In de stad Oakland in Californië komt het regelmatig voor dat de atmosfeer bijna statisch is. Soms is het fenomeen zo extreem dat een groene gloed zichtbaar wordt. De spanningen in de atmosfeer vinden voortgang in de straten van de stad. Dat gebeurde met name in het jaar 1987. Het jaar waarin de Golden State Warriors heel verrassend in de halve finale van de NBA spelen. Het jaar waarin een groep neonazi’s met regelmaat en met geweld een punk café binnenvalt. Het jaar waarin de ijsverkoopsters Barbie en Entice het willen gaan maken in de hiphopscene. En het jaar waarin de killer Clint voor de laatste keer een opdracht aanneemt van zijn gangsterbaas. 1987 was me het jaartje wel in Oakland, Californië.
Freaky Tales is een film van Anna Boden en Ryan Fleck. Ze maakten eerder furore met de film Captain Marvel (2019). In Freaky Tales neemt het duo de kijker mee op een nostalgische trip naar het Oakland van 1987. De film is een wilde rit die is opgedeeld in vier segmenten die zich in hetzelfde tijdsbestek afspelen maar steeds vanuit een wisselend perspectief en met wisseldende personages. Er zijn veel referenties naar Oakland in die jaren. Referenties die voor het duo Boden/Fleck veelzeggend zijn, maar niet altijd voor de kijker. Die zal de verwijzingen niet altijd herkennen. Heel erg vond ik dat niet. Het had in elk geval geen vervelend effect op het consumeren van de film. Die consumptie was prettig.
De film is een hommage aan een andere tijd. Films uit die tijd komen langs. De muziek. De videotheek. De ska-punk scene. Best leuk. De film heeft vaart en de verschillende episoden en bizarre gebeurtenissen zorgen voor een afwisselend geheel. Leuk om nog te vermelden dat Tom Hanks een rolletje in de film heeft. Hij speelt een medewerker in een videotheek met de naam Hank en heeft een hilarische scène met huurmoordenaar Clint. Freaky Tales is een vermakelijke film. Afwisselend, humoristisch, absurd en temporijk. Leuk.
Alternatieve titel: 4 Dollars of Revenge, 28 april 2025, 01:05 uur
De film oriënteert zich losjes op de roman “De Graaf van Monte Cristo” van Alexandre Dumas en verplaatst het verhaal van Frankrijk naar het wilde westen. In Cuatro Dólares de Venganza is protagonist Roy Dexter het aimabele goudhaantje dat zijn vriend Barry Haller op een oprechte manier net steeds een stapje voor is. Hij maakt sneller carrière en weet het meisje Mercédes waar Haller ook een oogje op heeft, voor zich te winnen. Het zet kwaad bloed bij Haller.
Na de vrij kernachtig gepresenteerde introductie begint de film aan zijn spanningsopbouw als het leven van Dexter opeens wat minder voortvarend verloopt. Hij raakt buiten zijn schuld om in verval. De film volgt hem op zijn pad naar wraak en rehabilitatie. Het is zijn doel om het verraad en de achterklap die ertoe hebben geleid dat hij is beroofd van zijn leven, genadeloos af te straffen. De film kiest vooral de weg van het drama om de pogingen van de held weer te geven. Heel spannend is dat niet. Daarvoor zijn de personages te karikaturaal, zijn de dialogen te mager en is het verhaal te voorspelbaar.
Het melodramatische pad heeft gelukkig wat zijweggetjes die actiescènes bevatten. Dat feit klinkt spannender dan het is. De gevechtsscènes zijn niet heel enerverend gechoreografeerd. Bovendien komt in deze scènes wederom het drama om de hoek kijken in de vorm van overdreven acteerwerk dat zich op hilarische wijze openbaart als een klap wordt uitgedeeld of een man van zijn paard duvelt. Soms ook zijn de actiescènes gewoon zo slecht dat er om die reden flink kan worden gelachen. Hartstikke prettig natuurlijk, maar het doet de spanning in de film geen goed.
Ondanks al deze hándicaps kijkt Cuatro Dólares de Venganza wel aangenaam weg. De film heeft een behoorlijk korte speelduur en gebeurtenissen volgen elkaar snel op. Van verveling is geen sprake. Een fijne onderdompeling in het westerngevoel overviel me bij het kijken echter nooit.
Alternatieve titel: John Grisham's The Rainmaker, 27 april 2025, 04:01 uur
In de jaren 90 kon je niet om John Grisham heen. Niet alleen werden zijn romans veelvuldig gekocht (en gelezen, vermoed ik), ook waren er de talloze verfilmingen van de romans die draaiden om de rechtsgang en juridische gevechten. The Rainmaker is de vijfde verfilming van een Grishamboek. De film was niet erg succesvol in de bioscopen en doet wel wat denken aan het succesvolle The Firm (1993), die de eerste filmadaptie was. Evenals in The Firm staat in The Rainmaker een advocaat centraal die nog aan het begin van zijn carrière staat. En evenals in The Firm moet de onervaren advocaat een juridische strijd voeren tegen een machtige tegenstander en moet hij er natuurlijk voor zorgen dat het recht zegeviert.
The Rainmaker is een heuse crowdpleaser. Als een arm gezin met een tragisch verlies wordt geconfronteerd en samen met een jonge, onervaren en empatisch ingestelde advocaat de strijd aanbindt tegen een grote verzekeringsmaatschappij, dan is het wel duidelijk waar de sympathie van de kijker ligt. Mocht de kijker nog twijfels hebben over de partij aan wie hij zijn sympathie toebedeelt, dan zal de weerzinwekkend optredende Jon Voigt die de verzekeringsmaatschappij vertegenwoordigt, de kijker definitief naar de kant van de jonge advocaat en het arme gezin duwen.
Het verhaal is vrij simpele en houdt zich bezig met de aloude strijd tussen goed en kwaad. Voor enige diepgang is geen plaats in deze film. Hoewel er wat lichte aanzetjes zijn die er even op duiden. Even worden er vraagtekens geplaatst bij de legaliteit van de middelen die beide advocaten toepassen. Het is slechts even. Geen zorg. Het thema blijft verder onaangeroerd. Het doel heiligt blijkbaar altijd de middelen als je een sympathieke jongeling bent die door Voigt met valse trucs wordt bestookt. Ok. Dan weten we dat ook weer. Hou het simpel. Een schemergebied bestaat in deze film niet. Goed is soms wel erg goed. Twijfelachtige omgang met de rechtsgang is in handen van de goede partij een goed middel. In handen van de slechte partij niet. En tenslotte is alles dat de slechte partij onderneemt altijd heel slecht.
Ondanks de wat simpele verhaallijn en de wat simpele belijning van de personages is The Rainman een hele vermakelijke film. Regisseur Francis Ford Coppola zet het verhaal zodanig neer dat je als kijker betrokken raakt en wil weten of en hoe de valse Voigt van zijn voetstuk wordt gestoten. En dat is knap van Coppola. Het antwoord is vanaf de eerste minuut immers al duidelijk. Prima cast ook. De invulling van de rollen wordt gewoon goed uitgespeeld. Matt Damon is een overtuigende idealist waarvoor je wel sympathie moet koesteren. Danny DeVito zorgt voor de luchtigheid. En aan de gladde Jon Voigt heb je meteen een hekel. Lekker simpel en overzichtelijk.
The Rainmaker vertelt een simpel en voorspelbaar verhaal en doet dat met uitgesleten karakters. En toch is de conclusie dat The Rainmaker een spannende en zeer vermakelijke film is. Hier spreekt de klasse van Coppola zullen we maar zeggen.
Regisseur en schrijver Eliza Hittman volgt in haar film een jonge vrouw die een pijnlijke en zenuwslopende ervaring beleeft die voortkomt uit de beslissing om uit zelfbeschikking te handelen. De 17-jarige Autumn (Sidney Flanigan) leeft in het landelijke Pennsylvania en is ongewenst zwanger. In Pennsylvania is een abortus lastig en dus gaat ze samen met haar nichtje Skyler (Talia Ryder) naar New York om aldaar de medische zorg te krijgen die ze nodig heeft. Hittman maakt een coming of age-drama met roadmovie elementen waarin ze een situatie neerzet die vrouwen en meisjes die een dergelijk ingreep ondergaan, meemaken.
In de eerste minuten van de film dringt een neerslachtige sfeer de film binnen. De film opent met een optreden van Autumn die op een schoolfeest een lied ten gehore brengt. Alleen op het toneel zingt zij haar lied. Ze straalt eenzaamheid en kwetsbaarheid uit. Haar stem breekt als haar medescholieren de spot met haar drijven. Tranen wellen op, maar dapper zingt zij door. De scène maakt duidelijk dat er iets goed mis is. Dat er dieper leed suddert. Het valt echter niemand op. Haar ouders zijn te zeer bezig met hun eigen sores. Haar klasgenoten behandelen haar sowieso neerbuigend. Haar baas in de supermarkt waar ze werkt, bezit geen enkele vorm van mededogen. Ze is op zichzelf aangewezen.
De film laat een melancholische uitputtingslag zien. Negatieve ervaringen met het mannelijke geslacht en kleine tegenslagen die Autumn en Skyler meemaken drukken spijtige afhankelijkheid en beperking van de keuzevrijheid uit. Veelzeggend is in dat opzicht de neuspiercing die Autumn bij zichzelf zet. De handeling ziet er pijnlijk uit, maar is nodig omdat het de enige mogelijke manier is om het gevoel terug te krijgen dat ze baas is over haar leven en haar eigen lichaam. Een ontroernede en confronterende scène. De begeleidende muziek vlecht zich intussen bijna geruisloos de sfeer binnen en versterkt die.
