• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.885 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.943 gebruikers
  • 9.369.537 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

C Me Dance (2009)

Oef. Christelijke films zijn zelden subtiel of goed gemaakt, maar soms gaat het wel erg ver. Met zijn oerlelijke titel lijkt C Me Dance nog over dansen te gaan, maar de film bevat vooral een reeks dansscènes die niet op lijken te houden. Qua plot gaat het niet over dansen, maar over een meisje dat - nadat blijkt dat ze leukemie heeft - mensen kan aanraken en deze zien plotseling het licht. Dit klinkt dom, maar geloof me; de uitvoering is nog veel dommer. Figuren vallen plotseling ons hoofdpersonage aan, waarna ze hen flitsen van de kruisiging van Jezus laat zien en geloven ze volledig in God. Niet veel later komt er een nieuwsbericht dat de criminaliteit in de wereld afneemt. "Moorden en verkrachtingen zijn met 89% afgenomen".

Maar ons hoofdpersonage maakt één persoon niet blij en dat is de duivel. Deze komt in de vorm van Melvin the Reanimated uit Re-Animator in een lange zwarte leren jas en lenzen die je in elke feestwinkel kan kopen. Hij verschijnt twee á drie keer in een compleet bespottelijke scène, die stiekem het leukst van de hele film zijn. Maar dat zegt meer over de rest van de film, waarin personages vooral een hoop dom lullen, met hier en daar ineens een dansscène erin gemonteerd. De soundtrack stikt verder van de Christelijke rockliedjes en dit alles is in elkaar gezet door mensen met geen enkel verstand van film. Maker Greg Robbins - die ook ooit een rolletje had in Re-Animator (en schijnbaar in The Terminator) - wil vooral dat we met z'n allen gaan geloven en naar de kerk gaan. En eerlijk is eerlijk, een streng gereformeerde kerkdienst is waarschijnlijk makkelijker uit te zitten dan zijn film C Me Dance.

0,5 sterren.

C.H.U.D. (1984)

Aardige horror/komedie, maar nergens echt meesterlijk. Had van mij wel wat scherper en gorier gemogen hier en daar. Geinige rollen voor Heard en Stern, beide uit de Home Alone reeks.

2,5 sterren.

C.H.U.D. II: Bud the Chud (1989)

Alternatieve titel: C.H.U.D. II

Waar de eerste film nog wel als horror door kon gaan, bij het vervolg ging men helemaal op de flauwe komedie- tour. Dit resulteert een beetje in een Return of the Living Dead for kids. Het heeft geen hol met C.H.U.D. te maken, ondanks dat de naam wel wordt gebruikt, gaat het gewoon om zombies. Het is allemaal behoorlijk fout, knullig en flauw, maar - mede daardoor - zijn sommige momenten nog best geestig. Robert Vaughn is heerlijk over de top.

2,5 sterren.

Cabin Fever (2002)

Had erg leuk kunnen zijn, maar de uitwerking is niet meer dan matig. Het acteerwerk is bizar slecht en de dialogen en personages zijn te stompzinnig voor woorden. Ik bedoel, die gast met die herdershond (Roth zelf), die drie hillbillies, dat 'pannenkoekenjochie', die hulp-sherrif. Echt .... Waarschijnlijk voor de humor erin gestopt, maar het sloeg voor mij compleet de plank mis. Wat dat betreft hadden grote delen van het script zo de papierversnipperaar in gemogen. Maar ja, dan hou je weinig over.

Eigenlijk het enige wat je overhoudt zijn de overtuigende make-up effecten. Robert Kurtzman laat opnieuw, samen met zijn team, zien prima dingen te kunnen creëren en maken Cabin Fever met hun gore en bloederige make-up effecten toch nog enigszins genietbaar, er komen een paar sterke scènes voorbij. Jammer genoeg helpt Roth geen moment mee om er verder iets van te maken, want het script staat bol van de onlogische momenten, de cast en personages zijn om te huilen en de humor valt zo dood als een mug in een blender.

Met moeite 2,5 sterren.

Cabin in the Woods, The (2011)

Na Tucker & Dale vs Evil weer een nieuwe film die iets leuks doet met de horrorclichés. Als je niet weet wat voor film je gaat kijken, wordt je aan het begin leuk door de makers op het verkeerde been gezet. Daarna volgt een film die eigenlijk niet anders omschreven kan worden dan een remake van The Evil Dead. Alle uitgekauwde clichés en personages komen voorbij, alleen jammer dat men daar net iets te lang mee doorgaat zonder echt iets leuks te doen. De scènes met Richard Jenkins en zijn collega zijn wat dat betreft veel leuker. Am I on speakerphone? Uiteindelijk werkt de film naar een flinke over de top climax. Wederom een erg leuk gegeven, uitvoering was jammer genoeg gewoon ok. Het had op sommige momenten misschien net iets scherper gekund, maar het geheel werkt wel.

3,5 sterren.

Cable Guy, The (1996)

Toch heel wat anders dan de standaard Jim Carrey komedie, ondanks diens gekke bekken hier en daar. Aardige zwarte komedie, maar wat mij betreft niet helemaal geslaagd. Vond hem soms best geestig en bepaalde dingen waren erg leuk gedaan, maar het wist me jammer genoeg niet niet de hele tijd te boeien en had af en toe ook wel ietsjes scherper gemogen.

3 sterren.

