Meningen
Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Gisaengchung (2019)
Alternatieve titel: Parasite
Parasite, zo’n film waarvan mensen je vragen wat voor film het is en je vervolgens geen idee hebt wat je dan moet zeggen. Dan blijkt maar weer hoeveel we toch in hokjes denken door middel van genres, want Parasite van Joon-ho Bong is zo’n beetje alles. Wel zitten er typische Bong- kenmerken in, die we ook al zagen in zijn eerdere films als Snowpiercer, Okja en The Host; een genrefilm met een vrij duidelijke maatschappijkritiek. Die kritiek is in Parasite ook weer duidelijk aanwezig, hoewel het er voor mijn gevoel iets minder bovenop ligt dan in zijn vorige twee films. Ik hoorde de naam Jordan Peele eerder voorbij komen en dat lijkt me wel een goede vergelijking; een komische film gemixt met allerlei andere genres en een vrij duidelijke boodschap. Maar vooral een uiterst boeiende film en zeer vakkundig gemaakt. De één noemt het een drama, de ander een thriller, maar - als ik dan toch de film in een hokje zou moeten plaatsen - is het vooral een scherpe komedie. Maar ach, waarom zouden we het in een hokje stoppen? Het is vooral een fijne, komische en zeer interessante film.
4 sterren.
Gladiator (2000)
Vond het begin niet bepaald veelbelovend, maar langzaam maar zeker werd de film steeds beter en ging het steeds iets meer boeien. Uiteindelijk had de film een aantal voortreffelijke gevechtsscènes en het acteerwerk van Crowe en de muziek van Zimmer waren van hoog niveau. Zal niet een film zijn die me erg lang nablijft en zeker een herziening kan m'n score film naar beneden halen, maar voorlopig zijn vier kleine sterren wel op z'n plaats.
4 sterren.
Glass (2019)
In een tijd waar het hebben van een film-universum bijna de norm is doet M. Night Shyamalan ook een poging. Hij brengt 26 superheld-personages bij elkaar in zijn eigen soort Avengers, een idee dat hij al aan het einde van Split aanstipte en wat voortborduurt op één van zijn beste films, Unbreakable. Bruce Willis en Samuel L. Jackson zijn na al die jaren weer terug, maar het is vooral James McAvoy die de show steelt. Dat deed hij al in Split, maar zelfs met grotere namen om hem heen blijft hij het hoogtepunt. Het verhaal van dit drietal is intrigerend, ik blijf het een interessant idee vinden om de verhalen van Unbreakable en Split samen te voegen. Jackson overtuigt als mastermind en bij Willis leek ook minder op de automatische piloot dan ik inmiddels van hem gewend ben. Glass laat mooi zien dat puur een gigantisch CGI gevecht niet boeit, een gevecht werkt enkel als de personages je interesseren. Ik keek enorm uit naar een gevecht tussen de onbreekbare Willis en het monster McAvoy. Daarin stelde Glass mij niet teleur.
Alsnog is Glass de minste film van Shyamalans superheld-trilogie. De film opent intrigerend en sterk en ook de finale is prima, maar het tussenstuk is te langdradig. Het verhaal van de drie hoofdpersonen wordt niet alleen via hen verteld, maar ook drie bijbehorende personages; de zoon van Willis (een terugkerende Spencer Treat Clark, leuk detail), het ‘vriendinnetje met Stockholm Syndroom’ van McAvoy en de moeder van Samuel L. Jackson. Alle drie krijgen ze naar mijn smaak net iets te veel tijd. Het werkt verder ook het niet echt bevorderlijk dat de make-up om de actrice die Jacksons moeder speelt ouder te maken echt óerlelijk is. Bijna alsof men wat rimpels tekende, grijze pruik erbij en voilà; je bent een oma.
Maar de meeste problemen had ik met het nieuwe personage; Sarah Paulson als de dokter die de drie heren gaat onderzoeken. Deze dame lijkt meer screentijd te krijgen dan de drie hoofdpersonen, maar dat komt ook door de enorme lappen tekst die ze krijgt om uit te spreken. Want meneer Shyamalan houdt nog steeds van lange, lange shots met mensen met hele trage, diepe monologen uitspreken met heel veel pauzes. Maar hoe meer deze slissende dokter in beeld kwam en begon te praten, hoe meer ze mij het bloed onder de nagels vandaan haalde. Wat dat betreft stelden de momenten met Willis, Jackson en McAvoy in deze film niet teleur, maar de film wijkt te vaak af en Shyamalan rekt de boel ook teveel. Ik zag liever een versie van 90 minuten zodat ik honger zou hebben naar meer. Nu was ik enigszins blij toen de film na tig lange ‘afsluit-shots’ eindelijk ook echt was afgelopen. Desondanks blijf ik het een sympathiek project vinden, maar het idee was iets leuker dan de uitvoering. En ach, Shyamalan heeft een beter superhelden-universum neergezet dan DC.
3 sterren.
Glengarry Glen Ross (1992)
Met de acteurs die James Foley bij elkaar heeft weten te rapen voor zijn verfilming van het toneelstuk Glengarry Glen Ross kan het eigenlijk al niet misgaan. Want tja, al zou je lui als Jack Lemmon, Ed Harris, Alan Arkin, Jonathan Pryce, Kevin Spacey etc 90 minuten lang samen een banaan zien eten, zou het nog vrij makkelijk interessant worden. Het is dus niet zo vreemd dat Glengarry Glen Ross prima weet te boeien met het fantastische acteergeweld en de vaak treffende dialogen. Enige nadeel is dat het niet de volledige speelduur boeiend blijft. Met name als de tweede helft wordt ingeluid, wil het allemaal nog wel eens inzakken. Verder interessant hoe weinig sympathieke personages de film kent en je toch met weinig moeite met de karakters meeleeft. Lemmon weet als enige sympathiek uit de hoek te komen, maar desondanks is het best vermakelijk om naar een stel ruziënde klootzakken te kijken. Vooral de speech van Baldwin in het begin is erg tof.
