Blue Moon vertelt van een avond uit het leven van Lorenz Hart. Hart was een gerenommeerde tekstschrijver die samen met componist Richard Rodgers in de jaren 20, 30 en 40 van de 20e eeuw, verantwoordelijk was voor het bedenken van Broadway-Musicals en voor het schrijven van de vele liedjes in die musicals. Bekende liedjes zijn bijvoorbeeld My Funny Valentine, The Lady Is a Tramp en natuurlijhk Blue Moon, waaraan de film zijn titel ontleent.
De film speelt zich af in restaurant Sardi’s in New York waar de première van de musical Oklahoma wordt gevierd. Een productie waaraan Hart part noch deel heeft gehad en waaraan zijn partner Rodgers met een andere tekstschrijver heeft gewerkt. Hart voelt zich gepasseerd en zit vol nijd. In het eerste deel van Blue Moon worden Hart en zijn verhouding tot de personages die later in Sadi’s zullen arriveren, uiteengezet. Aan de orde komen zijn broze samenwerking met Rodgers, zijn giftige jaloezie op de nieuwe tekstschrijver Hammerstein en zijn uitbundige genegenheid voor zijn protegee Elisabeth, die hem minder toegenegen schijnt dan hij haar.
Terwijl Hart op de premièregasten wacht, praat hij honderduit tegen de aanwezigen in het restaurant. Zijn uitgebreide monologen springen van het ene naar het andere thema en raken aan onderwerpen als vriendschap, liefde en kunst. Ze zijn scherp van toon en venijnig humoristisch. Een grote pluim voor scriptschrijver Robert Kaplow die al die scherpzinnigheid op papier wist te zetten. Uiteraard is de inspanning van Ethan Hawke die als Hart optreedt en de monologen grandioos reciteert, van grote toegevoegde waarde. Zijn personage voorziet in diverse emotionele stadia die stuk voor stuk overtuigend worden weerspiegelt. Hart is zelfbewust en onzeker, welbespraakt, snedig, charismatisch en tevens vermoeiend. Een complex karakter om te moeten spelen. Als gezegd, Hawke doet het erg goed. Zijn personage slaagt er uitstekend in om een spanningsveld op te bouwen in de richting van de binnenkomst van het ensemble dat verantwoordelijk is voor de première van de musical Oklahoma.
Het tweede deel van de film bestaat uit de confrontatie waarin Hart er alles aan doet om maar niet uitgerangeerd te raken. De scènes vervullen de kijker soms met plaatsvervangende schaamte, een gevoel van wanhoop en een vleugje medelijden.
Behalve het goede acteerwerk, de storytelling en het script verdient ook het gebruik van de ruimte en de enscenering van de personages daarin een positieve vermelding. Hoewel de film zich bijna in zijn geheel in dezelfde ruimte afspeelt, is de ambiance levendig en vol afwisseling. De camera volgt Hart op de voet die nu eens hier en dan weer daar rusteloos in de weer is. Opvallend detail is trouwens dat de geringe lichaamslengte van Hart op een of andere manier ook deel uitmaakt van de dynamiek. Zijn lengte valt op en is geen subtiel detail in het geheel.
In zijn monologen verwijst Hart vaak naar de film Casablanca (1942). Hij gebruikt citaten uit de film en doorspekt zijn monologen met zijn interpretaties van gebeurtenissen in die film. Ze dienen als illustratie bij zijn filosofische gedachten over bijvoorbeeld vriendschap. Er zijn trouwens wel wat paralellen te trekken tussen Blue Moon en Casablanca. Ook in Blue Moon is de bar een zeer belangrijke locatie. In beide films zijn twee mannen en een vrouw het ankerpunt. De melancholische finale van Blue Moon waarin Hart achterblijft terwijl de twee anderen gezamenlijk vertrekken, is overeenkomstig. Regisseur Richard Linklater lijkt met Blue Moon een eerbetoon aan de film Casablanca af te geven.
Gelukkig is Blue Moon meer dan slechts een eerbetoon. De film heeft een eigen smoel en weet met simpele middelen en een schitterend script een verfijnde en veelzijdige productie neer te zetten die bovendien ook nog eens verrekte humoristisch en vermakelijk is.
In het begin van zijn carrière deed regisseur Yorgos Lanthimos het aanmerkelijk rustiger aan dan in het heden. Met maar liefst drie films binnen twee jaar heeft hij zijn productiesnelheid behoorlijk opgeschroefd. Als dat maar niet ten koste van de kwaliteit gaat, is dan de vrees.
Vooralsnog is die vrees onterecht alhoewel Bugonia de kijker waarschijnlijk wel een déjà vu sensatie zal opleveren. Sommige elementen in de film zijn bekend. Zo is het voor Emma Stone intussen het vierde optreden in een film van Lanthimos en speelde Jesse Plemons ook in zijn vorige film, Kinds of Kindness (2024). Verder is Bugonia opnieuw een absurde komedie. Dat genre is intussen het handelsmerk van de regisseur geworden. Hoewel ik elke film van Lathimos tot nu toe erg waardeer, merk ik dat ik er wat moeite mee begin te krijgen de diverse films van elkaar te kunnen onderscheiden.
Een andere déjà vu zou te maken kunnen hebben met het feit dat Bugonia een remake is van de Zuid-Koreaanse film Jigureul Jikyeora! (2003). Lanthimos maakt echter geen zielloze kopie. Met behulp van het acterende ensemble en de mooie fotografie van cameraman Robbie Ryan krijgt Bugonia een fijne eigen smoel. Visueel is het genieten. Of we ons nu in de wereld van bedrijfsleider Emma Stone bevinden, in het haveloze huisje van Plemons of gewoon in een idyllisch stukje natuur, er is altijd wel iets bijzonders te zien.
Inhoudelijk is de film een combinatie van nonsens en serieuzere maatschappijkritiek. Het plot dat Plemons en zijn neef de vermeende alien Emma Stone laat gijzelen, biedt aanknopingspunten voor zowel heerlijke nonsens als voor een wat diepere laag.
Sommige overtuigingen van de neefjes zijn dermate krankzinnig dat het gewoon enorm fascinerend en hilarisch is om er meer over te horen. Aan de andere kant verzuimt de film niet iets over de wereld van nu te zeggen. Over het kapitalistische systeem bijvoorbeeld dat door het chemische concern waarvan Stone het hoofd is, wordt verbeeld. Het concern dat zich niet bekommert om de mens en zijn welzijn en slechts dan iets ten goede voor de samenleving wil doen als het niets kost. Die stellingname is uiteraard overtrokken maar geeft waarschijnlijk met accuratesse het wezen van het kapitalisme weer. De samenzweringstheorieën van de twee neven ondergaan dezelfde overtrokkenheid. Voor de accuratesse van die theorieën sta ik echter niet in. Ze zijn vergezocht en weinig subtiel maar ook erg vermakelijk.
Goed acteerwerk. Jesse Plemons vertegenwoordigt de mengeling van kolder en tragiek die zijn personage kenmerken, op een manier die de kijker ter harte gaat. Emma Stone is erg goed als keiharde en manipulatieve zakenvrouw. En neefje Aidan Delbis is hartverscheurend afhankelijk en simpel. Het verhaal intrigeert maar zwalkt soms ook een beetje. Na een turbulent onvoorspelbaar begin is het verloop van de gijzelsituatie wel wat voorspelbaar. Het stoorde me niet erg. De vermakelijkheidsgraad blijft hoog. Bugonia is een prima film.