Call of the Wild, The (2020)

Alternatieve titel: Het Wilde Avontuur

Tja. The Call of the Wild is - om in hondentermen te blijven - een brave film. Zo’n familiefilm die volledig op safe speelt en dus ook weinig doet wat je na een tijdje nog kan herinneren. Behalve dat de honden er nogal dom uitzien. Men had best mogen realiseren dat we nog niet op het punt zijn dat we een hond volledig kunnen vervangen met de computer zonder dat het afleidend is. Verder is het verhaal van Call of the Wild al vaak verteld (had geen idee dat er zoveel verfilmingen waren), maar zelfs los van dit specifieke verhaal is het allemaal een vrij voorspelbaar geheel. De beelden achter de schermen, waarin een oude Harrison Ford een man in een pyjama over zijn hoofd aait zijn tien keer leuker dan het eindresultaat.

2,5 sterren.

Call, The (2020)

In tig Saw films sprak Tobin Bell de woorden dat hij een spel wilde spelen. In The Call laat hij het spelletje aan zijn vrouw over met de woorden: ‘My wife wants to play a game’. Zijn vrouw wordt gespeeld door Lin Shaye, die inmiddels actiever dan ooit is als actrice in het horrorwereldje. Maar iets dat we de laatste jaren nóg meer zagen in films is de jaren 80 nostalgie. The Call speelt zich, volledig onnodig, af in 1987, dus opent met shots van walkmans en jongeren die rondhangen in een arcadehal. Dit heeft verder niets met de plot te maken, die gaat over een groep jongeren die één minuut met de dode vrouw van Tobin Bell moeten bellen en krijgen dan een enorm geldbedrag op hun rekening gestort.

Deze opzet is best aardig, maar als de jongeren met Lin Shaye gaan telefoneren, wordt het een janboel van jewelste. Regisseur Woodward Jr. gooit alle clichés op een hoop - dus iedereen loopt door donkere gangen, lampen flikkeren en lenige geestmeisjes vouwen zichzelf tot een krakeling - maar niets is ook maar een greintje spannend, humoristisch of interessant. Woodward Jr. laat het in de suffe tweede helft van de film compleet afweten en raakt de aandacht van de kijker volledig kwijt. In de finale prijst een acteur met de naam Tobin Bell de technologie van de telefoon de hemel in. Aan dat soort onzin ga je denken als je je stierlijk zit te vervelen.

2 sterren.

Calvaire (2004)

Alternatieve titel: The Ordeal

Geinig en uiterst bizar filmpje. Een naargeestig sfeertje en een aantal erg indrukwekkende (en zelfs wat verontrustende) plaatjes komen voorbij. Zeker tegen het einde weet Calvaire je behoorlijk naar de strot te grijpen met bijna zieke scènes. Du Welz laat je als kijker ook met een niet al te fijn gevoel zitten. Alleen ontzettend jammer dat de film er zo bijzonder lang over doet om op gang te komen. Er gebeurt erg weinig tijdens de lange introductie van de personages en spanning was in het eerste uurtje erg ver te zoeken. Dit zorgde er toch voor dat de film aan het einde zijn impact wat verloor. En de hoofdrolspeler begon mij zo nu en dan ook nogal te irriteren. Al met al een uitstekende en sfeervolle horror, alleen erg jammer dat het mij op sommige momenten weinig tot niets deed. Misschien later maar eens herzien, want naar mijn idee zat hier zeker wat in.

Voorlopig 3 sterren.

Camino: A Breaking Bad Movie, El (2019)

Je hoort vaak over die series die sterk beginnen, maar uiteindelijk te lang doorgaan en tijdens de laatste seizoenen een beetje doodbloeden. Breaking Bad was echter zo’n serie die precies op tijd is gestopt, met een verhaal dat best mooi werd afgerond. Ik was bijvoorbeeld dan ook een tikkeltje sceptisch over de prequelserie Better Call Saul, maar ook die is verrassend sterk. Dus toen bekend werd dat er nóg een spin-off kwam, ditmaal in de vorm van een film, maakte ik me eigenlijk niet echt zorgen; Vince Gilligan weet wat ie doet. En eerlijk is eerlijk, El Camino is op geen enkel opzicht Breaking Bad-onwaardig; het is even stijlvol en sfeervol als de serie. En ook alle acteurs zitten er weer lekker in, alsof ze nooit zijn weggeweest. De film voelt echter geenszins als een film, het is gewoon een lange extra aflevering. Een afterthought.

Veel mensen gebruiken het woord ‘onnodig’. Ergens snap ik dat wel, hoewel anderzijds er wel wat meer mocht worden afgerond rondom het personage van Jesse Pinkman. Hij verdween een beetje naar de achtergrond gedurende het laatste seizoen en zijn laatste scène in de serie was redelijk open. Dus het voelt wel fijn om nog even te zien wat er met Pinkman is gebeurd na de gebeurtenissen uit de finale-aflevering. Alsnog voelt het in El Camino allemaal iets teveel gerekt. Ik heb het gevoel dat dit verhaal prima in een normale aflevering van een uurtje zou passen, maar omdat het een film was men er twee uur van heeft gemaakt. Dat is dus het dubbele van Felina, de echte finale van de serie. Zo gaat een belangrijk deel van de film over het feit dat Jesse nog 1800 dollar nodig heeft om Robert Forster te betalen. Dat voelde allemaal een beetje karig. Desondanks weet Gilligan wel weer een goede mix neer te zetten van spannende scènes, ijzersterk drama en fijne luchtigheid.

