending die heel verrassend laat zien dat de dingen anders in elkaar steken dan gedacht. Het verrassingselement is hetgeen waarmee de film zich onderscheidt.
Maar waar een film als Halloween geloofwaardige horror biedt, moet je bij Night of the Reaper wel erg veel toevalligheden door de vingers zien. Wat goed werkt is de tweeledige verteltrant. Dan weer volgen we de babysitter en haar angstwekkende belevenissen. Dan weer volgen we de sheriff die onderzoek doet. Hoewel beide verhaallijnen last hebben van slaapverwekkende momenten is er in ieder geval sprake van afwisseling. De afwisseling voorkomt al te grote verveling en functioneert in dat opzicht. Het aantal kills valt iets tegen. Een dreigende sfeer is meestal wel aanwezig. Ach, de film is in zijn algemeenheid niet heel goed, maar de film heeft zijn momenten, zou je kunnen zeggen.
Net als in zijn eerste film (Teen Spirit (2018)) regisseert Max Minghella een film die gaat over een vrouw die met een kunstzinnig beroep in haar levensonderhoud voorziet. In tegenstelling tot de eersteling gaat het in deze film niet om een personage aan het begin van haar carrière, maar om iemand die haar beste jaren al achter zich heeft liggen. Een vrouw die vanwege haar leeftijd amper nog wordt gecast, derhalve niet meer zo succesvol is en er alles aan doet om maar weer een rol te mogen spelen. Het is een weg die met allerlei hindernissen gepaard gaat.
Shell is een horrorfilm met een satirische inslag. Shell stelt een industrie en een samenleving aan de kaak die menselijke waardigheid reduceert tot een schoonheidsideaal. De combinatie horror en satire met betrekking tot het thema schoonheid zagen we natuurlijk ook al in The Substance (2024). In die film begon men al vroeg met de spanningsopbouw en de bodyhorror. In Shell duurt het allemaal wat langer voordat de effecten van de verjongingskuur exorbitante vormen aannemen. En als het eenmaal los gaat, dan is het niet eens erg spannend. De absurditeit van de horror zorgt veeleer voor komische dan voor angstaanjagende momenten.
De genreaanduiding Horror/thriller vind ik wat misleidend. Shell is eerder een zwarte komedie met wat elementen van horrorachtige allure. De humor is aan de zwarte kant, maar net even te lief. Te publieksvriendelijk. De film had van mij een veel bijtender en zwartgalliger toon mogen hanteren. De hoop op een breed commercieel succes zal in de weg hebben gezeten, vermoed ik. Shell is desondanks best leuk om te kijken. Het verhaaltje hobbelt plezierig voort en de twee actrices die de hoofdrollen vervullen (Elisabeth Moss en Kate Hudson) zijn plezierig bezig. Shell is leuk vermaak. Verwacht er gewoon niet teveel van.
Reunion is een mengeling van whodunnit en komedie. Zoals de titel al aangeeft gaat het om een reünie en wel een schoolreünie. Er is een moord. Er zijn verdachten. Er is een groot landhuis. En uiteraard zijn de weersomstandigheden dermate slecht dat de reünisten gedwongen zijn in het huis te blijven. Kortom, alle bekende ingrediënten voor een whodunnit zijn aanwezig.
Origineel is de film niet. Behalve de genoemde ingrediënten, volgt ook het scenario een bekende loop. In de loop van de film drijven onvermijdelijk persoonlijke geheimen boven die ervoor zorgen dat iedereen een motief heeft en dus verdacht is. Hoewel niet origineel, wel leuk om te volgen. De personages zijn niet vervelend en de luchtige toonzetting bevalt goed. Ook de ontrafeling is prima gevonden. Niet voorspelbaar.
Dat de film naast een whodunnit tevens een komedie is, voorkomt dat het verhaal onheilspellend of spannend aanvoelt. Ik zie zelf liever een serieuze whodunnit met wat duistere laagjes, maar als je je op wat lichtzinnig vermaak instelt, is de combinatie met komische elementen niet vervelend. Reunion is geen bijzondere film. Gewoon een leuk en luchtig werkje dat gemakkelijk en prettig valt te consumeren.
