Film waarin de dood een belangrijke rol speelt en een mortuarium de sfeerbepalende setting is. Het mortuarium wordt geleid door Isaac die niet goed is in de omgang met de levenden. Isaac heeft visioenen waarin dode vrouwen tot leven komen. Een evident teken dat de gesloten Isaac niet helemaal in de echte wereld vertoeft. Eenzaamheid zou een rol kunnen spelen, hoewel de film dat niet specifiek benoemt. Wat vast staat is dat hij sociaal geïsoleerd is en dat zijn brein dingen waarneemt die er niet zijn. Isaac is een vreemd figuur en blijft dat ook voor de kijker die maar weinig elementen van herkenning in hem waarneemt.
Als hij de serveerster Cassi ontmoet, breekt de gesloten Isaac wat open en lijkt de film zich te ontwikkelen tot een film waarin de buitenstaander en gelukzalige wedergeboorte doormaakt. Een standaard romcom met een ietwat morbide randje gezien de lijkschouwende activiteiten van de buitenstaander. Maar zo gemakkelijk komt de kijker er niet af. De film laat de situatie op onverwachte wijze escaleren. Origineel en morbide edoch niet heel spannend.
De visioenen verlenen de film een surrealistisch tintje. Soms interessant, maar de plaatsing van de visoenen is wat willekeurig. Op den duur haal je je schouders op en denkt: “oh ja, we bevinden ons weer in een visioen”. De film houdt stand doordat hij een andere richting inslaat dan verwacht. Visueel laat de film af en toe interessante dingen zien. Het acteerwerk is goed. Dat helpt ook.
Met de personages ontstaat echter geen enkele band en van enige werkelijke inleving is geen sprake zodat het eigenlijk niet uitmaakt of er een positief of minder positief einde volgt. Mij overviel aan het einde een "hetzalwel"-gevoel.
Irresistible is geen goede film. Toch is de film niet zo slecht dat hij niet vermaakt. Als je erin slaagt het verhaal dat op veel toevalligheden is gebaseerd en het irrationele gedrag van de personages niet als grote bronnen van irritatie te ervaren, dan is er ruimte om je te laten amuseren door de elementen in de film die wel deugen.
Susan Sarandon bijvoorbeeld. Met goed spel en goed getimede momenten van overacting weet ze haar tamelijk bleek ingevuld personage nog enige glans te geven. Ze overtuigt terwijl ze een relatief jonge moeder speelt met filmdochters van zeven en vijf jaar oud. Sarandon zelf was 59 jaar oud toen ze de rol speelde. Een ander deugdelijk element heet Emily Blunt. Blunt in een vroege rol die haar eendimensionale personage net iets meer jeu geeft dan het script had voorzien, vermoed ik.
Irresistible is een thriller. Een genreaanduiding die garant staat voor spanning. Nou, niet in deze film. Ik heb in ieder geval tevergeefs op een spannend moment gewacht. De film maakt het je onmogelijk om in het verhaa; te verdwijnen en zo spanning te ervaren. Soms lijkt het alsof scènes willekeurig aan elkaar zijn geplakt. De samenhang ontbreekt en plotgaten ontstaan. Daarbij komt dat de personages gemakzuchtig bleek zijn ingekleurd en de dialogen het niveau hebben van de dialogen in een driestuiverroman. De film doet er echt alles aan om inleving te voorkomen en geen spanning te genereren.
Irresistible is een voorspelbare film. Visueel oninteressant. Een ongeïnspireerde score. Een saaie Sam Neill die de bleekheid zelve personifieert. De gebeurtenissen culmineren in een absurde showdown waarna de even absurde clou zich openbaart. De moeite waard zijn Sarandon en Blunt. Ook de moeite waard is de heerlijke lach die bij het zien van zoveel onzinnigheid opborrelt en er in slaagt de meeste ergernissen weg te wassen. Nee, Irrisistible is geen goede film.
A Little Prayer is een film die je raakt. A Little Prayer is een film over een familie die opeens wat roerigheid meemaakt. De cast met hoofdrolspeler David Stratham in de as van de film, doet goed werk. Stratham die de rol van gezinshoofd met empathie invult geeft gestalte aan een prettig en levenswijs personage met een brede rug. Een personage dat niet schroomt om zijn zelftwijfel te etaleren. Een eigenschap die hem menselijk maakt en het de kijker gemakkelijk om zich in zijn personage in te leven.
De uitgangssituatie is simpel en niet vernieuwend. Het zijn de personages die het doen. De personages die niet simpel van opzet zijn. Schrijver Angus MacLachlan die tevens de regisseur is, plaatst zijn personages in die uitgangssituatie en ontleedt hen. De personages evolueren. Daarmee smeedt hij een emotionele band met de personages. MacLachlan houdt zich tijdens het smeden verre van weeïg en sentimenteel gedoe. De personages zijn realistisch geboetseerd, niet gemakkelijk te lezen en dus een film lang intrigerend.
Gebeurtenissen vinden niet per se helder en afgebakend plaats waardoor er niet altijd zekerheid bestaat omtrent de ernst of het waarheidsgehalte. De kijker weet alleen zeker dat het rommelt. Dat rust en harmonie zijn verstoord. Dat onderlinge verhoudingen zijn veranderd. MacLachlan brouwt van die omstandigheden een amusante en aangrijpende film. Een film die ondanks het drama dat de familie overkomt en de personages beroert, de dingen nuchter benadert. En het is vooral die nuchtere toon die amuseert en ontroert en je in zijn ban neemt.