Zoals vele anderen vond ik het erg fijn om even weer in het Breaking Bad sfeertje te zitten en oude bekenden te zien, maar toch voelde het ook als een reünie die nét iets te snel kwam. Zo’n schoolreünie waar je net twee jaar geleden bent afgestudeerd. Mede door Better Call Saul - waar ook veel oude bekenden in opduiken - was mijn honger naar Breaking Bad in ieder geval niet enorm groot. Laten we het ‘lekkere trek’ noemen. En El Camino smaakte uitstekend, maar voelt vooral als dat kopje koffie dat je na het heerlijke hoofdgerecht en fantastische toetje krijgt. Lekker, maar het is niet datgene waarvoor je uit eten ging.

3,5 sterren.

Camouflage (2001)

Met Leslie Nielsen had ik verwacht dat er nog wat te lachen viel. Want ja, de Naked Gun- ster weet zelfs werkjes als Spy Hard nog leuk te maken. Maar jammer genoeg mocht het hier niet zo zijn, de film is zo humorloos als de pest. Geen grap te bekennen. Hopen dat Nielsen's volgende project een stuk leuker is in ieder geval.

Camping del Terrore (1986)

Alternatieve titel: Body Count

Een redelijke horrorfilm. Erg donker geschoten en alles geheel in de sfeer van de eerste Friday the 13ths. Het plot is nogal mager en de film nogal traag opgebouwd, maar bepaalde moordscènes zijn best vermakelijk, er wordt een erg aardige sfeer neergezet en Napier heeft een geinige bijrol.

Canaries (2017)

Dit krijg je als een minder getalenteerde filmmaker probeert Edgar Wright na te doen.

In het niet uit te spreken dorpje Lower Cwmtwrch in Wales geeft een diskjockey een knullig feestje voor anderhalve man en een paardenkop. Vervolgens worden ze lastig gevallen door een stel wit geschminkte zombies, gekleed in gele regenjas en voorzien van lange plastic vingers. Met knokpartijen met kurkentrekkers en bierblikjes tot gevolg. Dat klinkt allemaal nog best amusant, maar scenarist en regisseur Peter Stray wil meer. Of zeg maar gerust: veel te veel. In een speelduur van slechts 73 minuten propt hij in het verhaal ook elementen als tijdreizen en geheime overheidsinstanties. En dat terwijl het budget nog niet eens een fatsoenlijk statief toelaat. De kneuterige actie tussen de feestvierders en de regenjaszombies is nog best geinig in zijn amateurisme, met een rommelige montage die moet maskeren dat er geen geld was voor effecten of een fatsoenlijke choreografie. Maar het is onbegrijpelijk dat men niet even een paar geluidseffecten aan de actie kon toevoegen. De film is zelden grappig als het grappig probeert te zijn, maar kan soms best geestig zijn in zijn amateurisme. Alsnog is Stray duidelijk geen Edgar Wright. Hij schetst in zijn film weliswaar het einde van de wereld, maar The World's End is Canaries bij lange na niet.

2 sterren.

Candy (2006)

Erg sterk acteerwerk van Cornish en Ledger, overweldigende optredens. Verder een aantal prachtige shots (visueel was het voortreffelijk), een goede score van Paul Charlier en een erg leuke bijrol van Rush maken de film zeker het kijken waard. Het is enkel wat jammer dat de film alles volgens het boekje doet en niet echt iets laat zien wat we nog niet eerder hebben gezien. Een beetje meer originaliteit in de vertelling had het plaatje voor mij helemaal compleet gemaakt. Maar desondanks een klein pareltje.

Candyman (1992)

De jaren 90 waren geen vruchtbare jaren voor horror. De grote namen in het genre, die in de jaren 70 en 80 waren gecreëerd, waren flink op hun retour of simpelweg al dood en begraven. En hoewel Candyman qua populariteit niet echt van het kaliber Jason, Michael of Freddy is, het is één van de weinige echt iconische horrorfiguren die ontstond in de jaren 90. Zoals de Cenobites in Hellraiser - ook een creatie van Clive Barker - valt Candyman in vergelijking met de bestaande slashermonsters op, want hij was anders. Naast het feit dat hij één van de eerste (en weinige) zwarte horrormonsters is, voelt ook de film Candyman anders dan de meeste slashers die we eerder zagen.

Candyman heeft qua structuur en toon veel weg van de Japanse horrorfilms die eind jaren 90 steeds populairder werden: Een journalist of onderzoeker duikt in een vrij enge legende en raakt hier steeds verder in verwikkeld. Candyman is geen entertainment zoals we gewend zijn van een slasher: de sfeer is duister, naargeestig en kil. Dat kille komt voort uit de inhoud; er is weinig tot geen komische noot en de thematiek is vrij zwaar. Het kille zit ‘m ook in de stijl, de film gebruikt bijvoorbeeld maar weinig muziek en is dus tijdens veel sequenties vaak opvallend (en effectief) stil. De film is niet puur bloedvergieten, maar focust veel op het drama en voelt soms meer als een detective-thriller, maar zodra de roestige haak van het titelpersonage om de hoek komt kijken wordt het pure en rasechte horror. Virginia Madsen speelt verder een fenomenale rol, met verder ook prima bijrollen. Alleen wie besluit er in hemelsnaam om übergeek Ted Raimi te casten als stoere gozer? Dat is minder geloofwaardig dan al die Candyman spookverhalen bij elkaar opgeteld.