De filmt ademt somberheid. Autumn wordt omhuld met indringende eenzaamheid en zwaarmoedigheid. Het kleurgebruik bevestigt dat nog eens. De kleuren zijn bepaald niet expressief, maar vertonen een grauwheid en matheid die aansluit bij de zwaarmoedigheid. Autumn is alleen en haar leed is onzichtbaar voor haar omgeving. Haar nichtje Skyler is de enige persoon die aanvoelt dat Autumn hulp nodig heeft. Hittman plaatst de beide hoofdpersonages vervolgens in een atmosfeer die behalve somber ook heel benauwend werkt. Autumn en Skyler praten amper met elkaar en gedragen zich ten opzichte van elkaar gereserveerd, ingetogen, bijna emotieloos. Van veel hartelijkheid tussen beiden lijkt geen sprake te zijn. Dat die indruk niet juist is, laat de camera zien. Die registreert de subtiliteiten die verraden dat de affectie er wel is. Een veelzeggende blik. Een minieme aanraking. De tekenen zijn subtiel en ontroerend. Nog niet genoemd is het acteerwerk dat bepalend is voor inleving en geloofwaardigheid. Sydney Flanigan en Talia Ryder acteren geweldig. Ik had geen enkele moeite me in te leven.
De titel van de film keert terug in een vraaggesprek dat Autumn in de abortuskliniek heeft. Het is een gesprek dat niet alleen Autumn maar ook de kijker emotioneert. Het is een ingetogen scène en daardoor een krachtige scène. Ingetogenheid tekent de film. De film laat de reis en de geschiedenis eromheen zien zonder opzichtig op de traan te spelen. Zonder opdringerig te wijzen ook. Naar schuldigen, naar slechteriken. De film observeert slechts. Uiteraard is niets objectief en sijpelt de visie van de schrijver natuurlijk door, maar Hittman maakt van de film geen tendentieus pamflet. De film is geen gemakzuchtige tranentrekker. Never Rarely Sometines Always is een goede film.
The Sweet East vertelt van de reis van higschool student Lilian door de steden en het platteland van de Amerikaanse Oostkust. Op een schoolreisje naar Washington D.C. krijgt Lilian (Talia Ryder) een indruk van de absurde realiteit die buiten haar veilige thuiswereld bestaat. Die indruk smaakt naar meer en is het begin van een reis die leidt tot nog meer kennismakingen met nog meer absurde realiteiten. Lilian reist door een versplinterde samenleving als een soort Alice in Wonderland.
In zijn speelfilmdebuut presenteert Sean Price Williams een Verenigde Staten waarin de wereld van de complottheorieën als een reële wereld wordt voorgesteld. Die gedachte krijgt in het begin van de film vorm als Lilian in een bar getuige is van een schietpartij. In de vaste overtuiging dat in de kelder kinderen worden vastgehouden ten behoeve van het vervaardigen van internetporno voor de elite, eist de dader tot vervelens toe van de geïrriteerde barkeeper hem de weg naar de kelders te wijzen. De veronderstelling dat onder een bar kinderpornografische activiteiten plaatsvinden, is een belachelijke veronderstelling natuurlijk. Of toch niet. Als Lilian naar de toiletten vlucht, opent zij per ongeluk een verborgen deur die naar een onderaardse tunnel leidt die bezaaid ligt met speelgoed. Complottheorieën zijn in deze film misschien geen theorieën, zo ontdekt Lilian samen met de kijker.
De film bestaat uit een aantal episoden die een gemene deler hebben. In elke episode bevindt Lilian zich in een positie waarin een man haar wil helpen. Voor haar willen zorgen. Lilian raakt in elke episode verstrikt in een situatie die vooraleerst praktisch en misschien zelfs aangenaam is, maar dat uiteindelijk niet is. Op dat moment zet ze haar vermogen in om zich uit deze situaties te bevrijden. Dat doet ze door heel slim steeds gebruik te maken van de omstandigheden die zich voordoen in combinatie met haar aangeboren geslepenheid. Hoewel setting en omstandigheden variëren zit er op den duur wel wat sleet op de verhaaltjes en op het personage.
In The Sweet East wordt waanzin blootgelegd. Waanzin die vooral online een voedingsbodem heeft. Op zich interessant en af en toe zeker hilarisch. Ik werd echter niet heel erg meegesleept. De reden is volgens mij tweeledig, Als eerste is daar de strakke afbakening van de gebeurtenissen die weinig of geen ruimte laat voor eigen interpretaties. Vraagtekens werden door mij amper gezet. Dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Gebeurtenissen zijn comfortabel gekaderd, vinden verderop in de film geen opvolging en worden weer vergeten. De episoden zijn hoogstens leuk om te aanschouwen maar maken niet nieuwsgierig. De tweede reden is de mooie Talia Ryder. Haar personage reageert dermate stoïcijns en onverschillig op gebeurtenissen dat ik niet de neiging kreeg haar geestelijk te ondersteunen in haar nood.
In de film lijkt het absurde verheven te zijn tot het doel om weinig diepzinnige verstrooiing te brengen. Al vermoed ik op momenten satirische prikjes. Veel stelt het niet voor. Veelzeggend is misschien wel dat na afloop van de film het beeld dat me bijbleef ihet beeld is van Talia Ryder die voor de spiegel staat en zichzelf al zingend bekijkt. Niks absurds aan. Gewoon mooi.
Verrassend leuk, deze trashy satire die zich in vrolijke snoepkleuren uitspreekt tegen sociale druk en de onmogelijkheid om middels zelfonderzoek je ware aard te vinden. Hoe de mores van fatsoen een sta-in-de-weg is voor de natuurlijke zoektocht naar een eigen seksuele identiteit. But I'm a Cheerleader biedt iets meer dan enkel simpel vermaak.
In het begin biedt de film dat vermaak wel. De film pakt het thema vooral komisch en allesbehalve subtiel en smaakvol op. Tieners met vermeende homoseksuele neigingen worden door hun fatsoenlijke ouders naar een landhuis op het platteland gestuurd om daar van hun neiging te genezen. De film strooit vanaf dat moment met hilarische clichés. Bij niemand slaat de therapie aan. Homoseksuele trekjes worden overdreven. Ouders zijn liefdeloos, onredelijk of erg naïef. Van dat werk. Alle clichés komen met de botte bijl voorbij. Ik zei het al. De humor is allesbehalve subtiel en smaakvol, maar ik heb er erg om moeten lachen.
Vooral in de eerste helft van de film tiert de smakeloosheid welig. Heerlijk. In de tweede helft is ruimte voor meer subtiliteit als de opbloeiende liefde tussen Megan (Natasha Lyonne) en Graham (Clea DuVall) de aandacht krijgt. Dat gebeurt verbazingwekkend fijngevoelig en vraagt om meer dan gemakzuchtig acteerwerk. Lyonne en DuVall doen dat goed. Niet erg verbazingwekkend. Beiden zijn intussen tot redelijk gerenommeerde actrices uitgegroeid. In dit kader leuk om nog te noemen dat Michelle Williams en Julie Delpy ook een rolletje in de film hebben. Williams als lesbische patiënt. Delpy als sexy lesbienne. Ik herkende geen van beiden, maar las het in de aftiteling.
But I’m a Cheerleader is zowel een film met simpele platte humor als een film die een paar tedere en smaakvolle scènes in pacht heeft. Mijn verwachting om een puur plathumoristische film aan te treffen werd niet bewaarheid. De film heeft meer in zijn mars dan dat. Ik werd prettig verrast.
Gebaseerd op de roman High Fidelity van Nick Hornby. De roman die een bepaalde toon treft waarmee gekwetste en eenzame mannen zich goed kunnen identificeren. Mannen die bang zijn om tot het einde van hun levensdagen gekwetst en eenzaam te zijn omdat ze maar geen (geschikte) partner kunnen vinden om aan te blijven kleven. Stephen Frears verfilmde de roman en handhaafde de weemoedige toon van het boek. Hij doet meer. Hij voegt humor toe en maakt van High Fidelity een aangename tragikomedie.
Het is de popmuziek die een dominante rol in het leven van protagonist Rob Gordon speelt en derhalve het karakter van de film meebepaalt. Rob is een cynische dertiger die het maar niet voor elkaar krijgt om een relatie in stand te houden. Hij vraagt zich af waarom dat toch zo is. Veel van hetgeen Rob beleeft komt tekstueel overeen met de muziek die ten gehore wordt gebracht en bestaat uit variaties op dezelfde thema's. Liefde, uit elkaar gaan, hartzeer, verlies, verdriet.
Rob is eigenaar van een slechtlopende platenzaak en is niet erg bezig met zijn zakelijke perspectieven voor de toekomst. Het is lastig om sympathie voor Rob op te brengen. Hij is egocentrisch en straalt maar weinig levensvreugde uit. Hij bevindt zich in een existentiële crisis en krijgt te maken met teleurstellingen die hij over zichzelf afroept. Nee, Rob is geen personage om mee te sympathiseren of medelijden mee te hebben.