De dialogen zijn geestig en to the point. De personages gedragen zich niet over the top maar zijn simpelweg zichzelf. Ze doen de dagelijkse dingen en ervaren die met een onderkoelde humor die de film een bepaalde luchtigheid verleent. Luchtigheid en drama hebben een mooi evenwicht. A Little Prayer is een fijn familiedrama.
Vader, moeder, dochter Belli en dove zoon Bub wonen met hun varkens en koeien op een afgelegen alp. Contact met de bewoners in het dal is er amper. De moderne tijd lijkt geen vat te hebben gehad op het gezin. In de eenzaamheid van de alp en in de voortdurende aanwezigheid van hun ouders kunnen de tienerkinderen hun hormonale behoeften niet vrij ontwikkelen. Een normale puberteit en de uitwisseling met leeftijdgenoten is niet aan de orde. De broer en zus moeten het allemaal zelf ontdekken.
Höhenfeuer is een film die met weinig middelen veel naar boven brengt. Met name een gevoel van treurnis. In de zuivere en onschuldige omgeving van de alp duikt een thema op dat in de taboesferen vertoeft en zich als een Höhenfeuer ontlaadt. De film onderscheidt zich niet alleen door de bijzondere thematiek maar heeft meer aangrijpende ingrediënten. Ingrediënten waarover je je interpretatie kunt loslaten. Ingrediënten om te overpeinzen.
De vier hoofdrolspelers zijn goed. Ze zijn geloofwaardig. De camera dicht op de huid. De camera weidser. De personages zijn echt. De authenticiteit wordt onderstreept door het onverstaanbare dialect dat ze spreken. En door de stilte. Het is soms alsof de camera het onvervalste leven van een gezin dat in afzondering op een alp leeft, registreert. Aan het werk. Aan het ontbijt. Bij het opstaan. Bij het slapen gaan. En dat alles in een heel rustig tempo. Het is soms alsof je naar een documentaire kijkt.
Er gebeurt eigenlijk vrij weinig. Toch is de film niet saai. Ik vond het verrekte intrigerend om tijd door te brengen met personages die hun dagelijkse ding doen, weinig spreken en veelal met houding en gedrag blijk geven van hun emoties. Het kijken riep bij mij zelfs een bepaalde spanning op. Dat de precaire thematiek niet moraliserend of kitscherig wordt behandeld deed mij goed.
Het speelfilmdebuut van kortfilmer Adam Salky is een highschooldrama waarin Alexa (Emmy Rossum) op zoek gaat naar levenservaring om haar maagdelijke uitstraling in het schooltoneelstuk van meer vilein cachet te voorzien. De film is gebaseerd op een korte film van dezelfde regisseur en heeft er moeite mee om de handeling naar een tijdsbestek van 92 minuten op te rekken.
De regisseur lost dat euvel enigszins op door veel ruimte aan introspectie te geven. Geen slecht idee natuurlijk maar voor een interessante psychologische analyse van de personages was het beter geweest om minder stereotiepe karakters te introduceren. Doordat de drie belangrijkste personages voldoen aan de stereotiepe streber, de stereotiepe rebel en de stereotiepe buitenstaander blijven pogingen tot diepgang toch vooral aan de oppervlakte circuleren. In plaats van kleurrijker, worden de karakters steeds kleurlozer.
Slechts de rebel (Zach Gilford) slaagt erin zijn personage enigszins interessant te maken door op momenten zijn personage met aangrijpende kwetsbaarheid te bekleden. De rebel stapt soms uit zijn stereotiepe rol. De streber en de buitenstaander doen weinig meer dan een ontwikkeling door te maken van seksuele onervarenheid naar hormonaal gedreven geëxperimenteer. Nog steeds behoorlijk stereotiep dus.
Dare begint fris en onconventioneel. De frisheid is al snel verdwenen als de personages en de verhaallijn zich amper interessant ontwikkelen. Uiteindelijk maakte Dare maar weinig indruk.
Een kerstfilm die (heel verrassend) een romantische komedie is. Evenals de meeste kerstfilms dus. Wat serieus wel verrassend is, is dat de film elementen uit de misdaadfilm bevat. In Jingle Bell Heist heeft een duo het plan opgevat om een warenhuis te beroven. Het duo loopt rond als kerstman en het warenhuis is sfeervol gedecoreerd. De entourage ademt kerst. Dat feit zorgt voor een bepaalde sfeer maar is verder niet van belang. Het verhaal had zich ook in de zomer kunnen afspelen.
Van meer gewicht is het maatschappelijke aspect. Het menselijke aspect. Het sympathieke duo bestaat niet uit doorgewinterde criminelen. Beiden zijn slachtoffer. Beiden zijn buiten hun schuld in financiële nood geraakt en voor beiden is geen sociaal vangnet beschikbaar om de nood te lenigen. Hun daden zijn dan wel clandestien maar zijn daarnaast absoluut te begrijpen. Het duo blijft op die manier sympathiek. En om het duo ondanks hun criminele activiteiten nog sympathieker te maken, verzint de scenarist dat de baas van het warenhuis een enorme smeerlap is. Iemand die het verdient om beroofd te worden.
