Meningen
Hier kun je zien welke berichten Chainsaw als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Cars (2006)
Cars moet de eerste Pixar film zijn die me over het algemeen vrij weinig deed. Zeker in vergelijking met andere producten van de productiestudio is dit verre van bijzonder. Ten eerste waren de karakters verre van memorabel. De meeste waren zelfs oersaai. Vond enkel die Guido wel geestig, had wel een paar leuke momenten. Verder was ook de voice- casting erg weinig bijzonders. Vooral Owen Wilson als hoofdrolspeler deed me erg weinig, ik kan de beste man blijkbaar ook niet horen. Gelukkig was vaste Pixar- acteur Ratzenberger van de partij, die blijft altijd goed voor een glimlach.
Ook was dit de eerste Pixar film, waaraan ik me aan dat moraaltje ging storen. Bij een Finding Nemo of Toy Story had ik er eigenlijk totaal geen last van, maar bij Cars ging ik me snel ergeren aan die voorspelbare levenslessen. Ik had stiekem gehoopt op een ietwat verrassende afloop, maar nee; alles gaat precies zoals je verwacht. Blijft enkel het visuele aspect over. De eerste scènes in het plaatsje Radiator Springs (die zonder dialoog of muziek) waren erg sterk en zagen er goed uit. Had de film maar meer van dat soort momenten gehad. Nu is Cars niets meer dan een standaard animatiefilmpje, waar er al zoveel van zijn.
3 kleine sterren.
Cashback (2006)
Sometimes love lets you keep the change
Lange tijd geleden dat een film me zo wist te raken als Cashback vanmorgen heeft gedaan. De film wist me ondanks mijn aardig hoge verwachtingen nog steeds compleet te overrompelen. Visueel is de film prachtig, de film straalt één en al sfeer uit, het verhaal wordt voortreffelijk verteld en de film weet nergens ook maar iets te vervelen. Maar boven alles verteld Cashback één van de meest hartverwarmende verhalen die ik tot nu toe in een film ben tegengekomen.
Het is af en toe even wennen, aangezien Cashback een hoop tegenovergestelde zaken in de blender lijkt te gooien. Realiteit en pure fictie, subtiliteit en alles behalve subtiliteit, Garden State en American Pie; alles gaat door elkaar heen. Het heeft mij echter weinig moeite gekost om me vanaf het begin meteen compleet in de film te werpen en volluit te genieten van de prachtige plaatjes en muziek en het schitterende verhaal.
Bravo, Ellis. 5 sterren.
Casper (1995)
Ondergewaardeerd, als je het mij vraagt. Sfeervolle film, dat aanvoelt als een modern sprookje (beetje Tim Burton stijl) en toegankelijk is voor jong en oud. Goede effecten, prachtige settings, een uitstekende rolbezetting en leuke humor, met name afkomstig van het spookachtige trio. De muziek van James Horner is trouwens ook niet minder dan ijzersterk.
Voor die goede ouwe tijd, 4 sterren.
Cast Away (2000)
Schitterende film. Vooral de eerste gedeelte van de film is werkelijk prachtig, er komen een paar geweldige plaatjes voorbij en tevens wordt er uitstekend geacteerd (Hanks op z'n best). Met humor, drama en zelfs wat spanning leef je als kijker ontzettend met hoofdpersonage Norland mee.
Het minpunt van de film, hier al een aantal keren voorbij gekomen, is naar mijn mening ook het einde, als Hanks terugkeert bij Hunt, die een andere vent blijkt te hebben. Dit gedeelte doet toch een beetje afbreuk aan de rest van de film, ik had persoonlijk dan ook liever wat meer Hanks op het eiland gezien en wat minder van dit einde.
Maar goed, ondanks dit is Cast Away een uitstekende film. Ik zat eerst te denken aan een score van 4 en een half, maar door het einde hou ik het toch maar even voorzichtig op 4 dikke sterren.
Trouwens ook een leuke rol voor Wilson de Volleybal, jammer dat ie niet in meer films heeft gespeeld. 
Cat's Eye (1985)
Alternatieve titel: Stephen King's Cat's Eye
Ik hou wel van die lekker sullige anthology films. Soms zijn het korte verhalen die zonder enige lijn bij elkaar worden gezet - met zo’n overkoepelend verhaaltje van iemand die een verhaaltje (voor)leest - maar soms doet men een poging uiteenlopende verhalen toch aan elkaar te breien. Dat laatste zie je gebeuren in Cat’s Eye, waarbij de kat de hoofdrolspeler is. Deze kat loopt van verhaaltje naar verhaaltje. Met de naam Stephen King verwacht je wellicht monsters en horror, maar geestig genoeg zijn de eerste twee verhalen dat totaal niet. Het is ook niet moeilijk voor te stellen dat kinderen het laatste verhaaltje vooral kunnen herinneren.
Desondanks is het eerste verhaal het beste. Quitters Inc met James Woods is lekker lomp, surrealistisch en vooral erg geestig. Er wordt soms best een prima spanning opgebouwd, maar ik zou dit segment toch vooral onder ‘zwarte komedie’ scharen. Het moment dat Woods een paraplu in de kast gooit en je iemand hoort kuchen is toch wel pure komedie. En best geslaagde komedie. Dat het tweede verhaal ook oogt als een komedie heeft waarschijnlijk vooral te maken met de casting van Robert Hays, die ik sinds Airplane! eigenlijk niet meer serieus kan nemen. Maar ondanks een paar duistere momenten is ook The Ledge eigenlijk vrij komisch. We zien een duif tekeer gaan op de enkel van Hays, terwijl een grote gangsterbaas net iets teveel lol heeft in hem teisteren.