Een simpele romantische komedie die zich in een idyllisch en besneeuwd stadje afspeelt. Met zowaar een poging om naast alle flauwe liedesperikelen het serieuze thema zelfontplooiing een plaatsje te geven. Verwacht nu niet meteen een grondige analyse van het thema. A Merry Ex-Mas is natuurlijk allereerst gemaakt om lichtzinnig vermaak te leveren. De film is een typische romantische komedie waarin het kerstfeest een prominente rol heeft. Het is niet de bedoeling om het thema ten koste van de kerstsfeer daadwerkelijk diepzinnig te analyseren en te bediscussiëren.
De film biedt redelijk vermaak. Hier en daar popt een scène op die zowaar een bescheiden lach tevoorschijn tovert. De personages zijn vlak getekend en ieder personage is op zijn manier op zoek naar geluk. Ieder personage heeft wel iets dat hem sympathiek maakt. En zo heeft de kijker voldoende mogelijkheden om zich met een personage of met het gedrag van een personage te identificeren.
De film kijkt lekker weg maar zal ook weer snel uit het geheugen zijn verdwenen. Erg indrukwekkend is het allemaal niet. Er is niets in de film dat boven de middelmaat uitstijgt. Grote inhoudelijke ambities heeft de film niet. In de categorie ‘simpel vermaak’ doet de film het echter niet slecht.
The Phoenician Scheme bevat weer de typische ingrediënten die je telkens in een film van Wes Anderson tegenkomt. Zo zijn er de heerlijke kunstzinnige beelden die worden gekenmerkt door hun situering in een tableau in plaats van in een realistische omgeving. De gebruikmaking van dergelijke decors geven zijn films een ietwat toneelmatige flair. Dat is in deze film ook het geval.
Ook kenmerkend voor de werken van Anderson zijn de vele bekende namen die aan zijn producties meewerken. En ook dat is in deze film weer het geval. Het lijkt veel op een gimmick als je de lange lijst van acteurs doorneemt die een aandeel in de film hebben. Opvallend is dat de meeste namen niet veel te doen hebben. Neem het aandeel van Charlotte Gainsbourg, Bill Murray en Willem Dafoe. Ze zijn herkenbaar maar hebben niet veel meer te doen dan een decorstuk te doen heeft.
Dat geldt niet voor het trio dat de hoofdrollen bekleedt. Benicio del Toro, Mia Threapleton en Michael Cera zijn prominent aanwezig. Ze zijn goed voor enkele hilarische scènes als ze met een laconieke instelling (typisch Anderson) door het verhaal struikelen. Dergelijke scènes zijn echter minder talrijk dan ik gewend ben van ander werk van Anderson. Er zijn zelfs stukken film die ik, ondanks dat ik genoot van de detaillering en de prachtige beeldcompositie, een beetje saai vond.
Het verhaal is niet heel boeiend. Het vage verhaal over een odyssee die de drie hoofdrollen ondernemen lijkt meer een voorwendsel om het trio aan het reizen te krijgen dan dat het van veel belang is. Wat dan wel weer goed is gelukt is de intermenselijke dynamiek. Die is bijzonder prettig en levert grappige momenten op. Uiteindelijk is de film zeker kijkwaardig maar is hij simpelweg te formulematig geconstrueerd om het niveau van eerdere films van Anderson te benaderen.
Alternatieve titel: Treindromen, 23 november 2025, 03:39 uur
Train Dreams is de goed gelukte filmadaptie van het boek “Novelle Train Dreams” van de auteur Denis Johnson. Regisseur Clint Bentley maakt een epische en tegelijkertijd vrij strakke film. De film vertelt het levensverhaal van de weesjongen Robert Grainer en focust zich daarin op het leven van de volwassen Robert dat zich ergens in de eerste helft van de 20e eeuw afspeelt. Het verhaal wordt af en toe vluchtig doorsneden met wat jeugdherinneringen die veelal verklarend zijn voor gedrag en stemming van de volwassen Robert.
De film vertelt van een leven vol traumatische gebeurtenissen. Een hard leven met schaarse momenten van geluk en veel momenten van ellende. De film toont een harde realiteit die hevig contrasteert met de kalme stem van de voice-over en een score van zachte pianoklanken. Ik was blij met de verzachtende omstandigheden.
Fijne rol van Joel Edgerton als de zwijgzame protagonist die in zijn levensonderhoud voorziet als houthakker en als arbeider bij de aanleg van de spoorweg. Het is zwaar werk dat door Bentley in rustige welhaast contemplatieve beelden is gegoten. De camera hanteert een smal, bijna vierkant format en maakt herhaaldelijk gebruik van lange takes die ruimte bieden aan een gebeurtenis om zich op het gemak te voltrekken. Erg rustgevend en erg sfeervol.
Een simpele maar ook intrigerende man, die Robert. Zijn werktuigen zijn de zaag en de bijl. Hij heeft zijn hele leven nog nooit een geweer afgevuurd. Hij heeft nog nooit een telefoon in handen gehad. Hij heeft zelfs nog nooit de zee gezien hoewel hij er vaak bij in de buurt komt. Hij is aan de oppervlakte een harde en verbeten man. Diep van binnen heeft hij echter een zacht hart dat in schril contrast staat met zijn ruwe omgeving en zijn bittere levenservaringen.
Train Dreams is een goede film over de vergankelijkheid van het leven en over agressief en kwaadwillend gedrag tegen mens en natuur. Rustig gefilmd en tot contemplatie uitnodigend. Met fijn acteerwerk van Edgerton en Felicity Jones. Ondanks zijn epische kwaliteiten is de film in zijn vertelwijze soms net iets te rechttoe rechtaan maar echt storend is dat niet. Ik heb van de film genoten.
De eerste Engelstalige film van regisseur en schrijver Jan Komasa van wie ik eerder het bijzonder vermakelijke Boze Cialo (2019) zag. Anniversary verhaalt van een welgestelde en hoogopgeleide familie in een dystopisch getint Verenigde Staten dat een staatsvorm met fascistoïde trekjes hanteert. De film combineert ideeëngoed uit de literatuur (George Orwell’s 1984) met een visie op de actuele situatie in het land. Het resultaat is een thriller met een soms ietwat onbehaaglijke sfeer die me echter niet over de hele linie boeide.
De film begint als een familiedrama met wat suspense elementen. Vervolgens gaan elementen die een primaire dreiging inhouden, steeds meer overheersen en bevinden we ons in een thrillerachtige ambiance. Prima sfeer. Helaas zijn de gebeurtenissen weinig subtiel en verlopen de gevolgen nogal volgens verwachting. Heel boeiend is het verloop niet. De film mist diepgang. De actuele boodschap van een dreigend gevaar voor autoritarisme die Komasa het publiek wil meegeven komt in deze weinig subtiele film echter goed over.