De scènes die zich met de overval bezighouden zijn leuk om te zien en soms zelfs grappig. Het romantische element is meer iets dat blijkbaar in een kerstfilm gedrukt moet worden. De romantische interactie is niet heel overtuigend. Erg vermeldenswaardig is dit element derhalve niet. De interactie als partners in crime vergaat de twee hoofdrolspelers beter. Die is dynamisch en grappig.
Jingle Bell Heist is een vermakelijke film die zich enigszins onderscheidt van de standaard romantische kerstkomedie door zijn criminele elementen en door de maatschappijkritiek waarmee hier en daar gestrooid wordt. Voor de kijker die kerstgevoelig geraakt wil worden, is het raadzaam een conventionelere kerstfilm uit te zoeken.
Mitrailleurvuur, ontploffingen en overal puin. Bij het gevecht om de Bretonse havenstad Saint Malo rent Lee voor haar leven. Lee draagt een helm en een uniform maar heeft geen geweer in de hand. Het enige wapen dat ze draagt is haar camera. Plots een enorme knal. De drukgolf slingert Lee op de grond. Een Amerikaanse soldaat trekt haar net op tijd weg uit de gevarenzone. De openingsscène zegt veel over Lee Miller. Lee Miller is geen vrouw die zich de wet laat voorschrijven. Ze volgt haar egen wet. Lee wil met haar camera de waarheid verkondigen. Dat is haar wet. Voor die wet moet alles wijken.
De film vertelt over Lee’s belevenissen tot het jaar 1945. Een film naar het boek van Lee's zoon Antony Penrose. Een film over een vrouw die met haar foto’s de waarheid wilde weergeven. Zonder concessies. Binnen een raamvertelling in de vorm van een interview, komen haar belevenissen als terugblikken voorbij. De film is geheel rond hoofdrolspeelster Kate Winslet gecentreerd. Alles dat de film laat zien, wordt getoond vanuit haar perspectief. Het perspectief van een trotse, koppige, vrijgevochten vrouw die zich inzet voor menselijke waarden. Ook een vrouw die wordt geplaagd door innerlijke demonen.
Prima rol van Winslet die haar personage voorziet van onuitputtelijke energie en daarin tegelijkertijd innerlijke twijfel weet te passen. Achter charisma en strijdlust houden zich emotionele wonden verborgen. Winslet weet het met uitstekend acteerwerk tot uiting te brengen. De film drijft op haar sterke persoonsverbeelding van Lee Miller. Zij doet dat onder de vaardige regie van regisseur Ellen Kuras. Kuras die de film ensceneert zoals een historisch drama meestal wordt geënsceneerd. Een film dus die stilistisch goed in elkaar zit en veel episch beeldmateriaal bevat. Naar mijn mening was de film soms zelfs iets te fraai uitgedost. Soms kreeg ik de indruk dat de visuele pracht verhinderde dat het diepe leed en de barre ellende van de oorlog onvoldoende werd geaccentueerd. Zo fraai en episch was het allemaal niet in WOII.
Tot slot nog even de muziek noemen, die nogal melodramatisch van aard is en zich op de geijkte momenten op Hollywoodse wijze wel wat prominent op de voorgrond manifesteert. Neemt niet weg dat Lee een fijne conventionele biopic is over een fascinerende vrouw die door Kate Winslet uitstekend wordt gespeeld. Prima film.
Yes, God, Yes gaat voornamelijk over seks. Aangezien het een komedie is en over tieners gaat, denk je al snel met een flauwe sekskomedie te maken te hebben. Dat is niet het geval. Yes, God, Yes is een gevoelvolle coming of age-film die de seksuele onzekerheid van jongeren bij de horens vat. Centraal in het verhaal staat Alice. Haar wordt zowel thuis als op haar katholieke school geleerd dat seks voor het huwelijk taboe is. Het is dan ook heel merkwaardig dat haar lichaam iets heel anders aangeeft.
Regisseur en schrijver Karen Maine is in deze komedie tamelijk terughoudend wat betreft de scabreuze humor. Dat wil niet zeggen dat de film niet humoristisch is. Het is meer zo dat de personages humoristische ervaringen hebben zowel op het seksuele vlak als op het vlak van de katholieke schijnheiligheid. De humor uit zich veelal stilletjes. Een leuk voorbeeld is de scène waarin Alice met verwondering de behaarde armen van een jongeman bekijkt. Het is de kijker ook zonder dialoog duidelijk wat in Alice omgaat. Waarschijnlijk weet de kijker dat zelfs beter dan Alice zelf.
Ondanks de christelijke entourage is de film goed universeel te bekijken. Het is niet moeilijk je in een personage als de worstelende Alice te verplaatsen. Een leuk personage trouwens. Het enige personage met wat diepgang. De andere personages zijn tamelijk eendimesionaal getekend en niet heel interessant. Hun platheid sluit daarentegen wel passend aan bij de katholieke propaganda die de jonge mensen voorhoudt dat individualiteit niet belangrijk is. De weg naar God dien je in een gelukzalige gemeenschap van gelijkwaardigheid te vinden. De katholieke school, de kerk, het jeugdkamp. En als iedereen zijn individualiteit opgeeft en zich aan de geaccepteerde normen houdt, houdt je vanzelfsprekend geen reuze interessante personages over. Iedereen verkondigt hetzelfde.