Het derde verhaal valt eigenlijk enorm uit de toon en heeft enkel de kat als overkoepelend thema, hoewel Drew Barrymore opvallend genoeg al eerder in de film verscheen in de rol van de dochter van James Woods. Had haar daar overigens niet eens herkend. In het laatste verhaal speelt ze een ander dochtertje, dat wordt geterroriseerd door een trol in haar kamer. Het is een best charmant horrorverhaaltje, maar slaat eigenlijk nergens op als je ‘t vergelijkt met de vorige twee. Qua effecten is de film soms knullig, maar soms ook erg knap gedaan. In een Creepshow of Tales from the Darkside had het prima gepast. Wat dat betreft is Cat’s Eye een wat rare en soms sullige mengelmoes, maar wat mij betreft wel een erg vermakelijke mengelmoes.
3,5 sterren.
Category 7: The End of the World (2005)
Na het vermakelijke en lachwekkende Category 6 gaat regisseur Dick Lowry en een handjevol acteurs op herhalingsoefening. Dus opnieuw sprinten een hoop bordkartonnen karakters rond tussen de meest belabberde CGI effecten, afgewisseld met eindeloze oninteressante conversaties over deze zogenaamde natuurrampen. En voor de kijker is het dus weer lachen om de platte karakters, heerlijke Windows 3.11 effectjes en talloze perikelen in het script die in een slechte soap niet zouden misstaan. Daar komt bij dat, om het geheel 'hip' te maken, de film boordevol zit met snelle montagetrucjes. Als een slechte videoclip springt de film heen en weer van versnelde shots naar slowmotion. Maar hoe snel je ook monteert, je kunt als maker op geen manier verdoezelen hoe slecht Category 7: The End of the World natuurlijk is. Werkt wel aardig voor de lachspieren.
1,5 sterren.
Cats (2019)
Gebaseerd op de recensies en reacties hoopte ik op zo'n fenomenale en hilarische miskleun. Dat is deze Cats ergens ook wel, maar in tegenstelling tot veel andere ‘hilarisch slechte films’ was Cats ook enorm moeilijk om door te komen. Dat laatste heeft ook te maken met het feit dat ik niet van musicals hou. Een musical lijkt altijd een verhaal van slechts een paar pagina’s te rekken tot twee uur, omdat men over de kleinste zaken vijf minuten moet zingen. En bij Cats is dat niet anders. Ik ben verder niet bekend met de musical - of andere bewerkingen - dus ik was nog helemaal nieuw voor het verhaal. Of beter gezegd; voor het feit dat er geen verhaal is. We ontmoeten een nieuwe kat en elke vijf minuten stelt een andere kat zich aan haar voor met een ellenlang liedje. Meer is Cats dus schijnbaar niet.
Ik merkte dat ik dat riedeltje al na een paar minuten zat was, maar de film zit letterlijk tot het einde zo in elkaar. We beginnen bij een stel inwisselbare katten - met onder meer een goochelaar en een saaie jonge John Cleese. Katten die allemaal overigens de hele tijd botergeil lijken, gebaseerd op hun bewegingen, gehijg en geflirt. De film leek qua toon steeds slechts een stap verwijderd van een furry-pornofilm. Vervolgens zien we ene Rebel Wilson met een paar David Cronenberg-achtige praktijken betreft dansende muizen en kakkerlakken. Waarna James Corden vijf minuten mag zingen dat hij dik is. Oh, en hij krijgt iets tussen zijn benen. Hilarisch. Maar het meest hilarische moet nog komen: als men heel serieus gaat zingen over ene ouwe kat en ineens komt daar Judi Dench aanzetten. Akkoord, geen van de katten ziet er goed uit, maar ik heb zelden zoiets lachwekkends gezien als Judi Dench als kat. Met een serieus gelaat, alsof ze alsnog voor een Oscar wil gaan, acteert ze, terwijl ze snorharen op haar gezicht heeft.
En zo zit Cats vol met momenten waarbij je ergens plaatsvervangende schaamte krijgt voor de acteurs. Zo moet Oscar-winnares Jennifer Hudson proberen om Anne Hathaway uit Les Misérables van Tom Hooper na te doen, dus ze jankt er flink op los terwijl ze zingt. Eén verschil; Jennifer Hudson ziet er uit als Mike Myers in The Cat in the Hat, waar liters snot over de snorharen druppelt. Ook zien we Ian McKellen uit een bord likken. Nooit gedacht dat ik onze Gandalf zo zou zien. Ik had het gevoel dat Idris Elba de enige was die zijn waardigheid nog een beetje in tact hield, tot deze ineens ook naakt gaat rondparaderen en zingen. Nee, zelfs een enorm stoere man als Elba kan dit niet redden, hij staat net als iedereen enorm voor lul. Het was even geestig om dit soort wanpraktijken met zo’n grote cast te zien, maar uiteindelijk ging Cats stierlijk vervelen, met het ene domme liedje na het andere. Klap op de vuurpijl is het liedje waar Judi Dench de conclusie trekt dat katten geen honden zijn. Oh.
0,5 sterren.