4 sterren.

Candyman (2021)

De trend van remakes lijkt voorbij en de trend van een vervolgfilm die vorige delen negeert lijkt populairder dan ooit. Maar dan wel films die zichzelf qua titel voordoen als reboot of remake. Uit financieel oogpunt een begrijpelijke keuze, maar toch frustrerend dat films als The Thing, Halloween en Candyman (en binnenkort Scream) vervolgen of prequels zijn, maar dezelfde naam dragen als het origineel. Dat maakt het verwarrend. Voor lange tijd was het niet duidelijk of Candyman van Nia DaCosta een reboot, remake of vervolg zou worden. Het blijkt een overduidelijk vervolg. Sterker nog, het is aan te raden de eerste Candyman te herzien voor je deze gaat kijken. De vervolgfilms mag je dan overslaan, dus Farewell to the Flesh en Day of the Dead mag je in de kast laten staan.

Candyman uit 2021 van producent Jordan Peele is een interessant vervolg, die op visueel gebied erg interessante dingen doet. Neem alleen al die uitstekende openings credits. Eenvoudig, maar zeer sfeerverhogend en onheilspellend. Ook verderop maakt DaCosta visueel een paar interessante keuzes en speelt à la Poltergeist 3 met spiegels. De film beweegt redelijk op dezelfde manier als de eerste film; kunst, de geschiedenis van de Cabrini Green sloppenwijk en zelfs bepaalde personages uit die eerste film spelen een belangrijke rol. Een boeiende film met sfeervolle scènes neerzetten lukt DaCosta erg goed, maar helaas krijgt ze haar film alleen nooit eng. Als spannende horrorfilm stelt Candyman wat teleur. Ook het einde, met wat twijfelachtige keuzes van bepaalde personages, is helaas een beetje rommelig. Alsnog een stijlvol vervolg en een stuk beter dan de vorige vervolgfilms op Candyman die we in de jaren 90 kregen. Dit is een trend die ze van mij prima door mogen zetten. Op de keuze van de titel na, dan.

3,5 sterren.

Candyman: Day of the Dead (1999)

Alternatieve titel: Candyman 3: Day of the Dead

Belachelijk, maar daardoor soms ook best geestig. In het eerste vervolg op Candyman - wat nog steeds een ijzersterke horrorfilm is - zagen we al behoorlijk wat doms voorbij komen, maar voor dit goedkope TV-vervolg gaan alle remmen los. Candyman: Day of the Dead heeft de uitstraling van een softcore porno met bijbehorend acteerwerk. Hoofdrol is voor Playmate en Baywatch-actrice Donna D'Errico, meestal in onderbroek en boezem flink vooruit. Zij speelt schijnbaar de oudere versie van het kleine meisje dat we aan het einde van Candyman 2 leren kennen. Dat ontdekte ik pas na afloop, had eerlijk gezegd niet verwacht dat ik enige vorm van continuïteit in deze franchise zou vinden.

Maar goed, verder heeft Candyman: Day of the Dead geen hol met de rest te maken. En anderzijds juist heel veel, want het is in principe de tweede herhalingsoefening. Zo zien we weer mensen Candyman zeggen in een spiegel, waarna Todd verschijnt en mensen met een haak doorspiest. Dat trucje begon eigenlijk in de eerste film al een beetje te vervelen, laat staan als je ‘m drie films lang achter iemand ziet staan en z’n haak ziet gebruiken. Hij is niet de meest vindingrijke slasherschurk, kunnen we wel stellen. Anderszijds doet Candyman 3 wel iets unieks; eindelijk weten we wat er gebeurd als je Candymans naam uitspreekt tegen een ei. Dat had ik niet willen missen. Maar goed, op een paar van dit soort hilarische taferelen na is Candyman: Day of the Dead vooral een ontiegelijk saaie en futloze film. Vrij terecht het einde van een serie. Nu maar zien of de nieuwe versie - die in 2021 lijkt uit te komen - de eerste film weer eer aan doet. Maar ach, veel erger dan dit wordt het waarschijnlijk niet.

1,5 sterren.

Candyman: Farewell to the Flesh (1995)

Alternatieve titel: Candyman II: Farewell to the Flesh

In de hoogtijdagen van de horrorfilm zou na een hit als Candyman het jaar erop al een vervolg klaar staan. Candyman: Farewell to the Flesh kwam echter pas drie jaar later uit. In theorie kan dat betekenen dat men meer tijd nam om een fatsoenlijk en origineel script te schrijven. Maar in de praktijk is dat niet het geval, getuige dat Farewell to the Flesh op veel vlakken niet veel meer is dan een herhalingsoefening. Voelde de eerste Candyman nog uniek in zijn soort, na Farewell to the Flesh heb je dat trucje waarin Tony Todd plotseling achter iemand verschijnt en zijn haak door een lichaam duwt wel gezien. Virginia Madsen is ingeruild voor Kelly Rowan, die - zoals de meeste acteurs in deze prent - niet gezegend is met de beste acteerkwaliteiten. Sommige figuren, waaronder die broer van haar, zijn qua spel zelfs enorm belabberd.

