• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.885 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.943 gebruikers
  • 9.369.537 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Babadook, The (2014)

Kreeg het gevoel dat een A Nightmare on Elm Street van David Lynch er ongeveer zo uit zou zien.

The Babadook is een psychologische thriller, waar wonderbaarlijk weinig gebeurt en je toch op het puntje van je stoel zit. Er gebeurt weinig, je zit wellicht nog minder, maar de sfeer die Jennifer Kent ophangt is voortdurend naargeestig en akelig. Erg knap gedaan. Dit alles komt mede omdat The Babadook niet is zoals je stereotype Amerikaanse horrorfilm, waardoor je als kijker voor de verandering geen idee hebt waar de film naar toe gaat. Je verwacht van alles, maar zelden doet The Babadook wat je denkt. De film zien zonder enige voorkennis is dan ook aan te raden.

Enige minpunt is - zoals vaker bij dit soort films - dat het toch lastig blijkt om 90 minuten lang deze ijzersterke toon voortdurend vast te houden. Dus rond de derde akte zwakken sommige zaken ietsjes af en worden er een paar mindere keuzes gemaakt. Ik snap bijvoorbeeld niet helemaal waarom je je creepy bad guy tijdens één van de spannende momenten ineens het goedkope geluidseffectje geeft van de Dragonzord uit Power Rangers (of Motaro uit Mortal Kombat). Geen idee of dat een hommage moest voorstellen, maar het haalde mij uit de film.

4 sterren.

Babe: Pig in the City (1998)

Alternatieve titel: Babe 2

Het is niet heel vreemd dat veel kijkers bij Babe: Pig in the City verrast zijn. Gebaseerd op de premisse of poster lijkt deze prent over een pratend varkentje in de grote stad puur voor de kleintjes. In de reacties hier komt het woord ‘duister’ nogal eens terug, maar dat is wellicht niet het juiste woord. Want Babe: Pig in the City is en blijft een rasechte, kleurrijke familiefilm met genoeg elementen die leuk zijn voor de kleintjes, zoals over de top slapstick, een vrij eenvoudig te volgen verhaal en uiteraard een hoop knuffelbare dieren die praten met piepstemmetjes.

Maar Pig in the City is ook meer dan dat, vooral te danken aan de regie van George Miller. Je ziet in de regie minder de regisseur van Happy Feet - de film die Miller na deze film maakte - maar nog eerder de regisseur van Mad Max: Fury Road. Op technisch vlak, met name in de achtervolgingen en actiescènes, is deze Babe enorm indrukwekkend. Visueel komt de film met een enorm scala aan voortreffelijke sets, dynamische cinematografie en een hoop creatieve vondsten. Qua verhaal en personages is het allemaal maar zo zo, maar op vooral technisch gebied is Babe: Pig in the City beter en interessanter dan veel familiefilms.

3,5 sterren.

Baby Driver (2017)

Amuserende film. Maar wat wil je, een man als Edgar Wright zou een twee uur durende documentaire over de productie van asfalt nog amusant kunnen maken. Audiovisueel is Baby Driver erg tof, Wright speelt uitstekend met de soundtrack, zeker als de kogels op de beat van de muziek worden afgevuurd. De film is wat minder gevuld met snelle montagetrucjes als zijn vorige films, maar is nog steeds wel speels en goed gevuld met kleine visuele grapjes. Daar moet de film het ook vooral van hebben, want echt grappig is Baby Driver niet, het lijkt de meest serieuze film uit de filmografie van de regisseur. Genoeg redenen tot glimlachen is er wel - zeker dankzij de kleurrijke figuren - maar echt een hilarische komedie is het niet. Spectaculair is de film dan weer wel. Ben normaliter niet echt onder de indruk van race-scènes, maar Wright brengt de spanning en het spektakel uitstekend. Wat dat betreft een uitstekend verzorgde popcornfilm, die helaas nergens écht verrassend werd en aan het einde jammer genoeg wat gaat kabbelen. Het maakt Baby Driver mijn minst favoriete Wright film tot nu toe. Maar dat zegt alsnog vrij weinig, een mindere Wright is beter dan het beste werk van velen.

3,5 sterren.

Back to the Future (1985)

Alternatieve titel: Terug naar de Toekomst

Back to the Future blijft een tijdloze film. Enorm charmant, vlot en voor alle leeftijden. Wat me ditmaal vooral opviel was hoe strak de film in elkaar zit, er zijn maar weinig grammetjes vet te vinden. Daarnaast zit de film werkelijk propvol met foreshadowing. Al vanaf de eerste seconden van de film zie je in de decors, in de achtergronden en in alle dialoogzinnen elementen die later zullen terugkeren. Binnen slechts enkele minuten hebben we Marty zien gitaarspelen, praat hij over zijn vader en wordt er op de achtergrond geld ingezameld voor de klokkentoren. De film is prima te volgen met een half oog, maar als je alle referenties en elementen mee wil krijgen moet je goed opletten; in elke hoek zit wel iets van betekenis. Het komt soms een tikkeltje uitleggerig over, maar storend wordt het gelukkig niet.

De film is weliswaar vlot en amusant, maar Back to the Future wordt pas echt leuk in de jaren 50. Het gegeven is al interessant; hoe zou het zijn om je ouders op je eigen leeftijd te ontmoeten? In het geval van Marty komt hij de schattige Lea Thompson, de sullige Crispin Glover en de eendimensionale pestkop Thomas Wilson te staan. Back to the Future zit vol met kleurrijke types, die vaak op de grens balanceren van geloofwaardige personages en compleet cartooneske figuren. Michael J. Fox speelt een sterke hoofdrol, hoewel Marty McFly niet echt geloofwaardig een rebelse rocker is. Wellicht nog leuker is de schmierende Lloyd als uitvinder Doc. Voorzien van de catchy deuntjes van Huey Lewis vliegt deze kleurrijke film van bijna twee uur met 140 kilometer voorbij alsof het maar een half uurtje is.

