Dat slecht weer een vraatzuchtig monster in een ongewoon habitat deponeert, komt vaker voor in een horrorfilm. In films als Crawl (2019) en Bait (2012) zijn het respectievelijk krokodillen en haaien die mensen belagen op plekken waar ze normaal gesproken niets te zoeken hebben. In Thrash zijn het stierhaaien die een ondergelopen stadje onveilig maken. Het is duidelijk dat Thrash met zijn plotlijn niet uitblinkt in originaliteit. Ook op andere vlakken liggen de ambities op een laag niveau.
Neem de personages. Die zijn zo karakterloos ingevuld dat hun lot totaal oninteressant is. In Thrash is het zelfs teveel gevraagd om de personages van een minimum aan ronding te voorzien om tenminste een snufje empathie bij de kijker los te weken. De personages zijn niet meer dan wegwerpmateriaal dat slechts fungeert als potentieel aas voor de vraatzuchtige stierhaaien. Zelfs een zwangere vrouw die dreigt te worden verslonden, maakte bij mij niet meer los dan de verontwaardigde gedachte: “Kan dat niet wat sneller”?
Ook zonder vette karakterschetsen had een film als Thrash kunnen vermaken. Door er humor in te gooien bijvoorbeeld. Verlaat het serieuze pad en steek de draak met personages en gebeurtenissen. Het had van mij gemogen. Humor bezit de film echter niet. Een andere mogelijkheid was geweest om in te zetten op veel en op spannende actiescènes. De actiescènes zijn namelijk niet erg indrukwekkend.
En dat terwijl regisseur en schrijver Tommy Wirkola in films als Violent Night (2022), I Onde Dager (2021) en What Happened to Monday (2017) zowel op het humoristische als op het spannende vlak laat zien veel meer in zijn mars te hebben dan wat hij in Thrash laat zien. Het is derhalve des te teleurstellender om te moeten constateren dat Thrash niet meer is dan een saaie en vervelende film.
Een behoorlijk stompzinnig verhaal over drie volwassen mannen die geen afscheid kunnen nemen van hun schooltijd en op de campus van hun oude universiteit een studentenvereniging oprichten. En dat betekent dat de film vol zit met grappige gebeurtenissen die allemaal met drank, drugs en seks te maken hebben. “Let’s Party” is het motto van de film. De zoveelste versie van National Lampoon's Animal House (1978), zou je kunnen zeggen. Het type humor in Old School is dan ook bekend en belegen.
Desondanks kijkt het allemaal wel lekker weg. Het protagonistentrio dat bestaat uit Vince Vaughn, Luke Wilson en Will Ferrell doet je soms vergeten dat de setting en de humor bepaald niet origineel zijn. Ik geef toe dat ik meer dan eens in de lach schoot. Vooral bij de scènes met Will Ferrell. Hij is van de drie hoofdpersonages de meest idiote. De meest excessieve. De meest aangedikte. Al zijn acties zijn belachelijk en hebben chaos tot gevolg. Ik vond dat erg grappig. Ik geef meteen toe dat ik een simpele ziel ben.
Na verloop van tijd was het zelfs voor deze simpele ziel genoeg. Tijdens het laatste halve uur was voor mij de koek wel op. Opeens was het voorbij. De personages verloren hun glans. De humor deed het niet meer. Opeens werd het een taaie zit. Old School is voor het grootste deel een vermakelijke film maar duurt ondanks de korte speelduur gewoonweg te lang.
Argeloze wandelaars ontmoeten midden in het bos een vrouw die haar gezicht heeft bedekt met een poppenhoofd. Ze maakt een agressieve indruk, leeft in een als poppenhuis ingericht hutje in het bos en is overduidelijk niet goed wijs. Dolly is een slasher waarin een poppenvrouw verantwoordelijk is voor verminking, moord en doodslag. De film lijkt geïnspireerd door horrorwerk uit de jaren 70. Texas Chainsaw Massacre en andere slashers waarin gemaskerde moordenaars rondlopen. Grimmig in beeld gebracht en behoorlijk bruut. Niet Terrifier-bruut, maar jaren 70 bruut. Tot zover prima.
