Alternatieve titel: The Toy, 31 augustus 2025, 23:45 uur
Le Jouet is een serieuze komedie. Een satire. Een film met een maatschappijkritische insteek. Een film waarin Pierre Richard behoorlijk ingetogen speelt. Gelukkig heeft hij zijn slapstickachtige en chaotische momenten , maar gedurende het grootste deel van de film staat hij in dienst van het verhaal. Een onzinnig verhaal trouwens. Richard wordt tegen zijn wil ingehuurd als speelkameraadje annex speelgoed voor het verwende zoontje van een rijke krantenmagnaat.
De film neemt de samenleving kritisch onder de loep. Voornamelijk de rijke bovenlaag die zwelgt in arrogantie en ongevoelig is voor de noden van de minder gefortuneerden. De film drijft op de humor die ontspruit uit bovenmatig aangezette personages en situaties. De meeste personages in deze film zijn niet sympathiek. Zelfs Richard is dat niet per se. Hij heeft goede intenties die worden weggeduwd door wraakgevoelens jegens het huishouden waarvan hij nu deel uitmaakt. Soms leveren die wraakgevoelens een paar doldwaze scènes op. Soms monden de gevoelens ook uit in flauwiteiten. Meestal is de humor echter te vinden in de overdrijving. Echt grappig vond ik de film veelal niet.
Satirische humor dus. In een film waarin Richard ingetogen speelt. En als hij eens tekeer gaat, past dat eigenlijk niet goed in de ernst van de satire. Wat een vervelend jongetje trouwens. Geen liefde en aandacht gehad. Zielig hoor. Ik had dat verwende ettertje graag eens alle hoeken van zijn rijk met speelgoed gevulde kamer laten zien. De overige personages deden me ook weinig. Het verhaal boeide me ook al niet. Gelachen heb ik amper. Ik vond er simpelweg niet veel aan.
Het verhaal van Dr. Victor Frankenstein en zijn monsterlijke creatie is al ruim 200 jaar oud. Nog steeds wordt na al die tijd dankbaar gebruik gemaakt van de roman om als verfilming te dienen. Mary Shelley schreef haar verhaal in 1818. Het verhaal werd gepubliceerd. De schrijver was anoniem. In 1831 verscheen een herziene versie van het verhaal en nu stond Mary Shelley wel prominent als de schrijfster van het werk op de omslag. De eerste verfilming dateert uit 1910, duurde 13 minuten en was vooral dankzij de revolutionaire speciale effecten een groot succes. Talloze films zouden volgen.
Waaronder dus deze. Regisseur en schrijver Taylor Macintyre gebruikt het boek van Shelley als basis voor zijn film Patchwork. Zijn film heeft een moderne setting en heeft een absurde en zwartkomische insteek. In plaats van een herhaling van de boekfeiten, volgt de filmmaker zijn eigen weg. Eigenlijk wordt alleen het grondthema uit de roman gebruikt, waarna de film zijn eigen weg volgt. De film begint herkenbaar als een jonge wetenschapper drie mooie dames om het leven brengt en vervolgens de beste lichaamsdelen samenvoegt en de perfecte mens ontstaat.
Lichaam en geest zijn onafscheidelijk in Patchwork. In het perfecte lichaam bevinden zich nu de drie geestelijke identiteiten van de drie vrouwen. Drie kibbelende vrouwen in een lichaam. Over een ding zijn ze het eens. Ze willen wraak. De film volgt hen op hun zoektocht die een bloedig spoor van verwoesting teweeg brengt. De film beweegt zich daarbij tamelijk springerig van de ene kluchtige situatie naar de andere. Ondanks de moord en doodslag houdt Patchwork een luchtige toon aan. Hoewel het grondidee zich ervoor leent is er nooit sprake van echte horror, laat staan van spanning.
Patchwork is aangedikte bodyhorror, slapstick en situatiekomedie. Ik moest herhaaldelijk denken aan Death Becomes Her (1992). In Patchwork dezelfde speciale effecten, humor en springerigheid. Patchwork is ook zo’n film die wel leuk is maar die na verloop van tijd blijft hangen in meligheid. Ik hou van horror. Ik hou van slapstick. Ik houd minder van horror-slapstick.
Alternatieve titel: 3:00 High, 26 augustus 2025, 05:31 uur
Een bijzonder leuke tienerkomedie. Terwijl de meeste bijdragen aan het genre een enigszins uitgekauwd plot hebben, doet deze film dat anders. Geen seks, drugs en drank. Geen gedoe rondom een eindfeest. Geen geheime verliefdheid. De film speelt zich gewoon gedurende een schooldag af waarin Jerry in moeilijkheden raakt en er alles aan doet om niet om drie uur ’s middags in elkaar te worden gemept door de nieuwe leerling Buddy Revell.
Wat de film wel gemeen heeft met genregenoten is de compositie van het personage Jerry. Hij is een buitenbeentje, beetje schuchter, nerdish gekleed en een goede leerling. Een typische underdog die boven zichzelf moet uitstijgen om het tijdstip van drie uur ’s middags te kunnen overleven. Regisseur Phil Joanou slaagt erin om een prima spanningsboog te creëren. Naarmate het tijdstip nadert en de kijker de ene na de andere poging van Jerry om onder de strijd uit te kunnen komen ziet stranden, neemt de spanning toe. En dat is knap want het ligt er vanaf het begin duimendik op dat die strijd gaat plaatsvinden.
De weg ernaartoe ligt bezaaid met de pogingen van Jerry. Die zijn grappig en brengen bovendien dynamiek in de film. Leuk ook is het contrast tussen Jerry en zijn tegenstrever. Buddy wordt op een comicachtige manier als een boosaardige hork neergezet. Een overdreven aangezet personage dat overwegend stilzwijgend en dreigend aanwezig is. Het enige dat de kijker van hem te weten komt is zijn gewelddadige verleden en dat hij er niet tegen kan als iemand hem aanraakt. Meer is ook niet nodig. Naast Jerry en Buddy doen andere personages mee. De overige personages dienen het verhaal en dienen de acties van Jerry en blijven verder op afstand. Prima.
Leuke film. De slotscène valt overigens en helaas tegen.
De scène aan het begin van de film zet de toon. Een kind speelt met de sprinkler in de tuin. In de tuin ernaast is de buurman bezig met de barbecue. Dat gaat niet helemaal goed en de man vat vlam. Hij rent in slow motion naar het kind en de sprinkler toe. Hij kan het water goed gebruiken. Het kind rent geschrokken weg en botst hard met de vlaggenstok die prominent in de tuin staat geplant, zoals dat gebruikelijk is in de vaderlandslievende Verenigde Staten. Drama ontmoet komedie. De voice-over vertelt ondertussen tamelijk droogjes over het gezin Conway waar het kind deel van uitmaakt. Het gezin dat bovengemiddeld vaak wordt getroffen door allerhande ongelukkige gebeurtenissen. Ongelukken die bepalend zijn voor de disfunctionaliteit van het gezin.
De film speelt zich af in New England. In de VS dus. De film is echter opgenomen in Australië en dat is te zien. De huizen zijn niet bepaald huizen die je in New England aantreft. De huisnummers ook niet. Ook voor de planten in de tuin geldt dat. Slordig. De setting is niet het enige dat slordig is. Het script verloopt hier en daar ook wat slordig. Wat haperend, springerig. Niet slordig ingevuld zijn de personages. Met hen is weer wat anders aan de hand. De personages zijn een tikkeltje te stereotiep gekleurd. Dat klinkt niet al te best. De film gaat slordig om met de situering en is laconiek ten aanzien van het verhaal en de personages. Toch is de film het bekijken waard. Accidents Happen is een intrigerende film.
Accidents Happen is een dramady. De afwisseling tussen drama en komedie werkt prima. De balans is goed. Geena Davis speelt de moeder van het gezin en in haar spel vind je die balans goed terug. Goed gespeeld door Davis wier personage flink is toegetakeld door het leven en zich onder andere met behulp van vulgaire humor staande probeert te houden. Ook haar kinderen (waarvan het kind uit de eerder beschreven scène er een is) worden overtuigend ingevuld. Ook bij hen zie je duidelijk de sporen van dramatische gebeurtenissen terug in hun houding en gedrag. De personages zijn dan wel wat stereotiep getekend maar ontroeren desalniettemin.
Accidents Happen biedt een brok emotionaliteit die de kijker niet onbewogen laat. Niet in dramatische zin. Niet in humoristische zin. En ja, er is best wat aan te merken op geloofwaardigheid en diepgang, maar daar staat een hoop bezieling, gevoel en sfeer tegenover. Mooi.
In Nachtgestalten spelen eenvoudige mensen de hoofdrol. Mensen die stevig aan de bak moeten om het hoofd boven water te kunnen houden. Mensen die door het leven zijn getekend. In Nachtgestalten worden meerdere verhalen verteld die naast elkaar lopen en elkaar soms kruisen. De film vertelt van daklozen, oudere yuppen, immigranten en punks en doet dat rauw en onverbloemd.
Behalve aan zijn personages besteedt regisseur en schrijver Andreas Dresen aandacht aan de stad Berlijn, de plaats waar alle verhalen zich afspelen. Fonkelend en grofkorrelig vangt hij de charme van de stad in de periode zo rond de eeuwwisseling. In die imposante stad waren de personages rond. En dat zijn nu eens niet personages met een knap uiterlijk of personages die geslaagd zijn in het leven en aan luxeproblemen lijden. De film vertelt van de levens en leefomstandigheden van personages waarin je je liever niet wilt verplaatsen. Drugs, prostitutie en armoede. Dat zijn de zaken waarmee de personages in deze film in aanraking komen.
Inleving in de personages is moeilijk. Toch ontstaat er in het verloop van de film iets wat op sympathie lijkt maar dat net zo goed medelijden zou kunnen zijn. De acteurs die de karakters vormgeven doen dat zonder uitzondering bewonderenswaardig goed. De karakters komen authentiek over. De dialogen zijn rauw en gepeperd. Nachtgestalten toont deprimerende situaties maar is niet alleen maar somber. Soms is de film grappig of gewoon ontroerend omdat er in de ellende ook mooie menselijke dingen oplichten.
Nachtgestalten is een film die de kijker de weerbarstigheid van de stad Berlijn toont. Een stad waar wonderen geschieden. Een stad waar zowel lelijkheid als schoonheid bloeit. Mooi en intrigerend zichtbaar in de visualiteit en in de personages. Fijne film.
Todd en Claire werken in een klein koffiehuis in Philadelphia. De clientèle is divers en bevat bijzonder exemplaren van het menselijke ras. De film speelt zich in zijn geheel af in het café of net daarbuiten. Een klein speelveld. Dat regisseur Marc Erlbaum zijn vak verstaat wordt duidelijk als je bemerkt dat de beperkte ruimte met oog voor detail steeds intrigerend wordt gebruikt als achtergrond bij de uitstekende dialogen die de gasten onderling en met het personeel voeren..
De schrijver Marc Erlbaum vult zijn script met drama en voegt fantasy elementen toe. Geen slecht script, maar wel wat rechtlijnig. De personages en hun rol in het drama zijn vanaf het begin vrij duidelijk. Echte verrassingen blijven uit. Meer verdieping in het verhaal had de personages meer bestaansrecht en de film meer body gegeven. Hoewel de film best een prettige kijkervaring oplevert, is het nu zo dat de dramatische elementen niet erg veel dramatische impact hebben. Op het visuele vlak veroorlooft de film zich nog wat leuke gimmicks. Een stukje stop-motion bijvoorbeeld. Ook leuk zijn de wat absurd getinte momenten. Het zijn deze dingen plus de aardige dialogen natuurlijk die Café niet laten vervallen in een geestdodend toneelstuk.