Anniversary presenteert zich als een reflectie op valse propaganda, extreme ideologieën en scheve machtsverhoudingen. De film verzuimt echter om gebeurtenissen en gedrag van laag te voorzien, waardoor de boodschap in het populistische segment blijft hangen. Niet overtuigend dus. Ieder personage is geradicaliseerd, gecorrumpeerd of principieel goed. Emotionele nuances ontbreken. De film heeft door zijn gebrek aan raffinement niet het vermogen de kijker tot nadenken aan te zetten. Laat staan dat de kijker emotioneel betrokken raakt. Het voelt allemaal te kunstmatig, te gestileerd. Nee, Anniversary raakte me niet echt. Ander werk van Jan Komasa beviel me beter.
Een zwarthumoristisch psychologisch drama waarin protagonist Linda voortdurend tegen een zenuwinzinking aanschurkt. Linda is overspannen. Ze heeft nooit rust. Er speelt altijd iets. Linda is een psychotherapeute die zelf dringend psychische ondersteuning nodig heeft. Die hulp krijgt ze noch van haar man die beroepshalve altijd onderweg is, noch van haar collega die tevens haar therapeut is. De meeste stress geldt haar dochtertje die een maagsonde heeft en voortdurend aandacht vraagt. Regisseur en schrijver Mary Bronstein kiest ervoor om de dochter niet te visualiseren. Ze laat haar enkel buiten beeld bestaan. Haar aanwezigheid wordt middels een ondraaglijke zeurstem kenbaar gemaakt, die erg op de zenuwen werkt. Ik krijg begrip voor Linda.
Voortdurend gejaagd pendelt Linda heen en weer tussen haar werk, het ziekenhuis en het louche hotel waar haar huisbaas haar heeft ondergebracht nadat thuis (heel symbolisch) een plafond naar beneden kwam. De voeding voor een mentale uitval neemt toe en toe. Met stijlmiddelen afkomstig uit het horrorgenre legt Bronstein de gruwelen bloot van een bestaan met teveel verantwoordelijkheden en te weinig begrio en steun. Zo zijn op de achtergrond regelmatig beelden zichtbaar die berichten van overwerkte moeders die hun kinderen vermoorden.
De film zet de moederrol als iets afschrikwekkends neer. Steeds op je tenen lopen, geen zwakte tonen en altijd maar verantwoordelijkheid opgedrongen krijgen. Zo is een korte wandeling die Linda ter ontspanning zonder kind maakt, reden voor iemand om haar onverantwoordelijk te noemen. Het moederschap is in deze film geen plezierige manier om de tijd te vullen. De (zelf)verwijten galmen rond in Linda’s hoofd. Rondom en in haar openen zich steeds dieper wordende plastische en psychopathologische afgronden.
Mary Bronstein verpakt de banale verschrikkingen van ongewenst moederschap in een provocerende balans tussen horror en komedie. De film maakt gebruik van bodyhorror, sci-fi en elementen uit de spookhuisfilm om de deprimerende alledaagsheid van het ouderlijke bestaan te ontmaskeren. Het onderwerp wordt dankzij de onconventionele beeldtaal zelden authentiek weergegeven. Er kleeft bijna continu een zweem van surrealisme aan de film.
Nog niet genoemd maar absoluut het vermelden waard is de glansrol van Rose Byrne als het personage Linda in deze indringende en zwarthumoristische film. Tenslotte toch de prima slotscène benoemen die maakt dat er over het woord Happy in de term Happy End nog wel even valt te twisten. Goeie film.
Alternatieve titel: De Vrouw in Suite 10, 22 november 2025, 16:33 uur
Het scenario klinkt bekend. Hoofdpersonage Laura (Keira Knightley) vermoedt een moord. Men gelooft haar niet. Er zijn veel filmvoorbeelden die op dat idee teren. Neem bijvoorbeeld Rear Window (1954). Of Miss Marple: 4.50 from Paddington (1987). De locatie klinkt ook bekend. Een bewegend voertuig (hier een schip) waaruit de personages niet zomaar kunnen verdwijnen. Ook de twijfel aan de geestelijke gezondheid van Laura klinkt bekend. Voor de kijker zijn de momenten van déjà vu gegarandeerd. Ondanks een grote voorspellende factor kan een dergelijke film zich toch nog ontwikkelen tot een amusante kijkbeleving.
Dat kan bijvoorbeeld door een verrassende wending in te bouwen of door de personages interessant te maken. Bij The Woman in the Cabin is dat niet het geval. Hoe verder de film vordert, hoe minder amusant hij wordt. De personages zijn bijzonder saai en verrassingen blijven uit. Visueel is de film niet opmerkelijk en zelfs het moordmysterie wordt niet spannend geënsceneerd. Een enigszins ervaren kijker zal het mysterie al vroeg hebben opgelost. Dat wordt de kijker ook wel erg gemakkelijk gemaakt omdat de handeling niet voorziet in alternatieven.
De film slaagt er geen enkel ogenblik in geloofwaardig te zijn. Het is duidelijk dat het niet de bedoeling is dat je over de gebeurtenissen nadenkt. Ook de grote hoeveelheid toevalligheden moet je voor lief nemen. En dat gaat van kwaad tot erger. Tegen het einde van de film kun je rustig het woord ‘stompzinnig’ in de mond nemen. En dat terwijl de cast behoorlijk van naam is en de setting op het schip sfeervol wordt gebruikt. Het verhaal is echter totaal niet boeiend. Slecht dit.
Alternatieve titel: Lethal Attraction, 19 november 2025, 01:14 uur
Op het eerste gezicht lijkt Heathers van Michael Lehmann een gewoon highschooldrama te gaan worden. De warme kleuren, de schoolse setting. de passende muzikale achtergrond en de bekende stereotypen voelen vertrouwd en roepen een highschoolgevoel op. Het duurt maar even. Al snel ontwaar je in de oppervlakkige mêlee van verwaande meisjes, populaire en stoere boys, gekke nerds, zwaarlijvige eenzaten en een mysterieuze buitenstaander een kwaadaardige laag die het weke oppervlak dreigt te doorbreken.
Veronica (Winona Ryder) maakt deel uit van een groepje meiden dat de Heathers wordt genoemd. Een groepje meisjes met dezelfde voornaam (behalve Veronica natuurlijk) dat zich identiek gedraagt, waarmee de gelijkvormigheid en inwisselbaarheid van de leden vanaf het begin opvallend wordt benadrukt. Met hun kwaadaardige grappen degraderen ze iedereen die niet in hun ideale patroon past tot speelbal van hun ongenoegen. Veronica is de uitzondering in de groep. Ze doet alsof ze eenvormig is maar wil graag afwijken van het gedrag van de groep. Met hulp van de rebelse nieuwe leerling J.D. (Christian Slater) lukt dat steeds beter en verliest de film steeds meer van zijn zoetheid.