De film hanteert een vertelstructuur die de kijker nu niet direct gastvrij het verhaal binnensleept. De film volgt geen doelgerichte handeling waarin de protagonist zich overzichtelijk steeds van A naar B beweegt. De film bestaat uit een onbesuisde aaneenrijging van terugblikken, voice-over monologen en momentopnamen. Zo ontstaat een fragmentarische film die een bepaald levensgevoel aanwakkert dat bij een bepaalde levensfase hoort. Als je als kijker niet in staat bent mee te gaan in dat (nostalgische) gevoel, dan zal de film je maar weinig leuks te bieden hebben. De film biedt geen verrassende ontwikkelingen, bouwt niet aan een spanningsboog en heeft geen consistente verhaallijn. De film presenteert je simpelweg een gevoel.
De film kijkt als het gespreksonderwerp dat steeds terugkeert, namelijk de mixtape. De film kijkt als een losjes samengestelde mix van scènes. Andere veel voorkomende gespreksonderwerpen zijn onbewoonde eilandlijstjes en natuurlijk popmuziek. De dialogen die eruit vcoortkomen zijn leuk om te volgen. De leukste scènes van de enigszins monotone maar wel fijne soundtrack die de film eigenlijk is, zijn de scènes die zich in de platenzaak afspelen. De interactie tussen John Cusack, Jack Black en Todd Louiso is hilarisch en laat je even prettig uit de weemoedige wereld van Rob Gordon ontsnappen. Zwartgalligheid is prima, maar een combinatie met lichtzinnigheid is nog beter. De balans is prettig.
Stel afgestompte, verwende, opportunistische en huichelachtige journalisten wordt uitgenodigd en in de watten gelegd op het landgoed van een voormalig popartiest die hen wil laten kennismaken met zijn comeback album. De uitzondering wordt gevormd door journaliste Ariel die als enige een kritische blik opzet en vreemde zaken waarneemt die het bestaan van een sinistere sekte doen vermoeden en zich daar helemaal niet lekker bij voelt. Opus is een heerlijke curieuze thriller waarin John Malkovich en de leuke Ayo Edebiri twee uitstekende hoofdrollen vertolken.
Malkovich is popartiest Moretti. Hij draagt excentrieke gewaden die ervoor zorgen dat zijn fysieke verschijning een zeer wonderbaarlijk en spectaculair karakter heeft. Zijn stemgeluid heeft een indringende klank. Hij weet zijn toehoorders met zijn charisma te betoveren. Niet de kijker. Niet de kwieke en achterdochtige Ariel. Die zien rondom de charmante Moretti een aura gevuld met monomanie, decadentie en duisternis. Die voelen beklemming, kwaadaardigheid en huiver.
De volgevreten journalisten blinken echter niet uit door een hoogstaand kritisch vermogen en laten zich gemakkelijk inpakken. Beetje te gemakkelijk vond ik. Zelfs bij een opvallend incident tijdens het boogschieten dat neigt naar opzet en waarbij iemand gewond raakt, worden geen vraagtekens geplaatst. Het voorval illustreert op sardonische wijze echter wel hoezeer Moretti zijn gasten heeft ingepakt en trekt de film definitief een onheilspellende sfeer in.
Het verhaal voltrekt zich soms met horten en stoten maar intrigeert. De figuur Moretti is een interessant mysterie die tezamen met een reeks merkwaardige gebeurtenissen verwondering en spanning oproept. De film van regisseur en schrijver Mark Anthony Green blijft met een aantal aardige plotwendingen en een surplus aan absurditeiten tot het einde toe vermaken. Onder het kopje vermaak moet ik trouwens nog de dialogen scharen die bijna allemaal aan een zelfingenomen teneur lijden en erg grappig zijn.
Opus is mysterieus, grappig en spannend. De troefkaart heet John Malkovich. Zonder de bizarre en charismatische aanwezigheid van Malkovich zou de film een stuk minder vermaken, vermoed ik.
Bad Genius is de remake van de Thaise film Chalard Games Goeng (2017). Ik las dat helaas pas toen ik de Amerikaanse versie al had gezien. In het algemeen verkies ik het origineel boven de Amerikaanse remake. Het zij zo. Moet ik maar beter opletten. Gelukkig is Bad Genius een vermakelijke film.
Regisseur en coauteur J.C. Lee heeft in de Amerikaanse versie wat aanpassingen aangebracht die goed werken. Het basisverhaal over examenfraude is hetzelfde. Lee voorziet zijn hoofdpersonage Lynn echter van twee eigenschappen die maken dat zij scherp afsteekt tegen de gemiddelde student die blank is en rijke ouders heeft. Hij verleent haar armoedige leefomstandigheden die het haar moeilijk maken aansluiting te vinden bij de rijke studenten. Dat vindt Lee nog niet genoeg en hij voorziet haar ook nog eens van een migratieachtergrond. Lee maakt het maatschappelijke onderscheid groter dan in de originele film. De contrasten zijn niet erg subtiel, maar ze maken het gemakkelijk om met Lynn te sympathiseren.
Verwacht trouwens geen verregaande maatschappijkritiek. De film houdt het simpel en accentueert slechts de contrasten tussen arm en bevoorrecht. Het wordt de kijker gemakkelijk gemaakt om zwart van wit te onderscheiden. Andere dingen zijn belangrijker. Veel belangrijker is het thrilleraspect. Het frauderen wordt spannend in beeld gebracht door het voortdurend invoegen van momentjes waarop het mis dreigt te gaan. De spanningsboog loopt gedurende het verloop op en staat vooral tegen het einde van de film strak gespannen. Behalve spannend is het frauderen trouwens ook fascinerend om te aanschouwen. De methoden die worden gebruikt zijn aangenaam inventief en dragen bij aan de vermakelijkheidsfactor.
Bad Genius is geen hoogvlieger, maar doet zijn werk als thriller goed. De film is spannend en vermaakt. Prima dus.
Een spionagefilm van Steven Soderbergh. Op voorhand een dubbel gevoel. Ik hou wel van de films van Soderbergh. Een interessante regisseur die mooi werk heeft afgeleverd. Dus ben ik nieuwsgierig naar een nieuw poject. Er is ook een andere kant. Ik hou niet van spionagefilms. Op de een of andere manier ontgaat mij altijd de clou van dergelijke films. Ik weet nooit wie goed is of slecht en als men begint over dubbelspionage, ben ik het spoor helemaal bijster. Mijn intellect blokkeert als het om spionage gaat. Vroeger wel eens een boek van John le Carré geprobeerd. Ik begreep er niets van. Gemengde gevoelens dus als ik de film inga met de verwachting het spoor wel snel bijster te zullen raken.
Dat gebeurde uiteraard ook, maar ik hield het langer vol dan van tevoren gedacht. Ik had het lang naar mijn zin. Black Bag bevat amper actiescènes. In plaats daarvan veel messcherpe woordgevechten die van onderkoelde humor getuigen. Leuk. Hou ik van. Visueel is de film ook prima voorzien. De film ziet er strak uit. Geen tierelantijnen. Het kleurgebruik is bijna saai te noemen. Evenals het setdesign. Beide zaken passen perfect bij de zakelijke inkleuring van de personages, de monotone manier waarop ze praten en bij de wat kille sfeer die in de film aanwezig is. Geslaagd, wat mij betreft.
Het verhaal kon ik een tijdlang goed volgen. Maar ergens halverwege raakte ik het spoor bijster. Ik kreeg moeite om de diverse personages van elkaar te onderscheiden. Ik verloor simpelweg het zicht op hun respectievelijke identiteiten. Ik begon me af te vragen wat ook alweer de clou van het verhaal was. Op een bepaald moment vroeg ik me zelfs af wat de Severus (n.b. het keyobject in de film) ook al weer was. Hopeloos. Spionage is niks voor mij. Black Bag gaf me een ambivalente ervaring. Ik kon wel genieten van het acteerwerk, de atmosfeer en de onderkoelde humor, maar het verhaal ontging me voor een groot deel. Na afloop restten gemengde gevoelens.
Fijne western van Lawrence Kasdan die samen met broer Mark ook verantwoordelijk is voor het script. Hij maakt een vermakelijke western die weliswaar thematisch geen nieuwe wegen inslaat maar de oude paden wel heel aangenaam bewandelt. De pioniers trekken op. De nieuwe tijd lonkt. Silverado verhaalt van de zwanenzang van de laatste revolverhelden en doet dat met een aangenaam ensemble.
De film vertelt twee verhalen. In de eerste helft vertelt de film over vier helden die elkaar tegenkomen, gaan samenwerken en een aantal beproevingen doorstaan. De tweede helft van de film staat in het teken van hun strijd tegen een corrupte wetsdienaar en een wreedaardige veebaron. Het is een aangenaam groepje revolverhelden dat samen een grote verscheidenheid aan thema’s vertegenwoordigt. Racisme, uitbuiting, vrijheidsdrang, rebellie, zelfbehoud. Om maar wat te noemen. Mooie beelden en mooie filmmuziek onderstrepen de nostalgie die onvermijdelijk komt bovendrijven bij het zien van de weidsheid van de prairie, de huifkarren van de pioniers, de saloons, de revolverhelden, de gevechten en natuurlijk het slotduel.
Een prima ensemble ook. De personages van Scott Glenn, Kevin Kline, Kevin Costner en Danny Glover vormen het centrum van de film. Mij beviel vooral Kevin Kline erg goed. Jammer dat hij zich verder amper in westerns heeft laten zien. Volgens mij alleen in Wild Wild West (1999), maar die film staat niet hoog aangeschreven en heb ik op moment van schrijven nog niet bekeken. Fijne bijrollen ook. Jeff Goldblume, Rosanne Arguette, John Cleese en Brian Dennehy zorgen met hun inbreng voor een paar leuke momenten. En in het geval van Cleese zelfs voor een paar komische momenten.