Celestine Prophecy, The (2006)
Alternatieve titel: De Celestijnse Belofte
Dit moet één van de meest belabberde films zijn die ik ooit heb gezien. De acteurs, die de ondankbare taak hebben om de kartonnen personages in dit gedrocht gestalte te geven, doen niets meer dan levenloos voor zich uit staren en zogenaamd diepzinnige regeltjes zo intens saai mogelijk opdreunen. En ondertussen springt het verhaal van de hak op de tak om ervoor te zorgen dat zelfs mensen die echt hun best willen doen het spoor snel bijster zijn. Het verhaal wil echt voor geen meter boeien, zit van toevalligheden en onlogische momenten aan elkaar en dan is er ook nog eens geen touw aan vast te knopen.
Daar komt bij dat de film ook op technisch gebied gewoonweg één grote ramp is. De film oogt als één of andere goedkope TV-film, die paar actiescènes werken echt ongelofelijk op de lachspieren en de hele film is voorzien van de meest belachelijke en oerlelijke computereffectjes en settings. Dat dit in de bioscoop heeft gedraaid, zeg. 'Er is meer' is de grote boodschap van The Celestine Prophecy. Mag ik bedanken?
0,5 sterren.
Celibaat (2019)
Een vrijwel muziekloze zwart-wit documentaire; dat klinkt als zo’n artistieke film waar je echt zin in moet hebben. Maar ondanks deze vormkeuzes is Celibaat opvallend toegankelijk. Aan de ene kant heb je de bijna plichtmatige, volledig uitgespeelde shots van oude mannen die tergend langzaam bezig zijn een tafel dekken, afwassen of naar buiten kijken. Het heeft iets moois, maar ook iets komisch; het voelt een beetje als een respectvolle en artistieke Man Bijt Hond. Maar inhoudelijk is de film erg sterk; de film wordt gevuld met interviews van de desbetreffende mannen en die interviews maken hier de film. Regisseur Jongbloed is totaal niet geïnteresseerd in het geloof, maar focust puur op de mannen en hun leven. Hij heeft een paar interessante figuren voor de camera gekregen en deze uiteenlopende types zorgen zelfs voor de nodige humor. Geweldig om te zien hoe verschillend de mannen reageren op het steeds persoonlijker worden van de vragen en het onderwerp. Qua vorm is Celibaat helaas iets het minder fantastisch; vooral het camerawerk is vrij matig. Een paar mooie sequenties wordt te vaak afgewisseld met veel te close gedraaide shots, waardoor we geregeld - onscherp - naar iemands kruin zitten te staren.
3,5 sterren.
Cell, The (2000)
Visueel sterk en paar mooie sequenties, daar moet The Cell het van hebben. Maar je ziet toch ook een hoop interessantdoenerij. Vaag doen om het vaag doen. En die vele emmers symbolisme en vage verwijzingen die regisseur Tarsem Singh over het an sich eenvoudige plotje gooit beginnen op den duur erg vermoeiend te worden. Hoe sterk sommige visuals dan ook zijn. Daarnaast werkt het ook niet bevorderlijk dat de personages nogal leeg en oninteressant zijn. Had er iets meer focus op de inhoud gelegen, dan had de film een stuk meer kunnen worden dan een uit de kluiten gewassen - maar wel erg mooie - videoclip.
3 sterren.
Cellar Dweller (1988)
Toch af en toe wel moeten grinniken om deze film van John Carl Buechler. Zoals gezegd is de man zeker geen onbekende in de wereld van de horrorfilm, maar dat wil nog niet zeggen dat alles wat de man aanraakt ook hoog niveau is. Zeker niet als regisseur. Bij zijn Cellar Dweller is het vooral lachen om de bespottelijke acteerprestaties en dialogen en het erg knullige monster dat telkens op exact dezelfde manier verschijnt, (voornamelijk) offscreen zijn ding doet en weer verdwijnt. Paar geinige momenten, hoop knulligheid. Heb in ieder geval nog nooit een bruut monster verslagen zien worden met Tipp-Ex. Vooral alles is schijnbaar een eerste keer.
2 sterren.
Cha no Aji (2004)
Alternatieve titel: The Taste of Tea
Zeer bijzondere en genietbare film, welke eigenlijk erg moeilijk te beschrijven is. Een aparte mengeling van komedie, drama en fantasie met een geweldig sprookjesachtige sfeer. Daarnaast een hoop prachtige beelden en heerlijke gortdroge humor. Vond vooral de scènes met die gast met de honkbalknuppel erg leuk.
Naast visueel is de film ook op het gebied van geluid en muziek ontzettend sterk. Verder verveelt Taste of Tea geen minuut, hoewel hij desalniettemin wel ietsjes korter had gemogen. Maar goed, verder heb ik bijzonder weinig te klagen en was Taste of Tea een heerlijk filmpje. Met overigens een prachtige finale!
4 dikke sterren.
Chain, The (1996)
Mwoah ,dit viel me eigenlijk nog best mee. Had lage verwachtingen, maar de film wist me ondanks het voorspelbare plot, matige acteerwerk en tonnen clichés nog best te vermaken. Niets om over naar huis te schrijven, maar toch nog niet zo bizar slecht als ik in eerste instantie had gedacht.
Charade (1963)
Samen met Les Diaboliques zo'n film die bestempeld is als 'the best Hitchcock movie Hitchcock never made." En bij Charade is het niet vreemd om te zien waar die stempel vandaan komt. Charade is een interessante misdaadkomedie, maar heeft wel zijn sullige momenten. Zo ogen de gevechtsscènes af en toe toch wat knullig en blijft zo'n achtervolging ook wel iets geestigs hebben als je ziet dat men eerst netjes een kaartje koopt voor de metro. En hoe lang de aanloop voor het verhaal in dit soort films ook is, een romance is altijd in één oogopslag neergezet. Eén blik en één zin dialoog en onze hoofdrolspelers zijn voor altijd verliefd. En als laatste kwam dat Franse jochie ook wat knullig over, gelukkig was dit geen grote rol.