Symbol is een absurde komedie die drijft op hysterische taferelen en slapstick. Zeer intrigerend, maar niet direct reden om de lachspieren aan het werk te zetten. Japanse humor is niet gemakkelijk te ondergaan. Een man in een vrolijk gekleurde pyjama ontwaakt in een steriele ruimte zonder deuren en vensters. Uit de wanden ploppen naakte engelenfiguurtjes op die ook weer verdwijnen. Niet helemaal verdwijnen, want hun penissen blijven zichtbaar en vormen een wandreliëf. De man in pyjama onderzoekt het wandreliëf en ontdekt dat wanneer hij op een penis drukt de wand een voorwerp in de ruimte slingert. Zeer absurd allemaal. Grappig? Niet echt.
Terwijl de man daar zo bezig is, wordt de aandacht van de kijker gevestigd op een tweede verhaallijn die de andere verhaallijn om de zoveel tijd afwisselt. Het lijntje speelt zich ergens in Mexico af alwaar een non in een pick-up door de woestijn raast en ergens in een afgelegen hut haar vader afhaalt die gemaskerd klaar zit om ergens te gaan worstelen en terwijl hij wacht op zijn gemak de krant leest. Later volgen we de worstelpartij. Ook deze vertelling is tamelijk absurd. Grappig? Niet echt.
Hitoshi Matsumoto is de naam van de hoofdrolspeler. Hij is tevens de schrijver en de regisseur van de film. Hij is een populaire Japanse humorist die meer films maakte. Symbol is mijn eerste ontmoeting met de Japanse komiek. Een ontmoeting die niet direct smaakte naar een verdere kennismaking met zijn werk. In Symbol bestookt hij de kijker met allerlei absurditeiten. Hoewel er bij mij wel een goedmoedig gevoel optrad bij het kijken naar de vertwijfelde man in zijn pyjama, die wanhopig probeert te ontsnappen, lukte het me maar niet om de lach te vinden.
De filosofie achter de film dacht ik wel te vinden. De man bevindt zich in een Kafkaëske situatie, waaruit geen ontsnapping mogelijk is. De man weet dat hij gevangen zit maar heeft geen idee in hoeverre zijn handelingen effect hebben. Later in de film leren we dat de mens als levend wezen verbonden is met het universum en elke handeling gevolgen heeft voor de koers die het universum vaart. Hoe overdreven, belachelijk, nutteloos en absurd die handelingen ook zijn of lijken te zijn. Er is blijkbaar altijd ruimte voor hoop.
Dan resten nog de twee verhaalllijnen. Hoewel de twee verhaallijnen op een of andere manier aan het eind samenvallen, lukte het me niet echt om de vinger op de verbintenis tussen beide te leggen. De zin “oefening baart kunst” schoot door me heen. Geen idee waarom. Ik schoot er niet veel mee op. Symbol is een intrigerende film en aan mij niet echt besteed, vrees ik.
Alternatieve titel: Wake Up Dead Man: A Knives Out Mystery, 1 maart, 03:36 uur
De derde film waarin Daniel Craig in de huid van detective Benoit Blanc kruipt. De derde keer ook dat hij een gecompliceerde moord moet oplossen. Wake Up Dead Man: A Knives Out Mystery is een fijne whodunnit die na het ietwat parodistische Glass Onion (2022) in een sacrale omgeving een minder losbandige sfeer opzoekt. Benoit Blanc bevindt zich in een conservatief stadje waar religie en kerk belangrijke pijlers in het bestaan zijn. En juist in deze pastorale setting wordt een moord gepleegd.