4,5 sterren.

Back to the Future Part II (1989)

Oef.

Tussen Back to the Future en het vervolg maakte Robert Zemeckis de semi-tekenfilm Who Framed Roger Rabbit en het lijkt erop dat hij bij het maken van Back to the Future Part II nog steeds in tekenfilm-modus zat. Waar in de vorige film het cartooneske nog redelijk goed werd gemixt is het vervolg een flinke kitscherige kermis. De kist met pruiken en plaksnorren is leeggeplunderd en zelfs Michael J. Fox krijgt een pruik zodat hij z’n eigen dochter kan spelen. Typetjes die zelfs in de eerste film al flink over de top waren, zoals bullebak Thomas Wilson, mogen nóg meer schmieren en zoeken geregeld de irritatiegrens op. Het hele gedeelte in de toekomst is eigenlijk zelden leuk - op kleine vondsten zoals Jaws 19 of de nostalgische jaren 80 kroeg na. Verder is het vooral een hoop herhaling, alleen werkt het ditmaal amper.

Back to the Future Part II werkt enkel pas weer als men terugkeert naar de jaren 50, als we de gebeurtenissen uit de eerste film zien vanuit een nieuw perspectief. Maar zelfs dat werkt minder sterk; neem alleen al de manieren waarop men de hele tijd George McFly probeert te verbergen omdat Crispin Glover niet terugkeerde. Er zitten wat creatieve en amusante vondsten in de film, maar over het algemeen is Back to the Future Part II een typisch vervolg; veel herhaling en alles is groter en meer, maar het werkt amper. Het einde van de eerste film was maar een leuk grapje - want zo zagen Zemeckis en scenarist Bob Gale het einde van Back to the Future - en was een prima einde voor een stand-alone film. En kijkend naar dit vervolg had het misschien gewoon bij dat grapje moeten blijven.

2,5 sterren.

Back to the Future Part III (1990)

Back to the Future 3 was lange tijd mijn minst favoriete deel uit de trilogie, maar nu ik alle drie nog eens terug heb gezien, denk ik dat ik deze meer waardeer dan de tweede film. De film staat kwalitatief gezien nog steeds mijlenver verwijderd van de eerste film, maar deze komische western is meer toonvast dan het kitscherige tweede deel. En het voelt net iets creatiever. Nog steeds is de premisse hetzelfde en ook de vele in-jokes komen weer voorbij, maar dan in een net iets andere setting. De toon is nog steeds luchtig, maar de sfeer is duidelijk anders.

Een grote verandering is dat het verhaal ditmaal niet zozeer om Marty draait, maar meer om Doc. Lloyd is en blijft een leuk personage spelen, maar zijn romance met Mary Steenburgen heeft me nooit echt geboeid. Michael J. Fox speelt net als in de vorige film weer - compleet onnodig - een dubbele rol en Lea Thompson krijgt ditmaal echt belabberd weinig te doen. Om nog maar te zwijgen van het vriendinnetje van Fox, die heeft eigenlijk in geen enkel deel een rol van betekenis. Wel kon ik voor het eerst echt de rol van Thomas Wilson waarderen. In de eerste film was hij maar zo zo en in de tweede film zelfs vervelend, maar zijn lekker dik aangezette rol van Mad Dog is één van de leukste uit de hele trilogie. Verder is de film een aardig avonturenfilmpje met een paar spectaculaire scènes, maar tegelijkertijd sleept de film her en der ook. Back to the Future III is geen straf om uit te zitten en beter dan deel 2, maar alsnog had ik er geen problemen mee gehad als de eerste Back to the Future gewoon een stand-alone film was geweest. Je mist niet heel veel.

3 sterren.

Bad Boys (1995)

Explosies, schietpartijen en achtervolgingen. Normaal gesproken ben ik niet zo in voor dit soort films, maar gelukkig bevat het script van Bad Boys nog behoorlijk wat humor. Vooral het gekibbel tussen Smith en Lawrence maakt het allemaal net iets leuker. Film is verder voorspelbaar en zo cliché als een tros bananen, maar het heeft nog best zijn charme. Gewoon leuk voor een hersenloze zaterdagavond.

3 sterren.

Bad Day on the Block (1997)

Alternatieve titel: Under Pressure

Weinig bijzondere film. Op zich best geestig om Sheen even in een andere rol te zien, maar verder is dit maar weinig om over naar huis te schrijven. Af en toe redelijk vermakelijk, paar amusante momenten, maar daar is het wel mee gezegd. Sheen is overtuigender als droogkloot.

2,5 sterren.

Bad Taste (1987)

Aaaah, Bad Taste. Dé film die mij overtuigde dat ik filmmaker wilde worden, zeker nadat ik de mini-documentaire ‘Good Taste Make Bad Taste’ erbij had gezien. We zien een jonge Peter Jackson, die vier jaar lang met wat vrienden alles op alles zette om een volledige speelfilm te maken. Jackson is zijn hele leven al een filmfanaat en dat blijkt aan alles. Niet alleen regisseerde hij Bad Taste en speelde een dubbelrol, hij bouwde zelf de maskers en de props. En daar hield hij het niet bij; er was weinig geld, dus ook apparatuur als een crane of steadicam werden door hem zelf gebouwd. Wie heeft duizenden euro’s nodig als je over creativiteit, PVC-buizen en tape beschikt. Veel mensen zien bij Bad Taste niet meer dan een leuke onzinfilm, ik zie een enorme filmliefhebber met bespottelijk veel passie een geweldig debuut maken.