3,5 sterren.
Glimmer Man, The (1996)
De o zo standaard 'twee totaal verschillende agenten moeten samenwerken om een vreemde zaak op te lossen' formule wordt weer eens uit de kast gehaald. The Glimmer Man weet zich echter wel te onderscheiden van al deze soortgelijke films. Het script is namelijk drie keer zo belachelijk en het hoofdpersonage drie keer zo irritant. Seagal's karakter blijft maar doorzeuren met z'n monotone stem en gezichtsuitdrukkingen van een leverworst. Zelfs Cox en Gunton kunnen de film niet redden. En dan heb je nog het einde met dat rubberen hekwerk. 
1 ster.
Go West (1940)
Alternatieve titel: Marx Brothers Go West
Prima deel uit de filmografie van de Marx-broertjes, waarbij alle nodige ingrediënten aanwezig zijn, maar de film zich toch enigszins weet te onderscheiden van de rest. Ten eerste op negatief vlak, want de muzikale intermezzo's waren zelden zo belabberd als hier. Dat nummer op de koets was zo slecht nog niet, maar 'You Can't Argue With Love' was echt verschrikkelijk (wat een vreemd mannelijk stemgeluid kwam er uit dat mens). Ook qua plot en geslaagde grappen was Go West nergens echt bovengemiddeld. Gelukkig is daar na een uurtje een geweldige climax-scène met de trein. Daar komen in één klap een hoop energieke slapstick en toffe effecten voorbij, die alles goed maken. Desondanks is Go West zeker niet het beste van de gebroeders.
3 sterren.
Goal of the Dead (2014)
Met de timing om deze film op DVD uit te brengen is in ieder geval niets mis, zo tijdens het WK. Iedereen is in de ban van een slachting op Spanje en de zoveelste bijt-actie van Suarez, dus dan kan dit bloedbad uit Frankrijk er zeker wel bij. Goal of the Dead is opgedeeld in twee helften en beide helften duren iets meer dan een uur, wat deze horrorkomedie voor zijn genre een best lange film maakt. De film gaat dan ook niet enkel over voetbal en agressieve gemuteerde zombies, regisseurs Rocher en Poiraud komen met een flinke berg subplotjes op de proppen. Een romance, familieperikelen, concurrentiestrijd, hooligans met stadionverbod, de commerciële kant van voetbal en een belangrijke transfer komen onder andere voorbij varen. Sommige van deze verhaallijnen werken best aardig, maar bij veel van deze uitstapjes hoop je dat snel de krankzinnige mutanten weer aan komen hollen.
Want eerlijk is eerlijk, als de mutanten verschijnen is de film op zijn best. Goal of the Dead geeft ons geinige personages en best redelijke verhaallijnen, maar het is het lompe geweld, vaak gemengd met een portie gortdroge humor, dat de film echt interessant maakt. Telkens als de film even dreigt in te zakken door iets te veel zijtakken, brengen de vliegensvlugge mutaties weer leven in de brouwerij. Rocher en Poiraud hebben duidelijk goed gekeken naar het werk van Edgar Wright. De film zit dichtgesmeerd met snelle sequenties, afgewisseld met extreme slowmotion, en sterke droge humor in de stijl van de Britten. En ook de invloeden van Peter Jackson’s vroege werk zijn goed zichtbaar.
Je krijgt enkel het gevoel dat de makers zich qua gore en humor wat hebben ingehouden. Dat de Kijkwijzer ’12 jaar en ouder’ op de DVD heeft gezet, zegt genoeg. Zo had er wat betreft gore best iets meer registers opengetrokken mogen worden. En ook de humor had af en toe best iets zwarter en scherper gekund. Maar deze kleine minpunten wegen niet op tegen het ongenuanceerde amusement dat deze Franse horrorkomedie ons voorschotelt. Een avondje prima vermaak, zo tussen de wedstrijden van het WK door.
3,5 sterren.
Godfather, The (1972)
Alternatieve titel: Mario Puzo's The Godfather
Eindelijk gezien, het werd toch wel eens tijd om als filmliefhebber 'de film der films' gezien te hebben. Het is niet echt mijn genre en ik zag ook een beetje tegen die flinke lengte aan, maar echt tegenvallen deed de film niet. Er valt genoeg te zien in die bijna drie uur. Vooral aan het acteerwerk heb je genoeg afleiding om je niet te vervelen. Brando en Pacino zijn uitstekend, maar Caan stal voor mij de show.
Verder ziet de film er visueel uitstekend uit, er zitten een aantal schitterende en indrukwekkende scènes en inmiddels legendarische one-liners in. Af en toe had de film wat inzakmomenten, maar over het algemeen genomen wist het me prima te boeien. Het zal mijn favoriete film wel nooit worden, maar ik zie goed in waarom mensen dit als meesterwerk bestempelen.
Ik hou het zelf op 3,5 ruime sterren.
Godfather: Part II, The (1974)
Alternatieve titel: Mario Puzo's The Godfather: Part II
Ondanks dat ik de film, evenals de eerste film, een tikkeltje overschat vind, wist ook dit tweede deel van The Godfather me prima te vermaken. Op bepaalde momenten is de film zelfs beter dan de eerste. Vooral de wraak van de jonge Vito en de afrekening aan het einde, met name die van Fredo waren indrukwekkende momenten. Helaas had het script ook plaats voor een aantal minder interessante momenten, die naar mijn mening veel te lang duurden. Zó interessant zijn die personages nu ook niet.
3,5 sterren.