Maar dan. Het verhaal is voorspelbaar en beperkt zich in feite tot het jager-prooi motief. Een motief dat in herhaling treedt en nogal wordt uitgerekt. Heel spannend en sfeervol vond ik het niet. Behalve door het voorspelbare verloop werd mijn geduld op de proef gesteld door de killende poppenvrouw. Vond haar niet bijster creepy. Eerder vrij vervelend. Ze wordt trouwens gespeeld door Max The Impaler, die een non-binaire worstelaar schijnt te zijn. Ach ja, alles voor de cultstatus en meteen een reden om met Dolly II op de proppen te komen. Ik hoop van harte dat elke reden ontbreekt.
Dolly is geen goede film. Niet spannend, erg uitgerekt en geen indrukwekkende killer. Technisch ziet de film er goed uit. De effecten zijn oké. Aan gore en bloed geen gebrek. Hier en daar nog een geslaagd knipoogje. Best leuk, maar al met al te weinig om bijzonder enthousiast van te worden.
Muna's smartphone. Een warme vrouwenstem leest berichtjes voor die een leven schetsen dat in het teken staat van gemeenschapszin, rechtvaardigheid en geluk. Die heerlijke boodschap brengt de tieners Muna en Doe ertoe om hun leven in Groot-Brittannië vaarwel te zeggen en een roadtrip te ondernemen naar Syrië om zich daar als bruiden te melden voor IS-strijders. Hoe naïef kun je zijn. "Geloven die jonge vrouwen nu werkelijk dat een leven in een oorlogsgebied onder fundamentalistische controle in een patriarchaal systeem hun voorspoed en geluk zal brengen", vroeg ik me af. Moeilijk te vatten, maar in deze film bestaat het. En waarschijnlijk nog steeds in de wereld buiten de film.
Hoe de vriendinnen in de ban raakten van islamistische propaganda, hoe ze contact legden met hun contactpersonen ter plaatse in Syrië en hoe ze zich hun leven daar concreet voorstellen, blijft vaag. De motivatie om de reis te maken is iets transparanter. Die wordt verduidelijkt in flashbacks die fragmentarisch in de film zijn ingebracht en nare gebeurtenissen tonen die er de oorzaak van zijn dat Muna en Doe van hun families en leefwereld zijn vervreemd. De flashbacks tonen familieconflicten, provocaties op school en gewelddadige confrontaties met leeftijdgenoten. De scènes maken de reden voor de vervreemding absoluut duidelijk maar bieden weinig houvast voor de ingrijpende beslissing om bruid te worden. Ik vond het wat kort door de bocht.
De personages Muna en Doe zijn interessant ingevuld. Muna die niet bijzonder opvalt door exotische uiterlijke kenmerken is het extraverte type. Ze vertoont typisch tienergedrag. Ze is opstandig, rebels en luidruchtig. Van haar komt het baldadige initiatief om de roadtrip te ondernemen. Een ideologische grondslag lijkt bij haar niet aanwezig. Haar vriendin Doe is anders. Naast Muna heeft ze geen vrienden. Doe is een stil en bedachtzaam type met een exotische uitstraling. Ze is donkergekleurd en draagt een hidjab. Zij heeft veel meer dan Muna te lijden van racistisch gedrag in haar omgeving. Toch lijkt haar beslissing om naar Syrië af te reizen meer te zijn gebaseerd op het vooruitzicht om haar vriendschap met Muna te kunnen verstevigen dan op een ideologisch motief.
Regisseur Nadia Fall maakt een indringende film met als stabiel middelpunt de vriendschap tussen de beide jonge vrouwen die zich samen door het verhaal bewegen. De roadtrip levert een aantal bijzondere ontmoetingen op die behalve dat ze amusant en intrigerend zijn er tevens aan bijdragen dat de kijker de beide hoofdpersonages nog beter leert kennen. Het verhaal wordt door die uitastapje verlevendigt maar komt mede door die uitstapjes wat verdwaald over. Het verhaal dwarrelt en heeft geen duidelijke kop en staart. En dat sluit weer mooi aan bij het gedrag van de personages die weliswaar een herkenbaar anker vormen in het deinende verhaal maar in hun doen en laten eveneens een verdwaalde indruk maken.
De Syrische actualiteit waar de beide tieners naar op weg zijn, raakt in de loop van de film steeds meer op de achtergrond. De dramatische kracht van de episodische verhaallijn is persoonlijker en ligt in de belevenissen tijdens de roadtrip en de levensechte vertolkingen van de getalenteerde nieuwkomers Safiyya Ingar en Ebada Hassan als respectievelijk Muna en Doe. Hun onderlinge interactie is naturel en dynamisch. Hun belevenissen en ervaringen zijn ontroerend, schokkend en grappig. Het einde van de film had ik ingecalculeerd maar was desalniettemin confronterend en veelzeggend.