Maar eerlijk is eerlijk; vooropgesteld is Bad Taste natuurlijk onzin. Heerlijke onzin, dat wel. Kots, kwijl, bloed, hersenen en ledematen vliegen non-stop in het rond, meteen vanaf de eerste paar minuten. De bad guys zijn nietszeggende gozers met blauwe overhemden en ons heldenteam bestaat uit een nerd met extreme voorliefde voor bloed en geweld, de coole sigaarrokende leider à la Hannibal Smith, een enorme wapengek en … Barry. Want Barry is gewoon Barry. De tofste sequentie uit de film komt al vrij vroeg als Derek begint met het ondervragen van Robert, beide personages die worden vertolkt door Peter Jackson zelf. Er volgt een vuurgevecht en uiteindelijk vecht Peter Jackson met zichzelf. Jackson heeft duidelijk de leukste rol voor zichzelf uitgekozen, Derek oogt als een volwassen Harry Potter (zelfde sjaal, ook) en blijkt een compleet idiote psychopaat met z'n maniakale lachje en de beste one-liners. I’m a Derek and Dereks don’t run!

Het kan mensen verbazen om deze film te zien en daarna te bedenken dat het gaat om de maker van The Lord of the Rings. Net als dat men verrast is dat Sam Raimi begon met The Evil Dead en uiteindelijk de Spider-Man trilogie maakte. Maar net als bij Raimi zie je ook in dit filmdebuut van Jackson dat hij een enorm getalenteerde filmmaker is. Hoe hij zijn shots kiest, de scènes monteert en omspringt met allerlei toffe trucjes laat zien dat hij het vak goed onder de knie had. Van alle goedkope horrorpulp is Bad Taste duidelijk het beste gemaakt. Nog steeds is Jackson een filmmaker die alles ‘meer en groter’ wil. Inmiddels lijkt hij dat vooral te uiten in de speelduur van zijn producties, maar ook in zijn debuut voel je een regisseur die vooral roept ‘Meer hersenen! Meer bloed! Meer kogels!’ Met als gevolg dat we taferelen voorgeschoteld krijgen die we niet zo vaak zien.

Ik hou van deze film. Op zijn minst is Bad Taste een ongekend leuk onzinfilmpje met een hoop gore. Maar voor mij is het meer. Veel meer.

4,5 sterren.

Bad Times at the El Royale (2018)

De film deed mij in eerste instantie denken aan Identity, zo'n film met een hoop vreemden in een motel in de stromende regen. Maar uiteraard is het totaal niet vreemd dat men Tarantino steeds aanhaalt als ze over deze film spreken. Ik bedoel, de titelkaarten, de oude popmuziek, de vertelling door middel van flashbacks, de bekende acteurs in één ruimte; het doet allemaal wel érg Tarantino aan. Daarnaast heeft Tarantino, zeker de laatste tijd, er ook een handje van om zijn films veel te lang te maken.

Het valt al vrij snel op dat Bad Times at the El Royale wil ogen als een vlotte film met veel muziek, typetjes en dialogen, maar dat scènes inhoudelijk juist heel erg lang duren. Dat is op zich niet erg als de dialogen scherp zijn of de personages heerlijke types, maar dat valt hier wel tegen. De acteurs doen prima werk, maar zo'n vroege scène met drie hoofdfiguren in de lobby lijkt bijvoorbeeld maar niet op te houden. Gek, want je verwacht juist een pakkend begin, niet zo'n zoutloze opening. Gaandeweg komen gelukkig wat sterkere sequenties kijken, met één van de hoogtepunten het onderonsje tussen Jeff Bridges en Cynthia Erivo. Drew Goddard weet in ieder geval veel uit zijn acteurs te krijgen. Bridges en Erivo spelen sterke rollen en de relatief onbekende Louis Pullman (zoon van Bill) springt eruit met erg goed spel.

Dit spel, samen met wat aardige montage en camerawerk, zorgen voor een paar amusante sequenties in deze actie/thriller/komedie. Maar als geheel is Bad Times at the El Royale jammer genoeg maar karig; de film is veel te lang en veel scènes voelen enorm gerekt. Ja, we weten dat Erivo goed kan zingen, maar daarom hoeft ze toch niet vijf volle nummers te krijgen? En waarom een heel gedoe over dat het hotel op de grens van twee staten ligt? Dat kwam verder nergens terug. Als Chris Hemsworth op den duur op het toneel verschijnt verwacht je een stroomversnelling, maar opvallend genoeg neemt de film dan juist gas terug en kabbelt het nog langzamer dan voorheen naar het einde.

3 sterren.

Badlands (1973)

Er zijn blijkbaar aardig wat films op het levensverhaal van Charles Starkweather en Caril Fugate gebaseerd. En ik moet zeggen dat ik deze versie van Malick toch wel erg geslaagd vond. Sheen en Spacek zijn goed aan elkaar gewaagd en komen goed over als duo. Verder bevat de film een aantal mooie erg mooie shots en een vermakelijk verhaal dat niet snel verveelt.

Ondanks de vele positieve kanten wil ik Badlands echter ook nog niet als meesterlijk bestempelen. De film kent hier en daar (zeker in het midden) wel wat inzakmomenten en weet niet de volle 95 minuten even goed te boeien. Overigens wel grappig om te horen waar True Romance zijn bekende theme vandaan heeft. En als laatste moet toch nog even opgemerkt worden dat de filmposter van deze film toch wel een regelrecht pareltje is.

3,5 sterren.

Bangkok Dangerous (2008)

Zeker niet het slechtste waar ik Nicholas Cage de laatste jaren in heb gespot. Desondanks vraag ik me sterk af hoe lang het duurt voor ik deze film ben vergeten. Redelijk verzorgd actie-thrillertje, maar het is het toch allemaal net niet. Paar aardige actiescènes, maar die beginnen gaandeweg de film behoorlijk te vervelen. Paar toffe visuals, maar die worden weer afgewisseld met behoorlijk lelijke shots. Verder een alles behalve bijzonder plot met vrij saaie karakters en bijbehorende matige vertolkingen. Enkel Cage is memorabel, maar dat heeft meer met zijn kapsel dan met zijn karakter te maken.