Café is een goed gemaakte film. Met in aanzet boeiende personages, die helaas slechts in aanzet boeiend zijn en daarna afvlakken. Net als het verhaal dat in aanzet boeiend is en een fijne dramatische belofte inhoudt, maar uiteindelijk de dramatische pointe ontbeert. Visueel goed verzorgd en tekstueel interessant. Prima poging dus, maar het lukt net niet.
Met Please Give maakt regisseur en schrijver Nicole Holofcener een film over neurotische mensen. Een film over mensen die eigenlijk alles hebben en in staat zouden moeten zijn om een prettig bestaan te leiden. Nee dus. Pas als er weinig of niets is om je zorgen over te maken komen de neurosen los en zijn er opeens problemen. Geen werkelijke problemen. Geen onoplosbare problemen. Het zijn problemen die een neuroot als een probleem ziet. Issues met seks of met de last van de middelbare leeftijd bijvoorbeeld. Overdreven kampend met een schuldgevoel ten opzichte van de minder gefortuneerde mens bijvoorbeeld. Of overdreven omgaand met dood en ziekte die terloops langskomen evenals liefde en het gevoelsleven van een vijftienjarige puber. Het zijn issues die een ieder treffen, maar juist voor de mensen die een vrij zorgeloos bestaan leiden hard aankomen. Luxeproblemen voor de zorgelozen, zou je kunnen zeggen.
Please Give is een film vol neurotische zeikerds. Toch is Please Give een leuke film, ook al zijn de personages een beetje vermoeiend en niet per se sympathiek Al die vermoeiende neurotische personages beschikken namelijk wel over geestige dialogen en oneliners. Een prettige cast werkt eveneens verzachtend. Catherine Keeler, Oliver Platt, Rebecca Hall, Amanda Peet. Een leuke side kick is Ann Morgan Guilbert die als eigenzinnige oude dame geen blad voor de mond neemt en tussen het neurotische gedoe in nuchter en onomwonden haar bitterzoete kijk op het leven ventileert. Het zijn leuke breaks.
En zo glijdt de film niet onaangenaam voorbij. En net op het moment dat je denkt: “Genoeg! Nu weet ik het wel”, is de film aan zijn einde. Ik denk niet dat ik Please Give over een tijd nog kan recapituleren, maar heb me prima vermaakt tijdens het kijken. Soms hoeft een film ook niet meer te doen dan dat.
Na Hereditary (2018) en Midsommar (2019) was het wachten op een nieuwe horrorfilm van Ari Aster. Die kwam niet. Beau Is Afraid (2023) bracht geen horror maar freudiaanse paranoia. Ik was er niet zo van gecharmeerd. Met Eddington begeeft Aster zich een beetje op hetzelfde pad. Minder diepgaand. Minder absurd. Meer onomwonden. Meer expliciet gewelddadig.
De film speelt zich af in het plaatsje Eddingtom in New Mexico ten tijde van de coronapandemie. Het verhaal draait om de astmatische sheriff Joe Cross (Joaquin Phoenix) die in het verloop van de film een enorme woede opbouwt en die woede verderop in de film tot explosie laat komen. Cross ambieert het ambt van burgemeester en neemt het op tegen de voor zijn herverkiezing vechtende burgemeester Ted Garcin (Pedro Pascal). Beiden zijn niet per se aangename personages. Het bemoeilijkt de inleving. De overige personages zijn eveneens niet bijzonder sympathiek. Zelfzucht heerst. Als iemand voor het goede opkomt, is dat om de verkeerde redenen. Oprechtheid, onbaatzuchtigheid en betrouwbaarheid zijn geen deugden die je in Eddington zult vinden.
De film verhoudt zich kritisch tot een bepaalde uitgesproken Amerikaanse mentaliteit. Een soortement cis-mannelijke overtuiging die wordt uitgedragen door een dominante groep die zich onschendbaar en superieur waant, offensief leiderschap voorstaat of uitoefent en een grote portie zelfingenomenheid ten toon spreidt. Achter hun meestal dwaze uiterlijke vertoon schuilen onzekerheid en zelfoverschatting als gevolg van jaloezie, prestatieangst en main character syndrome. De personages in deze film zijn ermee behept. Rondom hen scharen zich meelopers en verzamelen zich botsende individuele belangen. Er ontstaat een breekbare constellatie waarin een voortdurende dreiging van een gewelddadige explosie schuilgaat, Een explosie die op het punt staat de bedrieglijke rust te verstoren. Een bombastische soundtrack benadrukt tamelijk dramatisch die dreiging. Een beetje overdone, wat mij betreft. Het was me duidelijk.
Aster brengt zijn film met inzet van cynische humor en een fijnzinnige sociologische blik. Hij maakt een donkere satire waarin de autoriteiten die rechtvaardig met orde en gezag moeten omgaan deze zaken juist ondergraven waardoor burgers angstig, onzeker, onwetend en gefrustreerd raken. Burgers die hun gevoelens vervolgens vertalen in anarchistische activiteiten. Dat verloop der dingen is weliswaar voorspelbaar maar intrigerend om te bekijken. Eddington is dan ook een intrigerende film. Toch pakte de film me niet.
De karakterschetsen zijn boeiend. Het acteerwerk is goed. Het camerawerk is goed. Er hangt een sfeer van bevreemding die goed wordt getroffen. Eigenlijk geen echt negatieve opmerkingen mijnerzijds betreffende de film. Toch lukte het niet. Misschien kwam het omdat het verhaal met veel omwegen verloopt en de aandacht niet steeds volledig is. Misschien kwam het omdat de personages vooral antipathie opwekken. Misschien dit. Misschien dat. Wat ik zeker weet is dat de film me niet volledig in zijn greep kreeg. Me niet emotioneerde. Me niet inpakte. Eddington is een film, die me als klinisch observant boeide maar me emotioneel gesproken waarlijk koud liet. Het is niet anders.
Alternatieve titel: Shark Bait, 18 augustus 2025, 00:11 uur
Vijf irritante studenten op vakantie in Mexico vertonen lichtzinnig gedrag, maken hun jetski’s kapot en dobberen hulpeloos op volle zee. Onvoorstelbaar dom natuurlijk. De film slaagt er in om mijn irritatie over zoveel onbenul even weg te nemen met sfeervol camerawerk dat de uitzichtloze situatie goed weet te vangen. Onbehagen ontstaat bij het zien van de open zee en de verre horizon en het eindeloze niets daartussen. En om het isolement en de ernst van de situatie nog extra te benadrukken laat de camera de drijvende jetski eveneens in vogelperspectief en vanuit de diepte van de zee zien. Prima camerawerk is het sterkste punt van de film en zorgt voor een beklemmende en onheilspellende sfeer.
Verder is er weinig dat in deze film positief opvalt. De personages zijn vervelend. Enig gevoel van mededogen betreffende lasten als honger, dorst en een vraatzuchtige haai was mij vreemd. Het duurt overigens een tijdje voordat de witte haai opduikt. Tot die tijd zit je opgescheept met die vervelende personages die zich vervelend blijven gedragen. Het sfeervolle camerawerk houdt me op de been.
Ik smacht naar de komst van de haai. Die ziet er trouwens in de eerste momenten dat hij de film binnenzwemt best levensecht uit. Wat een opluchting. Helaas is de vreugde van korte duur. Naarmate het beest meer speeltijd krijgt, wordt dat levensechte aspect een stuk minder. De beste momenten zijn uiteindelijk de momenten dat de aanwezigheid van de haai niet getoond maar door de camera gesuggereerd wordt.
Jetski is een saaie film. Er gebeurt niet veel. Er zijn mooie beelden die spanning genereren. Er is wat haai. Verder moeten we het doen met de personages die onderling ruziën, domme acties ondernemen of gewoon niets doen. Op naar de finale dan maar. Nee, de finale maakt de film niet beter. Wat een armoe.
Centraal in de film staan vier verwarde geloofsbroeders die zich in de Jihad storten. Allen zijn Brits en maken deel uit van de Britse cultuur. Ze zijn in Sheffield geboren en beïnvloed door de lokale popcultuur. Toch voelen ze zich geroepen om juist tegen de beschaving waaruit ze zijn voortgekomen het zwaard te heffen. Regisseur en schrijver Christopher Moran zet de vijf wannabe-terroristen in een potsierlijke buddymovie-achtige constellatie neer.
Het willen starten van de Jihad is reden tot vaak zwarte humoristische momenten. Die momenten zijn een logisch gevolg van de willekeur, de kromme ideologische idealen en de heldhaftige fantasieën van de vijf Jihadisten die niet meer zijn dan opportunistische amateurs in het terroristenvak. De karakters zijn met ambivalentie uitgerust. Die tegenstrijdige invulling maakt dat de personages zowel sympathiek als antipathiek zijn. Er zit in de personages een brok barmhartigheid en een brok deerniswekkende naïviteit maar ook een verblindende haat tegenover de westerse samenleving. De haatgevoelens lijken overigens eerder het gevolg van ongefundeerd populisme dan het gevolg van een werkelijke overtuiging. Dat is allemaal best grappig uitgewerkt zonder een bepaald geloof in de kern te willen treffen.
De film bemoeit zich niet met de ideologie an sich maar houdt het bij situatiekomedie. De film houdt het bij de bizarre gebeurtenissen waarin de vijf wannabe-terroristen door hun stompzinnigheid verzeild raken. En ‘toevallig’ zijn de personages islamitisch georiënteerde sukkels. Toch geldt de spotternij de personages en niet de geloofsovertuiging. Tenminste niet heel uitdrukkelijk. Je kunt het een moeilijk los zien van het ander. Van mij had de film daarin iets nadrukkelijker mogen zijn. Leuke film trouwens.
Alternatieve titel: Umbrella Coup, 15 augustus 2025, 05:01 uur
In Le Coup du Parapluie wordt het personage Lecomte met een heuse huurmoordenaar verwisselt. Lecomte wordt prima gespeeld door Pierre Richard. Lecomte is een arrogante acteur zonder werk, die alleen aan zichzelf en zijn eigen voordeel denkt. In een gewone film wens je een dergelijk type geen goede dingen toe. In een dwaze komedie met Pierre Richard ligt dat anders. Zijn eigenliefde en arrogantie zorgen voor talloze komische en chaotische momenten die je doen vergeten wat een naar personage die Richard eigenlijk uitbeeldt.
Rondom hem een gedienstige cast. De echte huurmoordenaar natuurlijk. Een onaangenaam persoon met de typische kille uitstraling die je van een huurmoordenaar verwacht. Humorloos en daardoor zeer geschikt als klankbord voor de humor die Richard genereert. Verder nog een Indische lijfwacht (ook humorloos) en dus ook geschikt en nog wat minder essentiële personages die er verder niet erg toe doen maar als onderdeel van de (humoristische) gebeurtenissen een beetje van belang zijn. Ook de vrouwelijke bezetting is niet meer dan omlijsting. Het centrum van de aandacht is voor Pierre Richard.