Wat Candyman: Farewell to the Flesh nog enigszins de moeite maakt zijn een paar ok sequenties en het feit dat men iets dieper ingaat op de backstory van meneer Candyman. Ben normaliter niet zo van de backstory voor villians, maar in de Candyman films is het wel een interessant aspect van het monster. Je moet voor de interessante stukken wel door behoorlijk wat zoutloos gedoe worstelen, maar je hier en daar vermaken is niet onmogelijk. Zelfs mensen die houden van het ‘zo slecht dat het leuk is’ kunnen op bepaalde momenten aan hun trekken komen, zeker als er tegen het einde een bijzonder lelijk effect opduikt.

2 sterren.

Cannibal Ferox (1981)

Alternatieve titel: De Kannibalen Vallen Aan

Ben geen groot fan van Cannibal Holocaust, maar was ondanks dat wel benieuwd geworden naar dit genregenootje. Film begint in ieder geval érg matig. De dialogen zijn bijzonder saai en oninteressant en het acteerwerk is echt barslecht. Eigenlijk gebeurt er ook zo weinig dat het moeilijk wordt om je ergens mee te vermaken, dat eerste gedeelte.

Gelukkig werd het op den duur allemaal wat beter. Er kwam wat meer spanning in het geheel en het tempo ging flink omhoog. Met een paar gruwelijke en zeer effectieve scènes als gevolg. Jammer genoeg kwamen ze net ietjes te laat, de film had van mij wel wat meer pit mogen hebben. Zeker in het begin.

2,5 sterren.

Cape Fear (1991)

Beetje een tegenvaller. Had er behoorlijk wat van verwacht, maar uiteindelijk was het allemaal wat matigjes. Het acteerwerk was prima, hoewel Lewis mij op een gegeven moment behoorlijk begon te irriteren. De Niro was daarentegen behoorlijk sterk en was duidelijk het hoogtepunt van de film. Briljant was ie daarentegen ook weer niet. Ook de film was nu niet bepaald bijzonder. Het script was behoorlijk voorspelbaar en het einde was ook een tegenvaller. Het was op zich allemaal best aardig, maar meer dan een redelijke thriller was Cape Fear niet.

3 sterren.

Captain America: Civil War (2016)

Alternatieve titel: Captain America 3

Een superheld in de kleuren rood en blauw knokt met een superheld annex multimiljonair met gadgets en een stoer pak. Fijn dat deze premisse in 2016 in ieder geval één goede film oplevert. 



‘Marvel can do no wrong’ wordt wel eens geroepen. Maar ondanks de kolossale kassuccessen is het kwalitatief niet allemaal goud wat de klok slaat. De Thor films, de eerste Captain America, Iron Man 2 en hun nogal matige films van 2015 (Avengers 2 en Ant-Man). Het is geen verrassing dat Civil War een financieel succes gaat worden, maar gelukkig is het ook weer een écht goede film. Eentje die de eerste Avengers op veel vlakken weet te overtreffen.

De film wordt ook wel eens Avengers 2.5 genoemd en dat is niet zo vreemd met ál die superhelden weer bij elkaar. De opkomst is zelfs nog groter dan in Avengers. Een volle boel, maar Civil War is opvallend overzichtelijk en gestroomlijnd. De film is namelijk vooral een vervolg op The Winter Soldier en de gebroeders Russo maken wederom niet enkel een film voor testosteronbommen. Civil War kent genoeg spectaculaire actiescènes, maar kan net als zijn voorganger ineens opvallend klein en intiem aanvoelen, met ruimte voor spanning, spionage en opvallend goed uitgevoerd drama. Zeker rond de derde akte zorgen de broers Russo geregeld voor een verrassing.



Desondanks is er genoeg adrenalineverhogende actie en typische Marvel humor. Halverwege de film, als alle superhelden tegenover elkaar komen te staan op een verlaten vliegveld, verschijnt een sequentie waar velen van zullen smullen. We zien de superhelden hun krachten benutten, samenwerken en sarcastisch commentaar rondstrooien als nooit tevoren. Nieuwe Spidey steelt de show, Ant-Man (die vorig jaar niet echt wist te overtuigen in zijn eigen film) is als supporting character perfect op zijn plaats en oudgedienden Downey Jr. en Evans vertonen nog steeds geen slijtageplekken.

En wat Civil War eveneens één van de betere films uit de MCU maakt is de afwezigheid van een matige schurk. Ditmaal geen leger inwisselbare aliens, een kwaadaardige orc of een brandende Guy Pearce; het dilemma tussen superhelden is voldoende om het verhaal voort te bewegen. De film is goed gevuld, maar voelt nergens volgepropt en onnodige scènes of personages zijn er amper. Wat dat betreft had Zack Snyder wel een kleine cursus van de gebroeders Russo kunnen gebruiken.

Recensie: Captain America: Civil War - schokkendnieuws.nl

4 sterren.

Captain America: The First Avenger (2011)

We zijn nu aardig wat films verder in deze Marvel Cinematic Universe en deze eerste Captain America had ik, samen met de twee Thor films, nooit hoog zitten; vond het maar een karig filmpje. Maar herziening heeft me deze First Avenger wel iets meer doen waarderen. Het is nog steeds geen niveau Iron Man, maar in vergelijking met de mindere Marvel superheldenfilms als Thor of Ant-Man is Captain America: The First Avenger behoorlijk prima.