Uiteraard is de werkelijkheid anders en bestaan verschillen en individualiteit wel degelijk. De film constateert het, maar besteedt er op het persoonlijke vlak geen diepzinnige aandacht aan. Uitzondering Alice daargelaten. Dat sommigen oprecht zijn en anderen de christelijke boodschap enkel met de mond belijden is voorspelbaar. Noch het een noch het ander wordt echter uitgediept. Nader onderzoek daarnaar had ik wel interessant gevonden. Een gemis in een verder wel sympathieke film.
Met hun debuutfilm Body maken regisseurs Dan Berk en Robert Olsen een prima thriller. De thriller die draait om drie bevriende jonge vrouwen en een ongewenst lijk, bezorgt de kijker prima vermaak. Ondanks de korte speelduur van 75 minuten neemt de film de tijd om de drie vrouwen te introduceren. Best leuk en goed voor de beleving, maar de uitgebreide kennismaking gaat vanwege de korte speelduur wel ten koste van het basisverhaal waarvoor ongeveer 50 minuten is ingeruimd.
Een leuk verhaal trouwens dat een opeenstapeling is van verkeerde beslissingen. Daarbij worden morele vragen opgeworpen die steeds afgekeurd en weer verdedigd worden door een van de onderling toch wel erg verschillende vrouwen. Het zijn vragen en beslissingen die de vriendschap onder druk zetten en die spanning genereren.
De film heeft een serieuze toon maar weet door zijn absurde verloop tegelijkertijd ook komisch te zijn. De verrassende en de voorspelbare plotwendingen volgen elkaar snel op en zorgen voor vaart. Erg jammer is het dat de speelduur zo kort is. Als het verhaal lekker loopt en de spanning oploopt is de film ook opeens voorbij. Het positieve aspect daaraan is dat verveling geen kans krijgt. Het negatieve aspect is dat je achterblijft met het gevoel dat de film niet alle potentie van het verhaal heeft weten te benutten en de afloop derhalve te snel komt en niet helemaal bevredigt.
Maar goed. Body is gewoon een leuke film die weliswaar niet erg innovatief is maar de kijker goed weet te vermaken. Een film ook die laat zien hoe morele principes steeds minder belangrijk worden als het eigen hachje op het spel staat. En dat alles in een rap tempo, redelijk spannend en met hier en daar een brokje humor. Best leuk.
Morvern Callar is een fijne kleine Britse film die begint met de plotselinge dood van de vriend van de jonge vrouw Morvern Callar. Van een dergelijk sterfgeval zou een ieder onder de indruk zijn. Bij Morvern is dat schijnbaar niet het geval. Het is alsof de dood van haar vriend haar niet heeft geraakt. Ze leeft voort alsof er niets is gebeurd. Regisseur Lynn Ramsay bouwt dit gegeven uit tot een gevoelvolle film. Een film die dicht op zijn personages zit. Een film die veel meer aandacht aan het innerlijke gevoelsleven van zijn personages besteedt dan aan een gestructureerd verhaal.
Morvern Callar ontwikkelt zich tot een drama gevuld met zwarte humor. Een drama dat deprimerend begint en in de loop steeds meer flintertjes licht toelaat. Het vertelperspectief ligt bij het hoofdpersonage. De vertelstijl is associatief, recht voor z’n raap en volledig gecentreerd rondom het hoofdpersonage dat elke scène domineert. Daarmee exact de vertelwijze kopiërend van het boek van Alsan Warner, waarop de film zich baseert.
Prima hoofdrol van Samantha Morton wier vertolking van het hoofdpersonage me soms een onbehaaglijk gevoel bezorgde door heel overtuigend een heel scala aan emoties die zichtbaar opborrelen niet te willen doorstaan en met wilskracht onderdrukt. Naast het goede acteerwerk is er genietbaar camerawerk dat soms losse en soms strakke beeldcomposities laat zien. Al naar gelang het spanningsniveau van hoofdpersonage Morvern Callar. Een film met mooie details. Fijne film dit.
Visuele kunsten als de schilderkunst, de fotografie en de filmkunst slagen erin de tijd vast te houden die is vergleden maar niet is vergeten. De kunstvormen slagen erin om de herinnering levend te houden. Ze slagen erin om aan (op het eerste gezicht) alledaagse beelden een waardevolle betekenis te geven vanwege de herinnering die eraan kleeft. De Roemeense filmmaker Andrei Ujică omringt in zijn film TWST (Things We Said Today) middels vrij alledaags filmmateriaal een markant gebeuren in de tijd (zijnde het optreden van de Beatles in New York in 1965) met maatschappelijke veranderingen en herinneringen.
De documentaireachtige film is een soort tijdscapsule waaraan Ujică meer dan tien jaar werkte. Met de heisa van het concert van de Beatles als uitgangspunt, creëert hij een portret van een tijd die op het punt staat te veranderen. TWST is een film over de politieke, sociale en culturele teneur in het jaar 1965 en is terzelfder tijd een overdenking van de vergankelijkheid van de tijd en de herinneringen die blijven. De film volgt de belevingen van twee tieners die in archiefmateriaal zijn getekend en de beelden becommentariëren. Aldus ontstaat een tijdsbeeld van 1965 en tegelijkertijd ontstaat het persoonlijke verhaal van de twee vertellers.