De film weet niet alleen de mentaliteit en dwangmatige drang om ergens bij te horen met satirische overdrijving te vatten maar weet ook het conventionele beeld van de typische Amerikaanse highschool aan te randen door middel van het tonen van moorden, depressies en angst voor de toekomst. De balans tussen humoristische overdrijving en serieuze tragedie blijft daarbij uitstekend overeind. Ook de dialogen en oneliners zijn noemenswaardig. “Well, fuck me gently with a chainsaw. Do I look like Mother Teresa?“
Heathers is in de kern een uiterst nauwkeurige observatie van de hulpeloosheid en overbelasting van adolescenten. Het leven is ook achter de ellende niet idyllisch. Happy Endings bestaan niet. In de meeste highschoolfilms uit de jaren 80 bestaan die dingen wel. In Heathers borrelen blijvend faalangst, groepsdruk en zelfmoorgedachten op. Als normaal onderdeel van het schoolse bestaan. De film vertelt het soms op rauwe toon, soms op bijtende toon, soms met overdrijving en soms op hilarische wijze. Dat is soms confronterend, soms grappig maar voelt op een of andere manier wel realistisch. Prima film.
De clowneske seriemoordenaar Carl Cane ontsnapt uit een psychiatrische inrichting en pakt zijn oude hobby weer op. Helloween is een vrij korte film en dat is prima. De film introduceert een interessante slechterik die helaas vastzit in een weinig verrassende horrorfilm. Een voorspelbaar verhaal. Platte personages. Niet spannend. Niet expliciet. Niet erg sfeervol. Niveau tv-film. Slechterik Carl Cane had een betere film verdiend.
Alternatieve titel: The Paperboy, 18 november 2025, 18:59 uur
De film speelt zich af in het jaar 1969 en is gesitueerd in het plaatsje Lately dat in het moerassige deel van Florida is gelegen. Daar werd in 1965 de impopulaire sheriff vermoord. White trash met de naam Hillary van Wetter wordt voor de brute moord ter dood veroordeeld. Twee journalisten van de Miami Times onderzoeken signalen die op de eventuele onschuld van Hillary wijzen.
De film volgt het onderzoek van de journalisten en zoomt behalve op het feitelijke onderzoek vooral in op de gevoelens die bij alle personages in de loop van het onderzoek vrijkomen. In plaats van op zinderende spanning drijft The Paper Boy met name op onderdrukte emoties. De invulling van de personages en het acteerwerk dat daarbij hoort zijn dan belangrijk. De ene acteur verdwijnt overtuigender in zijn emoties dan de ander. Het ene personage is realistischer vormgegeven dan het andere.
Nicole Kidman en John Cusack maakten de minste indruk. Nicole Kidman als de sletterige vriendin van Hillary, doet haar best maar ik vond de stereotype invulling van haar personage niet echt overtuigen. Ook John Cusack viel tegen. Als psychopathische en seksueel uitgehongerde bruut blijf hij hangen in een stereotype vertolking van een psychopathische en seksueel uitgehongerde bruut. De rest van de cast is redelijk tot goed, waarbij Zac Efron zich onderscheidt en zich wat mij betreft in de categorie goed bevindt.
Het verhaal wordt hoofdzakelijk vanuit het perspectief van de zwarte huishoudster Anita verteld. Door haar ogen maakt de kijker kennis met de personages en met de dagelijkse vernederingen waarmee de zwarte mens en Anita in het bijzonder worden geconfronteerd. Met het eigenlijke verhaal heeft deze beleving niets te maken, maar het tonen ervan is wel van toegevoegde waarde voor de sfeertekening. Het geeft een schrijnend beeld van het racisme dat in dit deel van Florida nog welig tiert. Niet alleen de segregatie komt langs. Ook sociale ongelijkheid, hiërarchisch denken en afhankelijkheid (ook van seksuele aard) hebben een sfeerbepalende plek in de film. Het is wat veel.
Door de sterk aanwezige psychologische subtekst wordt de thrillerkant van het verhaal in de loop wat uit het oog verloren. Zelfs de journalisten lijkt de ontrafeling van het moordmysterie op den duur niet veel meer te kunnen schelen. Te zeer zijn ze behept met de psychologische laag die over hen heen rolt. De beslissende aanwijzing voor de ontrafeling wordt dan ook enigszins plompverloren gedropt en blijft vervolgens in vaagheid schemeren. Een concreet antwoord levert de film niet. Ik bleef na afloop in dat opzicht teleurgesteld en een beetje mopperend achter.
Alternatieve titel: Moon, 17 november 2025, 02:29 uur
Sarah was een succesvolle vechtsporter. Haar carrière is in het slop geraakt en ze slaagt er niet goed in om buiten de ring de motivatie te vinden zich te ontplooien. Met name haar agressie issues die zij middels de sport goed kon beheersen steken onaangenaam de kop op. Een aanbod voor een baan als sportinstructeur in het Nabije Oosten lijkt de perfecte oplossing.
Een optimistische teneur treedt de film binnen. Een sfeer die af en toe wat kreukjes vertoont. Er slingeren subtiele aanwijzingen door het optimisme die een voorbode lijken te zijn voor een omslag . Zonder veel franje glijdt de film geleidelijk af in een beklemmende sfeer en ontpopt zich tenslotte tot een thriller waarin twee werelden op elkaar botsen. Sarah betreedt de wereld van een rijk en geïsoleerd levend gezin en is getuige van verontrustende gebeurtenissen met betrekking tot een strakke hiërarchie die in het huishouden wordt gehanteerd. Vanuit het perspectief van de Europese Sarah schetst de film een situatie waarin Sarah steeds indringender wordt geconfronteerd met een cultuur die vrijheid voor vrouwen niet vanzelfsprekend acht.
Net als de besloten wereld die de film schildert, zijn de personages in de film eveneens allesbehalve uitbundig. Sarah is zakelijk, ernstig, streng, sociaal geïsoleerd en uit zich ingetogen. Haar drie vrouwelijke tienerleerlingen komen lichtgeraakt, oppervlakkig en gereserveerd over. Door hun broer die bij afwezigheid van de vader de scepter zwaait, worden zij geïsoleerd gehouden van de buitenwereld. Smartphone, toegang tot internet of omgang met vriendinnen is niet toegestaan. Ze vullen hun tijd met het kijken naar soaps en met uitstapjes naar het winkelcentrum die onder strikte begeleiding plaatsvinden.
Sarah stuit met haar wereldbeeld op grenzen. Het aftasten daarvan leidt tot onvoorspelbare gedragingen die voor een beklemmende sfeer zorgen. De film is het spannendst wanneer hij beschrijft hoe de culturele barrières en de overeenkomsten die de vrouwelijke personages voelen, elkaar in de weg staan. Het is het dreigende sudderen daarvan in combinatie met de onvoorspelbaarheid van de overheersende broer op de achtergrond die voor de spanning zorgen. Ik ben gefascineerd.
De film lijkt toe te werken naar een explosieve climax die echter niet erg explosief is. Er wordt een beloftevol explosief geplaatst en aangestoken. Het beloftevolle explosief vertoont jammer genoeg de kenmerken van een blindganger. Hoe de gebeurtenissen Sarah veranderen, wordt tenslotte verteld in een soort epiloog, die door zijn vaagheid en raadselachtigheid vooral geforceerd overkomt. Weg spanning.
Mond is de tweede film van regisseur en schrijver Kurdwin Ayub. De film raakte me voldoende om me op termijn ook aan haar debuutfilm Sonne (2022) te wagen.