Silverado is een heerlijke western met mooie beelden, goede actie, een goede score en aangename personages. Ik heb me goed vermaakt.
Geschreven en geregisseerd werd de film door Rungano Nyoni. Een vrouwelijke regisseur die in Zambia werd geboren en op negenjarige leeftijd met haar familie naar Wales verhuisde. On Becoming a Guinea Fowl is mede geproduceerd door A24 en is haar tweede lange speelfilm. De film speelt zich evenals haar eerste film (I Am Not a Witch (2017)) af in Zambia. On Becoming a Guinea Fowl sleepte op diverse filmfestivals behoorlijk wat prijzen in de wacht. Ik snap waarom. Het is een goeie film. Een interessante film. Een film die na afloop nog niet is afgelopen, maar nog nagalmt in het hoofd. Het is film die nieuwsgierig maakt naar haar eerste film die overigens ook veel lof kreeg toebedeeld.
Het begin van On Becoming a Guinea Fowl is verrassend simpel. Shula rijdt ‘s nachts in haar auto op een verlaten weg. Ze draagt een groteske zonnebril en een bizar pak en luistert naar popmuziek op de radio. Ze komt van een mondain feestje en is in een uitgelaten stemming. Plotseling stopt ze en is er van de uitgelatenheid niets meer over. We zien waarom. Op de weg ligt een levenloos lichaam. Het is haar oom Fred. Na een hoop turbulente verwikkelingen, duurt het uren voor de politie het lijk weghaalt. Het is een simpel en komisch begin van de film, die zich in het verloop als een serieus karakterdrama met satirische trekjes ontwikkelt en een gelaagde inkijk geeft in de Zambiaanse samenleving.
Na de dood van oom Fred doorloopt Shula samen met talloze familieleden de dagenlang durende traditionele begrafenisrituelen. De vraag rijst of Shula die een moderne vrouw is, zich kan verenigen met de tradities zoals de conservatieve familie die uitgevoerd wil zien. De indruk ontstaat dat Shula zich in ieder geval gevoelsmatig buiten de tradities plaatst. Het is een culturele botsing die niet heel opzichtig plaatsvindt. De film schetst twee werelden. Twee polen. Soms bewegen de personages zich in de ene wereld. Soms in de andere. Soms heeft het cultuurhistorische aspect meer aantrekkingskracht. Soms duwen het realisme en het pragmatisme de traditie opzij.
Los van het verhaal is het interessant om de tradities rondom een begrafenis te volgen. Terwijl de vrouwen luid huilend van hun rouwende gevoelens blijk geven en zich inspannen om voedsel te bereiden, dragen de mannen niet veel bij. Ze laten zich graag bedienen. Dat wel. Toch wel een beetje een cultuurschok. Gelukkig valt er ook wel iets te lachen. Ik weet niet of het opzet is maar het gemeenschappelijke geween is omkleed met veel ostentatief drama en werkt daardoor soms op de lachspieren. Andere dingen roepen ook een lach op. Neem het malle verbod dat Shula krijgt opgelegd om niet te douchen tot na de begrafenis of de opdracht die de weduwe krijgt om weeklagend door het huis te kruipen. De scheidslijn tussen ernst en luchtigheid is dun. De scheidslijn tussen traditie en het moderne leven is dun. De waarde die aan de traditie moet worden gehecht moet vooral in een relativerend licht worden bekeken. Zo heb ik de boodschap althans ervaren.
De film legt de zere vinger op de tegengestelde opvattingen tussen generaties en kaart de onrechtmatige tegenstelling aan tussen de positie van de man en die van de vrouw. Shula staat midden in de traditionele wereld maar voelt zich er niet mee verbonden. Een interessant gegeven. Een interessante film. Sfeervol ook. Een belangrijke rol is in dat opzicht weggelegd voor het sounddesign. Atonale en metaalachtig klinkende geluiden roepen een verontrustende sfeer op. Een sfeer waarin de ietwat dromerige beeldspraak veelzeggend is voor de innerlijke gemoedstoestand van de personages in het algemeen en van Shula in het bijzonder. Een sfeer waarin duistere geheimen uit het verleden sudderend en sputterend tot leven komen.
Een verdrongen familietrauma lijkt voor haar de definitieve splijtzwam te zijn. Een geheim dat uit het verborgene naar de oppervlakte drijft. Een trauma dat verstopt lag binnen de tradities, ontsnapt uit de verstikking daarvan en openbaart zich. Shula is klaar met de cultuur van verdringing en stilzwijgen. Ze opent haar mond. De tijd is daar. Het gedrag van Shula doet denken aan het gedrag van de parelhoen die met zijn merkwaardig klinkende luide schreeuw de omgeving waarschuwt voor onheil en zo de groep beschermt en uiteindelijk sterker maakt door juist niet lijdzaam te berusten. Haar uitgesproken houding levert een prachtig slot van de film op.
Opeens duikt er een in het zwart geklede vrouw met gesluierd gezicht in de tuin op. Wie ze is en wat ze komt doen, zegt ze niet. Ze zegt überhaupt niet veel. Ze beweegt ook amper. Ze is er gewoon. Ze lijkt op iets te wachten. Haar merkwaardige verschijning heeft een intimiderende uitwerking op het rouwende gezin dat vanuit het huis de vrouw observeert.
In eerste instantie richt de aandacht zich overigens niet zozeer op de vrouw in het zwart, maar is die gericht op het gezin. Een gebroken gezin dat bestaat uit een moeder en twee kinderen. De film schetst het portret van een labiele moeder die met psychische problemen worstelt. De film verdiept zich in de dynamiek van het gezin en verbindt dat met de dreigende aanwezigheid van de creepy vrouw in het zwart. De ongezonde dynamiek binnen het gezin en de wisselwerking met de geheimzinnige vrouw in de tuin roept beklemming op.
Heuse actie is er weinig en het duurt bovendien een tijdje voor er echte actie is. Toch valt er genoeg te beleven en is de film spannend. De bewegingsloze vreemde vrouw is een verontrustende verschijning die op de achtergrond en soms op de voorgrond (in)actief is en met haar verontrustende uitstraling een permanente duistere laag over de film giet. Regisseur Jaune Collet-Serra weet vanaf het begin van The Woman in the Yard een sfeervolle horrorfilm te maken. Met name het spel met licht en donker wordt effectief ingezet en zorgt voor menig huiveringwekkend moment. The Woman in the Yard drijft inderdaad vooral op sfeer.
Interessant verhaal. Interessante personages. De film slaagt er goed in om psychische afgronden bloot te leggen, te symboliseren en te visualiseren. Goed acteerwerk van Danielle Deadwyler in de moederrol heeft er een groot aandeel in. Op het visuele vlak gebeurt de sfeerschepping als gezegd vooral door te spelen met schaduwwerking naast de spaarzame maar doeltreffende inzet van speciale effecten. The Woman in the Yard zoekt het niet in moord en doodslag of in goedkope jumpscares maar brengt het onaangename duister op sfeervolle en fijnzinnige wijze tot leven. Prima horror.
De film begint met het intrigerende beeld van een piano die hangende aan twee touwen door de lucht zweeft. Een groepje passanten of bewoners volgt het spektakel met intense aandacht. In hun midden een dame van in de vijftig die de eigenaresse is van de piano. Ze begeleidt elke precaire manoeuvre met welhaast wellustig gekreun. In een volgend moment ziet de kijker de vrouw wild heen en weer lopen in het appartement dat haar nieuwe woning is. Het appartement is nog niet ingericht en bevindt zich in een chaotische staat die past bij de onstuimige indruk die de vrouw maakt. Het duurt even maar ze vindt haar piano, neemt erachter plaats en begint energiek te spelen.
Een fijn begin van de film. Ik ben geboeid. Wat zal nog volgen en zal dat even boeiend zijn, vraag ik mij af.
In elk geval maakt Chantal Akerman die de regisseur en coauteur is van de film, meteen duidelijk dat we hier te maken hebben met een komedie. Dat genre ligt me goed. Snel daarna blijkt het om een komedie te gaan die teert op hectiek, slapstick, overspannen dialogen en een snelle opeenvolging van gebeurtenissen. Dat type komedie ligt me minder. Heel snel daarna kreeg ik de bijna onbeheersbare neiging om de film te verlaten. Om weg te komen uit de heisa. Weg te komen van al die druk pratende en gesticulerende personages. Weg te komen van de vrolijke pianomuziek die door bijna elke bezoeker in het appartement ten gehore wordt gebracht. Het is veel. Ik kan het hebben, als er maar iets tegenover staat. Humor bijvoorbeeld. Die ontbreekt echter grotendeels.
De film is niet grappig. De hectiek is niet grappig. De overspannen dialogen zijn niet grappig. De oorzaak is volgens mij gelegen in een volgepropt script en in de regie van Akerman. De film ontbeert ruimte en rust. Het hyperventileert maar door. Op die manier krijgt de humor nauwelijks een kans om door te breken. De film laat de kijker geen ruimte om zich als het ware in het verhaal, te nestelen. En hoe verder in de film, hoe vervelender en leger al het hectische gedoe aanvoelt. Komedie is een vakgebied dat Akerman niet goed beheerst, vermoed ik. Komedie staat of valt grotendeels met timing. De timing in Demain on Déménage is te gehaast en te ongecontroleerd om effectief te zijn. Ik heb amper gelachen.