2,5 sterren.

BASEketball (1998)

Vond dit in ieder geval een heel stuk leuker dan Orgazmo. Nog steeds niet briljant of hilarisch, maar deze komedie komt toch met aardig wat melige ongein, geestige vondsten en gortdroge dialogen. Parker en Stone hadden in ieder geval duidelijk lol in het maken van de film en dat is te zien.

3,0 sterren.

Basket Case (1982)

Toch een opvallend groot kwaliteitsverschil tussen deze eerste film van Frank Henenlotter en Brain Damage, de film die hij erna maakte en in mijn ogen één van de tofste horrorkomedies aller tijden. Basket Case is pulp met een hoofdletter Y, waar je telkens heerlijk om de knulligheid kan lachen. Maar helaas komt de film niets verder dan dat. Karakters boeien niet, het acteerwerk is bizar ondermaats, evenals de gore en effecten. Eveneens jammer dat Henenlotter schijnbaar af en toe dacht een bloedstollende thriller te maken, want sommige scènes hebben een gigantische opbouw, terwijl iedereen gewoon wacht op over-the-top taferelen en idioot gedoe. Dit ontbrak er toch teveel aan, veel te vaak probeert Henenlotter spanning op te bouwen. En tja, met zo'n uitgangspunt en creatie moet je dat niet eens willen proberen. Af en toe is Basket Case lekker lomp en sowieso op veel momenten grappig, maar daarmee is het voor mij nog niet een uiterst geslaagde pulpfilm.

Dan kijk ik toch veel liever naar de avonturen van Aylmer.

2,5 sterren.

Batman (1966)

Alternatieve titel: Batman: The Movie

Er zijn weinig personages die zoveel toonwisselingen meemaken als Batman; van gotische kermissen naar kleurrijke kinderfilms en van realistische misdaadfilms naar duistere knokpartijen met Superman. Voor elke versie valt misschien iets te zeggen, maar in deze 1966 Batman vind ik persoonlijk de vleermuisman op zijn best. In ieder geval op zijn meest vermakelijk. Geen houten en oersaaie Val Kilmers, peinzende Michael Keatons, dramatische Ben Afflecks of idiote schorre rookstemmen van Christian Bale, maar gewoon een droogkomische Adam West in maillot.

Batman: The Movie is heerlijke onzin, met humor die juist in het tijdperk van internet en memes weer helemaal in is. Heerlijke foute effecten, goedkope decors, droge scènes met nephaaien en bommen en een hoop schmierende acteurs in strakke pakjes. Het is vooral sterk dat men deze complete onzin met een zo serieus mogelijk gezicht voorschotelt, dat maakt het extra komisch. Vooral Adam West is a là Leslie Nielsen een ster in serieus doen met de meest bespottelijke onzin om je heen. Een aanpak die Joel Schumacher wilde kopiëren met zijn Batmanfilms, maar enorm faalde. Deze Batman heeft enkel één groot nadeel; de film duurt veel te lang en bepaalde grappen worden onnodig gerekt en verliezen hun kracht. Was de film maximaal 75 minuten geweest, was dit een heel stuk sterker. Desondanks is Batman (1966) alsnog één van de leukste Batman verfilmingen die tot dusver is gemaakt.

3,5 sterren.

Batman (1989)

Hmmm. Mijn favoriete superheld zal die Batman wel nooit worden, maar gelukkig is deze eerste Batman wel een heel stuk beter dan Batman Forever en vooral Batman & Robin. Van de superheld zelf ben ik verre van ondersteboven (vind het maar een stijve hark met wat afgezaagde gadgets), maar gelukkig weet Nicholson de show te stelen als The Joker. Hij doet het in ieder geval leuk en speelt 'm met veel enthousiasme. Verder prima sfeer, uitstekende score en aardige effecten. Nu nog Batman Returns zien en ik ben weer up-to-date wat die vleermuisman betreft.

Kleine 3,5 sterren voor deze.

Batman & Robin (1997)

Ken de films van Burton niet, maar die van Schumacher zijn nu niet bepaald mijn ding. In Batman Forever vond ik Batman en zijn hulpje al twee kneuzen bij elkaar, maar wisten de twee schurken nog voor wat lol te zorgen. In Batman & Robin is die kans ook verkeken, aangezien één of andere gek nontalenten als Thurman en Schwarzenegger heeft gecast. Allemachtig, wat waren die twee stomzinnig bezig, zeg.

Maar naast dat belachelijke duo zijn ook de superhelden weer bizar slecht. Vooral die idiote Batgirl die plotseling bij het team komt, dat ging echt helemaal nergens over. Oke, een fijne dame in strak leren pakje, maar haar personage sloeg totaal nergens op. En verder waren de settings, de special effects en de vele pogingen om humor in het geheel te mixen ook huilen met de pet op. Enkel Clooney als Wayne wist nog wel te overtuigen, maar zijn superheld- alterego en alle andere karakters waren echt wanhopig slecht. Hoop toch dat Burton's films wat beter zijn.

1 kleine ster.

Batman Begins (2005)

Nu het laatste deel van de trilogie bijna het grote scherm bereikt, toch maar eens tijd voor een herziening van die eerste film, die de eerste keer eigenlijk maar weinig indruk op me heeft achtergelaten. In tegenstelling tot diens vervolg vond ik Batman Begins altijd maar zo zo. De film nog een keer kijken heeft daar eigenlijk maar bar weinig verandering in gebracht.