Godfather: Part III, The (1990)
Alternatieve titel: The Godfather, Coda: The Death of Michael Corleone
The Godfather III; een aardig, maar weinig opvallend afsluitend deel van de Godfather trilogie. Ben geen groot liefhebber van de eerste twee films, maar het verschil tussen die twee films en deze laatste is aardig duidelijk. Veel langgerekte scènes met eigenlijk maar weinig memorabele personages. Gelukkig leunt de film vooral op Pacino, die op een sterke manier terug in de huid van Michael Corleone is gekropen. Verder kent de film zeker zijn momenten, zeker de finale rondom de opera is sterk.
En tja, Sofia Coppola springt er inderdaad uit met een erg matig optreden. Dacht in eerste instantie dat het maar een kleine rolletje zou zijn, maar het bleek uiteindelijk nog een aardig grote rol. Jammer. Maar goed, verder vermaakt deze derde Godfather op zich prima, echter memorabel was dit niet bepaald. Vraag me dan ook af of deze film zo aangeschreven zou staan als dit een stand- alone film was en niet het afsluitende deel van de Godfather serie. Denk zelfs dat weinig mensen 'm dan nog zouden herinneren.
3 sterren.
Godzilla (1998)
Het zou ook te bespottelijk voor woorden zijn als men er niet in zou slagen om een film rondom een gigantisch monster dat een stad sloopt vermakelijk te maken. Het script rammelt aan alle kanten en de personages, en het bijbehorende acteren, zijn stuk voor stuk hopeloos (waarom een charismaloze vaatdoek als Broderick de hoofdrol geven?). En toch keek ik daar vrij makkelijk door heen, waarschijnlijk omdat dat uit de kluiten gewassen beest steeds in beeld kwam banjeren om er nog enigszins iets van te maken. Dom, lomp monsterfilmpje, dat vrij slecht is, maar daarom juist stiekem wel weet te vermaken.
Vooruit, 3 sterren.
Godzilla (2014)
Alternatieve titel: Gojira
Ongelofelijk hoe ze dit zó hebben kunnen verkloten.
Je dacht even dat het na die pure pulp van Roland Emmerich niet veel erger kon. Zeker na de eerste fantastische teaser van deze reboot (die gek genoeg snel daarna weer offline werd gehaald), de stijlvolle posters en Bryan Cranston, zonder meer één van de beste en interessantste acteurs van dit moment, aan boord. Ik keek er in ieder geval erg naar uit, maar zat uiteindelijk toch geregeld met het schaamrood op de kaken in de bioscoop.
Het was wellicht ietwat naïef om te verwachten dat deze Godzilla vernieuwend zou zijn, zelfs al deed het promotiemateriaal soms best geloven dat dit iets interessants zou worden. Maar nee, het eindresultaat is uiteindelijk één grote emmer vol met het meest weerzinwekkende sentimentele geneuzel. Steven Spielberg is ongetwijfeld trots. Net als zijn War of the Worlds remake gaat slechts een klein percentage van de film naar sterke spanning en dreiging en draait verder alles om familie, het zijn van een goede vader en het beschermen van je gezin. En dan ook nog eens op de meest sentimentele manier uitgewerkt. Een vader die zijn zoon verwaarloost en daar later mee wordt geconfronteerd. Een kind dat verdwaalt en door de held wordt gered. En de soldaat die vlak voor actie nog even naar een foto van zijn vrouw en kind tuurt. Erg vermoeiend.
En zo ontstaat Godzilla, de familiefilm. Zelfs kleine scènes - dat gezin dat met een tsunami achter zich aan toch op het nippertje weet te ontsnappen - maakt het allemaal zo pijnlijk om te zien. Het meest afgrijselijke deel is nog wel het eind, waarin alles helemaal netjes op zijn plaats valt en het gezin van het hoofdkarakter elkaar - in complete chaos - met gemak terug weet te vinden en in in de armen sluit. Alles nog het liefst in slowmotion en helemaal dichtgesmeerd met veel te dik aangezette muziek. De versie van Emmerich uit '98 mag dan te dom zijn voor woorden, maar die nam zichzelf gelukkig niet te serieus. Deze film neemt alles echter zó belachelijk serieus, dat het lachwekkend wordt. Zelden zie je dat er zoveel tijd wordt gepompt in karakters, die zelfs na twee uur film geen moment verder komen dan karakters van karton. Wat er met hen gebeurd, kan je als kijker echt aan je kont roesten. Enkel Cranston is enigszins memorabel, maar zijn rol stelt al met al ook maar bar weinig voor.
Godzilla zelf is niet gek en zeker de manier waarop hij (na meer dan een uur, dat wel) wordt geïntroduceerd is stijlvol. En ook de scène uit de trailer met de soldaten die uit het vliegtuig springen is visueel erg sterk. Maar daar is het ook wel mee gezegd, wat betreft de positieve punten van de film. Verder is het één kleffe, clichématige, sentimentele Amerikaanse bende met een script vol toevalligheden en een behoorlijke hak-op-de-tak vertelling. Je zou bijna verwachten dat Godzilla in de eindscène nog even zou salueren naar het volk, voor hij het water in springt. Met zo'n Amerikaanse vlag wapperend op de achtergrond. Had gehoopt dat dit de klapper van de zomer zou zijn, maar zelden zo teleurgesteld geweest.
2 sterren.
Godzilla vs. Kong (2021)
Na twee zeer matige Godzilla’s en een erg aardige Kong werden de twee titanen weer eens samen in een film gegooid. Ditmaal geen mannen in pakken die met elkaar op de vuist gaat zoals in die amusante versie uit 1962, maar twee CGI figuren. Met het afschuwelijke Godzilla: King of Monsters in gedachte had ik weinig verwachtingen, want zelfs een monster die een monster in elkaar slaat lukt ze niet. Dat deel gaat Godzilla vs Kong een stuk beter af; de film is op het gebied van actie in ieder geval een verbetering op die eerdere twee Godzilla- films. Zo visueel interessant als Kong: Skull Island wordt het echter nooit, daar is deze film te generiek en visueel saai voor.