De film brengt niet enkel ellende. Het setdesign is leuk. Het acteerwerk is goed. Sylvie Testud is een goede actrice en heeft volgens mij komische potentie. Die laat ze af en toe zien. Heel af en toe komen humoristische momentjes wel goed door. Heel af en toe is het waarlijk grappig wat er te zien is. Ik schrijf het toe aan het talent van Testud. Niet aan het talent van Akerman.
In Veni Vidi Vici neemt het regisseursduo Daniel Hoesl en Julia Niemann de kijker mee naar de wereld van de materieel rijke mens. Een wereld van elitaire clubs, weelderige huizen en eigen regels. Een wereld waarin men elkaar op een kunstmatige manier bejegent. Een wereld waarin minachting voor de rest van de mensheid welig tiert. Een wereld waarin mensen leven die boven de wet staan en zich alles kunnen veroorloven. Het is niet zonder reden dat de film met het volgende citaat aftrapt: “The Point is, who will stop me?“
Amon Maynard behoort tot die wereld. Hij is rijk. Onvoorstelbaar rijk. Zijn gezin en hij leven in weelde. Zijn enorme rijkdom heeft hem onaantastbaar gemaakt. Hij staat boven de wet, zoals hij zelf ook regelmatig vaststelt. Hij is de centrale figuur en de kijker volgt hem bij de merkwaardige acties die hij onderneemt. De meeste tijd ligt het vertelperspectief bij dochter Paula. Een curieus kind dat even weinig interesse in de rest van de mensheid tentoonspreidt als de overige leden van het gezin Maynard. Die leden zijn eveneens verwaande en gewetenloze lui die zich alles materieel kunnen veroorloven, boven de wet staan en zich aldus gedragen.
Veni Vidi Vici is een satire. Weliswaar niet een al te diepzinnige satire, maar zeker een vermakelijke satire. Over het gedrag van de rijke mens die meent dat hij zonder consequenties kan doen en laten wat hij wil. Die stelling vormt de bodemgedachte van de film. Dat klinkt tamelijk clichématig. Dat klopt natuurlijk. Origineel is deze gedachtegang niet. Wel origineel is het dat er onder de plaatselijke bevolking een enorme onverschilligheid heerst. Het lijkt niemand iets te kunnen schelen dat de elite regelmatig ernstig buiten de wet opereert. Die onverschilligheid gaat zo ver dat die zelfs Amon opvalt die zich erover verbaast en zelfs ergert. Amon geniet van zijn vrijheid maar vindt het gemak waarmee hij overal mee weg komt slaapverwekkend worden. Van hem mag er weerstand zijn en mag het spel scherper op de snede worden gespeeld. Het is vermakelijke satire.
In het algemeen wordt het humoristische aspect helaas nogal gemakzuchtig, voor de hand liggend en oppervlakkig uitgewerkt. Veelbelovende aanzetjes ontwikkelen zich niet tot meer dan flauwe schimpscheuten. De film kiest voor clichématig vermaak en doet dat met wisselend succes. Het is met name de terloopse toon waarop het verhaal tot de kijker komt, die vermakelijk werkt en humor genereert. De verteltrant is rustig. De camera produceert beelden in vrolijke kleuren. De setting is idyllisch. Er hangt een serene sfeer. Niemand maakt zich druk. Niets escaleert. Ga mee in de rust en de terloopsheid en verbaas je een beetje. Heb ik ook gedaan.
De machtigste wereldleiders bijeen in Kaapstad. Ze worden door terroristen gegijzeld. Onder de gegijzelden de president van de VS (Viola Davis). De president ontpopt zich als een heuse actieheld. Met de realiteit heeft de film niets te maken. Toch is het blijkbaar de bedoeling om het onzinnige plot en de belachelijke actieheld serieus te nemen. Ik kon in ieder geval in het verloop van de film geen greintje relativering ontdekken.
De Verenigde Staten redden weer eens de wereld. De zoveelste film die een stompzinnig plot weeft rondom deze vorm van zelfoverschatting. We rollen met de ogen en weten wat we kunnen verwachten. Nu maar hopen dat de actiescènes nog wat te bieden hebben. Het fysiek van Davis viel me mee. Met wat goede wil is het voorstelbaar dat zij zich in een gevecht weet te weren. De actiescènes zelf zijn weinig opwindend. Ze zijn zwak geënsceneerd en lijden aan een gebrekkige choreografie. Voor het zien van goede actiescènes, bekijke men een andere film. Als fan van Davis zit je goed, want ze houdt zich (gekleed in chique avondjurk) uitstekend staande in de fantasieloze strijd tegen de terroristen.
Kortom. G20 is een onzinnige film die heen en weer zwalkt tussen saai, lachwekkend en ergerlijk. G20 is een hele belachelijke film.
De film verhaalt van een ongelukkige gebeurtenis die zich in 2012 voordeed op de bodem van de ijskoude Noordzee ter hoogte van Schotland. Een beroepsduiker wordt van de luchttoevoer afgesneden en zijn collega-duikers proberen er alles aan te doen hem te redden. De regisseur van Last Breath is Alex Parkinson die in 2019 al een documentaire over het voorval maakte. De film gebruikt af en toe originele beelden die ook in de documentaire worden gebruikt.
Last Breath is een spannende survivalthriller. De film besteedt voldoende tijd aan de introductie van de personages om met hen te kunnen meeleven. Niet heel uitgebreid maar net voldoende. Uitgebreide karakterschetsen zijn in een survivalthriller ook niet nodig, vind ik.
De film speelt zich op twee niveaus af. De kijker brengt zowel tijd door met de bemanning van het schip aan de oppervlakte dat de supervisie over de duikers heeft als met de duikers onder water. De afwisseling is dynamisch. De twee perspectieven geven samen een indringend beeld van de gehele operatie. De keuze voor tweeledigheid werkt eveneens verhelderend en die verheldering was welkom. De verkregen inzichten in de wereld van het beroepsduiken en in de technische aspecten eromheen bevorderden de spanningsboog.
De film biedt een claustrofobische ervaring. Als kijker word je de beklemming ingezogen. Drie duikers onder water. Een kleine setting. Weinig bewegingsruimte. Ingesnoerd in een duikuitrusting. Vast onder water. In een duikbel op de bodem van de ijskoude Noordzee. Onder compressie. En dan. Een duiker in de problemen. Twee duikers die vooral machteloos moeten toekijken. Het was vreemd prettig om af en toe aan de stress onder water te ontsnappen en te worden overgeleverd aan de stress aan de oppervlakte. Ja, Last Breath is een spannende film.
Negen maanden van geluk. Negen maanden van knus, warm, geïsoleerd geluk. En dan opeens: dokters, buisjes, klemmen, hectiek. Een man die aan een vrouw vraagt: Heb je het? Te laat. Zij heeft het niet. En hup, protagonist Martin ploft na negen gelukkige maanden op de grond. Zijn navelstreng uitgerekt als het elastiek tijdens een bungeejump. Een desillusie. Vanaf dat moment is het afgelopen met het geluk. Martin die zich ooit wentelde in benijdenswaardige gelukzaligheid, is nu een volwassen man die vreugdeloos, ellendig en melancholisch zijn plek in de wereld bezet.
The Passion of Martin heeft het niet goed voor met zijn protagonist. Hij leidt een ellendig bestaan. Dat is ok, want Martin is niet aardig. Martin is fotograaf. Hij probeert het perfecte plaatje te schieten door zijn objecten bang te maken en hun paniek vast te leggen. Nee, Martin is geen sympathieke figuur. En zo portretteert regisseur Alexander Payne (About Schmidt (2002), Sideways (2004)) hem ook in deze 49 minuten durende film. The Passion of Martin is zijn afstudeerproject aan het UCLA en is nog steeds een prima verteerbare film.
In de film zijn de contouren van de latere werken van Payne al zichtbaar. De film baadt in een sfeer van non-existentie die de regisseur in de jaren daarna in het bezit van een groter budget en met medewerking van grote acteurs, verder zou exploreren. In The Passion of Martin loopt Martin in de wereld rond zonder het gevoel te hebben er daadwerkelijk onderdeel van te zijn. Payne presenteert het drama op zwarthumoristische wijze. Martin is evenals Warren Schmidt en Miles verwikkeld in een grote depressie. Een depressie die voortkomt uit een soort stelregel die zegt dat de mens niet in staat is met zichzelf te leven, laat staan met andere mensen. Martin denkt aan deze stelregel te kunnen ontsnappen door verliefd te worden. Het is uiteraard tevergeefs.
Ik zei het al. Geen sympathiek personage, die Martin. Wel een intrigerend personage. Waan, hersenschimmen en een potpourri aan verstrengelde geluiden schieten zonder ophouden door Martins brein. Martin begeert zijn geliefde. Hij begeert heftig en overschrijdt grenzen. Andersom is die begeerte niet aanwezig. Martins liefde overstijgt alle rede. Knipper met je ogen, als je van me houdt, smeekt hij. Ze knippert niet en Martin is desondanks tevreden. Want ook als de ander niet tot reageren in staat is, bloeit er liefde, denkt Martin. Die Martin toch.
Het verhalende concept is niet onbekend en wordt vaker in films toegepast. Een onopvallend persoon die tot dan toe een rustig en teruggetrokken leven heeft geleid, komt opeens in een uitzonderlijke situatie terecht en moet boven zichzelf uitstijgen. Waarschijnlijk is het concept populair omdat het in elk filmgenre een plek kan vinden. Hoewel een dergelijk concept vaak een uitgekauwd verhaal oplevert, functioneert het voor mij meestal wel.