Na Batman Forever en (vooral) Batman & Robin snap ik de populariteit van Nolan's visie prima. Geen pakken met tepels, strontvervelende Robin, superhelden op ijsschaatsen of Bat creditcards, maar een wat donkere, realistischere insteek. Een prima keuze, het is duidelijk geen herhalingsoefening van de twee films van Tim Burton. En al helemaal niet van het circus dat Schumacher ervan heeft gemaakt. Toch blijf ik Batman zelf maar een matige held vinden en ook hier vind ik 'm maar een vrij saai en suf karakter. Niet voor niets zijn de menselijke karakters in deze film vele malen interessanter en sterker. De meest interessante scènes van de film zijn ongetwijfeld Wayne en zijn relatie met Alfred, Gordon of Fox. Voor deze rollen zijn ook nog eens prima acteurs gecast. Het blijft toch bijzonder om Gary Oldman in zo'n gewone, sympathieke rol te zien. Je zou verwachten dat áls hij in een Batman film gecast zou worden, hij de show zou stelen als geflipte villain of iets dergelijks.

En daar zit meteen ook het grote probleem van Batman Begins; er mist een goede villain. De scènes met Wayne, die zijn alter-ego creëert zijn even leuk, maar je zit toch te wachten op een Pinguin, Joker of Riddler. Jammer genoeg krijgen we hier echter een charismaloze Liam 'Monotome' Neeson en een erg karig rolletje van Murphy als Scarecrow. Nolan heeft dat met Legder in het vervolg wellicht helemaal rechtgezet, het is toch overduidelijk dat zonder interessante villain zo'n film als dit niet echt ver komt. Verder is Batman Begins gewoon precies wat je van een eerste film in zo'n reeks verwacht; veel backstory en introducties van karakters met af en toe een actiescène of achtervolging erin gepropt om sommige mensen even wakker te houden. Maar uiteindelijk lijkt het enkel een opstapje voor de volgende film, een film die wat mij betreft wél tot één van de betere superheldenfilms behoort. Deze introductie is weliswaar noodzakelijk, maar echt een impact laat het totaal niet achter.

3 sterren.

Batman Forever (1995)

Na de duistere kermis die Batman Returns heet, wilde de studio maar graag weer terug naar een Batman waar kinderen al hun zakgeld aan zouden uitgeven. En dus werd Tim Burton aan de kant gezet (hij kreeg enkel een productie-credit) en werd Joel Schumacher aangehaald om een kleurrijke kinderfilm te maken. En een kinderfilm werd het. Er zijn wel overeenkomsten tussen deze film en zijn voorgangers; net als de Burton films draait het hier ook om een knullig eenvoudig plotje met de focus op de schmierende slechteriken en speelt de oersaaie superheld wederom tweede viool in z'n eigen film.

Deze wordt ditmaal vertolkt door een kartonnen en enorm nietszeggende Val Kilmer. Hij wordt bijgestaan door nog meer suffe personages als de verplichte en vólkomen nutteloze liefdesrol van Nicole Kidman en de sidekick Robin, ook alles behalve een interessant personage. Voor de bad guys koos Schumacher voor Jim Carrey - die het jaar ervoor ongekend succes behaalde - en gaf hem als enige aanwijzing; 'doe maar zo gek mogelijk'. Logischerwijs wordt Carrey enorm snel bloedirritant. Ook bad guy nummer 2, gespeeld door Oscarwinnaar Jones, kreeg dezelfde regieaanwijzing en dan is het nog enigszins interessant om te zien wat een waardige, serieuze acteur met zo'n rol doet. Conclusie: Niet heel veel, want veel verder dan een beetje gek rondspringen en heel veel lachen doet Jones ook niet. Neem aan dat het bedrag op zijn bankrekening het waard was, want niemand kiest ervoor om een film als dit te maken voor artistieke redenen.

2 sterren.

Batman Returns (1992)

Ben zelf niet zo geïnteresseerd in Batman als superheld. En schijnbaar meneer Burton ook niet echt, want in deze film speelt de gemaskerde held in het zwart ondanks de titel eigenlijk maar een hele kleine rol. In de eerste drie kwartier krijgt Keaton in ieder geval erg weinig te doen, hij zegt zelfs geen woord in het eerste half uur. Burton lijkt veel meer geïnteresseerd in de schurken - Pinguin, Catwoman en Max Shreck. Ik klaag verder niet, want die kleurrijke figuren zijn al met al veel interessanter dan de houterige held van het verhaal. Plot van Batman Returns is te dom voor woorden, maar dat boeit niemand; Burton maakt van Batman Returns een amusante duistere kermis, met een hoop campy one-liners (Eat floor, high fiber), rebelse clowns, pinguïns met raketten en nog veel meer gekkigheid. Persoonlijk is dit duidelijk één van mijn favoriete films met de vleermuisman, maar de studio dacht daar anders over; met dit gotische gekkenhuis kun je nu eenmaal niet zoveel speelgoed verkopen. En dus kwam Joel Schumacher de franchise wat kindvriendelijker maken.

3,5 sterren.

Batman v Superman: Dawn of Justice (2016)

Alternatieve titel: Dawn of Justice

Pfff! Wat een spektakel van epische proporties moest worden, werd een epische miskleun. Batman v Superman is een chaotische film, die in zijn 150 minuten vermoeiend heen en weer hopt. Geen enkele scène lijkt langer dan een minuut te mogen duren en men trekt ogenschijnlijk overal subplots vandaan, de één nog oninteressanter dan de ander. Is er echt iemand geïnteresseerd in geheimzinnige kogels of Krypton ruimteschepen? Hoe kan een film waarin een norse vleermuisman moet knokken tegen een superman zoveel fout doen? Het was frustrerend, vermoeiend en soms bijzonder lachwekkend.