Maar Godzilla vs. Kong heeft een groter probleem. En dat zit ‘m niet in de uit de kluiten gewassen titelfiguren. Nu is het (te) vaak zo dat de menselijke personages niet bepaald boeiend zijn in een dergelijke film, maar ook het script is hier belachelijk stupide, complex en oninteressant. Waarom moet een film waarin een grote aap een grote hagedis op z’n muil slaat zo bespottelijk ingewikkeld zijn? De enigszins vermakelijke knokpartijen worden steevast onderbroken door Stranger Things-dame, Ricky Baker en een podcaster op avontuur, een kwaadaardige zakenman (want welke film kan nu zonder) en de perikelen rondom één van de Skarsgårdjes, een andere dame en een klein meisje. De paar bombastische momenten dat Kong en Godzilla in actie komen zijn erg aardig, maar men was drukker bezig om een nieuw universum ver uit te bouwen dan een simpele sterke film te maken. Toch zonde.
3 sterren.
Godzilla, King of the Monsters! (1956)
Alternatieve titel: Kaijû no Gojira
Zoals vaker bij dit soort Amerikaanse versies van Japanse films is het niet eens heel gek als je het origineel niet hebt gezien, maar wordt hilarisch als je het origineel goed in je hoofd hebt zitten. Dat is niet anders bij Godzilla, King of the Monsters, een hergemonteerde versie van de Japanse film Gojira uit 1954. In deze film is de Amerikaanse acteur Raymond Burr de hoofdrolspeler. Gevolg: Veel scènes uit de originele Godzilla zijn nu voorzien van plotselinge shots waar Burr naar het schouwspel zit te kijken, vaak pijprokend en altijd met die vrij onnozele en emotieloze blik op zijn gezicht. Om hem heen zijn vervolgens wat Japanse figuranten neergezet. Het wordt op een gegeven moment hilarisch om bij de zoveelste scène uit Gojira weer een shot te krijgen van een paar toekijkende Japanners, met achter hen een starende torenhoge Amerikaanse man in pak. Vooral geestig omdat hij in veel van die scènes niets heeft toe te voegen en vaak zelfs geen zinnetje dialoog heeft. Hij stond erbij en keek er naar. En acteren doet Burr ook niet. Of zijn personage nu een lange vergadering bijwoont of een gigantische dinosaurus een hele stad ziet vernietigen; hij heeft altijd dezelfde stoïcijnse blik op zijn gezicht.
Af en toe probeert men de hoofdrolspelers uit Gojira te laten praten met Burr, maar geen van de originele cast is aangehaald. Dus we zien Burr praten met mensen waar we enkel het achterhoofd van zien. Of hij belt met één van de hoofdpersonen, wiens gezicht vervolgens achter een hoop laboratorium-materialen verstopt zit. De personages die Burr spreken zijn overigens gedubbed, dus ze spreken perfect Engels. En als er toch wat scènes in zitten waarin mensen Japans met elkaar spreken, vraagt Burr aan de man naast hem om het te vertalen. “I'm afraid my Japanese is a little rusty”, zegt hij dan, waarna de man naast hem vertaald wat er wordt gezegd. Want o wee als Amerikanen ook een regel ondertiteling moeten lezen. Ondanks dat dit op veel plekken - inclusief hier op MovieMeter - wordt gezien als een aparte film, is het verhaal praktisch hetzelfde. Er zijn, naast de hilarische toegevoegde shots, een handjevol volledige scènes toegevoegd met Burr en een hoop scènes uit het origineel uitgeknipt of in ieder geval flink ingekort. Maar het uitgangspunt blijft hetzelfde. Alsnog is deze Godzilla, King of the Monsters puur aan te raden als extraatje als je het origineel gezien hebt. Dit is geenszins een goede film, maar af en toe wel een erg geestige komedie als je de eerste film kent. Maar zie wel éérst het origineel.
2,5 sterren.
Godzilla: King of the Monsters (2019)
Alternatieve titel: Godzilla II: King of the Monsters
Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen, zegt men weleens. Deze ezel dus wel. Ik was al niet erg blij met Godzilla uit 2014, maar had alsnog de naïeve gedachte "er moet toch iets leuks te maken zijn met dit iconische grote monster". Ook het fijne Kong: Skull Island gaf me redelijk goede hoop, een film die in hetzelfde universum afspeelt. Dat wordt in deze film overigens tot vervelends toe benadrukt, volgens mij komen er wel twintig geforceerde verwijzingen naar Skull Island voorbij. Alleen al daardoor voelt deze Godzilla sequel aan als zo'n vervelende filler-aflevering van een televisieserie of zo'n matige Marvel film die enkel voelt als wachttijd voor een nieuwe Avengers. Schijnbaar wil men graag naar de film Kong vs Godzilla toewerken en moeten we het intussen doen met een enorm slecht uitgevoerd tussendoortje.
Een veelgehoord kritiekpunt betreft Godzilla uit 2014 was dat de menselijke personages totaal oninteressant waren. De reactie van Godzilla 2 is om dat gewoon zo te laten. Dus alle hoofdfiguren in King of the Monsters zijn net zo zoutloos, suf en saai als die plank uit die eerste film. Kyle Chandler (die ik nog altijd verwar met Ron Livingston) is een nietszeggend hoofdpersonage, op zoek naar zijn gezin. Ken Watanabe spuwt ondertussen voortdurend one-liners met dramatische pauzes, Bradley Whitford verzorgt wat voorspelbaar comic relief en Charles Dance is één van de meest nietszeggende en zinloze bad guys aller tijden. Het script lijkt in een ochtend in elkaar geflanst over monsters die wakker worden en onze hoofdpersoon, die op zoek gaat naar een oplossing en ondertussen zijn dochter wil redden. Je vraagt je af of er überhaupt wel een script was en men niet gewoon maar wat is gaan filmen. Met de regie-aanwijzing "ach joh, roep maar wat, we knallen er in post wel wat monsters in".
