Gewetensbezwaren zijn karaktertrekken die Fabian niet bezit. Fabian voorziet in zijn levensonderhoud door mensen op te lichten. Heel succesvol is hij daarbij niet. Als hij op de vlucht moet slaan bij een mislukte zwendel, geraakt hij verzeild in een trouwgezelschap en doet zich voor als de trouwfotograaf. Tot dan doet alles vermoeden dat het script is gebaseerd op een schelmenroman. Dat verandert acuut als een moord wordt gepleegd en we ons opeens in het vertrouwde scenario van een moordmysterie bevinden.
De setting is bekend van talloze andere whodunnits. Het moordmysterie speelt zich in een afgelegen landhuis af en uiteraard zijn alle verdachten vanwege de slechte weersomstandigheden niet in staat om de moordlocatie te verlaten. Het scenario is allesbehalve origineel. Daarnaast is de film geen erg serieuze bijdrage aan het misdaadgenre. Het is vooral de bedoeling de kijker aan het lachen te krijgen. De film tovert daarvoor een aantal merkwaardige personages tevoorschijn die niet grappig zijn en combineert die merkwaardigheid met de komische kwaliteiten van hoofdpersonage Fabian. De humor is vrij onschuldig. Beetje flauw ook. Fabian's handelingen leveren af en toe een kort lachje op. Daar is het wel mee gezegd. Van mij had de humor best iets meer scherpte en venijn mogen hebben.
Het misdadige spel wordt niet erg boeiend uitgespeeld. Best leuk om samen met Fabian naar clues te speuren, maar van spanning is geen sprake. De weg naar de onvermijdelijke showdown waarin Fabian de dader ontmaskert, heeft meer een humoristische dan een spannende insteek. De showdown zelf neemt vervolgens behoorlijk wat tijd in beslag die niet altijd even interessant is ingevuld. Dat oninteressante aspect bestaat niet zo zeer uit Bastian Pastewka die de rol van de charmante oplichter uitstekend vertolkt. Het zijn de andere personages die totaal niet boeiend zijn maar wel tijd en aandacht vragen. Ze zijn het niet waard. Ze zijn bijzonder bleek vormgegeven en totaal niet interessant. De betrokkenheid met hen is zeer gering.
En zo is Fabian und die Mörderische Hochzeit een film die na afloop al weer snel uit het geheugen is verdwenen. Slechts het personage Fabian blijft waarschijnlijk wat langer in de herinnering hangen. Heel erg lang zal dat niet zijn.
Een tragikomedie over rouwverwerking. In films over rouwverwerking worden de feiten vaak in het begin al over de kijker uitgestort, waarna de film zich verantwoord psychologisch met de rouwende protagonist kan bezighouden. In Twinless zijn de feiten vanaf het begin niet helder. En als je denkt de feiten helder te hebben, volgt nog een wending die alles weer overhoop haalt. Het gaat niet per se om een wending die wordt ingebracht vanwege het verrassingseffect hoewel dat effect wel wordt gesorteerd. De wending dient voornamelijk om bij te dragen aan meer verdieping in de personages en aan een verbreding van de tragiek in het verhaal. Door de wending verandert de aard van het verdriet. Een prima truc van scenarist en hoofdrolspeler James Sweeney die de emotionele chaos waarin twee rouwende protagonisten zijn terechtgekomen hiermee nog eens extra beklemtoont..
De film is vooral een praatfilm en is behalve van goede dialogen afhankelijk van de geloofwaardigheid van zijn personages. Die geloofwaardigheid is er. James Sweeney speelt een wat wispelturig karakter die de neiging heeft zich aan iemand vast te klampen. Zijn personage is een aimabel persoon maar in zijn doen en laten ook wel wat vermoeiend. Dylan O’Brien heeft een dubbelrol en laat twee totaal verschillende personages tot leven komen. Het ene personage in een bijrol is flamboyant en arrogant. Het andere en belangrijkere personage is niet erg toegankelijk, een moeilijke prater en tamelijk onbeholpen in zijn interacties met anderen. De personages hebben allen zo hun eigenzinnigheden en gedragen zich niet altijd even voorbeeldig. Ze zijn menselijk. Het zijn mensen die in een emotioneel dal zijn beland en de weg naar boven weer proberen op te pakken.
Tot nu toe klinkt het allemaal vrij ernstig. Valt mee. De film behandelt weliswaar een zwaar thema maar doet dat niet alleen op een dramatische manier. De film is eveneens een komedie. Centraal staat de kennismaking tussen twee rouwende mannen die elkaar in een praatgroep tegenkomen. Er ontwikkelt zich een vriendschap waarin grappige momenten worden afgewisseld met ontroerende momenten. Soms is het alsof je naar een platonische romantische komedie kijkt. Neem bijvoorbeeld een ongemakkelijke en kneuterige scène waarin de beide mannen samen boodschappen doen in de supermarkt. Een scène die zowel grappig als ontroerend is. De film heeft veel meer van dergelijke kleine scènes die voor opklaring zorgen. Het zijn vooral dergelijke scènes die de film sfeervol kleuren en ervoor zorgen dat de film niet verzinkt in een algeheel tranendal. Prima gelukt wat mij betreft.
The Finishing Line is een controversiële voorlichtingsfilm bedoeld voor een kinderpubliek die werd geregisseerd door John Krish in opdracht van British Transport Films. Een organisatie die allerhande documentairefilms maakte over de Britse transportsector en dus ook over de Britse spoorwegen. De film duurt 20 minuten en het verhaal speelt zich af in het hoofd van een jongen die zich een soort olympiade voorstelt bestaande uit gevaarlijke spelletjes die op en naast de spoorrails gespeeld kunnen worden.
De film houdt zich niet in. Men gaat bloedig en bruut te werk. Er vallen talloze gewonden en doden. De tere kinderziel wordt niet gespaard. Op een nietsontziende manier wordt kinderen geleerd niet in de buurt van het spoor te gaan spelen. Bij screenings op scholen waren de kindertjes in ieder geval onder de indruk. Sommige kinderen vielen zelfs flauw. Toen de film op de televisie werd vertoond, veroorzaakte de film zoveel commotie dat vertoning van de film gedurende 20 jaar was verboden.
In de film spelen ongeveer 300 kinderen mee en slechts een paar volwassenen. De spelletjes die in wedstrijdvorm worden gespeeld zijn behalve bruut en bloeddorstig van aard eveneens zwarthumoristisch van toon. De film verpakt een serieuze boodschap in horrorwaardige beelden en voegt op typisch Britse wijze fijne zwartgallige humor toe. De film doet het zonder heus verhaal en zonder dialogen en is spannend. The Finishing Line is een interessante en leuke korte film. Ik kan me goed voorstellen dat de film als voorlichtingsfilm voor kinderen minder geschikt werd bevonden en dat menig tere kinderziel tijdens het kijken een stevige knauw kreeg.