Pfau - Bin Ich Echt? vertelt van Matthias die wordt ingehuurd om een rol te spelen. Tegen betaling speelt hij (al naar gelang de opdracht) iemands partner, zoon of wie de klant ook maar wenst. De voortdurende wisseling van identiteiten maakt het lastig voor Matthias om zichzelf te zijn. Hij is zichzelf kwijt geraakt. Wie is hij eigenlijk zelf?
In eerste instantie deed de film mij denken aan Rental Family (2025). Die film zag ik een tijdje terug en die film speelt met hetzelfde thema. Gelukkig volgt dit verhaal een andere route en is er eigenlijk alleen de beroepsmatige overeenkomst en dat levert een interessant thema op. Regisseur en schrijver Bernhard Wenger beschrijft in zijn debuutfilm hoe iemand steeds aan de verwachtingen van anderen voldoet en vergeet wie hij zelf is. Het is iets dat in mildere vorm ook in het dagelijkse bestaan van de kijker voortkomt. Tot op zekere hoogte zijn we gewend om ons iets anders te profileren dan als de persoon die we werkelijk zijn. De neiging om je identiteit te verfraaien, steekt natuurlijk vooral op de onlineplatforms de kop op. Het leven op sociale media wordt gekenmerkt door de wens om iemand te spelen die je niet zelf bent. De interactie met andere gebruikers op de platforms stimuleert die wens nog eens.
De film legt deze verbanden overigens niet expliciet, maar bracht mij impliciet tot deze gedachtegang die derhalve geheel voor mijn rekening is. Ik heb niet het idee dat er een intellectuele opzet achter de film steekt. De film wil vooral vermaak bieden en zet veel in op humor. Absurde humor. Het scenario biedt daartoe voldoende mogelijkheden en plaatst Matthias in curieuze situaties. En passant deelt de film nog wat satirische kwinkslagen uit aan de mensen die zich in de bovenlaag van de samenleving bevinden door de leegte achter hun hautaine fundament te accentueren. Altijd leuk.
Hier en daar treedt tijdens het kijken een gevoel van stilstand op als situaties zich enigszins herhalen en het personage Matthias weinig ontwikkeling doormaakt. Het vervelende van een innerlijk leeg persoon is natuurlijk dat hij als zichzelf niet erg boeiend is. Gelukkig gebeurt er over het algemeen voldoende om de momentjes van stilstand niet al te zwaar te laten wegen in het kijkplezier. Wat vooral blijft hangen na afloop is dat ik naar een eigenaardige, fascinerende en humoristische film heb gekeken.
In Prange draait het om de mensen in een appartementencomplex. In het middelpunt van de film staat de titulaire Prange. Een alleenwonende, chagrijnige en teruggetrokken man die met niemand iets te maken wil hebben. Althans is dat de indruk die hij vestigt. Eigenlijk verlangt de norse Prange ernaar om door anderen geaccepteerd te worden. Prange is helaas niet erg bedreven in de omgang met mensen. Hij zegt en doet net de verkeerde dingen en reageert onhandig in het bijzijn van anderen.
Prange is een komedie. Het komische element is gelegen in Prange’s gedrag dat wat conflictjes en pijnlijke situaties oplevert. Best amusant maar niet heel erg grappig. Daarvoor is de humor gewoon niet oorspronkelijk en scherp genoeg. De aankleding van de personages is daarnaast tamelijk vlak. Met de voltrekking van een paar opvallende karaktereigenschappen houdt het wel op. Er is net genoeg moeite gedaan om het minimum aan vereiste kenmerken op de personages te plakken om empathie te kunnen opbrengen. Net genoeg om je meegaand op te stellen en je te amuseren.
Prange klinkt nu misschien als een middelmatige film, maar dat is hij nu ook weer niet. Prange is geen luidruchtige film. Prange is een ingetogen film. En zo af en toe maakt het portret van de bewoners van een appartementencomplex iets meer los dan een geamuseerd gevoel. Als de bewoners in de loop van de film meer naar buiten treden en meer met elkaar in contact treden, levert dat meermaals een vleugje ontroering op. En soms zelfs een bescheiden lach.