Want een ander veelgehoord kritiekpunt van Godzilla 2014 was dat het monster amper te zien was. Dat probeert men hier te corrigeren door de film vol te stoppen met monstergevechten. Het grootste probleem? Deze worden op bespottelijke wijze in beeld gebracht. Met enkel extreme close-ups en schuddende camera's zien we wat CGI monsters tegen elkaar botsen en gebouwen instorten. Bliksems, stralen, rook en rommel schiet nonstop langs het beeld terwijl de cameraman de camera heen en weer schudt als een malle. Oftewel; je ziet eigenlijk helemaal niets. Was de actie in Kong: Skull Island nog fantastisch in beeld gebracht, daar weet men hier echt niet hoe je actie met grote monsters in beeld moet brengen. Wat een foeilelijk, hysterisch en vermoeiend gedoe. Verbazingwekkend hoe men toch keer op keer iets als dit zo weet te verknallen. Ik bedoel, hoe moeilijk kan het zijn om een monsterfilm met een uit de kluiten gewassen hagedis die knokt met een driekoppige draak een klein beetje tof te maken?
1,5 sterren.
Going to Pieces: The Rise and Fall of the Slasher Film (2006)
De laatste jaren duiken er steeds meer documentaires op over bekende horrorseries à la Never Sleep Again of Crystal Lake Memories. Documentaires die écht de diepte in duiken over een specifieke film of reeks en waar alle details naar boven komen. Een documentaire als Going to Pieces, die in anderhalf uur het gehele subgenre van de slasher wil belichten, zal dus nooit compleet of echt diepgravend aanvoelen. Maar Going to Pieces heeft als voordeel dat ze wel goede sprekers hebben gevonden.
Going to Pieces wil bij het begin beginnen, maar springt met enorme snelheid van de Grand Guignol naar de twee vroege slashers uit de jaren 60; Peeping Tom en Psycho. Maar ook die worden amper besproken, de film wil meteen naar Halloween. Adam Rockoff wil het vooral hebben over de slasher-gekte van begin jaren 80, dus hij begint bij Halloween en gaat door naar Friday the 13th. Deze twee films worden besproken door middel van gesprekken met de crew, waaronder John Carpenter en Sean S Cunningham. Het hoofdonderwerp 'slasher' wordt even losgelaten; men vertelt eigenlijk vooral over hoe hun film is ontstaan. Het is nooit een straf om Tom Savini te horen praten over hoe hij bepaald effecten maakte, maar het belang ontgaat me een beetje. Dit konden net zo goed fragmenten zijn uit eerdere making-ofs van de desbetreffende films.
Na met Halloween en Friday the 13th het startschot voor de vloedgolf aan slashers te hebben besproken, gaat de documentaire ineens vliegensvlug langs allerlei onderwerpen. Door middel van bloederige tekstkaarten worden onderwerpen aangeduid, maar die gaan enorm snel, alsof Rockoff álles wel even wilde aanstippen, maar wist dat er geen tijd voor was. Zaken als wapens, het fenomeen van de final girl, de critici; alles komt aan bod, maar dan wel heel even. Elk onderwerp heeft wel iets interessants, vooral de controverse of de discussie over hoe vrouwonvriendelijk slashers zijn. Het is jammer dat ze maar even worden aangestipt. Enkel de film A Nightmare on Elm Street krijgt nog iets meer tijd, zodat Rockoff de grote drie in ieder geval heeft besproken. En waarschijnlijk omdat ie Carpenter, Cunningham én Wes Craven voor de camera had. Mocht Tobe Hooper beschikbaar zijn geweest, had hij ongetwijfeld aandacht aan The Texas Chain Saw Massacre gegeven. Wel fijn dat ondanks de voorspelbare grote namen ook types als Paul Lynch (Prom Night) of Amy Holden Jones (Slumber Party Massacre) aan het woord komen.
Een wat vreemde - en soms vervelende - keuze is het van Rockoff om bijna al zijn sprekers te laten staan of lopen. Hij wilde waarschijnlijk iets anders dan een hoop mensen die zittend praten en wat dynamiek creëren, maar het is hier geregeld nogal ongemakkelijk en knullig. Zo zit Harry Manfredini even in een bootje. De volgende anekdote loopt hij weer langs het water. Overigens weet je uiteraard ookdat je niet al te lange, diepe gesprekken krijgt met deze stijl. Ik geloof best dat een John Carpenter op een lekkere luie stoel met een vol pakje sigaretten het achterste van zijn tong laat zien, maar wandelend op een kerkhof hoef je niet veel meer dan een quote'tje te verwachten. En veel meer krijg je ook niet. Greg Nicotero staat tijdens het interview in een soort huiskamer, met om hem heen allemaal stoelen. Ik dacht alleen maar 'vent, ga zitten'.
Weinig nieuws, weinig bijzonders en inhoudelijk niet ijzersterk. Toch is Going to Pieces een prima documentaire voor tussendoor, zeker voor fans die geen zin hebben om zich door al die ellenlange documentaires te worstelen. Going to Pieces is wat dat betreft net een gemiddelde jaren 80 slasherfilm; leuk om op de achtergrond aan te zetten en met een schuin oog naar te kijken. Maar niet per se iets om met je volle verstand naar te kijken.
3 sterren.