Exit 8 is gebaseerd op een videospel waarin het karakter steeds dezelfde gang in een metrostation bewandelt en de weg naar de uitgang niet kan vinden. Net als in het spel moet het personage in de film op zoek naar aanwijzingen die hem naar de uitgang zullen leiden. Je kunt je voorstellen dat met dit gegeven de speler in een interactief spel het prima naar zijn zin heeft. Je kunt je ook voorstellen dat je als passieve toeschouwer verveeld raakt door de herhaling van zetten. In Exit 8 lost men dat gevaar op door steeds leuke, originele en aan surrealisme rakende variaties in te brengen die maken dat de aandacht niet verslapt.
Een ander middel dat de film hanteert om variatie aan te brengen en de kijker te stimuleren om niet verveeld te raken is door er een leuke genremix van te maken. Het mysterie is dominant. Maar ook elementen uit de thriller- en horrorhoek zijn aanwezig. Er is drama. En er zijn zelfs momenten die in een komedie niet zouden misstaan. Het is een fraaie variatie die verrasende en spannende momenten oplevert en gewoon goed werkt.
Exit 8 is geen film van tierelantijnen. Geen namen voor de personages. Geen exorbitante setting. Geen opvallende speciale effecten. Geen verklaringen. Geen overbodige dramatische taferelen. Er wordt slechts in het begin wat functionele dramatische informatie verstrekt. Een vleugje drama dat zorgt voor het minimum aan empathie dat nodig is om met het verdwaalde karakter mee te leven. Het is sobertjes. En de soberheid werkt. De concentratie ligt volledig bij het mysterie. En dat myserie is interessant genoeg om je een film lang mee te vermaken. Ik heb me met Exit 8 in ieder geval verrekte goed geamuseerd.
John Wayne in een vroege western. In het wit gekleed en rijdend op een wit paard is hij ontegenzeggelijk de heldenfiguur. Een dergelijk opvallend outfit leek mij niet erg praktisch in een film waarin Wayne achter de bad guys aanzit om onschuldige burgers te beschermen. Mij leek het verstandiger om juist zo onopvallend mogelijk te zijn in plaats van zich gekleed als een circusartiest in vijandig gebied te begeven. De antagonist doet dat beter. Hij is uiteraard gekleed in het zwart.
John Wayne tegen vuige bankiers en gemene veedieven. Ik vond het maar een vermoeiende film. Wayne die wordt belaagd en gevangen genomen maar steeds weet te ontsnappen. Hoe is het allemaal mogelijk!? Tja, het is gemakkelijk als het gajes waartegen je vecht zich heel suf gedraagt. Leuk voor Wayne, maar erg spannend is dat natuurlijk niet. Eerder lachwekkend.
Er is meer dat op de lachspieren werkt. Op een bepaald moment zet Wayne gezeten op zijn witte paard en gewapend met een gitaar zelfs een lied in. Ik schrok ervan. En verderop in de film doet hij dat nog een keer. Ik schrok er weer van. Wayne zingt overigens niet zelf maar playbackt de boel bij elkaar. Desondanks zat de schrik er goed in.
Verder is er niet veel te vertellen. Wayne overwint en krijgt aan het einde de vrouw, die verder amper een rol speelt en eigenlijk alleen in de film verschijnt om dat happy end mogelijk te maken. Lawless Range duurt slechts 55 minuten. Dat was gelukkig nog te overzien. Bovendien hielp het dat ik op diverse momenten prettig in de lach schoot. Lawless Range is een prima film voor de diehard John Wayne-fan, denk ik. Niet voor mensen zoals ik.
In Mercy van regisseur Timur Bekmambetov us sprake van een kunstmatige intelligentie die de macht heeft om te bepalen wat recht en wat onrecht is. De macht om te oordelen of een menselijke verdachte van een misdaad schuldig of onschuldig is. De macht om iemand een straf op te leggen en zelfs een doodsvonnis uit te spreken. Bekmambetov maakt uit dir gegeven een compacte scifi-thriller die zich niet erg bekommert over een angstig toekomstbeeld, geen serieuze ethische vragen opwerpt maar gewoon een spannend, actierijk en vermakelijk verhaal vertelt.
En dat lukt Bekmambetov goed. De regisseur die zijn carrière in de Sovjet-Unie aftrapte en daar de minder gemakkelijk te consumeren en duistere films Nochnoy Dozor (2004) en Dnevnoy Dozor (2006) maakte, lijkt na zijn overstap naar Hollywood meer waarde te hechten aan gemakkelijker te consumeren actie, spanning en vermaak. In films als Wanted (2008) en Abraham Lincoln: Vampire Hunter (2012) zijn weliswaar vleugjes duisternis aan te treffen maar zijn het vooral actie, spanning en vermaak die de stevige pijlers zijn waarop die films rusten.
En dat geldt ook voor Mercy dat protagonist Chris Pratt in een soort speeddate setting tegenover een digitale versie van de kunstmatige intelligentie plaatst. Vervolgens moet Pratt aantonen dat hij onschuldig is. Het proces wordt in realtime gevoerd, heeft te maken met een spanningsverhogende tijdsdruk en heeft geen enkel raakvlak met een proces zoals we dat uit een rechtbankdrama kennen. Het proces wordt behoorlijk dynamisch en spannend in beeld gebracht met behulp van springerig gebruik van desktopmateriaal waaruit Pratt ten behoeve van zijn verdediging mag putten. Ik amuseerde me er goed mee.
Mercy is in zijn algemeenheid een vermakelijke film met vaart, met actie en met spanning. De hollywoodfactor gooit echter wat roet in het eten. Films met de Hollywoodfactor streven naar een gunstige afloop. Het is dan ook jammerlijk gemakkelijk te voorspellen dat het contrast tussen mens en machine (dat zich in beginsel als een duel aftekent) zich geleidelijk via de dialoog ontwikkelt tot een convenant waarin de machine menselijke trekjes krijgt en de mens ook nog wat leert van de machine. Zodra de film de plichtmatige weg van de feelgood inslaat, wordt de film minder leuk. Ik vond het stadium dat de film zich met het contrast en het duel bezighield spannender en vermakelijker.