Het verhaal is onzinnig, maar functioneert goed als kapstok voor slapstick en visuele humor. De grap waar de film om draait is dat Lecomte niet weet dat hij voor een huurmoordenaar wordt aangezien en zich niet bewust is van de ernst van het geweld dat om hem heen plaatsvindt. Die rode draad werkt tot het einde toe prima. Ik vond de hectiek en komedie die eruit ontstond in ieder geval erg grappig.
Een episodenfilm. De elf episoden waaruit de film is opgebouwd, ontstonden gedurende een tijdspanne van circa 17 jaar. Locaties en cast waren ten tijde van het filmen alle te vinden in de nabije omgeving van de regisseur. Diverse episoden werden als losse fragmenten her en der wel eens vertoond. In 2003 besloot Jim Jarmusch de fragmenten te bundelen tot een speelfilm. Het resultaat van de bundeling is een interessante en visueel esthetische film die echter in inhoudelijk opzicht niet veel heeft te bieden.
Het gevoel dat opkomt bij het kijken naar Coffee and Cigarettes wordt in de tweede episode goed verwoord door Cinqué Lee die aan de luie en praatziek ober Steve Buscemi vraagt: “Where’s the punchline?”. Goeie vraag. Ik wist het ook niet. Ik kreeg wel de indruk dat hetgeen dat niet wordt uitgesproken belangrijker is dan hetgeen wel wordt uitgesproken. Tussen de personages die roken en koffiedrinken heerst een bepaalde spanning die niet in woorden wordt uitgedrukt maar wel wordt geïmpliceerd. Zo verzekert Isaach in de episode met de titel 'No Problem' zijn oude vriend Alex die hij na jaren weerziet herhaaldelijk dat alles nog steeds in orde is terwijl dat overduidelijk niet zo is. In elke episode is een dergelijk spanningsveld tussen de personages aanwezig. Een rode draad. Behalve onderhuids en soms ook directer in een dialoog wordt het bestaan van een spanningsveld ook uitgedrukt in het alomtegenwoordige schaakmotief dat in de sets en op de koffietafels prominent aanwezig is.
Een aantal episoden vermaakt beter dan de andere episoden. ‘Somewhere in California’ met Iggy Pop en Tom Waits en ‘Cousins?’ met Alfred Molina en Steve Coogan zijn prettig humoristisch. Een derde episode is ook goed. Dat is ‘Cousins’ met een dubbelrol van Cate Blanchett. De uitverkozen episoden behoren tot de langste fragmenten en hebben daardoor de tijd de personages geloofwaardiger en pakkender neer te zetten. De onderhuidse spanning komt in deze fragmenten middels oppervlakkig klinkende dialogen op een melancholische dan wel droogkomische manier goed tot uiting.
Coffee and Cigarettes is een bijzondere bundeling van een aantal sketches. In de film een aantal hoogtepunten. Veel vaker zijn de episoden echter middelmatig en een aantal episoden is niet eens middelmatig. Opgeteld is Coffee and Cigarettes bij tijd en wijle amusant maar ik zou de film niet per se als een geslaagd project willen betitelen.
Sorry, Baby is een film die heen en weer golft tussen een tragedie en een komedie en zijn verhaal in een non-lineaire structuur heeft gegoten. Het derde hoofdstuk van de film die is onderverdeeld in vijf segmenten wordt door schrijver en regisseur Eva Victor als “The Year of the Bad Thing” betiteld. Op zich klinkt dat niet per se heel ernstig. Het klinkt als iets dat je per ongeluk is overkomen en waar je je een beetje voor schaamt. Protagoniste Agnes (gespeeld door Eva Victor) doet dan ook alsof The Bad Thing niet ernstig is. Koppig en standvastig volhardt ze in die houding. Ze wil er niet aan denken en het zeker niet als ernstig betitelen. In werkelijkheid is The Bad Thing dat echter wel. In werkelijkheid heeft Agnes een traumatische ervaring gehad.
In de film ontmoeten we Agnes drie jaar na het gebeuren. Agnes is dan nog bezig haar ervaring verstandelijk aan te pakken en op te lossen. Daarin wordt zij amper gesterkt door de lauwe en kwezelende reacties van de leiding van de universiteit waar zij studeert. Reacties waaruit zij opmaakt dat er van die kant geen hulp valt te verwachten. De universiteit schuift elke verantwoording terzijde. Begrip en steun ervaart zij van haar vriendin Lydie die zich direct na het voorval om haar bekommert en haar de woorden "Don’t Die" toefluistert. Woorden die duidelijk maken dat zij Agnes heel goed kent. De dood schemert steeds op de achtergrond als een subtiele mogelijkheid voor Agnes om de gevoelens van woede en machteloosheid kwijt te raken. Gevoelens die zij het liefste relativeert maar die haar verteren. Het zelfde geldt voor een merkwaardig schuldgevoel waaronder zij gebukt gaat terwijl zij geen schuld heeft.
Met een fijnzinnig oog legt de film de dubbele moraal, het seksisme en de algehele lafhartigheid bloot die Agnes ontmoet op haar weg naar verwerking. ‘Forgive and forget’ lijkt het motto van de buitenwacht te zijn. Een laakbare houding die onmiskenbare sporen nalaat op de onzekere, enthousiaste en getalenteerde persoon die Agnes eens was. Agnes’ voelbare ongemak om het woord ‘verkrachting’ uit te spreken als zij verwijst naar The Bad Thing en haar terughoudendheid om er op die manier aan terug te denken, zijn schrijnende tekens aan de wand. Agnes geeft hiermee blijk van onderdrukte gevoelens en een pervers schuldgevoel. Dingen die de film met bijtende humor en empathie tijdens haar proces van verwerking en heling ontleedt.
Sorry, Baby is een film vol pijn en treurnis. Koele donkere kleuren benadrukken de somberheid. Goed acteerwerk zorgt voor levendige dynamiek tussen de personages alsmede voor een gevoel van realisme en inleving. De film vertelt een treurig verhaal dat gelukkig is doorsneden met bijtende humor opdat de kijker niet helemaal door somberheid wordt verstikt. Sorry, Baby is een fijne tragikomedie. Met de nadruk op tragi. Dat wel.
De 10-jarige Laure is een meisje maar lijkt een jongen. De kinderen van de wijk waar Laure en haar familie zijn komen wonen, beschouwen haar ook als een jongen. Niet alleen omdat ze er uitziet als een jongen, maar ook omdat Laure zich als een jongen voordoet en zich als Michael voorstelt. De vraag waarom Laure zich als een jongen presenteert, laat regisseur en schrijver Céline Sciamma onbeantwoord. Tomboy is geen film die alles heel nauwgezet verklaard. De film grossiert niet in spraakzaamheid en bemoeit zich voornamelijk met het nauwgezet aanschouwen van Laure/Michael in haar thuissituatie en in haar relatie tot de buurtkinderen die zich met allerhande activiteiten vermaken totdat de zomervakantie voorbij is en de school weer begint.
De zomerse avonturen van Laure en haar nieuwe vrienden hebben een prettig tijdloos karakter, zoals zomervakanties dat nu eenmaal hebben. Een tijd waarin regels en verplichtingen die de rest van het jaar zo dwingend aanwezig zijn, even niet gelden. Het is ook wel logisch dat Laure deze periode gebruikt om iets uit te proberen. Haar actie lijkt dan ook meer op een speels experiment om haar grenzen te bepalen, dan op een heuse getuigenis aangaande haar genderidentiteit. Misschien wil ze inderdaad echt een jongen zijn. Of misschien wil ze gewoon meedoen met de jongens en is ze niet geïnteresseerd in meisjesdingen. Je voordoen als jongen voorkomt dan een hoop gedoe.
De film laat in ieder geval zien dat er met name bij de ouders veel verwarring ontstaat bij dergelijk gedrag. De kinderen zitten er niet echt mee, zo lijkt het. De regels en verwachtingen van de ouders zorgen voor druk. Paniek en verontwaardiging die neerdalen op Laure in dit geval. Toch is de film niet expliciet veroordelend in de richting van de ouders. Negatieve reacties zijn onderdeel van het geheel en dus heeft de film daar aandacht voor. De kijker beslist zelf hoe hij reageert. Maar toch. Hoewel de film geen uitdrukkelijk standpunt inneemt kan de film een vederlichte sturende kracht in het voordeel van Laure niet worden ontzegd.
Tomboy is een film met een zomerse vibe. Veel vrijheid blijheid. Af en toe schrijnend. De immer aanwezige dreiging dat het geheim uitkomt, zorgt voor spanning. Het acteerwerk van de jonge cast is goed, hoewel er wat momenten zijn waarin de jonge acteurs wat aarzelend en minder naturel overkomen. Niet heel erg. Tomboy is een goede film.
Een film van Claude Zidi die met name in de jaren 70 erg actief was en meer komedies regisseerde en schreef. Behalve met Pierre Richard maakte hij ook een aantal komedies met Louis de Funès. De komedies van Zidi zijn vergelijkbaar. In de regel zijn de personages overtrokken aangezet en komen ze door allerlei misverstanden of toevalligheden in een situatie terecht die vervolgens helemaal ontspoord. In La Course à l'Échalote is dat niet anders.
Een film waarin de meeste humor visuele humor is. Veel slapstick. Heerlijk. Veel is grappig. Niet alles. Sommige scènes waren misschien in het productiejaar van de film erg grappig, maar zijn dat nu niet meer. Zo wordt het blijkbaar als erg grappig gezien om mannen gehuld te laten gaan in vrouwenkleding. Dermate grappig zelfs dat deze gimmick in meerdere scènes wordt gebruikt. Ik vond het nogal langdradige scènes. Gelukkig zijn de meeste andere scènes wel grappig..
Het verhaal stelt niets voor en dient enkel als excuus om gebeurtenissen te laten ontsporen. De film spoedt zich in een ijltempo van de ene plaats naar de andere. Van de ene dwaze situatie naar de andere. Van stilstand is in deze film geen sprake. Er gebeurt steeds wel iets. Pierre Richard is een goede komiek en verantwoordelijk voor een paar heerlijke scènes. La Course à l'Échalote is een leuke komedie die vooral visuele humor en slapstick biedt. Het is humor die mij goed ligt.
Over partying in de jaren 90. De film volgt een groepje vrienden in het uitgaansleven van Cardiff. Seks, alcohol, drugs en veel muziek. Een film ook met veel leuke surrealistische droomsequenties. Sommige als gevolg van drugsgebruik. Andere als gevolg van bizarre, komische en merkwaardige fantasieën die zich vooral in het hoofd van protagonist Jip afspelen. Behalve dat deze intermezzo’s gewoon grappig zijn, houden ze eveneens de vaart in de film want ze verschijnen met een hoge frequentie.
Een kritische blik op de partycultuur kan de film niet worden ontzegd. De film laat de partyscene zowel als dynamisch, aantrekkelijk en heerlijk losbandig als benauwend en leeg zien. Neem de drugs. Hoewel de film drugsgebruik als onderdeel van het partying laat zien en het in eerste instantie zo lijkt alsof drugsgebruik wordt verheerlijkt, is dat niet het geval. De film voert herhaaldelijk figuren ten tonele die worden neergezet als meelijwekkend of irritant als gevolg van hun gebruik. Zelfs in het groepje vrienden waarvan de leden in eerste instantie als sympathiek worden neergezet, ontwaren we deze tendens.