Een bodyswap-komedie die veel weg heeft van de films die in de jaren 80 dezelfde komedievariant bedreven. Keanu Reeves in de rol van engel die de armlastige Ari (een rol van Aziz Ansari, de regisseur van de film) wil bijbrengen dat rijkdom niet alles is. Om dat aan te tonen neemt Ari de plaats in van de rijke Jeff (Seth Rogen). Zoals het een komedie betaamt, loopt het gewaagde experiment niet als gepland.
De film bewandelt geen opzienbarende wegen. Alles aan de film is gewoon solide. Het verhaal volgt de typische feelgood-wegen. Ansari regisseert degelijk zonder bijzondere stilistische finesses. Visueel en ritmisch niet spannend maar gewoon in orde. Het verhaal zwabbert een beetje. Het duurt een tijdje voor de personages hun plaats in de constellatie hebben gevonden. Als dat eenmaal is gelukt, is het meteen een stuk leuker.
Heel erg grappig is de film niet. Wel amusant. De grootste bijdrage aan de amusementswaarde wordt geleverd door het spelende ensemble. Reeves functioneert prima als engel die met een portie naïviteit de mens en de wereld beschouwt. Rogen en Ansari doen eigenlijk wat ze altijd doen. Dat voelt vertrouwd maar is ook amusant. Rogen speelt de zelfvoldane welgestelde burger terwijl Ansari optreedt als de sympathieke underdog die heen en weer wordt geslingerd tussen prachtige beloftes en morele lessen. Geen verrassende personages. Wel sympathiek.
Ansari’s officiële regiedebuut na zijn gecancelde film 'Being Mortal' (Stoute Bill Murray) is solide, amusant en heeft charme. Een onderhoudende film die met luchtigheid strooit en prettig wegkijkt. Het had van mij best wat pittiger en subversiever gemogen.
Tante Lee bakt vleestaarten die gretig aftrek vinden. Het belangrijkste ingrediënt is natuurlijk vlees. De vier mooie nichtjes van tante Lee zorgen voor de aanvoer van dit ingrediënt. Met hun sexy uitstraling lokken zij mannelijke passanten hun woonstee binnen. Daar worden zij ter dood gebracht en leveren aldus hun bijdrage aan de unieke smaak van de vleestaart.
De film is pulp. Slecht acteerwerk. Krakkemikkig verhaal. Mooie killer girls, die zich te weinig bloot geven. Aardige kills, maar te weinig expliciet. Gewoon een armzalige film. De film vermaakt nog wel redelijk door zijn stompzinnigheid. Verbazingwekkend trouwens om gerenommeerde namen als Karen Black en Pat Morita hier aan te treffen tussen een aantal jonge vrouwen die hun rol niet hebben te danken aan hun acteertalent. Het is daarom vreemd dat de vrouwen met hun erotisch fotografische en -filmische achtergrond zich vooral gekleed door de film bewegen. Teleurstelling daar.
Regisseur en schrijver Joseph F. Robertson heeft zich tijdens zijn carrière vooral onderscheiden in het erotische genre. Dat feit verklaart wellicht de gebrekkige regie, de fantasieloze fotografie, de povere dialogen en de abominabele dramaturgie. Niet alles aan de film is trouwens slecht. Sommige kamers in de woonstee van tante Lee zijn dermate creatief ingericht dat de scènes die zich daar afspelen een surrealistisch tintje krijgen. Erg intrigerend. Het zal wel geen opzet zijn.
In het horrorgenre bestaan veel verschillende objecten van waaruit het kwaad de wereld in wordt gestort. In de film In Fabric van regisseur en schrijver Peter Strickland is een elegante rode jurk de veroorzaker van veel onheil voor de drager van het kledingstuk. De film richt zich in eerste instantie op Sheila die in een chique kledingzaak een rode jurk aanschaft. Geholpen wordt zij door verkoopster Miss Luckmoore die expressieve make-up alsmede een uitbundige gothic garderobe draagt. Een merkwaardige verschijning die met raadselachtige zinsneden een verontrustende inbreng in de conversatie heeft. Even raadselachtig en verontrustend is de rondslenterende eigenaar van de winkel. Een onbehaaglijke sfeer sluipt de film binnen.
Het verhaal heeft wat wendingen en voegt later in de film nog meer centrale karakters toe. Alles dat in de film gebeurt volgt een nachtmerrieachtig scenario en wordt door de camera in morbide, groteske en soms prachtige beelden gegoten. Neem alleen al de inrichting van de bizarre kledingwinkel en de uitdossingen van de mensen die er werken. Heel surrealistisch zodat je je afvraagt of we hier met een heksenkolonie te maken hebben of wellicht met geesten of misschien met compleet gestoorden. Erg zonderling allemaal. Het voelt erg ongemakkelijk. Visueel mooi in beeld gebracht en door het specifieke gebruik van audio wordt het zelfs hier en daar wat luchtig. Dat voelt wat eigenaardig want luchtigheid en verontrusting gaan moeilijk samen. Hier lukt het.
Veel momenten in In Fabric zijn kleine meesterwerkjes. Een optelsom van mooie scènes. Een overdadige verzameling van bijzondere ideeën die door Strickland als fijne miniatuurtjes zijn uitgewerkt. Een veelheid aan losse fragmenten en impressies. Te weinig een geheel. Te weinig onderling verbonden. Je krijgt als kijker niet de kans je onder te laten dompelen in het verhaal. Het is daarom dat de film hoogstens oppervlakkige spanning en beklemming genereert. Ik had op dat vlak iets meer gewild.
Alternatieve titel: The Dungeonmaster, 8 november 2025, 19:50 uur
Paul is een computernerd die zijn tijd liever doorbrengt met zijn zelfgebouwde supercomputer dan met zijn verloofde Gwen. Dan wordt hij door de duivelse magiër Mestema uitgedaagd om het tegen hem op te nemen. De prijs die er te winnen valt is de door Mestema ontvoerde Gwen. De film volgt Paul die in zeven segmenten die zich steeds in een andere fantasiewereld afspelen, de strijd aangaat met allerhande monsters. Science meets Swords & Sorcery.
Het is best leuk om Paul te volgen op zijn reis door zeven fantasiewerelden. De zeven segmenten zijn elk door een andere regisseur gemaakt, duren niet erg lang en variëren onderling voldoende om geamuseerd te blijven kijken. Zo treffen we Paul aan die de strijd aangaat met een stopmotion Golem, vecht tegen Zulu krijgers en een ontmoeting heeft met Jack the Ripper. Ook zien we hem blootgesteld aan de verleidingen van een paar schaars geklede vrouwen en zien we hem bij een concert van de heavy metal band W.A.S.P.
De regisseurs die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van Ragewar zijn overigens niet de meest gerenommeerde regisseurs. De segmenten zijn van mensen als David Allen (Puppet Master II (1990)), Ted Nicolaou (Subspecies (1991)) en Charles Band (The Creeps (1997)). In Ragwar regisseren ze filmpjes van de B-garnituur. Rommelige regie. Slechte effecten. Geen geweldig acteerwerk. Eigenlijk is Ragwar een stompzinnige film met oninteressante personages. Een film zonder heuse spanning.