Cruel Summer is een verontrustende film die is geïnspireerd door ware gebeurtenissen. De film laat zien hoe een web van leugens, agressie en haat ontstaat en toont vervolgens de gewelddadige ontrafeling ervan. Het web doet spanningen tussen de personages ontstaan die leiden tot amper voorstelbaar bruut geweld dat ik maar moeilijk verdragen kon. Cruel Summer is een shockerende film die het verhaal vertelt van een laffe misdaad.
Cruel Summer is een opzienbarend debuut van regisseurs en schrijvers Phillip Escott en Craig Newman. Opzienbarend is het schokeffect dat het verhaal veroorzaakt. De namen van het duo Escott en Newman zeiden me trouwens niets. Uiteraard even gekeken naar het lijstje films dat hierna verscheen. Een flinke rij van Escott waarvan geen enkele film mij bekend voorkwam. En een povere vangst bij Newman die amper nog van zich liet horen. Met Cruel Summer lijken ze hun kruit te hebben verschoten.
Hoewel de film je de stuipen op het lijf jaagt is de film vooral een drama. Drama/thriller zou een betere genreaanduiding zijn. De film registreert de gebeurtenissen op een nuchtere meedogenloze manier die authentiek oogt en vooral daarom angstaanjagend is. Op cinematografisch gebied valt er niet veel te beleven. Functioneel is de term die hier past. Het acteerwerk is goed en ondersteunt de geloofwaardigheid. Vooral lof voor Danny Miller als de tikkende tijdbom die de andere personages op agressieve wijze manipuleert. Aan hem had ik meteen een hekel. De andere rol die eruit springt is die van het slachtoffer van de misdaad. Richard Pawulski speelt een autistische jongen die graag in de natuur vertoeft. Ook hij zet een overtuigend personage neer.
Met eenvoudige middelen bouwt de film spanning op tussen de personages en laat die spanning uitmonden in een verschrikkelijke daad. De film heeft geen sensationele effecten of een angstwekkend monster nodig om je angst aan te jagen. In deze film is het de mens zelf die zich als het kwaad presenteert. Cruel Summer laat zien hoe iemand zomaar kan doorslaan en zich grenzeloos wreed kan gedragen op grond van niets meer dan een gerucht.
Na afloop had ik een naar gevoel. Na afloop van de film ook nog even gezocht naar de feitelijkheden en die zijn hier en daar iets anders maar de kern van het verhaal komt overeen.
Naar de memoires van de auteur Lidia Yuknavitch. Geregisseerd en tot script verwerkt door Kristen Stewart. Een film met kille cuts, extreme close-ups en associatieve sprongen tussen ruimte en tijd. Een film met een rauwe beeldspraak die verontrustende werkt. Uit de visuele intensiteit en de emotionele intimiteit ontspruit een ongepolijste energie die je ook terug hoort in de stem van Imogen Poots die de rol van Lidia vertolkt. Water is het sleutelelement in deze film die de traumatische jeugd van Lidia in het San Francisco van de jaren 70 weergeeft.
Ze groeit daar op in een milieu waar vrouwonvriendelijkheid en seksuele onderdrukking welig tieren. Een sadistische vader, een apathische moeder en het zwemmen dat niet alleen gaat om atletisch vermogen maar ook om een bepaalde seksistische esthetiek. Een zwembeurs maakt het Lidia mogelijk te ontsnappen uit haar benauwende en naargeestige milieu. De bevrijding die Lidia daarmee bewerkstelligt zet ze om in wilde excessen der zelfdestructie. Feesten, alcohol, drugs, seks. “Fuck the pain away”, luidt haar motto.
Het zwemmen is dan passé en opgekropte emoties komen tot uiting in woorden als ze haar talent voor schrijven ontdekt. De film laat het allemaal zien in een collage van indrukken. De regie van Stewart is passend wild, furieus en rauw. Een krachtig pulserende soundtrack onderstreept de beelden die met een provocerende directheid door Lidia’s voice-over worden becommentarieerd.
Een getraumatiseerd persoon, die Lidia. En dat is te merken. Ze reageert met minachting op respect en geborgenheid die anderen haar willen geven. Het op papier zetten van haar frustraties helpen haar aan innerlijke rust. De vredige momenten zijn van korte duur. De woede, het verdriet en de haat sudderen onderhuids door. Zichtbaar in de korrelige en kleurrijke beelden die samen met de inbreng van Imogen Poots zorgen voor een grillig, verontrustend en authentiek portret van een getraumatiseerde schrijfster die ooit een groot zwemkampioen wilde worden.
Animalhorror van regisseur en schrijver Johannes Roberts, die eerder scoorde met het aardige 47 Meters Down (2017). Na de haaien zijn de apen aan de beurt. In Primate is het een chimpansee die zich niet al te vriendelijk presenteert. Ik raakte er niet erg opgewonden van. Primate is een formulefilm die zowel verhaaltechnisch als cinematografisch van weinig ambitie getuigt.
Bij een dergelijke film horen personages die vooral niet te ingewikkeld zijn gevormd en in het beste geval functioneel zijn. Dat wil niet zeggen dat alle personages zonder enige vorm van bezieling tot stand zijn gekomen. Het stelt niet veel voor, maar sommigen zijn voorzien van een bepaalde eigenschap. Neem bijvoorbeeld de vaderfiguur. Die is doofstom. In het verhaal niet erg relevant maar dat feit zorgt wel voor een aardige scène. Het neemt niet weg dat de personages in Primate nietszeggend of gewoon vervelend zijn.
Ook in de chimpansee is wat bezieling gestopt. Het beestje dat dreiging moet brengen, brengt daadwerkelijk af en toe dreiging. De chimpansee is oersterk en gedraagt zich als een woest brok natuurgeweld. Bovendien bezit hij een intelligentie die de intelligentie van dieren in andere animalhorrors overtreft, zodat de dreiging die van de chimpansee uitgaat wordt versterkt. Soms denk je simpelweg met een soort slimme variant van de oermens te maken te hebben.
Ook wel aardig zijn de wat brutere scènes die met bloeddorst en geweld gepaard gaan. Verder onderscheidt de film zich niet. De personages doen domme dingen. Er zijn de gebruikelijke jumpscares. Er zijn veel scènes die spanning beloven maar waarin uiteindelijk weinig gebeurt. Het slotakkoord is (evenals veel andere gebeurtenissen in de film) voorspelbaar. Primate is niet meer dan inspiratieloos formulewerk. Niet heel slecht, maar ook niet goed.
"Do you think that when a dream feels real enough, it can affect you in the real world? Like, just something so horrible that it can hurt you? Do you think a nightmare could kill you?“ Zie hier Laura en haar probleem. Laura Hasn’t Slept is een korte horrorfilm van schrijver en regisseur Parker Finn die iets later algemener bekend werd met het schrijven en regisseren van Smile (2022) en Smile 2 (2024). Twee films die mij minder vermaakten dan deze korte horrorfilm.