The Other Guys is een leuke onzinfilm over twee politiedetectives die het bureauwerk de rug toekeren en zich met de actieve misdaad gaan bezighouden. Ze worden prettig gespeeld door Will Ferrell en Mark Wahlberg. Ze zijn het hart van de film en vormen een onwaarschijnlijk duo. Aangezien komedie en onwaarschijnlijk goed samen gaan, werkt dat dus prima. Zoals vaker speelt Ferrell een personage dat met grote ernst de meest belachelijke handelingen verricht en de meest belachelijke teksten uitspreekt. Type nerd en tevreden met zijn bureaubaan. In tegenstelling tot Ferrell is Wahlberg blij dat hij het bureau de rug kan toekeren. Hij is van de actie. Een leuk contrast dat de absurditeiten van Ferrell nog eens extra beklemtoont.
Een ander geslaagd contrast dat op de lachspieren werkt is het contrast tussen de nerd Ferrell en zijn bloedmooie vrouw Eva Mendez. Een looser en een droomvrouw en aanleiding tot leuke humor. Dwayne Johnson en Samuel L. Jackson doen mee. Hun optreden is van korte duur maar de badass cops die zij spelen zijn een geslaagde parodie op de badass cops in een no-nonsense actiefilm. Hoewel The Other Guys dus niet in die categorie valt is het met de actie goed gesteld. Veel prima actie die uiteraard ietwat overdreven wordt in het kader van het komische gehalte van de film. Het tempo is hoog en hoewel de humor niet altijd even geslaagd is, zet de verveling nooit in. The Other Guys is als gezegd leuke onzin.
Psycho Therapy: The Shallow Tale of a Writer Who Decided to Write about a Serial Killer (2024) 3,5
Alternatieve titel: The Shallow Tale of a Writer Who Decided to Write about a Serial Killer, 7 april, 03:13 uur
De seriemoordenaar kom je normaliter tegen in thrillers en horrorfilms. Geen wonder natuurlijk, want het regelmatig vermoorden van een mens is immers een tamelijk duistere aangelegenheid. Er zijn uitzonderingen. Onlangs zag ik het leuke en luchtige How to Make a Killing (2026). Een komedie waarin de protagonist een aimabele seriemoordenaar is. In Psycho Therapy is de hoofdpersoon schrijver Keane die behalve met zijn relatie ook met een nieuw boek worstelt. Hij loopt bewonderaar en ex-seriemoordenaar Kollmick tegen het lijf die hem met zijn verhalen van inspiratie wil voorzien om hem van zijn writer’s block te verlossen. .
In het begin denk je nog dat de film zich op een of andere manier dan waarschijnlijk gaat bezighouden met de levensgeschiedenis van Kollmick, die met zijn gruwelijke verhalen schrijver Keane inspireert om een boek te schrijven volgens het motto: om succes te hebben, moet je aan de laagste instincten van de lezer appelleren. De film laat deze insteek al vroeg in de film vallen en spint een verhaal rondom een misverstand. De seriemoordenaar wordt door Keane’s eega voor een relatiecoach aangezien. Het misverstand levert een aantal verrekt grappige scènes op waarin Kollmick zijn moordlustige ervaringen op een manier inzet die klinkt als gedegen psychologisch advies.
Regisseur en schrijver Tolga Karacelik maakt met Psycho Therapy een leuke debuutfilm. Een film met fijne zwarte humor. Een film met komische gebeurtenissen. Een film met een prima cast. Steve Buscemi speelt de curieuze en praatgrage seriemoordenaar. John Magaro is de ietwat wereldvreemde schrijver. En Britt Lower is de koele echtgenoot. Leuke personages die plezierig interacteren en aldus bijdragen aan het vermaak. Als punt van kritiek zou je kunnen zeggen dat de film hier en daar aan de timide kant blijft waar explosievere escalatie wat mij betreft best had gemogen. Hoe dan ook. Een prima debuut. Benieuwd naar de volgende van Karacelik.
Alternatieve titel: The Cleaners, 7 april, 03:13 uur
Ignore. Ignore. Delete. Delete. Ignore. Ignore. Ignore. Ignore. Ignore. Een anonieme persoon zit voor een beeldscherm in een donker verlaten kantorencomplex. Flikkerende beelden glijden over het scherm. De muis klikt kil. Delete of ignore. Een beslissing die in enkele seconden wordt genomen. De anonieme persoon is een contentmoderator. Hij zorgt ervoor dat de content van sociale media voldoet aan de richtlijnen zoals die hem zijn bijgebracht. Hij zorgt voor orde en netheid op de onlineplatforms. Of zijn opdrachtgever door Google, Facebook of Twitter wordt betaald mag hij niet zeggen. Ook zijn identiteit mag hij niet prijsgeven.