Toch is ie leuk. Trashappeal is ruimschoots aanwezig en de filmpjes zitten vol maffe ideeën en gebeurtenissen. Het stompzinnigste en daardoor misschien wel het leukste aan de film zijn de dialogen. Mestema: “Say the word and it ends!” waarop Paul zegt: ”The word is forget it!” Of deze: "I reject your reality and substitute my own”. Lachen, joh!
Alternatieve titel: Friday the 13th Part 4, 8 november 2025, 17:37 uur
Zoals de titel al aangeeft had The Final Chapter het laatste deel in de reeks moeten zijn. Althans het laatste deel waarin Jason Voorhees als de killer zou optreden. Men wilde de serie wel voortzetten maar dan zonder de roemruchte Jason. Net als bij de franchise Halloween waar in het derde deel Michael Myers niet meedeed. Daar kwam men overigens weer snel van terug, want in de volgende films deed Myers gewoon weer mee. Bij Friday the 13th bleef het gelukkig enkel bij een bizarre gedachtesprong. Na The Final Chapter volgden nog vele delen met Jason.
The Final Chapter dus. Aangezien de film een voortzetting is van deel 3, bevinden we ons inmiddels vast niet meer op vrijdag de 13e als de dood gewaande Jason weer aan het Crystal Lake opduikt en zijn oude hobby weer oppakt. Er hebben zich daar weer de nodige vakantievierende tieners verzameld om door de machete van Jason te worden vermoord. Jason de ster van de film. De killer om wie de hele film draait. De overige personages zijn slechts vulling en dienen enkel om als slachtvee ten prooi te vallen aan de machete. Hun doen en laten beperkt zich tot puberale bezigheden. Ik was blij dat Jason zijn machete flink liet zwaaien om aan deze oninteressante ellende een eind te maken.
Prima kills. Gewelddadige moorden vormgegeven met mooie plastische effecten. Wel jammer is dat de hectische montage de kills niet volledig tot hun recht laten komen. Het oog allemaal wat plomp en onverschillig. Als in het turbulente derde deel van de film Jason helemaal losgaat worden de acties zelfs enigszins lachwekkend. Zo is het grappig als het slachtvee de ramen grondig barricadeert en Jason vervolgens gewoon de massief uitziende deur openbreekt en binnenwandelt.
De horror is niet lachwekkend. De film splattert er lustig op los en de kleine Corey Feldman beleeft aan het begin van zijn filmcarrière een gedenkwaardig moment als slachtoffer van Jason. Met de sfeer zit het minder goed. Naast de kills herinner ik mij de eerdere delen vooral vanwege de beklemmende sfeer. In The Final Chapter zijn het simpele verhaal, het onverschillige camerawerk, de robuuste actie en de platte personages niet in staat een fijne sinistere sfeer neer te zetten. En zo is The Final Chapter geen geweldige film maar bezit de film voldoende opwindende elementen om van een vermakelijke film te spreken.
“Hey guys, it’s Casey. Welcome to my channel”. Het is Casey’s openingszin waarmee zij haar livestream aftrapt. Casey neemt deel aan het spel 'The World’s Fair Challenge'. Wie eraan deelneemt zal ooit lichamelijk veranderen of door een bovennatuurlijke macht worden beheerst, zo wordt gezegd. Wat het spel precies inhoudt en wat de spelregels zijn, weet eigenlijk niemand. Het enige dat duidelijk is, is dat het belangrijk is om alles dat zich in de persoonlijke sfeer afspeelt te filmen en te delen. En dus deelt Casey haar video’s met de wereld en raakt dermate geobsedeerd door het spel dat zij op den duur niet meer weet waar het leven stopt en het spel begint.
De film is in de vroege jaren 2000 gesitueerd en schijnt een terugblik te zijn op een fase uit het leven van de regisseur en schrijver van de film, Jane Schoenbrun. Haar film is verstoken van nostalgie. Waarschijnlijk was er nostalgie geweest als Casey/Jane voor feestjes zou zijn uitgenodigd of als zij goed in sport was geweest. Iemand als Casey wordt echter niet uitgenodigd voor feestjes en is niet goed in sport. Casey verkeert in een sociaal isolement. Het enige dat zij heeft is het internet.
De film is doortrokken van een gevoel van eenzaamheid. Casey’s video’s zijn vergeefse pogingen om met de buitenwereld in contact te komen. Bijna niemand reageert. Slechts een man van middelbare leeftijd reageert door haar verontrustende clips en uitnodigingen voor een skypegesprek te sturen. Afgezien daarvan is Casey eenzaam en heeft enkel gezelschap van een eindeloze stroom online-video’s die zij tot in de vroege uurtjes bekijkt.
Internet stond begin 2000 nog in de kinderschoenen. Het was in de beginfase soms lastig om uit te maken of bepaalde content verzonnen was dan wel de realiteit weerspiegelde. Schoenbrun slaagt er goed in de kijker mee te nemen in die schimmige online-wereld waar feit en fictie zo onscherp door elkaar lopen. Casey is er aan overgeleverd. Evenals de kijker die allerlei 'intrigerende' mogelijkheden krijgt te verwerken zonder van een duidelijk antwoord te worden voorzien. Misschien levert het spel iets op. Misschien lonen Casey’s video’s wel. Misschien wordt ze uit haar isolement getrokken. Misschien ook vertoeft ze in een wereld die niet bestaat, verandert er niets en blijft ze het onzichtbare wezen dat ze is. Ach, het zal wel.
De filmstijl is found footage gemengd met internetvideo’s. Veel lange takes waarin maar weinig gebeurt. Veel aandacht ook voor Casey’s video’s en andere streams die in hun volle lengte worden getoond waarna een volgende begint. Verrekte deprimerend en verrekte saai. Aan de andere kant is het wel een effectieve manier om de levensinstelling van Casey weer te geven. Een effectieve manier die verder niet erg interessant is. Op den duur wist ik het wel. Ik kijk naar een eenzame tiener die te lang online is en de tijd doorbrengt met het bekijken en maken van verontrustend videomateriaal.
De film is meer vorm dan inhoud. De film biedt een vastberaden fundament dat na verloop van tijd behoorlijk leeg aanvoelt, weinig of geen ontwikkeling kent en op geen enkel moment spannend is.
Alternatieve titel: Subspecies II: Bloodstone, 2 november 2025, 03:38 uur
Het tweede deel van de Subspecies franchise is beduidend slechter dan het eerste deel. In het eerste deel was het personage Michelle de sympathieke heldin die het tegen de vampier Radu opnam. In deze film is zij zelf een vampier geworden en is van haar stoutmoedige houding niets overgebleven. Het enige dat zij in het tweede deel doet is wegrennen en huilen. Na elke zonsondergang ontwaakt zij in haar elegante doodskist en reageert hysterisch omdat zij ontwaakt in een elegante doodskist. Michelle is niet meer een personage van enig belang. In Subspecies II is maar voor een iemand een hoofdrol weggelegd en die is voor Anders Hove als de vampier Radu.
Er is nog enige hoop op sympathie als Melanie Shatner (dochter van William Shatner) opduikt. Hoewel zij de beste acteerprestatie levert. Is haar personage absoluut oninteressant. Een waardige tegenspeler voor Anders Hove is zij niet. Dus draait het om Radu. En Radu heeft in deze film veel te doen. Zo heeft hij een ontmoeting met zijn moeder, die uitstekend en verrekte creepy door Pamela Gordon wordt gespeeld. Helaas zijn de onderonsjes met zoon Radu van een belabberd en lachwekkend niveau zodat de creepiness van mama een beetje teloor gaat. Radu ziet er trouwens wederom erg sinister uit. Hij geeft weer een heerlijke trash-versie van graaf Orlok ten beste.