Dat geldt zeker voor Novocaine. Ook in deze film krijgt een personage te maken met een extreme situatie en wordt hij gedwongen met de druk die dat oplevert om te gaan. Novocaine is een leuke film die het gehannes van protagonist Nathan met een grote dosis humor omkleedt. Dat resulteert in een film die gebeurtenissen overtrokken uitspeelt, ongeloofwaardigheid hoog in het vaandel heeft staan en gewoon heerlijk absurd is. Kortom, de film vertelt het hilarische verhaal van een onschuldige bankbediende die uitgroeit tot een ware vechtmachine. Veel van de humor draait om een merkwaardige eigenschap van Nathan. Hij voelt geen pijn. Dat gegeven levert heerlijk groteske scènes op waarin zijn lichaam stevig gefolterd wordt en waarbij ik stevig in de lach schoot.
Novocaine is een temporijke actiekomedie. Het tempo redt de film in het laatste halve uur waarin weliswaar nog steeds genoeg te lachen valt, maar waarin de lange speelduur zich begint te wreken. Veel nieuws heeft de film dan niet meer aan het verhaal toe te voegen. Er wordt zelfs ongegeneerd toegewerkt naar een bevredigend einde want opeens krijgt de onvermijdelijke feelgood iets te nadrukkelijk een vinger in de pap. Feelgood gaat altijd ten koste van de humor. In Novocaine is dat eveneens het geval. Heel vervelend. Ik kan in actiekomedies heel goed zonder feelgood, merk ik.
Novocaine is over de gehele linie een zeer vermakelijke film. Meestentijds staat de humor voorop en dat bevalt. Humor door ongemak. Humor door overdrijving. Humor door het absurde. Erg geslaagd. De actiescènes zijn inventief en zijn extra leuk vanwege de humor die de pijn verzacht. Fijne hoofdrol voor Jack Quaid die laat zien over komisch talent te beschikken en de komische spil is in de film. Leuke film.
Jeanine (Amanda Seyfried) neemt het op zich om de heropvoering van de opera Salomé te regisseren. Het is een eerbetoon aan haar overleden mentor die met de opera furore maakte. Jeanine heeft zich uit het operawereldje teruggetrokken en houdt zich bezig met het regisseren van kleinere theaterstukken. Haar terugkeer in de wereld van de opera brengt vervelende herinneringen boven en roept onverwerkte trauma’s op.
Ik heb niets met opera. Waarom waag ik me dan aan een film die een opera als thema heeft? In de eerste plaats vanwege de regisseur en schrijver van Seven Veils. De films van Atom Egoyan stellen zelden teleur. Met films als Exotica (1994) en The Sweet Hereafter (1997) had hij mij in zijn greep. Atom Egoyan is een regisseur wiens films ik graag zie. Ik vind zijn films fascinerend. Zijn films zetten aan tot nadenken. Veel scènes uit zijn films keren nog regelmatig in mijn herinnering terug. De tweede reden om Seven Veils te bekijken is gelegen in Amanda Seyfried. Sinds haar verschijning in Chloe (2009) sla ik zelden een film over waarin zij een rol heeft. De films waarin zij een rol heeft zijn niet altijd geweldig maar Seyfried maakt ook een mindere film prima verteerbaar. Goeie actrice.
Seven Veils is geen grootse film. Van heugelijke herinneringen zal ik geen last hebben. Ondanks de middelmatigheid van de film is de hand van Egoyan goed herkenbaar. Het verhaal verloopt langzaam en fragmentarisch en heeft een zwaarmoedige ondertoon. Ook de gebruikmaking van beelden dicht op de huid die worden afgewisseld met beelden van veraf is kemerkend. Intimiteit en beklemming worden afgewisseld met bevrijdende ruimtelijkheid en afstandelijkheid. Opvallend is ook de positionering van de personages die zich vaak aan de rand van het beeldkader bevinden. Het is prettig om de filmische stijl te herkennen.
Een film is meer dan stijl alleen, wat mij betreft. Inhoudelijk gaat de film in op de vraag hoe trauma’s en obsessies zich in de loop der tijd ontwikkelen. Meer specifiek gaat het dan over Jeanine en haar omgang met het verleden in relatie tot het heden. Hoe erg drukken haar operaverleden en haar relatie tot haar voormalige mentor op haar functioneren nu. Is zij in staat om onder invloed van haar bagage uit het verleden haar eigen ideeën en gevoelens in te zetten om zo de opera Salomé van haar eigen handschrift te voorzien. Egoyan werpt intrigerende vragen op die echter in teleurstellende vaagheid blijven hangen. Duidelijke antwoorden geeft de film niet.
Hoewel het einde van de film opeens wel een bepaalde pointe laat zien is de weg naar het einde toe een moeizame weg. Het verhaal wordt grotendeels vanuit het perspectief van Jeanine vertelt. Zij is een personage dat kampt met een chaos aan gevoelens en die chaos is terug te zien in de film. Het verhaal steekt fragmentarisch in elkaar, bevat veel plotselinge scènewisselingen en weinigzeggende terugblikken en maakt soms zelfs gebruik van een voice-over die niet per se verhelderend commentaar geeft.
Er is meer. Er zijn talloze subplotjes. Te veel. Er is zelfs een plotje waaraan Jeanine niet deelneemt. Op die momenten neemt de film even afscheid van de besognes van zijn protagonist en richt de aandacht op andere zaken en personages. In de plotjes en in de gedragingen van de personages die daarin figureren zijn parallellen met het verhaal dat in de opera wordt verteld, te ontdekken. Niet erg interessant. Het kwam op mij nogal geforceerd kunstzinnig en verheven over. Die verhevenheid zorgt ervoor dat interessante aardse zaken als machtsmisbruik en aanranding die terloops voorbijkomen en mijn aandacht trokken niet de aandacht krijgen die ze verdienen.
De film is stilistisch mooi en het acteerwerk is goed. Inhoudelijk was ik niet erg onder de indruk. De film wil teveel maar ontwikkelt te weinig. Het personage Jeanine is interessant. Haar psychologische karakterschets en haar acties intrigeren. Zodra de film zijn protagonist echter laat vallen en zich bezighoudt met minder interessante onderwerpen, overbodige subplotjes en vervelende personages vermindert de aandacht al snel. Seven Veils is geen film die nog lang in de herinnering zal blijven hangen.
Bong Joon-ho maakt maatschappijkritische films. Films als Snowpiercer en Parasite stellen de sociale ongelijkheid in de moderne samenleving aan de orde en dat geldt ook voor de sciencefictionfilm Mickey 17. In Mickey 17 vertelt Bong de geschiedenis van een rechteloze arbeiderskloon met de naam Mickey (Robert Pattinson) die het slachtoffer is geworden van een technocratisch systeem dat alle moraliteit overboord heeft gegooid. Een exponent van dat technocratische denken is de fascistoïde antagonist Kenneth Marshall (Mark Ruffalo), die de ongekroonde koning is van een ruimtemissie op zoek naar delfstoffen die de uitgebuite aarde niet meer bezit.
Mickey is een expendable. Een wegwerpmens, zou je kunnen zeggen. Hij wordt ingezet om gevaarlijke opdrachten uit te voeren en als hij daarbij om het leven komt, wordt hij opnieuw gekloond. Daarbij wordt de nieuwe Mickey weer voorzien van het actuele geheugen van zijn voorganger zodat het net is alsof zijn leven niet werd onderbroken en gewoon is voortgezet. De planeet waar men terecht komt is een ijsplaneet en niet geschikt voor mensen om op te leven. Dat betekent voor Mickey dat hij veel opdrachten krijgt en vele malen sterft.
Vooral in het begin van de film waarin een beeld van de uitgeputte wereld en zijn gedesillusioneerde bewoners wordt geschetst, is de hand van Bong goed te herkennen. De sociaalkritische noot wordt luid gezongen en is gekruid met een grote hoeveelheid zwarte humor alsmede met een brok melancholie. Ook zijn er de voor Bong typische slapstick-momenten die zich bijvoorbeeld schaamteloos openbaren als het leven van Mickey weer eens aan zijn einde komt. Onder de humor schuilt echter steeds heel doeltreffend de melancholische laag die een ontnuchterende werking heeft. Het goede camerawerk en de uitgekiende montage die prima samenvalt met de muziek van huiscomponist Jung Jae-il, zijn de middelen die Bong daarvoor inzet.
Het verhaal is niet erg origineel, maar vermaakt. Zo is het vermakelijk om te zien hoe expressief Pattinson zich inzet om het personage Mickey tot leven te brengen. Mark Ruffalo gaat ver in zijn rol als excentrieke leider maar blijft als karikatuur net binnen de lijntjes. De ijzige omstandigheden van de ijsplaneet zijn mooi vormgegeven en zorgen voor koude rillingen. Het merkwaardige leven dat zich op de planeet bevindt maakt nieuwsgierig. Tot aan de helft van de speelduur vormen humor en ernst een goede balans die zorgt dat de overtrokken elementen in de film de weegschaal niet naar het belachelijke doen omslaan.