Maar desondanks is Charade een aangename film. De spanning wordt alleraardigst opgebouwd en de film kauwt gelukkig niet al te veel voor. Vond vooral het spel tussen de vier mannen en Hepburn goed gedaan. Ook leuk spel van onder andere George Kennedy en James Coburn. Grant doet weer precies wat hij moet doen en waar hij het beste in is; de droogkomische charmeur. Verder ook een leuke rol voor nog een favoriet, Walter Matthau. Wel jammer dat een toffe confrontatie tussen Matthau en Grant uitbleef, dat had ik graag gezien. Hoe dan ook, een paar toffe vertolkingen in een vlotte film met prima script en opbouw. Alleen blijft Les Diaboliques toch de beste Hitchcock die Hitchcock nooit maakte.
3,5 sterren.
Charlie and the Chocolate Factory (2005)
Alternatieve titel: Sjakie en de Chocoladefabriek
Meteen na het zien van Willy Wonka and the Chocolate Factory deze maar eens bekeken. En eerlijk is eerlijk, Tim Burton en Roald Dahl klinkt als een prima match; als iemand weet hoe ie een fantasierijke en ietwat duistere kinderfilm moet maken, dan is het Burton wel. Wat dat betreft heeft Burton zich lekker uit kunnen leven op de sets en de kostuums. Het gehele art-departement mag wat mij betreft dan ook als de ster van de film worden aangewezen. De CGI is weliswaar soms behoorlijk lelijk, maar voor een groot deel oogt de film enorm sfeer- en stijlvol, als een mooi en zoet modern sprookje.
En dat de film zoet is, dan zullen we weten. En dan heb ik het niet eens over al het snoep in de film, want een Freddie Highmore is nog veel effectiever voor het glazuur op je tanden. In de jaren 70 versie was Charlie al een enorm heilig goedzakje, maar Highmore speelt 'm nóg vele malen zoeter. Wat een verschrikkelijk braaf gozertje. Dit geldt overigens niet alleen voor Charlie, maar de hele film bevat heel weinig van die lekker duistere Burton-ondertoon, die zijn films vaak hebben. Zelfs de musicalversie uit de jaren 70 was nog duisterder en gekker dan dit. Beetje teleurstellend dat Burton lijkt te denken dat een kinderfilm zó kindvriendelijk moet zijn. Verder is deze nieuwe versie op veel vlakken een prima update, met weer vier lekker dik aangezette karikaturen en hun ouders, vrijwel hetzelfde als in de jaren 70 versie.
Wonka is echter wel totaal anders. Ergens logisch dat Depp 'm niet speelt als Wilder, maar zijn enorm naïeve - en vaak simpelweg domme - Wonka is niet echt een verbetering. Je mist het cynisme en mysterieuze van het personage dat Wilder vertolkte; het figuur dat Depp speelt zet meer in op directe humor, met z'n nerveuze lachjes, slecht-getimede grapjes en Michael Jackson- stemmetje en uiterlijk. Dat is even leuk, maar je wordt Wonka al iets te snel behoorlijk zat. En dat is een ander groot probleem van deze film; het gaat allemaal veel te lang door. Al die flashback-scènes zijn behoorlijk onnodig en werken eerder als een handrem. Zeker tegen het einde voelt de film afgerond, maar gaat dan nog oneindig door over Wonka en zijn verleden. Terwijl Wonka juist een personage is waar je níet teveel over wil weten. Als dan ook veel grappen te vaak worden herhaald, zodat ze echt niet meer grappig zijn, dan merk je dat aan dit script nog wel flink gesleuteld had kunnen worden. Want de cast is oké, de muziek uitstekend en de sets fantastisch; maar inhoudelijk is deze Charlie and the Chocolate Factory grotendeels behoorlijk mager.
3 sterren.
Charlie Wilson's War (2007)
Lekker cynisch, zwart en luchtig. Dat maakt Charlie Wilson's War een uitblinker. In het begin is het wat wennen aan deze mix van genres en de toon van de film moet een beetje groeien. Hanks doet het prima en ik kon - vrij zeldzaam, volgens mij - Roberts ook wel hebben. Maar de meeste lof gaat naar Hoffman, wederom een fantastische rol. Eerste rol die ik van hem zie sinds zijn dood en dat doet toch extra pijn, als je 'm dan zo op dreef ziet als hier. De scène waarin hij wordt geïntroduceerd is niet minder dan goud, fantastisch! De film moet in het begin over een kleine hobbel, maar eenmaal op stoom, is het ook echt een sterke rit. Alleen het einde voelt jammer genoeg bij vlagen wat afgeraffeld en hak-op-de-tak. Hoewel dat ook wel weer bij het thema van de film past.
Flinke 3,5 sterren.
Charlie's Angels (2000)
Onrealistische en hersenloze onzin, die godzijdank wel vermakelijk is. Murray is leuk en bijrollen van onder andere Rockwell en Glover zijn ook geestig. Het is bespottelijk gedoe, maar het hoge gehalte amusement en actie trekt je er wel doorheen. En het is ook geen straf om anderhalf uur naar schaarsgeklede Diaz, Liu en Barrymore te moeten loeren.
3 sterren.