De documentaire “The Cleaners” doet onderzoek naar de mensen of instanties die bepalen wat de bezoeker van sociale media wel en niet te zien krijgt. Hoeveel contentmoderatoren er zijn is onbekend. Wel is bekend dat de meeste moderatoren in de Filipijnen werkzaam zijn. Tijdens zijn dienst krijgt de contentmoderator 25.000 posts te zien waarover hij moet beslissen. Delete of Ignore. De moderator heeft dus slechts zeer kort de tijd om die beslissing te nemen. Slechts enkele tellen. Dat klinkt absurd. Ook absurd is het dat de beslissing wordt genomen door iemand die weliswaar handelt volgens bepaalde richtlijnen maar die daarnaast de dingen ontegenzeggelijk in een andere culturele context ziet.
De vijf (deels nog werkzame) moderatoren die door regisseurs Hans Block en Moritz Riesewieck aan het woord worden gelaten zijn/waren bijzonder gemotiveerd om hun werk te doen. Ze zien en zagen zichzelf als schaduwstrijders en bewakers in de strijd tegen kinderprostitutie, terrorisme, laster en vuiligheid. Eén iemand heeft het over een politieke missie en een ander laat haar religieuze geweten haar drijfveer zijn. Expliciete negatieve kanten van het werk komen ook aan bod. De psychische gevolgen van een voortdurende blootstelling aan extreme vormen van menselijk handelen zijn er onmiskenbaar. Sommigen stoppen met hun werk. Anderen verdringen de heftige indrukken. En weer anderen zoeken hun toevlucht in activiteiten van hedonistische aard.
De documentaire verschaft de kijker een goed beeld van de werkwijze van deze contentmoderatoren. Van de manier waarop zij beelden bekijken, analyseren en als geschikt of ongeschikt classificeren. De enorme kloof tussen de vooruitstrevendheid van de ontwikkelaars uit Sillicon Valley en de reële gevolgen van deze enthousiaste visie voor de wereld van de sociale media wordt nog eens duidelijk gemaakt door de woorden van Marc Zuckerberg die het heeft over een onlinegemeenschap die de wereld verbindt. Dat van die verbinding klopt inderdaad, maar hij zal er hopelijk geen verbinding op basis van geweld, extremisme of seksuele perversiteiten mee hebben bedoeld.
De documentaire brengt dit spanningsveld weliswaar aan het licht maar laat het daarbij. Digitalisering is een zegen en een vloek tegelijk. De film schetst een beeld van de moderne samenleving waarin mensen dicht bij elkaar zijn gekomen maar niet per se in harmonieuze en positieve zin. Maar ach, dat wisten we eigenlijk al. Interessanter was het om de contentmoderatoren aan het werk te zien en te beseffen dat zij in een nanoseconde bepalen wat de sociale media gebruiker aan verheffende content te zien krijgt.
In 2002 schreven de honkballers van Oakland Athletics geschiedenis door twintig wedstrijden achtereen te winnen. Dat deden ze met een gering budget en zonder grote spelers. Het geheim heette Peter Brand (Jonah Hill) die een onorthodoxe methode ontwikkelde die de waarde van een speler in een getal uitdrukte. Uit de optelsom van alle spelers kon hij afleiden hoe goed en uitgebalanceerd een team werkelijk was en hoe groot de kans was om een wedstrijd te winnen. De film richt zich op de twee personages die ondanks veel weerstand de rekenmethode inzetten om een team samen te stellen. De film richt zich op Peter Bland en coach Billy Beane (Brad Pitt).
Moneyball houdt zich met sport bezig maar is geen heuse sportfilm. Van de sporters zie je niet veel. Van de wedstrijden ook niet. Het is verbazingwekkend dat een drama dat zich met honkbal bezighoudt heel weinig sportieve actie laat zien. In Moneyball komt de spanning niet van het honkbalveld maar komt de spanning voort uit de vraag of de methode werkt, uit de frictie met de sceptici en uit de emotionele impact die de gehele kwestie heeft op de personages. Het zijn ingrediënten die uitstekend drama opleveren.