Totdat het wel gebeurt. Na een plotwending zo halverwege de film wordt het personage Marshall opeens tamelijk dominant in het verhaal geplaatst. Alle nuance gaat overboord en lawaai, hectiek en onzinnigheid nemen het stokje over. Het spannende basisidee betreffende de uitbuiting van de rechtelozen, bestaat niet meer. De nieuwe spanning wordt gevonden in de confrontatie van de arrogante mens met de buitenaardse natuur en het buitenaardse leven. Setdesign indrukwekkend. Creaturedesign evenzo. Het voelt alleen zo verrekte overladen aan. Onzinnig ook. Alsof je je opeens in de finale van een superheldenfilm bevindt. Heel visueel indrukwekkend allemaal, maar ik merkte dat ik tegen het einde niet meer erg onder de indruk was.
Osgood Perkins maakt met The Monkey een adaptie van een verhaal van Stephen King en een leuke horrorfilm die zichzelf en de conventies van het horrorgenre niet al te serieus neemt. De leuke proloog maakt duidelijk wat de kijker kan verwachten. Die kan een film vol boosaardigheid, bloederigheid en zwarte humor verwachten. Het plot draait om een tweeling die al op jonge leeftijd met het kwaad wordt geconfronteerd en daar op latere leeftijd nog steeds mee te maken heeft.
Het kwaad wordt verbeeld door een mechanisch stuk speelgoed. Een aap met een trommel. Zodra de aap wordt geactiveerd worden dood en verderf de wereld ingebracht. Het mysterie rond het speelgoedaapje wordt niet verklaard. Van de kijker wordt simpelweg verwacht dat hij het absurde gegeven aanvaart. In eerste instantie lijkt het verhaal af te stevenen op een serieuze confrontatie met het kwaad als de film een beetje het verleden van de tweelingbroers induikt en daar wat emotionele conflicten blootlegt. Vals alarm. Al snel blijkt dat Perkins niet zo geïnteresseerd is in het maken van een emotioneel geladen film. Hij wil gewoon een macaber spektakel maken zonder de kijker diepgaand lastig te vallen met het grondig ontleden van de personages.
The Monkey is een film die dan weer hectisch en dynamisch is en dan weer de rust opzoekt. De eerste akte houdt zich bezig met de jeugd van de tweeling en is een explosie van absurde gebeurtenissen en bizarre figuren. Erg leuk. Erg dynamisch. In de tweede akte verliest de film iets van zijn dynamiek als Perkins iets andere tonen aanslaat en inzoomt op de onderlinge verhouding tussen de broers. Dat gebeurt niet heel diepzinnig maar neemt voldoende tijd om de film iets van zijn dynamiek te laten verliezen.
Gelukkig is daar dan steeds de humor die het verhaal weer onverwacht in schwung brengt. De humor is alomtegenwoordig en dringt zelfs de meest duistere momenten binnen. The Monkey is met recht een zwarthumoristische horrorfilm. Bij zo’n film passen groteske middelen die tot de dood leiden. Grotesk en simpel. Gruwelijk en grappig.
Verwacht geen heldere vertelstructuur. Het verhaal is chaotisch van opzet. Springerig. Het gaat Perkins niet om het afleveren van een tot in de puntjes gestructureerde film. The Monkey is geen film met verklaringen. Het gaat in The Monkey om het macabere en om de knipoog. Om de beklemtoning van het absurde idee dat een nietig speelgoedaapje in staat is om angst te zaaien en verantwoordelijk is voor moord en doodslag. The Monkey bekijkt zijn horror met een ironische blik. Leuk.
All Through the Halls is een independent filmproductie die voor de somma van 5000 euro werd gemaakt. Dat kan dus niks zijn, denk je dan. Valt mee. Niet dat de film erg goed is, maar de film is zichtbaar met passie gemaakt, heeft een paar aardige plotwendingen en houdt gedurende de speelduur de aandacht redelijk vast.
De film begint met de introductie van nachtwaker Ben die een groot magazijn bewaakt. We volgen hem op zijn ronde door het schaars verlichte pand. Er gebeurt eigenlijk niets, maar toch ook weer wel. Het geluid van zijn voetstappen klinkt hol en een rinkelende telefoon klinkt snerpend hard. De camera zit dicht op zijn huid. Er ontstaat voorzichtig wat spanning. Heel voorzichtig komt de kijker iets over Ben te weten. Zonder heel specifiek te zijn, wordt duidelijk dat Ben een schimmige achtergrond heeft en wordt lastig gevallen door iemand uit zijn verleden. Het wordt zelfs een beetje raadselachtig.
Meer personages worden geïntroduceerd. Het gaat om een trio dat in de loods inbreekt. Hun onderlinge verhoudingen zijn niet erg harmonieus. De film vertelt hun verhaal parallel aan dat van Ben. Dat gebeurt gedeeltelijk in flashbacks en is niet heel boeiend.. In de loods ontwikkelt zich vervolgens een soort schaakspel met personages die hun best doen elkaar niet tegen te komen. De film slaagt erin de kijker enigszins nieuwsgierig te maken naar het antwoord op de vraag wat er zal gaan gebeuren als de personages elkaar onvermijdelijk wel tegenkomen.
De vertelstijl is best leuk. De camera volgt om en om steeds een ander personage. Het perspectief wisselt voortdurend. Als gevolg daarvan herhalen scènes zich maar dat gebeurt steeds vanuit een andere invalshoek. Het wisselende perspectief voorziet de kijker van meer en andere informatie en zorgt ervoor dat de diverse verhaallijntjes langzaam samenkomen. Het concept is niet nieuw, maar acceptabel gedaan en zorgt voor wat dynamiek in het weinig opzienbarende verhaal. Het verhaal is af en toe een beetje spannend ,maar meestal niet.
Technisch ziet de film er wel gedegen uit, maar inhoudelijk is het maar magertjes. Daarbij komt dat als je eenmaal aan het filmische kunstje gewend bent, het zelfs een beetje saai wordt. Ik ondervond daarnaast afstand tot de personages. Geen van hen interesseerde me echt. In het laatste stuk herpakt de film zich gelukkig enigszins met wat plotwendingen en wat actie. All Through the Hall is vast een leuk experiment geweest voor de maker. De amusementswaarde voor de kijker laat echter te wensen over.
Hotels in films intrigeren. Een hotel is een smanleving in het klein. In een hotel heerst turbulentie. Er gebeuren dingen. Vaak wordt een hotel voorgesteld als een labyrint van gangen en deuren die naar kamers leiden die worden bevolkt door de meest uiteenlopende karakters die de meest uiteenlopende verhalen bij zich dragen. Grappige, ontroerende en soms ook bizarre verhalen zoals in The Birthday van regisseur en schrijver Eugenio Mira die in zijn film een hotel als een surrealistische dimensie inzet.
De hoofdrol is voor Corey Feldman als Norman die in een hotel zijn rijke aanstaande schoonvader zal ontmoeten. Dat vooruitzicht vervult de jonge man die zelf uit een lagere klasse afkomstig is en een bescheiden baantje in een pizzarestaurant heeft, met grote angst. Zijn vriendin Allison stelt zich in de aanloop naar de ontmoeting afstandelijk op en dat helpt zijn gemoedsrust bepaald niet. Bovendien heerst er hectiek en wordt Norman steeds afgeleid door merkwaardige personages die hij in het hotel tegenkomt.
Het verhaal is niet onaangenaam. Voor spanning zorgen vreemde gebeurtenissen. Intrigerend is de sluimering onder het verhaal die de kijker vertelt dat het verhaal onvermijdelijk afstevent op een catastrofaal einde. De film vertelt het verhaal zonder tijdsprongen en met gebruikmaking van weinig montagewerk. De scènes zijn lang en niet steeds even interessant. Er is net voldoende beeldende afwisseling om de gedachten niet te laten afdwalen naar fijnere zaken. Wat in beginsel helpt is dat Mira de film van de nodige referenties voorziet. Spoortjes Lynch en Cronenberg passeren bijvoorbeeld en ook de werken van H.P. Lovecraft hebben een duidelijke invloed op het script gehad. Best leuk, maar enige grensbewaking was op zijn plaats geweest. Mira's bewondering is grenzeloos en er ontstaat een wildgroei aan referenties die beletten dat de film een eigen gedegen structuur volgt. Mira laat met The Birthday niet echt een eigen stijl zien.
Corey Feldman staat in het middelpunt van het langzaam escalerende gebeuren en is in vrijwel elke scène prominent aanwezig. Zelfs als de camera even aandacht besteedt aan een ander personage duurt dat nooit lang. Heel snel zoekt de camera Feldman weer op. De fixatie op Feldman maakt dan ook wezenlijk onderdeel uit van het prettig of onprettig kunnen consumeren van de film. Zijn personage is behept met neurotische trekjes en bedient zich van een vreemd stemgeluid. Het zou een interessant personage kunnen zijn ware het niet dat Feldman zich overgeeft aan een zwakke imitatie van Jerry Lewis. Later in de film lijkt hij zich overigens meer naturel in zijn personage te verplaatsen en vond ik hem beter verteerbaar
Dat is ook het moment waarop de film een hogere versnelling inzet op weg naar de finale die alleraardigst is en waarin de kijker nog eventjes audiovisueel wordt verwend. Het is een prettig afscheid van een film die mij op momenten intrigeerde en op momenten verveelde. Laat dat dan de conclusie zijn. The Birthday is een zwalkende film die me simpelweg niet over de gehele linie kon bekoren.
Alternatieve titel: Asylum Blackout, 5 april 2025, 05:12 uur
De wannabe-rocksterren George, Max en Ricky zijn werkzaam als kok in een inrichting voor geesteszieken. De dagelijkse werkdag is ietwat deprimerend. De kille en bedompte sfeer die in het gesticht hangt, helpt niet. Galgenhumor helpt wel. Het eerste stuk film beschrijft de dagelijkse gang van zaken en geeft de kijker gelegenheid de personages te leren kennen en zich in de treurigstemmende sfeer te wikkelen. De film zet een goede basis neer waarop spanning kan worden gebouwd.