Ik heb bijvoorbeeld zelden zó gelachen toen het "grote gevecht" tussen Batman en Superman aan zijn einde kwam omdat beide heren een moeder hebben die Martha heet. De semi-God kreunt Martha. De duistere vleermuis vraagt waarom hij Martha zegt. Voorbijganger Lois Lane informeert de vleermuisman dat Martha de moeder is van de semi-God. De vleermuisman, die twee jaar lang woest is op de semi-God stopt met vechten. Want zo heette zijn moeder ook. Toch een prestatie dat je zoiets op papier kan zetten en je idee nog wordt geaccepteerd ook.

Eveneens hilarisch (naast Lois Lane die struikelt en in een plas valt) - en ook zonder twijfel één van de grootste wtf-moment aller tijden - was het moment toen meneer Bruce Wayne een droom-in-een-droom kreeg met een random dude met lichtflitsen, die iets schreeuwt over Lois Lane, de reactie van Wayne ziet, concludeert dat hij te vroeg is en weer verdwijnt. . Op dat moment vraag je je echt af wat je net hebt gezien. En dan besef je je dat je nog maar halverwege de film bent. Sowieso voelde alle droomsequenties in deze film totaal out of place.

De onbevangen filmkijker krijgt sowieso veel te verduren waar je niets aan hebt als je enkel de film komt kijken. DC lijkt zo graag zijn eigen film-universum te willen dat ze meteen álles naar de muur gooien en hopen dat er wat blijft plakken. Mij blijft vooral een hilarisch slechte onthulling van Aquaman bij. En over onthullingen gesproken, Batman oogde ook als een debiel toen hij in zijn eerste scène lullig in dat hoekje in de kamer hing. Van de superhelden in dit gezelschap is hij wellicht veruit de tofste (en gelukkig eens zonder de stem van Bale), maar eigenlijk heeft hij hier weinig te zoeken. In het gevecht met Doomsday vechten Superman en Wonder Woman erop los, maar Batman moet zich achter een steen verschuilen.

Speaking of Doomsday: Je hebt 's- werelds grootste superhelden voor de allereerste keer in de filmgeschiedenis bij elkaar en je grote schurk wordt een inspiratieloze trol met allerlei vage krachten. Wil DC zo graag Marvel achterna dat ze nu ook al hun inwisselbare bad guys gaan imiteren? Met meneer Eisenberg had ik in het begin overigens niet eens zoveel problemen, tot hij wel heel erg over de top ging met z'n gekke maniertjes. Iets meer ingetogen en Luthor was nog best een aardige bad guy geworden.

Maar helaas kent meneer Snyder het woord ingetogen of subtiel niet. Als een soort Michael Bay gaat hij tekeer met explosies, explosies en nog meer explosies. Tijdens het eindgevecht met Doomsday zijn het één en al CGI vuurballen en lichtflitsen, je ziet amper wat er gebeurd, maar er gebeuren wel 'dingen'. En dat is hoe Batman v Superman het beste is op te sommen; er gebeuren enorm veel 'dingen', meer niet. De film zit overvol met allerlei personages, dromen, gevechten en gesprekken, maar werkelijk níets komt binnen. Gevechten zijn niet spannend - en gaan opvallend snel vervelen - en het drama, de romantiek en de één á twee pogingen tot humor werken niet.

Nog iets positiefs? Jeremy Irons was uitstekend. Dus dat.

1,5 sterren.

Batoru Rowaiaru (2000)

Alternatieve titel: Battle Royale

Bijzonder amusant, die Batoru Rowaiaru.

Een aantal ongegeneerde schokkende scènes, die op de één of andere manier perfect samengaan met de klassieke muziek. De spanning en sfeer in de film zijn soms om te snijden, maar daarnaast bevat de film een gezond portie humor (vooral het instructie-filmpje in het begin van de film was geweldig). Op een gegeven moment had ik alleen wel het idee dat ik het allemaal wel gezien had. De grap is er op een gegeven moment wel een beetje af. Desondanks erg genoten.

Ruim 3,5 sterren.

Be Kind Rewind (2008)

Ik kende de premisse van Be Kind Rewind en heb me altijd al afgevraagd wát voor film het nou zou zijn. Is het zo’n flauwe Jack-Black-doet-rare-dansjes-en-schreeuwt-heel-veel-komedie of is het een artistieke en meer serieuze Michel Gondry? Nu ik de film gezien heb, twijfel ik nog steeds. Eigenlijk is Be Kind Rewind beide. Het is een echte Gondry, dus natuurlijk wordt er flinke geklust met karton. En daar komen een paar hele leuke creaties voorbij. Het hart van de film - hoe Black en Mos Def films naspelen - is geinig. Soms een tikkeltje flauw en Black is iets te aanwezig, maar de speelse uitspattingen zijn vermakelijk. Alsnog is Be Kind Rewind meer, want er wordt heel veel bijgehaald voor het verhaal van Danny Glover, die zijn videotheek dreigt kwijt te raken. De film wordt af en toe ineens vrij zoetsappig, maar gelukkig nooit tot het punt dat het vervelend wordt. Hetzelfde geldt voor Black, hij is nooit té irritant. Maar ondanks dat had het - net als de speelduur van deze film - allemaal wel net iets minder gekund. Dan was de film waarschijnlijk een stuk scherper geweest.

3 sterren.

Beach, The (2000)

Beetje dubbele gevoelens hier. Aan de ene kant een amusante film, die er visueel voortreffelijk uitziet en ook prima acteerwerk bevat, aan de andere kant voelt het hier en daar nogal duf en futloos aan. Weinig spanning en het plot zakt af en toe nog een behoorlijk eind in, met ook een nogal tegenvallend slot. DiCaprio heeft ook wel eens beter werk afgeleverd.

Al met al toch voordeel van de twijfel, een hele kleine zeven (3,5 sterren).