De film grossiert niet in speciale effecten en ondanks dat het in de film draait om vampiers wordt er amper een druppel bloed vergoten. Alleen Radu en zijn moeder scoren op de horrormeter. Het horrorlabel dat de film draagt is verder niet aan de orde. Subspecies II is een vrij onschuldige film als het op de horror aankomt. Sfeervol is ie wel. De film werd evenals deel I in Roemenië opgenomen. De mooie oude kasteelruïne en de oude stad van Boekarest zorgen samen met een aantal scènes waarin de schaduwwerking goed is ingezet, voor een sfeervolle achtergrond bij het verhaal. En zo is Subspecies II toch wel weer het aankijken waard.
De film begint heftig als een naakt paartje op de vlucht door de bossen wordt belaagd door onbekenden die goed raad weten met het hanteren van de pijl en boog. Een aantal expliciete beelden deden me geloven dat ik in een harde exploitatiefilm was aanbeland. Dat bleek toch niet het geval te zijn.
Na het heftige begin kalmeert de film en vergezellen we het jonge stel Sage en Diego op weg naar een luxe villa in de bossen voor een vakantie. Aldaar aangekomen blijkt er sprake te zijn van een dubbele boeking als zich nog een ander stel aanmeldt dat het huis blijkt te hebben gehuurd. Omdat de verhuurder niet bereikbaar is, besluiten ze van de nood een deugd te maken en het huis te delen. Er ontstaat een voorzichtige vriendschap die al snel wat ongemakkelijk aanvoelt. In tegenstelling tot Sage en Diego die zich bescheiden opstellen, gedraagt het andere stel zich nogal vrijgevochten. Het stel vertoont extravert gedrag, gaat schaars gekleed en brengt een erotiserende stemming de villa binnen. De manier waarop dat gebeurt, is echter niet naturel maar vervelend opdringerig. Het stel lijkt een manipulatief spelletje te spelen dat zijn luchtige toon snel verliest. Nou, dat belooft wat.
De enscenering van Bone Lake is gelikt en gepolijst. Het camerawerk, de kleuren en de lichtval zijn overdreven speels. De stijl contrasteert erg met de gewelddadige inhoud van de openingsscène. Uiteraard trapt de ervaren thriller- en horrorkijker niet in het rookgordijn dat wordt opgeworpen. De stijlbreuk met de openingsscène is daarvoor veel te opzichtig. De wending komt inderdaad, maar erg grimmig, gewelddadig, bloederig en spannend wordt de wending niet ingevuld. Alle buitensporigheid speelt zich binnen een glad en aangenaam kader af dat veel te veilige paden bewandelt. Tamelijk teleurstellend en het kader zorgt er bovendien voor dat de film nauwelijks spannend wordt.
Een kleine film die binnen de grenzen van zijn (financiële) mogelijkheden een leuke bijdrage is aan het subgenre van de monsterfilm. Visueel geslaagd. Leuke personages. Het verhaal stelt niet veel voor, maar dat doet er eigenlijk niet toe. Het verhaal dient alleen maar om wat houvast te hebben in de hectiek. Het is snel verteld. Tussen een loodgieter en zijn zoon botert het niet geweldig. Samen gaan ze bezig om een verstopping in een toilet in een appartementencomplex op te lossen. Wat in eerste instantie een simpel klusje lijkt te zijn, ligt in werkelijkheid iets ingewikkelder als in het afvoersysteem van het complex een monster met een voorliefde voor mensenvlees blijkt rond te zwemmen.
Het valt te prijzen dat Scared Shitless niet afglijdt naar een niveau van voor de hand liggende simpele humor. Tuurlijk, die humor is er wel, maar wordt niet tot vervelends toe uitgebuit. Ook minder fecale zaken komen aan de orde. Het monster duikt af en toe op en is goed voor menig groteske braspartij. Leuke scènes die soms ook wat gore opleveren, maar die vooral een komisch effect sorteren. Verder heeft de film aandacht voor de vader-zoon relatie die min of meer centraal in het verhaal staat. De relatie wordt weliswaar niet heel diepgaand of innovatief aangesneden, maar wordt vooral door toedoen van Steve Ogg, die de vaderfiguur speelt, op een luchtige manier prima inzichtelijk gemaakt.
Scared Shitless is een leuke film. Goedkoop gemaakt met non-digitale effecten die er goed uitzien en bijdragen aan het kijkplezier. Scared Shitless is een sympathiek werkje.
Vijftig jonge mannen aan de wandel met één doel voor ogen en dat is overleven. In het middelpunt staat de 16-jarige Raymond (uitstekend vertolkt door Cooper Hoffman) die als een van de vijftig jongemannen deelneemt aan de door de staat georganiseerde dodenmars. Een dodenmars die dwars door een dystopisch Amerika voert dat er verrekte mistroostig uitziet. De regel is eenvoudig. Wie niet verder loopt, wordt doodgeschoten. De laatst overgebleven loper krijgt alles wat hij wenst. Een ruimhartige beloning die in de loop van de mars steeds minder betekenis krijgt.
De film is gebaseerd op een verhaal van Stephen King dat in 1979 verscheen. Regisseur Francis Lawrence die met The Hunger Games franchise al ervaring opdeed in dystopisch getinte films bewijst dat hij goed weet hoe je psychologische druk, maatschappijkritiek en menselijk lijden in pakkende beelden weet te vatten. Hij brengt de thema's onder in een lineaire vertelling die zich bijna uitsluitend met de mars bezighoudt. Er is weinig plot, weinig actie en er zijn (althans in conventionele zin) geen dramatische wendingen in het verhaal.
De film houdt zich bezig met de psychische ups and downs van Raymond, luistert naar de onderlinge dialogen, observeert de uitgeputte blikken, trekt zich soms behoedzaam terug in momenten van stilte en signaleert momenten van medemenselijkheid in een onmenselijke situatie. De film onthoudt zich van een voice-over en ziet tevens af van een innerlijke monoloog van Raymond. De kijker wordt geen afleiding van de somberheid gegund. De kille en naargeestige omstandigheden komen door het ontbreken van verzachtende franje hard binnen.
De aanpak van regisseur Lawrence weerspiegelt het psychische en lichamelijke verval van Raymond. Terwijl de eerste deelnemer die wordt gedood nog in volle ellendige glorie wordt getoond en een bruut shockmoment is, gebeuren de overige terechtstellingen steeds meer op de achtergrond. Een bewuste wisseling van perspectief die het proces van afstomping van Raymond perfect symboliseert. Het is hetzelfde proces dat de kijker doormaakt, die dezelfde emotionele teloorgang ervaart bij het kijken naar zoveel ellende, wanhoop en neerslachtigheid. De film windt er geen doekjes om. Achter de individuele ellende schuilt steeds hetzelfde thema dat zegt dat het welzijn van het individu ondergeschikt is aan de wil van het systeem dat prestaties en conformiteit predikt.