Door de archiefbeelden en vanuit het perspectief van de twee vertellende tieners beleeft de kijker niet alleen de heisa rondom de bekende band, maar proeft hij ook de sfeer in de wijk Harlem, bezoekt hij de Bronx en beleeft hij in Los Angeles de rellen in de wijk Watts. Vanuit het perspectief van de twee tieners krijgt de kijker een inkijk in de actualiteit van 1965 en kan hij zich verbazen over de massahysterie rond een popgroep en in contrast daarmee de verpletterende sociale realiteit die zich van die belachelijke massahysterie niets aantrekt en ongenadig zijn stempel drukt.
Het persoonlijke geheugen mengt zich met het collectieve geheugen. Andrei Ujică vangt de geluiden van een vergane tijd en confronteert de kijker met culturele, politieke en sociale spanningen die veranderingen inluiden. Hij vertelt zijn beschouwingen in een stilistisch aansprekende stijl en wist mij behalve narratief te amuseren ook geschiedkundig te boeien.
Alternatieve titel: No Other Choice, 3 januari, 22:42 uur
De film baseert zich op de roman The Ax van de auteur Donald E. Westlake. De titel van de roman refereert aan de frase „to axe somebody“ wat betekent dat iemand wordt ontslagen. En daarom draait de film. Om ontslag. En hangende daaraan hoe een ontslagen manager na anderhalf jaar van werkloosheid nog steeds geen nieuwe baan heeft gevonden en zo wanhopig wordt dat hij de werkzoekende concurrentie definitief wil neutraliseren.
Eojjeolsuga Eobsda is niet de eerste verfilming van de roman. De eerste is een Belgisch-Franse productie en heeft de titel Le Couperet (2005). Een filmhuisdrama waarin de protagonist koel en berekenend zijn moordlijst afwerkt. Eojjeolsuga Eobsda van de Zuid-Koreaanse regisseur Park Chan-wook kiest voor een sociaalkritische aanpak en sluit atmosferisch niet erg aan bij de Belgisch-Franse productie. Sociaalkritisch en atmosferisch ligt een vergelijking met een film als Gisaengchung (2019) veel meer voor de hand.
Park Chan-wook maakt een zwarthumoristische misdaadfilm. De moorden zijn niet koel en berekenend maar worden tamelijk slapstickachtig in beeld gebracht. Visueel ziet de film er trouwens goed uit. Het camerawerk baart beelden met een zekere intense lading die pleziert, ongemakkelijk maakt en overweldigt. Het verhaal heeft die uitwerkingen minder. Het verhaal dat in feite een compacte vertelling is, wordt door Chan-wook enorm uitgerekt. In de kantlijn gaat veel aandacht uit naar de dynamiek tussen protagonist Man-soo en zijn gezin. De aandacht daarvoor kreeg in mijn ogen teveel gewicht en gaat ten koste van de hoofdlijn die mij meer interesseerde.
Bij zijn eliminatiepogingen die andere gezinnen ontwrichten, komen bij Man-soo de overeenkomsten met zijn eigen situatie onvermijdelijk binnen. Die emotionele indrukken neemt hij mee in de manier waarop hij met zijn eigen gezinsleden omgaat. Dat levert in den beginne een aantal grappige en ontroerende scènes op. Op den duur verliezen dergelijke scènes echter hun kracht en is het grappige en emotionele er wel van af. Het voelt allemaal wat gladjes aan. Bovendien nemen die scènes aardig wat tijd in beslag waardoor de momenten van desinteresse in deze toch al lang uitgevallen film, toenemen.
Aileen Wuornos is waarschijnlijk de bekendste vrouwelijke seriemoordenaar. Over haar zijn verschillende documentaires gemaakt. Ook werd over haar een speelfilm gemaakt (Monster (2003)) waarin Charlize Theron bijna onherkenbaar de hoofdrol vertolkt. De vele aandacht die aan Aileen Wournos is besteed doet de vraag rijzen of een nieuwe documentaire meer dan 20 jaren na haar dood nu echt nodig is. “Niet echt”, is mijn antwoord na het bekijken van de documentaire. In de documentaire die veel archiefmateriaal bevat dat wordt aangevuld met wat interviews, komt geen onbekende informatie boven tafel.
Toch is de documentaire het bekijken waard. Regisseur Emily Turner concentreert zich niet heel erg op de moorden, maar hanteert een andere invalshoek. Turner reconstrueert het juridische proces van de inhechtenisneming tot de terechtstelling. Een juridisch proces dat zich jaren voortsleepte en waar de nodige vraagtekens bij geplaatst kunnen worden. Bekend terrein maar door de beklemende insteek interessant. In de documentaire zien we tevens de transformatie van Wuornos die zich in beginsel strijdbaar opstelt en zich in de loop van haar hechtenis heeft berust in haar lot en er zelfs naar uitkijkt. Haar veranderende persoonlijkheid wordt helder verbeeld in talrijke interviews met Wuornos en betrokkenen alsmede door opnamen van politieverhoren. Interessant om de transformatie van de strijdbare pool naar de berustende pool zo geaccentueerd te zien worden
Duidelijke antwoorden geeft de documentaire niet. De documentaire biedt echter wel interessante aanzetten tot overpeinzing. Aileen: Queen of the Serial Killers is in tegenstelling tot zijn titel een allesbehalve sensationele documentaire. De film werpt vragen op en doet in die zin meer dan het simpelweg neerzetten van het portret van een moordenares. De film biedt geen nieuwe informatie maar zet met zijn psychologische en (maatschappij)kritische invalshoek zeker interessante vraagtekens.