Bean (1997)

Alternatieve titel: The Ultimate Disaster Movie

Films als dit tonen alleen maar extra aan hoe goed de serie van Mr. Bean eigenlijk is. De serie is van alle tijden en voor alle leeftijden en ook vandaag de dag nog steeds ontzettend goed. En heel erg knap. Geen van dit alles is Bean, de film uit 1997 waarin Mr. Bean naar Amerika gaat. Het voelt allemaal ook erg Amerikaans aan, ook al is regisseur Mel Smith een Brit en werd het script geschreven door Richard Curtis, die ook meeschreef aan de serie. Want hoeveel sketches uit de serie ook worden hergebruikt, de film voelt geenszins als de serie. Was maar één scène uit deze film zo briljant als Beans troosteloze oudejaarsfeestje, avonturen in een winkelcentrum of Bean die probeert te gaan slapen. Maar nee, in Bean zit eigenlijk amper een scène die het personage eer aan doet. Hoe hard Rowan Atkinson ook zijn best doet.

Met een flutreden wordt Bean naar Amerika gehaald, waar het verhaal ineens gaat over Peter MacNicol en zijn gezin. En meteen als we daar zijn wordt de zwaar sentimentele muziek van Howard Goodall (ook een Brit, die meewerkte aan de serie) knoeperhard gezet om ons emotioneel te krijgen. Inderdaad, emotioneel in een film van Mr. Bean. Familieproblemen en dramatische wendingen zijn ineens van groot belang en uiteraard moet de film een liefdevolle boodschap als moraal hebben, waarbij de vioolmuziek alleen nog maar harder moet klinken. En Atkinson? Die mag op de achtergrond alleen wat met z'n wenkbrauwen wiebelen. Wat is er mis met een film over een kinderachtig en egoïstisch man-kind dat alleen maar problemen veroorzaakt en er alleen maar zelf beter uit wil komen? Blijkbaar heel veel, want in Bean maakt men van één van de leukste televisiepersonages een futloze, humorloze, brave en sentimentele komedie. Compleet Mr. Bean-onwaardig.

2 sterren.

Beautiful Mind, A (2001)

Boeiende film, die je vanaf het begin niet meer los weet te laten. Het uitgangspunt wordt uitstekend uitgewerkt en visueel ziet de film er ook prima uit. Howard zorgt voor een goede sfeer en de muziek maakt het plaatje compleet. Qua acteerwerk zijn Crowe en Connelly geweldig, maar het is toch Harris die de show steelt. Geweldige rol.

4,5 sterren.

Because I Said So (2007)

Regisseur Lehmann doet wat hij altijd doet. De regisseur heeft een CV met een reeks niet meer dan vermakelijke komedies en ook zijn Because I Said So past daar prima in thuis. Charmant en best leuk gemaakt, maar wel zo voorspelbaar als stront. Standaard plot met een erg dertien-in-een-dozijn uitwerking. Desondanks weet de film gelukkig nog wel te amuseren en Keaton laat zich niet uit het veld slaan door de jongere cast en steelt de show. Maar goed, gezien het niveau van het acteren is dit nu ook weer geen hele prestatie te noemen.

Voordeel van de twijfel, 3 kleine sterren.

Beentjes van Sint-Hildegard, De (2020)

Alternatieve titel: The Marriage Escape

Nooit gedacht dat ik zou uitkijken naar een film van Nijenhuis. Maar als groot liefhebber van het werk van Finkers - en zijn betrokkenheid als scenarist en hoofdrolspeler - deed me uitkijken naar deze Beentjes van Sint-Hildegard. Finkers gebruikte het script van de Tsjechische film Teorie Tygra, maar maakt er zijn eigen ding van. Ken het origineel niet, maar de droge humor en natuurlijk de vele Twentse invloeden voelen geregeld erg Finkers. Sterke keuze ook dat de film Twents gesproken is, het is duidelijk dat Finkers lekker los is kunnen gaan op de dialogen en heerlijke Twentse uitspraken, die door het script heen zitten. Beentjes is een fijne, hartverwarmende tragikomische film geworden, met goede rollen, leuke dialogen en qua toon lekker rustig en met weinig poespas. De film is toegankelijk; geen zwarte art-house, maar de 'Verliefd op Onze Jongens-or whatever'- doelgroep wordt gelukkig ook niet aangesproken.

Toch is Beentjes niet vlekkeloos, met name rondom de derde akte van het script wordt het jammer genoeg wat mager. De relatieperikelen van de kinderen van Finkers voelen vaak een beetje karig, alsof het er soms met de haren bijgesleept wordt. De aanpak van de boodschap is vaak ook iets te simplistisch; personages zeggen voortdurend letterlijk teksten als 'mannen kunnen niets zonder hun vrouw'. Dat soort dingen werken echter veel sterker in kleine scènes waarin Finkers buiten verplicht een kussentje en thee krijgt, ook al wil hij dit niet. Wat dat betreft jammer dat de film daar niet iets subtieler mee om gaat, iets meer 'show don't tell' was fijn geweest. Ook de schoonzoon van Finkers - de enige die ABN spreekt - werd soms wel heel erg neergezet als een kwade slechterik. Beetje nuance daarin was fijn geweest. Verder ontgaat mij de meerwaarde van die fotografe volkomen, voelde totaal niet nodig voor het verhaal.