Charlie's Angels: Full Throttle (2003)
Alternatieve titel: Charlie's Angels II
Voorspelbaar, ongeloofwaardig en compleet over-the-top. Tja, je weet eigenlijk precies wat je moet verwachten van Charlie's Angels: Full Throttle. De actie is naast bespottelijk gelukkig ook amusant, het script bevat een paar aardige vondsten en vooral het zooitje bijrollen (Glover, Theroux, Willis, Patrick, Cleese) maken de film het bekijken nog wel waard. Het vrouwelijke drietal zijn geen straf om naar te kijken, maar ze begonnen op een gegeven moment wel wat te irriteren. Nog vervelender was het steeds terugkerende moraaltje. Waarom blijven dit soort films nu nooit gewoonn puur hersenloos vermaak van begin tot eind? Dat was een stuk leuker geweest.
2,5 sterren.
Cheats (2002)
Alternatieve titel: Chea+ers
Een redelijk amusante film, waarin grappige en flauwe momenten elkaar flink afwisselen. Vooral in het begin is de film leuk, maar begint tegen het einde jammer genoeg steeds minder te worden. Hij is in ieder geval wel leuker dan genregenoot Slackers.
Dik 2,5 sterren.
Chelovek-Amfibiya (1962)
Alternatieve titel: The Amphibian Man
Film begint aardig en lijkt inderdaad meer een fantasy- richting op te gaan. De onderwatershots zijn mooi - hoewel het manneke in zijn aluminium-outfit er nogal bespottelijk uitziet. De film opent met een sequentie waarin de jongeman een vrouw redt van een haai. Een knullige, maar vermakelijke sequentie. Helaas is de rest van de film minder vermakelijk. De film gaat vooral op de romantische tour, met hier en daar wat slapstick en wat plotselinge dansscènes. Spanning, fantasy of creatieve sequenties laten te lang op zich wachten en begon ik me gaandeweg wat te vervelen. Echt leuk slecht wordt het echter ook niet, dus veel camp heb je hier ook niet aan. Desondanks is het stilistisch gezien wel een uitstekende film.
2,5 sterren.
Chernobyl (2019)
Holy shit, wát een miniserie!
De gebeurtenis rond Tsjernobyl - dat enkele dagen plaatsvond voor mijn geboortedag - heeft me altijd al wel geboeid. Het is en blijft een fascinerend verhaal; van de ramp zelf, het mysterie rondom de gevolgen van de straling en uiteraard het beeld van de spooksteden die er tot op de dag van vandaag nog zijn. Nu had ik echter niet verwacht dat een verfilming van deze gebeurtenis in de beste handen zou zijn van de man die The Hangover Part II, Scary Movie 4 en Superhero Movie schreef en een regisseur die wat televisiewerk en een paar onbekende films regisseerde. Maar schijn bedriegt, want deze twee heren zijn verantwoordelijk voor één van de beste dingen die ik in een lange tijd heb gezien. Wat een fantastische miniserie is dit geworden, zeg. Eentje die mij van het allereerste shot tot de allerlaatste seconde van aflevering vijf wist te boeien, ontroeren en fascineren.
Er komen - zoals verwacht - inmiddels van allerlei kanten geluiden van de elementen in de serie die feitelijk niet kloppen of meer zijn aangezet voor het verhaal. Maar goed, dat valt over elke serie of film te zeggen. Alsnog zie je bij Chernobyl dat men bepaalde zaken met een enorme nauwkeurigheid hebben vertaald. Niet alleen de casting - sommige mensen lijken sprekend op de persoon die ze spelen - maar ook in de styling en de sets. De personages spreken weliswaar Engels - iets waar ik hier geen enkele moeite mee had - maar verder lijkt alles gevoelsmatig te kloppen, je waant je echt in de Sovjet-Unie van de jaren 80. Oftewel grauwe gebouwen, grijs/bruine pakken, grote brillen en iedereen steekt overal steevast een sigaret op. Er kan niet genoeg lof naar de stylisten van Chernobyl, wat mij betreft. Nóg meer lof en een vrachtwagen aan veren voor in het achterwerk mogen wat mij betreft naar Ijslandse componist Hildur Guðnadóttir, haar werk is betoverend mooi en tegelijkertijd enorm spookachtig. Om rillingen van te krijgen.
Maar er vallen nog véél meer complimenten uit te delen. Casting was zoals gezegd al spot-on, met acteurs die voortreffelijk werk leveren. Jared Harris speelt een fantastische hoofdrol, samen met Stellan Skarsgård. Ik moet zelfs bekennen dat ik Skarsgård - die ik al in talloze films heb gezien - aan het einde van de tweede aflevering pas herkende. Dat zie ik als een groot compliment. Ook de kleinere rollen worden voortreffelijk vertolkt; van de koppige Dyatlov tot de sympathieke medewerkers als een Amikov en Sitnikov. Je zou denken dat met al die Russische namen - en het feit dat veel figuren ook nog eens behoorlijk op elkaar lijken - je in de war kan raken, maar het is knap hoe elk figuur in de serie een onderscheidend en boeiend personage is. Van de medewerkers van de kerncentrale tot de brandweermannen.