Gojira (1954)
Alternatieve titel: Godzilla
Ik kende - de Japanse - Godzilla vooral als die kindvriendelijke gemuteerde dinosaurus, die met andere Power Rangers- slechteriken op de vuist gaat in een kartonnen stad en daarna vrolijke dansjes doet. Met die gedachte is deze eerste Godzilla - Gojira uit 1954 - toch wel heel anders dan een Godzilla vs The Sea Monster, om maar wat te noemen. Akkoord, ook deze film heeft hier en daar zijn knullige momenten, maar over het algemeen is dit eerste optreden van Godzilla opvallend serieus, dramatisch en zwaarmoedig van toon. Het monster is nog echt een dreiging en zorgt daadwerkelijk voor een hoop ellende. In tegenstelling tot zijn Amerikaanse collega King Kong is er in de eerste Godzilla nog weinig sympathiek aan het beest. Hij dendert ongegeneerd door de stad en vernielt alles op zijn pad, met talloze doden tot gevolg. Toch een contrast met een dansende Barney de dinosaurus, die Godzilla later zou worden.
Zoals wel vaker bij dit soort films moet je over wat geduld beschikken als je de film puur kijkt voor het monster. Want deze eerste film bouwt vooral veel spanning op. Dat stuk werkt verrassend goed - ook al weet je het eindresultaat, het mysterie rondom schepen die verdwijnen en grote voetsporen die worden gevonden wordt interessant gebracht. De personages die we daarbij leren kennen zijn niet bijster memorabel, hoewel ook het menselijk drama vrij goed wordt gedaan. Het zorgt ervoor dat de film niet verveelt als het monster nergens te bekennen is. Als het monster zich eenmaal wel laat zien, levert dit ook opvallend sterke momenten op. Zoals gezegd heeft het soms iets knulligs, maar mede door het zwart-wit gebruik en de vele scènes bij nacht voel je het campy ‘man in pak loopt door een bordkartonnen stad’ amper, dit werd pas in de latere delen omarmt en benadrukt. Verder props voor het sounddesign, veelal bestaande uit harde dreunen en het kenmerkende geschreeuw van het monster. Sfeervolle - en opvallend serieuze - monsterfilm, dit.
4 sterren.
Gojira tai Megaro (1973)
Alternatieve titel: Godzilla vs. Megalon
En ik maar wachten tot ik vijf tieners 'It's morphin' time' zou horen roepen.
De meest idiote en bespottelijke dingen worden je voorgeschoteld in Godzilla vs. Megalon en deze knulligheid werkt al vrij snel behoorlijk op de lachspieren; van dat hele gedoe rondom 'Seatopia' tot de meest komische achtervolging ooit (met die kleine autootjes van zo'n trappetje af
). En dan zijn we nog niet eens bij het punt aangekomen dat volwassen mannen in goedkope monster-pakken met elkaar op de vuist gaan. Praktisch de gehele derde akte bestaat uit een idioot gevecht met groeiende robots (dat kunnen ze blijkbaar zelf) en uit de kluiten gewassen hagedissen die elkaar als goede vrinden de hand schudden of die hilarische jumpkick van Godzilla.
2 sterren.
Gojira, Ebirâ, Mosura: Nankai no Daiketto (1966)
Alternatieve titel: Godzilla vs. the Sea Monster
Een XXL Koekiemonster speelt rotsblokken-tennis tegen een uit de kluiten gewassen garnaal, een team soldaten wordt aangestuurd door een woeste generaal met ooglapje, terwijl een groep halfnaakte mensen al dansend een reuzenvlinder tot leven wil wekken. Het lijkt er soms op dat je voor de meest random onzin het beste een Godzilla- film op kan zetten, daar komen taferelen voorbij die je niet snel in een andere film ziet. Zo is ook Godzilla vs. The Sea Monster te idioot voor woorden.
Enkel erg jammer dat deze film af en toe best 'leuk slecht' kan zijn, maar vooral 'gewoon slecht' is. En dan vooral bijzonder saai. Het verhaal sleept maar voort en je hebt op den duur gewoon geen idee meer waar je naar aan het kijken bent of wat eigenlijk iets met het plot te maken heeft. Er lopen talloze dingen door elkaar heen. Maar ook qua uitvoering is het verder allemaal bijzonder knullig en lelijk. En dat is af en toe best vermakelijk om te zien, maar het ging hier toch ook redelijk snel vervelen.
1,5 sterren.
Gold Rush, The (1925)
Charlie Chaplin was toch wel de grootste komiek aller tijden. Ook deinsde hij niet terug voor een sterk staaltje fysieke comedy waar acteurs tegenwoordig bang zijn een nagel bij te breken en er dus een stuntman voor inhuren. The Gold Rush is een waar meesterwerk en een van de beste comedies aller tijden.
Hier sluit ik mij volkomen bij aan. Persoonlijk lukt het een komedie zelden mij aan één stuk door te laten lachen, maar met The Gold Rush krijgt Charles Chaplin dit toch voor elkaar. De meest briljante en hilarische sketches en momenten vliegen je om de oren, waaronder de hilarische dansscène, de scène met het huisje op de bergrand, de scène met de deuren in het begin (en ga zo nog maar even door). Vervelen is er bij deze film dan ook simpelweg geen moment bij!
Daarnaast was zowel de muziek als de later toegevoegde voice- over track van Chaplin uitstekend en erg passend en de special effects (met name bij de bergrand- scène) zagen er ook buitengewoon goed uit, zeker als we het hebben over een film van 81 jaar geleden. Al met al was The Gold Rush één van de leukste komedies die ik de laatste jaren heb mogen aanschouwen. Deze klassieker krijgt van mij dan voorlopig ook de volle laag. Goud waard!
5 sterren.
Golden Years (1991)
Alternatieve titel: Stephen King's Golden Years
Ooit wilde ik alles waar de naam Stephen King op stond zien en vond ook praktisch alles goed, zelfs die ellenlange miniseries. Soms zit daar nog wel iets leuks tussen, maar het merendeel is vrij matig. Zo ook Golden Years, iets minder bekend dan een The Stand of IT. Het werd dan ook niet gebaseerd op een eerder boek van King, maar King schreef het scenario. Volgens King is het succes van Twin Peaks de reden dat Golden Years gemaakt kon worden en ik vermoed dat King zich ook wel door die serie liet inspireren. Zie alleen al zo’n personage als Billy, bijna een één-op-één kopie van Andy uit Twin Peaks. Maar daar houden de vergelijkingen met Twin Peaks wel op, zeker op kwalitatief niveau staan de series ver uit elkaar.