Vervolgens gebeurt er wel iets maar uiteindelijk gebeurt er te weinig. Er is actie die wordt afgewisseld met grote stukken film waarin maar bitter weinig gebeurt. In fysieke zin niet. In psychologische zin niet. In verhalende zin niet. Lange stukken film die tamelijk slaapverwekkend zijn. Daartegenover staan korte stukken film die heftig en aangenaam slachtwerk vertonen. De verhouding tussen rust en actie is niet goed. Te veel rust. Te weinig actie. Te weinig psychologie. Te weinig suspense. Dodelijk voor de spanning. Die valt steeds weg.
Heel hoopgevend zet regisseur Alexandre Courtès nog even in op een paar individuele patiënten die elk erg gevaarlijk zijn, maar verliest de individuele touch al snel weer uit het oog. Jammer. De gevaarlijke individuen worden al snel weer onderdeel van de horde aan gestoorden die als één blok ageert en reageert. Een moordlustige massa zonder contouren die bruut en barbaars tekeer gaat. Zonder nuance. Zonder finesse. De dreiging had toch wel iets vindingrijker uitgewerkt mogen worden.
Zwak einde ook met een suggestieve wending die het niet waard is om lang bij stil te staan. Dat doe ik dan ook niet. En zo eindigt de film na een sterk begin en een niet heel spannend middenstuk ook nog enigszins teleurstellend. Het is wat het is. The Incident is gewoon geen memorabele film.
Alternatieve titel: Archie's Final Project, 5 april 2025, 00:53 uur
Regisseur en coauteur David Lee Miller sleept de kijker de wereld van de 17-jarige Archibald binnen die de mentale leegheid van het tienerbestaan zat is en aankondigt om als schoolproject zijn eigen dood te gaan filmen. Vanaf dat moment staat Archie in het middelpunt van de belangstelling. Archie’s besluit zorgt voor heel wat beroering vooral als duidelijk wordt dat zijn aankondiging geen grap is. Een coming of age-film met een zwaar thema. De tragikomische aanpak maakt van de film echter een tamelijk luchthartig gebeuren.
Ver verwijderd van de lust om te leven en van de vreugde die daarbij hoort, neemt Archie de wereld waar via zijn camera. De film toont zijn blik op de wereld. Zijn ervaringen laat hij onder andere zien in een wilde mix van filmcitaten en bewerkingen van bekende scènes uit films. Middels popculturele injecties krijgt de kijker een beeld van Archie’s persoonlijkheid te zien. Met knip- en plakwerk en met gebruikmaking van een green screen presenteert hij zijn leven aan de kijker. De film die hij maakt is zijn middel tot expressie en geeft zijn staat van zijn weer.
My Suicide laat de zoektocht van een jongen zien op zoek naar gevoel. Op zoek naar zin. Aan zijn camera heeft hij in dat opzicht niet veel. Die registreert zonder compassie, creërt een eigen werkelijkheid en maakt dat Archie verder verwijderd raakt van de echte werkelijkheid. Dat hij geen levensvatbaar gevoel ontwikkelt. Dat hij meer afstand neemt tot de mensen om hem heen. Dan is er hoopvolle troost. In schoolgenoot Sierra vindt hij een vertrouweling die afspreekt om samen met hem zelfmoord te plegen. Aangemoedigd worden ze door hun held de fictieve dichter Vargas (David Carradine) die met zijn woorden uitdrukking weet te geven aan hun neerslachtigheid en vertwijfeling.
Het personage Archie wordt overtuigend gespeeld door Gabriel Sunday. Hij weet het narcisme, de frustratie en het zelfmedelijden waarmee zijn personage gevuld is, uitstekend vorm te geven. Aangezien Archie in elke scène aanwezig is (hetzij voor of achter de camera), is die overtuigingskracht van levensbelang om de film te kunnen waarderen. Het is in orde. Sunday trekt de kijker met succes mee in de psyche van zijn personage in deze zwarthumoristische film die zowel prettig vermaakt als prettig ontroert.
De droomvakantie van vier verschrikkelijk irritante personages in de jungle van Zuidoost-Azië verloopt niet zoals gedacht. Het verschrikkelijke viertal gedraagt zich ongelooflijk dom en valt geheel terecht ten prooi aan hongerige kannibalen. Het is meteen het enige positieve dat je over de film kunt zeggen. Ik gunde hun dat lot van harte.
De regisseur van dit filmische vehikel is Howard J. Ford. Samen met zijn broer Jonathan verantwoordelijk voor de aardige zombiefilm The Dead (2010). Een betere film. Een amusantere film. Een film die spanning weet te genereren. Een film met een protagonist met wie je kunt meeleven. Het zijn kwalificaties die niet voor het amateuristisch in elkaar geflanste River of Blood gelden. Ik wil er ook niet meer woorden aan vuil maken. Het was erg.
Alternatieve titel: The Sparrow in the Chimney, 4 april 2025, 18:58 uur
In Der Spatz im Kamin werpt regisseur en schrijver Ramon Zürcher een onthullende blik op de psychologische dynamiek binnen een groep mensen. In dit geval is dat een familie die bijeen is gekomen in een afgelegen groot huis midden in de bosrijke Zwitserse natuur. De film beschouwt een pathologische familiestructuur, zet daartoe een basisconstellatie neer en vermengd die met magisch realistische metaforen. Die metaforen zijn zichtbaar in gebeurtenissen die zowel echt kunnen zijn als projecties van de onderdrukte verlangens van de personages. Ook bij het dierlijk leven in en om het huis vallen metaforen te ontdekken die refereren aan de ongezonde familiale constellatie.
Centraal in de film staat het personage Karen dat samen met haar man Markus en drie kinderen in het huis woont dat door haar gestorven ouders werd bewoond en waarin zij opgroeide. Dat de relatie met haar ouders een getroebleerde was, wordt middels onderhuidse spanningen en meerduidige dialogen voelbaar als Karens zus Jule met haar gezin arriveert. Karen ontpopt zich tot een verbitterde vrouw die zich passief agressief gedraagt. Haar jonge zoon Leon en haar aan een degeneratieve ziekte lijdende tienerdochter Johanna zijn zichtbaar aangetast door het afstandelijke gedrag van hun moeder dat je als psychisch gewelddadig kunt classificeren. Leon is een creepy kid en Johanna uit zich enkel vijandig richting haar moeder op een manier die verder gaat dan je van een opstandige tiener kunt verwachten.
De enscenering van Zürcher is beschouwelijk en wandelt tussen wensdroom, waan en werkelijkheid. Meestentijds is de houding van de personages daarbij destructief en onverschillig. Met veel finesse legt Zürcher de ongemakkelijke dissonanten bloot in een (op het oog) harmonieuze familie. De verdrongen trauma’s zijn heftig. Conflicten smeulen. Een warme kleurstelling en een prettig decor staan haaks op de huichelachtige harmonie binnen de familie en het haat-liefde gedrag waarmee de personages elkaar kwellen. Het contrast voedt de beklemmende sfeer die de ongezonde familieconstellatie al oproept.
De film ziet er op het visuele vlaak fraai uit en het acteerwerk is goed. Een vrolijke film is Der Spatz im Kamin niet. Tegen het eind gloort wat verzoening die de somberheid enigszins opheft. Prettig, maar bij lange na niet voldoende om het zwaarmoedige gevoel dat tijdens het kijken bezit van mij had genomen, volledig weg te nemen.
Het lijkt er in het begin op dat het gewoon stevig plenst zoals dat in het Verenigd Koninkrijk wel vaker gebeurt. Het houdt echter maar niet op met regenen. Grote delen van het land krijgen te kampen met overstromingen. Huizen worden verwoest. Steden raken onbewoonbaar. Een grote stroom vluchtelingen komt op gang. Onder hen een vrouw (Jodie Comer) die net is bevallen van haar kind. Het begin van een odyssee door het op grote schaal verwoeste Brittannië.
The End We Start From is geen actiefilm. Uiteraard zijn er scènes die actie bevatten, maar de film kan het beste als een dramatische survivalthriller worden geclassificeerd. De film plaatst mensen in een uitzonderlijke situatie en vraagt zich vervolgens af hoe ze zullen reageren. In deze film draait het meer specifiek om een moeder en haar pasgeborene. Opvallend is dat de moeder noch andere personages een naam hebben. Alleen de baby wordt met de naam Zeb aangeduid. Er zal een reden zijn. Mij ontging die.
Een rustige film. Een beklemmende film. Sfeervol. De moederfiguur overtuigend neergezet door Comer. Belangrijk want zij is de prominente hoofdfiguur en samen met haar worstelt de kijker zich door het troosteloze landschap. Er zijn onderweg intrigerende ontmoetingen met personages die sterk worden ingevuld door acteurs als Katherine Waterston, Benedict Cumberbatch en Mark Strong. Toch is het na afloop vooral Comer die in de herinnering blijft hangen met haar pogingen om in een steeds barbaarser wordende samenleving haar menswaardigheid te behouden. En daar moet de kijker het mee doen. De ramp an sich wordt amper genoemd. Spectaculaire effecten blijven uit. De film richt zich op de moeder en haar kind op zoek naar een veilige plek. Niet heel origineel of baanbrekend, maar het levert een prettig kijkbare film op.