Human Traffic is entertaining maar biedt de kijker geen hoogwaardig verhaal. De film volgt in een verzameling scènes het groepje vrienden in diverse stadia van de avond en nacht en in diverse stadia van bedwelming. De omlijsting van het nachtleven met kroegen, clubs en muziek is enerverend en voorziet de blik op de uitgaanscultuur van een realistische basis. De dialogen zijn geestig. Bijzonder krachtig is de muziek. En als gezegd zijn de surrealistische intermezzo’s bijzonder aangenaam. Human Traffic is een erg leuke filmbeleving.
Human Traffic was de eerste film van regisseur en schrijver Justin Kerrigan. Daarna bleef het lang stil en maakte hij alleen in 2008 nog een film. Human Traffic 2 is aangekondigd. Kerrigan is er wederom de regisseur en de schrijver van. Ik ben altijd huiverig voor een vervolgfilm na een uitstekende eerste film. Zelden top en meestal flop. Ben toch wel benieuwd.
Alternatieve titel: A Hen in the Wind, 12 augustus 2025, 02:39 uur
Terwijl haar man zich nog met de oorlog bezighoudt en dus afwezig is, geraakt een jonge vrouw en moeder financieel in de knel. Ze ziet maar een uitweg. Die uitweg lenigt haar financiële pijn maar ze betaalt er een hoge prijs voor. De film laat de worsteling van de vrouw indringend zien. Heel intens zijn de scenes waarin zij wikt en weegt. Als het kwaad is geschied en de lasten even minder zwaar wegen lost de intensiteit van de beelden even op om bij de terugkeer van haar man weer genadeloos toe te nemen.
De film laat een mistroostig beeld zien van de Japanse naoorlogse samenleving. De film toont de naoorlogse depressie van de Japanse natie aan de hand van het lot van een enkele vrouw. De weerstand en de pijn die de vrouw ondervindt, weerspiegelen de worsteling van een natie. Evenals de natie die zich in een afschuwelijke depressie bevindt en geen andere keus heeft dan die depressie te ondergaan en te overleven, voert de vrouw eenzelfde strijd. Evenals de natie die in deplorabele staat verkeert na de oorlog, kampt de vrouw met de verstrekkende naweeën van haar daad.
De film is visueel gezien een fraai werk. De decors waartegen de film zich afspeelt zijn deprimerend. De intensiteit waarmee regisseur Yasujirô Ozu visueel de ellende voor het voetlicht brengt, werkt beklemmend. De film creëert daarmee een naargeestig basissentiment waarmee je het verhaal beleeft. Met de basissfeer is niets mis. Wat mij steeds onaangenaam uit de intense sfeer wegtrok is de verschrikkelijke melodramatische manier waarop het verhaal wordt verteld. Ik kon daarin simpelweg niet meegaan. Wat de film visueel aan prachtigs laat zien, wordt genadeloos onderuit gehaald door de melodramatische manier van vertellen. De omlijsting is hard en rauw. De vertelling is zoetsappig, is overdreven sentimenteel. Ik kon dat niet goed met elkaar rijmen.
Alternatieve titel: Sous Ses Lèvres, 11 augustus 2025, 02:55 uur
Over de met een man verloofde Jasmine die in een club een vrouw tegen het lijf loopt, een affaire begint en zich afvraagt of ze al die jaren zichzelf heeft voorgehouden dat ze iemand is die ze niet is. Regisseur April Mullen maakt met Below Her Mouth een film met expliciete seksscènes. Ondanks het vele bloot en de explicite seks is Below Her Mouth bepaald geen spannende film.
Wat in de film ontbreekt is het verhaal eromheen. Twee vrouwen ontmoeten elkaar en zijn blijkbaar voor elkaar gemaakt. De film laat dat alleen maar zien met seksscènes. De momenten eromheen die belangrijk zijn voor het tonen van de geestelijke verdieping in de relatie, zijn amper aanwezig. Er is geen interessante ontwikkeling zichtbaar in de personages laat staan dat er veel aandacht is voor het vertellen van een boeiend verhaal. De film lijkt puur en alleen genaakt te zijn om lichamelijke lust te tonen. Dat ware liefde ook een geestelijke component heeft, telt in deze film niet mee.
De personages zijn niet interessant. Jasmine die van zichzelf dacht dat ze op mannen viel maar zichzelf blijkbaar jarenlang heeft voorgelogen en nu opeens op een vrouw valt, is een oppervlakkig uitgewerkt wezen. En ook de vrouw die haar leven verandert, een mannelijk beroep uitoefent, stoer gedrag vertoont en toch ook heel gevoelig is, is een groot cliché. Er zit geen enkele ronding in de karakters. Dan resten slechts de rondingen van het vlees. De seks wordt behalve vrij expliciet gelukkig vooral ook sensueel en smaakvol in beeld gebracht. Zo heb je toch nog iets om je tijdens de film mee te vernaken. Verder is het verrekte saai.
Alternatieve titel: Misshingu Chairudo Bideotēpu, 10 augustus 2025, 22:00 uur
Al enige jaren zijn de horrorfilms waarin oude video’s met daarop smoezelige opnamen een rol spelen niet meer weg te denken. Het gaat in de regel om onscherpe beelden die op cruciale momenten geinfecteerd zijn met ruis of overbelichting. In zijn speelfilmdebuut maakt regisseur en schrijver Ryoto Kondo van een dergelijke smoezelige video-opname gebruik om een horrorverhaal te vertellen. Ik vond Missing Child Videotape dat op een found footage-leest is geschoeid niet erg origineel en niet spannend.
Met een videotape, een somber bos, een leegstaand gebouw en een vermist kind zijn de ingrediënten van het verhaal genoemd. Het zijn ingrediënten die op een sfeervolle manier een film kunnen kleuren. Ingrediënten die mysterie, beklemming en spanning in een film kunnen brengen. De found footage-methodiek die Kondo gebruikt is niet die manier. Ik kan een goede found footage waarderen, want die zijn er. Daar hoort deze film echter niet bij. De kwaliteit van filmen ligt in deze film in het verlengde van de kwaliteit van de opnamen op de videoband. De camera is erg beweeglijk. De film heeft geen mooi ritme maar is steeds rusteloos in de weer. Geen mooi afgeronde scènes, maar ongecontroleerde breaks die dynamiek suggereren, vermoed ik. Ze ergerden mij. Ook is er is “subtiel” camerawerk. De camera suggereert een hoop en laat niets wezenlijks zien. Als een sfeervolle basis is geconstrueerd, wekt suggestie spanning op. Hier ontbreekt die basis en slaat het nergens op.
De irritaties stapelden zich op. De personages zijn niet interessant. De stijl van filmen vermoeit. De film is niet mysterieus. Niet spannend. Niet sfeervol. De aanzienlijke speelduur staat absoluut niet in verhouding tot de povere inhoud. Ik vond Missing Child Videotape een zware bevalling.
In Limelight wordt het theater bejubeld. Het theater waar de kunst het leven imiteert en het leven de kunst. De film speelt zich voor een groot deel op het toneel of rondom het toneel af. En als de film dat eens niet doet en zich terugtrekt in het bescheiden appartement van Calvero de clown (Charles Chaplin) dan wordt er door de personages nog steeds voornamelijk over het theater gepraat. Het theater dat hun leven is en hen in leven houdt.
De film is geregisseerd en geschreven door Chaplin en vertelt het verhaal van de verlopen clown Calvero. Een clown die eens succesvol was en bewonderd werd maar nu niet meer. Chaplin baseert het verhaal op eigen ervaringen ten tijde van zijn jeugd in Londen waar de film ook is gesitueerd. In het personage Calvero stopte Chaplin herinneringen aan zijn vader. Limelight is een persoonlijke film. Een film die bijna niets gemeen heeft met de vroegere films van de komiek. Althans wat de slapstick betreft die behalve in een aantal acts van Calvero geen deel uitmaakt van de persoonlijkheid van het personage Calvero. Wel herkenbaar uit de stomme filmperiode is het grote gevoel voor waardigheid dat net als bij het personage The Tramp in het personage Calvero onuitroeibaar aanwezig is. Zelfs op de momenten dat hij bijna niet dieper kan zinken verlaat dat gevoel hem niet.
Calvero ontfermt zich over de 19-jarige Claire Bloom die de balletdanseres Terry speelt. Ze wordt de protegee van de gevallen clown. De film vertelt vervolgens een klassiek verhaal. Een verhaal over de opkomst van de een en de ondergang van de ander. Een spannend drama. Een aangrijpend treurspel. Een klassiek theaterstuk. Een tragikomedie waarin de dialoog een belangrijke component is. Chaplin die zijn grootste successen in het stomme filmtijdperk boekte en die zich met de overgang naar de geluidsfilm lange tijd niet kon verzoenen, lijkt zich daar in Limelight bij te hebben neergelegd getuige de spraakzaamheid van Calvero die zijn gevoelens veelal verstopt achter zijn woorden. Dat feit maakt tevens dat het personage altijd wat op afstand blijft en in emotionele zin wat moeilijker is te lezen dan een personage als Terry dat ruimschoots blijkt geeft over emoties te bezitten.
De dialogen in de film behelzen wijsheid, hebben vaak een aan het theater gerelateerde teneur, klinken nogal gezwollen maar hebben meestal een humoristische ondertoon. Soms ook is een tekst gewoon linea recta geestig. Zo merkt Calvero ergens op: “There's something about working the streets I like. It's the tramp in me I suppose”. Geef toe, da’s toch geestig.
In de film wordt het verhaal vaak verlaten om expliciete aandacht te geven aan de kunst. Niet meer dan logisch in een film waarin het theater wordt bejubeld. Er is ruimte om Terry gade te slaan bij het dansen en er zijn wat acts van de clown Calvero te zien. In goede en in slechte doen. En als het met de theaterkunsten even niet voor de wind gaat, heeft de clown altijd zijn waardigheid nog. “All the world's a stage. And this one is the most legitimate“, zegt Calvero als hij zich op straat en op het dieptepunt van zijn carrière bevindt en dat heel waardig als een gelukkig moment beschouwt.
Limelight is een film vol melancholie, mooie dialoog en subtiele humor. Iets te lang en niet elke scène sprankelt, waardoor de aandacht af en toe wegglijdt. Over het algemeen met tevredenheid gekeken naar dit tragikomische portret van een clown.
Hoofdpersoon Dean sjokt door het leven. Hij maakt een rouwproces door, onderhoudt een moeizame band met zijn vader, heeft zijn verloving verbroken en timmert als tekenaar van cartoons even niet erg voortvarend aan de weg. Hij is depressief en amper tot iets te bewegen. In gezelschap van mensen komt hij merkwaardig over en raakt steeds in pijnlijke situaties verzeild. Situaties die plaatsvervangende schaamte opwekken maar op een tragikomische manier ook erg grappig zijn.
Behalve de heerlijke tragikomedie heeft de film nog iets dat bevalt. De film is doorsneden met grappige tekeningen die uit de portfolio van Dean stammen en die humoristisch en passend aansluiten bij een situatie of gebeurtenis in de film. De tekenstijl is simpel en overzichtelijk en steeds heerlijk treffend. De tekeningen zorgden ervoor dat ik regelmatig hardop moest lachen. Niet alleen om de tekeningen trouwens. De dialogen en oneliners zijn ook erg leuk.