Golden Years is geen horror, zelfs geen thriller; het is een soort The Fugutive met dosis soapie-drama en humor en met hier en daar een verdwaald science-fiction element. Wie iets spannends of zelfs engs verwacht komt flink bedrogen uit. Het uitgangspunt van Golden Years is overigens best oké; een oude conciërge wordt door een bedrijfsongeval á la Benjamin Button steeds jonger. De opzet en introductie van de film is dan ook best aardig, waarin we wat personages leren kennen. In het ene kamp heb je Keith Szarabajka (die op zijn 39e nog best overtuigend een bejaarde neerzet), die hulp krijgt van Felicity Huffman en Ed Lauter. In het andere kamp heb je de grote, gevreesde bad guy R.D. Call, die vooral erg aan William Forsythe doet denken. In het midden bungelen nog geinige rollen van Bill Raymond en - waarschijnlijk de grootste naam in dit gezelschap - Stephen Root.
Ondanks een aardige set-up en een prima cast is Golden Years niet best. Dat zit ‘m niet per se in dat deze miniserie erg knullig en dom kan worden, maar vooral door het feit dat het een miniserie is. Het verhaal had uitstekend in een film van maximaal twee uur verteld kunnen worden, maar Golden Years rekt alles tot in den treure uit. We zien meer dan tien minuten lang een groep agenten een lege auto omsingelen en we zien in detail de gehele procedure van professor Todhunter die een kabel besteld. Ondertussen staat ook de partner van hoofdpersoon Harlan op repeat met telkens weer hetzelfde ‘jij wordt jong, ik word oud’ geneuzel. Soms zie je wel eens verfilmingen waarvan je denkt ‘hier kan wel een kwartier af’, maar zelden zie je iets waar men makkelijk een paar uur weg kan snijden. Het ergste is dat we na zo’n lange tijd meeleven worden beloond met een snel geschoten en enorm afgeraffeld einde. Dit was schijnbaar omdat men er geen vervolg aan wilde geven, dus werd er snel een einde gemaakt om niet te hoeven eindigen met een cliffhanger. Maar je vraagt je af wat teleurstellender is; een cliffhanger of dit afgeraffelde slot.
2,5 sterren.
Gone Girl (2014)
Hedendaagse Hitchcock van een vakman, dat net niet volledig overtuigd. Fincher begint zijn verhaal op een sterke manier en weet hoe hij je als kijker bij de les houdt. Zelfs al gebeurd er grotendeels van de tijd niet zo bijzonder veel, het verhaal blijft op de één of andere manier wel intrigeren. Fincher speelt met het verwachtingspatroon van de kijker, die geregeld te vroeg conclusies zal trekken of sympathie voor personages net zo snel krijgt als weer verliest. Dat is een interessant spel wat Fincher wil neerzetten, alleen houdt hij het jammer genoeg niet de hele tijd vol. Zeker rond het einde, de laatste 20 minuten, oogt de film wat rommelig en laat men wat steken vallen. De film lijkt ergens specifiek naar toe te werken, maar voelt uiteindelijk onaf. En ondanks dat het verder goed gemaakt is, volledig overtuigen of je compleet wegblazen doet Gone Girl niet.
3,5 sterren.
Gongofer (1992)
Alternatieve titel: Гонгофер
Compleet krankzinnige Russische horror, waar gaandeweg geen touw meer aan vast te knopen is. De film is een soort live-action tekenfilm met onnavolgbaar plot over een waarvan tijdens de seks zijn ogen worden gejat door een soort heks, afgewisseld met af en toe ineens sequentie met dans en zang. Hoogtepunt van de film is een knotsgekke gevechtsscène tussen de hoofdpersonen en twee oudere heksen. Een paar glazen wodka achter de kiezen voor je de film opzet is aan te raden.
2 sterren.
Good Day to Die Hard, A (2013)
Alternatieve titel: Die Hard 5
Iedereen die dacht dat Die Hard 4 het grootste dieptepunt van de serie was, zal ongetwijfeld meteen terugkrabbelen na het zien van de vijfde film. Waar Die Hard 4 een vrij inwisselbare maar enigszins competent gemaakte actiefilm was, daar is Die Hard 5 op alle fronten miserabel. Bruce Willis doet geen enkele moeite meer, ik kan me voorstellen dat er op de set mensen waren die tijdens de opnames moesten checken of hij überhaupt nog wel in leven was. Maar ook in alle overige rollen zit geen enkel figuur die de boel een beetje levendig houdt. Dus rust alles op de schouders van regisseur John Moore, die ons de meest vervelende en slaapverwekkende actie voorschotelt. De camera schudt wild in het rond en er wordt in de montage snel heen en weer geknipt, zodat je als kijker na een paar minuten het al zat bent. Daar bovenop is het script echt onvoorstelbaar oninteressant. Tja, dan hou je niet veel meer over.
1,5 sterren.
Good Dinosaur, The (2015)
Twee jaar geleden maakte men met Walking with Dinosaurs al een hedendaagse versie Platvoet en zijn Vriendjes. Pixar, die normaliter toch voor enigszins originele concepten gaat, komt twee jaar later met een nieuwe Platvoet. Of Bambi met dinosaurussen, hoe je het ook noemen wilt. En ondanks technisch uitstekend gemaakt, verder zie je in The Good Dinosaur geenszins de studio van Finding Nemo, The Incredibles of Toy Story trilogie terug.