Het acteerwerk is goed. Niet enkel van Hill en Pitt, maar ook van de ondersteunende rollen die door gerenommeerde acteurs als Robin Wright, Chris Pratt en Philip Seymour Hoffman worden ingevuld. Het is plezierig om de personages te aanschouwen die zich ook nog eens van prima dialogen bedienen. Moneyball is een film die geen standaard underdogverhaal vertelt, maar een ander (droger) perspectief kiest. En ondanks het gebrek aan sportieve emotie lukt het de film om gewoon een spannende, levendige en interessante film te zijn.
Alternatieve titel: Amsterdamned 2, 6 april, 03:33 uur
Amsterdamned was een goede en spannende film. Het vervolg dat bijna 40 jaar op zich liet wachten is een solide film die prima vermaak biedt, maar die mijn verwachtingen niet geheel kon inlossen. Je ziet het vaker bij een vervolg op een succesvolle film. In het streven om zoveel mogelijk kijkers van het eerste uur nostalgisch te prikkelen en tegelijkertijd een nieuw publiek aan te spreken, gaat meestal iets verloren. Bij Amsterdamned II is dat niet anders. Het vervolg oogt minder fris, is narratief minder rechtlijnig en presenteert minder adembenemende actiescènes. Ook de toon van de film is anders. Laconieker. Luchtiger.
Nostalgische momenten zijn er voldoende. Alleen al het begin van de film doet denken aan het begin van de eerste film. En in de loop van de film herken je meer parallellen. De kijker die de eerste film niet heeft gezien zal vaker worden verrast dan de ervaren kijker. Toch weet regisseur en schrijver Dick Maas ondanks de vele parallellen tussen beide films voor voldoende spanning te zorgen om ook de ervaren kijker prima vertier te bieden. De film blijft dicht genoeg bij het origineel om de nostalgische kijker te bedienen en verwijdert zich er steeds net genoeg van om succesvol spanning en nieuwsgierigheid op te wekken.
De actiescènes stellen ietwat teleur. Grootschalige actie zien we pas later in de film en die actie zag er bij Maas wel eens beter uit. Holly Mae Brood is ok en het weerzien met oude bekende Eric Visser (Huub Stapel) is een leuk weerzien. Stapel vult de rol met een knipoog en veel zelfspot in. Dat past want het is vooral de luchtigheid die in deze film prominent aanwezig is. Prominenter dan in de eerste film in elk geval.
Neemt niet weg dat Amsterdamned II gewoon een solide thriller is waaraan Dick Maas bijna 40 jaar later een vleugje mysterie en een vleugje humor toevoegt. Amsterdamned II is niet zo goed als Amsterdamned, maar is zeker een film die prima vermaakt.
Leipzig in voormalig Oost-Duitsland net na de val van de muur. De jonge protagonisten in de film hebben weinig perspectief en verdrijven de verveling met herrie schoppen en het uitoefenen van kleine criminele activiteiten. Pogingen om constructief iets op te bouwen worden bemoeilijkt door rechts-radicalen die territoriaal gedrag vertonen en de boel saboteren. De verfilming van de roman van Clemens Meyer door regisseur Andreas Dresen is een humoristisch maar ook wat donker drama dat het tijdsbeeld goed weet te vangen. Het geheel wordt begeleid door een lekkere score.
De film weet de personages treffend neer te zetten in hun worsteling om in een sfeer van agressie en hopeloosheid hun eigen doelen na te streven en tegelijkertijd de onderlinge vriendschapsbanden te behouden. De film doet met name in de sfeerbeleving wel wat denken aan La Haine (1995). Omdat het verhaal op sommige momenten wat hapert en daarmee de indringende beleving af en toe verstoort, is de totale impact echter iets minder dan de impact die La Haine heeft. Het acteerwerk van de jonge cast is overigens goed. Iets beter dan goed zijn hoofdpersonage Merlin Rose en de fascinerende en mooie Ruby O. Fee die mij tot dit moment onbekend was. Van haar wil ik nog wel wat ander filmwerk zien.
Andreas Dresen en scenarist Michael Kohlhaase vertellen in Als Wir Träumten een interessante geschiedenis over jongeren die op zoek zijn. Op zoek naar een hoopvolle toekomst. De film weet te bekoren door zijn humor, zijn realisme, zijn fijnzinnige benadering van de belevingswereld van de jonge protagonisten en door het overtuigende acteerwerk. Fijne film.