Tot grote uitbarstingen met betrekking tot andere emoties leidt de film niet. Het personage Dean dat overigens wordt gespeeld door Demetri Martin die zowel de regisseur als de schrijver van de film is, speelt daarvoor een te afstandelijk personage. Ik ken Demetri Martin niet, maar ik kreeg niet echt de indruk dat hij erg aan het acteren was. Ik had sterk het vermoeden dat hij gewoon zichzelf was. Bij echte acteurs als Kevin Kline en Mary Steenburgen die ook een rol in de film spelen, voel je die afstand niet. Ik vond dat verder niet bezwaarlijk. Het viel me gewoon op dat het personage Dean mij in emotioneel opzicht weinig deed.
Uiteindelijk is het veel belangrijker om te constateren is dat de film mij goed is bevallen en ik meerdere keren lekker heb kunnen lachen.
De film begint heel sfeervol als de kijker kennismaakt met een saai plattelandsstadje ergens in de jaren 70 en hem al een blik wordt vergund op het imposante en spookachtige huis dat een belangrijke locatie in de film zal worden en dat vanaf de heuvel waarop het is gelegen, neerkijkt op de schrijver die is teruggekeerd naar zijn geboorteplaats om inspiratie voor zijn nieuwe roman te vinden. De aanloop naar het verhaal is prima en had van mij langer mogen duren. De film neemt weinig tijd om het stadje en enkele van zijn bewoners te leren kennen. Weinig tijd om van het kwaad doordrongen te raken. Weinig tijd om sfeer te kweken.
Op een paar mooie minuten in het begin na is er van een onheilspellende sfeer nooit echt sprake. En dat is een groot gemis want zonder passende duistere sfeer voelt deze adaptie van het boek van Stephen King in het verloop aan als leeg horrorvermaak. Niet dat de film slecht is, maar het is gewoon zo jammer dat sfeer wordt opgeofferd voor actiescènes en snelle kicks zonder eerst te bouwen aan een solide omineuze basis. Maar goed, misschien wil de huidige kijker op die manier horror beleven. Ik geef er de voorkeur aan om eerst sfeer te scheppen, die lekker te laten garen, het kwaad sluimerend aanwezig te laten zijn en dan pas uit te pakken met duistere actie.
Ondanks de respectabele speelduur van bijna twee uur, heeft de film niet het geduld om sfeervol te garen. Toch zit de film desondanks verder degelijk in elkaar zonder overigens memorabel te zijn. Salem’s Lot heeft vaart. Het kwaad ziet er dreigend uit. De effecten zijn redelijk tot goed. Het acteerwerk is heel behoorlijk. De actiescènes zijn in orde. De personages zijn helaas vluchtig geschetst en kunnen weer snel worden vergeten. Het horrorgehalte is gering. Over sfeer hebben we het al gehad.
Mij viel trouwens op dat de dagen erg kort duurden en de zonsondergangen steeds maar aanstaande waren. Een wat flauwe manier om spanning op te wekken. Een snelle zonsondergang zien we ook voordat de film de finale ingaat. Een finale die verder goed in elkaar steekt en zelfs enige spanning genereert. Misschien toch nog iets memorabels gezien dan.
Theater Camp is een Searchlight Pictures komedie. Een typische independent productie die binnen een vriendenkring is ontstaan zonder daarbij veel aandacht te hebben voor een eventueel geïnteresseerd kijkerspubliek. Theater Camp is een mockumentary met een zo goed als onbekende cast en met veel geïmproviseerde dialogen. Denk Mumblescore.
Geen film die je op het puntje van je stoel brengt, maar het scenario weet de aandacht redelijk vast te houden. In het zomerkamp werken de staf en de kinderen aan een musical ter ere van een comateuze vrouw. De repetities en inspanningen om de benodigde nummers tot stand te brengen leveren hier en daar grappige scènes op. Ook de pogingen om het kamp van de financiële ondergang te redden zijn hier en daar verbonden met grappige scènes die zonder veel onderling verband door elkaar lopen. De film heeft geen heuse rode draad maar bestaat uit parallel lopende verhaallijntjes die zich allemaal in het kamp afspelen.
De film genereert een energieke atmosfeer met veel dans, muziek, interactie en dialoog. Het is sympathieke chaos die redelijk goed vermaakt zonder dat je je als kijker erg betrokken voelt. Daarvoor zijn er net even teveel personages en net even teveel gebeurtenisjes. Er is geen personage dat veel laag heeft. Geen personage dat indruk maakt. Er is geen verhaallijn die er uitspringt of bijzonder emotioneert. Je kijkt naar een film waarin veel turbulentie plaatsvindt zonder dat die turbulentie veel indruk maakt. Theater Camp is best leuk maar ook erg nietszeggend.
In de eerste minuten van de film wordt een sfeer van geborgenheid en gezellige kneuterigheid gecreëerd. We schrijven het jaar 1933 en het zuiden van Duitsland is bedekt met een dikke laag sneeuw. De camera leidt ons door de stille straten van een universiteitsstadje. Een wit en sprookjesachtig decor dat er vredig uitziet. De camera belandt bij het huis van Professor Viktor Roth en laat ons kennismaken met de professor en zijn gezin. Het huis en het gezin staan garant voor gastvrijheid, warmte en gezelligheid. De professor viert zijn verjaardag. Regisseur Frank Borzage tovert de kijker een idyllische entourage voor waarin je met plezier vertoeft. Een idylle die van het ene op het ander moment verdwijnt als de radio het nieuws verspreidt dat Adolf Hitler aan de macht is gekomen. Niets is meer hetzelfde. Niets is meer vanzelfsprekend.
Met The Mortal Storm maakt Borzage een film die met schokkende precisie de opkomst van het nationaalsocialisme laat zien. Het kwaad dat sluipenderwijs de samenleving ontwricht en onnoemlijk veel slachtoffers maakt. Het kwaad dat het vredige en geborgen decor laat verdwijnen en bedekt met een penetrante grauwe sluier. De omwenteling is duidelijk zichtbaar bij Martin Breitner (James Stewart) die als een der weinigen niets van de nieuwe politieke wind moet hebben, maar optimistisch blijft omdat hij de fatsoenlijke mensen kent die de leer aanhangen. Zijn optimisme verbleekt al snel als hij met het dwingende karakter van het nationaalsocialisme en de gruweldaden van zijn volgers wordt geconfronteerd. Fatsoen, respect en rechtvaardigheid worden bepaald niet uitgedragen door de volgers van de leer die eens zijn vrienden waren.
Sterke rol van James Stewart die samen met Margaret Sullavan de belangrijkste personages in de film vormgeven. Beiden slachtoffer. Beiden op zichzelf aangewezen. De pijn en de tragiek die zich over het stadje uitstorten en die ook hun personages treft, wordt door Stewart en Sullavan op een aangrijpende manier verbeeldt. Ook al speelt The Mortal Storm, die als een van de eerste Amerikaanse films het nationaalsocialisme aan de kaak stelt, zich slechts op een beperkt aantal locaties af, toch weet Borzage de immense omvang van de omwenteling die een gehele natie in zijn greep houdt, te suggereren. Het gevoel van machteloosheid, het verdriet en de wanhoop die in de personages van Stewart en Sullavan zichtbaar zijn, staan model voor de machtelooshei, het verdriet en de wanhoop van velen die slachtoffer waren of geen deel wensten uit te maken van het nieuwe Duitsland.
Goeie en indrukwekkende film. De beangstigende snelheid waarmee een reeks populistische ideeën de basis vormen voor een destructieve leer die door een beweging op agressieve en gewelddadige wijze wordt uitgedragen is een zorgwekkend proces dat van alle tijden is. The Mortal Storm is behalve een aangrijpende en spannende geschiedenisles na al de jaren nog steeds verontrustend actueel. Dat kan geen enkele dikke sneeuwlaag of idyllisch decor verbergen.
Het is een kleine stap van Jurassic Park naar Jurassic World: Rebirth. Van een opzienbarend en vernieuwend perspectief is geen sprake. De film biedt aangenaam vertier dat niet wezenlijk anders is dan wat men de kijker al in de eerste film liet zien. Er is een eiland. Er is een verboden zone. Er is een team avonturiers. Er zijn gevaarlijke prehistorische monsters. Nietszeggende en gemene personages dienen als voer. Laaghartig gedrag wordt afgestraft. Heldhaftig gedrag wordt beloond. Het is niet erg moeilijk om te voorspellen wie overleeft en wie niet. Zelfs in de wetteloze woeste wereld van Jurassic World: Rebirth worden deugden als rechtschapenheid, fatsoen en eerlijkheid in ere gehouden.
Het verhaal stelt niet veel voor. De ontmoetingen met de sauriërs zijn echter spectaculair en spannend. De visuele effecten zijn goed. De resurrectie van wezens als de Quetzalcoatls of de Titanosaurier is indrukwekkend. De interactie met de personages levert fijne actiescènes op. En laten we eerlijk zijn. Jurassic World kijk je voor de effecten, de actie en een beetje voor de sexy Scarlett Johansson die zich van de ene penibele situatie in de andere begeeft en flink te keer gaat. Je kijkt de film niet met de intentie om een verborgen psychologische laag te ontdekken en te ontleden. Die laag bestaat niet.
Jurassic World: Rebirth keert terug naar de oorsprong, wijkt niet af van de gebaande paden en biedt de kijker wat hij verwacht. Jurassic World is gewoon een prima avonturenfilm.
Een romantische bootreis op een jacht met een aantal toeristen wordt steeds minder romantisch. De film van regisseur Chris Graham heeft wat tijd nodig om een enigszins acceptabele horrorfilm te worden. Tot het zover is, wordt de kijker vermaakt met scènes die de horrorfilmkijker al uit andere films kent. Obligate scènes waarin wordt gedanst, gedronken en van de zon wordt genoten. Scènes die ertoe dienen om de oninteressante personages beter te leren kennen. Met dank aan het acceptabele acteerwerk en de zwarte humor die hier en daar de kop opsteekt, slaan we ons door deze fase van de film heen. Het wachten is op de veerman.
De veerman die volgens de Griekse mythologie door een overledene met een munt betaald moet worden om door hem over de rivier de Styx naar het dodenrijk getransporteerd te worden. In de film draait het om iemand die al eeuwenlang probeert om aan de veerman te ontkomen en hiertoe steeds een ander lichaam kiest om zijn ziel in te huisvesten. De veerman is daar niet blij mee en is al eeuwenlang op zoek naar de onverlaat. Het is een interessant gegeven om een horrorfilm op te baseren.
De randvoorwaarden zijn goed. De setting op een jacht garandeert weinig of geen vluchtmogelijkheden. Bovendien is de bewegingsruimte op het jacht beperkt. Er ontstaat een beklemmende atmosfeer die nog wordt benadrukt door een merkwaardige nevel die de boot omringt. Als onder deze omstandigheden de actie losbarst is dat in eerste instantie nog wel spannend. Veel variatie in de actie is er echter niet en het concept van lichaamsruil kennen we uit andere films en bezorgt de film geen verrassende impulsen. Het gevolg is dat de spanningsboog al snel afneemt en blijvend tot rust komt. Daarin kon ook de komst van Charon geen verandering meer brengen.