Een aardige parodie op de films naar de boeken van Karl May. De films met Winnetou en Old Shatterhand die in deze parodie respectievelijk de namen Abahachi en Ranger dragen. Het verhaal is tamelijk dun en dient als kapstok voor de humor. Eigenlijk kun je de film beschouwen als een verzameling sketches die onderling verbonden worden door een slap verhaal. Sommige sketches zijn grappig. Sommige een beetje. En sommige zijn gewoon niet leuk.
De film ridiculiseert vooral het westerngenre door te spelen met de clichés en de verwachtingen van de kijker. Het zijn vooral Abahachi en Ranger die samen met booswicht Santa Maria de lach genereren. De personages in Der Shuh des Manitu vertonen gedrag dat niet past bij gelijksoortige personages zoals je die in een degelijke western tegenkomt. Hier wordt dat gedrag overdreven zodat het absurd of simpelweg stompzinnig.wordt. En dat werkt. De interactie tussen Abahachi en Ranger is aangenaam en de overdrijving van hun personages in vergelijking met de serieuze personages Winnetou en Old Shatterhand, werkt grappig. De slechterik Santa Maria is ook een aangenaam personage. Een overdreven weergave van een slechterik. Zijn voorkomen is die van een sluwe en gemene boef. Hij verrast op grappige wijze door frivool gedrag en door emotionele inleving in zijn bendeleden te tonen.
De film is op geen enkel moment serieus. Met alles wordt de draak gestoken. Der Shuh des Manitu is als puur vermaak bedoeld en wat mij betreft is dat gelukt. De meest hilarische scènes zijn twee dansnummers die vanuit het niets opeens worden ingezet. Heerlijk absurd, zeer stompzinnig en gewoon erg grappig. Ja, ik heb af en toe flink gelachen.
Film over de opkomst en ondergang van de band Flame waar de popgroep Slade achter schuilt. De jaren 70. Donkere tijden in Groot Brittanie waar stakingen, stroomonderbrekingen en een collectieve muzikale crisis een prima voedingsbodem bleken voor de band Slade die met een hard pakkend geluid, onfatsoenlijk teksten en zijn zogenaamde Black Country-Style in een mum van tijd populair werd. In de film zien we de ontstaansgeschiedenis van de band, zien we iets van het persoonlijke leven van de bandleden en leren we over de vuige rol van agenten en managers.
De film is een biopic die is opgeleukt met liveoptredens. Voor het acteerwerk staan de bandleden van Slade zelf garant. Vanuit realistisch oogpunt is dat begrijpelijk. Vanuit kunstzinnig oogpunt niet. Het acteerwerk laat te wensen over. Filmtechnisch laat de film eveneens te wensen over. De film is een erg onrustig geheel waarin scènes opeens lijken te worden afgebroken, het verhaal behoorlijk stottert door toedoen van wilde tijdsprongen, het abominabele geluid het luisterplezier vermindert, het camerawerk nogal amateuristisch oogt en veel gebeurtenissen door de rommelige montage moeilijk zijn te interpreteren. Nee, geen goede film.
Ondanks al zijn tekortkomingen heb ik van de film genoten. Pure nostalgie. Puur gebaseerd op het fijne gevoel dat ik van de hernieuwde kennismaking met de groepsleden en de muziek kreeg. De film plaatste me even heerlijk terug in de tijd. De tijd dat ik definitief afscheid nam van het kinderlied. Ik ben trouwens ooit nog eens bij een optreden van Slade geweest. Ik denk dat ik de jongste toeschouwer was. Van het optreden herinner ik mij weinig. Wel herinner ik mij het opwindende gevoel om live de band te zien die ik alleen van de tv, de radio en de platenspeler kende.
Champagne Problems is geen opzienbarende film. Een romantische komedie in kerstsferen tegen de achtergrond van een champagne wijngaard. Een standaard romantische komedie met voorspelbare ontwikkelingen en uiteraard met een feelgood einde.
Het verblijf op het landgoed waar vier potentiële kopers strijden om de overname van het wijnhuis levert hier en daar een aardige scène op. Meestal echter niet. In een mooi decor dat luxe en kerstsfeer uitstraalt, vinden onderlinge haat en nijd, familiale problematiek en liefdesperikelen onderdak. Het gedoe is nooit echt interessant maar verveelt daarentegen ook niet. Net niet.
De humor is vooral gebaseerd op clichés van culturele aard. Zo zijn de Fransen fijnbesnaard. De Amerikanen barbaars en bedient de Duitse gegadigde zich om de haverklap van spreekwoorden waarin het woord Wurst voorkomt. Erg grappig is het allemaal niet. Ook op het romantische vlak passeert een reeks voorspelbare gebeurtenissen en is de afloop gemakkelijk te raden. Er is niets in de film dat van Champagne Problems een meer dan matige film maakt.
Alternatieve titel: The Ice Tower, 1 januari, 22:23 uur
In het duistere sprookje La Tour de Glace weet regisseur en schrijver Lucile Hadžihalilović een uitstekende onheilspellende sfeer op te roepen. Woorden als actie en escalatie zijn niet aan de regisseur besteed. Haar films zetten in op sfeer. Op insinuatie. Op sereniteit. In La Tour de Glace neemt Hadžihalilović de kijker in alle rust mee naar de jaren 70 en naar de winterse Alpen. Het is dan en daar dat de 16-jarige Jeanne zich in de catacomben van een groot gebouw verstopt dat als filmstudio dienst doet. In de studio vinden de opnamen plaatst van het sprookje "De Sneeuwkoningin" met in de hoofdrol de filmdiva Cristina gespeeld door (de bijzonder mooie) Marion Cotillard.