De film is gebaseerd op de roman ‘The Autobiography of a Criminal' van Roy Horniman. Er is een eerdere film die gebaseerd is op die roman. Uit 1949 stamt Noblesse Oblige. Een film die ook hedentendage nog goed wordt gewaardeerd. Nu dus na ruim 75 jaar een nieuwe film die het verhaal vertelt van een man die in lijn laag op de erflijst voor het familiekapitaal staat en daarom besluit de erfgenamen die hoger in de lijn staan uit de weg te ruimen. How to Make a Killing is niet de klassieker die Noblesse Oblige is. How to Make a Killing is desondanks een vermakelijke film.
De film speelt zich niet meer af in Engeland maar in de Verenigde Staten. Traditionele adel vind je daar niet. Vandaar dat de familie niet meer van adellijke afkomst is, maar behoort tot de superrijken, die evenals leden van de adellijke stand in een eigen wereld leven. Een wereld waartoe protagonist Becket tot zijn teleurstelling geen toegang heeft. Nadat Becket moreel afglijdt tot lijdend voorwerp, keert hij de zaken om. Best grappig hoe hij het heft in handen neemt en dat met een zekere zelfvoldaanheid becommentarieert. Ook humoristisch zijn de moordaanslagen die soms redelijk bruut zijn en behoorlijk absurd.
Glen Powell is Becket. Doet ie goed. Terwijl hij de ene verschrikkelijke daad na de andere pleegt, is hij zelf steeds verbaasd over zijn talent en blijft hij een charme houden die maakt dat je zijn daden nooit met afschuw bekijkt. Je kunt aan hem geen hekel hebben. Dat de familieleden die hij opruimt, behoorlijk overdreven zijn vormgegeven en duidelijk niet de meest aardige personen in het universum zijn, helpt natuurlijk. Veel indruk maakt de film inoudelijk en cinematografisch niet. How to Make a Killing is een film die simpelweg vermaak biedt. Meer pretenties heeft de film ogenschijnlijk niet. Missie volbracht wat mij betreft. Prima film.
Vanaf het begin zet de film in op een onheilspellende atmosfeer. Daarbij vertrouwt Pretty Lethal vooral op de settingen. Een donker bos waarvan de film al snel afscheid neemt zonder dat er iets bijzonders gebeurt. En een afgelegen herberg die er zo ongastvrij uitziet dat je je afvraagt waarom iemand daar uit vrije wil zou willen verblijven. Het grootste deel van de film speelt zich in de herberg af. Een herberg waar ongure types huizen, de misdaad welig tiert en waar een onschuldig groepje balletdanseresjes komt binnen vallen.
Regisseur Vicky Jewson begint al vroeg met de escalatie. Er is actie. Er vallen doden. Balletdanseresjes versus geharde gangsters. Erg overdreven en tamelijk absurd. Ah, een komedie, denk je dan. Nee hoor. De bedoeling is om het serieus te nemen. Dat valt niet mee gezien het absurde scenario en de overtrokken karakterisering van de personages. De film is een matige actiethriller. Ik probeerde de film dus als een leeghoofdige actiekomedie te bekijken. Dat lijkt in eerste instantie beter te werken ware het niet dat Pretty Lethal behalve een matige thriller eveneens een matige komedie is.
Slappe hap. De film slaagt met zijn duistere settingen. De film slaagt ook nog met het frisse spel van de acteurs. Spannend is de film niet. Grappig ook niet. De inhoud stelt weinig voor. Het verhaal hangt van toevalligheden aaneen en zit vol herhaling. In beginsel is actie gecombineerd met ballet nog wel leuk om te zien. Na de zoveelste balletachtige actiescène haalde ik vermoeid mijn schouders op. Uma Thurman doet trouwens ook mee. Ik las het achteraf. Ik had haar niet herkend. Zal de vermoeidheid zijn geweest.
Het is 1943 en aan het Oostfront moet de vijfkoppige bemanning van een Duitse Tiger tank dwars door vijandelijk gebied manoevreren om een Duits kopstuk op te sporen en in veiligheid te brengen. Een welhaast kansloze missie. Der Tiger is een film die spannende indruk maakt bij de gevechtsscènes. Ook spannend zijn de scènes waarin de tank zich door vijandelijk gebied beweegt en de kans aanwezig is dat de tank wordt opgemerkt door de vijand en wordt aangevallen. Mooi en sfeervol gefilmd. De dreiging is voelbaar.