In de MCU zijn ze inmiddels behoorlijk ver qua effecten; zo kunnen ze zonder problemen een Michael Douglas, Robert Downey Jr of Kurt Russell geloofwaardig jong maken. Die effecten zijn in ieder geval overtuigender dan hoe men in deze film een iets te groot hoofd van Chris Evans op een iets te smal lichaam heeft geplakt. Was Evans Christian Bale geweest, dan waren special effects waarschijnlijk niet eens nodig. Alsnog is Evans wel een goede castingkeuze. Dat blijkt uit deze film, maar dat heeft de man vooral in de volgende delen uitstekend bewezen. Vooral in het vervolg op deze film - Captain America: The Winter Soldier - bewijst hij één van de coolste Avengers te zijn. Dat had ik gebaseerd op deze film niet helemaal verwacht, want met z’n helmpje en felgekleurde pak straalt de titelheld niet enkel puur stoerheid uit. Scheelt dat de grote schurk waar hij het tegen op moet nemen ook wel een tikkeltje knullig is.

Qua casting zitten er voldoende leuke rollen in de film; Stanley Tucci, Toby Jones, Dominic Cooper, Tommy Lee Jones, Hayley Atwell; stuk voor stuk prima in hun rol. Daarnaast bevat de film veel meer lucht dan ik had verwacht. Captain America zelf is dan wellicht een vrij humorloze held, maar de film zelf is nog aardig geestig. Wederom geen niveau Iron Man, maar de luchtige momenten zijn erg welkom als de film dreigt iets te dramatisch te worden. Daarnaast zorgt regisseur Joe Johnston voor prima actie. Ook hier wordt het niet baanbrekend, maar het is allemaal erg netjes en soms ook spannend qua uitvoering. Dat is ook eigenlijk deze eerste Captain America in een notendop; geen pionier of spectaculaire hoogvlieger, maar in alles een prima middle of the road superheldenfilm.

3 sterren.

Captain America: The Winter Soldier (2014)

Dit blijft één van mijn favorieten van de films van Marvel.

Normaliter heb ik mijn MCU superheldenfilms het liefst met voldoende humor, maar The Winter Soldier is daar duidelijk een uitzondering op. In tegenstelling tot een hoop fantasierijk geneuzel in de Thor, Guardians of Dr Strange is Winter Soldier een stuk meer down to Earth. Letterlijk. De film voelt als een spionage/actie/thriller met slechts hier en daar een vleugje superheld. De actie is uitstekend. Van een enorm toffe auto-achtervolging tot een reeks ijzersterke gevechtsscènes. Zo’n scène waarin Captain America met tig man in de lift staat is fantastisch; de gebroeders Russo bewijzen in ieder geval uitstekende actie-regisseurs te zijn. Daar kunnen alle filmmakers die enkel onoverzichtelijke actie schieten met schuddende camera’s en maximaal 1 seconde per shot nog wat van leren. Misschien moet Michael Bay eens een cursus volgen bij de broers Russo.

Verder is het Marvel nog niet vaak gelukt om een sterke schurk neer te zetten en dat lukt men hier wel. De mysterieuze Winter Soldier is enorm krachtig, heerlijk koeltjes en meedogeloos en zijn theme, die telkens klinkt als hij verschijnt, is simpelweg perfect! Een fijne bad guy in een film vol met leuke personages, die zorgen dat de film juist ook sterk werkt buiten de actie. Neem alleen al de openingsscène waarin Steve Rogers kennismaakt met Sam Wilson; de twee hebben meteen een fijne dynamiek. En ook Scarlett Johansson als Black Window voelt hier het beste op haar plek. Wat dat betreft hebben de Russo broers ook gevoel voor personages, zover is duidelijk. In CIvil War, Infinity War en ongetwijfeld ook in Endgame laten ze zien dat ze te werk kunnen met grote bombastische films vol personages. Maar hun sterkste werk voor het MCU - en één van de beste superheldenfilms aller tijden - is waarschijnlijk deze héle toffe actiefilm.

4 sterren.

Captain Marvel (2019)

Erg matig.

Het MCU is nu al ruim 10 jaar bezig, maar er is nog niet heel veel veranderd: Soms schiet Marvel flink in de roos, soms maken ze behoorlijk matige superheldenfilms. En Captain Marvel mag wat mij betreft onderaan aansluiten in het rijtje van die magere films, waar ik een Black Panther, Ant-Man en de eerste twee Thor films ook in zou zetten. We hebben immers zoveel superheldenfilms gezien dat de lat inmiddels wel wat hoog gelegd mag worden. Maak je een superheldenfilm, kom dan met iets bijzonders en doe iets nieuws. En Captain Marvel doet opvallend weinig om er echt uit te springen. Toen ik de bioscoop verliet kon ik me eigenlijk amper een scène nog herinneren.

Ik had sowieso niet echt zin meer in een origin story, dat hebben we nu al wel gezien. Deze superheldin mag in de basis dan totaal anders zijn dan een Spider-Man of Batman, maar een oorsprongsverhaal blijft een oorsprongsverhaal. In Captain Marvel krijgen we meteen allerlei uitleg over verschillende planeten en rassen, iets dat me altijd maar erg weinig interesseert als de aanpak zo enorm serieus is. In een Ragnarok of Guardians of the Galaxy gaat dit nog gepaard met een beetje een knipoog en wat lucht, maar dit is meer van het niveau van de eerste Thor-films. Oftewel; of we al die onzin met Skrulls, Krees en weet ik wat even bloedserieus willen nemen. Als niet-kenner van de comics vind ik dit altijd het meest vermoeiende onderdeel van dit soort films. Daarnaast doet de film denken aan die Green Lantern verfilming en dat volkje van Mendelsohn ziet eruit als Piccolo uit die afschuwelijke Dragonball verfilming. En dat is nooit een goed teken.