The Killers is een fijne bijdrage van Robert Siodmak aan de Amerikaanse naoorlogse cinema. De Duitse regisseur verliet vanwege het opkomende nationaalsocialisme zijn vaderland in 1933 en belandde via Parijs in de Verenigde Staten alwaar hij zich in vrijheid op het maken van films kon storten. The Killers werd een van zijn meest succesvolle films en maakte van hem een van de bestbetaalde regisseurs. De film zorgde er bovendien voor dat de tot dan toe relatief onbekende Burt Lancaster en Ava Gardner toetraden tot het filmsterrendom.
The Killers is een rauwe film. Een film die een wereld schetst waarin de woorden vergevingsgezindheid en hoop geen waarde hebben. Dat wordt meteen in de eerste scènes duidelijk gemaakt als we twee killers in het slaperige stadje Brentwood kil en hardvochtig tekeer zien gaan. Hun optreden markeert zo’n beetje het slotakkoord van het verhaal, dat dan nog moet beginnen. The Killers is een film die begint met de dood van protagonist Ola Anderson en in terugblikken de aanleiding daarvoor uiteenzet. Dat gebeurt aan de hand van verzekeringsagent Reardon die de omstandigheden van de merkwaardige dood onderzoekt omdat er sprake is van een levensverzekering die moet worden uitgekeerd.
I did something wrong once, zegt Anderson nog tegen een collega die hem waarschuwt dat er killers onderweg zijn. Die zin is de draad die Reardon oppakt en ontrafelt. In The Killers gaat het niet zozeer om het vinden van de daders. In The Killers gaat het over de wegen die Anderson heeft bewandeld. De wegen die tot zijn dood hebben geleid. Wat heeft Anderson in het verleden fout gedaan? Wat is de reden dat hij werd terechtgesteld? Die laatste zin van Anderson houdt een vraag in waarop een antwoord moet worden gevonden. Reardon doet zijn best en zijn inspanningen leveren een fijne film noir op.
De gekozen vertelstructuur zorgt ervoor dat de film blijvend intrigerend en spannend is. Die vertelstructuur is fragmentarisch. In de loop van de film komen druppelsgewijs brokjes informatie los die steeds beter aaneensluiten en maken dat de losse fragmenten steeds meer betekenis in het grote geheel krijgen. Reardon en de kijker krijgen steeds meer inzicht in de neerwaartse spiraal waarin Anderson terechtkomt en die uiteindelijk tot zijn dood leidt. Een toevloed aan personages vult met hun kijk op het verleden de leemten. Het uitstekende script slaagt er moeiteloos in om de talrijke personages heel natuurlijk in het verhaal te integreren zodat de plot voortdurend van nieuwe impulsen wordt voorzien en levendig en boeiend blijft.
Siodmak maakt met The Killers een prima film noir met een toepasselijke pessimistische en nihilistische grondtoon. Daarnaast nog een prachtige fotografie, dubieuze en louche personages en een prettig slingerend en ambigu verhaal vol verraad, wantrouwen en mislukking. Ondergang, falen en gebrek aan perspectief zijn vanaf de eerste seconde alomtegenwoordig. The Killers is fijnzinnig, scherpzinnig en diepzinnig, verrekte sfeervol en geldt terecht als een grote inspiratiebron voor later werk in het genre. Film noir zoals film noir bedoeld is.
Alternatieve titel: MEGAN 2.0, 6 augustus 2025, 05:04 uur
M3GAN was een leuke horror en was bovendien een financieel succes. Dat er een vervolg zou komen was te voorspellen. Wat de eerste keer lukt, zal de tweede keer ook wel lukken, zal de gedachtegang zijn geweest. Vaak zie je dat een vervolgfilm een herhaling van zetten is. Veel (horror)franchises vertellen met elke vervolgfilm eigenlijk steeds hetzelfde verhaal. Het vervolg dat de niet erg fantasievolle titel M3GAN 2.0 draagt, doet wat dat betreft het ergste vermoeden.
Regisseur Gerard Johnstone die de eerste film regisseerde, dat nu weer doet en deze keer tevens verantwoordelijk is voor het script, doet zijn best om niet teveel in herhaling te vallen. Tot op zekere hoogte dan, want uiteraard draait het ook nu weer om poppen die met een kunstmatige intelligentie zijn uitgerust en een eigenzinnige weg van ontsporing volgen. Deze keer zijn het twee poppen die elkaar (en in hun kielzog een stoot mensen) bestrijden. De film hanteert hetzelfde uitgangspunt en brengt het grootser en spectaculairder. Toch is er een verschil. Waar de eersteling de nadruk legde op technisch falen als oorzaak van ontsporing, zoekt M3GAN 2.0 het meer in politieke en maatschappelijke drijfveren die maken dat de poppen dreigend actief zijn.
Een ander verschil is wezenlijker. M3GAN 2.0 is geen horrorfilm. De film is een actiefilm met sci-fi elementen. En met humor. De humor komt vooral van de titulaire M3GAN die in tegenstelling tot de eerste film is uitgerust met eigenschappen die haar sympathiek maken. Ik moest denken aan de filmreeks Terminator waarin het personage van Schwarzenegger dezelfde transformatie ondergaat. De antagonist wordt de held en publiekslieveling. Ach, van mij mag het. M3GAN 2.0 is een leuke film die iets te lang duurt en een sympathieke protagoniste heeft waar je het nog wel een tijdje mee kunt uitzingen. Met die gedachte kunnen we met een gerust hart uitkijken naar het derde deel dat er ongetwijfeld gaat komen.
Moeder-dochterconflict en een vakantieliefde onder de brandende Spaanse zon. Prima uitgangspunt. Met de tagline “Queer Coming of Age“ klinkt de film ook nog eens verleidelijk. Hot Milk maakt het niet waar. De film van Rebecca Lenkiewiczs is een starre, zielloze en clichématige beleving.
De film begint niet eens onaardig. Moeder Rose zit met dochter Sofia aan het strand. Geen idyllisch strand. Het strand bestaat uit een paar strepen steen en viezig zand. Op de achtergrond zijn fabrieksruïnes zichtbaar. Moeder en dochter hebben er een huisje gehuurd omdat Rose er in een kliniek moet worden behandeld. Ze heeft chronische pijnen en verlammingsverschijnselen en kan niet meer lopen. Ze lijdt hardop en klaagt. Sofia ondergaat het stoïcijns. Als het haar teveel wordt rookt ze buiten een sigaret of gaat zwemmen. Hun gespannen relatie wordt subtiel weergegeven en is zichtbaar in een lege blik of in een fijnzinnige handeling. Op zich een redelijk boeiende opmaat voor een interessante film, ware het niet dat de film de opmaat niet meer overstijgt.
De verschijning van een paar andere personages in de vorm van een excentrieke genezer en een hippieachtige love interest zorgt voor afleiding en belooft wat leven in de film te brengen. Nee, toch niet. Het gaat eigenlijk alleen maar bergafwaarts. Het psychodrama over ingebeelde ziekten en seksuele bevrijding dat de film wil zijn, komt niet uit de verf. De dialogen zijn clichés en het acteerwerk is houterig en ontbeert elke vorm van hartstocht.
Aan het eind wordt de zieke moeder geheeld met shocktherapie. Misschien wordt ze ook wel overreden door een vrachtwagen en kan dochterlief met haar hippie bevrijd van alle lasten de zon tegemoet rijden. Of misschien wordt dochterlief wel meegesleurd door een hoge golf tijdens het zwemmen. Het kon me geen moer schelen. Het motto dat Lenkiewicz de film meegeeft luidt: “I have been to hell and back. And let me tell you, it was wonderful“. Ik ben het daar niet mee eens. Het was helemaal niet wonderful.
Alternatieve titel: Late Shift, 5 augustus 2025, 22:58 uur
Regisseur en schrijver Petra Volpe laat de kijker een nachtdienst meedraaien met verpleegster Floria. In lange takes en met de camera dicht op de huid beleeft de kijker een bijzonder hectische en spannende nacht. De film is gebaseerd op een boek van verpleegster Madeline Calvelage en tijdens de opnamen was een verpleegster aanwezig om te adviseren. Hoewel de hoeveelheid crisissituaties me wat overdreven leek. lijkt de authenticiteit van zo'n nachtdienst daarmee gegarandeerd. De hoofdrol van Floria wordt fantastisch vertolkt door Leonie Benesch die ter voorbereiding op haar rol een stage liep in een ziekenhuis.
De film hanteert een documentaireachtige aanpak. De film volgt Floria. Zij is in elke scène aanwezig. De film volgt haar op de voet. De film draait om haar. Ondanks de enorme turbulentie rondom haar personage, speelt Leonie Benesch haar rol ingetogen. Ingetogen maar gespannen. Aan de geconcentreerde manier waarop Floria een injectie voorbereidt en de kijker een lichte trilling van haar vingers waarneemt, valt niet alleen het goede acteerwerk van Benesch op maar valt tevens goed af te leiden onder welke immense (tijds)druk Floria op elk moment staat. Hopen andere patiënten en bezigheden wachten. Keuzes moeten steeds en snel worden gemaakt. Terwijl ze met de injectie bezig is, is haar aanwezigheid op meerdere plekken vereist. Ze stelt voortdurend prioriteiten en probeert zich te verzoenen met het feit dat ze niet elke patiënt de zorg kan verlenen die in haar visie nodig is. Als kijker voel je de interne en vermoeiende strijd die ze voert.
Tijdens de nachtdienst gebeuren erge maar ook mooie dingen en ontmoeten we aardige en onaardige patiënten. De hectiek, de druk en de welhaast onwerkbare situatie op de afdeling worden prima blootgelegd. De onmacht en de frustraties van Floria alsook van de patiënten komen goed over. Het is niet moeilijk om begrip te hebben voor Floria die twijfelt aan haar roeping en het soms niet meer ziet zitten. Het is niet moeilijk om mee te lijden met patiënten die hulp nodig hebben. Het is niet moeilijk om net als Floria een enorme brok irritatie te voelen in de omgang met de veeleisende patiënten. Het is niet moeilijk om op te gaan in de film.
Leonie Benesch is fantastisch. Zij etaleert in haar rol een professionele zakelijkheid met daaronder goed waarneembaar een enorme sensitiviteit. Door haar spel vergeet je al snel de documentaireachtige aanpak en bevind je je in een aangrijpend drama. De minutieuze regie van Petra Volpe past perfect. Het kijken naar Heldin is een uitputtende maar vooral ook indrukwekkende ervaring.
Alternatieve titel: A Girl Named Willow, 5 augustus 2025, 22:34 uur
Met Ein Mädchen Namens Willow maakt regisseur Mike Marzuk een avontuurlijke jeugdfilm over vriendschap, magie en natuur. Over het meisje Willow dat een magisch bos erft en ontdekt dat zij geheel in de traditie van de vrouwelijke lijn een heks is. Het magische bos met oude bomen en bijzondere dieren wordt bedreigd en dat betekent dat Willow allerlei spannende dingen moet doen om het bos te redden. Ondanks dat de film overduidelijk op een jong publiek is gericht, heb ik de film met veel plezier bekeken.
De speelduur is 99 minuten en binnen die speelduur moet veel gebeuren. Het tempo ligt hoog. Het verhaal springt van het ene hoogtepunt naar het andere. Er is geen tijd om lang stil te staan bij een gebeurtenis of een ontwikkeling. De volgende gebeurtenis staat al weer te dringen. Er is ook geen tijd om de personages goed te leren kennen. Die krijgen simpelweg wat karaktereigenschappen toebedeeld en daar moet de kijker het mee doen. Ik kan me voorstellen dat het jeugdige kijkerspubliek daar vrede mee heeft, maar ik had af en toe wel iets meer van bepaalde personen en gebeurtenissen willen weten.