Qua plot is eigenlijk niets origineels aan The Good Dinosaur. Bang hoofdpersoon moet opboksen tegen zijn angst, raakt verdwaald, verliest een ouder en maakt een reis waar hij goede en slechte personages ontmoet. Alles is zo volgens het boekje en binnen de lijntjes, enkel het feit dat de T-Rex ditmaal de goodguy is is origineel. De film is volledig gericht op jonge kinderen als doelgroep (en die zullen zich uitstekend vermaken bij The Good Dinosaur), maar normaliter hebben volwassenen bij Pixarfilms net zoveel lol (en soms nog wel meer). Verder is The Good Dinosaur opvallend deprimerend qua toon, een groot deel van de tijd zien we treurende personages met zoete muziek. De (sowieso vrij hak op de tak) vertelling bevat slechts een handjevol grappen.
Met moeite 2,5 sterren voor een paar aardige scènes.
Good Morning, Vietnam (1987)
Good Morning Vietnam, of misschien beter 'de Robin Williams show', is eigenlijk vooral een aaneenschakeling van flauwigheid, voorspelbare stereotypes en verschrikkelijk sentiment dat soms uit het niets verschijnt en waar niemand op zit te wachten. Williams zelf is redelijk op zijn plaats als de enthousiaste radio DJ en de meeste scènes in de studio kunnen er nog best mee door. Dat gedoe met die meid en haar broer ging echter weer nergens over en heeft me werkelijk geen seconde weten te boeien. Dat het leven van de echte Cronauer aangepast moest worden kan ik me enigszins indenken, maar haal dan wel een fatsoenlijke scriptschrijver aan boord om er ook daadwerkelijk iets van te maken. Good Morning Vietnam leunt eigenlijk enkel op diens cast en de makers mogen van geluk spreken dat díe in ieder geval redelijk in orde was. Naast Williams een prima rol voor J.T. Walsh. Wat kan die man geweldig een arrogante rotzak neerzetten!
2,5 sterren.
Good Shepherd, The (2006)
Niets tegen lange films. En niets tegen een trage opbouw. Maar als een verhaal zo oninteressant gebracht wordt als in Robert DeNiro's The Good Shepherd, dan heb ik het vrij snel bekeken. Bij wijze van spreke in dit geval, want die 160 minuten maakten er een flinke zit van. Na zo'n vijftien minuten was ik dat kleurloze karakter van Matt Damon bijvoorbeeld al flink zat. En dan blijkt dat je het nog 150 minuten lang met zo'n emotieloze zoutzak moet uithouden. Het kon me werkelijk geen hol schelen wat hem zou overkomen. Niet echt een gunstige gedachte bij een personage dat bijna in elke scène zit.
DeNiro heeft naast Damon nog een hoop andere bekende namen weten te strikken voor zijn tweede film, maar goed gebruikt worden ze niet. Acteurs als Michael Gambon of John Turturro hadden veel interessants kunnen doen, maar er wordt uiteindelijk niets met hen gedaan. Angelina Jolie is de grootste miscast van het jaar, ze was werkelijk geen moment geloofwaardig. Enkel William Hurt en zijn emotieloze gelaatsuitdrukkingen en monotone stem leek goed op zijn plek in de stoffige omgeving van The Good Shepherd. Maar of je daar nu blij van moet worden? Verder werkt de vertelwijze ook niet mee, vond het meer een fragmentarische opsomming van momenten dan een lekker opgebouwd verhaal. Maar goed, als je je niet in de karakters kan vinden, kijkt het sowieso al niet prettig. Nee, dit is absoluut mijn ding niet.
1,5 sterren.
Good Will Hunting (1997)
Sterk drama met een boeiend uitgangspunt en met ontzettend sterk acteerwerk van hoofdrolspelers Williams en Damon. Maar ook de rest van de cast, met name Minnie Driver en Stellan Skarsgard, speelden erg goed. Zelfs Affleck, waar ik normaal niet zoveel van moet hebben, speelde prima. Verder was de film soms ontroerend, soms grappig en wist soms zelfs aan te grijpen. Vond het nergens écht briljant, maar goed gemaakt is dit zeker wel.
4 sterren.
Goonies, The (1985)
Een film die je als kind gezien moet hebben. Dat is overigens geen aanbeveling voor ieder kind, maar een waarschuwing voor alle volwassenen. Want The Goonies is op latere leeftijd toch wel erg slecht door te komen. Zeker als er geen sprake is van jeugdsentiment is dit een enorm vervelende film. Van stilte is geen seconde sprake, in de film wordt non-stop enorm geschreeuwd door elk personage. De jeugdige hoofdpersonages ratelen, gillen en janken heftig door elkaar, terwijl ze gaandeweg worden achtervolgd door boeven van het kaliber Bassie en Adriaan. Waar Spielberg prima wist hoe je een spannende kinderfilm neerzet, die soms zelfs de grens van eng en kindvriendelijk opzoekt, zoekt deze film enkel de irritatiegrens op. En gaat daar geregeld ver overheen.
2 sterren.
Gothika (2003)
Na ongeveer 50 minuten komt er ineens een zuster in beeld lopen, die zegt: 'Try to stay awake'. Grote kans dat ze het hier tegen het publiek heeft, want Gothika is een vrij futloze film. Het is een typische spookfilm uit begin 2000, oftewel een hoop invloeden van de toen razend populaire J-horror, maar dan met allerlei CGI en snelle cuts. Die opvallende stijl wordt afgewisseld met een zeer clichématige stijl, namelijk van donkere ruimtes met flikkerende lichten in een stille kliniek. Halle Berry doet haar best de film naar een iets hoger niveau te tillen, maar uiteindelijk komt de film geen stap verder dan een middle-of-the-road spookfilmpje. Een spookfilm die op een paar lekker domme over-de-top momenten - zeker richting de climax - geen seconde memorabel wil worden.
2,5 sterren.