Het verhaal waarin Laura’s slaap wordt verstoord door nachtmerries van een enge man die haar iets wil aandoen, is een boeiend verhaal. Boeiend omdat onduidelijk is of de nachtmerrie slechts een nachtmerrie is of dat nachtmerrie en realiteit in elkaar overlopen. De interesse blijft op peil omdat er amper wordt uitgeweid. De vertelling is lekker kort en lekker kernachtig. Een aandeel in het vermaak is Caitlin Staseys in de rol van Laura. Ze weet haar angst en paniek overtuigend over te brengen op de kijker.
Het eerste deel van de film bestaat voornamelijk uit dialoog aan de hand waarvan de kijker de beangstigende situatie waarin Laura zich bevindt, krijgt voorgeschoteld. De locatie is de geruststellende spreekkamer van een psychiater aan wie Laura haar angsten vertelt. Als het verhaal zich heeft genesteld, vindt een omslag plaats. De locatie, het kleurgebruik en de sfeer veranderen. Plotseling bevindt Laura zich op een sombere plek die haar nauwelijks nog bekend voorkomt. De beschermende sfeer van de spreekkamer valt letterlijk voor haar ogen uiteen en verweert.
Samen met Laura beleeft de kijker een gevoel van beklemming en wanhoop. De komende minuten zullen uitwijzen of nachtmerrie en realiteit dezelfde grootheden zijn en gaan we zien of en hoe Laura erin slaagt het gevaar te keren. Best ok uitgewerkt en een stuk leuker dan de uitgesponnen versie van de korte film, die onder de titel Smile furore maakte.
In het begin van de film denk je nog te maken te hebben met een gewone wraakthriller. Als protagoniste Irene niet ophoudt om steeds dezelfde persoon te liquideren, besef je dat de situatie iets gecompliceerder ligt. Dan wordt ook duidelijk dat zij van de ene parallelwereld naar de andere springt en daar steeds hetzelfde kunstje uithaalt. Redux Redux is dus inderdaad een wraakthriller maar dan een wraakthriller die steeds dezelfde persoon als doelwit neerzet.
Dat klinkt niet als een film die strooit met veel afwisseling. Verveelt dat niet? Nee, want de diverse situaties zijn gevarieerd, de actie is goed en de inbreng van een derde personage verhevigt de hectiek en de spanning. Verwacht in dat opzicht niet teveel van de verschillende parallelwerelden. Ik zag amper enig verschil tussen al die werelden. Het was wel leuk geweest om maffe afwijkingen te kunnen constateren en daaruit onverwachte bevreemdende en spannende situaties te laten voortkomen, maar de film laat het bij een vertrouwde omgeving.
Behalve het wraakmotief speelt rouwverwerking een rol. Behalve een wraakthriller is Redux Redux een drama. Een drama over een vrouw die de dood van haar dochter nog niet heeft verwerkt. Eigenlijk legt de film de focus zelfs iets meer op het verhaal van Irene en haar noodzaak zich te bevrijden uit een zinloze en eindeloos durende situatie dan bij haar feitelijke missie. Irene wordt prima gespeeld door Michaela McManus die trouwens de zus is van het duo Kevin en Matthew McManus dat de film regisseerde en schreef. Zowel in de actiescènes als in de meer dramatische scènes weet zij te overtuigen.
Redux Redux is geen vrolijke film. Veel momenten in de film zijn bijzonder somber. Zo somber dat je je afvraagt of er ooit een eind komt aan de duisternis. Gelukkig biedt de film de kijker flintertjes hoop dat de kans bestaat dat de duisternis zal wegtrekken. Ik had die hoop nodig.
Queen of Chess met in het middelpunt van de aandacht Judit Polgár, het schaakwonder uit Hongarije. Een documentaire met een vleug popcultuurgeschiedenis, spannende psychologische schaakduels en met kritiek op de conservatieve schaakwereld waar de mannen de dienst uitmaken en schakende vrouwen niet serieus worden genomen. Queen of Chess maakt een aangenaam portret van een jonge schaakspeelster die niet alleen tegen de wereldtop speelde maar ook streed tegen de vooringenomenheid van een door mannen gedomineerde wereld.
Aan dat laatst genoemde aspect besteedt de documentaire overmatige aandacht. Op zich een interessante constatering maar de voortdurende accentuering en herhaling deed mijn aandacht al snel verflauwen. Interessanter zijn de komeetachtige opkomst van schaakfenomeen Polgár en de partijen die zij speelde. En dan met name de partijen tegen Garry Kasparov. Die zaken krijgen niet de aandacht die ze verdienen. Je vindt ze aangestipt en versnipperd terug in de mengeling van interviews, archiefbeelden en nagespeelde scènes.
Van haar jeugd in een ambitieus gezin uit de arbeidersklasse in communistisch Hongarije, via haar eerste internationale successen tot haar historische doorbraak als jongste grootmeester ooit. De documentaire laat het in strakke opeenvolging zien. Vroege en recentere interviews met Judit Polgár en haar zusters geven functioneel inzicht in de mentaliteit, motivatie en denkwijze van het fenomeen.
De prestatiedruk en de zelftwijfel waaronder Judit Polgár lijdt, worden in de documentaure niet diepgaand onderzocht maar op een tactische manier ingezet. Ze leveren gekunstelde dramatische en gekunstelde spannende momenten op. Het kwam op mij nogal berekenend over. De documentaire schiet op die manier weliswaar deukjes in de professionele façade die Polgár ophoudt maar verzuimt om de façade te slechten. En daarop had ik gehoopt.
Spaanse korte film over twee bewakers in een parkeergarage die op een bijzondere manier nader tot elkaar komen. Timecode is een leuke film met een verrassend verloop. Op een heerlijke humoristische manier laat de film de toenaderingspogingen van twee mensen zien. Droog, absurd, bevreemdend en vrolijk is de film. Passie overwint de alledaagse sombere plichtplegingen en saaie routines. De film laat twee mensen hun dagelijkse sleur doorbreken.
Regisseur en schrijver Juanjo Giménez Peña doet het allemaal rustig, met weinig woorden en fijngevoelig. Timecode vertelt een gepassioneerde maar ook dromerige liefdesgeschiedenis die zich tegen het absurde decor van een parkeergarage afspeelt. Een kille gestructureerde parkeergarage waar warme en geestdriftige beleving plaatsvindt. De film spreekt tot de kijker via de beelden waar de hartstocht van afspat. De beelden spreken voor zich. Leuk.