De jonge acteurs spelen heel behoorlijk. Vooral Eva Petsch die Willow speelt, is goed. Ze heeft charisma en ze is de dragende kracht van de film. De leukste momenten zijn echter voor Max Giermann die een levend geworden toverboek speelt. Hij is het enige volwassen personage dat geen cliché is. Kostumering, make-up en mimiek maken van hem een hilarisch personage. De film houdt het trouwens vaker bij handwerk en gebruikt CGI als aanvulling bij het handwerk. Ook de dieren die in de film rondlopen zijn echt, hoewel er hier en daar wel wat computergestuurde manipulatie in hun gedrag zichtbaar is. Ook voor de magie gebruikt men digitale effecten. Niet teveel. Niet te weinig. Gewoon goed gedoseerd.
Ein Mädchen namens Willow is een leuke familiefilm met heksen en magie. Met leuke personages. En met wat leeftijdgerelateerde humor. Lekker vlot en stiekem ook nog wel een beetje spannend. Ik heb met plezier gekeken.
The Old Guard vond ik goed. Een film met interessante personages en met nieuwsgierig makende aanzetjes die zich met de tragiek van het fenomeen onsterfelijkheid bemoeien. Een film die niet alleen een prima actiefilm is, maar tevens voorzichtig een psychologisch laagje aanbrengt. Prima materiaal om een tweede film mee in te gaan. Ik heb goede hoop. In deel 2 wordt dezelfde cast ingezet als in de eersteling. Ook Greg Rucka op wiens comics de films zijn gebaseerd schreef weer mee aan het script. Het enige verschil is een nieuwe regisseur met de naam Victoria Mahoney. Na even kort gespeurd te hebben blijkt zij vooral uit te blinken in tv-werk. Hm...
...Oei. Wat een teleurstellende film is The Old Guard 2. De personages worden amper verder uitgewerkt en de aanzetjes zijn een stille dood gestorven. Het sterkste punt in de film heet Uma Thurman die in de eerste film niet eens meespeelde. Ze is de antagoniste en speelt haar rol met een charmante vileine touch. Ze is helaas weinig te zien. De film spendeert meer tijd met het team der onsterfelijken dat onder leiding van Andy (Charlize Theron) af en toe beweeglijk maar verder vooral niet heel boeiend in de weer is.
Het verhaal is inhoudelijk erg zwak. De film is eigenlijk behoorlijk saai. Je zou verwachten dat onsterfelijken zich bezig houden met belangrijkere kwesties (en sowieso op een ander niveau) dan met kinderachige dingen als persoonlijke wrok, haat, nijd, jaloezie en machtsissues. Misschien ligt daarin de tragiek van het fenomeen onsterfelijkheid verborgen? Gelukkig zijn daar de incidentele fysieke oprispingen van de onsterfelijken die voor vermaak zorgen. De actie is goed. Niet goed is dat de film geen heus einde heeft maar wordt afgebroken en daamee overduidelijk hint op een derde deel.
Alternatieve titel: The Light, 5 augustus 2025, 05:01 uur
Das Licht is een film die de toestand in de moderne samenleving onder de loep neemt. Een groot aantal actuele thema’s komt langs. Migratie, de geprivilegieerde status van de witte Europeaan, klimaatactivisme, isolement, moederschap en mannelijkheid zijn zo van die dingen die prominent aan de orde komen. Ze komen langs in een film waarin een disfunctioneel Berlijns gezin met behulp van een omineus lichtapparaat dat wordt bediend door hun Syrische schoonmaakster Farrah, probeert het gebrek aan onderlinge communicatie en saamhorigheid weg te nemen en weer nader tot elkaar te komen.
Het verbindende en helende element in de film is Farrah. Een vrouw met een migratieachtergrond, die moeilijk is te peilen, een enigszins mythisch aura om zich heen heeft hangen en de ander altijd vriendelijk en begripvol tegemoet treedt. Ze wordt bijzonder indringend en goed gespeeld door de mij onbekende Tala al Deen. De castleden die in de huid van de gezinsleden kruipen, doen het eveneens uitstekend. Ze voeren perfect uit wat van hen wordt verwacht. En dat is de kijker emotioneel betrokken te maken. Dat is overigens minder moeilijk dan het wellicht lijkt omdat het gezin in de film model staat voor elke willekeurige moderne Europese gezinsconstellatie en de handel en wandel van de gezinsleden aldus de tekortkomingen van het kijkende publiek weerspiegelen.
Regisseur en schrijver Tom Tykwer legt de schuld van de problemen waar de samenleving mee kampt bij de leden van de samenleving. Bij de kijker. Bij ons dus. Gelukkig heeft hij ook de oplossing. Volgens hem is de enige weg naar de verlossing om ons eerlijk en open tot elkaar te richten om op die manier saamhorigheid, wederzijds begrip en constructieve communicatie te bewerkstelligen. Zo ontstaat een natuurlijke structuur waarin eventuele onvrede geen kans krijgt om een probleem te worden. Misschien een wat simpele en naïeve boodschap, maar wel iets om over na te denken. Of niet, want ook zonder aandacht te hebben voor de boodschap is de film gewoon erg intrigerend en goed.
Omdat de onderlinge communicatie niet hoogstaand is en de personages hun gevoelens maar moeilijk kunnen tonen, gebruikt Tykwer visuele middelen om die gevoelens tot uiting te brengen. Musicalachtige zang- en dansscènes, komische scènes en een onderwaterscène. Leuke, speelse en fantasievolle momenten die weergeven wat een personage onmachtig is om te laten zien en te delen. En dan is er nog het titulaire licht dat als middel wordt ingezet om het innerlijk bloot te leggen en mensen nader tot elkaar te brengen. Het gebruik ervan is een spannend element in de film.
Het licht als wenselijk tovermiddel. Tykwer weet de oplossing voor alle problemen waar de westerse wereld mee kampt maar weet ook dat zijn oplossing onhaalbaar is. Het is een realistische en sombere gedachte die nog eens wordt onderstreept door de immer neerplenzende regen die de personages steeds weer dwingt om te schuilen en weinig reden tot openheid en vreugde geeft.
Alternatieve titel: The Deep Dark, 5 augustus 2025, 00:52 uur
De film begint met een proloog die zich in een ver verleden afspeelt en laat zien hoe een aantal mensen ondergronds door iets wordt aangevallen. Zo weet de kijker reeds voordat het daadwerkelijke verhaal een aanvang neemt, dat ondergronds een soort monster leeft dat je beter met rust kunt laten. Natuurlijk doet men dat niet, aangezien de film langer is dan zijn proloog. Het duurt trouwens verrekte lang voordat de film eindelijk zover is. Pas in het laatste halve uur is er sprake van monsterlijke aanwezigheid.
Tot die tijd vermaken we ons met onderling geredetwist en een lange tocht door donkere mijngangen. Niet altijd spannend, maar op momenten weet de film toch wel een goede beklemmende sfeer op te roepen. De film heeft ook nog wat thema’s die worden aangeroerd. Het onderscheid der klassen komt aan bod en het onderwerp racisme wordt in de persoon van de protagonist verbeeldt, die als Marokkaan tussen Franse mijnwerkers aan het werk is. Zoals gezegd is dat alles niet erg spannend, maar de film die zich in de jaren 50 afspeelt, geeft met behulp van de thematiek wel een interessant tijdsbeeld af.
Regisseur en schrijver Mathieu Turi maakt met Gueules Noires zijn derde speelfilm. Zijn eerste film Hostile (2017) en zijn tweede film Méandre (2020) kon ik goed waarderen. In beide films speelt een vrouw de hoofdrol die in een dreigende situatie wordt geplaatst. In Gueules Noires moet de kijker het zonder vrouwen doen. De personages die ondergronds gaan zijn vooral mijnwerkers en daar zat in de jaren 50 geen vrouw tussen. De situatie waarin de mannen terecht komen is overigens spannend en doet niet onder voor de dreiging waarmee de vrouwen in de andere films te maken kregen.
Het verhaal stelt weinig voor en neigt naar een verhaal dat in een monsterfilm uit de jaren 50 wordt verteld. Het gaat om een expeditie naar het binnenste van een mijn, alwaar het monster wacht. Het verhaal wordt met dank aan de donkere setting absoluut sfeervol verteld. In de personages wordt weinig geïnvesteerd. Behalve een enkeling die wat grove eigenschappen krijgt toebedeeld en dient om de kijker inleving te bezorgen, zijn de meeste personages slechts aanwezig om als slachtoffer te dienen voor het monster. Geen onaardig monster trouwens. Hoewel het monster er wat trashy bijloopt, is het een creatuur dat dreigend aanwezig is en een paar indrukwekkende kills in petto heeft. Een prettige bijkomstigheid is dat het monster geen CGI-gedrocht is.
Alternatieve titel: Patrik Age 1.5, 5 augustus 2025, 00:14 uur
Het homostel Göran en Sven hebben recent een huis betrokken in een burgerlijke woonwijk. De buurt is van de eerste schrik bekomen en heeft zich erbij neergelegd. Het homostel wordt geaccepteerd. Men is vriendelijk. Men groet. Men maakt een praatje. Op buurtfeestjes wordt het stel echter niet uitgenodigd. De homo's zijn weliswaar aardig maar ze vormen geen normaal gezin en dan is gepaste afstand wel zo prettig, is de algemene opvatting. Göran en Sven zitten er niet zo mee. Ze voelen zich prima in hun nieuwe woonomgeving en willen zelfs een kind adopteren. Na lange tijd komen ze eindelijk in aanmerking. Door een misverstand worden ze verrast met de komst van een 15-jarige tiener in plaats van een schattig klein kindje. Tiener Patrik is moeilijk te hanteren en gewelddadig. Hij is bovendien overtuigd homofoob en homohater.
Patrik 1.5 is feelgood. En dan weet je natuurlijk al in grote lijnen hoe het verhaal zal gaan verlopen. Gelukkig is de film meer dan zijn verhaal. Er is ruimte voor ironie. Voor absurdisme. Maar wel met een serieuze ondertoon. Dat blijkt al uit het kitscherige begin van de film waarin de burgerlijke buurt in vrolijke en warme kleuren overdreven aantrekkelijk wordt gepresenteerd als ware de buurt de hemel op aarde. Het begin waarin het homostel met geschokte verbazing wordt bejegend. Dat blijkt uit latere scènes waarin de buurtbewoners zich vervolgens als vriendelijk en begripvol presenteren maar de achterdocht grappig gloort en de afstand wordt bewaard. Dat blijkt uit de weinige aanloop die de huisartsenpraktijk van Göran heeft zoals een aantal grappige scènes aantoont.
De film behandelt serieuze zaken maar doet dat steeds op een luchtige, ironische toon. Patrik 1.5 geeft maatschappijkritiek en behandelt intermenselijke problemen maar verlaat daarbij (bijna) nooit het pad van de humor. In feite is Patrik 1.5 een familiekomedie met absurde trekjes. Een film die een verbazingwekkende hoeveelheid onderwerpen aansnijdt. Naast de moeizame verhouding tussen Patrik en zijn beide nieuwe vaders gaat het in de film om acceptatie, om tolerantie, om assimilatie, om wantrouwen, om vooroordelen. En zo nog wat.