Speaking of which, wie het verhaal van Tsjernobyl kent weet natuurlijk dat het geen feelgood verhaaltje is. Chernobyl is dan ook zeker geen luchtig tussendoortje. De grauwe sfeer in combinatie met bepaalde ijzingwekkende make-up effecten maakt dit geen werk voor zwakke zielen. Niet omdat de serie enkel op en top gruwelijk is, maar vooral vanwege de voortdurende dreigende en spookachtige sfeer. Veel beelden en sfeer spookten bij mij in ieder geval nog lang na, na het kijken van elke aflevering. Iets dat de meeste horrorfilms al zelden meer lukt. Chernobyl is dan ook een heel stuk angstaanjagender. Bij het kijken had ik soms de neiging om zelf m’n adem in te moeten houden, je zou bijna het metaal kunnen proeven bij het kijken. Chernobyl is dan ook in één woord adembenemend!
5 sterren.
Chicken Little (2005)
Erg, erg matig. Voorspelbaar, oubollige en kinderachtige humor dat geen moment weet te werken. Sowieso lijkt het plot meer geschikt voor een kort tekenfilmpje van maximaal tien minuten dan voor een lange speelfilm. Zo werd het in ieder geval wel uitgewerkt; ik had het na tien minuten wel gezien. De film heeft op zich een aantal redelijke stemacteurs in dienst en personages als die vis en de burgemeester zijn nog wel aardig, maar het script zorgt ervoor dat de film bijna niet uit te zitten is. Drie hoeraatjes voor de scriptschrijver die het niet kon laten om dat hele "mijn vader wil me niet geloven/ mijn vader staat nooit voor me klaar/ mijn vader is niet trots op me" gezeik in het verhaal neer te poten. Vermoeiend.
1,5 sterren.
Chicken Run (2000)
Erg amusante film. Ziet er voortreffelijk uit, leuke muziek en ook de voice- cast was goed gekozen. Verder een hoop leuke grappen, vooral de kleine details op de achtergrond en de vele knipogen naar bekende films zijn erg leuk.
3,5 sterren.
Child's Play (1988)
Alternatieve titel: De Pop
In de tijd dat de grote horroriconen op hun hoogtepunt waren - en bijna afdwaalden naar bedenkelijk niveau - kwam er eind jaren 80 nog eentje bij, vlak na Pinhead. Maar hoewel Chucky vaak wordt genoemd in het rijtje van Freddy, Jason en Michael, echt een grote jongen (no pun intended) is hij nooit echt geweest; kwalitatief zijn de vroege films met de pop niet bepaald hoogstaand.
Van het vroege werk is deze eerste film overigens wel verreweg het beste. Ondanks dat Chucky bekend staat als een grappenmaker en niet echt serieus te nemen is als eng hoofdfiguur, doet men in deze eerste film nog aardig wat pogingen om de boel spannend te maken. Soms slaagt Tom Holland, die eerder de horrorkomedie Fright Night maakte, daar wel in. De scène waarin Catherine Hicks ontdekt dat er geen batterijen in Chucky zitten en hem wil laten praten is nog steeds vrij zenuwslopend en goed uitgevoerd. Vanaf die sequentie neemt de spanning wat af en zien en horen we de moordende pop wat meer. Brad Dourif is goed gecast, zijn stem en gelach maakt de pop een icoon. Ook het design van Kevin Yagher is treffend; je vertrouwt dat kleine roodharige ventje met sproetjes voor geen meter, al zit hij alleen maar stil. Het valt zelfs op dat de momenten waarop de pop weinig tot niets doet, de film op z'n sterkst is. Desondanks is de climax - waarin Chucky met geen mogelijkheid kapot te krijgen is en als een Duracel konijn maar door blijft gaan erg vermakelijk.
Maar de serieuze toon van de film heeft ook een nadeel; op bepaalde momenten is Child's Play nogal bespottelijk. De moord op de oppas is vooral lachwekkend, als ze met één klap met een hamer een heel appartement doorloopt om vervolgens uit een raam te kletteren. Catherine Hicks doet haar best en speelt een aardige rol. Haar zoontje is sympathiek, ondanks dat het geen gigantisch acteerwonder is. Chris Sarandon, die in Tom Hollands Fright Night nog een enorm leuke rol speelde, moet het doen met een vrij nietszeggende rol, eentje waar in geen enkele Child's Play film eigenlijk nog naar gerefereerd wordt. Hij is bepaald geen Dr. Sam Loomis, hij loopt maar een beetje rond. Alle aanwezigen worden dan ook weggespeeld door het stukje plastic met de energieke stem van Dourif. Hij gaat lekker over de top en dat geeft Child's Play net dat beetje meer.
3,5 sterren.
Child's Play (2019)
In de periode 2003-2010 kregen de meeste bekende smoelen in de horrorwereld een remake. Maar Chucky niet. De reeks van Chucky werd gewoon doorgezet door bedenker, scenarist - en vanaf het vijfde deel ook regisseur - Don Mancini. De reeks ging - zoals eigenlijk elke horrorreeks met een paar delen - alle kanten op qua toon, maar de films bleven leuk en charmant, t/m het meest recente Cult of Chucky aan toe. Een remake wordt standaard met veel tegenzin ontvangen, iedere fan is nieuwsgierig, maar heeft er eigenlijk maar weinig vertrouwen in. Want qua remakes duikt er hier en daar soms een The Blob op, maar meestal is het niveautje A Nightmare on Elm Street. En laten we eerlijk zijn; daar zit niemand op te wachten.