Britse korte film van regisseur en schrijver Benjamin Cleary over een typograaf die stottert en daarom een teruggetrokken leven leidt. In zijn hoofd en op papier produceert hij de meest fantastisch volzinnen. Fraai geformuleerd, scherp en humoristisch. Een groot contrast met zijn vocale taalvaardigheid in het echte leven. In een interactie met een ander, krijgt hij amper een verstaanbaar woord over zijn lippen. Een voice-over die de gedachten van de stotterende protagonist openbaart, maakt die tegenstelling dramatisch duidelijk.
Met fijnzinnige humor, een mooie vloeiende vertelstijl en prachtige beelden toont de film hoe moeilijk en hard het leven kan zijn als je niet goed in staat bent te articuleren. De film weet goed uit de dramatische en weeklagende hoek te blijven door met humor en in een luchtige toonzetting de dagelijkse problemen van de protagonist te laten zien.
Stutterer is een zeer aangename en slechts 12 minuten durende feelgood over een stotteraar die je niets anders gunt dan een happy end. Stutterer is een prachtige korte film die smaakt naar meer van Cleary. Hij maakte intussen naast andere korte films ook een langspeler (Swan Song (2021)) die bijna 120 minuten duurt. Totale andere koek en goed gewaardeerd. Interessant. Gaat op de kijklijst.
Film naar de succesvolle roman The Housemaid van Freida McFadden uit 2022. Het verhaal over een huishoudster die dienst doet bij een welgesteld echtpaar en daar onaangename ervaringen heeft, was zo’n succes dat intussen twee vervolgromans zijn verschenen. Geen wonder dus dat de filmwereld een graantje van dat succes wilde meepikken. Een aangename cast met Sydney Sweeney als de Housemaid en Amanda Seyfried en Brandon Sklenar als het echtpaar mag het gaan doen. De regie is van Paul Feig die veel middelmatige films regisseerde en de laatste jaren vooral voor de streamingsdiensten actief was.
Het begin van de film is niet direct heel overtuigend. Een enigszins merkwaardig optreden van het personage van Sweeney is niet bepaald een goede referentie voor een indiensttreding als huishoudster. Ondanks dat wordt ze uiteraard aangenomen. Als ik die onwaarschijnlijke horde heb genomen, de boel in gang wordt gezet en duidelijk wordt dat er iets niet klopt, geraak ik gelukkig geïnteresseerd. Met dank aan de inspanningen van het personage van Seyfried dat verrassend onbestendig uit de hoek komt en een verontrustend laagje in het verhaal aanbrengt.
In het middendeel van de film aanbeland, wordt het verhaal taaier te consumeren. De film wordt volgepompt met clichés. Veel drama komt de film binnen. Er zijn tamelijk vergezochte en ongeloofwaardige ontwikkelingen. Het leek soms of ik naar een parodie aan het kijken was. Van veel spanning is in dit deel van de thriller geen sprake. Wel blijft onderhuids steeds een fluctuerende onheilspellende dreiging aanwezig die waarschuwt om vooral te blijven kijken, want er zijn nog zaken die aan het licht moeten komen. Ok, ik blijf hangen.
Gelukkig wordt die belofte bewaarheid. Een hele reeks wendingen wacht op mij. Het verhaal escaleert op een aangename overdreven manier die weliswaar niet erg geloofwaardig maar wel spannend is. Je moet bij deze plotwendingen wel wat toeval en onzinnigheid voor lief nemen die de cast overigens heel professioneel met dodelijke ernst voor het voetlicht brengt. Bewonderenswaardig. De weg naar de apotheose en de apotheose zelf zijn erg over the top, maar ik kan zeker zeggen dat het vermakelijk kijkvoer oplevert.
Over de aan agorafobie lijdende Conor die in een videogame verzeild raakt. De film ontwikkelt zich vervolgens niet tot een standaard avonturenfilm maar gaat iets eigenzinniger met de plotlijn om. De reis van Conor door het spel is geen opeenstapeling van sensationele speciale effecten en spannende scènes. De film onthoudt zich daar volkomen van. Obex presenteert veeleer een kale en innerlijke reis die dient om Conor te louteren. Aan de hand van zijn reis leert de kijker de mens Conor en het leven dat hij heeft en had, beter kennen.
Obex is een film die zich in het jaar 1987 afspeelt. De sfeer in de film is onmiskenbaar nostalgisch. Door toenmalige apparatuur en de toenmalige popcultuur frequent te laten zien en aan te halen, oogt het tijdsbeeld authentiek. De reis die Conor onderneemt is surrealistisch van aard en gefilmd in zwart-wit. De zwart-witte ambiance voegt aan de film die minimalistisch van opzet is en een niet opwindende, afstandelijke uitstraling heeft nog een graadje afstandelijkheid toe.
Tijdens de reis door het videospel valt de scheidslijn tussen de echte wereld en de wereld van het spel steeds minder goed te duiden. De werelden overlappen elkaar regelmatig. Op den duur is de scheidslijn zelfs niet meer te vinden. Op dat moment wordt de reis door het spel gevoed met de surrealistische weergave van Conor’s gevoelens, ervaringen en angsten. Op die momenten laat de film het afstandelijke en het kil beschouwende deels los en maakt ruimte voor emotionele impulsen. Het personage Conor krijgt wat meer contouren, ontwikkelt een persoonlijkheid en dat feit bevalt.
Obex is een eigenzinnige film. Een vreemde film. Terwijl we samen met Connor door zijn leven lopen en een machtige metaforische demon als vijand hebben, worden we geconfronteerd met beelden die tegelijkertijd herkenbaar en ongewoon zijn. We leren een man kennen die uit zijn veilige wereld is weggerukt, wil terugkeren en wanhopig op zoek is naar de toegang tot die veilige wereld. Die poging levert een film op die zowel een bevreemdend als een ontroerend gevoel opwekt. Obex is een curieuze en intrigerende film.
De setting is Tasmanië. Niet helemaal het Tasmanië dat we kennen, maar Tasmanië in een post-apocalyptische conditie die het landschap nog minder vriendelijk maakt. Een ramp is gebeurd en er zijn nog maar weinig levende bewoners over. En zoals dat in een zombiefilm gebeurt, keren sommige overledenen terug uit de dood. Ze zijn bleke schaduwen van de personen die ze eens waren. Sommigen gedragen zich agressief. Anderen zijn gewoon blasé. Veel spannende indruk maken de zombies niet. In de keus om de zombies niet als wilde beesten maar meer als onaangename wezens te laten zien, zit spannende potentie, maar die potentie komt slechts af en toe tot bloei.