Schijn bedriegt, zoals dat vaker het geval is. De kerkgemeenschap is stevig in handen van monseigneur Wicks die de gemeenschap laat sidderen door in elke preek de slechte karaktereigenschappen van een kerkbezoeker te benoemen. Een provocatieve tactiek die hij gebruikt om macht en controle uit te oefenen. Zijn ondergeschikte is father Jud die wars is van dergelijke tactieken en pleit voor de dialoog en de begripvolle zachte hand. Door de tegenstrijdigheden in de karakters van Wicks en Jud te accentueren, vindt schrijver en regisseur Rian Johnson een geslaagde uitlaatklep voor een genuanceerd commentaar op religie. De film doet dat zonder afbreuk te doen aan hetgeen waar een whodunnit over moet gaan. En dat is natuurlijk de moord en de ontrafeling ervan.
Rian Johnson heeft zich laten inspireren door de grootheden van het misdaadverhaal. Schrijvers als Agatha Christie en John Dickson Carr. De roman The Hollow Man van Carr wordt in de film zelfs meerdere keren genoemd. Daarnaast zijn er andere referenties naar bekende detectiveverhalen. Behalve aan het feitelijke moordonderzoek besteedt de film aandacht aan de diverse personages die verdacht zijn. Die personages zijn enigszins overdreven vormgegeven, maar zijn niet dermate ontspoord dat ze karikaturale vormen aannemen. Samen met Benoit Blanc leer je de personages en hun geheimen in de loop van de film beter kennen en is het leuk om zelf wat speurzin te bedrijven.
De ontknoping bevat een aantal wendingen die tamelijk gekunsteld zijn, maar als je daar overheen stapt is de ontrafeling van het mysterie bewonderenswaardig creatief in elkaar gezet en uiteindelijk acceptabel te noemen. Noemenswaardig zijn verder nog de expressieve score die een ongemakkelijke sfeer benadrukt, de scherpe en geestige dialogen en het fijne acteerwerk. Gedragen wordt de film door bekende namen als Josh ‘O Connor, Daniel Craig en Josh Brolin. Een intrigerende bijrol is er voor Glenn Close. Wake Up Dead Man heeft me bijzonder goed vermaakt.
Alternatieve titel: Now You See Me 3, 1 maart, 00:48 uur
Now You See Me: Now You Don’t is de derde in de reeks en de film brengt precies dat wat de voorgangers zo leuk maakte. Niet alleen zijn de vier hoofdpersonen uit de eerste en tweede film weer terug, ook andere personages uit de eerdere films keren weder. Het zijn niet alleen de personages zelf die voor het plezier zorgen. Het zijn zeker ook de onderlinge conflicten en de pogingen om elkaar af te troeven die de film leuk en dynamisch maken. Verder biedt de film actie en natuurlijk veel gegoochel.
Prima actie en illusies. Misschien wel de fijnste illusies vinden plaats tijdens een stop in een magisch kasteel. Een schitterende setting met Escherachtige trappen, spiegelwanden en verborgen deuren. Naast gegoochel is de film ruim voorzien van actie. Bombastische actie zonder dat er een schot wordt gelost. De actie en illusies vinden op veel locaties plaats. De illusionisten reizen wat af. Hun beweeglijkheid zorgt steeds voor fraaie decors in de vorm van diverse grote steden die door de groep worden aangedaan. En tenslotte is er natuurlijk nog de antagonist waartegen The Horsemen het moeten opnemen. Voor die rol is Rosamund Pike aangetrokken die op behoorlijk overdreven maar amusante wijze een gemeen loeder neerzet. Ze is een uitstekende antagonist. Goed passend in het illusoire schouwspel dat de film is.
Now You See Me: Now You Don’t is heerlijk popcornvermaak. Regisseur Ruben Fleischer slaagt er goed in om een frisse film te produceren. Niet alleen door de introductie van nieuwe illusionisten maar vooral door de fijne dynamiek tussen de personages en de dynamiek in de scènes. Visueel mooi. Veel vaart. Prima plot ook. Niet al te moeilijk en verfrissend dat alle gedoe eens niet om de redding van de planeet gaat, maar gewoon voortkomt uit een persoonlijk wraakmotief. Het is zorgeloos genieten van illusie, actie en humoristische interacties. En ja, de afloop staat natuurlijk vast. Op dus naar de volgende in de reeks.