Wat als eerste opvalt is dat Child’s Play niet terugkeert naar de ‘serieuze toon’ van de eerste film. Dat zou je vaak wel verwachten bij een remake van een serie die steeds komischer is geworden, maar deze Child’s Play is misschien zelfs de grappigste film uit de hele serie. Het is allemaal net iets minder flauw en direct als de humor in een Bride/Seed of Chucky, maar ook niet zo dramatisch en zogenaamd spannend als de eerste drie films. En gelukkig maar, want die te serieuze toon zat het origineel behoorlijk in de weg. Deze remake is weliswaar een stuk minder spannend - hoewel er best wat effectieve scares voorbij komen - maar is wel een heel stuk vermakelijker. Een balans tussen horror en komedie zoeken is vaak lastig, maar het lukt Lars Klevberg goed om op de grens te balanceren.
Wat Child’s Play verder een goede remake maakt is dat de film echt iets anders doet en voor een update zorgt. Niet langer zien we een seriemoordenaar die via voodoo-voor-beginners zijn ziel in een pop propt en dus al vanaf seconde één kwaadaardig is, maar een pop die langzamerhand dingen leert. Het motief ‘vrienden tot het einde’ komt hier dus ook veel sterker naar voren, Chucky begint duidelijk als een echte vriend van Andy in plaats van een plaatselijke wurger die in het lichaam van de pop verstopt zit, zoals in het origineel. Ook de bijfiguren zijn hier erg geslaagd: Andy heeft ditmaal een paar amusante vrienden en ook de ouderlijke figuren - Aubrey Plaza als de moeder en Brian Tyree Henry als de detective - zijn erg leuk. Voor het extra slachtvee heeft men onsympathieke Aldi-versies van Jack Black en Michael Keaton van stal gehaald.
Child’s Play is een aangename verrassing. Deze remake is niet alleen geen teleurstelling, het is wellicht het beste deel uit de hele Child’s Play en Chucky franchise.
3,5 sterren.
Child's Play 2 (1990)
Child's Play 2 is precies wat je van een vervolgfilm op een horrorhit verwacht; hetzelfde riedeltje, alleen dan overal een klein schepje bovenop. De spanning en het mysterie dat in Tom Hollands origineel zat is ditmaal weggehaald, want het publiek wil nu vooral Chucky in actie zien. Dus aan het begin van de film wordt de pop weer opnieuw in elkaar gezet, zodat hij zijn zoektocht naar Andy kan vervolgen. En hij moet een beetje tempo maken, want Chucky heeft maar een beperkte tijd om van lichaam te wisselen. Waarom de beste pop dan ook zoveel omwegen neemt, is vrij onduidelijk. Hij reist met Andy mee naar school en begint alles daar te verpesten. Sure, het levert een amusante sequentie op met de dood van de strenge juf van Andy, maar logisch is het niet. Ook later in de film reist Chucky met Andy naar de speelgoedfabriek om daar van lichaam te wisselen. Hij ontdekt dan dat hij te laat is. Tja, wellicht had je dan niet helemaal met hem naar een speelgoedfabriek moeten gaan?
Maar goed, het scheelt dat deze setting de climax wel amusant maakt, er valt genoeg te beleven tijdens de finale van Child's Play 2. Dat kun je echter iets minder zeggen over de eerste helft. Ondanks dat dit hoofdstuk de kortste film is in de serie, begint het soms een beetje te slepen. We zien veel momenten met Andy en zijn nieuwe pleegouders en zijn 'nieuwe zus' Kyle. Allemaal niet heel boeiend, maar boeiende personages heeft Chucky zelden tegenover zich. Dus rust veel op de kleine plastic schouders van de Good Guy pop. En die schouders kunnen nog best veel hebben, want ondanks dat Child's Play 2 een vrij inwisselbaar vervolgfilmpje is, de pop en een paar zeer vermakelijke sequenties maken het geen straf om te zien. Dit bestempelen als horror op z'n best is grote onzin natuurlijk, maar als hap-slik-weg sequel kun je ze veel slechter treffen.
Vooruit, 3 sterren.
Child's Play 3 (1991)
De eerste Child's Play was zo'n succes dat men besloot om Child's Play 2 en 3 gewoon bijna gelijktijdig op te nemen. Dus niet lang na deel 2 kwam ook Child's Play 3. Ik kan me vooral de poster van deze film nog goed herinneren. Ik hoorde om mij heen vroeger veelal verhalen over die o zo enge Chucky en deze cover, een getekende close-up van Chucky met een klein beetje bloed uit zijn mond, stond lang op mijn netvlies. Nu, vele jaren later, is de poster van Child's Play 3 weliswaar nog steeds erg tof, maar de uiteindelijke film is verreweg één van de minste films uit de serie.
Don Mancini - de schrijver van alle Chucky films - moest deze derde film heel snel schrijven en had eigenlijk geen ideeën. Grote kans dat hij daarom maar besloot om Full Metal Jacket te herschrijven met een moordende pop erin. Niet dat de film kwalitatief in de buurt komt van een Full Metal Jacket, alles rondom de militaire academie is vrij beroerd gedaan. De clichématige klootzak, de nerd, de stoere dame; ze komen allemaal voorbij en zijn stuk voor stuk enorm lame. Ergens daartussen loopt een totaal idiote Andrew Robinson, die iets te geil wordt van het knippen van soldaten. De ergste toevoeging is wel Tyler, het jongetje waar Chucky ditmaal z'n zinnen op heeft gezet. Zijn naïviteit is soms te hilarisch voor woorden, maar hij is vooral ook erg irritant met z'n gejammer en geneuzel. Als Chucky gaandeweg gek wordt van het joch begrijp je de arme pop maar al te goed.