Voor pure survivalhorror zit je hier verkeerd. Het verhaal draait om een vrouw en een metgezel die op zoek zijn naar haar man. Een roadtrip die bepaald niet heel doelgericht aanvoelt. De twee belangrijkste personages zijn tamelijk plat vormgegeven en van echte meebeleving met hun gevaarlijke onderneming was van mijn kant weinig sprake. Onderweg ontmoet men personages die nauwelijks profiel ontwikkelen en ondoden waarvan de dreiging zo beperkt blijft dat er nauwelijks echte spanning ontstaat.
De setting overtuigt. Het uitgestrekte Tasmanië met dorre landschappen en melancholie opwekkende stiltegebieden is een indrukwekkend decor voor het verhaal. Het verhaal is minder indrukwekkend. Dat springt tamelijk enthousiast van de ene gebeurtenis naar de andere en krijgt veel te weinig kans om te sudderen. De kijker krijgt amper de tijd om de sfeer te snuiven laat staan dat hij zich erin kan onderdompelen. Op het moment dat de kijker iets van beklemming ervaart, wordt hij hardhandig bij dat gevoel weggerukt en dient hij zich snel naar een nieuwe gebeurtenis te begeven. De spanningsboog houdt niet over. De meeste rillingen kreeg ik van de geluidseffecten. Het geluid van knarsende tanden is geen prettig geluid, kan ik je verzekeren.
We Bury The Dead is geen verrassende film. Niet slecht. Niet goed. De film biedt niets dat niet al ergens anders was te zien. De film heeft een prima tempo, verveelt niet, is simpelweg gemakkelijk kijkvoer en veroorzaakt derhalve absoluut geen blijvende herinnering.
Een psychologisch drama dat wordt verteld vanuit het perspectief van een dertienjarige jongen. De debuutfilm van schrijver en regisseur Charlie Pollinger is een observatie van een groep jongens die gedurende de zomer op waterpolokamp is. Een debuutfilm die ervaringen deelt en gevoelens oproept die een ieder uit zijn jeugd wel zal herkennen. Dicht op de huid en confronterend komen thema’s als sociale hiërarchie, pesten, de wens om geaccepteerd te worden en de behoefte aan verbondenheid aan de orde. De film toont tegelijkertijd een slinkende eigen identiteit veroorzaakt door de bijna dwangmatige drang om zich aan te passen aan normen en waarden die een groep definiëren en niet een individu. Soms een gevolg van manipulatie. Soms een gevolg van de weg van de minste weerstand.
The Plague laat zien hoe sociale rolpatronen en groepsdynamiek veelal ontstaan door toeval. Zo is de grootste pestkop die de meeste volgers in de groep heeft, toevallig langer in het kamp dan de anderen. Dat feit verleent hem status die hij met behulp van zijn extraverte karakter uitspeelt. Zo is een jongen die toevallig huiduitslag krijgt en niet bepaald extravert, een onderwerp van spot. Groepsdynamiek ontstaat door toeval, volgens de film, die overigens wel toegeeft dat toevallige omstandigheden worden bestendigd en versterkt door karaktereigenschappen van de groepsleden. De film laat het heel aanschouwelijk zien. Het acteerwerk van de jonge acteurs is goed. Na afloop stonden de diverse personages me nog helder voor de geest. Joel Edgerton is overigens de enige acteur van naam en neemt de enige volwassen rol voor zijn rekening. Prima rol.
The Plague is een film die de aanduiding thriller meekrijgt. De trailer doet dat ook vermoeden. De spanning die in de film wordt gegenereerd komt echter voort uit sociale conflicten. En dat is toch een ander soort spanning dan de onheilspellende spanning die de trailer suggereert. Een sensationeel element uit de trailer is de bodyhorror. Hier en daar inderdaad wat bodyhorror dat er vies uitzag en waarvan het nut me ontging. Zeker geen element dat veel aandacht krijgt ook al suggereert de trailer dat wel. Tot slot nog het uitstekende sounddesign en het camerawerk noemen dat vooral bij de onderwaterscènes indruk maakt en eindigen met de conclusie dat The Plague een goeie film is. Tevens een film die me weer eens duidelijk heeft gemaakt dat ik niet naar trailers moet kijken.
Na 15 jaar droog te hebben gestaan op filmgebied, komt regisseur James L. Brooks met een komisch drama genaamd Ella McKay. Brooks schreef tevens het script. Brooks ken ik van films als Terms of Endearment (1983) en As Good As It Gets (1997). Fijne films waarvoor Brooks eveneens het script schreef en dus is Ella McKay op voorhand iets om me op te verheugen.
Ella McKay is de naam van de film en de naam van de hoofdpersoon. Een rijzende ster aan het politieke firmament die te maken krijgt met familieproblemen en politieke intriges. De film jongleert met veel verwikkelingen en met veel personages. Het is dan ook prettig dat het verhaal nogal simpel van opzet is en verwikkelingen keurig van elkaar gescheiden blijven opdat de kijker niet in de war raakt. Op zich is de jongleeract knap uitgevoerd maar zowel verhaal als personages zijn daardoor wel erg simplistisch van inhoud.
De personages zijn eendimensionaal vormgegeven. Personages die met een paar heldere eigenschappen zijn uitgerust zodat hun karakter duidelijk herkenbaar is. Dergelijke personages worden vertolkt door grote namen als Jamie Lee Curtis, Woody Harrelson en Rebecca Hall. Ze fleuren de film op met korte optredens die vooral bedoeld lijken om de film van meer aanzien te voorzien. Het enige personage dat boven de eendimensionaliteit uitstijgt is het personage Ella McKay. Het is Ella Mckay vergund om meer emotionaliteit ten toon te spreiden dan de andere personages. Ze worstelt. Ze is boos. Ze is verdrietig. Ze is teleurgesteld. Heel diepzinnig is de kennismaking nu ook weer niet maar de kijker krijgt in ieder geval iets te zien dat op een gevoelsleven lijkt.
De film schiet tekort om als bijtende satire door het leven te gaan. Daarvoor is de humor (welke humor?) veel te zouteloos en het verhaal veel te zoet. Hoewel de film draait om een politica, besteedt de film amper aandacht aan het politieke bedrijf. Politieke thema’s worden slechts heel oppervlakkig beroerd. De film provoceert niet. Blijkbaar wil de film niemand voor het hoofd stoten. Ella McKay is dan ook niet meer dan een genoeglijke familiefilm met een hartverwarmende insteek en weinig pit. Een vrij nietszeggende film die de kijker niet lang zal bijblijven.