Tussen beide vrouwen ontwikkelt zich langzaam een intense en ondoorzichtige vriendschappelijke relatie die wordt gekenmerkt door variabele afhankelijkheden en onduidelijke verlangens. In de eerste helft van de film neemt Hadžihalilović ruim de tijd om de personages vorm te geven en hun onderlinge verhoudingen op te bouwen. Dat gebeurt in een plotarme maar wel sterk atmosferische omgeving. En als de personages en hun onderlinge verhoudingen genoegzaam zijn ingevuld, is het in de tweede helft tijd voor plotontwikkeling.
De beelden die de camera tevoorschijn tovert zijn kil, kunstzinnig en sprookjesachtig. Vooral de scènes die (film in film) beelden van "De Sneeuwkoningin" bevatten, vallen op door hun esthetische geladenheid en hun verontrustende werking op het gemoed. Op de besneeuwde grond vallen druppels bloed. Een raaf met een exceptioneel zwart verenkleed steekt fel af tegen de maagdelijke sneeuw. Een ijskristal laat op caleidoscopische wijze het beeld in talloze stukjes uiteenvallen. En als de beelden hun werk hebben gedaan, is er de elegante, eenzame en ijskoude filmdiva Cristina, wier houding en gedrag de verontrusting in stand houdt.
Hadžihalilović legt hypnotiserende theremin klanken over de beelden, die waarschijnlijk zijn bedoeld als stimulans om je volledig te kunnen overgeven aan de zintuiglijke aantrekkingskracht van dit duistere sprookje. De theremin klanken troffen mij als een overbodige beklemtoning van de onheilspellende sfeer die de beelden an sich al voldoende veroorzaken. Ik ervaarde de klanken daardoor juist als een obstakel die een zintuigelijke onderdompeling in de weg stond. De klanken irriteerden daarnaast door hun onaangename penetrante effect op mijn teergevoelige gehoor.
La Tour de Glace slaagt er visueel uitstekend in om een duistere sfeer op te bouwen. Wat mij betreft had de film meer narratieve accentuering nodig. Ik had soms wat moeite met de concentratie. Ik ervaarde de film als een serene beeldenpracht die in alle rust voorbij glijdt zonder dat er sprake was van veel narratieve beweging. Ik had graag meer beweging ervaren. En dan de muziek. Die theremin klanken zijn dodelijke wapens. Brr. Ik vond La Tour de Glace iets teveel gevraagd.
Goodbye June vertelt van een familiedrama dat zich ten tijde van de kerstperiode afspeelt. Is Goodbye June een kerstfilm? Niet per se. Het kerst-aspect is meer een kwestie van sfeer dan van werkelijk belang. In een film die zich rondom de kerst afspeelt, is het niet moeilijk om het verhaal met sentiment te kruiden, vermoed ik. Dat zal de reden zijn. Voor het feitelijke verhaal doet het er amper toe in welke periode het zich afspeelt. Goodbye June had zich evengoed in de midzomerse periode kunnen afspelen. De willekeur geldt ook voor de locatie van het gebeuren. Dat is ergens in Engeland. Je hoort het aan de spraak en ziet het aan een pubbezoek. Maar ook het geografische gegeven heeft amper betekenis. Voor het feitelijke verhaal doet het er niet toe. Het verhaal is een universeel verhaal dat zich op elk moment op elke plek in de wereld kan afspelen.
Het niet erg opzienbarende scenario is van de hand van Joe Anders. Geen bekende scenarist en geen scenario waar de filmproducenten voor in de rij staan, dacht ik af en toe tijdens het kijken. Merkwaardig dat zo’n weinig spectaculair verhaal verfilmd wordt. Merkwaardig dat de film beschikt over een spectaculaire cast. Merkwaardig dat deze middelmatige film het regiedebuut is van Kate Winslet. Na afloop las ik dat Joe Anders de zoon is van Kate Winslet en had ik een aha-erlebnis.
Goodbye June is geen goede film. De personages zijn nietszeggend of schromelijk overtrokken. Het verhaal is niet erg interessant, staat oppervlakkig stil bij spanningsvelden en stuitert daar vervolgens simpelweg overheen. Familiale kift die jarenlang voor onmin zorgt, wordt gemakkelijk overwonnen. En dan is er nog het sentiment dat tot in de verste uithoeken van het verhaal wordt opgezocht en kitscherig tevoorschijn komt. De kijker moet en zal ontroerd raken. In mijn geval lukte dat niet. Ik hield het zonder enige inspanning droog.
Hoewel van de acteurs niet gigantisch veel wordt gevraagd, zorgen ze er wel voor dat de personages soms net echte mensen zijn. En dat is knap gezien de weinig uitdagende tekening van de karakters. Niet iedereen is trouwen goed bezig. Ik vond Toni Collette en Andrea Riseborough weinig inspirerende acteerprestaties afleveren. De acteerprestaties van de andere castleden leveren af en toe een sterk dramatisch moment op, die de film het aankijken waard maakt. Maar goed, het prominente ensemble kan uiteindelijk ook niet verhullen dat de film inhoudelijk maar weinig heeft te bieden en gewoon geen goede film is.