Dan ons hoofdfiguur. Ze doen duidelijk pogingen om van Captain Marvel een niet al te saai en humorloos figuur te maken - zoals hark Black Panther - maar spannend of intrigerend is haar personage ook niet. De momenten dat ze wat cynisch uit de hoek komt, werkt haar personage nog het beste. Niet dat elk figuur in het MCU one-liners moet spuwen als een Tony Stark, maar het lijkt soms alsof het enige alternatief dan maar een eendimensionale, saaie superheld is. Ze valt ergens nog mee, maar dat komt wellicht ook omdat ze omringt wordt door een hoop inhoudelijk kleurloze figuren. Dat team van Jude Law is totaal nietszeggend, weet nog steeds niet wie dat allemaal waren. En dan brengen ze ook nog één van de meest suffe schurken uit het hele MCU terug voor een bijrol. Was die elf uit Thor: The Dark World niet beschikbaar?

Ik stoorde me ook al aan de casting van Ben Mendelsohn, hij speelt immers altijd dezelfde slechterik in elke film. Dus toegegeven, ik was aangenaam verrast dat zijn personage gaandeweg een andere kant liet zien. Maar Captain Marvel wordt eigenlijk pas leuk zodra Samuel L. Jackson op het toneel verschijnt. Niet omdat Nick Fury nu het leukste personage in het MCU is, maar het charisma van Jackson doet de film heel veel goeds. In de scènes met hem valt er tenminste nog wel eens wat te lachen. Hij weet je een beetje wakker te houden in een film die meer dan twee uur duurt. Ik zag de avond voor Captain Marvel nogmaals Infinity War; een film die veel langer duurt, maar gevoelsmatig eerder voorbij was. In die Avenger-films zitten natuurlijk verscheidene personages met enorm uiteenlopende krachten, maar toen ik in de climax van deze film een soort Super Saiyan ultra-krachtige en praktisch onverwoestbare Captain Marvel zag rondvliegen dacht ik bij mezelf: Ik vraag me sterk af of dit personage een goede toevoeging wordt voor Endgame.

Ik vraag het me heel sterk af.

2 sterren.

Captain Phillips (2013)

Paul Greengrass komt weer met zijn sterke realistische stijl en combineert dit met een fantastische Tom Hanks. Zo zie je de man in de ochtend in een videoclip van Carly Rae Jepsen voorbij dansen en diezelfde avond kijk je naar één van zijn betere en erg aangrijpende filmrollen. Verder bevat Captain Phillips een simpele premisse, een reeks erg sterke vertolkingen van onbekende(re) acteurs en hier en daar is het verrekte spannend. Vooral in combinatie met het realisme en zo weinig mogelijk Hollywoodiaanse poespas. De eerste helft van de film is overigens wel aanzienlijk spannender dan de tweede helft.

4 sterren.

Captive State (2019)

Het uitgangspunt van Captive State is niets nieuws. Series als Childhood’s End, Colony of V: The Original Miniseries vertelden al eerder een soortgelijk verhaal: Aliens komen niet a là Mars Attacks naar onze planeet om alles overhoop te knallen, maar zien in de mens juist de perfecte slaaf. Met als gevolg dat werkloosheid en criminaliteit tot het verleden behoren, maar onze vrijheid hebben we moeten inleveren. Dus staan er uiteraard een zooi verzetsstrijders op om te knokken tegen de aliens. Dat kan natuurlijk vrij eenvoudig resulteren in een actiefilm vol vuurgevechten in de stijl van Independence Day, maar Rupert Wyatt pakt het met Captive State heel anders aan.

De film begint als zoveel apocalyptische films, dus nog voordat we beelden zien horen we sirenes, alarmsignalen en verontrustende nieuwsberichten over de komst van ‘iets buitenaards’ met een hoop ruis erdoorheen. Na de openingsscène ontpopt Captive State zich als een post-apocalyptisch drama dat zich afspeelt in een grauw Chicago, waarbij we zien hoe mensen moeten leven onder het strenge toezicht van mysterieuze buitenaardse wezens. De film gaat weliswaar over de gevolgen van een invasie, maar de aliens zelf spelen amper een rol; het gevaar komt van alle mensen die de regels van de buitenaardse schepsels hebben geaccepteerd en hun wensen netjes opvolgen. En tja, dat is vele malen enger dan wat harige monsters uit de ruimte.

Halverwege de film vindt er een switch plaats waarbij een hoofdpersonage een lange tijd aan de kant wordt geschoven voor een ander element; een soort grimmige versie van Ocean’s Eleven. De film krijgt hier iets meer tempo en wordt vooral af en toe nog best zenuwslopend. Captive State is uiteindelijk een aangename science-fiction thriller zonder bombast. De film is vakkundig geregisseerd, de cast is prima en audiovisueel vlak is de film sterk. Maar vooral het script, dat Wyatt schreef met Erica Beeney, valt te prijzen. Het is weliswaar niet bijster origineel allemaal, maar het zit goed in elkaar en heeft tot het einde een paar interessante verrassingen in petto.