Nadat meteen in het begin het titulaire (maar niet nader verklaarde) mirakel voor opschudding en hysterie zorgt, blijft de kijker bijna 90 minuten lang in het ongewisse. Pas aan het einde onthult regisseur en schrijver Preston Sturges wat het mirakel nu eigenlijk is. Tot die tijd kijken we naar een opwindende, humoristische en turbulente film die je bijna doet vergeten dat je op de onthulling van het mirakel zit te wachten.
De uitgangsituatie is simpel. Vanuit die situatie zet Sturges een kettingreactie van rampzalige gebeurtenissen in gang. Een escalatie met nachtmerrieachtige consequenties voor de beide protagonisten (gespeeld door Eddie Bracken en Betty Hutton) die juist alles in het werk stellen om van de vervelende situatie los te komen. Het komische drama dat zich ontvouwt, wordt versterkt door de hoofdrol van Eddie Bracken die met zijn jongensachtige gezicht, zijn onhandige manoeuvres en zijn goedgelovigheid uitgroeit tot de tragische heldenfiguur van de film. Een gewillig slachtoffer waarop het scenario zich met leedvermaak uitleeft.
Een scenario dat bestaat uit chaos en verwarring. Tevens een scenario dat heel nauwgezet is geconstrueerd. Steeds als je denkt dat het ergste leed nu toch wel achter de rug is, tovert Sturges weer een nieuwe genadeslag uit de hoge hoed. De film die valse moraal en hypocrisie op een humoristische manier aan de kaak stelt, wordt tegelijkertijd een steeds slapstickachtiger spektakel. De film laat een realistisch scenario totaal ontsporen. De stappen die naar de ontsporing leiden zijn echter zo gewiekst gezet dat je gemakkelijk in de ontsporing meegaat. Er zelfs de logica van inziet. Knap.
Een film met een belachelijk plot. Over een stel jongeren dat een eigen universiteit opricht (of dat althans zo doet voorkomen) omdat ze bij geen enkele reguliere universiteit worden aangenomen. Accepted is een komedie. In een komedie hoeft een plot uiteraard nergens op te slaan. Hoogstens moet het verhaal enigszins raken aan de realiteit. En dat doet het een beetje. In ieder geval biedt de belachelijke insteek hoop op absurde situaties en komische gebeurtenissen. Het is hoop die redelijk wordt vervuld. Accepted is een leuke film.
Eigenlijk gaat het in de film over jongeren die hun jeugdigheid willen botvieren door lol te trappen en een hoop chaos te veroorzaken. De personages zijn de wandelende clichés die je in de gemiddelde Amerikaans komedie over jongeren aantreft. Losers, nerds, promqueens en de sportheld. De invulling is weinig origineel. De humor is aan de flauwe, botte en ruwe kant, maar wel leuk. De hoofdrollen zijn voor Justin Long, Jonah Hill en Blake Lively die bij het maken van de film nog aan het begin van hun carrière stonden. Hun personages zijn uiteraard clichématig vormgegeven, maar de clichés komen op een aangename manier tot de kijker.
In het belachelijke scenario wordt de schijnuniversiteit al snel een opvanghuis voor degenen voor wie in het formele schoolsysteem geen plaats is. Ze vinden er een plek waar ze zich zelf kunnen zijn en zich kunnen ontplooien. Volkomen onzin natuurlijk maar die onzin levert wel leuk materiaal om de kijker aan het lachen te krijgen. Tussen de onzin door bespeurde ik een klein opgeheven vingertje in de richting van het bestaande schoolsysteem dat zich te weinig bekommert om het individu en aldus individuele potentie onbenut laat. Voor wat het waard is want ik heb geen idee of de film daadwerkelijk een kritische noot plaatst of dat ik die volkomen ten onrechte opmerk.
Accepted is met of zonder kritische noot in ieder geval een vermakelijke en sympathieke komedie die ook zoveel jaar na zijn verschijning nog behoorlijk fris oogt. Accepted is een film met een lachwekkend maar origineel scenario. Een film met een leuke cast. En een film met flauwe en platte humor. Het beviel me allemaal prima.
De plotbeschrijving klinkt naar iets dat weliswaar niet heel intrigerend maar wel komisch kan zijn. Vier jeugdvrienden gaan op gevorderde leeftijd naar de Amazonejungle om hum jeugddroom waar te maken. Het maken van een Blockbuster. Omdat de film Anaconda (1997) voor de groep toentertijd een openbaring was, moet de Blockbuster een nieuwe versie van die film worden.
Anaconda is een avontuurlijke actiekomedie en geen goede film. De film is een aaneenrijging van standaardsituaties. Het verhaal is voorspelbaar en boeit amper. De vier begeven zich naar de Amaone, huren daar een slangenbezweerder met een slang, huren een boot en zakken de rivier af. Vervolgens geburt hetgeen dat je verwacht dat er gebeurt. Ok, niet helemaal, want er loopt nog een tweede verhaallijn naast de hoofdlijn. Een lijntje dat handelt over illegale goudzoekers en behoorlijk vervelend en volkomen overbodig is. Het enige aangename dat het tweede lijntje oplevert is de aanwezigheid van Daniela Melchior die er leuk uitziet, sporadisch in beeld is en helemaal niets aan de handeling bijdraagt.
De film is niet spannend. Niet avontuurlijk. En misschien nog wel het meest teleurstellende: de film is niet grappig. Het scenario is schaamtevol slecht. Geen enkele acteur wordt uitgedaagd om iets bijzonders van zijn rol te maken. Thandive Newton fungeert slechts als aangever voor de "grappen" van de andere personages. Steve Zahn vertelt onleuke grappen over drugs. Paul Rudd speelt mechanisch en lijkt zijn gevoel voor komische timing kwijt te zijn. Jack Black voert zijn gebruikelijke onemanshow op maar (eerlijk is eerlijk) wist mij als enige af en toe een lach te ontlokken.
Het meest vervelende aan de film vond ik de voorspelbaarheid. Elke scène in de film ziet er kunstmatig geconstrueerd uit. De opbouw van een scène werkt bijna zonder uitzondering naar een pointe toe die gemakkelijk voorspelbaar is. En behalve voorspelbaar vooral ook erg ongrappig. Anaconda is een film waaraan je niet kunt afzien dat er bij de totstandkoming inspiratie aan te pas is gekomen. Anaconda is een nietszeggende film. Ben trouwens wel nieuwsgierig geworden naar de film uit 1997. Dat heeft dit vehikel dan wel voor elkaar gekregen.