Chucky en zijn one-liners mogen dan weer de show stelen, maar ditmaal is het niet genoeg om de hele film te redden. Child's Play 2 was weliswaar een vrij inwisselbare herhalingsoefening, maar nog altijd beter gemaakt en interessanter dan wat men hier neerzet. Child's Play 3 lijkt in alles een te snel gemaakte sequel. Een handjevol amusante sequenties ten spijt, deze derde Chucky is vooral een grote emmer matigheid.
2,5 sterren.
Children of Men (2006)
Aardige film, maar erg uitzonderlijk vond ik het niet. Enkel qua stijl en sfeer steekt Children of Men boven het maaiveld uit met een lekkere grauwe en grimmige feel en een paar interessante cinematografische experimenten. Zo opent de film meteen sterk, maar na deze veelbelovende introductie kakt het langzaam maar zeker een beetje in. Het werd op een gegeven moment zelfs saai; de karakters deden me vrij weinig en ik ging me ook storen aan teveel toevalligheden in het script. En ook de humor in de film sloeg bij mij zelden aan, kon er niet zo heel veel mee. De vertolkingen zijn verder prima, maar echt bijzonder was het niet. En zo is de hele film wel op te sommen; een alleraardigste actie/thriller, maar meer kon ik er eerlijk gezegd niet van maken.
3 sterren.
Children of the Corn (1984)
Alternatieve titel: De Satanskinderen
Children of the Corn, één van de vroege Stephen King verfilmingen, blijft toch maar een matige productie. Het blijft dan ook geestig dat juist deze film zo'n langdurige franchise kreeg, we zijn inmiddels volgens mij al tien films verder. Het korte verhaal van King werd een jaar eerder al verfilmd in de korte film van 30 minuten, getiteld Disciples of the Crow. Ik heb die film nog niet gezien, maar bij het zien van Children of the Corn lijkt het me dat die speelduur wel veel beter werkt dan deze 90 minuten.
Children of the Corn heeft een vrij sterke openingsscène, waarin de volwassenen worden afgemaakt door de kinderen, terwijl de kleine Isaac sinister toekijkt. Dit mannetje wordt uitstekend vertolkt door John Franklin, een acteur die geloofwaardig overkomt als klein jochie ondanks dat hij al in zijn twintig was. Met zijn piepstem a la Eric Cartman en zijn bloempotkapsel is hij een geestige verschijning. Maar jammer genoeg gaat Children of the Corn na deze openingsscène naar Linda Hamilton en Peter Horton en wordt het steeds saaier en saaier. Met als groot dieptepunt de tweede akte, waarin werkelijk waar geen hol gebeurd. Op een gegeven moment lopen ze maar wat rond in het kleine plaatsje en wordt het allemaal echt dodelijk vervelend. Af en toe duiken Isaac of zijn rechterhand Malachi op en brengen de boel weer een beetje tot leven, maar je echt wakker houden lukt ze zelden.
Het enige wat nog een beetje meewerkt is dat de film tegen het einde lekker bespottelijk wordt. Het feit dat de film de gehele tijd een nogal serieuze toon heeft, doet me vermoeden dat ook die explosie op het eind met het getekende gezicht van He Who Walks Behind The Rows zonder gein is bedoeld. Dat gegeven is wel hilarisch, want zo stupide als dat zie je het niet vaak. Tegen het einde raffelt de film alles nog even heel snel af, waarschijnlijk omdat de meeste kijkers tegen die tijd wel zijn afgehaakt of in slaap zijn gevallen.
2 sterren.
Children of the Corn (2009)
Alternatieve titel: Stephen King's Children of the Corn
Dat deze film slechte beoordelingen krijgt, is geen verrassing. Maar het is niet alsof deze Children of the Corn remake de slechtste uit de serie is. De twee voorgaande delen (Isaac’s Return en Revelation) waren groter prul dan dit. En het feit dat het een remake is, zegt ook niet zoveel; elke film in deze franchise is volledig losstaand, de serie is nu niet bepaald op een goede continuïteit te betrappen. En deze 2009 versie van Children of the Corn (die volgens mij soms beter Children of the Vietcong had kunnen heten) is niet het ergste wat de serie te bieden heeft. Sterker nog; bepaalde elementen aan deze remake zijn zelfs een verbetering op die eerste film. Want in tegenstelling tot het origineel is deze een heel stuk minder saai en bevat ook nog eens een veel beter einde.
Maar dat neemt niet weg dat ook de film behoorlijk crap is; geen enkele film uit deze franchise is immers goed. Deze Children of the Corn aflevering is op sommige vlakken zelfs onvoorstelbaar klote, namelijk op het gebied van Vicky en Isaac. Vicky is werkelijk het meest zeikerige personage in de geschiedenis van de mensheid. Haar voortdurende geschreeuw, geklaag en gejammer laat je bijna juichen voor de satanistische kinderen. Maar aan die kant heb je Isaac, in het origineel nog de ster van de show. Hier een jochie waar werkelijk geen enkele dreiging vanaf komt. Hij kan niet eens overtuigend wijzen of boos kijken, laat staan preken. Los van deze twee aspecten is de film sowieso niet moeders mooiste; net als de eerste film zie je dat het verhaal met moeite een film van anderhalf uur kan vullen en voelt het allemaal nogal gerekt aan. Alsnog is deze remake minder saai en futloos dan de 1984 versie en het feit dat het slecht afloopt voor onze twee hoofdpersonen is een sterke toevoeging. Beter dan dat bespottelijke slot van de eerste film. Alsnog is Children of the Corn dom. Maar dat domme maakt het hier en daar stiekem enigszins vermakelijk.
2 sterren.