3,5 sterren.

Carlito's Way (1993)

Een film die mij een stuk beter is bevallen dan die andere bekende samenwerking tussen Brian DePalma en Al Pacino. Carlito's Way is opvallend rustig in zijn opbouw en heeft naast harde actie en doeltreffende spanning ook ruimte voor best sterk drama en ook prima romantiek. Pacino hoeft dit keer de film niet in zijn eentje te dragen en krijgt onder andere hulp van een eveneens uitstekende Sean Penn. DePalma, die eigenlijk geen zin had in nog een gangsterfilm maar werd overtuigd van het sterke script, bouwt op uitstekende wijze een spanning op. Vooral het laatste half uur, met onder andere een spectaculaire achtervolging, is van erg hoog niveau.

3,5 sterren.

Carnage (2011)

Erg amusant, hou wel van films met een uiterst simpel gegeven en weinig tot slechts één locatie, waarin acteurs zich volledig kunnen uitleven. Roman Polanski's Carnage is overduidelijk gebaseerd op een toneelstuk, maar werkt als film uitstekend. De film wordt prima opgebouwd en gaat meteen goed van start. Het is echter wel even wennen om te zien hoe de film van realistische dialogen en echte karakters halverwege steeds theatraler en grootser wordt en de personages bijna karikaturen worden. Dit wordt op zich prima uitgevoerd, maar het voelt wel als een vrij grote stap.

De minimale, maar vrij sterke, découpage en production design doen zijn werk, maar het zijn toch de acteurs waar het vooral van komt. De show wordt gestolen door Christopher Waltz, die met zijn sarcastische en lekker snobby rol overduidelijk het leukste personage vertolkt. John C Reilly is eveneens sterk, vooral door de transformatie die zijn karakter langzaam maar zeker ondergaat. Kate Winslet speelt zeker niet haar beste rol, maar speelt haar rol, zeker in het begin van de film, goed. Enkel tegen het einde gaat het bij haar er net een beetje over. En hetzelfde geldt zeker ook voor Jodie Foster, die in het begin prima uit de verf komt, maar tegen het einde is het allemaal iets teveel van het goede.

3,5 sterren.

Carrie (1976)

Een stijlvolle en uitstekend gemaakte horror, Stephen King mag blij zijn dat zijn eerste boek verfilmd is door een man als De Palma. Carrie is zo'n film die ik in mijn jeugd iets te langdradig en saai vond, maar waarvan een aantal beelden altijd op mijn netvlies zijn blijven staan. Sowieso de gehele climax met Carrie en haar ijzige blik in het rood, maar vooral dat Saint Sebastian beeldje - waarvan ik lang dacht dat het Jezus was, maar dat bleek niet zo te zijn - is me nog lang bijgebleven. Inmiddels na een herziening heb ik ontdekt dat Carrie meer is dan enkel die uiterst memorabele climax.

Echt hoogstaand wordt het allemaal die eerste twee aktes ook niet, hoewel Sissy Spacek en Piper Laurie fantastische rollen spelen. De film is prima, hoewel geen personages verder echt noemenswaardig zijn en het script nu niet per se geniaal in elkaar zit. Maar zodra die emmer varkensbloed naar beneden komt vallen en De Palma alles uit de spreekwoordelijke kast trekt, wordt overduidelijk waarom Carrie niet alleen de allereerste, maar ook nog steeds één van de betere King verfilmingen is.

3,5 sterren.

Carrie (2013)

Bij een remake van een boekverfilming is altijd maar de vraag of het gaat om een remake of opnieuw een verfilming van het boek. Bij Carrie van Kimberly Peirce is het overduidelijk het eerste; de film is nog net geen shot-voor-shot remake van de film van De Palma. Dat is meteen één van de minpunten, want op een paar simpele updates - in de categorie mobiele telefoons en YouTube - na gebeurt er niets nieuws en is het exact diezelfde film als die we al eerder zagen. Een beetje verrassing was wel fijn geweest. Want verder is deze Carrie als film helemaal zo slecht nog niet. Peirce kiest voor een veilige toon en stijl, maar het werkt prima en grotendeels van de cast is ook prima gekozen. Julianne Moore speelt een prima rol en Ansel Elgort (Baby Driver) speelt een prima debuutrol.

Grootste punt van kritiek in de film zit 'm in de casting van het titelpersonage. Chloë Grace Moretz is een prima actrice, maar haar uitstraling past totaal niet bij het personage Carrie. Met haar looks moet Moretz enorm haar best doen om overtuigend een bang, nerveus en anti-sociaal gepest meisje te spelen en heel geloofwaardig komt het er niet uit, hoe hard ze ook haar best doet. Het grote verschil tussen haar en Spacek uit de eerste film zie je ook in de climax terug; waar Spacek een ijzingwekkende gekwelde stoïcijnse blik op haar gezicht had tijdens het moorden, daar leek Moretz zelfs te genieten van het straffen van haar pestkoppen, compleet met van die Hans Klok/Within Temptation handgebaren. Toegegeven, het past beter bij Moretz, maar minder bij het personage Carrie. Al met al is Carrie niets bijzonders, maar ook verre van een belabberde remake. Met een paar vernieuwende keuzes en passendere hoofdrolspeelster was het waarschijnlijk wel een stuk beter geweest.

3 sterren.