Zoals gezegd, de momenten die in de film wel erg sterk werken, zijn de onderonsjes tussen Finkers en een sterke Johanna ter Steege. De film is soms enorm komisch, maar dan wel van het kaliber 'grijns', het is niet alsof je van de sterke grappen onder de tafel ligt van het lachen. De dramatische momenten werken ook prima, tenzij de film weer té ver gaat ("Jij bent als deze ezels"). Ondanks dat ik die subtiliteit erg graag meer had gezien, valt van Beentjes enorm te genieten. Van mij mag Finkers dit vaker gaan doen. En Nijenhuis mag wat mij betreft ook iets meer focussen op dit soort films in tegenstelling tot de meuk die hij veelal maakt. Maar goed, die 'meuk' zorgt vaak wel voor volle bioscoopzalen, dus er zullen ongetwijfeld veel mensen van genieten. Degene die echter wel ontslagen mag worden is degene die deze poster heeft bedacht. Wat een verschrikkelijk onding, zeg!

3,5 sterren.

Beethoven (1992)

Het schijnt één van mijn allereerste bioscoopervaringen geweest te zijn, hoewel ik dat niet meer kan herinneren. Alsnog ken ik de film van binnen en van buiten, want de videoband van Beethoven werd bij ons thuis werkelijk aan stukken gedraaid. In de categorie The Sandlot en Free Willy was dit één van mijn favoriete jaren 90 jeugdfilms, ik kon er geen genoeg van krijgen. En waar vaak films uit je jeugd een beetje gênant zijn als je ze later terugkijkt - onder het motto 'vond ik dit echt leuk?' blijft Beethoven verrassend goed overeind staan en werkt nog steeds als een trein. De formule is enorm simpel en voorspelbaar, maar uitstekend uitgevoerd. Regisseur Brian Levant, een man met nu niet bepaald de beste komedies op zijn CV, heeft vooral een reeks uitstekende castleden aangehaald voor deze fijne familiefilm.

Ten eerste is het gezin leuk. Alleen een tikkeltje confronterend om te realiseren dat je inmiddels zelf ouder bent dan Bonnie Hunt was als moeder. De kids zijn prima en worden gelukkig niet irritant en de film komt met een paar geinige bijrollen, waaronder David Duchovny en Patricia Heaton als verschrikkelijk stel. Nog leuker zijn Oliver Platt en Stanley Tucci als de schurken. Maar ondanks die grote harige hoofdrolspeler wordt de show wat mij betreft gestolen door Charles Grodin en Dean Jones. Grodin heeft een fantastische komische timing en toont zowel over de top als lekker droogkloterig. Als kind vind je vader altijd maar een zeur en soms zelfs een nare man, maar als je wat ouder bent, ga je de vaderfiguur erg goed snappen en leef je vooral met hem mee. Een sympathieke en goede rol, meestal zijn de vaders in dit soort familiefilm/komedies een stuk meer bordkarton. Het moment dat hij Beethoven voor een spuitje wegbrengt is oprecht een sterke scène.

Daarnaast heb je Dean Jones. Met zijn schorre stem en zijn bril die zijn ogen zes keer zo groot maakt is hij een heerlijke schurk. Sowieso fijn dat de film af en toe best duister durft te zijn, want zijn Dr. Varnick is absoluut geen sullige boef of klungelige baas, maar een oprecht intimiderend en geniepig figuur. Hij zou zo een James Bond schurk kunnen zijn. Zijn heerlijke optreden geeft de film veel extra's. De film is verder lekker compact, eenvoudig, erg sterk qua pacing en ook qua toon gelukkig niet té kinderlijk. Ik kan me voorstellen dat vandaag de dag van een film als dit een film zou zijn gemaakt met pratende honden die hun muil niet kunnen houden in een film die langer dan 120 minuten duurt. Beethoven is wat dat betreft een ideale familiefilm; kort en krachtig, leuk (en ergens best spannend) voor de kinderen en voor volwassen ook verre van een straf om te kijken. Want de film bevat puppy's. En wie houdt er in godsnaam nu niet van puppy's?!

3,5 sterren.

Beethoven's 2nd (1993)

Alternatieve titel: Beethoven's Second

Ze schijnen inmiddels al acht Beethoven films te hebben gemaakt. Dit vervolg kwam enorm snel na de eerste, want dat was een flinke hit. De regisseur van Teen Wolf kreeg de regie in handen en hij had het geluk dat de oorspronkelijke cast weer van de partij is, waardoor deze film toch anders aanvoelt dan zo'n later gemaakt vervolgfilmpje met totaal andere personages. Beetje hetzelfde geval als bij Home Alone. Maar net als bij Home Alone 2 is ook Beethoven's 2nd alsnog lang niet zo leuk als de eerste film. De film gaat - zoals zo vaak bij snel gemaakte vervolgfilms - flink op herhaling, alleen dit keer gewoon iets meer. Dus niet één hond, maar vijf. Daarnaast gaat men halverwege de film op vakantie, dus ook de locatie voelt dan net even anders. Maar verder lijkt een groot deel van het script van de eerste film gewoon opnieuw gebruikt.

Dus wederom heeft de oudste dochter iets met een jongen, heeft het jochie last van dat hij te klein is en is vader vooral met z'n werk bezig en kan hij de honden eigenlijk niet uitstaan. En uiteraard zijn er ook weer schurken, ditmaal gespeeld door Debi Mazar en haar vriendje Chris Penn. Dat zij de schurken zijn is trouwens geen geheim; de eerste seconden dat Mazar in beeld komt is meteen duidelijk dat zij de boosaardige heks is. Haar gezicht - en met name die wenkbrauwen - staan de hele film standaard op 'evil mode'. Ze zijn best oké schurken en het gekibbel tussen haar en Penn is soms geinig, maar ze zijn geen Platt en Tucci, laat staan een Dean Jones. Er komt soms iets teveel kinderlijke slapstick voorbij. Maar alsnog is Beethoven's 2nd alles behalve rampzalig. Het is een veilige, onschuldige familiefilm met weinig verrassingen, maar de film kent genoeg sympathieke momenten of scènes die op z'n minst een glimlach waard zijn. En elke scène met Charles Grodin is eigenlijk al de moeite waard.

3 sterren.