Het regiedebuut van Don Siegel die later furore zou maken met andersoortige films als Dirty Harry en Escaoe from alcatraz. The Verdict is een moordmysterie dat zich tegen een sfeervolle Londense achtergrond afspeelt. Londen in de late 19e eeuw. Een Victoriaans decor. Mistflarden zwieren door de sombere Londense straten die schaars worden verlicht door gaslantaarns. Op straat draagt men een hoge hoed en is men in het bezit van een wandelstok. Men verplaatst zich per koets. Een transportmiddel dat zich luidkeels over de klinkersstraten voortbeweegt. Bij een calamiteit blaast een politieagent op een fluitje. Kortom, er is aprake van een heerlijke clichématige setting. Hollywood pur sang.
Hoofdrollen voor Sydney Greenstreet en Peter Lorre. Giganten van het witte doek in de jaren 40. Greenstreet als de uitgerangeerde en verongelijkte inspecteur. Lorre als bon vivant en leverancier van wat lichtzinnigheid. Prima acteurs. Het verhaal is leuk om te volgen en weet een spannende laag te kweken. Er zijn voldoende gegadigden om als dader te worden gekwalificeerd en het is leuk puzzelen hoe een moord kan worden gepleegd terwijl de kamer waarin dat gebeurt van buiten is afgesloten en de sleutels aan de binnenkant in het slot zitten. De speelduur van 86 minuten is te overzien. Leuke afloop ook. De uiteindelijke onthulling van de dader is misschien niet echt overtuigend maar wel prettig verrassend.
Regisseur en coauteur Agnieszka Holland doet een poging om het moeilijk te vatten leven en werk van Franz Kafka in een filmische vorm te gieten. Franz is een film die meer pretenties heeft dan het chronologisch aaneenrijgen van gebeurtenissen die een overzichtelijke levensbeschrijving opleveren. Holland maakt een onrustige, soms aangrijpende, veelal afstandelijke en soms vermoeiende film.
In het middelpunt van de film staat acteur Idan Weiss die niet alleen een frappante gelijkenis met de auteur vertoont maar aan zijn personage tevens gedragingen toevoegt die het personage meer laat zijn dan een goed gelijkende protagonist. Weiss laat zijn personage een gejaagde, gestreste indruk maken. Zijn blik drukt wanhoop en verwondering uit. Het is alsof hij door onzichtbare machten is omringd die hem beïnvloeden. Sterke rol.
Kafka wordt geportretteerd als een mens die manoeuvreert tussen de druk die hem door zijn omgeving wordt opgelegd en zijn innerlijke demonen. Een mens wiens dagelijkse bestaan wordt bepaald door plichtsbesef, schuldgevoel en beroepsmatige verwachtingen die zijn familie hem oplegt. Een beklemmende levenssituatie die weinig ruimte laat voor artistieke oprispingen. Je kunt je voorstellen dat de beklemmende vervreemding die Kafka ervaart uitmonden in romans als Het Proces en Het Slot. De film laat het creatieve proces dat leidt tot de literaire werken trouwens niet expliciet zien maar neemt genoegen met gesprekken met vrienden en vage insinuaties die duiden op een bepaalde richting in Kafka’s denkproces. Het zijn geen hartstochtelijke ontboezemingen. De figuur Kafka is ondoorzichtig, ongrijpbaar en houdt afstand tot de kijker.
In de loop van de film wordt de afstand zelfs groter als Holland elementen uit de tegenwoordige tijd inbrengt en in de biografie integreert. Zo wordt de kijker opeens geconfronteerd met toeristen die zich met smartphones in de hand voor het geboortehuis van Kafka ophouden en zich vervolgens te goed doen aan een Kafka-hamburger in een fastfoodrestaurant. Ik zat niet echt te wachten op dergelijke scènes die kritiek uiten op buitensporig consumentengedrag in relatie tot de integere en ingetogen kunstzinnigheid van de auteur Kafka die zich ruim een eeuw eerder in dezelfde contreien ophield. En ja, ik weet het. Vervreemding is een belangrijk thema in de werken van Kafka maar maak dat dan zichtbaar in de biografie zelf. Dat vertoort het kijkritme niet en is een stuk minder vermoeiend.
Erg vervelend dat Holland het niet gewoon houdt bij de biografie van Kafka. De film is in eerste instantie een uitstekende biopic die zich jammerlijk genoeg ontplooit tot een cultuurkritisch essay. De film doet erg zijn best meer te zijn dan een standaard portret van een kunstenaar. Juist door die pretentie blijft Kafka een ongrijpbaar en ontoegankelijk personage. Ik was graag dichterbij gekomen.
Film waarin twee tegengestelde protagonisten met elkaar te maken krijgen. De een is verkoper in een winkel, heet Matthew en staat veraf van zaken als zelfbewustzijn, roem en rijkdom. De ander is een bekende popster met de naam Oliver die wel over deze dingen beschikt. Matthew maakt indruk door zijn desinteresse in Oliver’s beroemde status en wordt opgenomen in de entourage rond de popster. Een entourage die vooral bestaat uit vrienden van de popster.
Met subtiele spot en een goed gevoel voor de materiële en sociale verschillen tussen de personages ontleedt regisseur en schrijver Alex Russel in zijn filmdebuut de delicate machtsverhoudingen tussen de personages. Dat de vriendengroep Matthew niet accepteert is overduidelijk. De provocaties zijn geen initiatierituelen maar zijn heldere afbakeningen van grenzen die vastliggen en niet kunnen worden opgeschoven. Het is een interessant steekspel om te aanschouwen.
Terwijl Oliver een vrij gemakkelijk te lezen personage is, blijven Matthew’s motieven onduidelijk. Oliver is de verwende popster met de grillen van een popster. Een man met een geringe mate van empathie, een snel wisselende mening en gewend om geadoreerd te worden. Er is hem alles aan gelegen om populair te blijven. Matthew is moeilijker te lezen. Zijn gewiekste streven om deel uit te maken van de entourage gaan verder dan slechts de zucht naar roem en rijkdom. Misschien is zijn narcisrische karakter dat hij overigens deelt met Oliver de reden.
De score is aan mij niet besteed maar is functioneel. In de film geïntegreerd zijn videofragmenten. Niet geslaagd, wat mij betreft. Omdat Matthew de opdracht heeft gekregen een film te maken over Oliver is Lurker doorsneden met videofragmenten die me deden denken aan fragmenten uit een found footage film. Behalve dat de video-esthetiek lelijk is en de fragmenten niets exceptioneels toevoegen, creëren de beelden onnodige onrust.
The Lurker is zowel een psychologische thriller, als een satire over de popindustrie als een sociaal drama. De film onderzoekt de destructieve synergie die voortkomt uit een sociale structuur die zowel wordt gevoed als bedreigd door narcistische impulsen. Lurker is een stilistisch niet fraai geschoten maar wel Interessante film.