Regisseur Gansel zet in op meer dan een spannende oorlogsfilm. Hij boort een diepere laag aan. Er is ruime aandacht voor de psychische demonen waarmee de afzonderlijke leden van de tankbemanning kampen. De diepere lagen worden blootgelegd in gesprekken die de bemanning onderling voert, in gedachten die worden geopenbaard en in levensverhalen die worden uitgewisseld. Soms ook wordt de kijker een flashback ingezogen. Met name in de flashbacks van tankcommandant en hoofdpersonage Philip Gerkens die veel bezig is met een langgeleden gebeurd voorval.
De demonen bieden wat afleiding maar zijn niet heel noemenswaardig. Je vergeet ze ook weer snel. Omdat de psychische lasten de stereotypen niet overstijgen, is het enige doel dat de film daarmee bereikt dat de kijker met meer empathie naar de personages kijkt. Een niet onbelangrijk doel natuurlijk, maar je hoopt altijd op iets meer impact. Meer impact heeft de plotwending. Die is van surrealistische aard en nogal in tegenspraak met de aardse oorlogsdreiging die de rest van de film beheerst. Ik vond het nogal vergezocht hoewel de flashbacks van Philip Gerkens er meer zin door krijgen. Het einde heeft impact maar geeft geen heuse voldoening.
De film wil iets zeggen over de oorlog, over schuld en over het verleden dat je achtervolgt. Een aardser einde had die boodschap beter overgebracht. Mij zei het einde minder dan de maker waarschijnlijk voor ogen had.
Frank Oz maakt met Death at a Funeral een heerlijke zwarte komedie. Een komedie die laat zien wat er zoal mis kan gaan bij een simpele teraardebestelling. De film begint met de introductie van de personages die bij de begrafenis aanwezig zullen zijn. Tijdens de introductie worden de aanzetjes gegeven die in de loop van de film aanleiding zijn tot rampzalige gebeurtenissen. Het resultaat is een grappige film met heerlijke Engelse humor. Death at a Funeral ontpopt zich tot een vrolijk makende film.
Goed acteerwerk. Leuke personages. Allemaal een beetje excentriek en soms een beetje verstrooid. En allemaal hebben ze met wat pech te maken. Met die ballast slaan de personages zich door de gebeurtenissen en dat heeft een aantal hilarische scènes tot gevolg. Tegen het einde lijkt de koek op en gaat het allemaal wat moeizamer. De humor verkrampt iets. Geen ongewoon verschijnsel bij komedies die wel vaker moeite hebben om tegen het einde de originaliteit te bewaren en het niveau van de humor op peil te houden. Verder niets dan lof.
Over Helen (Claire Foy) die na de plotselinge dood van haar vader (Brendan Gleeson) in een emotionel gat terecht komt. In de training van een havik vindt ze afleiding. Zoveel afleiding dat ze haar familie, woning en werk verwaarloost. De afleiding wordt een obsessie. H Is For Hawk is een rustig lopend drama met sfeervolle beelden en goed acteerwerk.
Regisseur Philippa Lowthorpe baseert haar film op de gelijknamige autobiografie van Helen MacDonald. Ze vertaalt de roman in een film met veel aandacht voor sfeer en natuur. En dat is goed gelukt maar levert ook momenten op die veel van het geduld vergen. Meer dan de helft van de film bestaat uit scènes met Foy en de Havik. De havik die op de arm van Helen landt en weer wegvliegt. De havik die konijnen en ander wild vangt. De Havik op een stok in de woning van Helen. Mooie beelden, maar wel wat eentonig. Op den duur begint het repetitieve karakter van de scènes te knagen en is het net alsof je naar een natuurdocumentaire zit te kijken. De film die meer dan twee uur in beslag neemt is duidelijk te lang.
Daar staat tegenover dat de scènes met Foy en Gleeson erg mooi en vertederend zijn. Ik had in de film iets minder havik en iets meer interactie tussen de personages willen zien. Dat neemt niet weg dat een geduldige kijker zich kan laven aan prachtige natuuropnamen en dat zowel de geduldige als de minder geduldige kijker zich probleemloos kan laten ontroeren door de zware weg die Helen gaat om zich aan haar drukkende verdriet te ontworstelen. Ondanks wat concentratieproblemen als gevolg van het repetitieve karakter van de scènes met de havik, liet de film mij in dat opzicht zeker niet onberoerd.