Patrik 1.5 is echter vooral feelgood, vooral voorspelbaar en vooral grappig. Ook een film die heel bewust af en toe op de traan speelt, zoals het een feelgood betaamt. Ik hou daar niet zo van, maar omdat de rest van de film goed beviel kon ik het goed hebben. Leuk dit.
De film is een leuk door muziek geïnspireerd sprookje dat zich afspeelt in het Londen van de late jaren 70. De film toont de kijker een wereld vol (politiek gemotiveerd) tumult en door frustratie en agressie gedreven muziek. Af en toe laat de film iets zien van de maatschappelijke ontevredenheid en de aanwezigheid van radicale groeperingen als skinheads en punkers. Net genoeg om een sfeerbeeld te creëren. Niet voldoende om veel inzicht in de achtergronden van de maatschappelijke onrust te vergaren. Ondanks dat de film in de eerste plaats een coming-of-age-verhaal vertelt, had ik iets meer achtergrond bij de sfeertekening op prijs gesteld.
Het sprookjesachtige element heet Joe Strummer oftewel de frontman van The Clash. Hij ontmoet heel toevallig de 14-jarige protagonist Shay en staat hem met punkgedreven raad en daad bij. Goeie rol van Jonathan Rhys Meyers die met zijn verschijning consistentie in de film brengt. De gedachte om het Britse punkicoon in te zetten als onwaarschijnlijke raadgever voor een tiener die hem totaal onbekend is, werkt op zich goed en is een leuk element in de film. Als rode draad zou dit goed functioneren, ware het niet dat dit element als terugvalbasis niet goed herkenbaar is. Het verdwijnt teveel in een wirwar van merkwaardige ontmoetingen en handelingen om als een onderscheidende factor in de coming-of-age van Shay te dienen. Eerlijk gezegd vergat ik soms dat Joe Strummer ook nog ergens rondliep.
Het verhaaltje is tamelijk simpel en op op voorhand in grote lijnen gemakkelijk uit te tekenen. Het verhaal maakt niet dat je op het puntje van je stoel belandt. De personages zorgen daar ook niet voor. Die zijn over het algemeen sympathiek en stereotiep en passen met die eigenschappen prima in het weinig uitdagende verhaal. De dialogen sluiten daar goed op aan. Die zijn niet erg scherp en klinken nogal vlak en clichématig. Dat valt in eerste instantie niet erg op omdat de Engelse slang wel lekker in het gehoor ligt. Dat besef komt later. Op den duur luister je nog met een half oor naar de inhoud.
Het tijdsbeeld en de sfeer zijn goed getroffen. De muziek is lekker. En de film straalt wel een zekere charme uit die maakt dat ik graag zou afsluiten met de mening dat de film een prachtig verhaal vertelt vol passie en hartstocht en dat ik helemaal meeging in de belevenissen van Shay. Dat was gewoon nooit het geval maar dat ik het erg graag had gewild zegt uiteraard wel iets.
Happy Gilmore staat te boek als de eerste succesvolle film van Adam Sandler. De film deed het financieel gezien inderdaad goed. Over het optreden van Sandler waren de meningen verdeeld. Hij werd niet voor niets genomineerd voor een raspberry award. Ik snap die nominatie. Sandler speelt in Happy Gilmore bepaald geen complex en bepaald geen sympathiek persoon. Hij speelt een eendimensionaal karakter dat door hem eveneens eendimensionaal wordt vertolkt. Hij levert absoluut een nominatiewaardige acteerprestatie.
Vervelend personage, die Happy Gilmore. Zijn personage heeft om de zoveel tijd woedeaanvallen waarvan de reden mij vaak ontging. De manier waarop hij vervolgens tekeer gaat, doet denken aan het gedrag van een klein kind. Waarschijnlijk is dat grappig, maar het werkte onaangenaam op mijn zenuwen. Net als Sandler’s personage zijn de overige personages slechts uitgerust met een simpele karaktertrek waarop de humor is afgestemd. Dat verveelt al snel. In komedies hoeven de personages natuurlijk niet erg gelaagd te zijn, maar als de humor niet veel meer voorstelt dan repeterende grappenmakerij over die ene karaktertrek, dan vind ik dat al snel niet meer grappig.
Gelukkig is er ook humor die wel bevalt. Daartoe verwijderen we ons van Sandler en de golfbaan en begeven we ons naar een andere verhaallijn die zich in een bejaardenhuis afspeelt dat zich als zorgzaam presenteert maar waar de senioren als slaven worden behandeld. Hier vindt de kijker leuke boosaardige humor die even afleidt van de veelal zenuwtergende flauwiteiten van Sandler.
Tot slot is enige relativering op zijn plaats. Niet alles dat Sandler laat zien is uitgekauwd of humorloos. Hier en daar is de man echt wel grappig. Zo vond ik de vechtpartij met tv-ster Bob Barker hilarisch. Er zijn meer van die leuke scènes. Het zijn er echter te weinig om van Happy Gilmore meer dan een middelmatige komedie te maken.
Alternatieve titel: De Vallei van de Haat, 4 augustus 2025, 00:15 uur
De film van regisseur Richard Thorpe begint als een optimistische documentaire over het dagelijks leven van de cowboy. Met mooie plaatjes van het landschap, het drijven van een kudde koeien en een blik op de werkzaamheden op een ranch creëert de film een prettige romantische stemming over het leven als cowboy in het wilde westen. Dat romantische beeld wordt echter al snel verstoord door dramatische gebeurtenissen die een grote impact hebben op het leven en welzijn van de eigenaar van de ranch Arch Strobie (Ray Collins) , zijn zoon Lee (Robert Walker) en zijn stiefzoon Owen (Burt Lancaster).
Hoewel de teneur van de film verandert, geldt dat niet voor de sfeervolle setting. De film speelt zich af in de atmosfeer van de ranch en de entourage daaromheen. In die entourage speelt zich een familiedrama af dat hier en daar wat melodramatische vormen aanneemt waardoor de genreaanduiding drama niet zou misstaan naast de aanduiding western. In deze film geen wilde schietpartijen, gevechten in de saloon of verbazingwekkend stunts. In de as van de film staat steeds het dagelijkse leven van eenvoudige mensen. Van mensen met menselijke beslommeringen. Pas laat in de film is er enige actie die doet denken aan actie die je in een western verwacht. Tegen die tijd vond ik het trouwens wel prettig dat de melodramatische ban werd gebroken.
Hoe dan ook. Vengeance Valley is geen clichématig uitgevoerde western. De film is meer een drama dan een standaard western. Tekenend daarvoor zijn een aantal dramatische scènes met de focus op de personages. De turbulentie die in andere westerns vaak in de actie wordt gevonden, vind je hier met name in de dialogen en in de interactie tussen de personages. Die vindt je hier in het drama. Goeie rol van Burt Lancaster die hier eens niet de stoere revolverheld speelt maar een aimabele cowboy met een goed hart. Prima voor een keer. Vengeance Valley is dan ook een prima film.
Twee vrienden maken een bijzondere roadtrip. Op zich is dat bijzondere aspect niet vreemd want de twee vrienden zijn bijzondere personages. Stephen en Bunny zijn hun namen. Het verhaal wordt vertelt vanuit het perspectief van Stephen die aan de angststoornis agorafobie lijdt. Hij verlaat zijn woning niet meer, heeft verzamelwoede en volgt vaste routines. Zo bestelt hij dagelijks bij dezelfde bezorgservice hetzelfde gerecht. Als op een dag zijn vaste routine wordt onderbroken, is hij radeloos en wordt hij herinnerd aan een roadtrip die hij eens met zijn vriend Bunny ondernam. Een reis die hun vriendschap stevig onder druk zette.
De film laat een man zien die in een chaotisch huis leeft, is vereenzaamd en hallucineert. De verzamelde rommel geeft hem troost. In de chaos van de woning bevindt zich genoeg verzamelde rommel die hem helpt de roadtrip nog een keer in gedachten voorbij te laten trekken en zijn angstgevoelens te temperen. De film die vervolgens de roadtrip verslaat is een visuele traktatie. Een warrige komedie die frequent wisselt tussen realisme en animatie en soms een combinatie is van beide. De film poogt op deze kunstzinnige manier de kleurrijke perceptie van Stephen aanschouwelijk te maken. Met succes.
De trip is bijzonder mooi geënsceneerd. Mooi gevisualiseerd ook. Zo verkrijgt de kijker via landkaarten direct toegang tot de roadtrip die zich in bestaande landen afspeelt maar die als irreële werelden tot de kijker komen. De irreële wereld wordt tot leven gebracht door kartonnen coulissen, tandwielobjecten en papieren tekeningen. Het deed me af en toe denken aan de film Hundreds of Beavers (2022) en de creatieve manier waarop daarin de wereld wordt voorgesteld.
Het eigenlijke verhaal ontpopt zich als het verhaal in een buddymovie. Een verhaal over twee ongelijksoortige personen die samen de meest krankzinnige dingen beleven en nader tot elkaar komen. Stephen de oppassende neuroot en Bunny de roekeloze avonturier. De gebeurtenissen zijn bizar, hilarisch en allesbehalve voorspelbaar. Woorden die ook van toepassing zijn op de personages die onderweg worden ontmoet.
Bunny and the Bull geeft op een geheel eigen wijze een inkijk in de psyche van een man met angststoornissen en toont een verbazingwekkende en bizarre roadtrip, die ik in deze vorm nog niet eerder heb gezien. Ik vond Bunny and the Bull een bijzonder aangename trip.
Met Dangerous Animals bewijst regisseur Sean Byrne (The Loved Ones (2009)) wederom een sterke film te kunnen maken gebaseerd op een scenario dat een aantal personages in een welhaast uitzichtloze situatie plaatst. Een argeloze protagonist raakt schijnbaar onontkoombaar verstrikt in de klauwen van het kwaad. Het kwaad dat bloeddorstige, bizarre en beestachtige vormen aanneemt.
Het kwaad heeft de vorm van een psychopathische seriemoordenaar die de zwervende Zephyr op zijn boot gevangen zet en haar aan de haaien wil voeren. In levende lijve, want seriemoordenaar Tucker gedijt op de doodsangst van zijn slachtoffers. Hij is een excentriek natuurmens die sterk gelooft in zijn spirituele band met haaien. Tucker wordt gespeeld door Jai Coutenay die zijn rol overtuigend speelt. Hij genereert dreiging en levert de kijker bloedig vermaak dat hij zelf toepast of dirigeert. Tucker belichaamt als megalomane moordenaar de menselijke hoogmoed ten opzichte van de natuur. Niet alleen de titel van de film is een referentie naar The Most Dangerous Game (1932) (de film die de mens als gevaarlijk roofdier etaleert), maar het gedrag van Tucker is dat ook.
De haaien worden nauwelijks in hun gevaarlijke lijfelijke hoedanigheid getoond. Meestal zijn ze slechts schaduwen onder het wateroppervlak. Een goede keuze. De enkele keer dat een haai met behulp van CGI tot leven wordt gebracht, wordt de geloofwaardigheid behoorlijk aangetast. Gelukkig zijn het uitzonderingen die de totale beleving niet al te zeer aantasten. Dangerous Animals is daarom vooral een spannende film met goed acteerwerk, bijtende humor en een goede dreigende sfeer. Hier en daar iets te langgerekt vanwege de vele twists, maar verder vooral een aangename beleving.