Waar een vliegtuigongeval, een paar overlevenden en een nautische dreiging al niet goed voor zijn. Nou, voor een spannende film natuurlijk. Een film waarin een paar overlevenden uit alle macht nog langer willen overleven en de strijd aangaan met allerhande ongemak dat een langere overleving bemoeilijkt. No Way Up is een film die een aantal mensen in een benarde positie plaatst en die van de kijker verlangt dat hij zich verplaatst in de personages en volop meeleeft. Spannend, man!
Ach, het valt wel mee met de spanning. Om mee te leven is enige investering in de personages nodig. Daarin voorziet het scenario niet. Althans bijna niet. Het enige personage dat een beetje fundamentele achtergrond meekrijgt is hoofdpersonage Ava. De rest van de personages krijgt slechts flintertjes achtergrond mee. Net voldoende om iemand aardig of onaardig te vinden. Nu verwacht ik geen uitgebreide levensgeschiedenissen hoor, maar No Way Up maakt er zich wel heel gemakkelijk van af. Eigenlijk dient het decorum naast Ava slechts als opvulling en potentieel slachtoffer. Dat klopt ook met de spelregels in dergelijke spannende films die voorschrijven dat er doden vallen, een emotioneel moment is toegestaan en dat de held zwaar wordt beproefd en overeind blijft. De clichés kloppen.
Het uithangbord van de film prijst de haai aan als voornaamste oorzaak van spanning en sensatie. De filmposter en de wervende tagline laten er geen twijfel over bestaan dat de kijker heel wat actie te wachten staat. De kijker die op spannende actiescènes hoopt waarin vraatzuchtige haaien heftig tekeer gaan, wordt echter behoorlijk teleurgesteld. De film maakt zijn uithangbord niet waar. De meeste tijd kijken we naar een groep blatende mensen in een vliegtuig dat zich onder de waterspiegel bevindt. Heel spannend wordt die situatie niet uitgebuit. Het claustrofobische element komt visueel niet indringend over. Daarnaast is de voorspelbaarheid van de handeling groot. De meeste verwachtingen komen uit. Hoe saai.
No Way Up beloofde een aangename combinatie van rampenfilm en haaienfilm te gaan worden maar blijkt een matige productie te zijn die de verwachtingen die een spannende filmposter met wervende tekst wekt, niet weet waar te maken.
Het is toch wat. Zelfs na je laatste ademtocht word je nog geconfronteerd met aardse beslommeringen. Er moeten nog steeds existentiële beslissingen worden genomen. Reeds lang vergeten (mis)stappen uit het verleden blijken je na je dood nog steeds na te jagen. En verder ontkom je niet aan de frustratie van de bureaucratische molens, die in het hiernamaals ook heftig malen. In Eternity van regisseur en schrijver David Freyne zijn de personages na het uitblazen van de laatste adem niet vrij van zorgen maar moeten nog hele vervelende stappen nemen om hun definitieve positie te verwerven. De aftrap is leuk en fris.
In de eerste helft van de film gebruikt Freyne veel tijd om de regels zoals die in het hiernamaals gelden, op humoristische wijze uit te spelen. De humor en de entourage waarin het verhaal zich afspeelt, zijn best geinig. Dat verhaal stelt overigens niet veel voor. Eternity is in feite een ordinaire romantische komedie en richt zich op drie personages die na hun dood onderling nog iets te verhapstukken hebben. Een simpel verhaaltje over een vrouw en twee rivaliserende mannen die naar haar gunsten dingen. Wat zich tot een origineel liefdesverhaal zou kunnen ontplooien vanwege de metafysische mogelijkheden die in het hiernamaals voor het oprapen liggen, ontplooit zich uiteindelijk tot een tamelijk aards gebeuren. Beetje saai eigenlijk.
De frisse luchtige toon waar de film mee aftrapt, verandert in de loop van de film in een wat melodramatische toon. De aardige screwball-achtige dialogen maken steeds meer plaats voor melodramatisch gewauwel. En opeens is alle oorspronkelijkheid uit de film geveegd en stevent de film af op een einde dat de kijker verwacht en misschien wel wenst. Opeens is de feelgood definitief ingetreden. En zo ontpopt het beloftevol beginnende Eternity zich uiteindelijk tot een doodnormale aardse romantische komedie.
Hoe de door Cameron Diaz gespeelde onderwijzeres Elizabeth Halsey ooit haar vakdiploma heeft gehaald is een van de ongerijmdheden die zich in Bad Teacher in een verontrustend tempo en op ongrappige wijze ophopen. Bad Teacher is een film over een onderwijzeres die een hekel heeft aan haar leerlingen, minirokjes draagt, haar benen op de lessenaar legt en haar leerlingen films laat kijken terwijl ze haar roes uitslaapt. Amusante elementen die waarschijnlijk genoeg stof opleveren om een korte trailer te vullen. Voor een veel langere speelfilm is die stof absoluut ontoereikend.
Dat de film niet goed is, ligt overigens niet aan Diaz, die haar best doet om van het magere materiaal nog iets te maken. Diaz, die er ondanks haar belachelijke rol in slaagt voldoende goodwill te kweken die mij ervan weerhoudt de film totaal af te kraken. Het enige dat verder nog vermeldenswaard is, is de rol van Jason Segel. Zijn personage is bescheiden aanwezig maar weet steeds net genoeg understatement in de film te pompen om de kijker even te laten glimlachen en de moed te geven vol te houden.