The Long Walk is een prettig langgerekt psychologisch drama. Duister, mistroostig, naargeestig. De film schetst een somber beeld van een systeem geleid door machtswellustige autocraten die gewetenloos bereid zijn mensen op te offeren om hun eigen doeleinden te bereiken. Alle middelem worden daartoe ingezet. Dat klinkt toch wel erg actueel, vrees ik. Geweld door de overheid. De enorme druk die wordt opgelegd om te presteren om op die manier je bestaan te rechtvaardigen. En dan nog de media die leed omzetten in entertainment. Ja, de film is wars van vrolijkheid en optimisme.
In tegenstelling tot King’s verhaal is het einde van de film zeer expliciet. Een prima einde dat ten behoeve van de teergevoelige kijker gelukkig niet mild of geromantiseerd is gefabriceerd maar even tragisch, bitter en vernietigend is als het behoort te zijn. The Long Walk is een goeie film die de vinger op zere plekken legt en dat doet zonder te vervallen in het cynisme dat in deze tijd zo in zwang is. De film doet het rustig, onomwonden, intens en woelend. Fijne film.
Alternatieve titel: Noise, 1 november 2025, 21:37 uur
Twee zussen betrekken een woning in een appartementencomplex en worden geconfronteerd met merkwaardige harde geluiden. Ook de andere bewoners klagen over geluidsoverlast en geven elkaar de schuld. Als de ene zus opeens spoorloos verdwijnt, weet de andere zus zeker dat het complex duistere geheimen herbergt en de vreemde geluiden daar iets mee te maken hebben.
In de traditie van de horrorfilm past een afgelegen huis waarin mysterieuze dingen gebeuren. Goed om een gevoel van isolement te creëren. Er zijn ook films in het horrorgenre die een locatie midden in de stad kiezen. Om dan toch een gevoel van isolement op te wekken, zijn dat vaak vervallen wooncomplexen die amper nog worden bewoond. In de Zuid-Koreaanse film Noijeu kiest men voor een locatie in de stad maar doet men geen isolerende concessies. De film speelt zich af in een volledig bewoond complex en van isolement is geen sprake. Een bijzondere uitgangssituatie die ik verwachtingsvol aanging.
Ik zag een vervelende film vol vaagheid. Mij werd nooit duidelijk waarover het verhaal het nu eigenlijk had. Zo worden er onderwerpen aangesneden waarvan je het gevoel hebt dat ze belangrijk zijn voor het verhaal. Nee dus. Een thema wordt opgeworpen en landt vervolgens in de vergetelheid. Een voorbeeld: een belangrijk bestanddeel van het verhaal in relatie tot de harde geluiden, leek mij het feit dat een van de zussen hardhorend is. Niet dus. De kwestie van de hardhorendheid is slechts een van die bestanddelen die belangrijk lijken, maar het niet zijn. Irritant hoor.
Ik zag een vervelende film waarin heel willekeurig met thema’s en scènes wordt omgegaan. Noijeu is geen mooi coherent geheel en dat is merkbaar in de opbouw van de spanning die behoorlijk hapert en niet tot ontplooiing komt. Funest voor de sfeer. Die is er bijna niet. De film kabbelt stuurloos voort. Zelfs het sounddesign stelt teleur. We horen geluiden, maar die zijn niet heel tactisch geplaatst en staan amper in verband met een gebeurtenis of een handeling. Laat staan dat er enige intrigerende actie en spanning uit voortkomt.
Ik zag een vervelende film waarin ook de personages flinterdun zijn geschetst. Ze zijn op geen enkel moment interessant en ontlokken derhalve geen enkele vorm van empathie bij de kijker. Ik bleef met enige tegenzin kijken. Ik wilde toch wel weten wat het zwakke scenario nu had bedacht als oorzaak voor de geluiden. En ik wilde weten hoe het met die verdwenen zus zat. Laat ik zeggen dat mijn nieuwsgierigheid in beide gevallen niet bevredigend werd ingelost.
Ik zag een vervelende film met een bijzondere en nieuwsgierig makende uitgangssituatie die vervolgens afbladderde naar vaagheid, rommeligheid en saaiheid. Vervelende film.
In de tijd dat de Jim Crow-wetten nog van toepassing waren in de Verenigde Staten keert de beruchte zwarte tweeling Smoke en Stack terug naar hun geboorteplaats in het diepe zuiden om daar een Juke Joint te openen. Een fulminant openingsfeest met heerlijke Bluesmuziek en volop drank wordt onaangenaam onderbroken als zich een merkwaardig blank trio aandient, dat beleefd vraagt om te worden binnengelaten. Ryan Googler maakt als schrijver en regisseur van Sinners een heerlijke, swingende en sfeervolle film.
In de film verenigen zich een scala aan genres. De film speelt zich af in de jaren 30. De slavernij is afgeschaft maar rassenscheiding is aan de orde van de dag. In de eerste helft van de film is het vooral blaxploitation en Neo-western die de klok slaan. Het horrorlabel is amper te herkennen. Het is dat Googler je er middels een gewiekst geplaatste en effectieve jump scare af en toe aan herinnert. Je zou het te midden van dramatische gebeurtenissen en het swampy feestgedruis bijna vergeten.
Met een speelduur van ruim twee uur neemt Googler ruimschoots de tijd de personages bij de kijker te introduceren en samen met hen een gevoel van saamhorigheid te creëren. En zodra hem dat is gelukt, wordt die saamhorigheid in de tweede helft van de film weer genadeloos afgebroken. En dat voelt wrang want er was emotionele binding met het ensemble. In filmisch opzicht is het een goeie zet want zo kan de film vaart maken en zonder gewetensbezwaren toewerken naar een bloedige en vermakelijke apotheose.
Sinners kiest een mooie balans tussen politieke thematiek, de last van het verleden, familiale verstikking en bijna filosofische vraagstellingen over vrijheidsdrang. Het levert prima dramatische spanning op en is interessant. Ook in technisch opzicht is de film de moeite. Vooral in de tweede helft van de film is het genieten van de actiescènes die door uitstekend camerawerk in lange takes over de kijker worden uitgestort. Af en toe eventjes onderbroken door gehaaid gezette cuts die een jump scare of een overgang naar een ander tafereel inluiden en gelukkig geen haperende impact hebben op het verhaal of de beklemmende atmosfeer.
Een goede dubbelrol van Michael B. Jordan als de tweeling Smoke en Stack. De tweeling fungeert als ambivalent heldenduo. Uiterlijk is het verschil tussen beiden niet groter dan een verschil in de kleur van de stropdas die ze omhebben. Innerlijk zijn de verschillen groter en dat weet Jordan heel genuanceerd uit te dragen. Goeie rol ook van Miles Caton die positief opvalt als jonge bluesmuzikant die voor een duivelse keuze staat.
De muziek speelt natuurlijk een belangrijke rol. Heerlijke blues die fantastisch bijdraagt aan de zwoele sfeer. In de loop van de film wordt de Blues afgewisseld met modernere muziek die weer prima bij de actiescènes past. Aan het eind van de film zien we bluesveteraan Buddy Guy nog langskomen. Mooi! What a Guy! What a Film!